<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR321556_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling R-net Zuid-Holland (Subsidieregeling R-net Zuid-Holland)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-5152.html">Provinciaal Blad 2016, nr. 5152</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling R-net Zuid-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013, artikel 3 lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-09-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging van artikelen 1, 2, 4, 5, 7 8, en 9.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PZH-2016-557624200</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit van Gedeputeerde Staten van 28 januari 2014 tot vaststelling van de
            “Subsidieregeling programma R-net Zuid-Holland” (Prov. Blad 2014, nr. 45), gewijzigd bij
            besluit van 27 januari 2015 (Prov. Blad 2015, nr. 690) en gewijzigd bij besluit van 28
            juni 2016 (Prov. Blad 2016, nr. 5152)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</al><al/><al>gelet op</al><al/><al>artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is voor de ontwikkeling van een adequaat
                        regionaal openbaar vervoersaanbod een bijdrage te leveren aan het
                        ontwikkelen van een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk door de introductie
                        van Randstadnet (R-net) in Zuid-Holland;</al><al/><al>Besluiten:</al><al/><al>Vast te stellen de Subsidieregeling programma R-net Zuid-Holland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>1. Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;</al><al>2. R-net: netwerk van hoogwaardige OV-verbindingen tussen knooppunten, zoals
                        vastgelegd in de Bestuursovereenkomst hoogwaardig OV Randstad;</al><al>3. infrastructurele maatregel: maatregel gericht op de aanleg of aanpassing
                        van infrastructuur, teneinde deze geschikt te maken voor R-net in
                        Zuid-Holland, waaronder mede begrepen verkeersregelende voorzieningen en
                        voorzieningen gericht op energietransitie;</al><al> 4. Zuid-Holland: grondgebied van de provincie Zuid-Holland; </al><al>5. SSK-raming: Standaard systematiek kostenraming volgens publicatie 137 van
                        het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw
                        en de Verkeerstechniek;</al><al>6. implementatieplan: door Gedeputeerde Staten op 18 december 2012
                        vastgesteld plan, getiteld “Implementatieplan R-net Provincie
                        Zuid-Holland”;</al><al>7. R-net buscorridor: busverbinding tussen knooppunten die deel uitmaakt van
                        R-net;</al><al>8. R-net treincorridor: treinverbinding tussen knooppunten die deel uitmaakt
                        van R-net;</al><al> 9. stationsomgeving: directe omgeving van het treinstation die een
                        functionele relatie heeft met een R-net treincorridor; </al><al> 10. stationsoutillage: inrichting van een treinstation bestaande uit zit-
                        en verblijfsmogelijkheden, groen, verlichting, bewegwijzering en
                        reisinformatie;</al><al>11. uitvoeringsbesluit: door Gedeputeerde Staten dan wel Provinciale Staten
                        genomen besluit, waarin voor een R-net buscorridor of een R-net
                        treincorridor een beschrijving is opgenomen van de infrastructurele
                        maatregelen ter realisering van R-net in de betreffende R-net buscorridor of
                        R-net treincorridor;</al><al>12. PvE: Basis PvE R-net, onderdeel R-net buscorridor of indien vastgesteld,
                        een specifiek voor één van de R-net buscorridors vastgesteld Programma van
                        Eisen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie</titel></kop><al>1. Subsidie ten behoeve van de verwezenlijking van een R-net buscorridor in
                        Zuid-Holland kan worden verstrekt voor:</al><lijst><li nr=""><al>a. het opstellen van een voorlopig ontwerp voor een infrastructurele
                                maatregel;</al></li><li nr=""><al>b. het opstellen van een definitief ontwerp voor een
                                infrastructurele maatregel;</al></li><li nr=""><al>c. het uitvoeren van een infrastructurele maatregel.</al></li></lijst><al/><al>2. Subsidie, ten behoeve van een R-net treincorridor in Zuid-Holland kan
                        worden verstrekt voor het uitvoeren van een infrastructurele maatregel,
                        zijnde het verbeteren dan wel aantrekkelijker maken van de
                        stationsomgeving.</al><al>3. Subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt versterkt in de
                        vorm van een projectsubsidie.</al><al>4. De activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, leiden tot de
                        verwezenlijking van een gedeelte van het R-net in Zuid-Holland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan een
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Weigeringsgronden</titel></kop><al>1. In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als
                        bedoeld in artikel 2 geweigerd indien:</al><lijst><li nr=""><al>a. de aanvraag geen betrekking heeft op één van de R-net
                                buscorridors en R-net treincorridors;</al></li><li nr=""><al>b. de aanvraag geen betrekking heeft op activiteiten, beschreven in
                                een uitvoeringsbesluit voor de betreffende R- net buscorridor en
                                R-net treincorridor.</al></li></lijst><al>2. In afwijking van artikel 11, eerste lid, sub a, van de Asv, kan de
                        subsidie worden verstrekt indien de te subsidiëren activiteit reeds in
                        uitvoering is voordat de aanvraag is ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Subsidievereisten</titel></kop><al>1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, in
                        aanmerking te komen, omvat het opstellen van een voorlopig ontwerp voor een
                        infrastructurele maatregel in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><al>a. het opstellen van een voorlopig ontwerp voor een infrastructurele
                                maatregel waaruit bij benadering de aard, omvang en realisatietijd
                                van de infrastructurele maatregel blijken;</al></li><li nr=""><al>b. het opstellen van een SSK-raming van de totale kosten van de
                                infrastructurele maatregel, met als uitgangspunt het in onderdeel a
                                genoemde voorlopig ontwerp, waaruit bij benadering de bouwsom en
                                exploitatiekosten van de infrastructurele maatregel blijken.</al></li></lijst><al>2. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, in
                        aanmerking te komen, omvat het opstellen van een definitief ontwerp voor een
                        infrastructurele maatregel in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><al>a. het opstellen van een definitief ontwerp waaruit de aard, omvang
                                en realisatietijd van de infrastructurele maatregel blijken;</al></li><li nr=""><al>b. het opstellen van een SSK-raming van de totale kosten van de
                                infrastructurele maatregel, met als uitgangspunt het in onderdeel a
                                genoemde voorlopig ontwerp, waaruit de bouwsom en exploitatiekosten
                                van de infrastructurele maatregel blijken.</al></li></lijst><al>3. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, in
                        aanmerking te komen, omvat het uitvoeren van een infrastructurele maatregel
                        in ieder geval het uitvoeren van de infrastructurele maatregel conform een
                        definitief ontwerp dat past binnen het PvE. </al><al>4. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in aanmerking te
                        komen, dient de maatregel gericht te zijn op vergroting van het gemak en
                        comfort van de reiziger waaronder in ieder geval verbetering van de
                        aansluiting van openbaar vervoer met andere vervoerswijzen of verbetering
                        van informatievoorziening voor de reiziger wordt verstaan.</al><al>5. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid in
                        aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de maatregel sober
                        en doelmatig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>Apparaatskosten, als bedoeld in de toelichting behorende bij de Regeling
                        informatie voor derden (Staatscourant 2003, 37), komen in ieder geval niet
                        voor subsidie in aanmerking, tenzij noodzakelijk en adequaat in relatie tot
                        het doel van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Subsidiehoogte</titel></kop><al>1. De subsidie voor een R-net buscorridor bedraagt ten hoogste 100% van de
                        subsidiabele kosten. </al><al> 2. De hoogte van de subsidie voor een R-net treincorridor bedraagt ten
                        hoogste €500.000,- per treinstation, verminderd met de kosten die de
                        provincie Zuid-Holland bijdraagt voor de fietsparkeerplaatsen en
                        stationsoutillage op het betreffende treinstation. </al><al>3. Indien zich binnen een gemeente meerdere treinstations bevinden, kunnen
                        gedeputeerde staten in afwijking van het tweede lid bepalen dat het de
                        gemeente vrij staat te bepalen welk subsidiebedrag zij aan iedere
                        stationsomgeving besteedt, mits de gemeente in de aanvraag gemotiveerd heeft
                        aangegeven welke kwaliteitsimpuls aan iedere stationsomgeving wordt gegeven,
                        en deze naar het oordeel van gedeputeerde staten voldoende is.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 18 tot en met 21 van de Asv wordt aan de
                        subsidieontvanger de verplichting opgelegd, dat deze zorgdraagt voor de
                        voortgang van het uitvoeren van de infrastructurele maatregel, bedoeld in
                        artikel 2, eerste lid, onderdeel c en tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Prestatieverantwoording en subsidievaststelling</titel></kop><al>1. Bij een subsidie van minder dan € 25.000 toont de subsideontvanger
                        desgevraagd door middel van een activiteitenverslag aan, dat de activiteiten
                        zijn verricht.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling van een subsidie, als bedoeld in artikel 2,
                        onderdeel a, gaat in aanvulling op artikel 23 van de Asv vergezeld van het
                        voorlopig ontwerp en de SSK-raming, bedoeld in artikel 5, eerste lid.</al><al>3. De aanvraag tot vaststelling van een subsidie, als bedoeld in artikel 2,
                        lid 1, onderdeel b, gaat in aanvulling op artikel 23 van de Asv vergezeld
                        van het definitief ontwerp voor een infrastructurele maatregel en de SSK-
                        raming, bedoeld in artikel 5, tweede lid.</al><al>4. De aanvraag tot vaststelling van een subsidieals bedoeld in artikel 2,
                        eerste lid, onderdeel c, en artikel 2, tweede lid, gaat in aanvulling op
                        artikel 23 van de Asv vergezeld van het proces-verbaal van oplevering van de
                        infrastructurele maatregel, bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Bevoorschotting en betaling</titel></kop><al>1. Het voorschot voor subsidies van € 25.000 en hoger bedraagt maximaal 80%
                        van het verleende subsidiebedrag.</al><al>2. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en
                        liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de
                        tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Evaluatie</titel></kop><al>De evaluatie van de risicoanalyse als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van
                        de Asv vindt twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling plaats.
                    </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van
                        uitgifte van het Provinciaal Blad waarin deze regeling wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Werkingsduur</titel></kop><al>Deze regeling vervalt op 31 december 2020, met dien verstande dat de
                        regeling van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn
                        aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling R-net
                        Zuid-Holland.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Den Haag, 28 januari 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, </ondertekening><ondertekening>drs. J. SMIT, voorzitter </ondertekening><ondertekening>Mw. drs. J.A.M. HILGERSOM, secretaris </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel>op het wijzigingsbesluit van 28 juni 2016, PZH-2016-557624200</titel></kop><al>ALGEMEEN</al><al>Op 1 oktober 2013 hebben Gedeputeerde Staten de Subsidieregeling Programma R-net
                    Zuid- Holland vastgesteld, op grond waarvan subsidies kunnen worden verstrekt
                    aan gemeenten voor ontwerpen en uitvoeren van infrastructurele maatregelen ten
                    behoeve van realisering van onderdelen van R-net buscorridors Zuid- Holland. Op
                    27 januari 2015 hebben GS een eerste (beperkte) wijziging van de
                    subsidieregeling vastgesteld. Deze regeling blijkt nu een tweede aanpassing te
                    behoeven. Eventuele integratie van deze subsidieregeling in de Subsidieregeling
                    mobiliteit Zuid-Holland 2017 wordt op een later moment bezien. Dit vraagt meer
                    tijd, waarop deze aanpassing gezien de gewenste voortgang bij de
                    R-netspoorcorridors niet kan wachten.</al><al/><al>In de Subsidieregeling R-net Zuid-Holland is de mogelijkheid vastgelegd tot het
                    verstrekken van subsidies aan gemeenten ten behoeve van planvorming voor en
                    uitvoering van infrastructurele maatregelen ten behoeve van de verwezenlijking
                    van R-net <cursief>buscorridors </cursief>in Zuid-Holland. In het kader van de
                    ontwikkeling van de R-net treincorridor Alphen aan de Rijn - Gouda is inmiddels
                    de wenselijkheid gebleken om betrokken gemeenten ook subsidie te verstrekken ten
                    behoeve van het verbeteren of aantrekkelijker maken van de stationsomgeving.
                    Doel van het verbeteren dan wel aantrekkelijker maken van de stationsomgeving is
                    vergroting van het gemak en comfort van de reiziger. Daarnaast wordt de
                    subsidiemogelijkheid voor “voorzieningen gericht op energietransitie” voor zowel
                    R-net bus- als treincorridors vastgelegd in de regeling. Samenvattend, de
                    subsidieregeling wordt zodanig aangepast dat subsidieverstrekking aan gemeenten
                    ten behoeve van het verbeteren of aantrekkelijker maken van de stationsomgeving
                    mogelijk wordt en subsidie voor R-net gerelateerde maatregelen gericht op
                    energietransitie van een expliciete grondslag wordt voorzien. </al><al/><al> In de subsidieregeling is een maximumsubsidie per stationsomgeving opgenomen
                    van € 0,5 miljoen, verminderd met de door de provincie (aan ProRail) te betalen
                    kosten van realisering van fietsparkeerplaatsen en stationsoutillage. Het budget
                    van € 0,5 miljoen per station is conform de afspraak die hierover is vastgelegd
                    in de ”Bestuursovereenkomsten vanwege het HOV-net Zuid-Holland Noord”, die op 17
                    mei 2013 door de provincie en betrokken gemeenten zijn ondertekend. Indien zich
                    binnen een gemeente meerdere treinstations bevinden, kan Gedeputeerde Staten een
                    gemeente bestedingsvrijheid geven bij de inzet van het subsidiebedrag ten
                    behoeve van elk afzonderlijk treinstation, mits de gemeente in de aanvraag
                    gemotiveerd heeft aangegeven welke kwaliteitsimpuls aan iedere stationsomgeving
                    wordt gegeven en de kwaliteitsimpuls naar het oordeel van Gedeputeerde Staten
                    voldoet. Hiermee worden de bestedingsvrijheid ten opzichte van de
                    ”Bestuursovereenkomsten vanwege het HOV-net Zuid-Holland Noord” verruimd, zonder
                    afbreuk te doen aan de budgettaire kaders die eerder voor R-net treincorridors
                    zijn vastgesteld. Zie hierover de toelichting op artikel 7.</al><al/><al>ARTIKELSGEWIJS</al><al>Artikel 1 </al><al>Aan de begripsbepalingen van artikel 1 worden een aantal onderdelen gewijzigd en
                    toegevoegd onder vernummering van overige onderdelen.</al><al/><al>Onderdeel 3 </al><al>Uitbreiding van de definitie van <cursief>infrastructurele maatregel</cursief>
                    naar ‘voorzieningen gericht op energietransitie’ is nodig om subsidie voor
                    voorzieningen ter bevordering van energietransitie met R-net van een grondslag
                    te voorzien. </al><al/><al> Energietransitie omvat overeenkomstig het <cursief>Hoofdlijnenakkoord
                        Zuid-Holland slimmer, schoner en sterker</cursief> zowel maatregelen ter
                    stimulering van het gebruik van minder fossiele energie ten gunste van meer
                    duurzame energie (bijvoorbeeld energieopwekking met zonnepanelen en
                    laadmogelijkheden voor elektrisch vervoer zoals laadpalen voor auto’s en
                    fietsen) als maatregelen ter stimulering van energiebesparing (bijvoorbeeld
                    LED-verlichting). Uiteraard dienen de maatregelen gericht op energietransitie
                    een functionele relatie te hebben met R-net. </al><al/><al>Maatregelen om de stationsomgeving te verbeteren of aantrekkelijker te maken
                    kunnen worden begrepen onder maatregelen gericht op de aanleg of aanpassing van
                    infrastructuur, derhalve behoeft de regeling op dit punt niet te worden
                    aangepast.</al><al/><al>Onderdelen 7, 8 en 11 </al><al>De toevoeging van de omschrijving van R-net buscorridor en R-net treincorridor
                    is nodig, omdat de regeling tot dusver alleen op R-net buscorridors zag en de
                    werkingssfeer nu uitgebreid wordt naar R-net treincorridors. </al><al/><al> Onderdeel 9 </al><al>De uitbreiding van de werkingssfeer van de regeling ziet op de verbetering of
                    het aantrekkelijker maken van de stationsomgeving en maatregelen gericht op
                    energietransitie. Het gaat uitsluitend om bestaande treinstations. Hierbij is
                    ruimtelijke en functionele begrenzing van – het begrip - ‘stationsomgeving’
                    noodzakelijk, om te ruime toepassing te voorkomen. De inperking ligt in de
                        “<cursief>directe</cursief> omgeving van het station” en in het vereiste van
                    een <cursief>functionele </cursief>relatie met R-net. </al><al/><al>Onderdeel 10</al><al> Afbakening van het begrip ‘stationsoutillage’ is noodzakelijk gezien hetgeen in
                    artikel 7, tweede lid, over de hoogte van de subsidie staat. Er is aansluiting
                    gezocht bij de omschrijving van het begrip ‘stationsoutillage’ dat ProRail
                    hanteert. De maximale subsidie bedraagt nl. € 0,5 miljoen per treinstation minus
                    de bijdrage van de provincie voor fietsparkeerplaatsen en ‘stationsoutillage’. </al><al/><al>Onderdeel 11 </al><al>De definitie van uitvoeringsbesluit is aangepast, aangezien een
                    uitvoeringsbesluit zowel een afzonderlijk besluit over een bepaalde R-net bus-
                    of treincorridor kan betreffen als onderdeel van een generiek besluit kan zijn
                    zoals een Programmabesluit , een Kaderbesluit Infrastructuur of het Programma
                    Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI). Dit hoeft niet per definitie een besluit
                    als bedoeld in de Regeling Projecten Zuid-Holland te zijn, vandaar dat deze
                    verwijzing is geschrapt. Dit brengt geen verandering in de toepasselijkheid van
                    de Regeling Projecten Zuid-Holland, de regel dat GS voor ieder project in het
                    ZPI van meer dan € 10 mln. voorafgaand aan de verkennings- en realisatiefase een
                    ontwerp besluit aan PS voorlegt, geldt onverkort. </al><al/><al> In onderdeel 11 is eveneens “<cursief>door de betrokken gemeenten</cursief>” te
                    nemen infrastructurele maatregelen ter realisering van R-net geschrapt,
                    aangezien niet altijd de betrokken gemeente(n) de maatregelen realiseert, maar
                    in bepaalde gevallen de provincie Zuid-Holland de realisatie van – een deel van
                    de - maatregelen voor haar rekening neemt, </al><al/><al/><al>Onderdeel 12</al><al> Er wordt niet voor iedere buscorridor een specifiek Programma van Eisen
                    opgesteld en het <cursief>Basis PvE R-net, onderdeel R-net
                    buscorridor</cursief>, vormt dan het toetsingskader. Om die reden is de
                    omschrijving van SPvE in onderdeel 12 gewijzigd in PvE, waaronder ook een
                    specifiek PvE voor een buscorridor kan worden verstaan. Tevens is de “in het
                    implementatieplan beschreven” geschrapt, aangezien niet alle R–net buscorridors
                    zijn opgenomen in het implementatieplan en deze formulering ruimte biedt voor de
                    aanwijzing van nieuwe R–net corridors. </al><al/><al>Artikel 2</al><al> Om verstrekking van subsidie mogelijk te maken voor maatregelen ter verbetering
                    of het aantrekkelijker maken van de stationsomgeving en het uitvoeren van andere
                    infrastructurele maatregelen zoals maatregelen gericht op energietransitie zijn
                    deze als subsidiabele activiteiten aan het nieuwe artikel 2, tweede lid,
                    toegevoegd. Uit de formulering “het verbeteren dan wel aantrekkelijker maken van
                    de stationsomgeving” vloeit voort dat het hierbij gaat om
                        <cursief>bestaande</cursief> treinstations. </al><al/><al> Artikel 4</al><al> In artikel 4, eerste lid, sub a. is de “in het implementatieplan beschreven”
                    geschrapt, aangezien niet alle R–net bus- en treincorridors zijn opgenomen in
                    het implementatieplan en de nieuwe formulering ruimte biedt voor de aanwijzing
                    van nieuwe R–net corridors. Uiteraard is hier een uitvoeringsbesluit voor nodig
                    zoals blijkt uit het eerste lid, onder b. </al><al/><al>De toevoeging van ‘en R-net treincorridors’ in het eerste lid, is nodig, omdat
                    de regeling tot dusver alleen op R-net buscorridors zag en de werkingssfeer nu
                    uitgebreid wordt naar treincorridors. </al><al/><al>Artikel 5 </al><al>Specifiek voor te subsidiëren maatregelen in het kader van de verbetering of het
                    aantrekkelijker maken van de stationsomgeving is een vierde lid toegevoegd. Om
                    de maatregelen, die voor subsidie in aanmerking komen, in te kaderen is bepaald
                    dat maatregelen alleen gesubsidieerd kunnen worden indien deze zijn gericht op
                    ‘vergroting van het gemak en comfort van de reiziger’. Om zo concreet mogelijk
                    te zijn, is vastgelegd dat hierbij gedoeld wordt op verbetering van de
                    aansluiting van openbaar vervoer met andere vervoerswijzen (zgn.
                    ketenintegratie) en op informatievoorziening voor de reiziger, het aanbieden van
                    dynamische reisinformatie is uitgangspunt van R-net. Ketenintegratie vindt zijn
                    uitwerking o.a. in bewegwijzering, bescherming tegen weersomstandigheden,
                    verbetering van de bereikbaarheid door looproutes en fietspaden,
                    laadmogelijkheden voor elektrische auto’s en fietsen, fietsparkeerplaatsen, K+R
                    (kiss and ride) en P+R (parkeren en reizen). </al><al/><al>Er is een vijfde lid toegevoegd waarin zowel voor maatregelen ten behoeve van
                    R-net buscorridors als R-net treincorridors is bepaald dat ‘de maatregel sober
                    en doelmatig’ moet zijn. Deze vereisten gelden uiteraard met in achtneming van
                    de vastgelegde afspraken in bestuursovereenkomsten en de productformule R-net. </al><al/><al>Artikel 7</al><al> Vanwege de uitbreidingssfeer van de Subsidieregeling naar een R-net
                    treincorridor is het eerste lid gewijzigd en is een tweede en derde lid
                    toegevoegd. Het eerste lid ziet alleen op een R-net buscorridor; het tweede lid
                    op een R-net treincorridor.</al><al/><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid bepaalt dat de maximale bijdrage per treinstation € 0,5 miljoen
                    bedraagt, zulks conform de ”Bestuursovereenkomsten vanwege het HOV-net
                    Zuid-Holland Noord”. </al><al/><al> Uit het beschikbare bedrag dienen zowel de noodzakelijke maatregelen op de
                    treinstations zelf, uit te voeren door ProRail, als de maatregelen in iedere
                    stationsomgeving, uit te voeren door de betreffende gemeente, te worden betaald.
                    De noodzakelijke werkzaamheden van ProRail hebben daarbij prioriteit; het gaat
                    hierbij om fietsparkeerplaatsen en stationsoutillage. Het restantbedrag na
                    aftrek van de benodigde kosten van ProRail is beschikbaar voor (her)inrichting
                    van de stationsomgeving. </al><al/><al>Derde lid</al><al>In afwijking van het tweede lid geeft het derde lid Gedeputeerde de mogelijkheid
                    om, indien zich binnen de gemeente meerdere treinstations bevinden, gemeenten de
                    ruimte te geven om zelf te bepalen welk subsidiebedrag ten behoeve van elke
                    afzonderlijke stationsomgeving wordt besteed, mits de gemeente in de aanvraag
                    gemotiveerd heeft aangegeven welke kwaliteitsimpuls aan iedere stationsomgeving
                    wordt gegeven, en deze naar het oordeel van gedeputeerde staten voldoende is.
                    Dit kan betekenen dat een gemeente met 2 stations € 0,6 miljoen in de ene
                    stationsomgeving en € 0,4 miljoen in de andere stationsomgeving mag investeren.
                    Wel verbindt het derde lid hier de voorwaarde aan dat iedere stationsomgeving
                    van de R-net treincorridor een kwaliteitsimpuls wordt gegeven en daarmee wordt
                    verbeterd of aantrekkelijker wordt gemaakt. Bij ‘kwaliteitsimpuls’ kan gedacht
                    worden aan verbetering van de ketenmobiliteit (bijv. voldoende P+R plaatsen en
                    fietsparkeergelegenheid), sociale veiligheid en toegankelijkheid van de R-net
                    corridor. Met andere woorden in iedere stationsomgeving van de R-net
                    treincorridor zal moeten worden geïnvesteerd.</al><al/><al> Artikel 8</al><al> Vanwege de uitbreidingssfeer van de Subsidieregeling is in artikel 8 een
                    verwijzing naar artikel 2, tweede lid, opgenomen, zodat de verplichting om zorg
                    te dragen voor de voortgang van de uitvoering van een infrastructurele maatregel
                    ook geldt voor een R-net treincorridor.</al><al/><al> Artikel 9</al><al> De aanpassing van het vierde lid maakt dat de bepaling over verantwoording ook
                    geldt voor subsidies die worden verstrekt ten behoeve van R-net treincorridors.
                    Artikel 9 maakt het mogelijk om naast de door de Algemene subsidieverordening
                    Zuid-Holland 2013 gevraagde bescheiden ten behoeve van verantwoording (dat wil
                    zeggen activiteitenverslag en voor subsidies van meer dan 125.000 euro: een
                    financieel verslag en jaarrekening met accountantsverklaring), een
                    proces-verbaal van de uitvoering van de infrastructurele maatregelen te
                    vereisen.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>behorende bij de Subsidieregeling R-net Zuid-Holland</titel></kop></bijlage><bijlage><kop><titel><extref doc="http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/9392/bijlage1vaststellingsubsidieplafondsvoorsubsidieregelingr-netzuid-holland.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 1 Vaststelling subsidieplafonds voor
                            Subsidieregeling R-net Zuid-Holland</extref></titel></kop></bijlage></regeling></body></cvdr>