<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32210_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Ronde Vener 28 - 12- 2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art. 18, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is door de gemeenteraad per 1 januari 2013 geldend verklaard voor het grondgebied van devoormalige gemeente De Ronde Venen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>beroep of bedrijf</cursief>: hetgeen het spraakgebruik
                                    hieronder verstaat, met dien verstande dat beroepen en bedrijven
                                    worden beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen
                                    dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan
                                    wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet worden
                                    geconcludeerd dat het in wezen één beroep of bedrijf betreft,
                                    tenzij het tegendeel wordt aangetoond;</al></li><li nr="b."><al><cursief>college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al><cursief>houder: </cursief>degene op wiens naam het voor het
                                    motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                    het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475)
                                    aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven,
                                    met dien verstande dat ook degene die middels een
                                    lease-overeenkomst of een verklaring van de werkgever kan
                                    aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten
                                    tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij
                                    respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register
                                    was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt;</al></li><li nr="d."><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                    periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                                    onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                                    gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                    weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                    wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="f."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorende bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al><cursief>parkeerplaats op eigen terrein</cursief>: </al><lijst><li nr="a."><al>een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken
                                            op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving
                                            of anderszins of; </al></li><li nr="b."><al>een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken
                                            in een garage of op een perceel, omdat deze volgens een
                                            raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of
                                            splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de
                                            woning van een bewoner of het pand van de een
                                            rechtspersoon bestemd is;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al><cursief>parkeervergunning</cursief>: een door het college
                                    verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersplaatsen;</al></li><li nr="j."><al><cursief>parkeervergunningzone</cursief>: een door het college
                                    aangewezen gebied bestemd voor het parkeren door
                                    vergunninghouders;</al></li><li nr="k."><al><cursief>recreatiegebied</cursief>: (openbare) locatie die
                                    ruimte biedt aan seizoensgebonden (grootschalige)
                                    vrijetijdsbesteding buitenshuis;</al></li><li nr="l."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement Verkeersregels en
                                    Verkeerstekens van 26 juli 1990;</al></li><li nr="m."><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="n."><al><cursief>vergunninghoudersplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een parkeerzone aangeduid met bord E9
                                            uit het RVV 1990 met het opschrift ‘zone’, voorzover
                                            deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="o."><al><cursief>wegen</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzen plaatsen en tijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan, bij openbaar te maken besluit, een gebied
                                (weggedeelte, weg of samenstel van wegen) aanwijzen, bestemd voor
                                het parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders toegestaan
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een parkeervergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer deze
                                        volgens het bevolkingsregister woont of met toestemming
                                        woonachtig is in een gebied waar vergunninghoudersplaatsen
                                        en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                            (<cursief>bewonersparkeervergunning</cursief>);</al></li><li nr="b."><al>de rechtspersoon, die gevestigd is en/of het beroep of
                                        bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        vergunninghoudersplaatsen en/of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en deze
                                        aantoont dat het in het belang van de beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren (<cursief>zakelijke
                                            parkeervergunning</cursief>);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een parkeervergunning ook
                                verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
                                voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de parkeervergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden
                                met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aan een parkeervergunning ook andere voorschriften
                                en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><al>Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend op een door het
                            college vastgestelde wijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bewonersparkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een bewoner als bedoeld in artikel 3 lid 2 onderdeel a, wordt
                                voor ten hoogste één motorvoertuig waarvan de betreffende persoon
                                eigenaar of houder is, een bewonersparkeervergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per adres worden maximaal twee bewonersparkeervergunningen
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bewonersparkeervergunning wordt in ieder geval niet verleend
                                indien de aanvrager beschikt of kan beschikken over een
                                parkeerplaats op eigen terrein;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zakelijke parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 lid 2 onderdeel b,
                                worden voor de eerste vijf medewerkers maximaal vijf zakelijke
                                parkeervergunningen verleend en vervolgens één zakelijke
                                parkeervergunning per vijf medewerkers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels voor het beoordelen of een zakelijke
                                parkeervergunning noodzakelijk is in het belang van de beroeps- of
                                bedrijfsuitoefening van een rechtspersoon (<cursief>zie
                                    beleidsregels</cursief>).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een zakelijke parkeervergunning wordt in ieder geval niet
                                verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de aanvrager beschikt of kan beschikken over
                                        voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein;</al></li><li nr="b."><al>indien de openbare parkeergelegenheid in de omgeving van het
                                        werkadres zowel in praktische als in financiële zin een
                                        redelijk alternatief biedt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Geldigheidsduur parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geldigheidsduur van een parkeervergunning bedraagt maximaal één
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat een parkeervergunning is verleend, kan de geldigheidsduur van
                                een parkeervergunning worden verlengd door voldoening van de, voor
                                de nieuwe geldigheidsduur, verschuldigde parkeerbelasting, minimaal
                                één week voor het verstrijken van de lopende geldigheidsduur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij niet tijdige betaling vervalt de parkeervergunning van
                                rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitgiftebeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt vast op welke wijze het aantal uit te geven
                                parkeervergunningen in een gebied als bedoeld in artikel 2 wordt
                                bepaald (<cursief>zie
                                    beleidsr</cursief><cursief>e</cursief><cursief>gel</cursief>).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van
                                ontvangst beschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het aantal aanvragen het beschikbare aantal
                                vergunninghoudersplaatsen in een parkeervergunningzone overtreft,
                                wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bezoekersvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, op een daartoe strekkende aanvraag, aan de bewoners
                                als bedoeld in artikel 3 lid 2 onderdeel a, een vergunning verlenen
                                voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen ten behoeve van het parkeren van hun
                                bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een bezoekersvergunning mag uitsluitend gebruik worden gemaakt
                                ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van bezoekers voor
                                zover het bezoeken met sociaalrecreatief karakter betreft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een bezoekersvergunning kunnen zowel beperkingen worden
                                verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aan een bezoekersvergunning ook andere voorschriften
                                en beperkingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geldigheidsduur van een bezoekersvergunning bedraagt maximaal één
                                kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een bezoekersvergunning wordt aangevraagd binnen 365
                                kalenderdagen na intrekking van deze vergunning op grond van artikel
                                12 lid 1onderdeel e, wordt de vergunning geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gegevens</titel></kop><al>De parkeervergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de geldigheidsduur waarvoor de parkeervergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken of een ander kenmerk van het motorvoertuig waarvoor
                                    de parkeervergunning is verleend;</al></li><li nr="d."><al>de voorschriften en beperkingen die aan de parkeervergunning
                                    verbonden zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden
                                die relevant zijn voor het verlenen van een parkeervergunning,
                                onmiddellijk aan het college kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig, van
                                de (bedrijfs) naam of het adres van vergunninghouder dient
                                onmiddellijk aan het college te worden doorgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken of wijzigen parkeervergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        parkeervergunning is verleend, metterwoon verlaat of het
                                        daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        parkeervergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        parkeervergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        parkeervergunning verbonden voorschriften en
                                        beperkingen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1
                                onderdeel e of f wordt een aanvraag voor een parkeervergunning, die
                                binnen 365 dagen na intrekking wordt ingediend door de houder van de
                                ingetrokken vergunning, geweigerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voertuig, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een vergunninghoudersplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van parkeerapparatuur
                                wordt belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, met andere
                                middelen, of met andere munten, dan aangegeven op of nabij de
                                parkeerapparatuur, in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
                                voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerplaatsen, het
                                motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een
                                parkeervergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de aan de
                                parkeervergunning verbonden voorschriften en beperkingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de verordening
                                parkeerbelastingen naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het
                                niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                vergunninghoudersplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                daar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder parkeervergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de parkeervergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden
                                        voorschriften en beperkingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens deze
                            verordening zijn belast de politiefunctionarissen van het district Rijn
                            en Venen van de politie, regio Utrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Diefstal, verlies of vermissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van verlies of vermissing van een parkeervergunning kan een
                                duplicaatvergunning worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van diefstal of vermissing van parkeervergunningen wordt
                                slechts een duplicaat verstrekt indien van de diefstal of vermissing
                                aangifte is gedaan bij de politie en tegen overlegging van het
                                proces-verbaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle kosten verbonden aan de uitgifte van duplicaatvergunningen zijn
                                voor rekening van de vergunninghouder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Deze verordening treedt per 1 januari 2007 in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening
                            parkeervergunningen De Ronde Venen 2007".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>De gebieden welke door het college bij openbaar gemaakt “besluit tot
                            aanwijzing betaald-parkeren” op 21 mei 1996 zijn aangewezen als
                            parkeerapparatuurplaatsen worden geacht te zijn aangewezen krachtens
                            deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente </ondertekening><ondertekening>De Ronde Venen d.d. 21 december 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>