<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32303_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus, 19-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-03-11</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2010.055</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer kunt u gebruik maken van een referendum</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>REFERENDUMVERORDENING 2010</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>referendum: eenraadgevende stemming door kiesgerechtigde
                                    inwoners van de gemeente Zwolle over een raadsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>kiezer: de ingezetene van Zwolle die kiesgerechtigd is voor de
                                    verkiezing van de leden van de gemeenteraad.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>vakantieperiode: de periode, waarin in de gemeente Zwolle geen
                                    basisonderwijs wordt gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Referendumcommissie </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een referendumcommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie leden, die geen deel uitmaken van en
                                niet werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van de gemeente
                                Zwolle.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie heeft als taak:</al><lijst><li nr="a."><al>toezicht houden op het verloop van de
                                        referendumprocedure;</al></li><li nr="b."><al>adviseren aan het college en / of de raad over de toepassing
                                        van de Referendumverordening;</al></li><li nr="c."><al>adviseren over de vraagstelling van het referendum;</al></li><li nr="d."><al>het toetsen van het door de gemeente te gebruiken
                                        voorlichtingsmateriaal over de procedure van het referendum;</al></li><li nr="e."><al>het behandelen van en adviseren over klachten over
                                        de referendumprocedure.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de commissie en stelt een reglement
                                vast ten aanzien van de vergaderingen en de werkwijze van de
                                commissie. Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris van de
                                commissie</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Onderwerp van referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op grond van een inleidend verzoek besluiten dat een
                                referendum kan worden gehouden over een raadsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum kan niet worden gehouden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een raadsbesluit in bezwaar of beroep;</al></li><li nr="b."><al>een raadsbesluit tot het voor kennisgeving aannemen van
                                        nota's, rapporten, e.d.;</al></li><li nr="c."><al>een raadsbesluit over de vaststelling van geldelijke
                                        voorzieningen voor individuele of kleine groepen
                                        ambtsdragers en gewezen ambtsdragers, alsmede hun
                                        nabestaanden;</al></li><li nr="d."><al>een raadsbesluit over individuele benoemingen, ontslagen en
                                        schorsingen;</al></li><li nr="e."><al>een raadsbesluit tot het vaststellen van de begroting en de
                                        rekening;</al></li><li nr="f."><al>een raadsbesluit tot het vaststellen van gemeentelijke
                                        tarieven en belastingen;</al></li><li nr="g."><al>een raadsbesluit over onderwerpen waarover de raad geen
                                        uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft;</al></li><li nr="h."><al>een raadsbesluit in het kader van de uitvoering van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="i."><al>een raadsbesluit waarvan het belang van het referendum in
                                        een onevenredige verhouding staat tot het spoedeisende
                                        belang van de gemeente, die mede kunnen worden veroorzaakt
                                        door verplichtingen aan derden.</al></li><li nr="j."><al>een raadsbesluit dat een gehele of gedeeltelijke uitwerking
                                        is van of uitvoering geeft aan een eerder door de raad
                                        genomen besluit, waarover een referendum is gehouden of kon
                                        worden gehouden;</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het inleidend verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiezers kunnen over een door de raad te nemen besluit een inleidend
                                verzoek tot het houden van een referendum indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit inleidend verzoek moet ten minste twee werkdagen voor de
                                besluitvormingsronde van het Raadsplein, waarvoor het
                                conceptraadsbesluit is geagendeerd, schriftelijk bij het college
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inleidend verzoek vermeldt welk conceptraadsbesluit het
                                betreft.</al><al> Het verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiezers dat
                                tenminste gelijk is aan 0,15<vet> % </vet>van het totaal aantal
                                kiesgerechtigden van de laatstgehouden
                                gemeenteraadsverkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ondersteuning blijkt uit de bij het verzoek gevoegde naam, adres,
                                woonplaats en geboortedatum van de kiezers en hun handtekeningen, op
                                daartoe door de gemeente verstrekte formulieren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De beslissing op het inleidend verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Centraal Stembureau toetst of het inleidend verzoek voldoet aan
                                de vereisten van artikel 4 en maakt terzake een proces verbaal
                                op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bericht de raad uiterlijk vóór 10.00 uur op de dag
                                waarop de desbetreffende besluitvormingsronde van het Raadsplein
                                wordt gehouden of naar de mening van het stembureau voldaan is aan
                                de vereisten van artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de betreffende besluitvormingsronde van het Raadsplein wordt
                                eerst een besluit genomen over het raadsvoorstel en vervolgens over
                                het inleidend verzoek. Indien voor het conceptbesluit amendementen
                                worden voorgesteld en aangenomen wordt het inleidend verzoek geacht
                                te zijn ingediend over het geamendeerde raadsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>of het inleidend verzoek voldoet aan de in artikel 4
                                        gestelde eisen.</al></li></lijst><lijst><li nr=" b."><al>of het inleidend verzoek een conceptraadsbesluit betreft
                                        waarover, gelet op artikel 2 lid 2, een referendum kan
                                        worden gehouden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de raad van mening is dat over het raadsbesluit een
                                referendum kan worden gehouden, wordt de inwerkingtreding van het
                                raadsbesluit opgeschort totdat:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing als bedoeld in artikel 7 lid 4 is genomen,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>de raad een beslissing heeft genomen naar aanleiding van de
                                        uitslag van het referendum, zoals bedoeld in artikel
                                        16.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de raad van mening is dat de weigeringgrond van artikel 3 lid
                                2 sub i of sub j van toepassing is, verzoekt de raad de
                                referendumcommissie hierover een advies uit te brengen. In dat geval
                                wordt de beslissing op het inleidend verzoek en de inwerkingtreding
                                van het raadsbesluit waarover het inleidend verzoek is ingediend
                                verdaagd met ten hoogste twee weken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad kan de behandeling van het inleidend verzoek en het
                                desbetreffende raads-</al><al> voorstel ten hoogste verdagen tot de volgende besluitvormingsronde
                                van het Raadsplein.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De beslissing op het inleidend verzoek wordt binnen een week na de
                                besluitvormingsronde van het Raadsplein aan de indiener van het
                                verzoek bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In het geval van een geamendeerd raadsbesluit dient de indiener van
                                het inleidend verzoek binnen een week na de bekendmaking van het
                                raadsbesluit aan de raad aan te geven of de referendumprocedure
                                wordt vervolgd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Het definitieve verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van de beslissing
                                op het inleidend verzoek, kunnen kiezers een definitief verzoek tot
                                het houden van een referendum over het raadsbesluit bij het college
                                indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit definitieve verzoek moet worden ondersteund door een aantal
                                kiezers dat ten minste gelijk is aan 6% van het totaal aantal
                                kiesgerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ondersteuning blijkt uit de bij het definitieve verzoek gevoegde
                                naam, adres, woonplaats en geboortedatum van de kiezers en hun
                                handtekeningen op daartoe door de gemeente verstrekte formulieren.
                                Een kiezer mag niet meer dan één ondersteuningsverklaring
                                indienen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde aantal worden
                                de kiezers die het inleidend verzoek hebben ondersteund
                                meegerekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn in een
                                vakantieperiode valt, verlengt het college de in het eerste lid
                                genoemde termijn met ten hoogste 6 weken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Beslissing op het definitief verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6 is
                                verstreken, worden de formulieren overgebracht naar het centraal
                                stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het centraal stembureau houdt op de vijfde dag na afloop van de
                                termijn van zes weken een openbare zitting. De dag en tijd worden
                                door de voorzitter op de in de gemeente gebruikelijke wijze tijdig
                                bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de zitting stelt het centraal stembureau het aantal geldige en
                                het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen vast. De voorzitter
                                maakt de aantallen bekend aan de aanwezigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vervolgens besluit het centraal stembureau of het definitieve
                                verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten. Het
                                centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek tot
                                het houden van een referendum niet is toegelaten indien het aantal
                                geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan het vereiste
                                aantal als bedoeld in artikel 6 lid 2.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in artikel 6 lid
                                2, wordt uitgegaan van het aantal kiesgerechtigden op de dag van het
                                raadsbesluit op het inleidend verzoek als bedoeld in artikel 5 lid
                                5.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het besluit tot toelating van een definitief verzoek houdt tevens de
                                vaststelling in dat een referendum zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van het centraal stembureau doet van het besluit tot
                                de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van de werkzaamheden van het centraal stembureau wordt proces
                                verbaal opgemaakt en door de aanwezige leden van het stembureau
                                ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De beslissing wordt aan de indiener van het definitieve verzoek
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Raadsbesluit na definitieve verzoek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Indien is vastgesteld dat over het raadsbesluit geen referendum zal
                            worden gehouden, </al><al>beslist de raad zo spoedig mogelijk over de inwerkingtreding van het
                            raadsbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad beslist binnen twee weken na de datum van het besluit van
                                het centraal stembureau tot de toelating van het definitieve verzoek
                                over het tijdstip en de vraagstelling van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het referendum vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum van
                                de toelating van het definitieve verzoek plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van het referendum wordt op de in de gemeente gebruikelijke
                                wijze bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de dag van het referendum zou vallen binnen zes maanden voor
                                het tijdstip van een algemene verkiezing, kan de raad in afwijking
                                van het eerste lid beslissen dat het referendum tegelijkertijd met
                                die algemene verkiezing wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn in een
                                vakantieperiode valt, kan de raad genoemde termijn verlengen met ten
                                hoogste 6 weken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vraagstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de kiezers wordt de vraag gesteld of zij voor dan wel tegen het
                                raadsbesluit zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een raadsbesluit uit meerdere onderdelen bestaat, wordt een
                                formulering gekozen die alle onderdelen bestrijkt<vet>.</vet></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De uitslag van een referendum geldt als een raadgevende uitspraak tot
                            afwijzing, indien een meerderheid zich tegen het raadsbesluit uitspreekt
                            en deze meerderheid ten minste dertig procent omvat van degenen die
                            gerechtigd waren aan het referendum deel te nemen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Organisatie en informatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor een goede organisatie van en een
                                    zorgvuldige informatieverstrekking over het referendum. .</al></li><li nr="2."><al>De tekst van het raadsbesluit en het bijbehorende raadsvoorstel
                                    waarover het referendum wordt gehouden, liggen 6 weken voor het
                                    referendum ter inzage op het informatiecentrum en andere daartoe
                                    door het college aangewezen plaatsen. Dezelfde informatie is ook
                                    op de website van de gemeente beschikbaar. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester stelt een samenvatting vast van het raadsbesluit
                                    en het raadsvoorstel waarover het referendum wordt gehouden. De
                                    samenvatting wordt ten minste 14 dagen voor de dag van het
                                    referendum huis aan huis in de gemeente bezorgd. </al></li><li nr="4."><al>Het college scheidt bij de informatievertrekking zoveel mogelijk
                                    de informatie over de procedure van het referendum en de
                                    informatie over de inhoud van het raadsbesluit waarover een
                                    referendum wordt gehouden.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De formulering van de vraagstelling wordt op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze bekendgemaakt en aan de inwoners
                                    bekendgemaakt in de samenvatting van de burgemeester, dan wel in
                                    een begeleidend schrijven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De stemming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Stemgerechtigd zijn degenen, die op de drieënveertigste dag voor de dag
                            dat het referendum wordt gehouden, blijkens de Gemeentelijke
                            Basisadministratie Persoongegevens kiesgerechtigd zijn voor de
                            verkiezing van de leden van de gemeenteraad, mits zij uiterlijk op de
                            dag van de stemming de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Op het stembiljet wordt de vraagstelling als bedoeld in artikel 10
                            vermeld en aan de kiezer de</al><al>keuze geboden zich voor of tegen het raadsbesluit uit te spreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, vindt de
                                    stemopneming plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het stembureau stelt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal stemmen dat voor het raadsbesluit waarover
                                            het referendum is</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al> gehouden is;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>het aantal stemmen dat tegen het raadsbesluit waarover
                                            het referendum is</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>gehouden is;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>de som van de onder a en b bedoelde aantal stemmen,
                                            zijnde het aantal geldige</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>uitgebrachte stemmen;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al>het aantal ongeldige stemmen;</al></li><li nr="e."><al>het aantal kiesgerechtigden dat bevoegd is in het
                                            stemdistrict aan de stemming</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>deel te nemen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de burgemeester
                                    de aantallen stemmen bekend.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester draagt er zorg voor dat de processen verbaal en
                                    de opgave van de door hem vastgestelde aantallen stemmen worden
                                    overgebracht naar de voorzitter van het centraal
                                    stembureau.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De vaststelling van de uitslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het centraal stembureau gaat onmiddellijk nadat het de
                                    bescheiden als bedoeld in artikel 14 lid 4 heeft ontvangen over
                                    tot de werkzaamheden tot het vaststellen van de uitslag van het
                                    referendum.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het centraal stembureau stelt vast: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>het totaal aantal stemmen dat voor het raadsbesluit
                                            waarover het referendum is gehouden is uitgebracht;</al></li><li nr="b."><al>het totaal aantal stemmen dat tegen het raadsbesluit
                                            waarover het referendum is gehouden is uitgebracht;</al></li><li nr="c."><al>de som van de onder a en b bedoelde aantal stemmen,
                                            zijnde het totaal aantal geldige uitgebrachte
                                            stemmen;</al></li><li nr="d."><al>het totale aantal ongeldige stemmen;</al></li><li nr="e."><al>het totale aantal kiesgerechtigden voor het
                                            referendum.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het centraal stembureau stelt vervolgens vast of een meerderheid
                                    zich tegen het raads besluit heeft uitgesproken en, indien dit
                                    het geval is, of die meerderheid ten minsdertig procent omvat
                                    van diegenen die gerechtigd waren aan het referendum deel te
                                    nemen.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag zo
                                    spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke
                                    wijze.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De voorzitter van het centraal stembureau zendt een afschrift
                                    van het proces verbaal aan de raad. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Raadsbesluit na de uitslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien is vastgesteld dat het referendum niet heeft geleid tot een
                                raadgevende uitspraak tot afwijzing van het raadsbesluit, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de inwerkingtreding van het
                                raadsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien is vastgesteld dat het referendum heeft geleid tot een
                                raadgevende uitspraak tot afwijzing van het raadsbesluit, neemt de
                                raad zo spoedig mogelijk een besluit dat uitsluitend strekt tot
                                intrekking van het raadsbesluit of tot inwerkingtreding van het
                                raadsbesluit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kieswet van overeenkomstige toepassing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd bovenstaande artikelen zijn ten aanzien van de
                                inrichting van de stembureau’s, de stemming en de stemopneming en
                                overige zaken de bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit bij de
                                toepassing van deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het hoofd / centraal stembureau voor de gemeenteraad is tevens het
                                hoofd / centraal stembureau voor het referendum<vet>.</vet></al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft hij die bij de stemming:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het
                                    oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen
                                    te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten of volmachtbewijzen die hijzelf heeft nagemaakt of
                                    vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze
                                    ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt
                                    of door anderen doet gebruiken dan wel deze met het oogmerk om
                                    deze als echt en onvervalst te gebruiken, in voorraad heeft met
                                    het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te
                                    doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze persoon
                                    is overleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING REFERENDUMVERORDENING 2006</tussenkop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al><cursief>Inleiding</cursief></al><al/><al>In de gemeentelijke context is een referendum een stemming van de
                    kiesgerechtigde inwoners van Zwolle over een besluit van de gemeenteraad. Het
                    gaat alleen over raadsbesluiten. </al><al/><al>In de gemeente Zwolle bestaat sinds 1995 de mogelijkheid een referendum te
                    houden. Er zijn sindsdien 3 verzoeken ingediend, waarvan 2 daadwerkelijk hebben
                    geleid tot een referendum.</al><al/><al>Van de twee referenda die zijn gehouden was het referendum over de Nooterhof
                    gebaseerd op de Referendumverordening 1995. Het referendum over de Verordening
                    op de Speelautomaten heeft uiteindelijk plaatsgevonden op basis van de
                    Tijdelijke Referendumwet.</al><al/><al>Naar aanleiding van de procedures over de verzoeken tot het houden van een
                    referendum en de ervaringen van het referendum in maart 2005 is besloten de
                    bestaande referendumverordening van de gemeente Zwolle te heroverwegen.</al><al/><al>In een discussienotitie zijn een aantal aspecten van het referendum als
                    instrument nader belicht en aan de commissie bestuur een aantal vragen
                    voorgelegd. De commissie bestuur heeft op 6 december 2005 hierover een debat
                    gehouden. Daarin is duidelijk geworden dat een meerderheid van de raad
                    voorstander is van de mogelijkheid van het houden van een referendum in de
                    gemeente Zwolle.</al><al/><al>In de nieuwe verordening zijn de aanbevelingen van het evaluatierapport zoveel
                    mogelijk verwerkt. Uitgangspunten bij het opstellen van de nieuwe verordening
                    zijn een sobere, efficiënte, goed uitvoerbare en transparante
                    referendumprocedure. </al><al/><al><cursief>Het referendum in de relatie burger-bestuur</cursief></al><al/><al>Het referendum wordt in het algemeen gezien als een belangrijk democratisch
                    instrument om de betrokkenheid van de burger bij de politiek te verbeteren. Een
                    meer fundamenteel argument is dat het referendum voor de bevolking een
                    instrument is om een besluit van de gemeenteraad te corrigeren, c.q. in ieder
                    geval aan te kunnen geven het er niet mee eens te zijn. Een ander argument voor
                    het houden van een referendum is dat een referendum de legitimiteit van een
                    besluit vergroot. Soms wordt een referendum gehouden om uit een politieke
                    impasse te komen.</al><al/><al>Bovenstaande argumenten kunnen worden gezien als de voordelen van een
                    referendum. De tegenstanders van een referendum zijn van mening dat een
                    referendum zich niet verenigd met de representatieve democratie. Een ander
                    argument van de tegenstanders is dat een referendum het politieke vraagstuk
                    isoleert en simplificeert. Een volgend bezwaar is dat burgers overwegingen laten
                    meespelen bij de keuze die niet met het onderwerp van het referendum te maken
                    hebben en als laatste argument wordt gewezen op de mogelijkheid van de
                    “zwijgende meerderheid”. Het risico bestaat dat bij een geringe opkomst de
                    besluitvorming niet in overeenstemming is met de mening van de zwijgende
                    meerderheid. </al><al/><al>Ook in de raad van Zwolle heersen diverse meningen over de voor of nadelen van
                    een referendum. De meerderheid is het wel eens over eens dat er een referendum
                    in Zwolle mogelijk moet zijn. </al><al/><al>De gemeente Zwolle wil de inwoners van Zwolle zo veel mogelijk bij de
                    besluitvorming betrekken, onder meer door het versterken van burgerparticipatie
                    en interactieve beleidsvorming. Daardoor wordt het draagvlak voor besluitvorming
                    vergroot, de kwaliteit van het beleid verbeterd en het democratisch gehalte van
                    onze samenleving versterkt.</al><al/><al>De gemeente Zwolle heeft spelregels voor interactief werken vastgesteld. Deze
                    spelregels zijn een hulpmiddel bij de bestuurlijke besluitvorming. Voordeel van
                    deze vormen van burgerparticipatie is dat de mening van de betrokkenen
                    voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming bekend is en dat hiermee
                    rekening kan worden gehouden bij de besluitvorming. Als de procedure zorgvuldig
                    is gevoerd mag je verwachten dat er (meer) draagvlak is voor het besluit. </al><al/><al>Naast interactieve beleidsvorming zijn er diverse wettelijke verplichtingen om
                    betrokken burgers de gelegenheid te geven hun zienswijze aan de gemeente kenbaar
                    te maken alvorens een definitief besluit wordt genomen. Al deze procedures zijn
                    onlangs vereenvoudigd en geharmoniseerd en neergelegd in de nieuwe afdeling 3:4
                    van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al/><al>Daarnaast kent de gemeente Zwolle diverse inspraak- en participatie
                    mogelijkheden, zoals het overleg en de samenwerking in de verschillende
                    cliëntenraden. Op 3 oktober 2005 heeft de raad de nieuwe inspraakverordening
                    vastgesteld.</al><al/><al>In navolging van het Jongeren Internet panel is een Internet panel volwassenen
                    ingesteld. Dit panel wordt verzocht om een paar keer per jaar vragen vanuit de
                    gemeente te beantwoorden. Dit is een goede manier om snel de mening van een
                    representatieve groep inwoners van Zwolle te weten te komen. Op deze manier
                    wordt weer een stap genomen in het kader van burgerparticipatie.</al><al/><al>De ervaring heeft geleerd dat een referendum een ingrijpend en kostbaar
                    instrument is om burgers bij de besluitvorming te betrekken. Gesteld kan worden
                    dat het referendum het uiterste middel daar voor is. Dit instrument gaat nog
                    verder dan alle bovenstaande genoemde vormen van betrokkenheid. </al><al/><al><cursief>Landelijke ontwikkeling</cursief></al><al/><al>In de landelijke politiek is al diverse keren over het referendum gesproken.
                    Pogingen om het instrument in de Grondwet op te nemen, zijn tot nu toe gestrand.
                    De Tijdelijke Referendumwet is per 1 januari 2005 vervallen. In juni 2005 is een
                    voorstel bij de Tweede Kamer ingediend voor het opnemen van de mogelijkheid tot
                    het houden van een bindend correctief referendum in de Grondwet. Het huidige
                    initiatief voorstel gaat uit van een initiatief door de burgers. Het referendum
                    over de Europese Grondwet was een initiatief vanuit het Rijk. De indieners van
                    het initiatiefvoorstel gaan er van uit dat door de mogelijkheid van een
                    referendum de kloof tussen kiezers / gekozene verkleind kan worden. Eén keer per
                    4 jaar een stem uitbrengen wordt voor de band kiezers/gekozene niet meer
                    voldoende geacht. De Raad van State heeft inmiddels advies uitgebracht over het
                    initiatief voorstel. De Raad van State zag geen belemmeringen. </al><al/><al><cursief>Bevoegdheid gemeente</cursief></al><al/><al>Tot het moment dat in de Grondwet bepalingen worden opgenomen over het
                    referendum, staat het de gemeente vrij zelf regelingen te treffen voor
                    referenda. Dat is toegestaan, zolang de beslissingsbevoegdheid maar volledig bij
                    de raad blijft. Dat betekent dat de gemeente niet kan regelen dat de uitslag van
                    het referendum bindend is. </al><al/><al>De raad moet de vrijheid hebben de uitslag niet te volgen. De raad kan voor
                    verschillende vormen van referenda kiezen, maar het referendum in de gemeente is
                    in ieder geval facultatief en niet bindend. </al><al/><al>De raad heeft de vrijheid te bepalen of er in de gemeente een mogelijkheid is
                    tot het houden van een referendum en zo ja, hoe de referendumprocedure er uit
                    ziet. In Zwolle is gekozen voor een raadgevend referendum.</al><al/><al><cursief>Raadgevend referendum</cursief></al><al/><al>Er zijn diverse soorten referenda. Zie voor een uitgebreide uitleg hiervoor het
                    evaluatierapport “de stemming in Zwolle”. Het referendum in Zwolle is te typeren
                    als een niet verplicht, consultatief ( niet bindend) raadgevend referendum.</al><al/><al>In Nederland bestaat geen wettelijke verplichting tot het houden van een
                    referendum. Het referendum in de gemeente Zwolle is dan ook niet verplicht.
                    Zoals al eerder aangegeven is een referendum in Nederland, totdat de Grondwet
                    anders bepaalt, consultatief, dus niet bindend.</al><al/><al>Bij een raadgevend referendum komt het initiatief voor een referendum vanuit de
                    burgers. Bij een raadgevend referendum heeft de raad geen invloed op de vraag
                    wanneer er een referendumverzoek wordt ingediend. De raad kan wel invloed
                    uitoefenen op de inhoud van de procedure en de onderwerpen waarover een
                    referendum kan worden aangevraagd. </al><al/><al>Uitgangspunt zou moeten zijn dat als er een initiatief wordt genomen en het
                    verzoek aan objectieve formele eisen voldoet, de indieners er van uit moeten
                    kunnen gaan dat de referendumprocedure kan worden gestart. Of er daadwerkelijk
                    een referendum komt, is afhankelijk van het aantal ingediende
                    ondersteuningsverklaringen.</al><al/><al>Zowel voor de initiatiefnemers als de raad moeten de spelregels zo duidelijk
                    mogelijk zijn om zoveel mogelijk geschillen en irritaties of frustraties te
                    voorkomen. De raad moet bij een referendumverzoek, naast de politieke
                    overwegingen ook oog hebben voor de juridische aspecten van deze besluiten.</al><al/><al>Een ander onderscheid is dat van een correctief of niet correctief referendum.
                    Dat onderscheid heeft betrekking op de fase van het besluitvormingsproces. Bij
                    een correctief referendum is de politieke besluitvorming afgerond en bij een
                    niet correctief referendum moet het besluit nog worden genomen. Dit onderscheid
                    was van belang toen de Tijdelijke Referendumwet nog van toepassing was, maar
                    heeft op dit moment geen meerwaarde. </al><al/><al>In de procedure in Zwolle is sprake van een tussenvorm. Het verzoek wordt wel
                    voorafgaand aan de besluitvorming ingediend, maar de beslissing dat er een
                    referendum kan worden gehouden vindt plaats nadat het besluit is genomen. In de
                    praktijk is er dus wel sprake van een correctief referendum.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1</cursief></al><al/><al>In de definitie van het begrip referendum wordt uitdrukking gegeven aan het
                    raadgevende karakter van het referendum.</al><al/><al>De definitie van kiezer is enigszins aangepast. Kiezers zijn de inwoners van
                    Zwolle, die kiesgerechtigd zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zijn ook
                    degenen die kunnen verzoeken om een referendum.</al><al/><al>Daarnaast is dan van belang wie aan het referendum mogen meedoen. Dat zijn
                    diegenen die drie en veertig dagen voor de dag waarop het referendum wordt
                    gehouden kiesgerechtigd zijn voor de gemeenteraadsverkiezing. Dit wordt in
                    artikel 12 verder uitgewerkt. </al><al/><al>De definitie van vakantieperiode is gehandhaafd. Om te voorkomen dat in de
                    procedure zaken in de knel zou kunnen komen door een vakantieperiode en er
                    onduidelijkheid ontstaat welke vakantieperiode dan geldt, is besloten deze
                    periode te definiëren. In de verordening is geregeld wanneer termijnen mogen
                    worden verruimd in verband met een vakantieperiode. Omdat een referendum een
                    Zwolse aangelegenheid is, wordt aangesloten bij de vakantieperioden van de
                    basisscholen in Zwolle. De zomervakantie wordt door of namens de minister
                    vastgesteld. De overige vakanties worden door de schoolbesturen vastgesteld.
                    Hierover vindt wel overleg plaats, maar uiteindelijk zijn het de schoolbesturen
                    zelf die de perioden vastleggen. Bij het bepalen van de vakantieperiode wordt
                    als uitgangspunt genomen het adviesrooster zoals dat jaarlijks wordt
                    gepresenteerd. </al><al/><tussenkop><cursief>Artikel 2</cursief></tussenkop><al/><al>De raad en het college kunnen ieder voor zich op grond van artikel 84 van de
                    Gemeentewet een commissie instellen. De Gemeentewet geeft ook de mogelijkheid
                    dat een commissie beide bestuursorganen adviseert. De referendumcommissie
                    adviseert zowel de raad als het college. Dat betekent dat beide bestuursorganen
                    een formeel moeten besluiten tot het instellen van de referendumcommissie.</al><al/><al>In de verordening is bepaald dat er een referendumcommissie is. Door dit op te
                    nemen in de verordening heeft de raad formeel tot het instellen van een
                    commissie besloten. Daarmee wordt gekozen voor een structurele commissie, dat
                    wil zeggen dat niet per referendum een commissies wordt ingesteld. Dit heeft als
                    voordeel dat als er een referendumverzoek wordt ingediend, de
                    referendumcommissie snel actief kan zijn. Bij de beoordeling van het inleidend
                    verzoek is het mogelijk dat aan de commissie al een advies wordt gevraagd. Het
                    belang van een onafhankelijke deskundige referendumcommissie is gebleken bij het
                    referendum over de verordening op de speelautomatenhallen. </al><al/><al>In dit artikel wordt de samenstelling en de taken van de referendumcommissie
                    geregeld. Een nieuwe taak is het behandelen van klachten over de
                    referendumprocedure. Overeenkomstig de bepalingen van de Awb over de behandeling
                    van klachten kan een commissie de klachten behandelen en daarover adviseren,
                    maar moet het bestuursorgaan zelf formeel een oordeel geven over de klacht. </al><al/><al>Het is van belang dat de leden van de commissie deskundig zijn op de
                    verschillende van belang zijnde aspecten. In ieder geval dient een
                    communicatiedeskundige en een bestuursrecht of staatsrecht jurist lid te zijn
                    van de commissie. Daarnaast is het van belang dat een lid van de commissie op de
                    hoogte is, c.q. ervaring heeft met een gemeentelijke organisatie.</al><al/><al>De commissie heeft een “slapend bestaan” en is alleen bij een
                    referendumprocedure actief. Dan heeft de commissie ook ambtelijke ondersteuning
                    nodig. Om de onafhankelijkheid te onderstrepen, dient deze ambtelijke medewerker
                    niet sterk betrokken te zijn bij het referendum. </al><al>Er is sprake van een deskundigencommissie. De adviezen van de commissie kunnen
                    alleen niet worden opgevolgd als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Die
                    argumenten moeten dan goed gemotiveerd worden. </al><al>Het college stelt een aanbeveling op voor de benoeming van de leden. De raad
                    benoemt de leden en stelt een reglement vast voor de werkwijze van de
                    referendumcommissie. Daarvoor kan het reglement van de incidentele
                    referendumcommissie van het referendum over de verordening op de
                    speelautomatenhallen als basis dienen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al/><al>Omdat een referendum over raadsbesluiten gaat, is de raad het bestuursorgaan dat
                    op grond van een inleidend verzoek beslist of er een referendum wordt gehouden. </al><al>In het tweede lid is een aantal raadsbesluiten opgesomd waarover niet een
                    referendum kan worden gehouden. De meeste uitzonderingen spreken voor zich. Een
                    aantal daarvan worden hierna toegelicht.</al><al/><tussenkop>sub i: (spoedeisende) gemeentelijke belangen</tussenkop><al>Deze uitzondering is een soort hardheidsclausule. Er kunnen zich situaties
                    voordoen dat de belangen van de gemeente onevenredig worden geschaad als er een
                    referendum over dat besluit kan worden gehouden. Aangezien een
                    referendumprocedure een flink aantal maanden in beslag kan nemen, kan het zijn
                    dat de spoedeisendheid van de met een raadsbesluit gemoeide belangen niet
                    toestaan dat over de uiteindelijke status van het raadsbesluit (en de uitvoering
                    ervan) zo lang onzekerheid blijft bestaan. In dat geval dient een
                    belangenafweging plaats te vinden en kan het gemeentelijk belang prevaleren
                    boven het belang van een referendum. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij
                    het verstrijken van een fatale termijn voor het verkrijgen van een
                    rijkssubsidie, of bij contracten met derden waarvoor een fatale deadline geldt.
                    Bij gemeentelijke belangen kan het gaan om financiële, juridische of politieke
                    belangen. Voor de duidelijkheid is uitdrukkelijk vermeld dat bij het
                    gemeentelijk belang ook de belangen van verplichtingen met derden kunnen
                    vallen.</al><al/><tussenkop>sub j: uitwerking eerder raadsbesluit</tussenkop><al>Het is niet de bedoeling dat over het zelfde onderwerp meerdere keren een
                    referendum(procedure) wordt gehouden. Het is ook van belang dat in een zo vroeg
                    mogelijk stadium een referendumverzoek wordt ingediend. Daarom is in dit artikel
                    bepaald dat er geen referendum wordt gehouden als over dat onderwerp al eerder
                    een referendumverzoek had kunnen worden ingediend.</al><al/><al>Als de raad over een bepaald onderwerp uitgangspunten heeft vastgesteld, dient
                    over dat raadsbesluit een referendum te worden gehouden en niet in een later
                    stadium als de uitgangspunten nader worden uitgewerkt in plannen, verordeningen
                    of andere instrumenten </al><al>In de verordening is, gelet op de discussie in de commissie bestuur, niet de
                    mogelijkheid opgenomen dat bij een groot project alleen een referendum mogelijk
                    is over een startnotitie. </al><al/><al>Bij een groot project kan dan worden gedacht aan een maatschappelijk vraagstuk
                    waarvan naar het oordeel van de raad de oplossing veel geld en tijd kost of diep
                    ingrijpende gevolgen heeft voor de lokale samenleving of waarbij vele partijen
                    zijn betrokken. Deze mogelijkheid is bedoeld om te voorkomen dat een referendum
                    aan het eind van het besluitvormingsproces wordt aangevraagd en de procedure zou
                    kunnen vertragen. De gevolgen van een referendum zijn dan veel ingrijpender en
                    de weerstand veel groter dan bij de start van een groot project. Met de term
                    startnotitie was bedoeld een raadsbesluit waarbij de raad de stedenbouwkundige
                    of andere uitgangspunten vaststelt.</al><al/><al>Ook met de huidige formulering van sub j is het mogelijk een referendum zoveel
                    mogelijk aan de start van een dergelijk project te houden. Het is al de praktijk
                    dat bij grote maatschappelijke vraagstukken of grote projecten door de raad
                    stedenbouwkundige of andere uitgangspunten vaststelt. Dat is dan het
                    raadsbesluit waarover een referendum kan worden aangevraagd. Raadsbesluiten
                    waarbij die uitgangspunten worden uitgewerkt zijn dan nadere besluiten als
                    bedoel in sub j.</al><al/><tussenkop>advies referendumcommissie</tussenkop><al>De ervaring heeft geleerd dat de mogelijkheid van de uitzondering van
                    spoedeisendheid ( sub i) en de uitwerking van een eerder besluit ( sub j) in de
                    verordening noodzakelijk zijn, maar kunnen leiden tot interpretatiegeschillen en
                    heftige (raads)discussies. Daarmee kan een zorgvuldige besluitvorming in de knel
                    komen. Om hieraan tegemoet te komen is in de procedure opgenomen dat als de raad
                    van mening is dat één van deze twee uitzonderingsgronden aan de orde is, een
                    advies wordt gevraagd aan de onafhankelijke referendumcommissie. De raad kan
                    dan, met inachtneming van het advies van de referendumcommissie beslissen.
                    Indien tijdens het raadsdebat een meerderheid zich aftekent voor het afwijzen
                    van het inleidend verzoek op grond van één van beide genoemde uitzonderingen,
                    besluit de raad advies te vragen aan de commissie en zijn besluit voor ten
                    hoogste twee weken op te schorten. Het raadsbesluit waarover het inleidend
                    verzoek is ingediend treedt gedurende de adviesperiode nog niet in werking. Op
                    deze manier wordt een zorgvuldige en beter gemotiveerde beslissing nagestreefd,
                    die zal voldoen aan de juridische eisen die aan een dergelijk besluit worden
                    gesteld.</al><al>Er kunnen redenen zijn dat de raad niet direct in de eerste vergadering kan
                    beslissen. De raad heeft in zijn algemeenheid de bevoegdheid de behandeling van
                    het inleidend verzoek en het raadsvoorstel waarover het verzoek is ingediend te
                    verdagen tot de volgende vergadering.</al><al>( artikel 5 lid 7)</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Het bepalen van drempels en termijnen is altijd arbitrair. Enerzijds moet recht
                    gedaan worden aan het daadwerkelijk mogelijk maken van het indienen van verzoek
                    tot het houden van een referendum. Anderzijds wordt met de hoogte van de drempel
                    de relatie aangegeven tot de zwaarte van het instrument en de daarvoor te
                    verwachten draagvlak in de gemeente. Uitgangspunt bij de berekening van de
                    aantallen is dat met drie cijfers achter de komma naar beneden wordt
                    afgerond.</al><al>Voor het indienen van het inleidend verzoek is niet veel tijd. Daarom is in de
                    verordening de drempel gehandhaafd, dat wil zeggen dat in Zwolle vergeleken met
                    andere gemeente een lage drempel is voor het indienen van een inleidend verzoek.
                    Er is wel gekozen voor het hanteren van een percentage. Een percentage is
                    duidelijker en makkelijker te communiceren dat het oude systeem. Omdat de
                    drempel bij het inleidend verzoek gebaseerd is op het aantal kiesgerechtigden
                    van de laatste gemeenteraadsverkiezingen is het percentage iets verhoogd, gelet
                    op de groei van de gemeente in een raadsperiode. ( 0,15 % in plaats van 0,13%)
                    Voor het indienen van een inleidend verzoek zou op dit moment 139
                    ondersteuningsverklaringen noodzakelijk zijn ( 0,15 % van 92.479, zijnde het
                    aantal kiesgerechtigden bij de laatste raadsverkiezingen in 2010). Dit aantal
                    zal na de komende raadsverkiezingen dus wijzigen.</al><al>Gelet op het feit dat er maar weinig tijd is voor de initiatiefnemers, zijn geen
                    bepalingen opgenomen over het persoonlijk indienen van de
                    ondersteuningsverklaringen. Dit kan dus gewoon schriftelijk. Consequentie
                    hiervan is wel dat het controleren van de ondersteuningsverklaringen meer tijd
                    vergt. Daarom is de termijn voor het indienen van het inleidend verzoek met één
                    dag gewijzigd van twee naar drie dagen. </al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al/><al>Het centraal stembureau toetst de formele eisen van het inleidend verzoek. De
                    raad beslist inhoudelijk op het verzoek. Voor het overige wordt verwezen naar de
                    toelichting bij artikel 3.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al/><al>Voor de drempel voor het definitieve verzoek is voor een ander systeem gekozen.
                    Er is aangehaakt bij het systeem van de Tijdelijke Referendumwet. De ervaring
                    heeft geleerd dat die drempel realistisch is. Dit betekent dat de termijn voor
                    het indienen van een definitief verzoek is verkort naar zes weken ( was negen
                    weken) en dat de drempel ook is verlaagd.</al><al>Voor het toelaten van een definitief verzoek is nu een ondersteuning nodig van 6
                    % van het aantal kiesgerechtigden. Daarbij is het aantal kiesgerechtigden op de
                    dag van het raadsbesluit op het inleidend verzoek bepalend. ( zie artikel 7 lid
                    5 ) Daarmee wordt recht gedaan aan het feit dat het actuele aantal
                    kiesgerechtigden bepalend is voor het doorgaan van een referendum.</al><al>Op dit moment is het aantal kiesgerechtigden 92.479. Deze drempel betekent op
                    dit moment dus 6 % van 92.479 = 5548. </al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al/><al>Bij het raadsbesluit op het inleidend verzoek is een inhoudelijke afweging
                    nodig. Bij het definitieve verzoek gaat het alleen om technische besluitvorming
                    over het aantal geldige ondersteuningsverklaringen. Daarom is gekozen deze
                    beslissing aan het centraal stembureau over te laten. Dat is een efficiëntere
                    werkwijze, die de snelheid en transparantie van de procedure bevordert.</al><al>Als het definitieve verzoek wordt toegelaten houdt dat tevens in dat het
                    referendum zal plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al/><al>De referendumcommissie adviseert de raad over de vraagstelling. De raad bepaalt
                    uiteindelijk hoe de vraagstelling wordt geformuleerd. Voor de zwaarte van het
                    advies van de commissie wordt verwezen naar de toelichting bij artikel
                    2</al><al>De ervaring heeft geleerd dat de voorbereiding voor de organisatie van het
                    referendum in een termijn van drie maanden mogelijk is. Daarom is de termijn van
                    de oude verordening bekort naar drie maanden. Mocht binnen die termijn bekend
                    zijn dat er binnen zes maanden een algemene verkiezing plaats vindt dan kan de
                    raad besluiten het referendum daarmee te combineren. Of de raad daartoe besluit
                    zal afhangen van de omstandigheden van het geval.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al/><al>Voor het bepalen van de uitslag is ook aangehaakt bij het systeem van de
                    Tijdelijke Referendumwet. Dit systeem is duidelijker en wordt bepaald door het
                    aantal kiesgerechtigden op dat moment. Om mee te mogen doen met het referendum
                    is aangehaakt bij het systeem van de Kieswet: stemgerechtigd zijn degenen, die
                    op de drieënveertigste dag voor de dag dat het referendum wordt gehouden,
                    blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoongegevens kiesgerechtigd zijn
                    voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, mits zij uiterlijk op de
                    dag van de stemming de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.</al><al>Er is sprake van een afwijzend referendum als de meerderheid tegen is en die
                    meerderheid ten minste dertig procent is van het aantal kiesgerechtigden. Dat
                    betekent op dit moment dat er sprake is van een afwijzend referendum bij een
                    meerderheid die tegen is van ten minste 27744 tegenstemmen. ( 30% van
                    92.479)</al><al/><tussenkop>Artikel 12 </tussenkop><al/><al>Bij het referendum hebben de raad en het college verschillende rollen en
                    verantwoordelijkheden. Voor de duidelijkheid is hier opgenomen dat het college
                    zorg draagt voor een goede organisatie en een zorgvuldige
                    informatieverstrekking. De communicatie over het referendum is heel belangrijk.
                    De gemeente heeft bij een referendum verschillende rollen. De gemeente is
                    verantwoordelijk voor het proces, maar is ook inhoudelijk bij het onderwerp
                    betrokken. Daarom is het van belang onderscheid te maken tussen informatie over
                    de procedure, die moet vooral informatief en neutraal zijn en de zogenaamde
                    campagne, die niet neutraal (kan) zijn.</al><al>Bij de informatieverstrekking zullen de inwoners ook geïnformeerd worden over de
                    argumenten om voor dan wel tegen te stemmen. Dit kan in neutrale vorm gebeuren
                    en geeft de inwoners inzicht in de gevolgen van hun stem.</al><al>Alle informatie over de procedure wordt door de referendumcommissie getoetst. (
                    artikel 2 lid 3 sub d)</al><al>Om alle inwoners te bereiken is analoog aan de Tijdelijke referendumwet bepaald
                    dat de burgemeester een samenvatting van het raadsbesluit opstelt en dat deze
                    samenvatting huis aan huis wordt verspreid. Deze informatie kan tegelijkertijd
                    met de oproepingskaarten worden verzonden, maar ook apart. Bij de huis aan huis
                    informatie wordt ook aandacht geschonken aan de vraagstelling, zodat de kiezers
                    die vraag voor dat ze echt gaan stemmen al hebben kunnen lezen.</al><al>In dit artikel zijn de aanbevelingen uit het evaluatierapport betrokken. Een
                    aantal aanbevelingen zullen bij het draaiboek verder worden uitgewerkt.</al><al>Eén van de aanbevelingen van het evaluatierapport is dat raadsfracties actief
                    deelnemen aan de campagne voor het referendum. In het draaiboek zal deze
                    aanbeveling worden opgenomen. Als er daadwerkelijk sprake is van een
                    referendumprocedure zal hierover nadere besluitvorming kunnen plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al/><al>Er is sprake van een raadgevend referendum. De uitslag van een referendum is
                    niet bindend voor de raad. De Tijdelijke Referendumwet kende het systeem dat de
                    raad na de uitslag kon kiezen tussen het alsnog inwerking doen treden van het
                    besluit of het intrekken van het besluit. Dit is nu ook in de verordening
                    opgenomen. Door dit op te nemen geeft de raad duidelijkheid richting kiezers
                    over de gevolgen van het referendum en onderstreept de raad het belang dat de
                    raad hecht aan het instrument. De raad legt het advies van de bevolking naast
                    zich neer of volgt het op. Op die manier wordt voorkomen dat de raad de uitslag
                    van het referendum gaat interpreteren, een gewijzigd besluit neemt of
                    compromissen gaat sluiten.</al><al/><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al/><al>Voor de duidelijkheid is in de verordening bij de diverse beslismomenten
                    opgenomen welk orgaan welke beslissing neemt. Het centraal stembureau speelt,
                    net zoals bij gewone verkiezingen, bij de technische toetsing een belangrijke
                    rol. Dat is al geregeld in de Kieswet, maar toch opgenomen in de verordening.
                    Voor de overige zaken, die niet uitdrukkelijk in de verordening zijn geregeld is
                    de Kieswet en het Kiesbesluit van overeenkomstige toepassing. In lid 2 wordt
                    formeel geregeld dat het stembureau voor de verkiezingen ook het stembureau is
                    voor het referendum.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>