<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR322446_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening begraafplaatsen Montfoort 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening begraafplaatsen Montfoort 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 35 Wet op de Lijkbezorging</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknumer 15648</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening begraafplaatsen Montfoort 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        5 november 2013;</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening begraafplaatsen Montfoort 201</vet><vet>4</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats(en): de algemene begraafplaats gelegen aan de
                                    Julianalaan, de Rooms Katholieke begraafplaats aan de
                                    Lodewijkstraat en de algemene begraafplaats De Stuivenberg
                                    gelegen aan de Bovenkerkweg;</al></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden
                                    bijgezet;</al></li><li nr="d."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="-"><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken.</al></li><li nr="h."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen; Particuliere urnengraven bestaan in de categorie
                                    “groot”en “klein”.</al></li><li nr="i."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="j."><al>kindergraf: een particulier graf bestemd tot het doen begraven
                                    en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen,
                                    alsmede van kinderen tot 12 jaar.</al></li><li nr="k."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken; </al></li><li nr="l."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="m."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="n."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="o."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een
                                    particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel
                                    degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te
                                    zijn getreden;</al></li><li nr="p."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht
                                    tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan
                                    wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats
                                    te zijn getreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede
                                verstaan: particulier urnengraf, particuliere gedenkplaats en
                                particuliere urnennis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats(en) is (zijn) voor eenieder dagelijks toegankelijk
                                van zonsopgang tot zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor
                                het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan
                                voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste vijf dagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan
                                de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                                plaatsvinden, uiterlijk om 12:00 uur schriftelijk of mondeling
                                kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van
                                deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming
                                heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te
                                begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk
                                worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr><titel>Lijkomhulsels</titel></kop><al><vet>1.1.</vet> Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of
                            ander omhulsel, eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die
                            voldoen aan de in de volgende twee leden opgenomen eisen:&#x2028;</al><al><vet>1.2.</vet> Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de
                            volgende onderdelen of bewerkingen de volgende kunststoffen of
                            toepassingen van kunststoffen toegelaten:</al><al>1.2.1. <cursief>Spaanplaat:</cursief>&#x2028;Verlijmde
                            houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaat bevat niet meer dan 10 mg vrij
                            of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100 gram plaatmateriaal.
                            Gemeten met de fotometrische methode is dit 8 mg formaldehyde per 100
                            gram droog plaatmateriaal (normuitgave NEN-EN 120 uit 1991).&#x2028;</al><al>1.2.2. <cursief>Lijm:</cursief>&#x2028;Verwerkt in houtspaanplaat:
                            ureumformaldehyde-lijm of isocyanaat-lijm;&#x2028;verwerkt in schottenlijm:
                            ureumformaldehyde-lijm en/of PVAC-lijm;&#x2028;verwerkt in perslijm: PVAC lijm
                            - polyvinylacetaat;&#x2028;verwerkt in constructielijm: PVAC lijm -
                            polyvinylacetaat.&#x2028;</al><al>1.2.3. <cursief>Lak:</cursief>&#x2028;Nitrocelluloselak dan wel een
                            combinatielak van nitrocellulose, alkydharsen, en -eventueel -
                            polyesterharsen.&#x2028;</al><al>1.2.4. <cursief>Handgrepen, sierschroeven en andere
                                ornamenten:</cursief>&#x2028;Handgrepen, ornamenten en accessoires van
                            graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te worden in vergankelijk
                            materiaal, dan wel van buitenaf verwijderd te kunnen worden.&#x2028;</al><al>1.2.5. <cursief>Hoofdkussen of hoofdsteun:</cursief>&#x2028;Zak van
                            vergankelijk materiaal gevuld met houtkrullen of kartonnen
                            hoofdsteun.&#x2028;</al><al>1.2.6. <cursief>Binnenbekleding:</cursief>&#x2028;Niet geïmpregneerd papier aan
                            de binnenkant van de deksel en de wanden; katoen, zijde, rayon, of
                            cellulose-acetaat dan wel een mengsel van genoemde stoffen, en wel zo
                            dat de stof van de binnenbekleding niet in één stuk over de bodem en
                            wanden van de kist wordt gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk
                            stof wordt gebruikt.&#x2028;</al><al>1.2.7. <cursief>Bodembedekking:</cursief>&#x2028;Niet-geïmpregneerd papier op
                            de bodem, al dan niet voorzien van een extra celstof onderlegger.&#x2028;</al><al>1.2.8. <cursief>Print en kantenband:</cursief>&#x2028;Basispapier op
                            edelcellulosebasis met anorganische pigmenten.</al><al><vet>1.3</vet> Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te
                            voldoen:</al><al>1.3.1. <cursief>Doorlaatbaarheid</cursief>&#x2028;</al><al><cursief>a. Van water</cursief>: gedurende zeven dagen voortdurend
                            contact met water van 5°C en 20°C bij pH = 7,0 mag het materiaal niet
                            meer dan 1 mg vloeibaar water per vierkante meter per uur doorlaten,
                            gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm.&#x2028;</al><al><cursief>b. Van gas</cursief>: na veertien dagen mag de doorlaatbaarheid
                            voor gasvormig kooldioxide, gemeten volgens norm DIN 53122 of een
                            vergelijkbare norm, niet minder zijn dan 150 ml per vierkante meter per
                            uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per vierkante meter per
                            uur.&#x2028;</al><al>1.3.2. <cursief>Mechanische eigenschappen</cursief>&#x2028;</al><al><cursief>a. Treksterkte</cursief>: de treksterkte van het materiaal en
                            van de lasverbindingen mag niet minder bedragen dan 1 N per millimeter,
                            gemeten volgens norm DIN 53455 of een vergelijkbare norm.&#x2028;</al><al><cursief>b. Vouwbestendigheid</cursief>: als het materiaal wordt
                            dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een
                            druk van 5 N per vierkante centimeter, mag het materiaal in de vouw geen
                            scheur vertonen.&#x2028;</al><al>1.3.3. <cursief>Vorm</cursief>&#x2028;Gedurende twee jaar opslag bij 20°C mag
                            de krimp in de lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen,
                            gemeten volgens norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm.&#x2028;</al><al>1.3.4. <cursief>Biologische afbreekbaarheid:</cursief>&#x2028;Het materiaal van
                            de lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer dan 98% te worden
                            afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee
                            vergelijkbare norm. Daarnaast dienen uit de lijkhoezen, zowel bij de
                            biologische afbraak als bij crematie, geen schadelijke stoffen vrij te
                            komen. Voor zware metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde
                            koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse
                            Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen
                            norm. Voor de bepaling hiervan dient gebruik te worden gemaakt van de
                            norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm.</al><al><vet>1.4</vet> Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het
                            doel van begraven of verbranden zijn afgestemd, zijn toegestaan bij
                            begraven of verbranden mits zij voldoen aan de hierboven gestelde eisen
                            van doorlatendheid voor lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover
                            deze omhulsels dan wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden
                            voorafgaand aan het begraven of verbranden.&#x2028;&#x2028;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: maandag tot en met
                                zaterdag van 10:00 uur tot 15:00 uur. Geen begraving, bijzetting of
                                bezorgen van as vindt plaats op zondagen en op algemene erkende
                                feest- en gedenkdagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnengraven groot en klein;</al></li><li nr="c."><al>particuliere urnennissen;</al></li><li nr="d."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de
                                particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens
                                de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een
                                particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het
                                particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van één jaar, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van één
                                jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een vergunning nodig van
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het schoonhouden van de begraafplaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de
                                ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                                graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien
                            deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende
                                niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van
                                de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
                                begraafplaats bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een
                                particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder
                                een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders
                                bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11,
                                tweede lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk
                                ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven
                                onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap
                                schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen
                                van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst
                                staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>e administratie bevat een register van alle overledenen die begraven
                                zijn op de begraafplaatsen of wiens asbus is bijgezet, met hun
                                namen, datum van geboorte en datum van overlijden. In dit register
                                wordt tevens vermeldt dat dag van begraving of bijzetting, het
                                gedeelte van begraafplaats waarin dit is geschied en het nummer van
                                het graf. Daarnaast zijn in dit register de naam en het adres van de
                                rechthebbende of de gebruiker opgenomen. Dit register is niet
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun
                                adres aan het college door te geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het in het eerste lid bedoelde register kunnen uitsluitend
                                rechthebbenden en gebruikers, tegen betaling van de daarvoor
                                verschuldigde kosten, een uittreksel t.a.v. hun graf of nis en de
                                leges verkrijgen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door afdeling Klantzaken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De "Verordening begraafplaatsen Montfoort 2011", vastgesteld op 12
                            december 2011, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de "Verordening
                                begraafplaatsen Montfoor t 2011 " gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de "Verordening
                                begraafplaatsen Montfoort 2011" is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is
                                beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Overig</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening begraafplaatsen
                            Montfoort 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Montfoort, gehouden op 16 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mevrouw drs. E.C.M. van der Klauw de heer E.L. Jansen BA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><tussenkop>1. De verordenende bevoegdheid</tussenkop><tussenkop>1.1 Begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente </tussenkop><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voorzover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die hij in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    van de ontvlechting van raad en college zijn de bestuursbevoegdheden van de
                    Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden van de raad versterkt.</al><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al><tussenkop>2. Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid </tussenkop><tussenkop>2.1 Inleiding </tussenkop><al>De verordening bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de
                    instandhouding en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaatsen. In dit
                    hoofdstuk schenken wij aandacht aan enkele van deze regels.</al><tussenkop>2.2 Gemeentelijke verantwoordelijkheid en regelgeving </tussenkop><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiele lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan worden
                    aangewezen voor contacten met de burgers voor bijvoorbeeld het in ontvangst
                    nemen van diverse aanvragen.</al><al>De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de begraafplaats kan worden
                    vergeleken met de verantwoordelijkheid die zij heeft bij de zorg voor andere
                    collectieve voorzieningen zoals wandelgebieden en fietspaden. De verschillende
                    aspecten van de begraafplaatsen vragen in bestuurlijk opzicht om een speciale
                    aanpak.</al><al>Daarom wordt voorgesteld om bij de gemeentelijke begraafplaatsen deskundigen te
                    betrekken door een adviescommissie ( artikel 84 van de Gemeentewet) in te
                    stellen die het college over de algemene aspecten van de begraafplaats en over
                    de uitvoeringsbesluiten kan adviseren. Hierbij kan worden gedacht aan
                    deskundigen op het gebied van de rouwverwerking, de plaatselijke geschiedenis en
                    monumenten. Maar ook personen uit de kring van rechthebbenden op de graven en
                    omwonenden van de begraafplaats kunnen deel uitmaken van zo'n adviescommissie
                    begraafplaatsen.</al><al>De waarde die aan de begraafplaatsen wordt toegekend maakt het voorts nodig dat
                    er een inventarisatie wordt samengesteld van de historische en culturele waarden
                    die op de begraafplaats aanwezig zijn. Het model voorziet in het opstellen van
                    een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard
                    zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft derhalve
                    uitdrukking aan de waarden van de begraafplaats als zodanig. Zij dient een ander
                    doel dan de monumentenlijst.</al><al>Voor de dienstverlening op begraafplaatsen noemt het model een uitgebreid
                    voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en eigen graven, bestemmingen
                    voor as en gedenkplaatsen voor vermisten of voor overledenen in den vreemde als
                    het lichaam niet naar Nederland is vervoerd. Hiermee wordt voldaan aan de
                    behoeften die de samenleving in verband met het bezorgen van de doden vraagt. In
                    deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om de
                    voorzieningen te treffen. Het wil dus niet per se zeggen dat alle voorzieningen
                    daadwerkelijk op iedere gemeentelijke begraafplaats aanstonds aanwezig moeten
                    zijn. Het verdient misschien aanbeveling om met het treffen van sommige
                    feitelijke voorzieningen te wachten tot de vraag zich aandient. Van belang is
                    wel om vast te leggen en bekend te maken dat de gemeente in principe bereid is
                    om deze voorzieningen te bieden zodra blijkt dat daaraan behoefte is. De als
                    mogelijkheid aanwezige dienstverlening is dan in de volle breedte voor iedereen
                    duidelijk.</al><al>De beheersverordening geeft het college de bevoegdheid om de graven en
                    urnennissen in te delen in categorieen. Het verdient aanbeveling om daarbij niet
                    in de eerste plaats de verschillende soorten graven als uitgangspunt te nemen,
                    maar zo veel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijke situatie van het park en
                    de daarop aangebrachte beplanting en kunstvoorwerpen. Op deze wijze kan een te
                    strakke en starre inrichting worden voorkomen en behoudt het park zijn
                    aantrekkelijkheid voor veel ingezetenen.</al><al>Het is voor nabestaanden, voor uitvaartondernemers, hoveniers en steenhouwers
                    begrijpelijkerwijs gewenst als de overboeking van een grafruimte of de
                    goedkeuring van een grafbedekking snel kan verlopen. Daarom kunnen de aanvragen
                    om grafuitgiften en vergunningen voor grafbedekking volgens dit voorstel het
                    best worden ingediend bij de beheerder van de begraafplaats. Door mandaat van de
                    beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de verzoeken door hem worden
                    behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college.</al><tussenkop>2.3 Algemene graven </tussenkop><al>De positie van hen die kiezen voor een plaats in een algemeen graf wordt
                    verbeterd. De nadere regels van burgemeester en wethouders bevatten een aanbod
                    van plaatsen in algemene graven voor 10 of 20 jaar, naar keuze. Verder wordt de
                    mogelijkheid om bij ruiming van algemene graven de stoffelijke resten
                    beschikbaar te houden voor herbegraving elders uitdrukkelijk genoemd.</al><tussenkop>2.4 Ordemaatregelen </tussenkop><al>Op de begraafplaatsen moet orde, rust en netheid bestaan. Daarom bevat het model
                    gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruikmaken. Dit kunnen
                    bezoekers, uitvaartondernemers, hoveniers of steenhouwers zijn. Personen die
                    zich niet gedragen volgens de aanwijzingen van de beheerder, kunnen door hem van
                    de begraafplaats worden verwijderd. Tegen overtreding van de ordevoorschriften
                    is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen
                    ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken.</al><al>Uitdrukkelijk is vastgesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming
                    van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al><tussenkop>2.5 Verplichte verlenging </tussenkop><al>Het gebeurt veelvuldig dat in eigen graven begravingen, bijzettingen of
                    asbezorging plaatsvinden betrekkelijk kort voor het aflopen van de
                    uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                    bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                    uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten omvatten
                    die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan de
                    wettelijke minimumtermijn voor het ruimen van graven.</al><tussenkop>2.6 Overboeking van een eigen graf </tussenkop><al>Het recht op een eigen graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college.</al><al>Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een
                    bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk
                    met de vergunning om standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag
                    op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het
                    recht om lijken in een bepaald graf te begraven, in de praktijk aangeduid als
                    'eigen graf', op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus
                    niet verkopen.</al><al>Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een
                    ander. De kring van de nieuwe rechthebbende wordt in beginsel beperkt tot de
                    echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad.
                    De achtergrond van deze beperking is gelegen in het feit dat de schaarste aan
                    eigen graven op de begraafplaats kan leiden tot het 'opkopen' van graven door
                    willekeurige derden.</al><al>Ervaringen in gemeenten hebben geleerd dat een dergelijke ontwikkeling verre van
                    denkbeeldig is. Het is ongewenst daaraan medewerking te verlenen. Het spreekt
                    daarbij vanzelf dat de mogelijkheid open blijft dat ook een ander dan een
                    familielid of levenspartner als nieuwe rechthebbende wordt aangewezen.</al><tussenkop>2.7 Voorschriften grafbedekking </tussenkop><al>Het aanzien van begraafplaatsen kan chaotisch worden als elke regelgeving
                    ontbreekt. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. Dit model geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt
                    zich tot het aangeven van de materiaalkeuze, te weten duurzame materialen, en de
                    maximale afmetingen voor grafbedekkingen. Binnen die afmetingen zijn de
                    betrokkenen in beginsel vrij in de vormgeving van de grafbedekking. Dit model
                    beperkt zich tot enige algemene eisen waaraan grafbedekkingen moeten
                    voldoen:</al><lijst><li nr="1."><al>de grafbedekking mag geen afbreuk doen aan het aanzien van de
                            begraafplaats;</al></li><li nr="2."><al>de duurzaamheid van de materialen moet voldoende zijn;</al></li><li nr="3."><al>de constructie moet deugdelijk zijn;</al></li><li nr="4."><al>de grafbedekking moet voldoen aan de door burgemeester en wethouders
                            gegeven nadere regels.</al></li></lijst><al>Als er door de rechthebbende geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten
                    worden aangeduid dat er een overledene begraven ligt om te voorkomen dat
                    bezoekers ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en de
                    administratie zal voorts moeten blijken welke overledene daar begraven is.</al><tussenkop>2.8 Verplicht onderhoud </tussenkop><al>Het model stelt verplicht dat enkele handelingen van het onderhoud, zoals het
                    onderhoud van blijvende grafbeplanting en het jaarlijks schoonmaken en stellen
                    van het gedenkteken, van gemeentewege worden verzorgd. Een dergelijke
                    verplichting bestaat al in veel gemeenten. Er zijn dan ook twee belangrijke
                    aspecten aan verbonden. In de eerste plaats laat het onderhoud van veel graven
                    thans te wensen over. Een verplicht onderhoud van gemeentewege komt het aanzien
                    van de begraafplaatsen ten goede. Het tweede aspect is van financiele aard. Voor
                    het verplicht onderhoud kan een bedrag in rekening worden gebracht bij de
                    rechthebbende op het graf. De gemeente kan hiermee deze kosten van onderhoud
                    verhalen.</al><al>De regeling geldt voor nieuw uit te geven graven, alsmede voor de graven waarvan
                    de termijn wordt verlengd. Zij kan uiteraard niet van toepassing zijn op graven
                    waarvan de uitgiftetermijn op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe
                    verordening nog loopt.</al><al>Naast het minimum aan onderhoud van gemeentewege zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven, gezien de aard en de omvang en de lange tijdsduur dat deze graven
                    bestaan, verplicht hun grafbedekkingen behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de
                    beheerder van de begraafplaats de nabestaande aanspreken en sommeren tot het
                    overgaan van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking.</al><tussenkop>2.9 Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel </tussenkop><al>De wet geeft aan de kerkgenootschappen die daarom vragen het recht op een
                    afzonderlijk deel van de gemeentelijke begraafplaats. Gebleken is dat er bij de
                    kerkgenootschappen behoefte bestaat aan een lokale regelgeving voor deze ter
                    beschikking van de kerkgenootschappen gestelde delen. Daarom geeft dit model aan
                    het college de bevoegdheid om ten aanzien van bepaalde onderwerpen nadere regels
                    vast te stellen die kunnen afwijken van de nadere regels die gelden voor de rest
                    van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkgenootschap verlangen om in kennis te worden gesteld van
                    de onderhouds- en herstelbehoeften van een of meer graven op het ter beschikking
                    van het kerkgenootschap gestelde deel. Hierdoor kan het kerkgenootschap in de
                    gelegenheid worden gesteld om mede zorg te besteden aan het aanzien van en de
                    goede gang van zaken op het ter beschikking van de kerk gestelde afzonderlijke
                    deel.</al><tussenkop>2.10 Delen die ter beschikking zijn gesteld van het Nederlands
                    Israelitisch Kerkgenootschap </tussenkop><al>De graven op een joods gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats verdienen
                    aparte vermelding omdat er ter plaatse vaak geen Israelitische gemeenschap meer
                    bestaat en voorts omdat er meestal geen nabestaanden van de overledenen meer in
                    leven zijn. Wel zijn verschillende gemeenten in het verleden verplichtingen
                    aangegaan in de eerste plaats met het ter beschikking stellen van een gedeelte
                    op de gemeentelijke begraafplaats aan het Nederlands Israelitisch
                    Kerkgenootschap en ten tweede bij de beslissingen tot grafuitgiften. Vervolgens
                    hebben veel gemeenten na de Tweede Wereldoorlog op gronden van pieteit de zorg
                    voor de ter beschikking gestelde gedeelten en de daarop gelegen graven op zich
                    genomen.</al><al>Joodse graven moeten volgens de joodse voorschriften onaangeroerd blijven
                    liggen. Aangenomen moet dan ook worden dat de graven op de joodse gedeelten in
                    het verleden voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven.</al><al>Het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap te Amsterdam heeft de rechten van de
                    vroegere lokale Israelitische gemeenschappen overgenomen en waakt over het
                    voortbestaan van de graven.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Toelichting op enkele bepalingen van de verordening </tussenkop><al>Artikel 1 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 2 </al><al>Voor een eigen graf, eigen urnengraf, eigen strooiveld, eigen gedenkplaats en
                    eigen urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden
                    'voorzover van belang' zijn ingevoegd omdat de bepalingen betreffende het ruimen
                    en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een eigen graf, respectievelijk
                    eigen urnengraf.</al><al>Voor de algemene graven geldt overeenkomstig hetgeen is opgemerkt bij het eerste
                    lid ten aanzien van de algemene urnengraven.</al><al>Artikel 3 </al><al>Lid 3 van dit artikel is geintroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van
                    personen die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling
                    voor bezoekers.</al><al>Artikel 4 </al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat het college het verlenen van die toestemming
                    onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder
                    (mandaat).</al><al>De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden
                    om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de
                    regel als bedoeld in het tweede lid onder a bestaat behoefte omdat men soms
                    dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan
                    uiteraard verschillen per begraafplaats.</al><al>Artikel 5 </al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb.
                    1968, 157) en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen, zoals artikel
                    2.1.2.1 van de model-APV.</al><al>Artikel 6 </al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al>Artikel 7 </al><al>Een kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er
                    wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een
                    bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al>Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie uitsluitend
                    toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats
                    nodig, ook om redenen van veiligheid, in het bijzonder bij het openen en sluiten
                    van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van
                    de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een
                    begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar
                    ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijke
                    inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om
                    het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het
                    graf zal door het personeel moeten geschieden.</al><al>Artikel 7a</al><al>Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een kist of ander
                    omhulsel vervaardigd te zijn van biologisch afbreekbare materialen.</al><al>Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een lijkhoes vervaardigd
                    te zijn van biologisch afbreekbare materialen. Omdat niet is vastgelegd binnen
                    welke termijn en op welke wijze dit proces dient plaats te vinden, zijn hiervoor
                    aanvullende bepalingen opgenomen.</al><al>Artikel 8 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 9 </al><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst de
                    beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven om medewerking
                    aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het eigen graf mag worden bijgezet (lid 2).</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk volgens
                    de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.</al><al>Artikel 10 </al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met uitzondering van zon- en
                    feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen
                    erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de
                    sabbat. Het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij
                    dat de begraafplaatsen op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden
                    opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><al>Artikel 11 </al><al>Naast de eigen graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van
                    voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt tegemoetgekomen
                    aan de behoeften van de nabestaanden die de crematie op enige afstand van huis
                    hebben doen plaatsvinden en graag een identificatiepunt in de omgeving hebben om
                    de overledene dichtbij te kunnen gedenken. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld
                    worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is
                    overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><al>Artikel 12 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 13 </al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><al>Artikel 14 </al><al>Een indeling in categorieen is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieen) van de begraafplaats.</al><al>Artikel 15 </al><al>Lid 1 van artikel 15 is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van
                    de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen
                    een jaar na het begin van deze periode moet het college volgens het wetsvoorstel
                    de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij
                    per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de
                    periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan
                    vragen.</al><al>Zie verder de toelichtingen op de artikelen 21 en 24. De bepaling in het model
                    is hiermee in overeenstemming. Het is van belang om de rechthebbenden mede te
                    delen dat verlenging van de termijn tijdig moet worden aangevraagd.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op eigen
                    graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><al>Het derde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting
                    rechthebbende kan zijn indien daarvoor gewichtige redenen bestaan (artikel 17,
                    eerste en tweede lid).</al><al>Artikel 16 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 17 </al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf.</al><al>Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste
                    lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts een
                    persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de termijn op
                    een jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met de nodige
                    soepelheid zal worden gehanteerd.</al><al>Het verdient aanbeveling dat de overschrijving van het eigen graf schriftelijk
                    aan de nieuwe rechthebbende kenbaar wordt gemaakt.</al><al>Artikel 18 </al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><al>Artikel 19 </al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en eigen graven. De
                    grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de
                    nadere regels van het college. Zij zijn ruim geformuleerd zodat zelden een
                    verzoek om ontheffing zal worden ingediend. De vergunningseis omvat het
                    gedenkteken en de winterharde beplantingen.</al><al>Artikel 20 </al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de
                    bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbenden op de graven is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de
                    rechthebbenden telkenmale per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op
                    het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe
                    daarmee wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te
                    verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><al>Artikel 21 </al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede
                    ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen
                    wordt ten minste een jaar van tevoren gedaan, zowel aan de rechthebbende op een
                    eigen graf als aan degene die koos voor een plaats in een algemeen graf en
                    daarop een grafbedekking aanbracht. De mededeling aan de rechthebbende op een
                    eigen graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan in veel gevallen
                    gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en
                    dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 15, tweede lid, met de
                    toelichting en artikel 24, eerste lid).</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid). In dat
                    geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of
                    door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al>Artikel 22 </al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen, maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat
                    graftekens (graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de
                    lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de
                    grond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2002
                    bevestigd. De consequentie van deze uitspraak is dat de begraafplaats als
                    eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het grafmonument
                    aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid).</al><al>Artikel 23 </al><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. In de meeste gevallen is
                    het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd. Op de
                    graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals rozen,
                    coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten,
                    het snoeien, het onkruidvrij houden, het verwijderen van onkruid en het
                    aanbrengen van nieuwe planten. Het verdient aanbeveling om het beleid dat
                    burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit artikel voeren mede te delen
                    bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of
                    bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al>Artikel 24 </al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan degenen die kozen voor een
                    plaats in een algemeen graf.</al><al>Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 21.</al><al>Iedere belanghebbende kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat
                    het graf van historische betekenis is (zie artikel 26). Aan de rechthebbende op
                    het graf moet ook worden medegedeeld dat hij verlenging van de graftermijn kan
                    vragen volgens artikel 27, eerste lid, van de wet. Hij kan ook vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen
                    plaatsen, dan wel elders bij te zetten, volgens artikel 24, vierde lid, van de
                    verordening. Degene die in een algemeen graf heeft doen begraven kan volgens
                    artikel 24, derde lid, een aanvraag indienen om de overblijfselen indien
                    mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. De mededelingen
                    volgens deze bepaling zijn geen voldoende basis om eigen graven te ruimen.</al><al>Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de
                    stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te geven dan die
                    welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet
                    worden begraven in het verzamelgraf (de beenderenkuil) en dat de as niet op een
                    algemeen terrein wordt verstrooid. Die andere bestemming voor zowel algemene als
                    eigen grafruimten is zo ruim mogelijk omschreven.</al><al>Zo kan bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De
                    overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte worden
                    geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere
                    overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een volgende generatie in
                    dezelfde familie blijven.</al><al>Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf
                    op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere
                    begraafplaats.</al><al>Artikel 25 </al><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging onder het beheer van de
                    gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte van toepassing.
                    Het college is dus verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op het ter
                    beschikking van de kerk gestelde gedeelte. Het college voorziet ook in het
                    minimale onderhoud van de grafbedekkingen op het kerkelijk deel (artikel
                    23).</al><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het college bericht
                    te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is van de
                    grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het betreft hier het
                    onderhoud waartoe de rechthebbende op het graf verplicht is (artikel 22). In de
                    praktijk kunnen zich verschillende gevallen voordoen. Zo kan de rechthebbende op
                    een graf nalatig zijn, wellicht omdat deze niet in staat is om voor de
                    grafbedekking te zorgen. Soms ook waakt een kerkgenootschap over de graven als
                    er geen nabestaanden meer in leven zijn.</al><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om telkenmale
                    als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te
                    worden geinformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                    kerkgenootschap kan zich dan telkenmale beraden hoe te handelen.</al><al>Artikel 26 </al><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn vanwege de overledene die er begraven ligt dan wel alleen vanwege
                    het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak
                    subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                    lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                    voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen.</al><al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst.</al><al>Artikel 27 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich</al><al>Artikel 28 </al><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><al>Artikel 29 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 30 </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 31 </al><al>De verordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is
                    van belang dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket
                    van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143
                    Gemeentewet).</al><al>Artikel 32 </al><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>