<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR322300_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Speelautomatenhalverordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-5932.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20140213%26epd%3d20140213%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dTilburg%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 2014, 5932</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Speelautomatenhalverordening Tilburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002469&amp;artikel=30c">Wet op de Kansspelen, art. 30c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/140nieuw</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Beleidsregels</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Speelautomatenhalverordening 1997 die op 27 januari 1997 door de raad is vastgesteld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-27036</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-27037</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-27038</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Speelautomatenhalverordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>- gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Speelautomatenhalverordening 2013 vast te stellen;</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester te verzoeken beleidsregels uit te werken om het
                                verlenen van vergunningen op grond van de gewijzigde verordening op
                                een zorgvuldige manier te kunnen uitvoeren.</al></li></lijst><al/><al><vet>Speelautomatenhalverordening 2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>: Vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>de wet: de Wet op de Kansspelen</al></li><li nr="2."><al>speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                    van de wet;</al></li><li nr="3."><al>behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel
                                    30, onder b, van de wet;</al></li><li nr="4."><al>kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30,
                                    onder c, van de wet;</al></li><li nr="5."><al>hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder d, van de wet;</al></li><li nr="6."><al>laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder e, van de wet;</al></li><li nr="7."><al>speelautomatenhal : een inrichting, bestemd om het publiek
                                    gelegenheid te geven spelen op speelautomaten als bedoeld in
                                    artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de
                                    Kansspelen.</al></li><li nr="8."><al>de beheerder : de exploitant dan wel degene die namens hem het
                                    dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding uitoefent in de
                                    hal. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Maximumstelsel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor maximaal drie speelautomatenhallen
                                vergunning verlenen, te weten één voor de binnenstad en twee voor
                                het gebied gelegen buiten de binnenstad, één en ander zoals
                                aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig
                                gewaarmerkte kaart.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er één of meer vergunningen beschikbaar zijn, maar het aantal
                                aanvragen het aantal beschikbare vergunningen overtreft, zal de
                                besluitvorming omtrent de aanvragen geschieden overeenkomstig door
                                de burgemeester vast te stellen beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zolang deze regels nog niet zijn vastgesteld is de burgemeester niet
                                bevoegd een aanvraag in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester is na vaststelling van de beleidsregels bevoegd een
                                termijn te stellen, waarbinnen aanvragen kunnen worden
                                ingediend</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Locatie-eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan geen vergunning verlenen voor een
                                speelautomatenhal die gelegen is of zal zijn op een bedrijventerrein
                                of op een locatie die is gelegen in een woongebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan geen vergunning verlenen voor een
                                speelautomatenhal binnen de bebouwde kom van de kernen
                                Berkel-Enschot of Udenhout, zoals weergegeven op de bij deze
                                verordening behorende kaarten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan geen vergunning verlenen voor een
                                speelautomatenhal buiten de binnenstad, die binnen een afstand van
                                één kilometer is gelegen van de binnenstad, zoals weergegeven op de
                                bij deze verordening behorende kaarten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan alleen een vergunning verlenen voor een
                                speelautomatenhal voor zover deze is gelegen in de binnenstad of
                                indien deze is gelegen buiten de binnenstad als deze onderdeel
                                uitmaakt van een groter complex, waar minimaal drie andere
                                recreatieve functies zijn of worden ondergebracht of in een
                                zelfstandig gebouw waarbinnen zich in een straal van 100 m tenminste
                                drie andere recreatieve functies bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergunningaanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van
                                :</al><lijst><li nr="§"><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is
                                        opgenomen de oppervlakte daarvan alsmede een plattegrond
                                        waarop is aangegeven op welke plaats en in welk aantal
                                        kansspelautomaten zullen worden opgesteld.</al></li><li nr="§"><al>een verklaring waaruit blijkt, dat hij gerechtigd is over de
                                        ruimte te beschikken.</al></li><li nr="§"><al>een overzicht van de aard en locatie van de overige
                                        recreatieve functies binnen het complex, of in het geval van
                                        vestiging in een zelfstandig gebouw een overzicht van de
                                        binnen een straal van 100m gevestigde recreatieve
                                        functies.</al></li><li nr="§"><al>een opgave van de in de vergunning te vermelden
                                        beheerder(s).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan nog andere eisen stellen aan de in te dienen
                                bescheiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen dertien weken na de datum waarop de
                                aanvraag is ontvangen. Hij kan de beslissing voor ten hoogste drie
                                maanden verdagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden,
                                dat de vergunninghouder een convenant dient te ondertekenen met de
                                gemeente en een instelling, die zich richt op het bestrijden van
                                gokverslaving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt het aantal automaten geregeld, dat mag worden
                                geplaatst. Voor de binnenstad geldt een maximum van 250 automaten.
                                Voor de het gebied buiten de binnenstad een minimum van 75 en een
                                maximum van 125 automaten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een vergunning worden voorschriften worden verbonden met
                                betrekking tot de openings- en sluitingstijden van de hal en het
                                door de vergunninghouder uit te oefenen toezicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast de in de vorige leden genoemde voorschriften kunnen aan een
                                vergunning alle voorschriften worden verbonden, die strekken ter
                                bescherming van het belang van de openbare orde, het woon en
                                leefklimaat daaronder begrepen, en het tegengaan van
                                gokverslaving.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is locatie- en persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning wordt geweigerd, indien :</al><lijst><li nr="1."><al>reeds het maximale aantal in artikel 2, tweede lid, genoemde
                                    vergunningen is verleend.</al></li><li nr="2."><al>de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben)
                                    bereikt.</al></li><li nr="3."><al>de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat
                                    (staan).</al></li><li nr="4."><al>de exploitant of de beheerder(s) in enig opzicht van slecht
                                    levensgedrag zijn.</al></li><li nr="5."><al>in geval het bepaalde in artikel 2, derde lid, van toepassing is
                                    en de aanvraag op basis van de in dat artikel genoemde
                                    beleidsregels niet voor honorering in aanmerking komt.</al></li><li nr="6."><al>in geval het bepaalde in artikel 3 van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken :</al><lijst><li nr="1."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend.</al></li><li nr="2."><al>indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning
                                    verbonden voorschriften of beperkingen.</al></li><li nr="3."><al>indien de exploitatie van de hal niet binnen zes maanden na
                                    vergunningverlening ter hand is genomen dan wel gedurende een
                                    zelfde periode is onderbroken.</al></li><li nr="4."><al>indien in de inrichting strafbare feiten hebben plaatsgevonden
                                    dan wel de vergunninghouder dan wel de beheerder(s) in enige
                                    opzicht van slecht levensgedrag zijn bevonden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gebruik van de vergunning</titel></kop><al>Indien een vergunning is verleend en tevens een omgevingsvergunning
                            dient te worden verkregen mag van de vergunning op basis van deze
                            verordening geen gebruik worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij deze verordening bepaalde
                            zijn belast de bij besluit van de burgemeester aan te wijzen personen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van haar
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van die dag vervalt de Speelautomatenhalverordening 1997
                                zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Tilburg bij besluit van 7
                                februari 1997 met inbegrip van nadien doorgevoerde wijzigingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Vergunningen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                            verleend blijven van kracht en gelden als verleend op grond van artikel
                            2, eerste lid van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam
                            Speelautomatenhalverordening Tilburg.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>Berkel-Enschot, Udenhout en Tilburg Binnenstad</nr></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Tilburg/i235945.pdf">Bijlage Berkel-Enschot</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Tilburg/i235946.pdf">Bijlage Udenhout</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Tilburg/i235947.pdf">Bijlage Binnenstad Tilburg</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 30 c van de Wet op de Kansspelen is het alleen toegestaan
                    een speelautomatenhal te exploiteren, als dit is toegelaten via een
                    gemeentelijke verordening. In die verordening dient dan geregeld te worden, dat
                    er voor de exploitatie een vergunning van de burgemeester is vereist. Het is
                    mogelijk om het aantal te verlenen vergunningen te limiteren in de
                    verordening.</al><al>Een aanwezigheidsvergunning is de in artikel 30b, eerste lid van de wet bedoelde
                    vergunning van de burgemeester voor het aanwezig hebben van één of meer
                    kansspelautomaten.</al><al>Met ingang van 1 juli 2010 is de Wet van 20 mei 2010 tot wijziging van het
                    Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met lastenverlichting voor
                    burgers en bedrijfsleven (32 038) in werking getreden.</al><al>Direct gevolg daarvan is dat de aanwezigheidsvergunning voor
                    behendigheidsautomaten is afgeschaft. Daarmee heeft de gemeente geen
                    bevoegdheden meer ten aanzien van het aantal aanwezige behendigheidsautomaten in
                    hoog- of laagdrempelige inrichtingen en speelautomatenhallen.
                    Behendigheidsautomaten, zoals flipperkasten, keren geen geld uit maar kennen
                    verlengde speelduur of het recht op gratis spellen toe als prijs.</al><al>De aanwezigheidsvergunning is daarmee alleen nog een vergunning voor het
                    aanwezig hebben van één of meer kansspelautomaten. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2: </tussenkop><al>In het tweede lid is geregeld dat het maximaal te verlenen aantal vergunningen
                    is gesteld op drie. Voorheen bedroeg dit maximum één. Op basis van de oude
                    regeling is er één speelautomatenhal gevestigd in de binnenstad. Deze blijft
                    uiteraard gewoon van kracht. De twee overige vergunningen kunnen worden verleend
                    voor het gebied buiten de binnenstad.</al><al>Indien er op enig moment sprake is van meer aanvragen dan er vergunningen
                    beschikbaar zijn, dan dient de toewijzing van de vergunning(en) op transparante
                    en vooraf bekend gemaakt wijze te geschieden. Het is aan de burgemeester, als
                    vergunningverlenend orgaan, om hiertoe beleidsregels op te stellen. Het meest
                    gebruikelijk is om de toewijzing te laten geschieden aan de hand van een
                    vergelijkende toets, te vergelijken met de procedure die wordt gevolgd in een
                    aanbestedingsprocedure.</al><al>Om te voorkomen, dat een aanvraag wordt ingediend en deze eventueel moet worden
                    gehonoreerd vóórdat de beleidsregels zijn vastgesteld is opgenomen dat eerst
                    beleidsregels moeten worden vastgesteld en dat de daarna burgemeester een
                    termijn kan vaststellen die beschikbaar is om aanvragen in te dienen. Hiermee
                    wordt beoogd iedere aanvrager een faire kans te geven om mee te dingen naar een
                    vergunning.</al><al/><tussenkop>Artikel 3:</tussenkop><al>Hierin is geregeld voor welke locaties geen vergunning verleend kan worden (lid
                    1 tot en met 3) en waaraan een locatie moet voldoen om vestiging toe te staan
                    (lid 4).</al><al>Met lid 1 wordt beoogd om locaties in woonbuurten uit te sluiten evenals
                    vestiging op een bedrijventerrein. In de VNG-brochure 'Bedrijven en
                    milieuzonering' wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen.</al><lijst><li nr="1."><al>Rustige woonwijk: Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht
                            volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden
                            voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en
                            kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke
                            bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.</al></li><li nr="2."><al>Gemengd gebied: Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot
                            sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor
                            zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de
                            hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype
                            gemengd gebied.</al></li></lijst><al>In gemengde gebieden (waar weliswaar woningen aanwezig zijn, maar ook andere
                    functies) kan vestiging van een speelautomatenhal wel worden toegestaan. </al><al>Voor de dorpen Berkel-Enschot en Udenhout is het bepaalde in lid 2 geen
                    speelautomatenhal mag worden gevestigd binnen de bebouwde kom. De bebouwde kom
                    betreft voor deze verordening het deel van de dorpen met een overwegende
                    woonfunctie, deze komt niet altijd overeen met de bebouwde kom zoals deze
                    herkenbaar is aan de borden langs de wegen. Dit is gedaan omdat er geen
                    duidelijke grens is te trekken voor het centrum waarbinnen de recreatieve
                    functies in de dorpen zijn gevestigd, terwijl daar de woonfunctie tegelijkertijd
                    wel aanwezig is.</al><al>Het afstandscriterium van 1 kilometer afstand tot de binnenstad is er op gericht
                    om concentratie van speelautomaten te voorkomen. </al><al>In lid 4 is geregeld, dat alleen vergunning verleend kan worden voor een
                    voorziening, die deel uitmaakt van een groter (recreatie)complex of voor een
                    zelfstandige vestiging waarbij in de nabijheid (minder dan 100 m hemelsbreed)
                    andere recreatieve functies zijn gevestigd. Hierbij kan men denken aan een
                    hotel, restaurant, café, bioscoop, theater, concertzaal, podium, bowlingbaan,
                    kartbaan, lasergame, enz. Deze eisen worden met name gesteld vanuit een oogpunt
                    van openbare orde. </al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De beslistermijn bedraagt dertien weken, maar er bestaat de mogelijkheid deze te
                    verlengen met drie maanden. Dit is met name bedoeld voor de situatie, dat er een
                    keuze dient te worden gemaakt uit meerdere aanvragen. Hiermee kan geruime tijd
                    gemoeid zijn, afhankelijk van het aantal aanvragen. </al><al>In het tweede lid is geregeld, dat de beslistermijn geen fatale termijn is, dat
                    wil zeggen dat overschrijding van die termijn niet automatisch tot verlening van
                    de vergunning leidt.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Hierin zijn de weigeringsgronden voor een vergunning opgenomen. Hierbij dient
                    bedacht te worden, dat de vergunning daarnaast ook geweigerd kan worden als uit
                    een Bibob-onderzoek blijkt dat er ernstig gevaar bestaat. Op grond van artikel 7
                    van de wet Bibob en artikel 4 onder e. van het besluit Bibob kunnen
                    speelautomatenhallen onder de werking van die wet gebracht worden. In het
                    aangepaste BIBOB-beleid d.d. 13 juli 2005 is vastgesteld dat er bij iedere
                    aanvraag voor horeca- seksinrichtingen of speelautomatenhallen een
                    BIBOB-vragenformulier moet worden ingevuld,. </al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Op grond van artikel 3 van de Wet BIBOB kan het bestuursorgaan een gegeven
                    beschikking intrekken indien er een ernstig gevaar bestaat dat die beschikking
                    wordt gebruikt voor: </al><al>A het witwassen van crimineel verkregen vermogen dan wel: </al><al>B het plegen van strafbare feiten.</al><al>In het aangepaste BIBOB-beleid d.d. 13 juli 2005 is vastgesteld dat de gemeente
                    zich het recht voor houdt een BIBOB-onderzoek op te starten indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Een ambtenaar is gechanteerd, omgekocht of bedreigd of pogingen
                            daartoe,</al></li><li nr="b."><al>Er is een vermoeden van valsheid in geschrifte</al></li><li nr="c."><al>Er zijn aanwijzingen dat de vergunning wordt gebruikt voor het plegen
                            van strafbare feiten of het witwassen van crimineel geld</al></li><li nr="d."><al>Er is overige ambtelijke of bestuurlijke informatie die aanleiding geeft
                            om een BIBOB-onderzoek in te stellen ( kapstokartikel )</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 9 :</tussenkop><al>Deze bepaling is opgenomen om te garanderen, dat er pas sprake kan zijn van een
                    speelautomatenhal, indien ook een omgevingsvergunning is verleend (als dat
                    noodzakelijk is). Veelal zal dit betrekking hebben op een omgevingsvergunning
                    bij nieuwbouw en/of verbouw van een bestaand pand of wanneer een
                    speelautomatenhal niet is toegestaan binnen de het bestemmingsplan. </al><al/><tussenkop>Artikel 11:</tussenkop><al>Dit artikel beoogt te verzekeren, dat de bestaande vergunning in stand blijft en
                    voortaan geldt als op basis van de nieuwe verordening verleende vergunning.</al><al/><al/><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2014</al><al>de voorzitter, </al><al>de griffier,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>