<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR321413_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Welstandsnota gemeente Laren 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Larens Journaal 13-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Welstandsnota gemeente Laren 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WONINGWET">Woningwet, art. 12a, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/50</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Welstandsnota gemeente Laren 2013 vervangt de Welstandsnota gemeente Laren 2010, vastgesteld op 30-6-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5870</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5871</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2021-49023</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Welstandsnota gemeente Laren 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT 2013/50</al><al> De raad van de gemeente Laren;</al><al> gelezen voorstel 2013/50 d.d. 15 oktober 2013 van burgemeester en
                        wethouders;</al><al> B E S L U I T :</al><al> I. Het eindverslag van de inspraakprocedure voor de nota
                        “Welstandsnota</al><al> gemeente Laren 2013” vast te stellen;</al><al> II. De welstandsnota gemeente Laren 2013 vast te stellen onder
                        gelijktijdige intrekking van de welstandsnota gemeente Laren 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>INLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al> Aanleiding, doel en opbouw van de welstandsnota</al><al>In artikel 12a van de Woningwet is bepaald dat de gemeenteraad een
                            welstandsnota vaststelt met beleidsregels waarin de criteria zijn
                            opgenomen die burgemeester en wethouders hanteren bij het beoordelen van
                            een bouwaanvraag op welstandsvereisten. Daarbij gaat het om de
                            beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op
                            zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten
                            ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.
                            De voorliggende welstandsnota voorziet in de bedoelde criteria. Daarbij
                            biedt het, als beleidsdocument, ruimte voor nieuwe accenten en
                            inzichten.</al><al/><al>Nadat enkele jaren gewerkt is met de in 2005 vastgestelde 'Welstandsnota
                            Laren', heeft in 2009 een evaluatie plaats gehad. In dat verband is met
                            diverse ‘gebruikers’ van de nota gesproken: met betrokken ambtenaren en
                            de verantwoordelijke wethouder, met de Welstand- en Monumentencommissie,
                            met architecten die werkzaam zijn in de gemeente Laren en met inwoners
                            die een bouwplantraject hebben doorlopen. Dat heeft geresulteerd in een
                            aangepaste versie van de Welstandsnota die op 30 juni 2010 door de raad
                            is vastgesteld.</al><al/><al>Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                            en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. De Wabo en het
                            Bor geven aan welke bouwplannen (en welke andere activiteiten)
                            vergunningplichtig zijn en vormen daarmee de basis voor de
                            welstandstoetsing. Naar aanleiding daarvan is de voorliggende
                            welstandsnota aangepast aan de nieuwe terminologie en nieuwe procedures.
                            Deze aanpassingsronde is tevens gebruikt om de nota, waar nodig, te
                            actualiseren.</al><al/><al>Algemeen</al><al>De welstandsnota bevat beleidsregels waarin in ieder geval de criteria
                            zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun
                            beoordeling:</al><al> of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats,
                            waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft, in strijd
                            zijn met redelijke eisen van welstand; of het uiterlijk van een bouwwerk
                            of standplaats, zowel op zichzelf als in relatie met de omgeving of de
                            te verwachten ontwikkeling daarvan, in ernstige mate in strijd is met
                            redelijke eisen van welstand. </al><al/><al>In Laren vragen burgemeester en wethouders, zo is vastgelegd in de
                            gemeentelijke bouwverordening, adviezen over welstandszaken aan de
                            commissie voor welstand en monumenten. De taak van de commissie voor
                            welstand en monumenten is het adviseren van burgemeester en wethouders
                            over alle welstandsaspecten die de openbare ruimte aangaan zoals
                            verkeersmaatregelen, APV aspecten, bouwplannen en monumenten. De
                            vergaderingen van de volledige commissie voor welstand en monumenten
                            zijn openbaar. De planindieners en hun ontwerpers hebben het recht hun
                            plan toe te lichten. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin
                            spreekrecht tijdens de welstandsvergadering. Het welstandsadvies. Het
                            welstandsadvies wordt schriftelijk uitgebracht en wordt, indien het
                            advies niet positief is, duidelijk onderbouwd.</al><al/><al> Leeswijzer </al><al>In deel 2 wordt een toelichting gegeven op verankering van het
                            welstandstoezicht in de Woningwet en de organisatie van het
                            welstandstoezicht in Laren. Tevens komt het ruimtelijk kwaliteitsbeleid,
                            dat geldt als basis voor het welstandsbeleid, aan de orde. Er wordt
                            nader ingegaan op de algemene welstandscriteria, de procedure bij
                            grotere (her)ontwikkelingsprojecten en de welstandscriteria die gebruikt
                            kunnen worden bij het repressief toezicht op vergunningsvrije bouwwerken
                            (de zogenaamde excessenregeling).</al><al>In deel 3 komen de gebiedsgerichte criteria aan de orde. In dit deel
                            wordt ook ingegaan op de ontwikkelingen die Laren hebben gemaakt tot het
                            dorp zoals wij dat nu kennen. Hieruit zijn vaak bouwstenen te halen die
                            in een nieuw jasje een brug kunnen slaan tussen heden en verleden.</al><al>In deel 4 zijn de criteria voor kleine plannen opgenomen, terwijl deel 5
                            voorziet in de objectgerichte criteria.</al><al/><al>Voor de leesbaarheid is daarbij gekozen voor een volgorde van abstract
                            naar concreet: van algemene welstandscriteria, via 'relatieve'
                            welstandscriteria voor specifieke gebieden naar 'absolute' criteria voor
                            veel voorkomende kleine bouwwerken en objecten. In de praktijk zullen de
                            criteria voor kleine plannen veelal eerst worden geraadpleegd.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>BELEIDSINSTRUMENTEN</titel></kop><structuurtekst><al> Redelijke eisen van welstand</al><al>Een ieder kan in de welstandsnota opzoeken welke welstandscriteria bij
                            de welstandsbeoordeling een rol zullen spelen. De welstandscriteria zijn
                            duidelijk geformuleerd en afgeleid van de bestaande omgeving. Het
                            uitgangspunt is dat ieder de waardevolle karakteristieken van zijn eigen
                            buurt kan herkennen. Bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen of
                            aanpassingen van bestaande bouwwerken moet daarmee rekening worden
                            gehouden. Wie bouwplannen heeft, kan al vroeg in het ontwerpproces in
                            overleg treden met de gemeente zodat snel duidelijk is of die plannen
                            kans van slagen hebben. De welstandsnota is vooral een sturend en
                            stimulerend hulpmiddel en niet zozeer een instrument om van alles te
                            verbieden. Voorkomen moet worden dat er gebouwen worden gerealiseerd die
                            afbreuk doen aan de omgeving. In een dergelijk geval krijgt de indiener
                            gelegenheid de plannen aan te passen. Ook dat hoort bij sturen en
                            stimuleren.</al><al/><al/><al> Gebiedsgerichte beoordelingscriteria </al><al>De welstandsnota geeft een beschrijving van de samenhang in en met
                            karakter van een bepaald gebied. Daaruit ontstaat een reeks
                            aandachtspunten of beoordelingscriteria. Het zijn punten waar men op
                            moet letten als men wil bouwen of verbouwen in een bepaald gebied. In
                            Laren zijn vier deelgebieden onderscheiden die elk een eigen set aan
                            welstandscriteria hebben gekregen op basis van een beschrijving van de
                            samenhang in en het karakter van een bepaald gebied of object. Met deze
                            gebiedsgerichte welstandscriteria wordt ook aangegeven in welke gebieden
                            bijzondere kwaliteiten aanwezig zijn en extra inspanningen worden
                            verwacht en in welke gebieden het handhaven van de basiskwaliteiten
                            voldoende is.</al><al/><al/><al> Criteria voor kleine plannen </al><al>Als iemand wil weten welke welstandscriteria voor zijn bouwplan gelden,
                            kan hij allereerst in de welstandsnota nagaan of het bouwplan valt onder
                            de veel voorkomende kleine plannen. Voor deze welstandstoets zijn
                            criteria opgesteld waarmee de planindiener kan nagaan op welke wijze het
                            bouwplan in ieder geval aan redelijke eisen van welstand voldoet.</al><al/><al/><al> Objectgerichte beoordelingscriteria </al><al>Er zijn objectgerichte welstandscriteria opgesteld voor bouwwerken die
                            zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze worden
                            geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. Dit betreft
                            langhuisboerderijen, hooibergen, dakopbouwen en beeldbepalende panden.
                            De opzet van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met
                            de hiervoor beschreven gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij
                            gaat het steeds om 'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden
                            altijd aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de
                            criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan.</al><al/><al> Algemene welstandscriteria </al><al>In een enkel geval zal het voorkomen dat de gebiedsgerichte en
                            objectgerichte welstandscriteria ontoereikend of te beperkend zijn. Het
                            kan gebeuren dat een plan wél voldoet aan redelijke eisen van welstand
                            maar niet aan de gebiedsgerichte of objectgerichte criteria. Daarom zijn
                            in de nota ook algemene criteria opgenomen, waarmee een bouwplan geheel
                            op zichzelf, op de eigen architectonische kwaliteiten kan worden
                            beoordeeld (de zogenaamde ‘hardheidsclausule’). Voor het ‘inkleuren’ van
                            deze aspecten met de algemene principes die de beoordeling van een
                            bouwplan op kwaliteit (of het ontbreken daarvan) mogelijk maken, is
                            gebruik gemaakt van een notitie van voormalig rijksbouwmeester prof. ir.
                            Tj. Dijkstra. Die worden hier puntsgewijs samengevat, de complete tekst
                            is te vinden in de bijlage. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke
                            eisen van welstand mag worden verwacht dat:</al><al> Het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare
                            (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen
                            gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de
                            omgeving groter is (relatie tussen bouwwerk en omgeving). Dat
                            verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt,
                            zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande
                            maatschappelijke realiteit (betekenissen van vormen in de
                            sociaal-culturele context). Er structuur is aangebracht in het beeld,
                            zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat
                            (evenwicht tussen helderheid en complexiteit). Het een samenhangend
                            stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in
                            ruimtes, volumes en vlakverdelingen (schaal en maatverhoudingen).
                            Materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf
                            ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te
                            verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. </al><al/><al>Deze criteria kunnen niet te pas en te onpas worden gebruikt. Het moet
                            gaan om uitzonderlijke bouwwerken die op zichzelf een positieve bijdrage
                            leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Ze zijn voor onverwachte,
                            experimentele of opvallende bouwwerken. Als stelregel geldt daarbij dat
                            er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en de architectuur,
                            naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.</al><al/><al/><al> Afwijken van het welstandsadvies? </al><al>Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies
                            van de welstandscommissie. Daarop zijn de volgende
                            uitzonderingsmogelijkheden:</al><al> • Afwijken op inhoudelijke grond: Burgemeester en wethouders kunnen op
                            inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie
                            indien zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de van
                            toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de
                            commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast.
                            Indien burgemeester en wethouders bij een reguliere
                            omgevingsvergunningsaanvraag op inhoudelijke grond tot een ander oordeel
                            komen dan de welstandscommissie, dan kunnen zij, voordat het besluit op
                            de vergunningaanvraag wordt genomen maar binnen de daarvoor geldige
                            afhandelingstermijn, een nader advies vragen . Het advies van deze
                            commissie gaat boven het advies van de reguliere welstandscommissie en
                            speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en
                            wethouders. Indien burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond
                            afwijken van het advies van de welstandscommissie dan wel de 'second
                            opinion' wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de
                            omgevingsvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op
                            de hoogte gesteld. • Afwijken om andere redenen: Burgemeester en
                            wethouders krijgen volgens artikel 2.10 lid 1 onder d Wabo de
                            mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met redelijke eisen van
                            welstand, toch de omgevingsvergunning te verlenen indien zij van oordeel
                            zijn dat daar voor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of
                            maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de
                            aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie
                            wordt hiervan op de hoogte gesteld. In Laren zullen burgemeester en
                            wethouders uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze
                            mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt
                            wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen. Supervisor </al><al>De gemeente kan bij de ontwikkeling van een bepaald gebied een (extern)
                            ontwerpteam aanwijzen dat als taak kan krijgen de ruimtelijke kwaliteit
                            te stimuleren en de initiatiefnemers te stimuleren. Een
                            vertegenwoordiging van de commissie voor welstand en monumenten of een
                            externe deskundige -de supervisor- kan daaraan deelnemen. De supervisor
                            treedt niet in de plaats van de commissie voor welstand en monumenten.
                            Het is van belang dat de supervisor aan de hand van schriftelijke
                            verslagen van de gevoerde overleggen, de commissie voor welstand en
                            monumenten informeert.</al><al/><al/><al> Excessenregeling </al><al>Volgens artikel 12, eerste lid, Woningwet zijn omgevingsvergunningsvrije
                            bouwwerken vrij van welstand. Dat laat onverlet dat de excessenregeling
                            van artikel 13a Woningwet van toepassing is. De excessenregeling houdt
                            in dat, indien het uiterlijk van omgevingsvergunningvrije bouwwerken
                            ernstig in strijd is met redelijke eisen van welstand, burgemeester en
                            wethouders kunnen aanschrijven tot het treffen van voorzieningen.</al><al>Of van ernstige strijd sprake is, zal aan de hand van de welstandsnota
                            die door de gemeenteraad volgens artikel 12a Woningwet moet zijn
                            vastgesteld, door burgemeester en wethouders worden bepaald. De bouwer
                            van een omgevingsvergunningvrij bouwwerk kan uit die welstandsnota
                            destilleren aan welke eisen dat bouwwerk moet voldoen, wil hij geen
                            risico lopen om aangeschreven te worden tot het treffen van
                            voorzieningen van aan hen in het kader van de welstandbeoordeling
                            toegekende bevoegdheden en taken.</al><al/><al/><al> Monumentenbeleid </al><al>Behalve advisering in het kader van de Woningwet, is de commissie voor
                            welstand en monumenten ook door de gemeenteraad aangewezen om te
                            adviseren in het kader van artikel 15 van de Monumentenwet 1988. Er is
                            sprake van een geïntegreerde adviescommissie, dat wil zeggen dat de
                            commissie voor welstand en monumenten tevens bouwaanvragen voor een
                            monument beoordeelt.</al><al>Monumentale gebouwen en structuren in de gemeente zijn geïnventariseerd
                            (zie de monumentenlijst in bijlage 4). Bovendien is een deel van het
                            centrum aangewezen als Beschermd dorpsgezicht. Voor de beeldbepalende
                            panden zijn Objectgerichte criteria opgenomen, teneinde de ruimtelijke
                            karakteristieken van de betreffende panden te beschermen en te
                            verbeteren.</al><al/><al> Openbare ruimte en groenbeleid </al><al>De gemeente besteedt veel aandacht aan de inrichting van de openbare
                            ruimte en voert dit ook uit in eigen beheer. In het groenbeleidsplan is
                            de kwaliteit van de openbare ruimte en groen een speerpunt van beleid.
                            De gemeente streeft naar kwaliteitsverbetering en duurzaam groen door
                            beleid te richten op een duurzame inrichting van de openbare
                            buitenruimte en door de groendiscipline een volwaardige plaats te geven
                            binnen de ruimtelijke planvorming, onder andere door veiligstelling in
                            bestemmingplannen.</al><al/><al>Laren kent een omvangrijk buitengebied dat grotendeels valt onder de
                            Natuurbeschermingswet. Het beheer wordt grotendeels door het Goois
                            Natuur Reservaat als eigenaar uitgevoerd. Beleid en uitvoeringsplannen
                            liggen daaraan ten grondslag.</al><al/><al/><al> Welstandscriteria excessen </al><al>Toetsing achteraf. Als voor een vergunningsplichtig bouwwerk geen
                            omgevingsvergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering
                            afwijkt van de tekeningen waarop de omgevingsvergunning is afgegeven,
                            krijgt de eigenaar de gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning
                            aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als deze
                            omgevingsvergunning moet worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een
                            negatief welstandsadvies, dan kunnen burgemeester en wethouders degene
                            die tot het opheffen van de situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen
                            een door hen te bepalen termijn de strijdigheid op te heffen.</al><al/><al>De gemeente geeft met deze welstandsnota regels voor het
                            welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. De
                            gemeente Laren zal tevens prioriteit geven aan het handhavingsbeleid en
                            illegale bouwwerken (of gebruik dat strijdig is aan het bestemmingsplan)
                            actief op te sporen en daar tegen op te treden.</al><al/><al>Ook bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning hoeft te worden
                            aangevraagd, moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens artikel
                            13a Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een
                            bouwwerk, dat in ernstige mate in strijd is met “redelijke eisen van
                            welstand”, aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens
                            datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de welstandsnota
                            zijn opgenomen. De gemeente Laren hanteert bij het toepassen van deze
                            excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een
                            buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident
                            is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Dit
                            heeft betrekking op:</al><al/><al> het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving
                            (zoals het dichtmetselen van gevelopeningen), het ontkennen of
                            vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een
                            bouwwerk, armoedig materiaalgebruik (zoals hergebruikte bouwmaterialen
                            die niet opnieuw worden gestuct of geverfd), het toepassen van niet
                            geëigend materiaal (zoals afgedankte deuren voor een erfafscheiding),
                            het toepassen van felle (primaire) of contrasterende kleuren ten
                            opzichte van het gebouw of zijn omgeving (zoals fluorescerende kleuren,
                            gekleurde verlichting gericht op gebouwen en beschilderingen in mozaïek
                            motief), het plegen van een te grove inbreuk op wat in de omgeving
                            gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria). </al><al/><al>Omgevingsvergunningvrije bouwwerken die voldoen aan de criteria voor
                            kleine plannen zijn per definitie niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand.</al><al/><al/><al> Criteria bij (her)ontwikkeling </al><al>De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere
                            (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en
                            karakteristiek doorbreken. Het opstellen van welstandscriteria voor
                            (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel vormen van de
                            stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria kunnen worden ontleend
                            aan een beeldkwaliteitsplan of aan ruimtelijke randvoorwaarden.</al><al>De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter
                            aanvulling op de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de
                            welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere
                            inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.</al><al/><al>De welstandscriteria moeten zijn vastgesteld voordat de planvorming van
                            de concrete bouwplannen start en worden bekend gemaakt aan alle
                            potentiële opdrachtgevers in het gebied.</al><al/><al/><al> Tot slot </al><al>De welstandscriteria zijn door de raad vastgesteld en voor iedereen
                            beschikbaar. De welstandscommissie beoordeelt aanvragen om een
                            omgevingsvergunning in een openbare vergadering. De agenda van de
                            welstandscommissie is openbaar. Planindieners en ontwerpers kunnen via
                            de gemeente een afspraak maken met de welstandscommissie om een
                            toelichting te geven op hun bouwplan. Zij kunnen de beoordeling bijwonen
                            en een uitleg krijgen over het advies. De vergaderingen van de welstand-
                            en monumentencommissie zijn openbaar.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>GEBIEDSGERICHTE CRITERIA</titel></kop><structuurtekst><al> Ruimtelijke ontwikkeling</al><al>Veel van wat we in Laren zien en waarderen is in het verleden aangelegd
                            en gebouwd. Dit ondanks het feit dat er ook destijds discussie is
                            gevoerd over de schoonheid van een aantal van de nu gewaardeerde
                            gebouwen. De Larense commissie voor welstand en monumenten is o.a. uit
                            die discussie ontstaan. Een waardering voor het bestaande veronderstelt
                            dan ook begrip en respect voor het historisch ontstaat. Om met respect
                            voor het verleden op een eigentijdse manier in Laren te bouwen, is een
                            analyse van de ruimtelijke ontwikkeling van Laren verricht. Daaruit
                            blijkt wat, historisch gezien, belangrijk is om bij het maken van
                            plannen te respecteren. De analyse is als bijlage aan deze welstandsnota
                            toegevoegd.</al><al/><al/><al> Gebiedsindeling </al><al>Er zijn in Laren vijf deelgebieden te onderscheiden:</al><al> Het eerste is de oude agrarische kern waar vroeger de bebouwing (vooral
                            boerderijen) geconcentreerd was. Dit centrumgebied is grotendeels
                            aangemerkt als beschermd gebied (Beschermd dorpsgezicht Brink). Het
                            tweede gebied is de schil om het centrum. Vanouds zijn dit de engen
                            ofwel de akkers die door individuele boeren werden bebouwd. Vanaf ± 1880
                            wordt dit gebied langzaam maar zeker bebouwd. Het derde gebied wordt
                            gevormd door de hoger gelegen (slechte) landbouwgronden waarop al vroeg
                            landgoederen en grote villa’s zijn gerealiseerd. Het vierde gebied is
                            het gebied dat vooral na de tweede wereldoorlog is bebouwd om in de
                            dringende woningbehoefte te voorzien. Het natuurgebied aan de
                            zuid-/zuidwestzijde van de gemeente. Hiervoor wordt evenwel geen
                            gebiedsbeschrijving gegeven; dit gebied valt onder het algemene
                            welstandsbeleid. </al><al/><al>Per gebied (gebied 1 t/m 4) is een samenhangend beoordelingskader
                            opgesteld, waarin de volgende onderdelen aan de orde komen:</al><al> Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed
                            aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke
                            omgeving, een typering van de bouwwerken en het materiaal- en
                            kleurgebruik en de detaillering. Een samenvatting van het beleid, de
                            gewenste ontwikkeling en de waardering voor het gebied op grond van de
                            belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische,
                            stedenbouwkundige of architectonische werken. De aanvullende
                            beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het gebied. Het voor het
                            gebied geldende welstandsniveau. De welstandscriteria, steeds
                            onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het
                            bouwwerk, de massa, de opbouw en de detaillering. </al><al/><al/><al/><al> Welstandsniveaus </al><al>Per gebied is aangegeven welk welstandsregiem van toepassing is. In het
                            centrum wordt de lat hoog gelegd omdat de historische kwaliteit dit
                            vraagt; in andere gebieden wordt een extra inspanning gevraagd omdat het
                            gebied extra bijdraagt aan het collectieve beeld. In grote delen ligt de
                            nadruk op een conformeren aan de bestaande kwaliteit.</al><al>Voor het uitgebreide natuurgebied zijn uit praktische overwegingen geen
                            gebiedscriteria geformuleerd. Voor zover nodig zijn de algemene
                            welstandscriteria van toepassing. Er zijn 4 niveaus van
                            welstandstoetsing te onderscheiden:</al><al> het specifieke welstandsbeleid gebaseerd op door het Rijk aan te wijzen
                            beschermde stads- of dorpsgezicht waarbij het welstandstoezicht is
                            afgestemd op de redengevende omschrijving, het bijzondere
                            welstandsbeleid waar extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke
                            kwaliteit gewenst is, het reguliere welstandsbeleid waar de huidige
                            basiskwaliteit moet worden gehandhaafd, het welstandsvrije gebied. </al><al>Het specifiek welstandstoezicht omvat het Beschermd dorpsgezicht Brink,
                            waarbij met name zal worden gelet op:</al><al> de samenhang van het te beoordelen plan met zijn omgeving; de wijze
                            waarop met de redengevende omschrijving, die ten grondslag ligt aan het
                            monument en/of het te beschermen gebied, wordt omgegaan; kleur en
                            materiaalgebruik van het pand; de toepassing van reclame en rolhekken;
                            de mate van ‘verrijking’ of ‘versobering’ van een gebouw in de
                            detaillering (bijvoorbeeld goten en kozijnen); de terreininrichting
                            inclusief beplanting en erf afscheidingen. </al><al>Het te beoordelen plan dient inzicht te geven in deze aspecten. Deze
                            plannen worden in de commissie beoordeeld.</al><al/><al>Het bijzondere welstandstoezicht geldt vooral voor die straten en
                            terreinen die bij een eerste kennismaking met Laren bepalend zijn voor
                            de beeldvorming en het image van het dorp Laren als geheel. In het
                            algemeen gaat het om de entrees van het dorp en doorgaande wegen.
                            Kenmerken als:</al><al> het groene landelijke karakter en hoogwaardige architectuur </al><al>zijn criteria die bij een toetsing van plannen extra aandacht krijgen.
                            Solitaire monumenten en beeldbepalende panden vallen eveneens onder het
                            bijzondere welstandstoezicht. Voor de monumenten zijn in de deelgebieden
                            aanvullende criteria opgenomen. Verder zijn Objectgerichte criteria
                            opgenomen, gericht op het beschermen en verbeteren van de ruimtelijke
                            karakteristieken van de beeldbepalende panden.</al><al/><al>Het regulier welstandstoezicht geldt voor die gebieden waar zonder veel
                            problemen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen
                            in de architectuur van de gebouwen mogelijk is. De gemeente stelt hier
                            geen bijzondere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit. Het
                            welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van
                            de gebieden.</al><al/><al>Welstandsvrije gebieden zijn in Laren niet aangewezen. Die delen van de
                            gemeente die geen gebiedsbeschrijving kennen vallen onder het algemene
                            welstandsbeleid zoals in deel 2 is beschreven.</al><al> Deelgebied 1. "Rond de Brinken” </al><al/><al>Gebiedsomschrijving</al><al>De Brink is het hart van Laren. Door ligging, omvang, bladerendak, dobbe
                            (vijver) en ge­bruiksmoge­lijkhe­den is De Brink beeldbepa­lend voor het
                            lande­lij­ke karak­ter van Laren.</al><al>In de voet­spo­ren van kunstenaar, forens en economi­sche
                            ontwik­ke­lingen is het agra­rische dorp Laren met zijn plattelandssfeer
                            ver­anderd in een foren­sendorp met een exclu­sieve regiona­le
                            winkelfunctie. De herkenbaarheid van dit transformatieproces is de
                            belangrijkste reden om een groot deel van het centrum als een beschermd
                            dorpsgezicht aan te wijzen. Dit transformatieproces heeft een grote
                            diversiteit aan gebouwen gebracht. De welstandscriteria voor dit
                            centrumgebied hebben mede tot doel om die diversiteit te
                            beschermen.</al><al>Rond de kleinere brinken (Krommepad en St.Janstraat) is het agrarisch
                            karakter van Laren nog het sterkst aanwezig. Het zijn vooral de
                            boerderijen die door hun ogenschijnlijk willekeurige ligging, grote
                            rieten daken, tuinen en hagen het karakter bepalen. De brinkjes zelf
                            zijn, in tegenstelling tot de Brink van Laren, parkeereilandjes
                            geworden. Ze zijn geïsoleerd geraakt van hun omgeving.</al><al/><al>Algemene gebiedskenmerken</al><al>De ruimtelijke kenmerken van dit centrumgebied wordt in het algemeen
                            bepaald door:</al><al> de open Brink met zijn bomen, vijver en gebruiksmogelijkheden de
                            brinken aan de St. Janstraat en het Krommepad een vriendelijk landelijke
                            sfeer het weinig commerciële karakter van de gebou­wen (een ingetogen
                            reclame, het spaarzame ge­bruik van rolluiken en het ont­breken van
                            groot­schalige gebouwen met veel glas en een sterke horizon­tale
                            geleding) de aanwezigheid van veel karaktervolle gebou­wen, vaak
                            beeldbepa­lend en soms monumen­taal de toepassing van overwegend
                            traditio­nele bouw­mate­rialen als baksteen, pannen en riet een
                            eenvoudige sobere architec­tuur met een eenvoudige gevelindeling en
                            neutrale kleur­stel­lingen waarin crème voor kozijnen en donkergroen
                            voor draaiende delen overheersen eenvoudige, weinig plantsoenachtige,
                            groenvoor­ziening waarin haag en boom beeldbepa­lend zijn bestratingen
                            van wegen en stoe­pen van gebakken straatklinker de vaak informele
                            verkeersafwikkeling </al><al/><al> Bijzondere gebiedskenmerken </al><al>De Basiliek met het “klein Vaticaan”. Het gebied tussen Brink,
                            Eemnesserweg en Kerklaan wordt ook wel het “klein Vaticaan” genoemd.
                            Hier staan en stonden veel kerkelijke (Rooms Katholieke) gebouwen. Deze
                            gebouwen markeren in sterke mate het transformatieproces zoals dat aan
                            de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht te grondslag ligt. Met deze
                            gebouwen werd:</al><al> er een nieuwe (grotere) bebouwingsschaal, een nieuwe bouwstijl en
                            nieuwe sociaal maatschappelijke functies in Laren geïntroduceerd. </al><al>Deze gebouwen markeren zo het einde van de agrarische periode en het
                            begin van Laren als forensendorp. Veranderingen aan deze gebouwen
                            verdienen dan ook specifieke aandacht van de commissie voor welstand en
                            monumenten.</al><al/><al>Het hoofdwinkelgebied bestaande uit:</al><al>St. Janstraat - Zevenend (tussen Eemnesser­weg en het Jordaan), Brink
                            (tussen Eemnesserweg en Klaaskampen), Nieuweweg, Hamdorffcomplex met
                            aansluitende delen van Klaaskampen, Schoutenbosje en Burgemeester Van
                            Nispenstraat waarin:</al><al> het transformatieproces nadrukkelijk aanwezig is een drukke
                            gezelligheid heerst de straatbreedte varieert de commercie overheerst
                            voortuinen veelal ontbreken (bestrating van gevel tot gevel) individuele
                            gebouwen zoals de Prinsema­rij en het Hamdorffcomplex kwaliteitsaccenten
                            leggen de aan­wezig­heid van straatmeubilair en bo­men belangrijk is </al><al>De Rijt en Naarderstraat zijn uitlopers van het winkelgebied</al><al/><al>De Naarderstraat met:</al><al> rooilijnen dicht op de straat met daartussen een volle­dige bestra­ting
                            kenmerkende hoekpanden (nr.8a, 23 en 36) forse panden met bovenwoningen
                            en kap de overgang tussen Brink en Naarderstraat waarin de Johanneskerk,
                            het Bonte Paard, Mauve en de voormalige boerderij (nr. 3) beeldbepalend
                            zijn de overgang van het centrumgebied bij de Tafelbergweg </al><al/><al>De C. Bakkerlaan met:</al><al> van oorsprong kleine ambachtelijke bedrijfjes de krappe situering,
                            kleine gebouwen, smalle straat twee appartementsgebouwen (Wevershoek en
                            Spinnewiel) verstoren de kleinschaligheid. </al><al/><al>De Nieuw Larenweg, Dammaat en Bij den Toren met:</al><al> smalle klinker­straatjes, ha­gen, kleine huis­jes kleine voortuinen </al><al/><al>Het gebied rond Krommepad, Oud Laren, de Rijt, de Pijl en Kerklaan
                            waar:</al><al> hagen de smalle bochtige straatjes begeleiden, de situering van waarop
                            de panden t.o.v. een grote variatie kent de bebouwing laag en
                            kleinschalig is de sfeer van een agrarisch karakter heeft een dorpse
                            beslotenheid heerst </al><al>is van grote cultuurhistorische waarde. </al><al/><al/><al>De kruising Zevenend, Jordaan, Zijtak met aansluitend de
                            Ambachtsstraat:</al><al> visuele begren­zing van het centrumgebied de verkeerssituatie met
                            bestrating heeft een dorpse uitstraling </al><al/><al>De Zijtak met de aanwezige bedrijfjes zijn zeer karakteristiek:</al><al> het mar­keert de grens van de oorspronkelijke dorpsbebouwing het
                            representeert een oude nog functionerende dorpsindustrie de kraanbaan is
                            karakteristiek en beeldbepalend gebouwen, situering, wegbeloop, etc is
                            vanuit de vroegere ligging aan de dorpsrand nog steeds herkenbaar </al><al/><al>Het gebied rond de molen is bijzonder vanwege:</al><al> de historische ligging van de molen op de westelijke rand van dorp en
                            open eng de situering van de molen op één van de karakteristiekste
                            gaffel aansluitingen (Y-splitsing) van Laren hagen, be­strating
                            materiaalgebruik en kleuren zijn karakterbepalend combi­natie van
                            diverse gebouwen </al><al/><al>De brink aan de St. Janstraat met:</al><al> veel karakterbepalende voormalige boerderijen ademt een agrarisch sfeer
                            een informele uitstraling het grote aantal geparkeerde auto's op en rond
                            het brinkje doet afbreuk aan het karakter </al><al/><al>Welstandsregiem</al><al>Voor het te beschermen dorpsgezicht geldt een specifiek
                            welstandstoezicht. De waarde van het beschermd gezicht ligt in de
                            historisch gegroeide en goed behouden samenhang tussen structuur en
                            bebouwing. Voor het Beschermd dorpsgezicht van Laren gaat het vooral om
                            het transformatieproces van een agrarisch dorp naar een forensendorp.
                            Voor het resterende deel van dit gebied geldt het bijzondere
                            welstandstoezicht.</al><al/><al>Welstandscriteria:</al><al>Uitgaand van het welstandsregiem gelden voor dit gebied de volgende
                            welstandscriteria:</al><al>Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve
                            referentiepunt voor ieder (vergunningsplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen
                            dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande
                            stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de
                            detaillering, kleur- en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te
                            nemen.</al><al/><al>Bouwmassa De bouwmassa (oppervlakte en goot- en nokhoogte) van een
                            gebouw is in het bestemmingsplan aangegeven. Binnen die randvoorwaarden
                            moeten gestreefd worden naar:</al><al> Winkelgevels waarvan de straatgerichte kozijnoppervlakte (glas) niet
                            groter is dan 70% van de oppervlakte begane grond gevel. Minimaal 30%
                            van deze gevel dient gesloten te zijn. Straatgerichte gevels voor de
                            overige functies (zoals woningen, kantoren en horeca) dienen voor
                            minimaal 50% gesloten zijn). Om de inritten (holle kiezen) tot
                            parkeerkelders te ´camoufleren’ zijn deze toelaatbaar: Als de
                            toegangsdeur ligt aan de van de openbare ruimten afgekeerde zijde van
                            een gebouw. Als deze via een afgesloten autolift bereikbaar zijn. Als
                            het begin van een hellingbaan achter een (garage)deur ligt, is een
                            toegang tot een parkeergarage ook aan de openbare kant van een gebouw
                            toelaatbaar. Een evenwichtige opbouw van openingen (ramen) met een
                            eenheid tussen begane grond en verdieping. Het ontbreken van luifels of
                            andere scheidingen tussen bega­ne­ grond en verdie­ping is kenmerkend.
                            Een hellend dak (in principe een zadeldak) voor het hoofdgebouw. Aan- en
                            uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Aan
                            en uitbouwen dienen aan de vormgeving van de hoofdmassa te zijn
                            gerelateerd. In de vormgeving komt dit tot uitdrukking in harmonische
                            verhoudingen tussen bestaande en toe te voegen elementen Een goede
                            aansluiting op bestaande goot- en nokhoogten Een situering die bij
                            voorkeur iets afwijkt van een parallelle situering van straat of
                            hoofdgebouw. </al><al/><al>Detaillering De detaillering van gebouwen dient uit te gaan van een
                            sobere traditionele bouwkundige detaillering. Uitzonderingen gelden
                            voor:</al><al> Openbare gebouwen en entrees van publiek trekkende gebouwen (winkels)
                            Voor hoekpanden en entrees van gebouwen; </al><al>hier is een verbijzondering in detaillering gewenst. </al><al/><al>Materialen Natuurlijke materialen zoals bakstenen, hout en riet behoren
                            tot de traditionele bouwmaterialen van Laren. Voor dit gebied wordt voor
                            hoofdgebouwen uitgegaan van:</al><al/><al>Gevels:</al><al> Een rood/bruine tot bruin/gele handvorm steen in waalformaat geldt als
                            uitgangspunt voor bestaande en nieuwe bouwwerken. Plint of trasramen
                            (gemetseld of gestukadoord) worden aanbevolen. Houten gevelelementen
                            zijn als toevoeging van een gevelbeeld toelaatbaar. Bouwstenen of
                            gevelelementen van beton, glas, metaal of kunststof welke meer dan 15%
                            van een gevelaanzicht bepalen zijn niet toegestaan. Gekleurd of
                            spiegelend glas (reflecterend) is niet toegestaan. Gestukadoorde gevels
                            zijn als uitzondering toelaatbaar. Geschilderde of gekeimde gevels zijn
                            niet toelaatbaar. </al><al/><al>Daken:</al><al> Hellende daken zijn gedekt met keramische pannen, gebakken leien of
                            riet. Geglazuurde (en gekleurde) dakpannen zijn alleen in bijzondere
                            situaties toelaatbaar. Metaal (zoals staal, koper en zink) of kunststof
                            dakbedekking is voor hoofdgebouwen alleen als bouwkundige accent
                            toelaatbaar. Kunstriet is niet toegestaan </al><al/><al>Kozijnen:</al><al> Traditionele Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het
                            uitgangspunt, kunststof </al><al> materiaal is niet toegestaan.</al><al> Bij utilitaire gebouwen zijn metalen kozijnen en deuren toelaatbaar.
                            Een roedeverdeling dient uit te gaan van een staande verdeling. </al><al/><al>Bijgebouwen De voor aangebouwde bijgebouwen toe te passen materialen
                            dienen een relatie te hebben met de voor het hoofdgebouw gebruikte
                            materialen.</al><al> Voor vrijstaande bijgebouwen worden houten gevels en platte daken met
                            bijhorende afdekking ook toelaatbaar geacht.</al><al/><al>Kleur In het algemeen verdienen neutrale kleur­stel­lingen de
                            voorkeur,</al><al> Het gewenste kleurgebruik is in het algemeen traditioneel en
                            terughoudend van aard. Gebouwen die een bepaalde bouwstijl
                            vertegenwoordigen behoren uit respect voor die bouwstijl een passende
                            kleurstelling aan te houden. Crème voor kozijnen en donkergroen voor
                            draaiende delen is op voorhand aanvaardbaar. Zwart is voor houten
                            gevelelementen in het algemeen aanvaardbaar. Genuanceerd grijs en rood
                            is voor een gebakken dakbedekking in het algemeen </al><al> aanvaardbaar.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria Beschermd dorpsgezicht</al><al>Bij de criteria voor kleine plannen zijn aanvullende criteria apart
                            benoemd die verband houden met de status van het Beschermd
                            dorpsgezicht.</al><al/><al>Voor monumenten geldt een bijzonder welstandsregime:</al><al> Aan en uitbouwen dienen of te zijn opgenomen in de hoofdmassa of een
                            toevoeging van ondergeschikte aard te zijn. In de vormgeving komt dit
                            tot uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen. Gevelindeling en materialisering met respect voor het
                            bestaande pand. Beton, glas, metaal of kunststof, welke meer dan 15% van
                            een gevelaanzicht bepalen, zijn niet toegestaan. Het gewenste
                            kleurgebruik is traditioneel en terughoudend van aard. Deelgebied 2
                            "Schil rond het centrum" </al><al>Gebiedsomschrijving</al><al>De schil rond het centrum bestond aan het begin van de vorige eeuw nog
                            voornamelijk uit akkers; engen. De bebouwing en beplanting in dit gebied
                            zijn naar verhouding dan ook nog jong. Uit nagenoeg alle stijlperiodes
                            van deze eeuw zijn in dit gebied goede voorbeelden te vinden. Door een
                            intensieve tuinbeplanting en overwegend smalle wegen heeft het gebied
                            een besloten kleinschalig karakter.</al><al/><al>Algemene gebiedskenmerken</al><al>De kwaliteit binnen de "schil rond het centrum" wordt bepaald door een
                            gemengde bebouwing bestaande uit</al><al> kleine bedrijven en woningen recreatieve voorzieningen met een grote
                            openheid verzorging- en verpleegtehuizen met een eigen schaalniveau een
                            diversiteit aan architectuurstromingen van na 1850. De architectonische
                            kwaliteit steekt boven het gemid­delde uit. Er ligt een accent op
                            regionale architectuur uit de jaren 20 en 30 de nog aanwezige
                            eng-restanten. De Laarder eng is met name door zijn omvang en ligging
                            aan de A1 beeldbepalend voor het landelijke karakter van Laren ruim
                            aanwezige groenvoorzieningen als gevolg van grote tuinen, hagen en
                            laanbomen een radiale wegenstructuur die zich via de voor Laren zo
                            kenmerkende gaffelaansluitingen vanuit het centrum steeds verder vertakt </al><al/><al> Bijzondere gebiedskenmerken De engrestanten aan Tafelbergweg met een
                            scala aan gebouwen met een hoogwaardige architectuur en het agrarisch
                            engrestant aan Oosterend en Oude Drift. Tussen Steenbergen en
                            Rozenlaantje bevindt zich een lange akker die met name door de
                            be­gren­zing karakterbepalend is. De Laarder eng rond het Schuilkerkpad
                            Door de ligging aan de A1 draagt dit gebied bij aan het landelijke
                            karak­ter van het gehele Gooi. Bepalend voor de landschappelijke
                            kwaliteit van de eng is: het open karakter met beboste randen en een
                            enkele solitaire boom een gebruik t.b.v. de akkerbouw d.w.z. een
                            zichtbare wisseling der seizoenen lange zichtlijnen op een glooiend
                            terrein en het dorpssil­houet met kerktorens zandpaden die het gebied
                            doorkruisen de cultuurhistorische waarde. Nog aanwezige halfverharde en
                            onverharde wegen zoals: Standelkruid, De Noolen, Steenbergen,
                            Werkdroger, Hein Duvel en de onverharde wegen in de eng. Het restant van
                            de zandverstuiving tegen de grens met Blaricum. Deze is van
                            cultuurhistorische en landschap­pelijke waarde De landelijke bouwstijl
                            van de bebouwing aan het Rozenlaantje (nr.2 van K.P.C de Ba­zel) in
                            combinatie met hagen en smalle wegen is beschermingswaardig. Het Hoefloo
                            is vanwege de fraaie laanbeplanting, brede berm en de hoge kwaliteit van
                            de woningen waardevol. de St. Janstraat is met name nabij de Zijtak
                            karakteristiek. Dit punt markeert de grens van de oorspronkelijke
                            dorpsbebouwing. In de aard van de gebouwen, situering, wegbeloop, etc is
                            deze overgang nog steeds herken­baar. Een aantal verrassende overhoeken
                            op splitsingen van wegen zoals: Jordaan-Oude Kerkweg
                            Melkweg-Heideveldweg-Klooster Door het vloeiende beloop van kruisende
                            wegen, de begeleidende hagen, een lage boerderijachtige bebouwing waarin
                            grote rieten kappen het erf domineren, zijn dit belangrijke gebiedjes
                            voor hun omgeving. Zevenenderdrift karakteristiek voor deze weg is
                            geleidelijke verandering van een smal wegprofiel met een dicht op de weg
                            staande kleine bebou­wing naar een breed hol wegprofiel met aangrenzende
                            akker en grote woningen op ruime percelen. </al><al/><al>Welstandsregiem</al><al>Voor monumenten, beeldbepalende panden en de volgende ontsluitingswegen
                            met de daaraan liggende bebouwing, geldt het bijzonder
                            welstandstoezicht:</al><al> Hilversumseweg Naarderstraat Torenlaan Eemnesserweg </al><al>Voor het overige deel van dit gebied geldt een regulier
                            welstandstoezicht.</al><al/><al>Welstandscriteria:</al><al>Uitgaand van het welstandsregiem gelden voor dit gebied de volgende
                            welstandscriteria:</al><al/><al>Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve
                            referentiepunt voor ieder (vergunningsplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen
                            dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande
                            stedebouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de
                            detaillering, kleur- en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te
                            nemen.</al><al/><al>Bouwmassa De bouwmassa (oppervlakte en goot- en nokhoogte) van een
                            gebouw is in het bestemmingsplan aangegeven. Binnen die randvoorwaarden
                            moet gestreefd worden naar:</al><al> Een evenwichtige opbouw van gevels Een hellend dak voor het
                            hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt
                            aan de hoofdmassa. Om de inritten (holle kiezen) tot parkeerkelders te
                            ´camoufleren’ zijn deze toelaatbaar : Als de toegangsdeur ligt aan de
                            van de openbare ruimten afgekeerde zijde van een gebouw. Als deze via
                            een afgesloten autolift bereikbaar zijn. Als het begin van een
                            hellingbaan achter een (garage)deur ligt, is een toegang tot een
                            parkeergarage ook aan de openbare kant van een gebouw toelaatbaar. </al><al/><al>Detaillering De detaillering van gebouwen dient uit te gaan van een
                            sobere traditionele bouwkundige detaillering. Uitzonderingen gelden
                            voor:</al><al> Hoekpanden en entrees van gebouwen; hier is een verbijzondering in
                            detaillering gewenst. Panden aan de ontsluitingswegen. </al><al/><al>Materialen Natuurlijke materialen zoals bakstenen, hout en riet behoren
                            tot de traditionele bouwmaterialen van Laren. Voor dit gebied wordt voor
                            hoofdgebouwen uitgegaan van:</al><al>Gevels:</al><al> Gebakken stenen als uitgangspunt voor bestaande en nieuwe bouwwerken.
                            Gekleurd of spiegelend glas (reflecterend) is niet toegestaan.
                            Gestukadoorde gevels zijn als uitzondering toelaatbaar. Gebouwen die een
                            bepaalde bouwstijl vertegenwoordigen behoren uit respect voor die
                            bouwstijl een passend materiaal gebruik aan te houden. </al><al/><al>Daken:</al><al> Hellende daken zijn gedekt met keramische pannen, gebakken leien of
                            riet. Metaal (zoals staal, koper en zink) of kunststof dakbedekking is
                            voor hoofdgebouwen alleen als bouwkundig accent toelaatbaar. Kunstriet
                            is niet toegestaan. </al><al/><al>Kozijnen:</al><al> Traditionele Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het
                            uitgangspunt. Bij utilitaire gebouwen zijn metalen kozijnen en deuren
                            toelaatbaar. Een roedeverdeling dient uit te gaan van een staande
                            verdeling. </al><al/><al>Bijgebouwen De voor aangebouwde bijgebouwen toe te passen materialen
                            dienen een relatie te hebben met de voor het hoofdgebouw gebruikte
                            materialen.</al><al> Voor vrijstaande bijgebouwen worden houten gevels en platte daken met
                            bijhorende afdekking ook toelaatbaar geacht.</al><al/><al>Kleur In het algemeen verdienen neutrale kleurstellingen de
                            voorkeur,</al><al> Crème voor kozijnen en donkergroen voor draaiende delen is op voorhand
                            aanvaardbaar. Gebouwen die een bepaalde bouwstijl vertegenwoordigen
                            behoren uit respect voor die bouwstijl een passende kleurstelling aan te
                            houden. </al><al/><al>Voor monumenten geldt een bijzonder welstandsregime:</al><al> Aan en uitbouwen dienen of te zijn opgenomen in de hoofdmassa of een
                            toevoeging van ondergeschikte aard te zijn. In de vormgeving komt dit
                            tot uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen. Gevelindeling en materialisering met respect voor het
                            bestaande pand. Beton, glas, metaal of kunststof, welke meer dan 15% van
                            een gevelaanzicht bepalen, zijn niet toegestaan. Het gewenste
                            kleurgebruik is traditioneel en terughoudend van aard. Deelgebied 3.
                            "Villa gebieden" </al><al>Gebiedsomschrijving</al><al>Het aan de westzijde van de kern van Laren be­bouw­de gebied, ken­merkt
                            zich vooral door vrijstaan­de villa's op ruime perce­len met veel groen.
                            De wonin­gen zijn ge­maakt als een 'maatkos­tuum'. Dit komt tot
                            uit­drukking in een grote diver­siteit aan
                            architec­tuur­stro­min­gen.</al><al>De wegen zijn informeel van karakter en hebben vaak een gras­berm zonder
                            trottoir. De erfbe­planting domi­neert het straat­beeld en zorgt voor
                            een besloten karak­ter. Enkele straten hebben een fraaie
                            laanbe­plan­ting. Aan de westzijde is een dui­delijke rela­tie met het
                            na­tuurgebied aanwezig.</al><al/><al>Algemene gebiedskenmerken</al><al>De ruimtelijke kwaliteiten van dit gebied worden in het alge­meen
                            bepaald door:</al><al> een bebouwing die bestaat uit royaal gesitu­eer­de vil­la's in een
                            lommerrij­ke omgeving. Vanaf de open­bare weg is daarom maar vaak een
                            glimp van deze gebou­wen te zien. De diver­si­teit aan
                            archi­tec­tuur­stromin­gen is daardoor dan ook nau­we­lijks zicht­baar.
                            Toe­gangs­poor­ten, oprijla­nen en hek­werken be­palen vaak meer de
                            allure van de be­bou­wing dan de gebou­wen zelf. het bosachtig
                            karak­ter, waardoor een geleidelij­ke overgang wordt gevormd tussen dorp
                            en aan­gren­zend natuurge­bied smalle (asfalt) straatjes, waarvan de
                            rafe­li­ge kanten vaak in het groen van de ber­men over­gaan, dragen bij
                            aan het informele karak­ter van dit deel­gebied de A1 (geluidsoverlast,
                            grootscha­lig­heid en bar­rière t.o.v. het centrum) heeft van nega­tieve
                            in­vloed op het lande­lijke karakter </al><al/><al> Bijzondere gebiedskenmerken de openheid van de engrestanten tussen
                            Leemzeulder en Tafelbergweg; hoogteverschillen zoals die zich met name
                            aan de Tafelbergweg (het onver­harde deel), Leem­zeulder en Raboes
                            manifeste­ren de landschappelijke waarde met een zware beplanting van de
                            landgoederen “Larenberg”, “Zeveneind” en ­"Raboes". het ruime profiel
                            (brede bermen) van het Raboes de kleinschalige bebouwing rond het
                            Koloniepad zoals dat in een ingetogen maatvoering, het gebruik van
                            "natuurlijke" materialen, een eenvoudige detaillering, groene
                            tuininrichting en groene erfafscheidingen tot uit­drukking komt Het
                            informele karakter van diverse woon­straatjes (bv de Lange Wijnen) komt
                            met name tot uitdrukking in: een smal (±3,50m) en bochtig wegprofiel de
                            grasbermen ofwel het ontbreken van opstaande trottoirbanden en trottoirs
                            het materiaalgebruik, asfalt en gebakken klinkertjes de overgang (de
                            rand) van de open Westerheide naar de besloten bebouwing met op de grens
                            de onverharde Westerheide (vroeger de Oude Postweg) is karakteristiek
                            voor dit gebied het profiel en de beplanting (met haagbeuken) van het
                            Hoefloo en Hoog Hoefloo rechtvaardigt een beheer gericht op het behoud
                            van het karakter Aan de van Beeverlaan bevindt zich een cluster van 5
                            land­hui­zen die door hun situering en stijlverwantschap bij­zonder
                            zijn. (Verbouw)plannen moeten in dat totaalbeeld worden beoordeeld. het
                            St. Janskerkhof vanwege zijn cultuurhistorische betekenis. De
                            plaatsmarkering door hoge bomen en zichtlijnen zijn belangrijke (te
                            versterken) visuele kenmerken. de algemene begraafplaats is vanwege de
                            aanleg en beplanting van bijzondere betekenis. </al><al/><al>Welstandsregiem</al><al>Voor monumenten, beeldbepalende panden en de volgende ontsluitingswegen
                            met de daaraan liggende bebouwing, geldt het bijzonder
                            welstandstoezicht:</al><al> Hilversumseweg Naarderstraat Rijksweg A1 </al><al>Voor het overige deel van dit gebied geldt een regulier
                            welstandstoezicht.</al><al/><al>Welstandscriteria:</al><al>Uitgaand van het welstandsregiem gelden voor dit gebied de volgende
                            welstandscriteria:</al><al/><al>Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve
                            referentiepunt voor ieder (vergunningsplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen
                            dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande
                            stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de
                            detaillering, kleur- en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te
                            nemen.</al><al/><al>Bouwmassa De bouwmassa (oppervlakte en goot- en nokhoogte) van een
                            gebouw is in het bestemmingsplan aangegeven. Binnen die randvoorwaarden
                            moet gestreefd worden naar:</al><al> Een evenwichtige opbouw van gevels Aan- en uitbouwen, alsmede
                            bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Om de inritten tot
                            parkeerkelders te ´camoufleren’ zijn deze toelaatbaar : Als de
                            toegangsdeur ligt aan de van de openbare ruimten afgekeerde zijde van
                            een gebouw. Als deze via een afgesloten autolift bereikbaar zijn. Als
                            het begin van een hellingbaan achter een (garage)deur ligt, is een
                            toegang tot een parkeergarage ook aan de openbare kant van een gebouw
                            toelaatbaar. </al><al/><al>Detaillering De detaillering van gebouwen dient uit te gaan van een
                            sobere traditionele bouwkundige detaillering. Uitzonderingen gelden
                            voor:</al><al> Hoekpanden en entrees van gebouwen; hier is een verbijzondering in
                            detaillering gewenst. Panden aan de ontsluitingswegen. </al><al/><al>Materialen Natuurlijke materialen zoals bakstenen, hout en riet behoren
                            tot de traditionele bouwmaterialen van Laren. Voor dit gebied wordt voor
                            de hoofdgebouwen uitgegaan van:</al><al> Gevels:</al><al> Gebakken stenen als uitgangspunt voor bestaande en nieuwe bouwwerken.
                            Gekleurd of spiegelend glas (reflecterend) is niet toegestaan.
                            Gestukadoorde gevels zijn als uitzondering toelaatbaar. Gebouwen die een
                            bepaalde bouwstijl vertegenwoordigen behoren uit respect voor die
                            bouwstijl een passend materiaal gebruik aan te houden. </al><al/><al>Daken:</al><al> Hellende daken zijn gedekt met keramische pannen, gebakken leien of
                            riet. Metaal (zoals staal, koper en zink) of kunststof dakbedekking is
                            voor hoofdgebouwen toelaatbaar. Kunstriet is niet toegestaan. </al><al/><al>Kozijnen:</al><al> Traditionele Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het
                            uitgangspunt. Metalen kozijnen en deuren zijn toelaatbaar. </al><al/><al>Bijgebouwen De voor aangebouwde bijgebouwen toe te passen materialen
                            dienen een relatie te hebben met de voor het hoofdgebouw gebruikte
                            materialen.</al><al> Voor vrijstaande bijgebouwen worden houten gevels en platte daken met
                            bijhorende afdekking ook toelaatbaar geacht.</al><al/><al>Kleur In het algemeen verdienen neutrale kleur­stel­lingen de
                            voorkeur,</al><al> Crème voor kozijnen en donkergroen voor draaiende delen is op voorhand
                            aanvaardbaar. Gebouwen die een bepaalde bouwstijl vertegenwoordigen
                            behoren uit respect voor die bouwstijl een passende kleurstelling aan te
                            houden. </al><al/><al>Voor monumenten geldt een bijzonder welstandsregime:</al><al> Aan en uitbouwen dienen of te zijn opgenomen in de hoofdmassa of een
                            toevoeging van ondergeschikte aard te zijn. In de vormgeving komt dit
                            tot uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen. Gevelindeling en materialisering met respect voor het
                            bestaande pand. Beton, glas, metaal of kunststof, welke meer dan 15% van
                            een gevelaanzicht bepalen, zijn niet toegestaan. Het gewenste
                            kleurgebruik is traditioneel en terughoudend van aard. </al><al/><al> Deelgebied 4. "Gesloten bebouwing" </al><al/><al>Gebiedsomschrijving</al><al>Dit gebied wordt aan de oostzijde door een strakke en histo­risch
                            beladen gemeen­te- en provinciegrens, de Gooier­gracht, ge­markeerd.
                            Door zijn lage ligging is dit deelgebied lange tijd een nat en daardoor
                            niet ont­gon­nen gebied gebleven. De bebou­wing is pas rond en na de
                            eeuwwisseling tot stand gekomen. De be­bou­wing bestaat voorna­me­lijk
                            uit arbei­ders- en middenstandswoningen. De erfgooierswoningen, rond de
                            Erfgooiersweg, zijn een apart hoofdstuk in de Larense volkshuisvesting
                            en zijn karakteristiek voor Laren.</al><al/><al>Algemene gebiedskenmerken</al><al>De ruimtelijke kwaliteiten van dit gebied worden gro­tendeels bepaald
                            door:</al><al> een bebouwing in een traditionele blokver­kave­ling met open hoeken de
                            eenvoudige traditionele vormgeving in combi­natie met een sober
                            materi­aalge­bruik incidentele accenten zoals de "erf­gooiers" en
                            "Eri­ca" wo­ningen (beeldbepalende complexen) overgangsgebieden tussen
                            de Larense woonbe­bou­wing en: het coulisselandschap in het grensgebied
                            met Blari­cum het polderlandschap van Eemnes het natuurgebied langs het
                            Pos­tiljon Het lineaire karakter van de Gooiergracht als oude grens
                            tussen Utrecht (de bisschop van Utrecht) en Noord-Holland (de graven van
                            Holland) is een markant aanwezige scheidslijn. </al><al/><al> Bijzondere gebiedskenmerken Het gebied tussen de Eemnesserweg en
                            Blaricum wordt gedomineerd door sportvoorzieningen. Van noord naar zuid
                            neemt de gebruiksintensiteit toe. het onbebouwde eng gebied rond de
                            H.Vosweg en de Ruiterweg met onver­harde wegen en houtwallen. de
                            laanbeplanting en het profiel van de Blaricummer­tollaan. het eigen
                            karakter van een aantal lineaire wegen in het ge­bied. Voorbeelden zijn:
                            Graafland met laanbomen Schapendrift met een brede holle berm Smeekweg
                            met deels een laanbe­planting Gooiergracht met (nog een beperkt) vrij
                            uit­zicht over het polderlandschap/golfterrein Heideveldweg met een
                            laanbeplan­ting </al><al/><al>Welstandsregiem</al><al>Voor monumenten, beeldbepalende panden en de Eemnesserweg als
                            ontsluitingsweg met de daaraan liggende bebouwing, geldt het bijzonder
                            welstandstoezicht. Voor het overige deel van dit gebied geldt een
                            regulier welstandstoezicht.</al><al/><al>Welstandscriteria:</al><al>Uitgaand van het welstandsregiem gelden voor dit gebied de volgende
                            welstandscriteria:</al><al>Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve
                            referentiepunt voor ieder (vergunningsplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen
                            dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande
                            stedebouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de
                            detaillering, kleur- en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te
                            nemen.</al><al/><al>Bouwmassa De bouwmassa (oppervlakte en goot- en nokhoogte) van een
                            gebouw is in het bestemmingsplan aangegeven. Binnen die randvoorwaarden
                            moet gestreefd worden naar:</al><al> Een evenwichtige opbouw van gevels Een hellend dak (in principe een
                            zadeldak) voor het hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen
                            zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Aan en uitbouwen dienen aan de
                            hoofdmassa te zijn gerelateerd. In de vormgeving komt dit tot
                            uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen Een goede aansluiting op bestaande goot- en nokhoogten.
                            Vanwege de eenheid van complexmatig gebouwde woningen moeten kleuren,
                            materialen en vormgeving complexmatig worden beoordeeld. Gelet op de
                            bebouwingsdichtheid van dit gebied en het soort woonbebouwing zijn
                            parkeerkelders alleen via de hardheidsclausule toelaatbaar. </al><al/><al>Detaillering De detaillering van gebouwen dient uit te gaan van een
                            sobere traditionele bouwkundige detaillering. Uitzonderingen gelden
                            voor:</al><al> Voor hoekpanden en entrees van gebouwen; </al><al>hier is een verbijzondering in detaillering gewenst. </al><al/><al>Materialen Natuurlijke materialen zoals bakstenen, hout en riet behoren
                            tot de traditionele bouwmaterialen van Laren. Voor dit gebied wordt voor
                            de hoofdgebouwen uitgegaan van:</al><al/><al>Gevels:</al><al> Gebakken stenen zijn het uitgangspunt voor bestaande en nieuwe
                            bouwwerken. Bouwstenen of gevelelementen van beton, glas, metaal of
                            kunststof welke meer dan 15% van een gevelaanzicht bepalen zijn niet
                            toegestaan. Gekleurd of spiegelend glas (reflecterend) is niet
                            toegestaan. Gestukadoorde gevels zijn als uitzondering toelaatbaar.
                            Gebouwen die een bepaalde bouwstijl vertegenwoordigen behoren uit
                            respect voor die bouwstijl een passend materiaal gebruik aan te houden </al><al/><al>Daken:</al><al> Hellende daken zijn primair gedekt met pannen, gebakken leien of riet.
                            Metaal (zoals staal, koper en zink) of kunststof dakbedekking is voor
                            hoofdgebouwen alleen als bouwkundige accent toelaatbaar. Kunstriet is
                            niet toegestaan. </al><al/><al/><al>Kozijnen:</al><al> Houten kozijnen zijn het uitgangspunt. Metalen kozijnen en deuren zijn
                            toelaatbaar. </al><al/><al>Bijgebouwen De voor aangebouwde bijgebouwen toe te passen materialen
                            dienen een relatie te hebben met de voor het hoofdgebouw gebruikte
                            materialen.</al><al> Voor vrijstaande bijgebouwen worden houten gevels en platte daken met
                            bijhorende afdekking ook toelaatbaar geacht.</al><al/><al>Kleur In het algemeen verdienen neutrale kleur­stel­lingen de
                            voorkeur,</al><al> Het gewenste kleurgebruik is als uitgangspunt traditioneel en
                            terughoudend van aard. Gebouwen die een bepaalde bouwstijl
                            vertegenwoordigen behoren uit respect voor die bouwstijl een passende
                            kleurstelling aan te houden. </al><al/><al>Voor monumenten geldt een bijzonder welstandsregime:</al><al> Aan en uitbouwen dienen of te zijn opgenomen in de hoofdmassa of een
                            toevoeging van ondergeschikte aard te zijn. In de vormgeving komt dit
                            tot uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen. Gevelindeling en materialisering met respect voor het
                            bestaande pand. Beton, glas, metaal of kunststof, welke meer dan 15% van
                            een gevelaanzicht bepalen, zijn niet toegestaan. Het gewenste
                            kleurgebruik is traditioneel en terughoudend van aard. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>CRITERIA VOOR KLEINE PLANNEN </titel></kop><structuurtekst><al>In het ‘Besluit omgevingsrecht’ (Bor) zijn alle bouwwerken opgesomd die
                            onder bepaalde voorwaarden omgevingsvergunningsvrij, en dus
                            ‘welstandsvrij’. Alle andere bouwwerken zijn
                            omgevingsvergunningsplichtig. Voor een aantal nauwkeurig benoemde kleine
                            bouwwerken zijn ‘criteria voor kleine plannen’ opgesteld. Dat zijn
                            zodanig helder geformuleerde welstandsregels dat zij voor iedereen
                            begrijpelijk zijn en in principe door de vergunningsaanvrager kunnen
                            worden getoetst.</al><al/><al/><al>Het gaat om de volgende kleine bouwwerken:</al><al>• aan- of uitbouwen</al><al>• bijgebouwen of overkappingen</al><al>• dakkapellen</al><al>• kozijn- of gevelwijzigingen</al><al>• erf- of perceelafscheidingen</al><al>• reclame-uitingen</al><al>• winkelpuien of luifels</al><al>• zonweringen of (rol)luiken.</al><al/><al>Indien een bouwwerk dat valt onder de bovengenoemde categorieën niet
                            omgevingsvergunningsvrij is, moet een omgevingsvergunning worden
                            aangevraagd. In dat geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie
                            regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het
                            bouwplan past binnen het bestemmingsplan wordt het bouwplan door de
                            rayonarchitect/de welstandscommissie of door een daartoe bevoegd persoon
                            getoetst aan de criteria voor kleine plannen. Voldoet het plan aan deze
                            criteria dan wordt een positieve welstandsoordeel gegeven.</al><al>Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een
                            bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de
                            criteria, dan kan het bouwplan voorgelegd worden aan de
                            welstandscommissie. De welstandscommissie zal in deze gevallen met
                            inachtneming van de gestelde criteria voor kleine plannen en met de
                            gebiedsgerichte, de objectgerichte of de algemene welstandscriteria
                            beoordelen of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Op
                            deze manier kunnen omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken die in
                            eerste instantie niet voldoen aan de criteria voor kleine plannen alsnog
                            door de welstandscommissie bezien worden in relatie tot de context van
                            het gebied waar het bouwplan geplaatst wordt.</al><al/><al>In het Beschermde Dorpsgezicht en bij de door het Rijk, de provincie of
                            de gemeente aangewezen beschermde monumenten zijn sommige bouwwerken die
                            elders omgevingsvergunningsvrij zijn, toch omgevingsvergunningsplichtig.
                            Dat betekent dat in die gevallen een omgevingsvergunning moet worden
                            aangevraagd. Gelet op de bijzondere waarden die in het geding zijn in
                            het Beschermde Dorpsgezicht, worden alle aanvragen in dit gebied
                            voorgelegd aan de welstandscommissie.</al><al/><al>Voorerfgebieds- en achtererfgebiedsbenadering</al><al>Er wordt in sommige gevallen onderscheid gemaakt tussen het voorerf- en
                            achtererfgebied. Het achtererfgebied is het erf aan de achterkant en de
                            niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m
                            van de voorkant, van het hoofdgebouw. Het voorerfgebied is dat deel van
                            het erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.</al><al/><al>Standaardplan</al><al>Een aanvraag voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als
                            deze identiek is aan een in hetzelfde bouwblok gerealiseerd bouwwerk,
                            dat minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies is
                            vergund (de zogenaamde ‘trendsetterregeling’). Het bouwwerk voldoet ook
                            aan redelijke eisen van welstand als het bouwwerk overeenkomstig het
                            ontwerp van de architect is, die het project ontworpen heeft waarvan het
                            bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is
                            gegeven. Informatie over de standaardplannen is verkrijgbaar bij de
                            gemeente.</al><al/><al>Omgevingsvergunning en welstandstoetsing</al><al>De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de
                            omgevingsvergunningsplicht voor bouwen. Onder bepaalde voorwaarden mag
                            zonder omgevingsvergunning worden gebouwd. Deze wordt dan ook niet
                            preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand.</al><al>In uitzonderingsgevallen, wanneer een bouwwerk in ernstige mate in
                            strijd is met redelijke eisen van welstand kan de gemeente achteraf met
                            behulp van de Excessenregeling ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht
                            het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het
                            omgevingsvergunningsvrij is.</al><al/><al> Aan- of uitbouwen </al><al/><al>Criteria voor een aan- of uitbouw </al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al/><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan 5 jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het
                            ontwerp van de architect, die het project ontworpen heeft waarvan het
                            bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is
                            gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al>Maat en plaats</al><al> Plaatsing Gebouwd in het achtererfgebied, op meer dan 1 m van de weg of
                            het openbaar groen De aan- of uitbouw heeft t.o.v. het oorspronkelijke
                            hoofdgebouw een gevelsprong (visuele dilatatie) van 10 cm bij
                            hoekwoningen Aan tussenwoning aan de achtergevel niet breder dan de
                            oorspronkelijke gevel. Maatvoering: Hoogte bij plat dak: eerste
                            verdieping vloer Hoogte bij aankapping: doortrekking bestaande kap in
                            zelfde dakhelling als hoofdgebouw c.q. maximaal 1 m boven eerste
                            verdiepingsvloer Materialen: Gevels: overeenkomstig het hoofdgebouw of
                            een plint met serreachtige houten constructie. Geen metalen gevels
                            Deuren, Ramen en Kozijnen: Hout of aluminium Daken: gebakken pannen of
                            bij platte daken metaal, glas of mastiek. Kleuren Overeenkomstig het
                            hoofdgebouw Overig In het Beschermd dorpsgezicht geldt bovendien dat:
                            Een willekeurig gevelvlak ten hoogste 40% kozijnoppervlakte (deuren plus
                            ramen) mag bevatten. De goothoogte (c.q. boeiboordhoogte) en/of
                            nokhoogte niet hoger mag worden dan die van het hoofdgebouw of aanbouw.
                            Aanvullende criteria </al><al>• de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in
                            het gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al> Bijgebouwen of overkappingen </al><al/><al> Criteria voor bijgebouwen of overkappingen </al><al/><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken. </al><al/><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of een
                            bestaande overkapping in hetzelfde bouwblok dat minder dan 5 jaar
                            geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk
                            is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project
                            ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een
                            positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de
                            volgende criteria: </al><al/><al>Maat en plaats</al><al> Plaatsing Gebouwd op het achter- of zijerf op meer dan 1 m van de weg
                            of het openbaar groen Vorm: Platdak, lessenaardak of een kap met een
                            goothoogte van ten hoogste 3 m en een nokhoogte van ten hoogste 5 m. Een
                            dakhelling die aansluit op de dakhelling van een aangrenzend (hoofd)
                            gebouw c.q. minimaal 40 graden is. Voor overkappingen (b.v. carports)
                            geldt bovendien: Minimale vrije doorloophoogte van 2.40 m 0m een, op
                            afschot gelegd (golfplaten) dak dient een boeiboord van ten hoogste 0,3
                            m te wor­den aangebracht. Materialen: Gevels: metselwerk of hout. Geen
                            metaal of (prefab) betonplanken. Deuren, ramen en kozijnen: hout of
                            aluminium Daken met kap: dakpannen of (metalen) golfplaten. Kleuren
                            Conform het hoofdgebouw Overig In het Beschermd dorpsgezicht geldt
                            bovendien dat: Van een willekeurig gevelvlak, uitgezonderd een gevel met
                            garagedeuren, ten hoogste 40% kozijnoppervlakte (deuren plus ramen)
                            bevat. De goothoogte (c.q. boeiboordhoogte) en/of nokhoogte niet hoger
                            mag worden dan die van het hoofdgebouw of aanbouw. Aanvullende criteria </al><al>• de bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de eventuele aanvullende
                            criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al> Dakkapellen </al><al/><al> Criteria voor dakkapellen </al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al/><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde
                            bouwblok dat minder dan 5 jaar geleden met een positief welstandsadvies
                            is vergund, of B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de
                            architect, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel
                            uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven, of C. het
                            bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al>Maat en plaats</al><al> Plaatsing Er zijn ten hoogste twee dakkapellen per dakvlak toegestaan.
                            Geen dakkapellen boven elkaar. Indien op een bestaand dak (b.v. bij de
                            buren met omgevingsvergunning) twee dakkapellen boven elkaar aanwezig
                            zijn, is een symmetrische situatie voor de andere woning toelaatbaar.
                            Plaats, vorm en afmetingen moeten overeenkomen met de reeds geplaatste
                            dakkapel. Hoogte in het achterdakvlak of niet openbaar gelegen
                            zijdakvlak maximaal 1,75 m en in het voordakvlak of openbaar gelegen
                            zijdakvlak maximaal 1,5 m, gemeten vanaf de voet van de dakkapel en
                            inclusief daklijst. De gezamenlijke breedte van een dakkapel mag
                            (gemeten over de gemiddelde hoogte van de dakkapel) maximaal 50% van de
                            breedte van het dakvlak bedragen met een maximum van 4.00 m. De afstand
                            dient minimaal 1,2 m te bedragen tot een andere dakkapel of tot het
                            midden van de woningscheidende bouwmuren of de eindgevel, bij hoekkepers
                            aan de bovenkant en bij kilkepers aan de onderkant van de dakkapel
                            gemeten. De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de dakvoet
                            dient minimaal 0,5 m en maximaal 1 m te zijn. De afstand van de
                            bovenzijde van de dakkapel tot aan de daknok dient ten minst 0.90 m
                            (drie pannen) te zijn. Dakkapellen (van twee woningen) mogen worden
                            samengevoegd met die van de belendingen, met inachtneming van de
                            aangegeven maximale breedte en minimum afstand tot een eindgevel. Vorm
                            Op een (normaal) pannendak met een dakhelling van ten minste 40 graden
                            mag een dakkapel met een plat dak worden aangebracht. Op daken gedekt
                            met riet, leien of leipannen met een dakhelling van minimaal 45o mag:
                            een dakkapel worden afgedekt met een hellend dakvlak van minimaal 35º de
                            afstand dakkapel tot nok ten minste 1 m bedragen de inwendige
                            (sta)hoogte maximaal 2.40 m bedragen de kozijnhoogte maximaal 1 m
                            bedragen Op een gebroken kap (mansarde kap) mag een dakkapel slechts in
                            het lage (steile) dakvlak geplaatst worden. De bovenzijde van de
                            dakkapel dient een voortzet­ting te zijn van het hoge (flauw hellende)
                            dakvlak. Materialen De dakbedekking van de dakkapel is bij aangekapte
                            dakkapellen in overeenstemming met het dakvlak van de woning. De
                            zijwangen van de dakkapel in hout. De zijwangen van de dakkapel bij een
                            doorlopende dakbedekking van riet of leipannen. Kleuren Afstemmen op het
                            hoofgebouw, of in de kleur van de dakbedekking. Overig Nieuwbouwplannen,
                            voor geschakelde of aaneen gebouwde wonin­gen, dienen inzicht te geven
                            in de latere mogelijkheid tot plaatsing van een dakkapel. Aanvullende
                            criteria </al><al>• de dakkapel voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie</al><al/><al> Kozijn- of gevelwijzigingen </al><al/><al>Criteria voor kozijn- of gevelwijziging </al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al/><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn- of
                            gevelwijziging in hetzelfde bouwblok dat minder dan 5 jaar geleden met
                            een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk is
                            overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project ontworpen
                            heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een positief
                            welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de volgende
                            criteria: </al><al/><al>Maat en plaats</al><al> Plaatsing en vorm Maatvoering afgestemd op het hoofdgebouw Indien er
                            (nog) samenhang en ritmiek aanwezig is in het straatbeeld mag dit door
                            een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord Detaillering
                            afgestemd op de gevel en de kozijnen. Materialen Materiaalgebruik
                            afgestemd op de gevel terughoudend met het gebruik van kunststof, alleen
                            toepasbaar indien dimensioneringen en aansluitingen zijn afgestemd op de
                            gevel. Kleuren Kleurgebruik afgestemd op de gevel. </al><al/><al> Aanvullende criteria • de kozijn- of gevelwijziging voldoet aan de
                            eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader.
                            • alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie. </al><al/><al> Erf- of perceelafscheidingen </al><al/><al> Criteria voor erf- of perceelafscheidingen </al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al/><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande erf of
                            perceelsafscheidingen in hetzelfde bouwblok dat minder dan 5 jaar
                            geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of B. het bouwwerk
                            is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het project
                            ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor een
                            positief welstandsadvies is gegeven, of C. het bouwplan voldoet aan de
                            volgende criteria: </al><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al> Plaatsing en vorm Voor zover een gebouw geen publieksfunctie[1] heeft,
                            dienen erfafscheidingen aan de straatzijde uit hagen (eventueel met een
                            ondersteuningsconstructie tot 1 m hoog) te bestaan. Voor openbare
                            gebouwen en ondiepe (&lt; 3 m) voortuinen van woningen zijn aan de
                            straatzijde eenvoudige smeedijzeren hekken en gemetselde muurtjes tot
                            maximaal 1 m hoog toelaatbaar. Hekwerken (minimaal 90% open) van
                            donkergroen of zwart geplastificeerd gaas of gegalvaniseerde staalmatten
                            tot 2 m hoog ter ondersteuning van een groenblijvende beplanting is als
                            erfafscheiding tussen voorgevel en straat/groenvoorziening toelaatbaar.
                            Voorwaarde is dat binnen één jaar na afgifte vergunning een
                            groenblijvende beplanting wordt aangebracht. Voor hoekwoningen kan uit
                            verkeerskundige overwegingen (uitzicht) in de voortuin een lagere maat
                            worden vastgesteld. Voor poorten in een erfafscheiding geldt: een hoogte
                            van maximaal 1.80 m (boven ooghoogte) voor een dichte poort en 2.00 m
                            voor poorten die voor minimaal 70% doorzichtig zijn zoals smeedijzeren
                            poorten. penanten mogen ten hoogste 2 m hoog zijn. de breedte van een
                            poort (uitgesloten één looppoort van 1.20 m breed) mag gemeten aan de
                            weg ten hoogste 4 m breed zijn. Bij percelen breder dan 25 m gemeten aan
                            de weg, zijn twee poorten toelaatbaar. Dat deze boven eigen grond moeten
                            openen en sluiten. Constructie/materiaal Erfafscheidingen zijn in
                            diverse materialen te koop. Hieronder zijn de meest voorkomende
                            materialen en hun esthetische waarde en eigenschappen aangegeven: Hagen
                            Vanwege het groene karakter van Laren gaat de voorkeur uit naar hagen
                            als erfscheiding (bv beuken-, haagbeuk-, meidoorn- taxus-,
                            ligusterhaag). Gaashek Een andere mogelijkheid waar een sterke voorkeur
                            voor bestaat is een gaashek in een donkergroene of donkerbruine kleur
                            met een klimbe­plan­ting (bv de groenblijvende hedra). Hout In
                            tuingebieden is een uit hout opgetrokken erfaf­schei­ding vrijwel altijd
                            een goede keus. Uit es­the­tisch oogpunt zijn houten vlecht­schermen
                            direct langs de openba­re weg niet toegestaan. De kwetsbaar­heid en
                            uitvoering ervan maken deze scher­men meer geschikt voor goed
                            afgeschermde (tuin)situa­ties. Langs de openbare weg voldoen planken
                            schuttingen be­ter. Omdat Laren voor een groot deel in het grondwater
                            bescher­mingsgebied ligt mogen geen gecreosoteerde palen in de grond
                            gebracht worden. Steen Een korte erfafscheiding maximaal 1.50 m lang,
                            direct aan de woning ­ge­bouwd, kan goed in steen worden uitge­voerd.
                            Ook als be­gren­zing van de openbare ruim­te kan een stenen muur tot een
                            passende invul­ling leiden. Beton De uit betonpalen, -planken en
                            -blokken samen­ge­stel­de schut­tingen hebben een zeer eigen
                            verschij­nings­vorm, die niet inpas­baar is. Voor­al in de direc­te
                            woonom­geving, die bijna altijd wordt gedo­mineerd door
                            baksteen­ar­chitec­tuur, zijn beton­schut­tingen niet toelaatbaar. Riet
                            De in de handel zijnde rietmatten of rietplaten zijn rela­tief
                            kwets­baar en de toepassing dient daarom be­perkt te worden tot goed
                            (door be­planting) afge­schermde plaatsen. Metaal (Smeed)ijzeren hekken
                            (minimaal 90% open) zijn toelaatbaar. Andere materialen Andere
                            materialen zoals plastic, prikkeldraad en metalen dam­wand­pro­fiel zijn
                            niet geschikt voor erfaf­scheidingen. Zij worden als lelijk en
                            on­vrien­delijk erva­ren. Toepassing in de woonom­geving is derhalve
                            niet toelaatbaar. Kleur Een donkere kleur (RAL 6009 -donkergroen) geldt
                            als uitgangspunt. Lichtere kleuren zijn nogal aandacht trekkend en
                            leggen sterker de nadruk op oneffenhe­den en onvol­maakthe­den. Stenen
                            erfafscheidingen dienen in de steenkleur van de woning te worden
                            gebouwd. </al><al/><al> Aanvullende criteria </al><al>• de erf of perceelafscheidingen voldoet aan de eventuele aanvullende
                            criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al> Criteria voor Reclame-uitingen </al><al/><al>Reclames dienen technisch, reclametechnisch en visueel optimaal te
                            worden aangepast aan het gebouw en/of ingepast in de omgeving.</al><al>Bij een vergunningaanvraag moet worden gelet op:</al><al> de reclame op zich: Bij de reclame op zich moet worden gelet op de
                            verschij­nings­vorm. Toegestaan is alleen letters of geblazen
                            neonbuizen. Ook moet worden gelet op het mogelijk bewe­gend, knipperend
                            of geluid producerend zijn, alsmede op de materiaal- en de
                            kleurtoepassing, bevestigingsconstructie, grafische verzorging van
                            teksten en tekens. Knipperende neonreclame en lichtbakken zijn niet
                            toegestaan. De verschijningsvorm moet in relatie worden gebracht met de
                            plaats waar de reclame wordt gewenst en het bedrijf of beroep dat wordt
                            uitgeoefend. Van belang is, dat ook bij de reclame op zich rekening
                            gehou­den wordt met de be­langen van derden, zoals bewoners of
                            ge­bruikers van tegenover-, naast- of bovenge­legen pan­den of
                            vertrek­ken. de reclame in relatie tot zijn omgeving waarbij de volgende
                            gebieden zijn te onderscheiden: voor woondoeleinden; met winkels
                            (centrum); met bedrijven; als parken, sportterreinen en landelijk
                            gebied; als overgangsgebieden en verbindingsassen zoals (door­gaan­de)
                            wegen </al><al/><al>Normstelling en criteria voor plaatsing</al><al/><al>A Woongebieden (norm):</al><al>Gezien het ontbreken van een relatie tussen een woonmi­lieu en
                            reclame-uitingen, wordt hier geen enkele soort reclame toegestaan
                            (reclame op daken, op zich­zelf staande reclame, reclame aan gebouwen
                            enz. is niet toegestaan). Een uitzondering hierop vormen woningen met
                            een praktijk­ruimte voor het uitoefenen van een vrij beroep, zoals:</al><al> een notaris, accoun­tant, advocaat, arts, archi­tect, timmerman,
                            schilder, lood­gieter, etc.; </al><al>Aansluitend op de A.P.V. is een beperkte/on­verlichte naam- of
                            be­roeps­aandui­ding mogelijk van maximaal 0,5 m2.</al><al/><al>B Winkels (algemeen):</al><al> bij aanvragen om vergunningen voor nieuw­bouw of verbou­wing van gevels
                            van winkel­panden (of centra), kantoor- en be­drijfs­ge­bou­wen, wordt
                            verlangd dat reclame of het kader waarin reclame komt, direct op de
                            aanvraag­te­keningen wordt aange­geven en dus inte­graal met het
                            bouwplan door de commissie voor welstand en monumenten kan worden
                            beoor­deeld; overigens dient de vorm, kleur, belettering en lay-out van
                            alle reclameobjecten in har­monie te zijn met de architec­tuur, maat,
                            schaal, ma­terialen en kleur van het betref­fen­de pand en omge­ving;
                            dit ongeacht stan­daardvormen en kleuren van reclameobjecten van
                            bedrijfsketens e.d. </al><al/><al/><al>Winkelcentra (plaatsingsmogelijkheden):</al><al> onder de luifel is, loodrecht op de voorzijde, per travee (klein­ste
                            winkelbreedte) één twee­zij­dige reclame mogelijk tot een vrije hoogte
                            van 2,40 m boven het trottoir; tegen (evenwijdig aan) de gevel is per
                            win­kel­breedte één reclame mogelijk met een opper­vlakte van maximaal
                            0,5 m2 en een lengte van maximaal 25% van de gevel­breedte; reclames aan
                            gevels mogen niet hoger worden aange­bracht dan 0,6 m onder de
                            onderzijde van de raam­dor­pels van de eerste verdieping of tot de
                            hoogte van de vloer van de eerste verdie­ping; tegen (loodrecht op) de
                            gevel is per travee (kleinste winkel­breed­te) één (dubbelzijdige)
                            reclame mogelijk met een oppervlakte van maximaal 0,5 m2; zonneschermen
                            of markiezen met uitdrukke­lijk reclametech­nische doelstellingen,
                            worden niet aanvaardbaar geacht; reclamevlaggen van max. 1 m² per stuk:
                            maximaal twee stuks per gevel van de betreffende winkel plus één
                            vrijstaande houten of witte kunststof vlaggenmast per perceel
                            (eigengrond) van ten hoogste 6 m hoog; buiten het gevelvlak uitstekende
                            reclameobjecten dienen als regel niet hoger te wor­den aange­bracht dan
                            de schei­ding van de begane grond en de eerste verdieping (ten­min­ste
                            2,40 m boven het trottoir en ten­minste 4,50 m boven de rijweg). C.
                            Bedrijven tegen (loodrecht op) de gevel is per travee (kleinste
                            winkel­breed­te) één (dubbelzijdige) reclame mogelijk met een
                            oppervlakte van maximaal 0,5 m2; D. Parken, sportterreinen en sportclubs </al><al>Reclame op eigen terrein:</al><al> rond de sportvelden borden van beperkte hoogte (bovenzijde 0,80 m boven
                            maaiveld) alleen gericht naar de sportvelden. Niet vanaf de openbare weg
                            zichtbaar sponsorbord met afmetingen: maximaal 3 m². Op of aan kantine/
                            kleedgebouw en/of tribune alleen de naam van de sportclub. Reclame aan
                            lichtmasten en lichtuitstralende reclame is niet toegestaan. </al><al/><al>Aanduidingen op gemeentegrond</al><al> Eén naambord om te attenderen op de toegang naar de accommodatie van
                            sportverenigingen Oppervlakte maximaal 0,5 m², op een verkeersveilige
                            plaats. Alleen als de situatie erom vraagt maximaal 2 borden. Op
                            bord(en) staat alleen de naam van de club, géén reclametekst (zoals
                            sponsor). </al><al/><al>Landelijk gebied (norm):</al><al> in deze gebieden is geen commerciële reclame mogelijk. </al><al/><al/><al>E. Overgangsgebieden en verbindingsassen:</al><al>Langs de verbindingsassen Hilversumseweg, Torenlaan, Eem­nesserweg,
                            Naarderstraat, Zevenend en Vredelaan is de volgende per­manente reclame
                            toelaatbaar:</al><al> plattegrondkasten of zuilen met een nut­tig op­pervlakte van ten
                            hoogste 2 m² waar­van ten hoogste 2/3 deel voor reclame doeleinden mag
                            worden gebruikt. De maxi­male hoogte is 2.20 meter. In totaal mo­gen er
                            maximaal 10 stuks worden ge­plaatst; abri's waarvan ten hoogste één
                            zijwand voor reclame doeleinden mag worden gebruikt; reclame via
                            billboards, klok­ken, gevelwandbe­schilderingen en lichtmastreclame is
                            niet toe­gestaan; </al><al>Langs de A1 mag geen op dat verkeer gerich­te reclame worden
                            geplaatst.</al><al/><al>F. Steigerdoek reclame is onder de navolgende voorwaarden
                            toelaatbaar:</al><al> De Brink wordt uitgezonderd. Op deze plaatsen worden wel steigerdoeken
                            met daarop een façade van de gevel gestimuleerd door op maximaal 10% van
                            het oppervlak van het doek reclame toe te staan zonder dat daarvoor
                            kosten aan de gemeente verschuldigd zijn, mits de reclame tussen de 1e
                            en 2e etage wordt aangebracht en de belijning van het pand in acht wordt
                            genomen. Steigerdoekreclame op hoekpanden wordt toegestaan, mits de
                            reclame aan de Brinkzijde terughoudend wordt aangelicht. Aan
                            steigerdoekreclame worden de navolgende welstandscriteria en -bepalingen
                            verbonden: De reclame-uiting dient in een kader van doorzichtig
                            steigerdoek van tenminste 50 cm. breed te worden geplaatst, neutraal en
                            onopvallend van kleur, passend bij het gevelbeeld. Bij reclame op
                            hoekpanden wordt elke zijde separaat beoordeeld. Elke zijde moet worden
                            voorzien van een apart kader met een op zichzelf staande reclame-uiting.
                            Hiervan kan slechts worden afgeweken als het in wezen om één
                            reclame-uiting gaat, mits beide zijden tevens als losse uitingen kunnen
                            worden gezien. Het reclamedoek moet tussen de bovenkant van de begane
                            grondetage en de goot worden aangebracht. De maximale breedte van de
                            reclame-uiting bedraagt 16 meter. Indien de totale bouwsteiger
                            aanzienlijk breder is, verdient een steigerdoek volgens het ‘Italiaanse
                            model’[2] de voorkeur. Alleen platte doeken zijn toegestaan, met
                            statische afbeeldingen. Bewegende beelden en/of driedimensionale
                            objecten aan de doeken behoren niet tot de mogelijkheden, het gebruik
                            van fluorescerende kleuren evenmin. De periode gedurende welke
                            steigerdoekreclame mag worden gevoerd dient verbonden te zijn aan een
                            gelimiteerde en aan de bouw verbonden tijd; bij
                            niet-omgevingsvergunningplichtige werkzaamheden geldt daarbij een
                            maximum van 9 weken. Indien de aanvraag binnen de standaardcriteria valt
                            behoeft geen voorlegging aan de Welstandscommissie plaats te vinden.
                            Geringe afwijkingen van de criteria zijn mogelijk, mits de
                            Welstandscommissie op de aanvraag positief adviseert, dan wel – bij
                            negatieve advisering – het Dagelijks Bestuur in het specifieke geval
                            gegronde redenen heeft om van dit advies af te wijken. Het aanlichten
                            van de reclame wordt toegestaan, behoudens tussen 0.00 uur en 6.00 uur
                            ’s nachts. Alcoholreclame wordt niet toegestaan. Voor alle andere
                            uitingen gelden de beperkingen die uit de wetgeving, jurisprudentie of
                            richtlijnen van de Reclame Code Commissie voortvloeien. In
                            overeenkomsten met de professionele reclame-aanbieders wordt opgenomen:
                            de verplichting om bij de aanvraag een schrijven van de aannemer te
                            voegen waaruit aard en planning van de werkzaamheden duidelijk blijken,
                            en op basis daarvan inschatten of de aangevraagde periode reëel is,
                            respectievelijk bepalen tot wanneer het reclamedoek uiterlijk mag
                            hangen. de verplichting tot het overleggen van foto’s van vóór en na de
                            werkzaamheden. de beperking dat binnen 3 jaar na afronding van de
                            werkzaamheden geen nieuwe steigerdoekreclame op hetzelfde pand mag
                            worden aangebracht. Noch het aantal deelnemende reclame-aanbieders, noch
                            het aantal aanvragen worden bij voorbaat gelimiteerd. </al><al/><al> Aanvullende criteria </al><al>• de reclame-uiting voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie</al><al> Criteria voor winkelpuien of luifels </al><al>Bij wijzigingen van winkelpuien worden de volgende aspecten
                            betrokken:</al><al> rekening houden met het oorspron­kelij­ke type en grootte van de
                            (win­kel)pui; bij de be­staan­de, waar­de­volle gevel is her­stel vaak
                            be­ter dan sloop en ver­van­ging; de vormgeving van de pui dient
                            samen­hang met de archi­tec­tuur van de boven­bouw van het (totale) pand
                            te vertonen; goede verhouding in maat en schaal; verantwoord en
                            aangepast kleur­gebruik en detail­lering die bij het (totale) pand past;
                            toepassen van duurzame materia­len; integratie van reclame of
                            naamaanduiding. </al><al/><al>Bij luifels worden de volgende aspecten betrokken:</al><al> de vorm­ge­ving van de luifel dient de sa­men­hang met de
                            ar­chi­tec­tuur van de bo­ven­bouw van het pand niet te ver­zwakken;
                            luifels mogen niet breder zijn dan de breedte van de gezamenlijke
                            kozijnen; de hoogte van luifels boven een voetpad dient minimaal 2.40 m
                            te bedragen en boven een voor auto´s bestemde strook 4.50 m; Luifels
                            mogen maximaal 0.50 m uit de gevel uitsteken en dienen boven eigengrond
                            te worden aangebracht; verantwoord en aangepast kleur­gebruik en
                            detail­lering die bij het pand past; toepassen van duur­zame
                            ma­te­ria­len; integratie van reclame of naamaanduiding. </al><al/><al> Aanvullende criteria </al><al>• de winkelpui of de luifel voldoet aan de eventuele aanvullende
                            criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al> Criteria voor Zonweringen of (rol)luiken </al><al>Bij de welstandsbeoordeling van zonweringen of (rol)luiken worden de
                            volgende aspecten betrokken:</al><al> aansluiting moet worden gezocht bij de kleur en inde­ling van de
                            bestaande ge­vel de mini­male openheid van (rol)lui­ken voor een etalage
                            moet ten­minste 75% be­dragen; rolluiken voor een winkel dienen rekening
                            te houden met de bouwkundige inde­ling (gevelsprongen) van het
                            winkelfront vorm, materiaal en de kleurkeuze van rolluiken dienen op de
                            sfeer en het gebruik van het ge­bouw te zijn afgestemd Aanvullende
                            criteria </al><al>• de zonweringen of (rol)luiken voldoen aan de eventuele aanvullende
                            criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al>• alle aanvragen in het Beschermde dorpsgezicht en die een monument of
                            beeldbepalend pand betreffen worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie</al><al/><al>Aanbeveling: </al><al> het toepassen van gepantserd glas het plaatsen van een rolluik met
                            ge­slo­ten struc­tuur achter de etalage, waarbij het plaat­sen van zeer
                            waarde­volle arti­kelen in de etala­ge uiter­aard minder gewenst is. </al><al/><al>[1] zoals een winkel, bankgebouw en horecabedrijf</al><al/><al>[2] Italiaans model wil zeggen dat 90% van het doek de toekomstige
                            fasade van het gebouw weergeeft en de reclame binnen de belijning plaats
                            vindt (b.v. ter plaatse van een raampartij)</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>OBJECTGERICHTE WELSTANDSCRITERIA </titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd
                            voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin
                            ze worden geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. De opzet
                            van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met de
                            gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om
                            'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden altijd aan de
                            welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria
                            interpreteert in het licht van het concrete bouwplan (dit in
                            tegenstelling tot de criteria voor de kleine plannen in de vorige
                            paragraaf, die vrijwel 'absoluut' zijn).</al><al/><al>Ook voor deze specifieke bouwwerken is het vaststellen van het
                            welstandsniveau van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde
                            ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie
                            zijn voor de specifieke bouwwerken vier welstandsniveaus mogelijk:
                            'beschermen' bij de beschermde objecten, dat wil zeggen de door het
                            Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen monumenten, 'verbeteren'
                            bij de welstandsobjecten waarbij extra inspanning ten behoeve van de
                            ruimtelijke kwaliteit gewenst is, 'handhaven' de welstandsobjecten
                            waarbij de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd en 'vrij' bij de
                            welstandsvrije objecten. Hoe hoger het welstandsniveau hoe hoger de
                            gewenste kwaliteit.</al><al/><al/><al> Langhuisboerderijen </al><al/><al>Beschrijving</al><al>De Langhuisboerderijen in Laren staan voornamelijk in de kern van het
                            dorp en in de gebieden met verspreide bebouwing eromheen. De boerderijen
                            zijn afwisselend en georiënteerd op de weg, hoewel de voorgevel niet
                            altijd evenwijdig aan de weg staat. Ze hebben een traditionele en
                            eenvoudige opbouw van één laag met kap. De architectonische uitwerking
                            is doelmatig, zeer zorgvuldig en gevarieerd. Het materiaal- en
                            kleurgebruik is traditioneel.</al><al>In Laren zijn diverse typen van boerderijen. Bij het type
                            langhuisboerderij zijn de deuren in de zijgevels gelegen. De onderste
                            daklijn is meestal ter plaatse van deze deuren (zijbaander) verhoogd. In
                            vele gevallen is de noklijn van de stallen lager dan die van het
                            woongedeelte. Het woongedeelte heeft ook een rijkere architectonische
                            uitwerking.</al><al>De daken zijn gedekt met gebakken pannen of natuurriet. De vensters zijn
                            klein en onderverdeeld met roeden. Op de erven komen bijgebouwen als
                            schuren en hooibergen voor. Hulst- en meidoornhagen dienen ook nu nog
                            veelal als erfafscheiding. De grote en nieuwere langhuisboerderijen uit
                            de late 19e en begin 20e eeuw zijn strakker vormgegeven dan de oudere
                            boerderijen: rechthoekige langhuisboerderijen met doorgaande zadeldaken,
                            gedekt met pannen.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de boerderijen van Laren. Daarnaast is de maat, schaal en vorm van
                            de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar tegelijkertijd
                            zorgvuldige architectuur van deze historische bebouwing is een
                            belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld. Aanpassingen en nieuwbouw
                            dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al>Voor de cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Laren is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de
                            karakteristieken van deze objecten.</al><al/><al>Ligging</al><al>• het dorpse karakter van het gebied behouden, daarbij is een heldere
                            ordening van verschillende gebouwen en traditionele erfbeplanting op het
                            erf belangrijk;</al><al>• per kavel is er één hoofdmassa;</al><al>• de gebouwen volgen in ligging grofweg de hoofdstructuur.</al><al/><al>Massa</al><al>• panden zijn individueel en afwisselend;</al><al>• gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm waarbij het woongedeelte
                            veelal hoger is dan het achterhuis (stalgedeelte);</al><al>• gebouwen hebben een opbouw bestaande uit een onderbouw van één laag en
                            één laag met een zadeldak;</al><al>• zijgevels hebben kleine vensters en eventueel staldeuren;</al><al>• op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al>• bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw
                            duidelijk herkenbaar blijven.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al>• het verschil tussen voorhuis en achterhuis (stalgedeelte) van het
                            hoofdgebouw in architectonische</al><al> uitwerking benadrukken;</al><al>• fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als kozijnen,
                            dakgoten, daklijsten, windveren,</al><al> raamhout en roedeverdeling;</al><al>• traditioneel Hollandse houten kozijnen en raamhout en profileringen
                            vormen het uitgangspunt;</al><al>• bijgebouwen als schuren zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig
                            gedetailleerd als de hoofdmassa;</al><al>• wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig
                            afgestemd op het hoofdvolume.</al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al>• het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel;</al><al>• gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met
                            pleisterwerk of houten delen;</al><al>• daken zijn afgedekt met gebakken pannen of met natuurriet;</al><al>• het houtwerk is geschilderd in traditionele kleuren als bijvoorbeeld
                            groen voor deuren en luiken, licht oker voor kozijnen en wit en groen
                            voor de ramen.</al><al> Hooibergen </al><al/><al>Beschrijving</al><al>De hooiberg is vanouds een agrarisch bedrijfsgebouw voor de opslag van
                            hooi en granen. Maar ook een wijkplaats voor dieren. In Laren komen
                            enkele hooibergen voor en dat zijn hooibergen met vier of vijf roeden
                            (staanders). Oorspronkelijk waren de roeden vierkant en van eikenhout.
                            Later werden de roeden ook van beton of ijzer gemaakt en werden ook
                            ronde roeden toegepast.</al><al>Er is bij een hooiberg sprake van een verstelbaar dak, met een
                            hijsmechanisme. Van oudsher betreft het vooral hooibergen met een rieten
                            kap. Bij latere aanpassingen en nieuwe hooibergen zijn veelvuldig zinken
                            golfplaten toegepast. De hooiberg is een open constructie</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de hooibergen van Laren. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een
                            vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al>Voor de cultuurhistorisch waardevolle hooibergen in Laren is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de
                            karakteristieken van deze objecten.</al><al/><al>Ligging</al><al>• de hooibergen liggen op het (voormalige) erf, achter de brandmuur van
                            de boerderij.</al><al/><al>Massa</al><al>• de hoofdvorm is vierkant, rechthoekig of een andere veelhoek.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al>• de roeden vormen een herkenbaar onderdeel van het bouwwerk.</al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al>• de roeden worden in hout, ijzer of beton uitgevoerd;</al><al>• het dakvlak wordt in riet of een ander materiaal in grijze of donkere
                            tint uitgevoerd.</al><al/><al/><al> Dakopbouwen </al><al/><al>Beschrijving</al><al>In de omgeving van de Heideveldweg in Laren zijn dakopbouwen toegepast.
                            Het gaat hierbij om een uitbreiding van de woning waarbij de nok wordt
                            verhoogd. Veelal gebeurd dit bij woningen met een relatief flauwe kap en
                            een lage nokhoogte ten opzichte van de goothoogte. De ruimte is daar
                            niet aanwezig om een dakkapel te plaatsen.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid</al><al>Dakopbouwen worden in beginsel door de gemeente als ongewenst ervaren
                            omdat deze de bestaande massaopbouw verstoren en kunnen leiden tot een
                            onevenwichtig aanzicht. De gemeente voert op dit punt een terughoudend
                            beleid; de geldende bestemmingsplannen staan het over het algemeen ook
                            niet toe. Uitzonderingen zijn de situaties waar in het verleden, op
                            hetzelfde woningtype en in dezelfde straat reeds dakopbouwen zijn
                            gerealiseerd, met een positief welstandsadvies (trendsetterregeling) en
                            de gevallen dat een ontwerp beschikbaar is waarvoor reeds een positief
                            welstandsadvies is gegeven. Daarnaast gaat het om situaties waar de
                            nokhoogte van de woning t.o.v. de vloerhoogte onvoldoende is om een
                            dakkapel te plaatsen volgens de regels voor omgevingsvergunningvrij
                            bouwen.</al><al/><al>Objectcriteria</al><al> Het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakopbouw op een
                            seriematig aaneengebouwde woning van het zelfde type in de zelfde
                            straat, die met een positief welstandsadvies is vergund, of de dakopbouw
                            is overeenkomstig een ontwerp voor een dakopbouw op de betreffende
                            woning, waarvoor reeds een positief welstandsadvies is gegeven. Of de
                            dakopbouw voldoet aan de volgende criteria: • Deze mogen of tussen de
                            schoorstenen of over de volle breedte van een woning worden gebouwd
                            indien de nokhoogte van de woning t.o.v. de vloerhoogte onvoldoende is
                            om een dakkapel te plaatsen volgens de regels voor
                            omgevingsvergunningvrij bouwen. • De ramen van de dakopbouw moeten naar
                            het achtererf gekeerd zijn. • De hoogte tussen bovenkant bestaande vloer
                            en onderkant nok mag maximaal 2.70 m zijn. • De goothoogte van de
                            dakopbouw mag, gerekend van de bestaande zoldervloer, maximaal 2 m zijn.
                            • De dakhellingen van het verhoogde gedeelte moet gelijk zijn aan de
                            helling van het bestaande dak. Beeldbepalende panden </al><al/><al>Beschrijving</al><al>Naast het Beschermd dorpsgezicht en de diverse rijks- en gemeentelijke
                            monumenten, zijn in Laren veel beeldbepalende panden aanwezig. Het
                            betreft panden die niet in aanmerking komen om te worden aangewezen als
                            monument, maar die door een combinatie van architectonische kwaliteit en
                            hun plaats in de stedenbouwkundige structuur, een belangrijke bijdrage
                            leveren aan het dorpsbeeld. In bijlage 4 is een lijst opgenomen van de
                            betreffende beeldbepalende panden (situatie februari 2013).</al><al/><al>De bescherming voor de beeldbepalende panden wordt geregeld via de
                            opname van deze panden in de welstandsnota. Daarbij dienen de
                            voorliggende objectgerichte criteria als toetsingskader bij
                            omgevingsvergunningsverlening.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de beeldbepalende panden van Laren. Daarnaast zijn de maat, schaal
                            en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar
                            tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze cultuurhistorisch
                            waardevolle bebouwing is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld.
                            Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden
                            uitgevoerd.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al>Voor de cultuurhistorisch waardevolle beeldbepalende panden in Laren
                            geldt een bijzonder welstandsregime, waarbij het welstandsbeleid gericht
                            is op het ´beschermen´ en ´verbeteren´ van de karakteristieken van deze
                            objecten.</al><al/><al>Ligging</al><al> uitgegaan dient te worden van de oorspronkelijke situatie. </al><al/><al>Massa</al><al> uitgegaan dient te worden van de oorspronkelijke situatie; aan en
                            uitbouwen dienen of te zijn opgenomen in de hoofdmassa of een toevoeging
                            van ondergeschikte aard te zijn. In de vormgeving komt dit tot
                            uitdrukking in harmonische verhoudingen tussen bestaande en toe te
                            voegen elementen. </al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al> Gevelindeling en materialisering met respect voor het bestaande pand. </al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> Het gewenste kleurgebruik is traditioneel en terughoudend van aard. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 27 november
                        2013.</ondertekening><ondertekening> drs. T.W. Zwemmer drs. E.J. Roest</ondertekening><ondertekening> griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Laren/i235520.pdf">Welstandsnota gemeente Laren 2013, incl foto's, tekeningen en bijlagen</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Laren/i235521.pdf">Gebiedsindeling Welstandsnota gemeente Laren 2013</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>