<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR323601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stadskanaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stadskanaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 9145, 26-02-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Opiumwet, art. 13b </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">Gemeentewet, art. 174a </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-06-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Burg, 11-02-2014, nr. 02</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In deze regeling wordt het <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Handhavingsarrangement-coffeeshopbeleid-en-harddrugs">Handhavingsarrangement coffeeshopbeleid en harddrugs</extref> ingetrokken,</al><al>Deze regeling is tevens vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders voor zover het de handhaving op grond van de artikelen 1a, 1b, 14 juncto 17 van de Woningwet betreft. Het college heeft de regeling vastgesteld onder agendanummer 06 in de vergadering van 11-02-2014.</al><al>Deze regeling is vervangen door het Coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2025</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De burgemeester van de gemeente Stadskanaal;</al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal voor
                        zover het de handhaving op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1a">artikelen 1a</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1b">1b</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14">14</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">17
                            van de Woningwet</extref> betreft;</al><al>overwegende dat het wenselijk is het beleid op het gebied van drugs- en
                        coffeeshopbeleid te actualiseren;</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen de navolgende “Beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid
                        gemeente Stadskanaal 2014”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Aanleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Voor u ligt de beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid gemeente
                            Stadskanaal. Deze nota is de opvolger van de in 2007 vastgestelde nota
                            betreffende coffeeshopbeleid onder de titel “Regio breed
                            coffeeshopbeleid”. Deze nieuwe nota draagt de titel drugs- en
                            coffeeshopbeleid om aan te geven dat het onderwerp zich verder strekt
                            dan de regulering van cannabisverkoop via het gedoogde verkooppunt. In
                            het hoofdstuk over handhaving komt dit ruimere bereik het duidelijkst
                            naar voren. De noodzaak om herzien of bijgesteld beleid te schrijven is
                            enerzijds ingegeven door landelijke ontwikkelingen zoals het van kracht
                            worden van een nieuw gedoogcriterium (het ingezetenencriterium).
                            Anderzijds is het goed om periodiek bestaand beleid te her beoordelen op
                            werking en richting. Ten opzichte van de vorige nota zijn ook de opzet
                            en vormgeving anders geworden. Wat nog hetzelfde is gebleven: dat het
                            een gezamenlijke inspanning is geweest van de gemeenten die vroeger in
                            politiedistrict Midden-Oost vielen. Dit betekent dat de gemeenten
                            Stadskanaal, Oldambt, Bellingwedde, Vlagtwedde, Pekela, Veendam en
                            Hoogezand-Sappemeer in de totstandkoming van deze beleidsnotitie in
                            ambtelijke zin hebben samengewerkt. Uiteraard zijn daaraan eigen
                            accenten toegevoegd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. De huidige context van het drugs- en
                            coffeeshopbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de omgeving van het
                            eigen drugs- en coffeeshopbeleid. Hoewel aan gemeenten een zekere
                            beleidsvrijheid toekomt, is het vooral het landelijk kader dat de
                            speelruimte bepaalt. Dit landelijke kader is aangevuld met een regionaal
                            kader waarop in de tweede paragraaf wordt ingegaan. In de laatste
                            paragraaf worden kort nog wat ontwikkelingen geschetst die mogelijk van
                            invloed kunnen zijn op toekomstig beleid.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>2.1 Het landelijk beleidskader</titel></kop><structuurtekst><al>In Nederland wordt sinds de jaren ’70 een uniek in de wereld zijnde
                                softdrugsgedoogbeleid gevoerd (momenteel zijn elders in de wereld
                                bewegingen het softdrugsbeleid te reguleren). Het Nederlands
                                softdrugsbeleid is vooral pragmatisch van insteek waarbij het
                                drugsprobleem per definitie als onoplosbaar wordt beschouwd (en
                                daarmee als gegeven wordt gezien) en er dus moet worden ingezet op
                                het controleren of beheersen van de nadelige effecten. Het
                                Nederlands gedoogbeleid houdt in het kort in dat het voorhanden
                                hebben van softdrugs weliswaar strafbaar is, maar dit feit onder
                                bepaalde voorwaarden niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Deze
                                voorwaarden of criteria – de AHOJGI-criteria [1] - zijn opgenomen in
                                de Aanwijzing Opiumwet. Deze Aanwijzing wordt door het Openbaar
                                Ministerie gehanteerd bij de daadwerkelijke vervolging van de
                                strafbare drugsdelicten. De Aanwijzing vormt het landelijk kader
                                voor het coffeeshopbeleid, naast de Opiumwet zelf. Per 1 januari
                                2013 is een nieuw criterium toegevoegd aan de Aanwijzing t.w. het
                                ingezetenen-criterium. Dit vooral om de aantrekkingskracht van het
                                Nederlands drugsbeleid op gebruikers afkomstig uit het buitenland
                                (Duitsland, België, Frankrijk) in te dammen of terug te
                                dringen.</al><al>Gemeenten maken zelf de keuze om coffeeshops toe te laten of om een
                                nul beleid te voeren en daarmee geen coffeeshops binnen hun
                                gemeentegrenzen toe te staan. Van gemeenten met één of meer
                                coffeeshops wordt verwacht dat zij een lokaal coffeeshopbeleid en
                                een bijbehorend handhavingsplan vaststellen. In hoofdstuk 3 wordt
                                verder ingegaan op deze lokale inkleuring.</al><al>In het Nederlandse drugsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen
                                softdrugs en harddrugs. In de aanpak hiervan komt dit onderscheid
                                terug. Softdrugs zijn cannabisproducten als marihuana en hasj.
                                Harddrugs zijn middelen met grote gezondheidsrisico, zoals XTC,
                                cocaïne, amfetamine en heroïne.</al><al>Door de verkoop van cannabis te gedogen en streng op te treden tegen
                                de verkoop van harddrugs, worden deze twee markten uit elkaar
                                getrokken. Door de handel in harddrugs en cannabis van elkaar te
                                scheiden, kunnen gebruikers van cannabis beter worden afgeschermd
                                van drugs die veel schadelijker voor de gezondheid zijn.
                                Tegelijkertijd wordt het bezit of de verkoop van harddrugs harder
                                aangepakt.</al><al>Het coffeeshopbeleid is de komende jaren vooral gericht op de
                                beheersing van het aantal coffeeshops, de bestrijding van de
                                georganiseerde criminaliteit en de terugkeer van de kleine
                                coffeeshop, gericht op de lokale gebruiker.</al><al>Een aantal wetten voorziet in de mogelijkheid om de (overlast van)
                                de handel in drugs tegen te gaan. Dit zijn in het bijzonder de
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>. In algemene zin geldt dat de burgemeester
                                verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en
                                veiligheid. Dit is omschreven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=172">artikel 172 van de Gemeentewet</extref>. Op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van de Gemeentewet</extref> is de burgemeester o.a.
                                belast met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en
                                met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat
                                toezicht. Ook de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikelen 174a van de Gemeentewet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">13b van de Opiumwet</extref> en de bepalingen in de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008">Algemene plaatselijke verordening</extref> (<extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008">APV</extref>) over drugsoverlast wijzen de burgemeester aan als
                                bevoegd gezag.</al><al>De burgemeester is dus het bevoegde bestuursorgaan wat betreft het
                                drugsbeleid. Zij is bevoegd om dit beleid vast te stellen. De
                                burgemeester is de Gemeenteraad wel verantwoording verschuldigd over
                                het door haar gevoerde beleid. Ook geldt de actieve
                                informatieplicht.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Het regionaal beleidskader</titel></kop><structuurtekst><al>Sinds 2007 hebben de gemeenten in Oost-Groningen die coffeeshops
                                binnen hun grenzen hebben, hun lokale beleid over dit onderwerp op
                                elkaar afgestemd en hebben zij binnen de lokale driehoeken
                                gezamenlijk een handhavingsplan vastgesteld. Het gaat hierbij om de
                                gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Stadskanaal, Veendam en de voormalige
                                gemeente Winschoten (thans Oldambt). Die samenwerking verloopt naar
                                volle tevredenheid en geeft aanleiding tot voortzetting er van. De
                                gemeenten Vlagtwedde, Bellingwedde en Pekela hebben geen
                                coffeeshop(s) maar hechten er wel aan om deel te nemen in het
                                gezamenlijk vast te stellen handhavingsplan.</al><al>Volgens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Aanwijzing%20Opiumwet">Aanwijzing Opiumwet</extref> van het OM vult de lokale driehoek
                                het te voeren coffeeshopbeleid concreet in en stelt de prioriteiten
                                bij de dagelijkse handhaving. Burgemeester, politie en justitie
                                dragen elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid bij aan een
                                samenhangend en effectief beleid. Het gaat er hierbij om dat de
                                strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bevoegdheden zo op elkaar
                                zijn afgestemd, dat ze elkaar daadwerkelijk aanvullen. Die aanpak
                                was er onder meer op gericht om het (mogelijke) ‘waterbed-effect’ in
                                de aanpak van de drugsproblematiek zo veel als mogelijk te
                                voorkomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Recente ontwikkelingen in het coffeeshop- en
                                drugsbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>In het huidig regeerakkoord (regeerakkoord van het kabinet Rutte II)
                                is nadrukkelijk benoemd dat bestrijding van overlast en
                                criminaliteit rond coffeeshops een maatregel is waar duidelijk op
                                wordt ingezet. In het pakket van maatregelen van het vorig kabinet
                                (Rutte I) was deze doelstelling ook opgenomen. De aanpak van deze
                                overlast en criminaliteit is voornamelijk ingegeven door de
                                problematiek in de Zuidelijke grensstreken. Gemeenten als
                                Maastricht, Geleen en Venlo kampen al jaren met problemen
                                veroorzaakt door buitenlands drugstoerisme. De minister van V&amp;J
                                heeft met de invoering van het ingezetenen criterium, aan hen een
                                instrument geboden om de overlast aan te pakken.</al><al>Hoewel het huidig beleid zich vooral kenmerkt in zijn repressieve
                                aanpak, is er sinds 2009 een beweging op gang die zich de meer
                                principiële vraag stelt of het drugsbeleid zoals dat tot nog toe is
                                gevoerd niet aan een fundamentele koerswijziging toe is. In 2009
                                werd in opdracht van het toenmalig kabinet een adviescommissie
                                ingesteld (commissie Van de Donk) die vergaande adviezen en
                                voorstellen deed. Zo adviseerde de commissie dat sprake zou moeten
                                zijn van gereguleerd gebruik waarmee met name de teelt en aanvoer
                                van cannabis (de zogenaamde achterdeur) verder zou moeten worden
                                gereguleerd (en niet zozeer legaliseren omdat er nu eenmaal sprake
                                is van verdragsverplichtingen die dit blokkeren). Het reguleren van
                                de achterdeur zou niet alleen sterk ontlastend werken voor politie
                                en justitie en kosten daarop besparen, er zouden bovendien extra
                                belastingopbrengsten mee kunnen worden gegenereerd. Er zijn in 17
                                gemeenten onderzoeken gestart die juist op de achterdeurproblematiek
                                een antwoord proberen te vinden. De experimenten laten in ieder
                                geval zien dat het Nederlands drugs- en coffeeshopbeleid zich nog
                                steeds ontwikkelt.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Het gemeentelijk coffeeshopbeleid.</titel></kop><afdeling><kop><titel>3.1 Het huidig gemeentelijk coffeeshopbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Gemeenten kunnen voor wat betreft het coffeeshopbeleid zelf kiezen
                                voor een zogenaamd nul-beleid of een maximumstelsel hanteren. Zo’n
                                twee derde van de Nederlandse gemeenten heeft een nul beleid
                                afgekondigd wat inhoudt dat er binnen de gemeentegrenzen geen
                                coffeeshops worden toegestaan. Ongeveer een kwart van de Nederlandse
                                gemeenten voert een maximumbeleid wat inhoudt dat voor een beperkt
                                aantal coffeeshops gedoogverklaringen worden afgegeven. De rest van
                                de gemeenten heeft geen formeel beleid rondom coffeeshops
                                vastgesteld. In totaal zijn er in Nederland 614 (april 2013)
                                coffeeshops in 103 gemeenten (cijfers uit het periodiek onderzoek
                                namens het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC)
                                uitgevoerd door Intraval).</al><al>De bevoegdheid tot het vaststellen van het te voeren beleid (nul
                                beleid of maximumbeleid) komt toe aan de Gemeenteraad. Op 26 juni
                                2000 heeft de gemeenteraad van Stadskanaal de notitie “Lokaal
                                coffeeshopbeleid Stadskanaal” vastgesteld en is het maximumbeleid
                                ingesteld. Op grond van dit beleid mag in de gemeente Stadskanaal
                                één gereguleerd verkooppunt voor softdrugs gevestigd zijn. De
                                aanwijzing van het gereguleerde verkooppunt is tot stand gekomen
                                middels een open sollicitatieprocedure. Op 27 augustus 2001 is aan
                                stichting Wiz-Art de exploitatie van het gedoogde verkooppunt voor
                                softdrugs gegund.</al><al>Voor wat betreft het toezicht en handhaving op eenmaal toegestane
                                coffeeshops, komt de bevoegdheid toe aan de burgemeester en voor
                                zover het gaat om de handhaving van bestemmingsplannen en
                                voorschriften daarin, is dit een bevoegdheid van het college.</al><al>Voor de coffeeshop zijn voorwaarden vastgesteld die naast de
                                landelijke voorwaarden, op de coffeeshop en de exploitatie van
                                toepassing zijn verklaard. Kort samengevat komt het huidig
                                coffeeshopbeleid van de gemeente Stadskanaal op het volgde
                                neer:</al><lijst><li nr="A."><al>Binnen de gemeentegrens is het maximaal één coffeeshop
                                        toegestaan cannabis te verkopen;</al></li><li nr="B."><al>Deze coffeeshop mag geen reclame maken;</al></li><li nr="C."><al>Er mogen geen harddrugs voorhanden zijn of worden
                                        verkocht;</al></li><li nr="D."><al>Er mag geen overlast door of vanuit de coffeeshop
                                        ontstaan;</al></li><li nr="E."><al>Geen verkoop en toegang aan jongeren beneden de 18
                                        jaar;</al></li><li nr="F."><al>Geen verkoop van meer dan 5 gram per transactie per dag per
                                        klant en geen grotere handelsvoorraad dan 500 gram in de
                                        coffeeshop;</al></li><li nr="G."><al>Geen verkoop aan niet-ingezetenen van Nederland;</al></li><li nr="H."><al>Geen verkoop van alcohol en geen kansspelautomaten in
                                        coffeeshops;</al></li><li nr="I."><al>In de coffeeshop dient voldoende voorlichting te worden
                                        gegeven en voorlichtingsmateriaal aanwezig te zijn m.b.t.
                                        het gebruik, de werking en de risico’s van
                                        cannabisgebruik;</al></li><li nr="J."><al>Afstand tot scholen minimaal 250 meter;</al></li><li nr="K."><al>Leidinggevenden of beheerders van een coffeeshop dienen te
                                        voldoen aan de zedelijkheidseisen en een bewijs van goed
                                        gedrag te overleggen zoals opgenomen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>;</al></li><li nr="L."><al>De openingstijden van coffeeshops zijn vastgelegd in de
                                        gedoogbrief van 24 september 2001;</al></li><li nr="M."><al>Exploitatie van de coffeeshop alleen op basis van de
                                        gedoogbrief.</al></li></lijst><al>In de volgende paragraaf worden de bovengenoemde punten verder
                                toegelicht.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Nadere toelichting op het gemeentelijk
                                coffeeshopbeleid</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a)"><al>Het aantal toegestane coffeeshops is maximaal één De
                                        coffeeshop behoort aan een aantal vereisten te voldoen die
                                        ook zijn vastgelegd in de aan hen afgegeven gedoogbrief.
                                        Deze vereisten zijn vooral ontleend aan de door het Openbaar
                                        Ministerie opgestelde gedoogcriteria met betrekking tot de
                                        verkoop van softdrugs in een coffeeshop zoals opgenomen in
                                        de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Aanwijzing%20Opiumwet">Aanwijzing Opiumwet</extref>. De criteria worden hierna
                                        verder besproken.</al></li><li nr="b)"><al>Geen affichering In, dan wel vanuit de inrichting of
                                        coffeeshop mag geen reclame worden gemaakt voor de verkoop
                                        van softdrugs. Aan de buitenkant van de coffeeshop is, naast
                                        de naam van de coffeeshop zelf, enkel de aanduiding
                                        ‘Coffeeshop’ toegestaan. Er mag op geen enkele wijze reclame
                                        worden gemaakt voor de coffeeshop of producten worden
                                        aangeprezen.</al></li><li nr="c)"><al>Geen harddrugs Het verkopen en/of voorhanden zijn van
                                        harddrugs in de inrichting is verboden.</al></li><li nr="d)"><al>Geen overlast De coffeeshop mag geen overlast veroorzaken
                                        voor de omgeving. Overlast kan bijvoorbeeld bestaan uit
                                        lawaai, (fout) geparkeerde auto’s en/of fietsen van klanten,
                                        zwerfvuil afkomstig uit de inrichting.</al></li><li nr="e)"><al>Geen verkoop aan jeugdigen Een coffeeshop is uitsluitend
                                        toegankelijk voor personen van achttien jaar of ouder. Het
                                        toelaten van minderjarigen en/of het verkopen of verstrekken
                                        aan minderjarigen is daarom verboden.</al></li><li nr="f)"><al>Geen grote hoeveelheden Er geldt een maximum van vijf gram
                                        per transactie. Er mag slechts één transactie per persoon
                                        per dag plaatsvinden. De inrichting mag niet meer dan 500
                                        gram softdrugs in voorraad hebben.</al></li><li nr="g)"><al>Geen verkoop aan niet-ingezetenen In het regeerakkoord van
                                        29-10-2012 zijn afspraken opgenomen met betrekking tot het
                                        te voeren coffeeshopbeleid. Zo is bepaald dat de toegang tot
                                        coffeeshops voorbehouden blijft aan ingezetenen die een
                                        identiteitsbewijs of verblijfsvergunning, samen met een
                                        uittreksel uit het bevolkingsregister kunnen tonen. Dit
                                        zogenaamde I-criterium (ingezetenencriterium) is opgenomen
                                        in de Aanwijzing Opiumwet zoals die door het OM wordt
                                        gehanteerd. De achtergrond van het I-criterium is de
                                        bestrijding van drugstoerisme zoals die vooral in
                                        grensstreekgebieden wordt ervaren. In de driehoek van
                                        Ommelanden Oost van 4 maart 2013 is in gezamenlijkheid
                                        besloten de handhaving van het I-criterium laag te
                                        prioriteren. Handhaving op het I-criterium zal pas vorm
                                        worden gegeven indien er sprake is van gebleken overlast
                                        vanuit en/of in de nabijheid van het gedoogd verkooppunt
                                        veroorzaakt door buitenlandse coffeeshopbezoekers.
                                        Handhaving van het I-criterium is daarmee nadrukkelijk
                                        passief.</al></li><li nr="h)"><al>Geen verkoop van alcohol en geen kansspelautomaten in de
                                        coffeeshop In de inrichting mag geen alcoholhoudende drank
                                        aanwezig zijn of worden verkocht. In de inrichting mogen ook
                                        geen kansspelautomaten worden geplaatst.</al></li><li nr="i)"><al>Voldoende goede voorlichting In de inrichting dient voor
                                        iedere klant voorlichtingsmateriaal over het gebruik,
                                        werking en eventuele risico’s van cannabisproducten
                                        beschikbaar te zijn. Dit materiaal dient afkomstig te zijn
                                        van een instelling/organisatie die zich toelegt op de
                                        wetenschappelijke bestudering van o.a. softdrug en het
                                        gebruik hiervan, dan wel de uitvoering van de ambulante
                                        verslavingszorg.</al></li><li nr="j)"><al>Voldoende afstand tot scholen Voor wat betreft vestiging of
                                        locatiekeuze geldt dat er minimaal een afstand tot scholen
                                        bestaat van 250 meter (hemelsbreed gemeten d.w.z. gemeten
                                        d.m.v. een rechte, directe lijn).</al></li><li nr="k)"><al>Leidinggevenden voldoen aan zedelijkheidseisen zoals
                                        opgenomen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">DHW</extref> Analoog aan de bepalingen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=24">artikel 24, eerste lid van de Drank- en
                                            Horecawet</extref> (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">DHW</extref>) is het verboden een coffeeshop voor het
                                        publiek geopend te houden indien in de inrichting geen
                                        leidinggevende aanwezig is. Deze leidinggevende dient
                                        vermeld te worden op de gedoogbrief en zal ook moeten
                                        voldoen aan de zedelijkheidseisen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=8">Drank- en horecawet (art. 8)</extref>.</al></li><li nr="l)"><al>Openingstijden Het is de coffeeshop uitsluitend toegestaan
                                        geopend te zijn tijdens de in de gedoogbrief gestelde uren:
                                        Ma – do 14.00 – 23.00 uur Vr 14.00 - 1.00 uur Za 12.00 -
                                        1.00 uur Zo 16.00 - 22.00 uur</al></li><li nr="m)"><al>Exploitatie enkel op basis van een gedoogverklaring
                                        Exploitatie van een coffeeshop kan alleen indien daartoe een
                                        gedoogbrief met daarbij gestelde voorwaarden is
                                        verstrekt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3. Samenwerking met ketenpartners: Politie, OM en RIEC</titel></kop><structuurtekst><al>Drugs- en coffeeshopbeleid is geen aangelegenheid van uitsluitend de
                                gemeente zelf. Voor zover het drugs- en coffeeshopbeleid wordt
                                beoordeeld vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid,
                                zijn daarbij uiteraard de politie en het openbaar ministerie annex.
                                Het openbaar ministerie richt zich op de strafrechtelijke vervolging
                                en de voorwaarden waaronder, de politie houdt zich bezig met de
                                opsporing. In dit verband dient ook het Regionaal Informatie en
                                Expertise Centrum (RIEC) vermelding. Het RIEC ondersteunt en
                                adviseert gemeenten bij de aanpak van georganiseerde en
                                ondermijnende criminaliteit en fungeert daarbij zowel als
                                informatieknooppunt als expertisecentrum. Alle gemeenten hebben een
                                convenant met het RIEC afgesloten. Andere convenantpartners zijn: de
                                Belastingdienst, het Openbaar Ministerie, de Inspectie van SZW, de
                                FIOD, de Douane, Koninklijke Marechaussee en de Immigratie en
                                Naturalisatiedienst. Convenantpartners kunnen (onder voorwaarden)
                                via het RIEC Noord informatie met elkaar delen en het RIEC Noord kan
                                zijn partners van de laatste informatie voorzien.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Artikel 13b: “wet Damocles”</titel></kop><afdeling><kop><titel>4.1 Bestrijding drugs (overlast) op straat en vanuit woningen en
                                lokalen</titel></kop><structuurtekst><al>In toenemende mate worden gemeenten geconfronteerd met
                                drugscriminaliteit in en vanuit woningen of lokalen. Te denken valt
                                hierbij aan het opzetten en exploiteren van illegale wietkwekerijen
                                of zolderruimten in woningen, het verkopen van (hard) drugs in cafés
                                of het verkopen van bijvoorbeeld (hard) drugs vanuit woningen of
                                lokalen. Deze vorm van drugscriminaliteit zorgt in veel gevallen
                                voor een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat, onveilige
                                situaties op straat en ook onveilige situaties voor het bouwwerk
                                zelf (brandgevaar, waterschade). Maar ook indien er geen sprake is
                                van direct ervaren overlast is er in ieder geval sprake van
                                ondermijning van de rechtsorde en van gezondheidsschade.</al><al>Om de handel in drugs in of vanuit woningen en lokalen tegen te gaan
                                is daarom strikte handhaving noodzakelijk. De volksgezondheid is in
                                het geding omdat sprake is van ongecontroleerde verkoop van drugs.
                                Daarnaast kan worden gewezen op nadelige economische gevolgen, zoals
                                het dalen van de verkoop- en verhuurwaarde van omliggende
                                panden.</al><al>In het algemeen belang wordt daarom met de uitvoering van het
                                sluitingsbeleid beoogd om de handel in drugs in of vanuit woningen
                                en lokalen te beëindigen en hierdoor tevens de veroorzaakte
                                negatieve effecten terug te dringen. Erkend wordt dat het sluiten
                                van een woning/lokaal ingrijpende (financiële) gevolgen heeft of kan
                                hebben voor zowel de gebruikers als de eigenaren van het pand. Er is
                                echter door de gebruikers en mogelijk tevens door de eigenaren van
                                de panden ook financieel voordeel behaald uit de illegale verkoop
                                van drugs.</al><al>Sluiting van panden voor een bepaalde structurele periode is
                                noodzakelijk om te bewerkstelligen dat de illegale drugshandel
                                vanuit deze panden daadwerkelijk en structureel eindigt. De
                                bekendheid van de locatie als verkooppunt van drugs blijft immers
                                enige tijd bestaan. Ook strekt de sluiting ertoe anderen er van af
                                te houden over te gaan tot vestiging van een illegaal verkooppunt in
                                een pand.</al><al>Op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Opiumwet (artikel 13b)</extref> is de burgemeester bevoegd
                                hiertegen op te treden door middel van bestuursdwang. Dit kan
                                betekenen dat er dwangsommen worden opgelegd of dat de woning of het
                                lokaal (tijdelijk) wordt gesloten op last van de burgemeester. Het
                                daadwerkelijk aanwezig zijn van een overlast situatie is hiervoor
                                geen voorwaarde. Ook zonder overlast kan de burgemeester hiertoe
                                besluiten. De bevoegdheid tot toepassen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> wordt ook wel aangehaald als de
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Wet Damocles</extref>.</al><al>Het voordeel van vastgesteld beleid ten aanzien van de toepassing
                                van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Wet Damocles</extref> is dat voor een ieder duidelijk is welke
                                consequenties aan welk (drugscrimineel) gedrag zijn verbonden.
                                Verwijzing naar dit beleid kan in voorkomende gevallen dan ook
                                volstaan. Dit beschreven Damocles beleid bestaat uit een meer
                                algemeen deel waarin de beleidsuitgangspunten op hoofdlijnen worden
                                beschreven en een meer praktisch deel met een overzicht van
                                handhavingsstappen die afhankelijk van de verschillende situaties
                                worden gezet. De handhavingsstappen en criteria zijn opgenomen in
                                het hoofdstuk met de handhavingsmatrix (hoofdstuk 5). De algemene
                                beleidsuitgangspunten staan hieronder genoemd.</al><tussenkop> Subsidiariteit en proportionaliteit</tussenkop><al>Bij toepassing van de bevoegdheid op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> dient te worden voldaan aan
                                    de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. In geval van
                                    gebruik van de bevoegdheid dient hiermee rekening toe worden
                                    gehouden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>4.2 De algemene beleidsuitgangspunten voor het
                                Damoclesbeleid</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Beleid geldt voor zover het woningen en lokalen en/of
                                        bijbehorende erven betreft en niet voor coffeeshops waarvoor
                                        een gedoogbrief is afgegeven en die zich houden aan de
                                        daarin gestelde voorwaarden. Het Damoclesbeleid ziet
                                        nadrukkelijk op de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b</extref> genoemde woningen of lokalen of de
                                        bij woningen of lokalen behorende erven. Indien er sprak is
                                        van een coffeeshop waarvoor een gedoogbrief is afgegeven,
                                        gelden in het bijzonder ten aanzien van de
                                        handelshoeveelheid andere eisen (maximaal 500 gram). Het
                                        Damoclesbeleid geldt voor zowel particuliere woningen en/of
                                        lokalen (woningen en/of lokalen in particulier bezit) als
                                        ook voor woningen en/of lokalen in eigendom bij de
                                        woningcorporatie.</al></li><li nr="2."><al>Aanwezigheid van tenminste een handelshoeveelheid drugs is
                                        aangetoond. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat de enkele
                                        aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs, de
                                        bevoegdheid geeft tot toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>. Het daadwerkelijk ook
                                        verkopen, verstrekken of afleveren van drugs hoeft daarbij
                                        niet te worden aangetoond. En hoewel de toepassing van de
                                        bevoegdheid tot sluiten van een woning vaak wel in hoofdzaak
                                        ingegeven wordt door de wil of ambitie om spanning op het
                                        woon- en leefklimaat ter plaatse in te dammen of verstoring
                                        van de openbare orde te handhaven, is overlast geen
                                        noodzakelijk voorwaarde voor het toepassen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>. Het gegeven dat handel
                                        en overlast niet hoeft te worden aangetoond, maakt de
                                        toepassing van dit instrument eenvoudiger en effectiever.
                                        Als uitgangspunt geldt dan ook dat indien de aanwezigheid
                                        van een handelshoeveelheid of door rapportages van politie
                                        of eigen toezichthouders wordt aangetoond, er toepassing
                                        wordt gegeven aan <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Wet Damocles</extref>). Onder handelshoeveelheid wordt
                                        in dit kader verstaan: </al><lijst><li nr="-"><al>bij softdrugs (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst II Opiumwet</extref>): 30 gram of
                                                meer;</al></li><li nr="-"><al>bij harddrugs (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I Opiumwet</extref>): 0,5 gram of
                                                meer;</al></li><li nr="-"><al>bij hennepteelt: De schaalgrootte van de teelt: de
                                                hoeveelheid planten; Bij een hoeveelheid van 5
                                                planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat
                                                er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig
                                                handelen. De mate van professionaliteit, afgemeten
                                                aan het soort perceel waarop geteeld wordt,
                                                belichting, verwarming, bevloeiing, etc. het doel
                                                van de teelt. Indien er sprake is van het telen van
                                                hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt,
                                                ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er
                                                sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig
                                                handelen.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Bij samenloop van verschillende situaties (bijvoorbeeld
                                        hennepteelt met de aanwezigheid van meer dan 0,5 gram
                                        harddrugs) wordt het zwaardere regime van toepassing
                                        verklaard.</al></li><li nr="3."><al>Handhaving op grond van het Damoclesbeleid is zaaks
                                        gebonden. Het Damoclesbeleid zoals hier geformuleerd is er
                                        op gericht het woon- en leefklimaat te beschermen en
                                        situaties van gevaar of bedreiging weg te nemen of te doen
                                        stoppen. Een uitzondering hierop vormt de situatie dat een
                                        persoon, na een eerdere constatering van drugshandel door
                                        deze persoon in een bepaald pand, zich opnieuw schuldig
                                        maakt aan drugshandel in een ander pand. In een dergelijk
                                        geval wordt bij de op te leggen sanctie de eerste
                                        constatering van drugshandel (in dat andere pand) meegewogen
                                        als zijnde constatering drugshandel in het nieuwe pand.</al></li><li nr=""><al>Indien er sprake is van overtreding in een door de
                                        overtreder gehuurd pand, kan er ook handhavend worden
                                        opgetreden op grond van dit Damoclesbeleid. In beginsel is
                                        het voor bestuursrechtelijk optreden niet relevant of de
                                        eigenaar, huurder, bewoner of een derde de overtreding heeft
                                        begaan. Van belang is de enkele constatering dat in een
                                        zekere woning of een zeker lokaal sprake is of is geweest
                                        van verkoop, aflevering, verstrekking of het aanwezig zijn
                                        van tenminste een handelshoeveelheid drugs. De feitelijke
                                        constatering is voldoende om tot handhaving over te gaan
                                        o.g.v. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>. Zowel aan de huurder als
                                        aan de eigenaar kan de last worden opgelegd. Ingeval er
                                        sprake is van een woning van een corporatie zal op basis van
                                        het huurcontract door de corporatie worden bewerkstelligd
                                        dat de huurovereenkomst wordt ontbonden wegens de
                                        overtreding. Bovendien zal de overtreder dan worden
                                        geconfronteerd door een huuruitsluiting door de corporatie.
                                        In deze gevallen ligt het initiatief dus bij de
                                        woningcorporatie.</al></li><li nr="4."><al>Toepassing van de bestuursdwang vindt in beginsel plaats
                                        door directe sluiting van de woning of het lokaal. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Artikel 13b Opiumwet</extref> stelt dat de burgemeester
                                        de bevoegdheid toekomt om een last onder bestuursdwang op te
                                        leggen. Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: </al><lijst><li nr="•"><al>de herstelsanctie inhoudende: </al><lijst><li nr="a."><al>last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de
                                                  overtreding, en</al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de
                                                  last door feitelijk handelen ten uitvoer te
                                                  leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt
                                                  uitgevoerd. (feitelijke bestuursdwang <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A21">5: 21 van de Awb</extref>);</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>de herstelsanctie inhoudende: </al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel
                                                  van de overtreding, en</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot betaling van een geldsom
                                                  indien de last niet of niet tijdig wordt
                                                  uitgevoerd. (opleggen van een dwangsom <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A31d">art. 5:31d van de Awb</extref>).</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr=""><al>Om de handel in drugs vanuit woningen en lokalen tegen te
                                        gaan is een strikte handhaving noodzakelijk. Om die reden
                                        wordt er voor de toepassing van bestuursdwang o.g.v. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>, in principe gekozen voor
                                        directe sluiting van het betreffende pand. Overeenkomstig de
                                        bepalingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> dient aan de overtreder een termijn te
                                        worden gegeven (begunstigingstermijn) waarbinnen hij of zij
                                        ‘vrijwillig’ het pand kan (doen) ontruimen.</al></li><li nr="5."><al>zwaarte sanctie/termijn sluiting. Blijkens de Memorie van
                                        Toelichting bij <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> [2] heeft deze bepaling
                                        tot doel: </al><lijst><li nr="-"><al>De preventie en beheersing van de uit het
                                                drugsgebruik voorvloeiende risico’s voor de
                                                volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>Het voorkomen van nadelige effecten van de handel in
                                                en het gebruik van drugs op het openbare leven en
                                                andere lokale omstandigheden.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>De op te leggen maatregel is bedoeld als herstelsanctie.
                                        Sluiting is gericht op het herstel van de gewenste situatie
                                        en het weren en terugdringen van drugshandel al dan niet in
                                        georganiseerd verband (en de effecten daarvan) vanuit
                                        panden. Doel van de sluiting en de daaraan gekoppelde
                                        termijn zijn daarmee in overeenstemming met het hiervoor
                                        genoemde doel van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>. De zwaarte van de op te
                                        leggen sanctie is afhankelijk van meerdere factoren. In
                                        paragraaf 6 zijn – niet limitatief- de indicatoren opgesomd
                                        die relevant zijn voor het bepalen van de zwaarte van de op
                                        te leggen sanctie. Deze indicatoren zijn in de
                                        beleidsafwegingen betrokken en hebben geleid tot de sancties
                                        zoals die in de beleidsregels als uitgangspunt zijn
                                        vastgelegd. (zie handhavingsmatrix)</al></li><li nr="6."><al>Relevante indicatoren voor bepalen zwaarte sanctie De
                                        navolgende (niet limitatieve) indicatoren zijn betrokken bij
                                        het bepalen van de zwaarte voor de op te leggen sancties: </al><lijst><li nr="•"><al>de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I en/of lijst II van de Opiumwet</extref>
                                                (dit zal in ieder geval een als handelshoeveelheid
                                                aan te merken hoeveelheid moeten zijn);</al></li><li nr="•"><al>Mate van professionaliteit of georganiseerdheid
                                                (thuisteler versus georganiseerd
                                                bedrijfsmatig/crimineel netwerk);</al></li><li nr="•"><al>de mate waarin het gebouw betrokken is bij de
                                                drugshandel in georganiseerd verband;</al></li><li nr="•"><al>de mate waarin het gebouw bekend staat als
                                                drugsadres;</al></li><li nr="•"><al>de vraag of sprake is van/dan wel samenloop met
                                                gewelds- of andere openbare orde delicten;</al></li><li nr="•"><al>de vraag of sprake is van één of meer
                                                (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Wapens%20en%20Munitie">Wet Wapens en Munitie</extref>;</al></li><li nr="•"><al>het bestaan van een vermoeden van verwijtbaarheid
                                                van de bewoner(s)/betrokkene(n);</al></li><li nr="•"><al>het bestaan van een vermoeden dat de
                                                bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in
                                                kringen van personen met antecedenten (hierbij moet
                                                met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Wapens%20en%20Munitie">Wet Wapens en Munitie</extref>, maar ook
                                                antecedenten op het gebied van geweld jegens
                                                personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging,
                                                vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol
                                                spelen);</al></li><li nr="•"><al>de vraag of sprake is van recidive;</al></li><li nr="•"><al>de vraag of sprake is van een combinatie van
                                                middelen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I en lijst II Opiumwet</extref>;</al></li><li nr="•"><al>de mate van brandgevaar en/of ander gevaar voor de
                                                omgeving; de mate van risico voor omwonenden;</al></li><li nr="•"><al>de mate van overlast en de effecten op de
                                                omgeving;</al></li><li nr="•"><al>de aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig
                                                de woonfunctie wordt gebruikt;</al></li><li nr="•"><al>de aannemelijkheid dat behalve het pand of het
                                                daarbij behorende erf nog één of meer locaties
                                                betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd
                                                verband;</al></li><li nr="•"><al>Mate van verwijtbaarheid en betrokkenheid van andere
                                                bewoners en de daarvan af te leiden bescherming die
                                                dat vergt.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Handhavingmatrix.</titel></kop><afdeling><kop><titel>5.1 Handhaving van gedoogcriteria bij het gedoogde
                                verkooppunt/coffeeshop</titel></kop><structuurtekst><al>Voor omschrijving van de gedoogcriteria zie paragraaf 3.2.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Constatering</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Affichering</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (binnen één jaar na dagtekening van de
                                                  schriftelijke waarschuwing): Sluiting voor de duur
                                                  van maximaal drie maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (binnen één jaar na heropening):
                                                  Sluiting voor de duur van maximaal twaalf maanden.
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Verkoop, aflevering, verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van harddrugs in de
                                                  inrichting</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Onmiddellijke sluiting van de
                                                  inrichting voor de duur maximaal twaalf maanden.
                                                  Tevens vervalt de gedoogstatus </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Overlast in of vanuit de coffeeshop of
                                                  veroorzaakt door de bezoekers van de coffeeshop in
                                                  de directe nabijheid daarvan</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing. Bij zeer
                                                  ernstige overlast bijvoorbeeld bij dreigen met
                                                  wapens, mishandeling en vechtpartijen kan
                                                  onmiddellijk en zonder uitstel overgegaan worden
                                                  tot sluiting voor maximaal twaalf maanden. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (binnen één jaar na dagtekening van de
                                                  schriftelijke waarschuwing): Sluiting voor de duur
                                                  van maximaal drie maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (binnen één jaar na heropening):
                                                  Sluiting voor de duur van maximaal twaalf maanden.
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Toegang voor minderjarigen</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Sluiting voor de duur van maximaal drie
                                                  maanden. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na
                                                  heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  twaalf maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Overschrijding maximale hoeveelheid per
                                                  transactie</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Sluiting voor de duur van maximaal drie
                                                  maanden. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na
                                                  heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  twaalf maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al> Overschrijding maximaal toegestane
                                                  handelsvoorraad 500 gram tot 3.000 gram </al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Sluiting voor de duur van maximaal drie
                                                  maanden. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na
                                                  heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  twaalf maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al> Overschrijding maximaal toegestane
                                                  handelsvoorraad Vanaf 3.000 gram </al></entry><entry colname="col2"><al> 1e en volgende keren Sluiting voor de duur van
                                                  maximaal twaalf maanden. </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Ingezetenen-criterium</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e en volgende keren Schriftelijke
                                                  waarschuwing. I.v.m. de lage opsporingsprioriteit
                                                  wordt op dit criterium alleen gehandhaafd indien
                                                  er sprake is van Samenloop met andere
                                                  overtredingen van de gedoogcriteria waarbij tevens
                                                  sprake is van een situatie van overlast
                                                  veroorzaakt door niet ingezetenen Bij overtreding
                                                  van meerdere criteria, werkt de overtreding van
                                                  het I-criterium als Verzwarende factor in de
                                                  beoordeling van de sanctie-maat van die andere
                                                  overtreding </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Overtreding alcoholverbod</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na
                                                  dagtekening van de schriftelijke waarschuwing c q
                                                  na heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  drie maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Overtreding kansspelautomatenverbod</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing aan zowel de
                                                  exploitant van de speelautomaten als aan de
                                                  exploitant van de coffeeshop. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na
                                                  dagtekening van de schriftelijke waarschuwing c q
                                                  na heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  drie maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Exploitatie van een terras</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar
                                                  dagtekening van de schriftelijke waarschuwing c q
                                                  na heropening): Sluiting voor de duur van maximaal
                                                  drie maanden. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Ontbreken voorlichtingsmateriaal</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Schriftelijke waarschuwing. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e en volgende keren (binnen één jaar na de
                                                  schriftelijke waarschuwing c q na heropening):
                                                  Sluiting voor de duur van maximaal drie maanden.
                                                </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.2 Handhaving aanwezigheid en verkoop harddrugs en/of softdrugs
                                in en vanuit woningen en/of lokalen (niet zijnde gedoogd
                                verkooppunt/coffeeshop)</titel></kop><structuurtekst><al>Als uitgangspunt geldt dat de hierna genoemde maximum
                                herstelsancties worden opgelegd, tenzij naar het oordeel van de
                                burgemeester de omstandigheden van het concrete geval nopen tot het
                                opleggen van een lichtere sanctie.</al><tussenkop> HARDDRUGS</tussenkop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Constatering</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>HARDDRUGS</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Verkoop, aflevering, verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van harddrugs in/vanuit een lokaal
                                                  dan wel in, op of bij het lokaal behorende
                                                  erven</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Opiumwet Bestuursdwang: Sluiting van
                                                  het pand voor de duur maximaal twaalf maanden bij
                                                  horecabedrijven: intrekking drank- en
                                                  horecavergunning </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (binnen twee jaren na heropening)
                                                  Opiumwet Bestuursdwang: sluiting van het pand voor
                                                  onbepaalde tijd </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Verkoop, aflevering, verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van harddrugs in/vanuit een woning
                                                  dan wel in, op of bij de woning behorende erven,
                                                  van meer dan 0,5 gram</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Opiumwet Bestuursdwang: sluiting van
                                                  het pand voor de duur maximaal zes maanden </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (binnen twee jaren na heropening)
                                                  Opiumwet Bestuursdwang: sluiting van het pand voor
                                                  maximaal 12 maanden </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (binnen twee jaren na heropening)
                                                  Opiumwet Bestuursdwang: sluiting voor onbepaalde
                                                  tijd </al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> SOFTDRUGS</tussenkop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Constatering</al></entry><entry colname="col2"><al>1e</al></entry><entry colname="col3"><al>2e</al></entry><entry colname="col4"><al>3e</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>SOFTDRUGS</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Verkoop, aflevering verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van softdrugs in/vanuit een lokaal
                                                  dan wel in, op of bij het lokaal behorende
                                                  erven</al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Opiumwet Bestuursdwang: sluiting voor
                                                  de duur van maximaal zes maanden. Woningwet:
                                                  dwangsom. </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (Binnen twee jaren na heropening):
                                                  Opiumwet Bestuursdwang: sluiting voor maximaal
                                                  twaalf maanden. Woningwet, verbeuring dwangsom
                                                  Woningwet </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (Binnen twee jaren na heropening):
                                                  Opiumwet Bestuursdwang: sluiting voor onbepaalde
                                                  tijd. </al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al> Verkoop, aflevering, verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van een kleine handelshoeveelheid
                                                  softdrugs in een woning dan wel in, op of bij de
                                                  woning behorende erven: Kleine handelshoeveelheid
                                                  is: - meer dan 30 maar Minder dan 50 gram - 6 tot
                                                  20 hennepplanten </al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Bij overtreding: Opiumwet: dwangsom
                                                  Bij overtreding Woningwet: dwangsom </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (Bij overtreding binnen twee jaren na
                                                  de 1e overtreding): Opiumwet: verbeuring dwangsom
                                                  En: Bestuursdwang: sluiting voor de duur van zes
                                                  maanden. Woningwet; verbeuring dwangsom en
                                                  opleggen nieuwe dwangsom </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (binnen twee jaren na de vorige
                                                  overtreding): Opiumwet: sluiting voor de duur van
                                                  maximaal zes maanden. Woningwet: verbeuring
                                                  dwangsom </al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al> Verkoop, aflevering, verstrekking dan wel
                                                  aanwezig hebben van een handelshoeveelheid
                                                  softdrugs in een woning van dan wel in, op of bij
                                                  de woning behorende erven: - meer dan 50 gram - 20
                                                  of meer hennepplanten </al></entry><entry colname="col2"><al> 1e keer Opiumwet: bestuursdwang: sluiting
                                                  voor de duur van maximaal drie maanden. Woningwet,
                                                  dwangsom </al></entry><entry colname="col3"><al> 2e keer (Binnen twee jaren na eerste
                                                  overtreding): Opiumwet: bestuursdwang: sluiting
                                                  voor de duur van maximaal zes maanden. Woningwet:
                                                  verbeuring dwangsom en Opleggen nieuwe dwangsom
                                                  </al></entry><entry colname="col4"><al> 3e keer (Binnen twee jaren na de 2e
                                                  overtreding): Opiumwet: bestuursdwang: sluiting
                                                  voor de duur van maximaal twaalf maanden.
                                                  Woningwet, verbeuring dwangsom </al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.3. Handhaving - straathandel</titel></kop><structuurtekst><al>Handel in en gebruik van drugs op straat brengt een aanzienlijke
                                overlast met zich mee. Om hieraan het hoofd te bieden is een <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008">APV</extref> bepaling ontworpen die het begeven op de weg om
                                drugs te verhandelen strafbaar stelt, waartegen de politie optreedt.
                                De straathandel in zowel soft- als harddrugs is verboden. Daarnaast
                                kan de burgemeester een verblijfsontzegging opleggen.</al><tussenkop> Artikel 2.7.1 Drugshandel op straat</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> is het verboden op of aan de weg post te
                                    vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan
                                    wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer
                                    of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                    bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref>, of daarop gelijkende waar, al dan niet
                                    tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven,
                                    daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><tussenkop> Artikel 2.1.1.2 Verblijfsontzeggingen</tussenkop><al>1. Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in
                                    het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich
                                    te bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en
                                    plaatsen gedurende de uren daarin genoemd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.4. Voornemen en zienswijze</titel></kop><structuurtekst><al>Voordat de burgemeester daadwerkelijk overgaat tot sluiten van een
                                woning of lokaal, wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld een
                                zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluit.</al><al>Alleen als de situatie zo spoedeisend is dat het bestuursorgaan de
                                beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift
                                kan stellen, dan moet de opschriftstelling zo spoedig mogelijk
                                plaatsvinden nadat de bestuursdwang is toegepast (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A31">artikel 5:31 lid 2 Algemene wet bestuursrecht</extref>).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.5. Begunstigingstermijn</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A24">artikel 5:24 lid 2 Algemene wet bestuursrecht</extref> dient in
                                de beslissing tot toepassing van bestuursdwang een termijn gesteld
                                te worden waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging kan
                                voorkomen door zelf maatregelen te nemen. Als zich echter een
                                spoedeisende situatie voordoet kan bestuursdwang worden toegepast
                                zonder voorafgaande last. Bij de aanpak van hennepteelt, drugshandel
                                en -productie zal daarvan als regel sprake zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.6. Hardheidsclausule</titel></kop><structuurtekst><al>De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van de gestelde sancties
                                zoals deze zijn vastgesteld in het beleid. In geval zich een
                                situatie voordoet waarin niet wordt voorzien zal in lijn met
                                bovenstaande beleid worden opgetreden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>6.1. Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsnota wordt aangehaald als “Beleidsnota drugs- en
                                coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2014”.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>6.2 Inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De Beleidsnota drugs- en coffeeshopbeleid gemeente
                                        Stadskanaal 2014 treedt in werking één dag na
                                        bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Het Coffeeshopbeleid en het Handhavingsarrangement
                                        coffeeshopbeleid en harddrugs vastgesteld op 15 mei 2007 en
                                        laatstelijk gewijzigd op 5 februari 2008 worden
                                        ingetrokken.</al></li></lijst><al><cursief>Aldus vastgesteld door de burgemeester op 11 februari 2014</cursief></al><al><cursief>de burgemeester</cursief></al><al><cursief>mevrouw B.A.H. Galama</cursief></al><al><cursief>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, voor
                        zover het de handhaving op grond van </cursief><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1a"><cursief>artikelen 1a</cursief></extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1b"><cursief>1b</cursief></extref><cursief>, </cursief><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14"><cursief>14 </cursief></extref><cursief>juncto </cursief><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=17"><cursief>17 van de Woningwet </cursief></extref><cursief>betreft, op 11 februari 2014</cursief></al><al/><al><cursief>de secretaris de burgemeester</cursief></al><al><cursief>de heer G.J. van der Zanden mevrouw B.A.H. Galama</cursief></al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><vet>Bijlage 1 Het juridisch Instrumentarium</vet></al><al><vet>1. De Opiumwet</vet></al><al><vet>1.1. Algemeen.</vet></al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> zijn alle middelen opgenomen die door de Nederlandse
                    overheid als drugs worden beschouwd. Gebruik van drugs is in Nederland niet
                    strafbaat. Dat geldt wel voor de productie, de handel en het bezit van drugs
                    strafbaar.</al><al>In deze nota wordt onder drugshandel in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> ook verstaan het houden van een
                    hennepplantage waarbij er aanwijzingen zijn dat er sprake kan zijn van handel.
                    Aanwijzingen die hiertoe leiden zijn in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>het houden van meer dan vijf hennepplanten [3];</al></li><li nr="-"><al>de inrichting van de plantage: bij een hennepplantage die is ingericht
                            op het verwerken van meer dan vijf hennepplanten of het aantreffen van
                            reststoffen, materialen of andere aanwijzingen die duiden op een eerdere
                            oogst, is er sprake van telen voor handel [4];</al></li><li nr="-"><al>het aantreffen van afval en/of reststoffen van middelen als vermeld op
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I of II van de Opiumwet</extref>.</al></li></lijst><al>Van belang hierbij is dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> volgt dat de enkele aanwezigheid van een
                    handelshoeveelheid drugs de bevoegdheid geeft tot toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> [5]. Het is dus niet nodig dat drugs
                    daadwerkelijk worden verhandeld. Verder is van belang dat de werking van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> zo ver reikt dat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van deze wet</extref> ook kan worden toegepast wanneer het
                    slechts gaat om delen van de hennepplant indien de hars hier niet aan onttrokken
                    is [6]. In het vervolg van deze nota worden dan ook daar waar over drugshandel,
                    handel of illegale verkooppunten wordt gesproken ook hennepplantages
                    bedoeld.</al><al><vet>1.2. Burgemeester toepassing: De ‘Wet Damocles’ (artikel 13b van de
                        Opiumwet).</vet></al><al>Tot de inwerkingtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Wet Damocles</extref> – <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> – was het OM de enige handhaver van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> en kon tegen overtredingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> uitsluitend strafrechtelijk worden opgetreden. De
                    regering was echter van mening dat de handhaving van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> vraagt om een gecoördineerde inzet van het openbaar
                    bestuur, het OM en de politie. Daarbij is ingezien dat een actieve opstelling
                    van het openbaar bestuur vereist dat dit bestuur over een adequaat en sluitend
                    wettelijk instrumentarium beschikt om zowel preventief als repressief op te
                    kunnen treden.</al><al>Bij wet is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> dan ook ingevoerd, de zogenoemde
                        ‘<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Wet
                        Damocles</extref>”. De burgemeester heeft daarmee de bevoegdheid gekregen om
                    een last onder bestuursdwang op te leggen indien middelen als bedoeld in de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikelen 2 (harddrugs)</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 (softdrugs) van de Opiumwet</extref> in voor het publiek toegankelijke
                    lokalen en daarbij behorende erven worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan
                    wel daartoe aanwezig zijn. Op deze wijze heeft het openbaar bestuur dus de
                    mogelijkheid gekregen om een lokaal (bijvoorbeeld coffeeshop, café of winkel) te
                    sluiten ingeval er soft- en/of harddrugs worden verhandeld. Bij wet van 27
                    september 2007, in werking getreden op 1 november 2007, is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> gewijzigd en sindsdien naast lokalen ook
                    toepasbaar op woningen. In tegenstelling tot <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref>, paragraaf 2.3, is het doel van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> niet het bestrijden van overlast als
                    gevolg van handel in drugs. Weliswaar wordt tevens beoogd de met de handel in
                    drugs gepaard gaande overlast tegen te gaan, maar primair heeft men met de
                    invoering van dit artikel willen bereiken dat de burgemeester een direct
                    instrument voorhanden heeft in de vorm van het toepassen van een last onder
                    bestuursdwang om de handel in drugs te bestrijden. Verstoring van de openbare
                    orde of vrees daartoe is dus geen voorwaarde voor het ontstaan van de
                    bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Ook speelt
                    bijvoorbeeld de persoonlijke verwijtbaarheid van de betrokken exploitant van een
                    illegaal verkooppunt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot
                    sluiting van de inrichting noopt. In de bestuursrechtelijke procedure hoeven ook
                    geen strafrechtelijke bewijsregels in acht te worden genomen. Er kan worden
                    uitgegaan van het feitencomplex dat naar voren is gekomen uit het proces-verbaal
                    of rapport van bevindingen dat door de politie is opgemaakt. In beginsel is het
                    daarbij voor het bestuursrechtelijk optreden niet van belang of de eigenaar,
                    huurder, bewoner of een derde de overtreding heeft begaan. De feitelijke
                    constatering van overtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> is voldoende om over te gaan tot handhavend optreden. Het
                    is dus ook niet noodzakelijk dat een na een waarschuwing volgende overtreding
                    door dezelfde persoon wordt begaan. Het bestuursrechtelijk optreden is dus niet
                    persoonsgebonden maar pandgebonden.</al><al><vet>Opiumwet, artikel 13b</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder
                            bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij
                            woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I of II</extref> wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan
                            wel daartoe aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven
                            als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de
                            artsenij bereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de
                            diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of
                            dierenartsen.</al></li></lijst><al><vet>2. De Gemeentewet</vet></al><al><vet>2.1. Burgemeester toepassing: De ‘Wet Victoria’ (artikel 174a
                        Gemeentewet).</vet></al><al>Tot de wetgeving op het terrein van drugsbeleid behoort ook <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref>, de zogenoemde <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">Wet Victoria</extref>. Bij deze <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">wet</extref> is, reeds voorafgaand aan <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref>, de bevoegdheid gecreëerd voor de
                    burgemeester om een last onder bestuursdwang op te leggen tegen illegale
                    verkooppunten van drugs. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> kan de burgemeester besluiten een
                    woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                    lokaal behorend erf te sluiten indien door gedragingen in de woning of het
                    lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf
                    wordt verstoord.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Artikel 13b van de Opiumwet</extref> is niet in de plaats getreden van de
                    bevoegdheid op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref>. De reden hiervoor is dat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> de burgemeester de bevoegdheid
                    toekent om woningen en dergelijke te sluiten wegens verstoring van de openbare
                    orde of ernstige vrees daarvoor zonder dat dit gekoppeld wordt aan bepaalde
                    strafbare feiten. Dit criterium is indertijd bewust in de wet opgenomen om een
                    rechtsbasis te creëren om op te treden tegen woningen waarbij ook om andere
                    redenen dan overtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> sprake is van verstoring van de openbare orde zoals
                    bijvoorbeeld wapenhandel of prostitutie. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">Artikel 174a van de Gemeentewet</extref> heeft dus een ruimere
                    werkingssfeer en wordt ook als zodanig gebruikt.</al><al>De voorwaarde voor optreden op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> is dus, dat “door de gedragingen
                    in de woning de openbare orde rond de woning wordt verstoord”. De openbare
                    ordeverstoring kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat woningen fungeren als
                    gebruikerspanden of als illegaal verkooppunt van drugs. Er kan echter niet
                    worden opgetreden wanneer er bijvoorbeeld wel in drugs wordt gehandeld maar er
                    geen sprake is van ernstige overlast. Tevens worden er aan het bewijs voor
                    verstoring van de openbare orde door de rechter zeer strenge en concrete eisen
                    gesteld. Zo dient het dossier talrijke overlastmeldingen van omwonenden,
                    sfeerrapportages en processen-verbaal van afgevangen klanten te bevatten. In de
                    meeste gevallen waarbij sprake is van drugshandel in of bij woningen zal
                    derhalve eerder op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> (kunnen) worden opgetreden.</al><al><vet>2.2. Burgemeester toepassing: Gemeentewet, artikel 174a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek
                            toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te
                            sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het
                            erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt
                            verstoord.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens
                            toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op
                            de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder
                            een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                            woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt
                            of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het
                            eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de
                            woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is
                            eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval
                            van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde
                            kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen
                            tijdstip te verlengen.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de
                            gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen
                            waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste
                            volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in
                            spoedeisende gevallen niet mogelijk is.</al></li><li nr="5."><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A25">artikelen 5:25</extref> tot en met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A28">5:28 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> zijn van
                            overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de
                            ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A25">artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>
                            verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.</al></li></lijst><al><vet>3. De Woningwet en overige wetten</vet></al><al><vet>3.1. College toepassing: De ‘Wet Victor’</vet></al><al>De Wet Victor regelt het traject na een sluiting op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a Gemeentewet</extref>. Indien, in voorkomend geval, sluiting
                    niet voldoende wordt geacht dan wel de opheffing van een tijdelijke sluiting
                    niet verantwoord is, kan op grond van de Wet Victor worden opgetreden. Bij deze
                    wet zijn de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Onteigeningswet">Onteigeningswet</extref> en het Burgerlijk Wetboek aangevuld met
                    bevoegdheden. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14">Artikel 14 van de Woningwet</extref> biedt het bevoegd gezag (het college
                    van burgemeester en wethouders) de mogelijkheid om de eigenaar of personen die
                    uit andere hoofde bevoegd zijn tot het in het gebruik geven van het gesloten
                    gebouw, open erf of terrein te verplichten om het gebouw, open erf of terrein in
                    gebruik of beheer te geven aan een andere persoon of instelling. Ook kunnen
                    burgemeester en wethouders op grond van dit artikel eisen dat voorzieningen
                    worden getroffen zodat het gebouw, open erf of terrein weer op redelijke wijze
                    tot bewoning of gebruik kan dienen. Indien geen gehoor wordt gegeven aan de
                    aanschrijving kan tot toepassing van een last onder bestuursdwang of de
                    oplegging van een lastgeving onder dwangsom worden besloten. In het uiterste
                    geval kan het college tot onteigening van het gesloten gebouw, open erf of
                    terrein overgaan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Onteigeningswet/article=77">artikel 77lid 1 sub 7 van de Onteigeningswet</extref>. De gemeente kan het
                    gebouw, open erf of terrein dan ook zelf verkopen of verhuren via een
                    plaatselijke woningcorporatie.</al><al><vet>3.2. College toepassing: Woningwet, artikel 1a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit
                            andere hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen
                            draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open
                            erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan
                            wel voortduurt.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt,
                            dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er,
                            voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat
                            bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid
                            ontstaat dan wel voortduurt.</al></li></lijst><al><vet>3.3. College toepassing Woningwet, artikel 1b</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het
                            uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk te bouwen, voor
                            zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing
                            zijnde voorschriften, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=2">artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, aanhef en
                                onderdeel d, derde en vierde lid</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een bestaand bouwwerk, open erf of terrein in een staat
                            te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de
                            staat van dat bouwwerk, open erf of terrein van toepassing zijnde
                            voorschriften, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=2">artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, tweede lid, aanhef en
                                onderdeel a, en vierde lid</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een bouwwerk, open erf of terrein in gebruik te nemen,
                            te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de
                            op die ingebruikneming of dat gebruik van toepassing zijnde
                            voorschriften, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=2">artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, tweede lid, aanhef en
                                onderdeel b, derde en vierde lid</extref>.</al></li><li nr="4."><al>Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het
                            uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk, dan wel deel
                            daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is
                            voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften,
                            bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden te slopen voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de
                            op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=2">artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdelen c en d, en derde
                                lid</extref>.</al></li></lijst><al><vet>3.4. College toepassing: Woningwet, artikel 14 juncto artikel 17</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een gebouw, een open erf of een terrein op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=17">artikel 17</extref>, dan wel een gebouw op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref>, een verordening als
                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">artikel 174 van die wet</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> is gesloten, kan bij besluit
                            van het bevoegd gezag degene die als eigenaar of uit andere hoofde
                            bevoegd is tot het in gebruik geven van dat gebouw, open erf of terrein,
                            worden verplicht om naar keuze van het bevoegd gezag het gebouw, open
                            erf of terrein binnen een daarbij te bepalen termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>in gebruik te geven aan een andere persoon dan degene die als
                                    gevolg van de sluiting het gebruik van het gebouw, open erf of
                                    terrein heeft moeten staken, of</al></li><li nr="b."><al>in beheer te geven aan een persoon, die uit hoofde van beroep of
                                    bedrijf op het terrein van de huisvesting werkzaam is, of aan
                                    een op dat terrein werkzame instelling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan in zijn besluit: </al><lijst><li nr="a."><al>personen of instellingen als bedoeld in het eerste lid,
                                    onderdelen a en b, noemen uit welke degene tot wie het besluit
                                    is gericht een keuze moet maken, of, indien dit naar het oordeel
                                    van het bevoegd gezag niet mogelijk is, een persoon of
                                    instelling als hier bedoeld noemen aan wie het gebouw, open erf
                                    of terrein binnen een daarbij aangegeven termijn en op een
                                    daarbij aangegeven wijze in gebruik dan wel in beheer moet
                                    worden gegeven,</al></li><li nr="b."><al>indien het gebouw, open erf of terrein noodzakelijke
                                    voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot bewoning of
                                    gebruik te kunnen dienen, degene die als eigenaar of uit anderen
                                    hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, ertoe
                                    verplichten om binnen een door hem te bepalen termijn de door
                                    hem aan te geven voorzieningen te treffen, en</al></li><li nr="c."><al>zo nodig, andere voorwaarden aan de uitvoering van het besluit
                                    stellen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien het eerste lid, onderdeel b, van toepassing is stelt het bevoegd
                            gezag een beheersvergoeding vast. De in dat onderdeel bedoelde persoon
                            of instelling stelt na overleg met degene tot wie het in dat lid
                            bedoelde besluit is gericht, de huurprijs vast op een bedrag dat
                            redelijk is in het economische verkeer en stelt de ontvangen huurprijs,
                            na aftrek van de beheersvergoeding, ter beschikking van degene tot wie
                            dat besluit is gericht.</al></li><li nr="4."><al>Een in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde persoon of instelling
                            die het gebruik of beheer van het gebouw, open erf of terrein heeft
                            beëindigd, doet daarvan binnen veertien dagen na de dag van beëindiging
                            mededeling aan het bevoegd gezag.</al></li><li nr="5."><al>Onder beheer wordt in dit artikel verstaan het in gebruik geven van een
                            gebouw, open erf of terrein en het daarna verrichten van al die
                            handelingen met betrekking tot dat gebouw, open erf of terrein die
                            volgens het burgerlijk recht tot de verantwoordelijkheid van een
                            eigenaar behoren.</al></li></lijst><al><vet>3.5. College toepassing: Onteigeningswet, artikel 77, lid 1, sub
                    7</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onteigening, bedoeld in deze titel kan plaatsvinden: (…) 7°. van een
                            gebouw als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14">artikel 14 van de Woningwet</extref> ten behoeve van de handhaving
                            van de openbare orde rond dat gebouw of van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref> in zodanig gebouw, indien de uitoefening
                            van de bevoegdheden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=14">artikel 14, eerste lid, van de Woningwet</extref>, geen uitzicht
                            heeft geboden op een duurzaam herstel van de openbare orde rond dat
                            gebouw welke is verstoord door gedragingen in het gebouw,
                            onderscheidenlijk het duurzaam achterwege blijven van een overtreding
                            van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikel 2</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref> in dat gebouw;</al></li></lijst><al><vet>3.6. De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen</vet></al><al>Op 1 juli 2007 is de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20kenbaarheid%20publiekrechtelijke%20beperkingen%20onroerende%20zaken">Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen</extref> (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20kenbaarheid%20publiekrechtelijke%20beperkingen%20onroerende%20zaken">Wkpb</extref>) in werking getreden. Deze wet regelt de registratie van
                    beperkende overheidsbesluiten. Op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20kenbaarheid%20publiekrechtelijke%20beperkingen%20onroerende%20zaken">Wkpb</extref> moet elk besluit tot sluiting op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikelen 13b van de Opiumwet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">174a van de Gemeentewet</extref> binnen vier dagen worden ingeschreven in
                    het openbare register van publiekrechtelijke beperkingen. Daarnaast is het
                    bevoegd gezag verplicht de gegevens over kadastrale objecten waarop een
                    beperking rust te melden aan de zogenaamde Landelijke Voorziening. Als de
                    beperking wordt opgeheven, de sluitingstermijn is verstreken of door een
                    rechtelijke uitspraak het besluit is ontbonden, dient dit eveneens te worden
                    vastgelegd in het register. Een besluit tot sluiting blijft na verkoop van het
                    object onverkort van toepassing en is door de verplichte registratie kenbaar
                    voor rechtsopvolgers.</al><al><vet>3.7. Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al><vet>Artikel 4:81</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een
                            hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel
                            door hem gedelegeerde bevoegdheid.</al></li><li nr="2."><al>In andere gevallen kan een bestuursorgaan slechts beleidsregels
                            vaststellen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:21</vet></al><al>Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie,
                    inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en</al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen
                            ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt
                            uitgevoerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:23</vet></al><al>Deze afdeling is niet van toepassing op optreden ter onmiddellijke handhaving
                    van de openbare orde.</al><al><vet>Artikel 5:25</vet></al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A25">artikel 5:25 van de Awb</extref> geschiedt de toepassing van een last onder
                    bestuursdwang op kosten van de overtreder. In de last onder bestuursdwang wordt
                    dit aan de overtreder meegedeeld. De kosten van voorbereiding van de last onder
                    bestuursdwang zijn ook verschuldigd, voor zover als gevolg van het alsnog
                    uitvoeren van de last onder bestuursdwang geen bestuursdwang is toegepast. Het
                    is mogelijk dat zaken worden meegevoerd en opgeslagen om de last onder
                    bestuursdwang te kunnen toepassen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A29">artikel 5:29 van de Awb</extref>. Zolang de verschuldigde kosten niet zijn
                    voldaan, kan de teruggave van zaken worden opgeschort.</al><al><vet>4. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV)</vet></al><al><vet>4.1. Artikel 2.4.1 APV. Verboden betreden gesloten verklaard
                    pand</vet></al><al>In de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-4-1-betreden-gesloten-woning-of-lokaal">APV</extref><extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-4-1-betreden-gesloten-woning-of-lokaal">van de gemeente Stadskanaal is in artikel 2.4.1</extref> een koppeling
                    gemaakt met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref>.</al><al>De burgemeester is op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> bevoegd tot sluiting van woningen
                    van waaruit (drugs)overlast wordt veroorzaakt. Aangezien dit artikel in de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> niet de rechtsgevolgen van de sluiting regelt, is dit
                    geregeld in <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-4-1-betreden-gesloten-woning-of-lokaal">artikel 2.4.1 lid 1 van de APV</extref>: verbod tot het betreden van een op
                    basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a Gemeentewet</extref> gesloten lokaal/woning zonder
                    ontheffing.</al><al>Het tweede lid van <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-4-1-betreden-gesloten-woning-of-lokaal">artikel 2.4.1 van de APV</extref> is gebaseerd op de bevoegdheid van de
                    burgemeester ex <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> om een last onder bestuursdwang op te
                    leggen als in voor het publiektoegankelijke lokalen en daarbij behorende erven
                    drugs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikel 2 (harddrugs)</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 (softdrugs) van de Opiumwet</extref> worden verkocht, afgeleverd,
                    verstrekt of daarvoor aanwezig zijn. Met de laatste wijziging van de Opiumwet is
                    het ook mogelijk om op te treden tegen drugshandel vanuit woningen en niet voor
                    het publiek toegankelijke lokalen. <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-4-1-betreden-gesloten-woning-of-lokaal">Lid 2 van artikel 2.4.1 van de APV</extref> regelt het verbod om zonder
                    ontheffing een op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> gesloten lokaal/woning te
                    betreden.</al><al>Aangezien de situatie kan ontstaan dat personen de woning of het lokaal moeten
                    betreden wegens dringende redenen, is het derde lid aan artikel 2.4.1
                    toegevoegd: uitzondering van het verbod. Anders zou het verbod uit het eerste
                    lid wel erg absoluut zijn.</al><al><vet>4.2. Artikel 2.7.1 APV.</vet></al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref> wordt geen aandacht besteed aan overlast ten gevolge van
                    drugshandel op straat. De straathandel in drugs kan echter wel leiden tot een
                    verstoring van de openbare orde. In <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Algemene-Plaatselijke-Verordening-gemeente-Stadskanaal-2008#artikel-2-7-1-drugshandel-op-straat">artikel 2.7.1 van de APV</extref> is dan ook, kort gezegd, opgenomen dat
                    het verboden is om op of aan de weg post te vatten of zich heen en weer te
                    bewegen dan wel zich in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer
                    te rijden met het kennelijke doel om soft- en/of hard drugs af te leveren, aan
                    te bieden of te verwerven daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                    bemiddelen.</al><al><vet>5. Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de
                    Mens</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Artikel 13b van de Opiumwet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> raken het recht op ongestoord
                    genot van de woning zoals dat is neergelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950/article=8">artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
                        mens en de fundamentele vrijheden</extref> (hierna: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950">EVRM</extref>). De wetsbepalingen dienen daarom te voldoen aan de eisen die
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950/article=8">artikel 8 EVRM</extref> stelt.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Artikel 13b van de Opiumwet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> voorzien in een wettelijke
                    grondslag in het nationale recht voor een beperking van de persoonlijke
                    levenssfeer en voldoen aan de eisen van voorzienbaarheid en toegankelijkheid.
                    Het doel dat wordt gediend met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b van de Opiumwet</extref> sluit ook aan bij het doelcriterium
                    “voorkoming van strafbare feiten” zoals opgesomd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950/article=8">artikel 8, tweede lid van het EVRM</extref>. Het doel dat wordt gediend met
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> sluit aan bij het doelcriterium
                    “noodzakelijk in het belang van de openbare veiligheid” uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950/article=8">artikel 8, tweede lid van het EVRM</extref>. Daarnaast worden ook rechten
                    van anderen, in dit geval omwonenden, beschermd: aan intimidatiepraktijken wordt
                    een einde gemaakt en overlast wordt weggenomen. Daardoor kunnen omwonenden het
                    recht op ongestoord genot van hun woning weer ten volle uitoefenen. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">Artikel 13b van de Opiumwet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a">artikel 174a van de Gemeentewet</extref> dienen dus de door het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950">EVRM</extref> genoemde gerechtvaardigde belangen en voldoen hiermee aan de
                    eisen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20bescherming%20van%20de%20rechten%20van%20de%20mens%20en%20de%20fundamentele%20vrijheden%2C%20Rome%2C%2004-11-1950/article=8">artikel 8 EVRM</extref>.</al><al><vet>Artikel 8 EVRM - Recht op eerbiediging van privéleven, familie- en
                        gezinsleven</vet></al><al>Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en
                    gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.</al><al>Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit
                    recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving
                    noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare
                    veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van
                    wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de
                    goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.</al><al><vet>Bijlage 2: Definities</vet></al><lijst><li nr=""><al>Harddrugs:</al></li><li nr=""><al>middelen vermeld op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst I en lijst II behorend bij de Opiumwet</extref>, met
                            uitzondering van softdrugs.</al></li><li nr=""><al>Softdrugs:</al></li><li nr=""><al>hasjiesj en hennep (ook stekjes), zoals omschreven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">lijst II behorend bij de Opiumwet</extref>.</al></li><li nr=""><al>Handel in drugs:</al></li><li nr=""><al>het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan
                            wel het daartoe aanwezig zijn daarvan.</al></li><li nr=""><al>Woning:</al></li><li nr=""><al>een voor bewoning bestemd gebouw.</al></li><li nr=""><al>Woonwagen:</al></li><li nr=""><al>een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en
                            dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.</al></li><li nr=""><al>Standplaats:</al></li><li nr=""><al>een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop
                            voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare
                            nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden
                            aangesloten.</al></li><li nr=""><al>Woonschip:</al></li><li nr=""><al>elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te
                            oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak
                            bestemd is tot woonverblijf van één of meer personen;</al></li><li nr=""><al>Woonkeet:</al></li><li nr=""><al>een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in
                            een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid.</al></li><li nr=""><al>Lokaal:</al></li><li nr=""><al>een voor het publiek toegankelijk gebouw of een niet voor het publiek
                            toegankelijk gebouw.</al></li><li nr=""><al>Pand:</al></li><li nr=""><al>bewoonde en niet bewoonde woningen en lokalen. Bepalend voor het
                            genoemde onderscheid is dat regelmatig drugshandel in/vanuit woningen
                            wordt geconstateerd, die niet gebruikt worden als woning. Daarnaast komt
                            het voor dat niet voor bewoning bestemde panden worden gebruikt als
                            woning.</al></li><li nr=""><al>Gebouw:</al></li><li nr=""><al>een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt</al></li><li nr=""><al>Een voor het publiek toegankelijk lokaal:</al></li><li nr=""><al>een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf die –al
                            dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijk is.</al></li><li nr=""><al>Een niet voor het publiek toegankelijk lokaal:</al></li><li nr=""><al>een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf, die niet
                            voor het publiek toegankelijk is, niet zijnde een woning.</al></li><li nr=""><al>Coffeeshop:</al></li><li nr=""><al>een openbare inrichting waar met vergunning van de burgemeester
                            alcoholvrije dranken worden verkocht en waar verkoop van softdrugs
                            plaatsvindt op grond van een daartoe door de burgemeester verleende
                            gedoogbrief.</al></li><li nr=""><al>RIEC:</al></li><li nr=""><al>Regionaal Informatie en Expertise Centrum</al></li></lijst><al><vet>Bijlage 3: Bepalen hoogte last onder dwangsom (Richtlijn dwangsomhoogte
                        m.b.t. bevoegdheden college resp. de burgemeester).</vet></al><al><vet>1. Algemeen: nut en noodzaak beleidsregel</vet></al><al>Om gebruik te maken van de dwangsombevoegdheid is het geen wettelijke eis dat
                    het college respectievelijk de burgemeester daarvoor een richtlijn heeft
                    vastgesteld. Om reden van uniforme handhavingspraktijk, rechtszekerheid en
                    transparantie richting alle belanghebbenden heeft dit echter wel de voorkeur.
                    Deze beleidsregel geeft houvast bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom
                    en het maximum te verbeuren bedrag.</al><al><vet>2. Richtlijn; indicatief, niet uitputtend</vet></al><al>In het algemeen is de hoogte van de dwangsom afhankelijk van de aard van de
                    overtreding en is niet bij voorbaat exact aan te geven hoe deze wordt berekend.
                    Samengevat hebben het college en de burgemeester bij het bepalen van de hoogte
                    van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van
                    beleidsvrijheid. De dwangsomhoogte moet op de ernst van de overtreding worden
                    afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te
                    voorkomen (effectiviteit, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A32">artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht</extref>). Verder is de hoogte van
                    de dwangsom afhankelijk van verschillende factoren:</al><lijst><li nr="-"><al>de dwangsom moet voldoende pressie voor de overtreder tot gevolg hebben
                            om de overtreding op te heffen of te beëindigen;</al></li><li nr="-"><al>de (geschatte) kosten die de overtreder moet maken om de overtreding op
                            te heffen; de dwangsom moet hoger zijn dan het door de overtreding door
                            de overtreder behaalde (geschatte) financiële voordeel;</al></li><li nr="-"><al>het wegnemen van ongerechtvaardigd voordeel dat de overtreder heeft
                            behaald met de overtreding;</al></li><li nr="-"><al>voorkoming van herhaling, beperking van schade en herstel in de
                            oorspronkelijke toestand;</al></li><li nr="-"><al>de bevestiging van normen gesteld in het belang van o.a. regelgeving en
                            ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="-"><al>de financiële draagkracht van de overtreder.</al></li></lijst><al><vet>3. Verlagende en verhogende factoren</vet></al><al>Een situatie waarbij de overtreding zelf klein is, kan leiden tot bijstellen
                    naar beneden (de tabel is indicatief). Ook naar aanleiding van ingediende
                    zienswijzen of heroverweging in de bezwaarprocedure kan de hoogte naar beneden
                    worden bijgesteld.</al><al>Als de overtreding is begaan door een bedrijf, kan bij bepaling van de hoogte
                    van de dwangsom(men) gekeken worden o.a. naar rechtsvorm, kapitaal, draagkracht
                    (financiële positie), het aantal werknemers, de omzet en de winst van de
                    onderneming.</al><al>De hoogte van de gekozen bedragen en het maximum te verbeuren bedrag hebben
                    primair tot doel de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (reparatoir
                    karakter van de dwangsom), waarbij het gaat om maatwerk van geval tot geval. In
                    het handhavingsbeleid is dit ook steeds uitgangspunt. De dwangsom mag dus niet
                    het karakter van een straf krijgen (niet punitief).</al><al>Een maximum te verbeuren bedrag is gekozen omdat de overtreding waarvoor de
                    dwangsom wordt verbeurd wel telkens door handhaving geconstateerd en vastgelegd
                    moet worden.</al><al>Mocht de overtreding niet ongedaan zijn gemaakt, of verdere overtreding dan wel
                    herhaling niet kunnen worden voorkomen dan kan het zijn dat de hoogte van de
                    dwangsom te laag is gekozen.</al><al>Het is dan mogelijk om na het bereiken van het maximum een nieuwe (hogere) last
                    onder dwangsom op te leggen. Ook de hoogte van deze hogere dwangsom moet in de
                    dwangsombeschikking gemotiveerd worden. In dat geval bijv. in de beschikking
                    vermelden dat uit onderzochte/geconstateerde feiten/omstandigheden is gebleken
                    dat de eerder opgelegde en verbeurde dwangsombedragen niet hebben geleid tot het
                    beëindigen van de overtreding(en).</al><al>De eerder verbeurde dwangsommen blijven natuurlijk wel verschuldigd als (binnen
                    zes maanden na de dag waarop het bedrag is verbeurd) de invordering is
                    aangevangen.</al><al><vet>4. Criteria voor een dwangsom afgestemd op het financiële voordeel dat een
                        overtreder kan verwachten</vet></al><al>De hoogte van het bedrag van de dwangsom kan ook worden afgestemd op het
                    financiële voordeel dat een overtreder kan verwachten bij het niet naleven van
                    deze regels. Met de financiële omstandigheden van de wetsovertreder hoeft in
                    beginsel geen rekening te worden gehouden.</al><al>De vraag die de rechter is voorgelegd, is hoe bepaald moet worden of de hoogte
                    van een dwangsom – die een overtreder moet betalen als hij geen gehoor geeft aan
                    de hem opgelegde last – redelijk is.</al><al><vet>Criteria voor de hoogte van de dwangsom</vet></al><al>Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt daarvoor het
                    volgende criterium. Aangezien de last onder dwangsom het doel heeft de
                    overtreder te bewegen tot naleving van de voor hem geldende wettelijke
                    voorschriften, kan de hoogte van het bedrag worden afgestemd op het financiële
                    voordeel dat een overtreder kan verwachten bij niet naleving van die
                    voorschriften. Van belang daarbij is dat de dwangsom een financiële prikkel moet
                    zijn om het strijdige gebruik te staken [7]. De Afdeling kijkt dus of er een
                    voldoende financiële prikkel is. Voor de rest gelden er geen zware
                    motiveringseisen voor het bestuursorgaan met betrekking tot de hoogte van de
                    dwangsom. Een schatting van het ten onrechte verkregen voordeel is voldoende.
                    Maar dat wil niet zeggen het bestuursorgaan het motiveringsbeginsel helemaal
                    opzij kan zetten. Zij moet wel duidelijk kunnen maken hoe de hoogte van de
                    dwangsom zich verhoudt tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde
                    werking van de dwangsomoplegging [8]. Een motivering die overigens slechts
                    marginaal wordt getoetst. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld
                    in de uitspraak van 19 september 1996 in zaak nr. H01.95.0638, AB 1997, 91,
                    bestaat bij het opleggen van een last onder dwangsom geen aanleiding voor een
                    indringende toetsing aan de evenredigheidsmaatstaf die in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A4">artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> besloten ligt, ook
                    niet wat betreft de toetsing van de hoogte van het bedrag waarop de dwangsom is
                    vastgesteld [9].</al><al>Het doel van een herstelsanctie als de last onder dwangsom, is dat
                    wetsovertreders worden bewogen tot naleving van de voor hen geldende regels. Om
                    dit doel te bereiken kan de hoogte van het bedrag van de dwangsom worden
                    afgestemd op het financiële voordeel dat een overtreder kan verwachten bij het
                    niet naleven van deze regels. Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen,
                    zoals: geen gehoor geven aan eerdere verzoeken van het bestuursorgaan de
                    onrechtmatige situatie te herstellen en een cumulatie van overtredingen.</al><al><vet>5. Toelichting tabellen</vet></al><al>Bij dwangsombeschikkingen gelden voor het bepalen van de dwangsomhoogte de in de
                    onderstaande tabellen genoemde indicatieve dwangsomhoogten. De tabellen
                    vermelden richtinggevende voorbeelden.</al><al>De geconstateerde feiten/omstandigheden zijn bepalend voor de individuele
                    vaststelling van de hoogte en het maximaal te verbeuren bedrag. Afwijkingen naar
                    boven/beneden van de dwangsomhoogte volgens de tabellen, waarvoor in het
                    concrete geval goede reden kan zijn, moet steeds goed onderbouwd zijn en in de
                    beschikking worden gemotiveerd.</al><al>Deze tabellen kunnen niet leiden tot calculerend gedrag van overtreders. Aan
                    deze tabellen kunnen geen rechten worden ontleend in die zin dat het college
                    respectievelijk de burgemeester in een concreet geval niet rechtens gehouden kan
                    zijn om op grond van de tabel een bepaalde dwangsomhoogte te bepalen.</al><al><vet>Tabel indicatieve dwangsomhoogten m.b.t. illegale activiteiten op basis van
                        de Opiumwet</vet></al><al><vet>Hennepkwekerij</vet></al><al>Hoogte van de dwangsom wordt afgestemd op het financiële voordeel dat een
                    overtreder kan verwachten bij het niet naleven van deze regels. Hierbij wordt
                    ervan uitgegaan dat 1 plant gemiddeld 30 gram oplevert. Voor de bepaling van de
                    kiloprijs wordt uitgegaan van de inkoopprijs. De inkoopprijs ligt medio 2012
                    rond de € 3.600,00 tot € 3.800,00. Dwangsomhoogte (indicatief): € 3.800 per
                    kg.</al><al><vet>Verkoop / aanwezigheid kleine (handels-) hoeveelheid drugs in een
                        woning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>meer dan 30 gram minder dan 50 gram;</al></li><li nr="2."><al>6 tot 20 hennepplanten.</al></li></lijst><al>Dwangsomhoogte (indicatief): Minimum: € 1.000,00. Maximum: € 2.200,00.</al><al><vet>Tabel indicatieve dwangsomhoogten, activiteit bouwen</vet></al><al>(Ver)Bouwen/ vergroten woning/ gebouw/in strijd met de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit%202012">Bouwbesluit</extref> of de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Bouwverordening-Stadskanaal-2010">Bouwverordening</extref>, dan wel in strijd met de
                    bestemmingsplanvoorschriften of andere gemeentelijke verordening resp.
                    beleidsregels.</al><al>Licht: € 1.500,00 - € 7.500,00 Matig: € 3.000,00 - € 15.000,00 Ernstig: €
                    5.000,00 - € 25.000,00 Buitencategorie: € 10.000,00 - € 50.000,00</al></bijlage><bijlage><al/><al/><al><vet>Voetnoten</vet></al><al/><al><vet>[1]</vet></al><al>De gedoogcriteria (AHOJGI-criteria) zijn: A: geen affichering; H: geen
                    harddrugs; O: geen overlast; J: geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor
                    jeugdigen tot een coffeeshop; G: geen verkoop van grote hoeveelheden per
                    transactie; I: geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van
                    Nederland.</al><al/><al><vet>[2]</vet></al><al>Kamerstukken II 1996/97, 25324 nr 3,blz. 5</al><al/><al><vet>[3]</vet></al><al>Dit is het maximum aantal dat in Nederland wordt gedoogd omdat het kan worden
                    gezien als telen voor eigen gebruik.</al><al/><al><vet>[4]</vet></al><al>Rb 's Hertogenbosch, 24 september 2010.</al><al/><al><vet>[5]</vet></al><al>Dit volgt uit het woord 'daartoe' zoals genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b">artikel 13b Opiumwet</extref>.</al><al/><al><vet>[6]</vet></al><al>Dit volgt uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=1">artikel 1 eerste lid sub b en lijst II van de Opiumwet</extref>.</al><al/><al><vet>[7]</vet></al><al>ABRvS 4 april 2007, LJN: BA2199 Ov. 2.4.1. (Coffeeshop te Bergen op Zoom).</al><al/><al><vet>[8]</vet></al><al>ABRvS 29 november 2007, LJN: BB9446 Ov. 2.6. (Glastuinbouw)</al><al/><al><vet>[9]</vet></al><al>ABRvS 25 juli 2007, LJN: BB0391 Ov. 2.13. (Apeldoornse Poeren)</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>