<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR321938_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Korendijk 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad 2014, 3894</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening gemeente Korendijk 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-11-05</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening gemeente Korendijk 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Korendijk; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van dd.;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van titel 4.2. van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Algemene Subsidiever</vet><vet>ordening Gemeente Korendijk
                        20</vet><vet>12</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="2."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Korendijk;</al></li><li nr="3."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Korendijk;</al></li><li nr="4."><al>activiteit: samenhangende werkzaamheden en handelingen gericht
                                    op de door de gemeente nagestreefde doelstellingen van ideële of
                                    materiële aard, welke werkzaamheden of handelingen meetbaar zijn
                                    in termen van hoeveelheid, kwaliteit of geld. </al></li><li nr="5."><al>subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb, inhoudende
                                    de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                                    verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager,
                                    anders dan als betaling voor de aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten;</al></li><li nr="6."><al>subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is
                                    gedurende een bepaald tijdvak voor het verstrekken van subsidie
                                    krachtens een bepaald wettelijk voorschrift, zoals bedoeld in
                                    afdeling 4:22 Awb;</al></li><li nr="7."><al>structurele subsidie: een subsidie die aan de subsidieontvanger
                                    wordt verstrekt om gedurende een of meerdere kalenderjaren
                                    bepaalde, vooraf vastgestelde activiteiten, te verrichten;</al></li><li nr="8."><al>incidentele subsidie: een subsidie die ten behoeve van een
                                    eenmalige activiteit wordt verstrekt;</al></li><li nr="9."><al>waarderingssubsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor
                                    activiteiten waarbij in beginsel geen verband bestaat tussen de
                                    kosten die worden gemaakt en de subsidie die wordt ontvangen.
                                    Een waarderingsubsidie is bedoeld om een bepaalde unieke
                                    activiteit of groep van activiteiten met een bijzonder karakter
                                    aan te moedigen dan wel waardering daarvoor kenbaar te
                                    maken;</al></li><li nr="10."><al>programmabegroting: een jaarlijks door de raad vast te stellen
                                    document waarin de kaders staan die de uitgangspunten vormen
                                    voor de verstrekking van subsidies;</al></li><li nr="11."><al>beleidskader: een door de raad vast te stellen document waarin
                                    de thema’s en de te realiseren doelstellingen zijn
                                    opgenomen:</al></li><li nr="12."><al>overeenkomst: een overeenkomst tussen de gemeente en de
                                    subsidieontvanger ter uitvoering van de beschikking tot
                                    subsidieverlening, waarin de subsidieontvanger zich verplicht om
                                    de activiteiten te verrichten en de overeengekomen producten en
                                    prestaties te leveren waarvoor de subsidie is verleend;</al></li><li nr="13."><al>begrotingsvoorbehoud: een voorbehoud op het verlenen van een
                                    subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Awb.</al></li><li nr="14."><al>bestemmingsreserve: bestanddeel uit eigen vermogen dat bestemd
                                    is om in de toekomst beoogde specifieke uitgaven te kunnen
                                    bekostigen;</al></li><li nr="15."><al>egalisatiereserve: een reserve, bedoeld om te fungeren als
                                    buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen
                                    met overschotten uit het andere jaar. Met egalisatiereserve
                                    kunnen verschillen tussen werkelijk gemaakte kosten en
                                    subsidiebedragen worden opgevangen (artikel 4:72 Awb) </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte van de subsidieverordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is, behoudens in die gevallen waarin voor de
                                verlening van deze subsidies in andere wet- of regelgeving is
                                voorzien, van toepassing op subsidiëring van activiteiten welke door
                                instellingen worden uitgevoerd in het kader van de in de
                                programmabegroting genoemde beleidsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>contributies, zijnde geldelijke bijdragen in verband met
                                        lidmaatschappen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>geldelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen
                                        waaraan de gemeente deelneemt; </al></li><li nr="c."><al>donaties: geldelijke bijdragen die slechts bedoeld zijn als
                                        schenking aangezien de gemeente van de ontvangers geen
                                        directe tegenprestatie verlangt in de vorm van
                                        voorgeschreven of overeengekomen activiteiten.</al></li><li nr="d."><al>een regeling die het rijk of de provincie heeft vastgesteld,
                                        waarbij de rijks- of provinciale subsidie op andere dan in
                                        deze verordening gestelde voorwaarden afhankelijk wordt
                                        gesteld van de verlening van een gemeentelijke
                                        subsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, inclusief artikel
                                4:71 Awb, is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies aan
                                instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Inhoudelijk subsidiebeleid</titel></kop><al>In aanvulling op de algemene subsidieverordening stelt de raad de
                            volgende (beleids)documenten vast:</al><lijst><li nr="1."><al>de programmabegroting;</al></li><li nr="2."><al>het subsidieplafond (in de productenbegroting);</al></li><li nr="3."><al>het beleidskader subsidies</al></li><li nr="4."><al>de beleidsregels behorend bij de Algemene
                                    Subsidieverordening</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt met het vaststellen van de gemeentebegroting,
                                jaarlijks het subsidieplafond vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college verdeelt het beschikbare budget. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de hoogte van de gevraagde subsidie door de instellingen het
                                subsidieplafond overstijgt, vindt verdeling plaats op basis van de
                                in de beleidsregels opgenomen verdelingsgronden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan de gevraagde subsidie geheel of gedeeltelijk
                                weigeren indien door toekenning van de subsidie het vastgestelde
                                subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college besluit tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het verlenen, vaststellen of weigeren van subsidie;</al></li><li nr="2."><al>de bevoorschotting;</al></li><li nr="3."><al>het intrekken, wijzigen of terugvorderen van een verleende
                                    subsidie;</al></li><li nr="4."><al>het aangaan van een uitvoeringsovereenkomst;</al></li><li nr="5."><al>het vaststellen van nadere voorwaarden ter uitvoering van de
                                    subsidieverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt in principe verleend aan rechtspersonen met volledige
                                rechtsbevoegdheid. In uitzonderingsgevallen kan het college
                                besluiten dat subsidies worden verstrekt aan organisaties zonder
                                rechtspersoonlijkheid of (groepen van) natuurlijke personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten van de instelling mogen op geen enkele wijze
                                strijdig zijn met de grondwet of met algemeen erkende rechten van de
                                mens in internationale verdragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling dient door middel van het indienen van een begroting
                                aan te tonen dat zij met inbegrip van de gemeentelijke subsidie over
                                voldoende middelen beschikt om de activiteiten te realiseren
                                waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De activiteiten en de te leveren producten en diensten waarvoor
                                subsidie wordt aangevraagd moeten gericht zijn op de inwoners van de
                                gemeente Korendijk. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De activiteiten en de te leveren producten en diensten dienen open
                                te staan voor alle inwoners van de gemeente. Een uitzondering op
                                deze regel wordt gemaakt voor activiteiten voor doelgroepen waarvoor
                                de gemeente - in overeenstemming met het gemeentelijke beleid -
                                speciale aandacht wenst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Eisen bij de eerste of hernieuwde subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een eerste subsidieaanvraag of een hernieuwde (indien in het
                                voorgaande subsidiejaar geen subsidie werd aangevraagd)
                                subsidieaanvraag dient vergezeld te gaan van de in artikel 4:64 van
                                de Awb genoemde stukken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een instelling vrijstelling geven van de
                                verplichting een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid van
                                het financiële verslag te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Wijziging statuten</titel></kop><al>Wijzigingen in de statuten worden binnen vier weken schriftelijk gemeld
                            bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Onderzoek rekenkamer</titel></kop><al>De subsidieontvanger is – voor zover artikel 184 lid 1 onder c. van de
                            Gemeentewet van toepassing is - verplicht om in voorkomende
                            gevallen:</al><lijst><li nr="1."><al>aan de Rekenkamercommissie inlichtingen en documenten te
                                    verstrekken als bedoeld in artikel 184 lid 2 van de Gemeentewet;
                                </al></li><li nr="2."><al>medewerking te verlenen aan een door de Rekenkamercommissie op
                                    grond van artikel 184 lid 3 van de Gemeentewet in te stellen
                                    onderzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25, 4.34 en 4:35 van
                                de Awb genoemde gevallen geweigerd worden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager niet kan voldoen aan de algemene eisen zoals
                                        vermeld in artikel 1.6 van deze subsidieverordening;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen
                                        belang of de openbare orde;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet
                                        passen binnen het beleid van de gemeente Korendijk, binnen
                                        de kaders van de programmabegroting of niet bijdragen aan de
                                        in het subsidieprogramma opgenomen doelstellingen;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten van de aanvrager niet specifiek gericht
                                        zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede
                                        komen aan inwoners van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag betrekking heeft op de reguliere activiteiten
                                        van de aanvrager waarvoor de gemeente (of een ander
                                        bestuursorgaan) reeds een subsidie aan de aanvrager heeft
                                        verleend;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager zelf in de kosten kan voorzien, hetzij uit
                                        eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een
                                        combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de
                                        activiteiten dermate in het belang van de gemeente zijn, dat
                                        van dit uitgangspunt kan worden afgeweken:</al></li><li nr="g."><al>De hiervoor benodigde gelden niet in de gemeentebegroting
                                        zijn opgenomen:</al></li><li nr="h."><al>Er op een toereikende andere manier in de activiteiten kan
                                        worden voorzien;</al></li><li nr="i."><al>Door de toekenning van de subsidie het subsidieplafond wordt
                                        overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie kan bovendien worden geweigerd of ingetrokken indien
                                het gevaar bestaat dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidie mede zal worden gebruikt om voordelen uit
                                        strafbare feiten te halen;</al></li><li nr="b."><al>de subsidie mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te
                                        plegen;</al></li><li nr="c."><al>ter verkrijging van de aangevraagde of verkregen subsidie
                                        een strafbaar feit is begaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kader van deze weigeringgronden kan het college gebruik maken
                                van de mogelijkheden die de Wet Bibob biedt. Hieronder valt het door
                                aanvrager doen invullen van een door het college vastgestelde
                                Bibob-vragenlijst. Weigering om de bedoelde Bibob-vragenlijst in te
                                vullen kan eveneens een grond opleveren om de aanvraag te weigeren
                                respectievelijk de beschikking in te trekken. Indien het college ter
                                uitvoering van de Wet Bibob voornemens is om een advies aan het
                                landelijke Bureau Bibob te vragen dan wordt aanvrager over dit
                                voornemen schriftelijk geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Te late indiening</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de
                            aanvraag voor subsidie, of de in verband met de aanvraag te overleggen
                            bescheiden, niet voor de daartoe gestelde termijn worden ingediend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Structurele subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Subsidievormen structurele subsidie (jaarlijks)</titel></kop><al>De gemeente Korendijk onderscheidt:</al><lijst><li nr="1."><al>structurele subsidie tot € 5.000,00</al></li><li nr="2."><al>structurele subsidie van € 5.000,00 tot € 50.000,00;</al></li><li nr="3."><al>structurele subsidie van € 50.000,00 en meer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Indieningstermijn</titel></kop><al>Een aanvraag voor een structurele subsidie dient voor 1 mei voorafgaand
                            aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, schriftelijk te
                            worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
                            Structurele subsidies onder de € 5.000 wordt voor een meerjarige periode
                            een aanvraag ingediend voor 1 mei voorafgaand aan het eerste boekjaar.
                            In artikel 2.4 wordt nader ingegaan op aanvragen voor subsidies tot €
                            5.000,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Aan te leveren gegevens subsidieaanvraag</titel></kop><al>Bij een aanvraag voor een structurele subsidie dient overlegd te worden: </al><lijst><li nr="1."><al>een activiteitenplan met vermelding van de activiteiten die
                                    bijdragen aan de in het subsidieprogramma opgenomen
                                    doelstellingen;</al></li><li nr="2."><al>een begroting voor het boekjaar waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd waarin de volgende gegevens zijn opgenomen;</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de geraamde baten en lasten van de
                                            activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>een vergelijking met de begroting van het lopende
                                            boekjaar en de gerealiseerde baten en lasten van het
                                            jaar, voorafgaand aan het lopende jaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Subsidietoekenning tot € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het eerste
                                subsidiejaar wordt het besluit van het college van burgemeester en
                                wethouders op de ingediende aanvraag om een structurele subsidie aan
                                de instellingen meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het subsidiebedrag,
                                een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                verleend, de verplichtingen die door het college aan de verleende
                                subsidie worden verbonden en de wijze van bevoorschotting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Specifiek voor subsidies tot € 5.000 geldt dat de subsidies voor een
                                periode van 3 jaar voor een vast bedrag per jaar worden verleend. Na
                                afloop van twee jaar kan voor 1 mei van het derde subsidiejaar een
                                nieuwe aanvraag worden ingediend die vergezeld gaat van een
                                inhoudelijk verslag over de twee voorgaande jaren. Als er sprake is
                                van een tweede (of volgende) driejarige periode wordt er over de
                                drie voorgaande jaren een inhoudelijk verslag ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er wordt gewerkt met gelijklopende driejarige periodes voor alle
                                organisaties. Als de aanvraag voor een structurele subsidie onder de
                                € 5.000 gedurende de 3 jarige periode (startend in 2013) wordt
                                aangevraagd dan wordt de subsidie verleend voor het resterende
                                aantal jaren in de betreffende periode</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De structurele subsidie tot € 5.000,- wordt als een vast jaarlijks
                                bedrag voor een periode van drie jaar verstrekt en er vindt geen
                                verrekening achteraf plaats. Na het verlenen van deze structurele
                                subsidie hoeft er geen financiële verantwoording te worden afgelegd.
                                Het besluit tot verlening van de structurele subsidie tot € 5.000 is
                                tevens de vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                                aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend,
                                niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet
                                geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan. Dit kan leiden tot terugvordering
                                van de gehele of een deel van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Subsidieverlening vanaf € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                subsidiejaar wordt het besluit van het college van burgemeester en
                                wethouders op de ingediende aanvraag om een structurele subsidie aan
                                de instellingen meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het subsidiebedrag,
                                een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                verleend, de verplichtingen die door het college aan de verleende
                                subsidie worden verbonden en de wijze van bevoorschotting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten structurele subsidies toe te kennen voor
                                een periode langer dan één jaar maar niet langer dan drie jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Subsidievaststelling vanaf € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000 dient de
                                subsidieontvanger voor 1 mei na afloop van het subsidiejaar een
                                aanvraag tot vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor
                                subsidie is verleend zijn verricht;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven
                                en inkomsten alsmede de balans (financieel verslag of
                                jaarrekening);</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot vaststelling een subsidie betreft van €
                                50.000 of meer moet daarnaast worden bijgevoegd;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                daarop;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in lid 2b genoemde financieel verslag wordt voorzien van een
                                verklaring van een accountant, inzake de rekening en verantwoording
                                omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten
                                en uitgaven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college stelt voor 1 oktober het subsidie vast mits het
                                financieel en inhoudelijk verslag tijdig zijn ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Ambtshalve vaststelling</titel></kop><al>Indien een aanvraag tot vaststelling als bedoeld in artikel 2.5 van deze
                            verordening uitblijft, kunnen burgemeester en wethouders, nadat de
                            instelling éénmaal schriftelijk is gemaand tot indienen, besluiten tot
                            ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 4:47 Awb.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Binnen 4 weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de
                            subsidie, wordt het subsidiebedrag betaald of verrekend met verstrekte
                            voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Aanvraag reservevorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor het vormen van een bestemmingsreserve wordt
                                ingediend met de aanvraag om vaststelling van de subsidie. De
                                aanvraag moet vergezeld gaan van een toelichting op de specifieke
                                uitgave en een financiële onderbouwing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De totale toegestane hoogte van de egalisatiereserve bedraagt niet
                                meer dan 10% van het toegekende subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een instelling gedurende de subsidieperiode geen activiteiten
                                uitvoert, zoals bedoeld in deze verordening, kan het college
                                besluiten de reserves van de instelling die mede met subsidiegelden
                                zijn verkregen of in stand zijn gehouden, terug te vorderen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Incidentele subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks in de productenbegroting een maximum bedrag
                                vast voor incidenteel te verstrekken subsidies. Het college is
                                bevoegd tot verdeling van dit bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een incidentele subsidie wordt door de aanvrager
                                bij het college schriftelijk ingediend tenminste acht weken vóór
                                aanvang van de activiteit(en);</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag tot subsidieverlening worden in ieder geval
                                ingediend:</al><lijst><li nr="c."><al>een activiteitenplan, waarin tevens de beoogde opzet en de
                                        doelstelling(en) van de activiteit(en) zijn vermeld;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten en baten met betrekking tot de
                                        activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat aanvullende stukken of informatie moeten
                                worden ingediend. Het college doet het verzoek om aanvullende
                                informatie binnen een termijn van vier weken na ontvangst van het
                                verzoek om incidentele subsidie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college beschikt op de aanvraag tot een incidentele
                                subsidieverstrekking binnen acht weken na de ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De incidentele subsidie wordt als een vast bedrag verstrekt en er
                                vindt geen verrekening achteraf plaats. Na het verlenen van een
                                incidentele subsidie hoeft er geen verantwoording te worden
                                afgelegd. Het besluit tot verlening van de incidentele subsidie is
                                tevens de vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als er sprake is van een incidentele subsidie waarvoor geen vast
                                bedrag is bepaald, wordt er een beschikking tot voorlopige
                                subsidieverlening afgegeven waarin staat op welke wijze de
                                verantwoording moet plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De incidentele subsidie kan geweigerd worden op grond van de in
                                artikel 1.10 van de verordening opgenomen weigeringgronden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het niet doorgaan van een activiteit dient altijd binnen vier weken
                                gemeld te worden bij het college. Dit kan leiden tot terugvordering
                                van de subsidie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks in de productenbegroting een maximum bedrag
                                vast voor de te verstrekken waarderingssubsidie. Het college is
                                bevoegd tot verdeling van dit bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt door de aanvrager
                                bij het college schriftelijk ingediend tenminste acht weken vóór
                                aanvang van de activiteit(en);</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag tot subsidieverlening worden in ieder geval
                                ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan, waarin tevens de beoogde opzet en de
                                        doelstelling(en) van de activiteit(en) zijn vermeld;</al></li><li nr="b."><al>een begroting van de kosten en baten met betrekking tot de
                                        activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat aanvullende stukken of informatie moeten
                                worden ingediend. Het college doet het verzoek om aanvullende
                                informatie binnen een termijn van vier weken na ontvangst van het
                                verzoek om incidentele subsidie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college beschikt op de aanvraag tot een waarderingssubsidie
                                binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt en de wijze van
                                bevoorschotting.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na het verlenen van een waarderingssubsidie hoeft geen
                                verantwoording te worden afgelegd. Bij een waarderingssubsidie is
                                het besluit tot verlening van de subsidie tevens de
                                vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De waarderingssubsidie kan geweigerd worden op grond van de in
                                artikel 1.10 van de verordening opgenomen weigeringgronden. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het niet doorgaan van een activiteit dient altijd binnen vier weken
                                gemeld te worden bij het college. Dit kan leiden tot terugvordering
                                van de subsidie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Ontbinding instellingen die subsidie ontvangen</titel></kop><al>De instelling doet van een voorgenomen ontbinding onmiddellijk
                            mededeling aan het college. Indien subsidiëring door de gemeente heeft
                            geleid tot het verwerven van eigendommen of anderszins tot een batig
                            saldo, dan is de instelling bij liquidatie aan de gemeente een
                            vergoeding verschuldigd welke na overleg met de instelling door het
                            college wordt vastgesteld.</al><al>Dit is van overeenkomstige toepassing bij (voorgenomen) vervreemding of
                            bestemmingswijziging van eigendommen en beschikking over de reserves van
                            de instelling die mede met subsidie zijn verkregen of in stand zijn
                            gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Erfstellingen, legaten enz.</titel></kop><al>De instelling brengt door haar ontvangen erfstellingen, legaten,
                            schenkingen en dergelijke ten bate van de exploitatie van de instelling,
                            tenzij zij uitdrukkelijk voor kapitaalvorming of fondsvorming bestemd
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan in individuele gevallen voor één of meer
                            subsidieverplichtingen van de subsidieaanvrager of de subsidieontvanger ontheffing verlenen van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van het bepaalde in deze verordening afwijken in
                            gevallen waarin deze verordening niet voorziet, tot onbillijkheid leidt of tot een situatie
                            leidt waarmee geen aanwijsbaar belang is gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 5-11-2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Korendijk 2012 is niet van
                                toepassing op subsidieaanvragen c.q. subsidiebeschikkingen die vóór
                                de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend c.q.
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde aanvragen c.q. beschikkingen worden
                                beoordeeld op basis van de Algemene Subsidieverordening gemeente
                                Korendijk 2010. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene subsidieverordening
                            Gemeente Korendijk 2012”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 november 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting “Algemene Subsidieverordening Gemeente Korendijk”
                        2012</titel></kop><tussenkop>I ALGEMEEN DEEL</tussenkop><tussenkop>Noodzaak van een wettelijke grondslag</tussenkop><al>In de Algemene Wet Bestuursrecht zijn in hoofdstuk 4.2 algemene regels opgenomen
                    over subsidiëring. De AWB geldt ten opzichte van gemeentelijke bepalingen als
                    hogere regelgeving. Een belangrijke regel in de AWB is dat subsidies gebaseerd
                    moeten zijn op een wettelijk voorschrift. De Algemene Subsidieverordening is een
                    wettelijk voorschrift.</al><tussenkop>Belangrijke wijzigingen </tussenkop><al>De vorige subsidieverordening is ingegaan per 1 januari 2010. In de
                    subsidieverordening 2010 zijn al wijzigingen doorgevoerd die leiden tot
                    lastenverlichting. Er is behoefte aan een verdere versoepeling van de
                    verplichtingen voor de organisaties die kleine subsidiebedragen ontvangen..</al><al>Bij het opstellen van de nieuwe subsidieverordening is kritisch gekeken naar de
                    verschillende verplichtingen die gesteld worden. De volgende vragen zijn
                    meegenomen: Is het echt noodzakelijk alles verplichtingen voor alle subsidies te
                    handhaven, welke variatie kan er aangebracht worden voor grotere en kleinere
                    subsidiebedragen, welke andere mogelijkheden zijn er om het verkrijgen van
                    subsidies en het vaststellen te vereenvoudigen? Deze zaken zijn meegenomen bij
                    het aanpassen van deze subsidieverordening. </al><al>De kaders waarin de uitgangspunten staan voor het toekennen van subsidies zijn
                    gebaseerd op de programmabegroting. Per programma zijn de belangrijke thema’s en
                    doelstellingen terug te vinden. In de beleidsregels wordt hier verder op
                    ingegaan.</al><al>Van belang is verder nog om te melden dat er formats ontwikkeld zijn die het
                    aanvragen en verantwoorden van subsidie zullen vereenvoudigen. Daarnaast zal er
                    een instructie opgesteld worden voor de subsidie-aanvragers waarin de
                    belangrijke zaken op een rijtje worden gezet.</al><al>Tot slot nog de opmerking dat voor alle zaken die niet in de Algemene
                    Subsidieverordening zijn opgenomen, de bepalingen uit de AWB gelden.</al><tussenkop>Rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid</tussenkop><al>De eisen ten aanzien van rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid
                    gelden ook voor het verstrekken van subsidies. De gemeente moet aantonen dat de
                    subsidies rechtmatig, doelmatig en doeltreffend worden verstrekt. De gemeente
                    zal aan de subsidie-ontvangers eisen en voorwaarden moeten stellen die er toe
                    leiden dat aan de verplichtingen wordt voldaan. Dit gebeurt via de
                    subsidieverordening maar ook via de beschikkingen. Concreet kan gedacht worden
                    aan termijnen voor het aanleveren van gegevens. </al><al>Bij rechtmatigheid gaat het er om dat aan alle eisen en verplichtingen is
                    voldaan. Alleen in die gevallen kan de gemeente nog subsidie verstrekken.</al><al>Bij doeltreffendheid gaat het om de vraag of de doelstellingen van het
                    gemeentelijk subsidiebeleid zijn bereikt. Bij doelmatigheid gaat het om de vraag
                    of de doelen met minder middelen te bereiken zijn.</al><al>De gemeente zal op deze drie zaken moeten toetsen bij het toekennen van
                    subsidies en bij het afhandelen van verzoeken om definitieve
                    subsidievaststelling.</al><tussenkop>II ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><al>Artikel 1.1 Begripsbepaling</al><al>In dit artikel zijn de begrippen beschreven die in deze verordening worden
                    gebruikt. </al><al>Artikel 1.2 Reikwijdte van de subsidieverordening</al><al>Dit artikel geeft aan voor welke beleidsterreinen deze verordening van
                    toepassing is.</al><al>De subsidieverordening is onder andere van toepassing op de 9 prestatievelden
                    die in de WMO benoemd zijn te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bevorderen van sociale samenhang;</al></li><li nr="2."><al>Preventief jeugdbeleid;</al></li><li nr="3."><al>Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;</al></li><li nr="4."><al>Mantelzorg en vrijwilligers;</al></li><li nr="5."><al>Bevorderen deelname maatschappelijk verkeer;</al></li><li nr="6."><al>Bieden van voorzieningen voor kwetsbare groepen;</al></li><li nr="7."><al>Bieden van maatschappelijke opvang;</al></li><li nr="8."><al>Bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg;</al></li><li nr="9."><al>Bevorderen van verslavingsbeleid.</al></li></lijst><al>Naast de WMO zijn er nog meer terreinen waarop de subsidieverordening van
                    toepassing is. In de programmabegroting zijn alle beleidsterreinen terug te
                    vinden.</al><al>In het tweede lid staat vermeld voor welke betalingen de subsidieverordening
                    niet van toepassing is.</al><al>In het derde lid wordt verwezen naar afdeling 4.2.8 van de AWB. Hierin staan de
                    verplichtingen rond de aanvraag, subsidieverlening en subsidievaststelling
                    opgenomen.</al><al>Artikel 1.3 Inhoudelijk subsidiebeleid</al><al>In de programmabegroting, die jaarlijks wordt vastgesteld, zijn de kaders en
                    doelstellingen te vinden die ook van toepassing zijn op het toekennen van
                    subsidies. De gemeente wil via het verstrekken van subsidies een aantal doelen
                    bereiken. Concreet kan hierbij gedacht worden aan het bereiken van meer sociale
                    samenhang in de kernen, het vergroten van de leefbaarheid, het vergroten van de
                    participatie, bijdragen aan de ontplooiing van mensen en bijdragen aan de
                    zelfredzaamheid van mensen.</al><al>In de beleidsregels wordt een aantal zaken uit de Subsidieverordening verder
                    uitgewerkt.</al><al>Artikel 1.4 Subsidieplafond</al><al>Jaarlijks wordt het subsidieplafond vastgesteld door de gemeenteraad (via de
                    productenbegroting). Het plafond geeft aan welk bedrag maximaal beschikbaar is
                    voor subsidies en hoe de verdeling plaats zal vinden. Het is niet mogelijk
                    subsidies te verstrekken die boven het maximaal beschikbare bedrag
                    uitkomen.</al><al>Artikel 1.5 Bevoegdheid college</al><al>De gemeenteraad stuurt op hoofdlijnen en het college zorgt voor de uitvoering.
                    In dit artikel staan de zaken waartoe het college bevoegd is.</al><al>Door het instellen van een subsidieplafond wordt voorkomen dat er open einde
                    regelingen ontstaan. Het gevolg is wel dat zodra de budgetten voor de
                    verschillende subsidievormen zijn uitgeput er geen nieuwe aanvragen in
                    behandeling kunnen worden genomen.</al><al>Artikel 1.6 Algemene eisen</al><al>Deze eisen gelden voor alle verschillende subsidievormen die worden
                    onderscheiden. In principe kan alleen subsidie worden verstrekt aan
                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. In uitzonderlijke gevallen kan
                    het college hiervan vrijstelling verlenen.</al><al>Activiteiten die ten goede komen aan inwoners van Korendijk komen voor
                    subsidiëring in aanmerking.</al><al>Artikel 1.7 Eisen bij de eerste of hernieuwde subsidieaanvraag</al><al>In artikel 4.64 van de AWB staat dat de volgende stukken moeten worden
                    aangeleverd bij de eerste of hernieuwde aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>Afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;</al></li><li nr="·"><al>De laatst opgemaakte jaarrekening of een balans van baten en lasten met
                            een toelichting of een verslag van de financiële positie van de
                            aanvrager op het moment van de aanvraag;</al></li><li nr="·"><al>De onder het tweede bolletje genoemde bescheiden moeten vergezeld gaan
                            van een schriftelijke verklaring van een accountant omtrent de
                            getrouwheid of een mededeling van een accountant dat geen onjuistheden
                            zijn gebleken. Het college kan besluiten vrijstelling te geven van de
                            verplichting een accountantsverklaring te overleggen. </al></li></lijst><al>Artikel 1.9 Onderzoek rekenkamer</al><al>De Rekenkamercommissie heeft op grond van de Gemeentewet de bevoegdheid
                    onderzoeken op verschillende terreinen op te pakken en hiervoor de benodigde
                    inlichtingen bij verschillende partijen te verzamelen en indien nodig nader
                    onderzoek bij de instellingen in te stellen.</al><al>Artikel 1.10 Weigeringsgronden</al><al>In dit artikel worden een aantal weigeringsgronden opgenomen. In deze
                    verordening is een passage over de Wet Bibob opgenomen. De Wet Bibob is in het
                    leven geroepen om te voorkomen dat criminele organisaties o.a. subsidies krijgen
                    van de locale overheid en zwart geld witwassen. Het accent van het locale Bibob
                    beleid ligt nu met name op het terrein van de horeca. De Wet Bibob en de
                    uitwerking daarvan op lokaal niveau kunnen een grond leveren om subsidies te
                    weigeren.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Structurele subsidie</tussenkop><al>In dit hoofdstuk zijn alle verplichtingen en andere relevante zaken rond
                    structurele subsidies opgenomen.</al><al>Artikel 2.1 Subsidievormen structurele subsidie</al><al>Er worden drie vormen van structurele subsidie onderscheiden. Voor de
                    structurele subsidie is er een onderverdeling gemaakt op basis van de hoogte van
                    het subsidiebedrag. </al><al>Artikel 2.3 Aan te leveren gegevens</al><al>De genoemde documenten moeten voor alle structurele subsidies worden ingediend.
                    Door middel van het activiteitenplan moet duidelijk worden wat met het subsidie
                    gedaan gaat worden en welke doelen bereikt gaan worden. </al><al>De financiële stukken zijn nodig om een oordeel te kunnen vellen over het nut en
                    de noodzaak van het subsidie. </al><al>Artikel 2.4 Subsidie tot € 5.000</al><al>Dit artikel geldt alleen voor subsidies tot € 5.000,-. De subsidie wordt
                    verleend voor drie jaar en de verlening is tegelijk vaststelling. Dit betekent
                    dat geen verzoek tot vaststelling en geen verantwoording is vereist. Als
                    activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden
                    verricht moet daarvan echter wel melding worden gemaakt bij het college, zodra
                    dit aannemelijk is. Het college beslist vervolgens of de subsidie of een
                    gedeelte ervan wordt teruggevorderd.</al><al>Bij een nieuwe aanvraag voor een periode van 3 jaar is wel vereist dat er een
                    inhoudelijk verslag en een balans over de voorgaande jaren wordt ingediend. Het
                    inhoudelijk verslag gaat dan over de laatste twee kalenderjaren als de eerste
                    driejarige periode nog loopt. Is er sprake van een tweede of volgende driejarige
                    periode dan gaat het inhoudelijk verslag over de twee voorgaande jaren in de
                    lopende periode en over het laatste jaar in de vorige driejarige periode. Bij de
                    nieuwe aanvraag moet ook een begroting worden ingediend. Zie hiervoor artikel
                    2.3.</al><al>Artikel 2.5 Subsidieverlening vanaf € 5.000 </al><al>Het subsidiebedrag wordt verstrekt via voorschotten. Het toegekende subsidie
                    wordt in vier termijnen uitbetaald.</al><al>Artikel 2.6 Subsidievaststelling vanaf € 5.000 </al><al>Voor structurele subsidies boven de € 5.000 gelden voor de aanvraag tot
                    vaststelling een aantal eisen. In dit artikel staan de documenten benoemd die
                    moeten worden aangeleverd.</al><al>Indien de gegevens te laat worden ingediend zal dit eerst schriftelijk gemeld
                    worden bij de instelling met een hersteltermijn van vier weken. Indien nog niet
                    aan de verplichtingen wordt voldaan kan er tot ambtshalve vaststelling worden
                    overgegaan. Dit kan er toe leiden dat er subsidie wordt teruggevorderd.</al><al>Artikel 2.7 Ambtshalve vaststelling</al><al>Ambtshalve vaststellen houdt in dat het college overgaat tot
                    subsidievaststelling zonder dat een (volledige) aanvraag is ingediend. De
                    subsidie wordt vastgesteld op basis van de op dat moment beschikbare
                    gegevens.</al><al>Artikel 2.9 Aanvraag reservevorming</al><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen een bestemmingsreserve en een
                    egalisatiereserve. In artikel 1.1 wordt een definitie gegeven.</al><al>In artikel 4:41 van de AWB is de mogelijkheid van reservevorming toegestaan mits
                    dit goed geregeld is in de verordening. In dit artikel wordt geregeld dat het
                    toegestaan is een bestemmingsreserve te vormen als hiervoor een aanvraag wordt
                    ingediend. De totale egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 10% van het
                    toegekende subsidie per jaar. Het meerdere vloeit terug naar de gemeente. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Incidentele subsidie</tussenkop><al>Naast de structurele subsidies is het mogelijk incidentele subsidies aan te
                    vragen. Het zijn subsidies voor éénmalige activiteiten. In de productenbegroting
                    staat een budget voor incidentele subsidies opgenomen. Het college zorgt voor de
                    verdeling van dit budget. Voor de incidentele subsidies geldt ook een
                    plafond.</al><al>In het kader van de lastenverlichting is er voor gekozen geen verantwoording in
                    te laten dienen. In het algemeen zal er een vast bedrag worden toegekend en is
                    subsidietoekenning tevens vaststelling. Als er vooraf geen vast bedrag kan
                    worden toegekend zal in de beschikking worden aangegeven op welke manier de
                    verantwoording plaats moet vinden.</al><al>Het niet doorgaan van een activiteit moet gemeld worden bij het college. Het
                    college kan besluiten tot terugvordering over te gaan. Eventueel reeds gemaakte
                    kosten zullen door het college bij de besluitvorming worden meegewogen. De reden
                    van het niet doorgaan van de activiteit is bepalend voor het subsidiëren van
                    gemaakte kosten.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Waarderingssubsidie</tussenkop><al>De waarderingssubsidie is een nieuwe subsidievorm. Een waarderingssubsidie is
                    bedoeld om een activiteit of meerdere activiteiten aan te moedigen of om de
                    waardering daarvoor kenbaar te maken. Het verschil met een incidentele subsidie
                    zit hem in het gegeven dat het bedrag van de waarderingssubsidie geen relatie
                    heeft met de totale kosten van de activiteit(en).</al><al>In de productenbegroting staat een budget voor waarderingssubsidies. Het college
                    draagt zorg voor de verdeling van dit budget.</al><al>In het kader van de lastenverlichting is er voor gekozen geen verantwoording in
                    te laten dienen. Subsidieverlening is tevens subsidievaststelling.</al><al>Het niet doorgaan van een activiteit moet gemeld worden bij het college. Het
                    college kan besluiten tot terugvordering over te gaan. Eventueel reeds gemaakte
                    kosten zullen door het college bij de besluitvorming worden meegewogen. Van
                    belang is dan wat de reden is waarom de activiteit niet is doorgegaan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</tussenkop><al>Artikel 5.3 Ontheffing</al><al>Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen die er toe leiden dat het
                    college besluit ontheffing te verlenen van één of meerdere verplichtingen uit
                    deze verordening.</al><al>Artikel 5.4 Hardheidsclausule</al><al>Het college kan bij bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in deze
                    verordening of de strikte toepassing hiervan versoepelen.</al><al>Artikel 5.6 Overgangsbepaling</al><al>Dit artikel regelt de afhandeling van subsidies die zijn verleend over het jaar
                    2012 of eerdere jaren (voorzover die nog niet zijn vastgesteld). Deze subsidies
                    worden nog op grond van de oude verordening afgehandeld. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>