<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR322782_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 18 februari 2014, nr. 2014, 7917</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 16 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-02</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/61938</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Reglement vervangt de reglementen van orde van de voormalige gemeenten Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>gezien het voorstel van de griffie;</al></li>
            <li nr="·"><al>gelet op de artikel 16 Gemeentewet;</al><al/></li>
          </lijst>
          <al>BESLUIT: vast te stellen het</al>
          <al>
            <vet>Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>rondetafelgesprekken: commissievergadering in de zin van artikel
                                    82 Gemeentewet, nader uitgewerkt in de verordening
                                    Rondetafelgesprekken gemeente Alphen aan den Rijn; eerste fase
                                    in de raadscyclus, waarin per geagendeerd onderwerp gestart
                                    wordt in een open gesprek met diverse deelnemers, waaronder
                                    inwoners, informatie wordt ingewonnen (beeldvormend) en
                                    vervolgens per geagendeerd onderwerp in een volgend
                                    Rondetafelgesprek politiek inhoudelijk wordt gesproken
                                    (opiniërend); </al></li>
              <li nr="b."><al>debatraad: tweede fase in de raadscyclus, waarin in ieder geval
                                    waar nodig in aansluiting op het opiniërende Rondetafelgesprek
                                    verder beraadslaagd wordt over geagendeerde onderwerpen;</al></li>
              <li nr="c."><al>besluitvormende raad: derde en laatste fase van de raadscyclus,
                                    waarin besluiten worden genomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>raad: de gemeenteraad;</al></li>
              <li nr="e."><al>griffier: de door de raad op grond van artikel 107 Gemeentewet
                                    aangestelde raadsgriffier of een door hem aangewezen
                                    ambtenaar;</al></li>
              <li nr="f."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="g."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li>
              <li nr="h."><al>rondetafelvoorzitter: voorzitter van een rondetafelgesprek;</al></li>
              <li nr="i."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpraadsbesluit
                                    of ontwerpverordening, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li>
              <li nr="j."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li>
              <li nr="k."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken, zonder
                                    dat daaraan rechtsgevolgen zijn verbonden;</al></li>
              <li nr="l."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel van een lid van de raad voor
                                    een verordening of een ander voorstel;</al></li>
              <li nr="m."><al>interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de
                                    burgemeester over een onderwerp als bedoeld in artikel 155,
                                    tweede lid, van de Gemeentewet, dat niet vermeld staat op de
                                    agenda.</al></li>
              <li nr="n."><al>Inleidende beschouwing:: korte mondelinge weergave van een
                                    standpunt over een onderwerp, uitgesproken voorafgaand aan het
                                    debat over dat onderwerp;</al></li>
              <li nr="o."><al>debat: beraadslaging in de zin van de Gemeentewet, tijdens de
                                    debatraad</al></li>
              <li nr="p."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering.</al></li>
              <li nr="q."><al>Het verzenden van stukken: het op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze ter beschikking stellen van stukken aan
                                    leden van de raad. Hieronder valt in ieder geval het ter
                                    beschikking stellen van stukken op digitale wijze.</al></li>
              <li nr="r."><al>Schriftelijke stukken: informatiebronnen die op papier of
                                    digitaal worden aangeleverd. Indien op grond van dit reglement
                                    schriftelijke stukken ter beschikking dienen te worden gesteld,
                                    volstaat aanlevering op digitale wijze. </al></li>
              <li nr="s."><al>Collegebijpraatavonden: bijeenkomsten, georganiseerd door het
                                    college van burgemeester en wethouders, waarin aan de raad
                                    mededelingen worden gedaan of informatie wordt verstrekt over
                                    gemeentelijke aangelegenheden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>De voorzitter</titel>
            </kop>
            <al>De voorzitter is belast met:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li>
              <li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li>
              <li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li>
              <li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>De griffier</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De griffier is bij elke vergadering van de raad aanwezig.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een raadsadviseur. Als er geen raadsadviseur beschikbaar is
                                wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen
                                ambtenaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen tijdens het debat als bedoeld in dit
                                reglement deelnemen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De agendacommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad heeft een agendacommissie die de voorlopige agenda vaststelt
                                van de vergaderingen van de raad, derondetafelgesprekken
                                (beeldvormend en opiniërend) en andere activiteiten van de raad, met
                                uitzondering van de agenda van de bijpraatavonden van het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De agendacommissie bestaat uit stemhebbende leden en niet
                                stemhebbende leden. De voorzitter van de raad, de gemeentesecretaris
                                en de griffier zijn niet stemhebbend. De plaatsvervangend voorzitter
                                van de raad, een rondetafelvoorzitter van een collegepartij en een
                                rondetafelvoorzitter van een niet-collegepartij zijn stemhebbend.
                                Desgewenst kan de agendacommissie worden uitgebreid met twee
                                stemhebbende leden. In dat geval zijn er twee rondetafelvoorzitters
                                van collegepartijen en twee rondetafelvoorzitters van
                                niet-collegepartijen. Het aantal leden is altijd oneven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De plaatsvervangend voorzitter van de raad fungeert tevens als
                                voorzitter van de agendacommissie. Als de agendacommissie bestaat
                                uit vijf leden dan wijst de agendacommissie één van de stemhebbende
                                leden aan als plaatsvervanger van de voorzitter. De griffier
                                fungeert als secretaris en adviseur van de agendacommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De raad benoemt de leden van de agendacommissie. Als de
                                agendacommissie bestaat uit drie stemhebbende leden, benoemt de raad
                                voor deze leden tevens plaatsvervangend leden. Deze zijn eveneens
                                rondetafelvoorzitter van een collegepartij respectievelijk
                                niet-collegepartij. Als de agendacommissie bestaat uit vijf
                                stemhebbende leden, worden geen plaatsvervangers benoemd. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien de agendacommissie bestaat uit drie stemhebbende leden,
                                dienen tenminste twee (plaatsvervangend) leden aanwezig te zijn om
                                besluiten te kunnen nemen. Indien de agendacommissie bestaat uit
                                vijf stemhebbende leden, dan dienen minimaal drie leden aanwezig te
                                zijn om besluiten te kunnen nemen. De stemhebbende leden hebben elk
                                één stem in de agendacommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Een besluit van de agendacommissie wordt bij voorkeur in
                                eenstemmigheid genomen. Indien dit niet mogelijk is wordt een
                                besluit bij meerderheid genomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar. Het
                                verslag van de agendacommissie wordt vertrouwelijk ter beschikking
                                gesteld aan de raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Het fractievoorzittersoverleg</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad heeft een fractievoorzittersoverleg dat als klankbord dient
                                voor de voorzitter van de raad dan wel het college en daarnaast tot
                                taak heeft om huishoudelijke zaken die de raad betreffen te regelen,
                                waaronder de vaststelling van de procedures als bedoeld in hoofdstuk
                                5 van dit reglement.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad,
                                de plaatsvervangend voorzitter van de raad, de griffier of diens
                                plaatsvervanger en de fractievoorzitters. Het
                                fractievoorzittersoverleg wordt voorgezeten door de plaatsvervangend
                                voorzitter van de raad. Het fractievoorzittersoverleg wijst uit haar
                                midden een plaatsvervanger voor de voorzitter aan. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Elke fractievoorzitter wijst een raadslid van zijn fractie aan dat
                                hem bij zijn afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg
                                vervangt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In het fractievoorzittersoverleg hebben de voorzitter van de raad en
                                de griffier geen stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem.
                                De voorzitter van het fractievoorzittersoverleg heeft geen
                                stemrecht, tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter
                                bekleedt. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een besluit wordt bij meerderheid van stemmen genomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De voorzitter van het fractievoorzittersoverleg roept het
                                fractievoorzittersoverleg bijeen zo vaak hij dit nodig acht.
                                Daarnaast komt het fractievoorzittersoverleg bijeen wanneer minimaal
                                drie leden daarom verzoeken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet
                                openbaar. Het verslag van het fractievoorzittersoverleg wordt
                                vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan de raad. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De (kandidaat)- wethouder verstrekt
                                aan de gemeenteraad een Verklaring omtrent het gedrag (VOG),
                                uiterlijk vier weken na zijn benoeming. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Fractie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                    kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang
                                    van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li>
              <li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li>
              <li nr="4."><al>a. Indien:</al><al>1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                    gaan</al><al> optreden;</al><al>2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al><al>3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                    andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                    mededeling gedaan aan de voorzitter en de griffier.</al><al>b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                    gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad
                                    na de mededeling daarvan.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>VERGADERINGEN</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Frequentie, dag, tijd en plaats van vergaderingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op een
                                    donderdag, een week nadat de opiniërende rondetafelgesprekken
                                    hebben plaatsgevonden. De vergaderingen worden gehouden in het
                                    stadhuis.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een vergadering bestaat in principe uit achtereenvolgens de
                                    debatraad en de besluitvormende raad.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergadering begint in de regel om 20.00 uur. De
                                    besluitvormende raad vindt aansluitend aan de debatraad plaats.
                                    In de regel eindigt de debatraad met een schorsing. De
                                    besluitvormende raad eindigt uiterlijk om 0.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg met de agendacommissie.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Oproep</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorzitter zendt ten minste vijf dagen voor een vergadering
                                    de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding
                                    van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    gezonden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Agenda</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast.
                                    Zij agendeert de onderwerpen voor de debatraad tevens voor de
                                    besluitvormende raad, maar kan daar vanaf wijken. In deze
                                    gevallen wordt het onderwerp door de agendacommissie alleen voor
                                    de debatraad geagendeerd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter op na het verzenden
                                    van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang
                                    van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Bij aanvang van de debatraad stelt de raad de agenda van de
                                    debatraad vast. Bij aanvang van de besluitvormende raad stelt de
                                    raad de agenda van de besluitvormende raad vast. Op voorstel van
                                    een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                    vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                    of van de agenda afvoeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Voor de besluitvormende raad wordt in ieder geval
                                    geagendeerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de vaststelling van de besluitenlijst van de vorige
                                            vergadering;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vaststelling van de lijst van ingekomen stukken als
                                            bedoeld in artikel 17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Indien een voorstel aanleiding geeft tot het stellen van
                                    informatieve vragen of indien het anderszins onvoldoende
                                    voorbereid is, wordt het ter behandeling terugverwezen naar een
                                    rondetafelgesprek (Beeldvormend of Opinierend).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Indien tijdens de vergadering een motie of amendement
                                    betreffende een voorstel wordt ingediend, dan kan het
                                    desbetreffende agendapunt van de agenda voor de besluitvormende
                                    raad worden afgevoerd en wordt het geagendeerd voor de volgende
                                    besluitvormende raad.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Een motie die tijdens de debatraad wordt ingediend en die geen
                                    betrekking heeft op een onderwerp dat al voor die debatraad
                                    geagendeerd was, wordt geagendeerd na het laatste agendapunt van
                                    de debatraad respectievelijk besluitvormende raad. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Bij aanvang van de besluitvormende raad kan de raad alsnog
                                    besluiten een voor besluitvorming geagendeerd voorstel niet in
                                    stemming te brengen maar te agenderen voor de eerstvolgende
                                    besluitvormende raad. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Ter inzage leggen van stukken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder in het stadhuis ter
                                    inzage gelegd. De stukken worden tevens gepubliceerd op de
                                    website van de gemeente. De griffier maakt van de
                                    terinzagelegging en publicatie op de website melding in de
                                    openbare kennisgeving bedoeld in artikel 12. Indien na het
                                    verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                    gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad
                                    en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het stadhuis gebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier of een door hem aangewezen ambtenaar en verleent de
                                    griffier of deze ambtenaar de leden van de raad inzage.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Openbare kennisgeving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergadering wordt op de voor afkondigingen in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de voorlopige agenda;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                            inzien.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Orde der vergadering; algemeen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Presentie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college is bij elke vergadering van de raad aanwezig.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                    onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke
                                    vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Zitplaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de
                                    griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na
                                    overleg met het fractievoorzittersoverleg bij aanvang van iedere
                                    nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg met het fractievoorzittersoverleg.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Opening vergadering; quorum</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Besluitenlijst</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het
                                    recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien
                                    de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                                    hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering
                                    dient tenminste 24 uur voor de vergadering waarin de
                                    besluitenlijst wordt vastgesteld schriftelijk bij de griffier te
                                    worden ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De besluitenlijst moet inhouden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders
                                            en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de
                                            leden die afwezig waren en overige personen die het
                                            woord gevoerd hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een samenvatting op hoofdlijnen van hetgeen gezegd is
                                            met vermelding van de namen van de aanwezigen die het
                                            woord voerden;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li>
                  <li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 23 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan het debat.</al></li>
                  <li nr="f."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen,
                                            voorstellen van orde, moties, amendementen en
                                            subamendementen. Deze worden als bijlage toegevoegd aan
                                            de besluitenlijst.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier
                                    en in principe in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>lijst van ingekomen stukken en mededelingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst.
                                    Deze lijst wordt gelijktijdig met de schriftelijke oproep als
                                    bedoeld in artikel 9 aan de leden van de raad toegezonden en ter
                                    inzage gelegd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de lijst van ingekomen stukken staan in ieder geval, voor
                                    zover ingekomen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voorstellen aan de raad (raadsvoorstellen);</al></li>
                  <li nr="b."><al>brieven van het college aan de raad
                                            (collegebrieven);</al></li>
                  <li nr="c."><al>brieven en documenten van derden gericht aan de
                                            raad;</al></li>
                  <li nr="d."><al>schriftelijke vragen op grond van artikel 36 van dit
                                            reglement en de antwoorden daarop van het college of de
                                            burgemeester. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Bij de behandeling van de ingekomen stukken stelt de raad op
                                    voorstel van de agendacommissie de wijze van afdoening
                                    vast.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Spreekplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                    plaats of van achter het katheder en richten zich tot de
                                    voorzitter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Debatraad</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Doel van de debatraad</titel>
              </kop>
              <al>De debatraad is erop gericht om de raad in de gelegenheid te stellen
                                zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taak
                                uit te oefenen. De raad kan dit doen middels het voeren van debat
                                tussen de leden onderling en tussen de leden en andere deelnemers
                                aan het debat, alsmede door middel van het inzetten van andere
                                instrumenten die raadsleden tijdens de debatraad ter beschikking
                                staan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Opening van het debat en het vervolg van het debat</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorzitter inventariseert bij de behandeling van een
                                    onderwerp welke leden daarover het woord willen voeren. Hij
                                    stelt achtereenvolgens aan de hand van de inventarisatie enkele
                                    leden in de gelegenheid een korte inleidende beschouwing te
                                    geven. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tijdens het maken van een inleidende beschouwing mag de spreker
                                    niet worden geïnterrumpeerd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Nadat de inleidende beschouwingen gemaakt zijn, kunnen de leden,
                                    en anderen die daartoe genodigd zijn, daarop reageren en een
                                    bijdrage aan het debat leveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Tijdens het debat gelden geen vaste spreektermijnen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Gedurende het debat mogen sprekers elkaar interrumperen, tenzij
                                    dit tot verstoring van de orde leidt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Voor de behandeling van een onderwerp tijdens de debatraad wordt
                                    in beginsel niet meer dan 45 minuten uitgetrokken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>In het kader van de bewaking van de termijn genoemd in het
                                    vorige lid kan de voorzitter de deelnemers aan het debat, in
                                    afwijking van het bepaalde in lid 4, een spreektijd stellen of,
                                    in afwijking van het bepaalde in lid 5, bepalen dat een spreker
                                    zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen
                                    over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                    afzonderlijk te debatteren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten het debat voor een door hem te
                                    bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de
                                    gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>De voorzitter voert tijdens het debat zo dikwijls het woord als
                                    hij nodig acht teneinde het debat vlot te laten verlopen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Het college</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De leden van het college kunnen aan het debat deelnemen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan tijdens de debatraad ter verantwoording worden
                                    geroepen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Handhaving orde; schorsing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, roept de voorzitter hem tot de
                                    orde. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het
                                    aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter stelt de
                                    spreker in de gelegenheid de woorden die ertoe hebben geleid dat
                                    hij tot de orde is geroepen, terug te nemen. De weergave hiervan
                                    wordt alsdan niet in de besluitenlijst opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Deelname aan het debat door anderen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, wethouders, griffier en voorzitter
                                    deelnemen aan het debat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één van de leden van de raad genomen alvorens met het debat ten
                                    aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Er is geen inspreekrecht voor burgers en instellingen, tenzij
                                    een voorstel niet in een Rondetafelgesprek (beeldvormend) is
                                    behandeld. Als een voorstel rechtstreeks in de debatraad wordt
                                    geagendeerd dan wordt aan burgers en instellingen de gelegenheid
                                    geboden om voorafgaand aan het betreffende agendapunt in te
                                    spreken. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Besluitvormende raad</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Stemverklaring</titel>
              </kop>
              <al>Voordat de raad tijdens de besluitvormende raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>25</nr>
                <titel>Algemene bepalingen over stemming</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden tegen het
                                    voorstel of bepaalde delen daarvan te hebben tegengestemd of
                                    zich van stemming te hebben onthouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>In beginsel geschiedt een stemming door handopsteken. De
                                    voorzitter vraagt wie er voor het voorstel is. Daarna vraagt de
                                    voorzitter wie tegen het voorstel is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Een lid van de raad kan verzoeken om hoofdelijke stemming.
                                    Indien een hoofdelijke stemming wordt gehouden, wordt bij loting
                                    een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar
                                    genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Indien er over meer
                                    onderwerpen een hoofdelijke stemming wordt gehouden, begint de
                                    stemming steeds bij hetzelfde lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit
                                    te brengen. Nadat het overeenkomstig het vorige lid aangewezen
                                    lid zijn stem heeft uitgebracht, geschiedt de oproeping naar de
                                    volgorde van de presentielijst.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>26</nr>
                <titel>Stemming over amendementen en moties</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Alvorens over een (sub)amendement of motie wordt gestemd, wordt
                                    het college in de gelegenheid gesteld over dat (sub)amendement
                                    of die motie te adviseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Na een stemming over een of meer (sub)amendementen vindt de
                                    stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn
                                    geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming
                                    over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de
                                    voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing met
                                    inachtneming van de op dat moment aangenomen amendementen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt de motie in stemming gebracht nadat de stemming over het
                                    voorstel heeft plaatsgevonden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>27</nr>
                <titel>Stemming over personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Wanneer een stemming moet worden gehouden over de benoeming,
                                    voordracht of aanbeveling van personen, benoemt de voorzitter
                                    drie leden tot commissie tot stemopneming. De commissie wordt
                                    bijgestaan door de griffier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De stemming vindt plaats middels stembriefjes. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje of op een vooraf onder
                                    verantwoordelijkheid van de voorzitter vervaardigd
                                    stemformulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De commissie tot stemopneming onderzoekt of het aantal
                                    ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat
                                    ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te
                                    leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de
                                    stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een
                                    nieuwe stemming gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een blanco ingevuld stembriefje;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een ondertekend stembriefje;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
                                    stemming verschillende vacatures betreft;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                    betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                    voorgedragen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
                                    die waartoe de stemming is beperkt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>28</nr>
                <titel>Herstemming over personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Beslissing door het lot</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>RECHTEN VAN LEDEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>30</nr>
              <titel>Amendementen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is en de presentielijst
                                heeft getekend, kan tot aan het moment dat over het voorstel wordt
                                gestemd, een amendement indienen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een subamendement dient naar de vorm geschikt te zijn om direct te
                                worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking
                                heeft;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk,
                                totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>31</nr>
              <titel>Moties</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, kan ter vergadering een
                                motie indienen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een motie die tijdens de debatraad wordt ingediend en die geen
                                betrekking heeft op een onderwerp dat al voor de debatraad
                                geagendeerd was, wordt geagendeerd na het laatste agendapunt van de
                                debatraad, respectievelijk de besluitvormende raad. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>32</nr>
              <titel>Voorstellen van orde</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Initiatiefvoorstel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ieder lid heeft het recht aan de raad voorstellen te doen die buiten
                                de agenda vallen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Zulk een initiatiefvoorstel moet schriftelijk bij de agendacommissie
                                worden ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De agendacommissie legt het voorstel ter advisering voor aan het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Alvorens het advies van het college wordt ingewonnen, kan het
                                voorstel in een rondetafelgesprek aan de orde worden gesteld zodat
                                de initiatiefnemer het voorstel kan toelichten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Nadat het college over het voorstel heeft geadviseerd, plaatst de
                                agendacommissie het voorstel op de agenda van het eerstvolgende
                                rondetafelgesprek dan wel van de eerstvolgende debatraad, tenzij de
                                schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste
                                geval wordt het voorstel op de agenda van het daaropvolgende
                                rondetafelgesprek dan wel van de volgende debatraad geplaatst.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De behandeling van het voorstel in de debatraad vindt plaats nadat
                                alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn
                                behandeld, tenzij de raad op voorstel van de voorzitter beslist dat
                                het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met
                                een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                                behandeld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Collegevoorstel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad dat is aangeboden aan de raad, kan niet worden
                                ingetrokken zonder motivering van het college en zonder toestemming
                                van de raad.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Interpellatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een lid ingevolge artikel 155 lid 2 Gemeentewet inlichtingen
                                aan het college of de burgemeester wenst te vragen over een
                                onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda van de
                                raadsvergadering, dient deze bij de voorzitter een schriftelijk
                                verzoek tot het houden van interpellatie in.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                gevallen die naar het oordeel van de voorzitter spoedeisend zijn,
                                ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de
                                te stellen vragen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de
                                aanvang en na de opening van de eerstvolgende vergadering na de
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht.
                                Indien de raad verlof verleent voor de interpellatie, bepaalt hij op
                                welk moment tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                gehouden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De interpellant voert eerst het woord, daarna de burgemeester en de
                                wethouders. Interpellant, burgemeester en wethouders voeren niet
                                meer dan tweemaal het woord. De overige leden van de raad voeren
                                niet meer dan eenmaal het woord, tenzij de raad anders beslist.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Schriftelijke vragen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen via de griffier zo spoedig mogelijk ter kennis
                                van de overige leden van de raad en het college worden
                                gebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende debatraad.
                                Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden,
                                stelt de burgemeester of het college de vragensteller hiervan
                                gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                                waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt
                                behandeld als een antwoord.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De antwoorden worden door de burgemeester of het college aan de
                                leden van de raad medegedeeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist. Bij schriftelijke behandeling dient de vragensteller
                                daartoe voorafgaand aan de raadsvergadering een verzoek in bij de
                                agendacommissie. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>BEGROTING, REKENING EN PERSPECTIEFNOTA</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Procedure begroting en perspectiefnota</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van
                                de begroting volgens een procedure die het fractievoorzittersoverleg
                                vaststelt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien voorafgaand aan de begroting door het college een
                                perspectiefnota wordt uitgebracht, geschiedt de voorbereiding, het
                                onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de perspectiefnota
                                volgens een procedure die het fractievoorzittersoverleg vaststelt.
                            </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Procedure jaarrekening</titel>
            </kop>
            <al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die het
                            fractievoorzittersoverleg, gehoord de Auditcommissie, vaststelt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Verslag, vragen en verantwoording</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een lid van de raad, een wethouder, of de burgemeester die door de
                                gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een
                                openbaar lichaam of van een andere Verbonden Partij, ingesteld op
                                grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om
                                in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken
                                die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de
                                raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                                naar een rondetafelgesprek (beeldvormend of opiniërend).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid schriftelijke vragen stellen conform de procedure zoals bedoeld
                                in artikel 36.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis komen van de
                                persoon aan wie de vragen gesteld worden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende debatraad.
                                Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden,
                                stelt de voorzitter de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad
                                medegedeeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De verantwoording en informatieplicht als bedoeld in artikel 169
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>BESLOTEN VERGADERING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Algemeen</titel>
            </kop>
            <al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Besluitenlijst</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De besluitenlijst van een besloten vergadering is in elk geval niet
                                openbaar zolang zij niet zijn vastgesteld. De besluitenlijst die
                                niet openbaar is, wordt uitsluitend aan de leden van de raad en de
                                leden van het college verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                griffier ondertekend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>42</nr>
              <titel>Geheimhouding</titel>
            </kop>
            <al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            geheimhouding dient in acht te worden genomen door eenieder die bij de
                            vergadering aanwezig is en door een ieder die op andere wijze kennis
                            heeft van de stukken. De raad kan besluiten de geheimhouding op te
                            heffen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>43</nr>
              <titel>Opheffing geheimhouding</titel>
            </kop>
            <al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>44</nr>
              <titel>Toehoorders en pers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>45</nr>
              <titel>Geluid- en beeldregistraties</titel>
            </kop>
            <al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>46</nr>
              <titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel>
            </kop>
            <al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons om te bellen of het
                            gebruik van andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering niet toegestaan, tenzij de voorzitter hiervoor
                            toestemming heeft gegeven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>47</nr>
              <titel>Maatregelen van orde</titel>
            </kop>
            <al>Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de
                            publieke tribune.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>48</nr>
              <titel>Uitleg reglement</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel
                                van de voorzitter.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In bijzondere gevallen kan de raad besluiten af te wijken van de
                                bepalingen van dit reglement.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>49</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement van orde voor de raad
                            van de gemeente Alphen aan den Rijn 2014</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>50</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op de dag waarop deze wordt
                                    vastgesteld. </al></li>
              <li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de
                                    vergaderingen van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 2004 alsmede het
                                    reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de
                                    gemeente Boskoop vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 2010,
                                    het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de
                                    gemeente Rijnwoude, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april
                                    2010</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 2 januari
                            2014</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad van Alphen aan den Rijn,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de griffier, </ondertekening>
        <ondertekening>P.M.H. van Ruitenbeek</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>T.P.J. Bruinsma</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>