<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR321350_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voerendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Gezien, 12-02-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Voerendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, art. 19 vijfde lid, art. 23 derde lid en art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014 / 1 / 10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk, zorg en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt Verordening Wet Inburgering 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Voerendaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders </al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al><vet>BESLUIT</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Vast te stellen: de ‘verordening Wet Inburgering 2013’;</al></li><li nr="·"><al>In te trekken de ‘Verordening Wet Inburgering 2011’</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Voerendaal., </al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het genoemde in artikel 1 betekent dat door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>Nadere informatie ten aanzien van de wet en aanverwante
                                        regelingen wordt gegeven.</al></li><li nr="b."><al>De inburgeringsverplichting van een potentiële
                                        inburgeringsplichtige wordt beoordeeld.</al></li><li nr="c."><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd voer de uit de
                                        wet voortvloeiende rechten en plichten.</al></li><li nr="d."><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over
                                        (gecertificeerde) aanbieders van inburgeringscursussen.</al></li><li nr="e."><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over de
                                        doelgroepen aan wie de gemeente een aanbod van een
                                        inburgeringstraject doet en de wijze waarop dit wordt
                                        gefaciliteerd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college biedt de volgende groepen inburgeraars, die voldoen aan het
                            beschrevene in artikel X derde lid Wijzigingswet Wi, een voorziening
                            aan:</al><lijst><li nr="a."><al>asielmigranten nieuwkomers;</al></li><li nr="b."><al>geestelijke bedienaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, een of meer bijkomende onderdelen bevatten die specifiek
                                gericht zijn op de behoefte van de betreffende
                                inburgeringsplichtige. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 36 termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige, die een gemeentelijk aanbod
                            accepteert, bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen
                            opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de geaccepteerde inburgeringscursus waarbij
                                    een combinatie van voorzieningen mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen binnen
                                    een termijn die door het college is bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wijzigingen in persoonlijke situatie die van invloed kunnen zijn
                                    op de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="g7."><al>het meewerken aan een medisch onderzoek door een door de
                                    gemeente aangewezen arts teneinde een eventuele medische
                                    beperking vast te stellen die zou kunnen leiden tot een
                                    ontheffing van de inburgeringsverplichting. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 6 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet gewijzigd of ongewijzigd aanvaardt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 8 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het
                                gedane aanbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                    behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                                inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod.</titel></kop><al>Het besluit tot handhaving van de inburgeringsverplichting bevat in
                            ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="b."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                    behaald;</al></li><li nr="c."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al><lijst><li nr="a."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking
                                        verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                        inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid,
                                        van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6
                                        van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste
                                        lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                        college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a,
                                        van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                        behaald. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, gelde de volgende boetes: De
                                bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,00
                                indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
                                maakt aan dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al><lijst><li nr="a."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
                                        10, tweede lid onder a van deze verordening, bedraagt ten
                                        hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen
                                        twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                        overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
                                    </al></li><li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op
                                        grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn
                                        het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes: De
                                bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I2</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorzieningen die zijn toegekend onder de werking van de
                                Verordening Wet inburgering zoals deze gold vóór het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening blijft de ongewijzigde
                                verordening van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening een aanbod voor een voorziening heeft gedaan, wordt
                                daarop de ongewijzigde verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
                                voorziening op grond van de Verordening Wet inburgering zoals deze
                                gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                wordt beslist met toepassing van de ongewijzigde verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na besluitvorming door de
                            raad van de gemeente Voerendaal werkt terug tot en met 1 januari 2013.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Voerendaal</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 30 januari 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>S.H.H.J. Dormans-Simons drs. E.A.J. Sprokkel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                    van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen
                    en mogen verblijven. </al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. </al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="·"><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="·"><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr="·"><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li></lijst><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen. </al><al><vet>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                    inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                    faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de
                    volgende twee groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="a."><al>asielmigranten nieuwkomers;</al></li><li nr="b."><al>geestelijke bedienaren.</al></li></lijst><al>Het college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen nieuwkomers) en aan nieuwkomers die
                    werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, WI). </al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                    inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook
                    uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze groepen. In
                    de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten
                    worden gesteld: </al><lijst><li nr="·"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            WI).</al></li><li nr="·"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al></li><li nr="·"><al>De vaststelling door het college van een passende
                            inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de
                            samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid,
                            onderdeel b, WI).</al></li><li nr="·"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder
                            geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en
                            de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).
                        </al></li></lijst><al><vet>Het vaststellen van de bedrag van de bestuurlijke boete </vet></al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 maart 2014</al><al>De griffier, De voorzitter,</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                        bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt
                        over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen,
                        ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van
                        het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al/><al>De gemeenten Voerendaal, Nuth en Simpelveld hebben gekozen voor samenwerking
                        op het terrein van sociale zaken en inburgering. Het samenwerkingsverband
                        zal de Wet inburgering en de bijbehorende regelingen (waaronder deze
                        verordening) uitvoeren.</al><al>Ook wordt daar bepaald of iemand wel of niet inburgeringsplichtig is.</al><al/><al>Omdat een potentiële inburgeringsplichtige mogelijk in eerste instantie
                        informatie zal vragen binnen de eigen gemeente zal in elke afzonderlijke
                        gemeente aan de receptie, servicebalie of loket bevolking algemene
                        informatie worden verstrekt en doorverwijzing naar het samenwerkingsverband
                        plaatsvinden.</al><al/><al>Naast bovenstaande (gemeentelijke) informatiepunten kunnen uiteraard ook
                        derden zoals scholen, bibliotheken, vluchtelingenwerk en andere
                        zelfzorgorganisaties, een rol spelen bij de informatievoorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Aan asielgerechtigde oud- en nieuwkomers en geestelijke bedienaren is de
                        gemeente verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het staat de
                        betreffende inburgeringsplichtige overigens vrij om al dan niet op het
                        aanbod in te gaan. Aan asielgerechtigde nieuwkomers zal uiterlijk binnen zes
                        maanden een aanbod worden gedaan. Voor asielgerechtigde oudkomers zal nog
                        een tijdpad en prioritering worden aangegeven. Het aantal geestelijke
                        bedienaren is naar verwachting zeer beperkt in omvang. De
                        inburgeringsvoorziening voor deze groep zal landelijk worden
                        samengesteld.</al><al>Een aparte groep vormen de inburgeringsplichtigen die al eerder in een
                        gemeente een inburgeringsvoorziening hebben geaccepteerd en die vervolgens
                        verhuizen naar een andere gemeente. Voor hen wordt het als onredelijk
                        ervaren dat een eerder gedaan aanbod ingeval van verhuizing zou vervallen.
                        Deze verplichting voor de nieuwe gemeente kan betekenen da zij aan een
                        inburgeringsplichtige (uit een andere gemeente) een aanbod moet doen terwijl
                        deze mogelijk nog niet onder een aangewezen doelgroep valt.</al><al/><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                grond een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                                socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen
                                ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al><al/></li></lijst><al>In artikel 3 bepaalt het college binnen bovengenoemde groepen
                        inburgeringsplichtigen aan wie bij voorrang een inburgeringsvoorziening
                        wordt aangeboden. Bij het samenstellen van de geprioriteerde groepen zal het
                        college zich laten leiden door twee criteria, namelijk taalniveau en
                        maatschappelijke participatie.</al><al>Daarnaast heeft onze gemeente ervoor gekozen om prioriteit te geven aan oud-
                        en nieuwkomers die graag voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking
                        willen komen (bijvoorbeeld voorrang op basis van eigen aanmelding of
                        gemotiveerdheid). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                        in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit
                        artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht
                        heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een
                        op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid
                        van een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol
                        spelen:</al><lijst><li nr="·"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                                Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="·"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                                vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht
                                aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van
                                kinderen.</al></li><li nr="·"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                                bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                inburgeringsplichtige moet vervullen. </al><al/></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                        wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                        mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke
                        bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                        opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is
                        wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor
                        een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                        inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat diens
                        arbeidsinschakeling belemmert. </al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                        inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                        bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                        socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling
                            <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om arbeid om arbeid te
                        verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Indien in deze
                        specifieke situatie geen reïntegratievoorziening wordt aangeboden, kan de
                        gemeente derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is
                        verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                        inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid van
                        artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat
                        de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de reïntegratievoorziening.
                        Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op
                        grond van socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen
                        dan het college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten
                        maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of
                        –regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                        eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al><al/><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                        aanbieden. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                        ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                        inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel
                        19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én
                        nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel
                        uit van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, WI). Wat betreft
                        de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                        inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan aanbieden, kan worden
                        gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden van
                        voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht
                        aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een
                        maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het verwerven
                        van kennis van de Nederlandse samenleving. </al><al/><al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                        praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                        getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van
                        deze vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke
                        rol vervullen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De
                        hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                        bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                        tweede lid, WI). </al><al/><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                        inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal
                        termijnen te betalen. Deze termijn is gesteld op <vet>ten hoogste 36
                            maanden.</vet></al><al>Hierbij is uitgegaan van de gedachte dat per huishouden maximaal € 15,= per
                        maand reëel zou zijn om af te lossen. Een huishouden waarin twee
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening accepteren (bijvoorbeeld
                        asielmigranten), betaalt bij een aflossingstermijn van 36 maanden € 7,50 per
                        persoon en daarmee € 15,00 per huishouden per maand. In een huishouden
                        waarin 1 persoon een inburgeringsvoorziening accepteert zou, uitgaande van €
                        15,00 aflossing per maand, een aflossingstermijn van 18 maanden gesteld
                        kunnen worden.</al><al>Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene
                        bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met
                        deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat
                        worden vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de
                        inburgeringsvoorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                        vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                        verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen
                        in het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt
                        in de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze
                        verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is –
                        leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgerings-voorziening. In
                        het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                        een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke
                        wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                        inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                        geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de
                        inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de
                        toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                        wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als
                        het aanbod (het vierde lid). </al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige
                        het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                        meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                        mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                        inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is opgesteld. </al><al/><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente
                        meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op
                        zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod
                        van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane
                        aanbod moeten aanpassen. </al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er
                        geen termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het
                        inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het
                        college in een dergelijke situatie een handhavingsbeschikking neemt: een
                        besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de termijn van start gaat
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben
                        behaald (vijf jaar na aanvang van deze termijn). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                        beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                        tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt
                        geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                        neergelegd.</al><al/><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                        verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                        worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht
                        zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is
                        alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                        zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                        beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al/><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                        beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                        (onderdeel c). </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                            inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod</titel></kop><al>De handhaving van een inburgeringsplichtige die geen gemeentelijk aanbod
                        krijgt, is minder intensief dan die van een inburgeringsplichtige die wel
                        een gemeentelijk aanbod heeft geaccepteerd. De eerst genoemde
                        inburgeringsplichtige is immers zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering.
                        De taak van de gemeente bestaat hierbij alleen uit de vaststelling van de
                        inburgeringsverplichting en de handhaving van het behalen van het
                        inburgeringsexamen. De beschikking voor deze groep is op deze taken
                        afgestemd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                        gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan
                        ook lagere bedragen vaststellen. </al><al>Voor onze gemeente hebben wij niet de maximumbedragen zoals genoemd in
                        artikel 34 WI aangehouden. Ervan uitgaande dat de inburgeringsplichtigen
                        waarschijnlijk voor een belangrijk deel niet behoren tot de
                        bevolkingsgroepen met een grote financiële draagkracht, zijn de in de WI
                        genoemde maximumbedragen in deze verordening gehalveerd.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook rekening houden met de omstandigheden waaronder de
                        overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt
                        met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                        moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden
                        van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al/><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                        (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens
                        te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een
                        bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op
                        grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van
                        een boete of maatregel op grond van een andere scocialezekerheidswet of –
                        regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                        artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete
                        kan opleggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10
                        mogelijk is. </al><al>Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen
                        als in artikel 9, eerste en tweede lid, lagere maximumboetebedragen zijn
                        opgenomen dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen
                        ingeval van herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan
                        de maximumbedragen die in artikel 34 WI worden genoemd. </al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                        overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld
                        12 maanden. Gemeenten kunnen een kortere of langere termijn vaststellen. </al><al>Artikel 34, onderdeel d, WI biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                        bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in
                        het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                        verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen.
                        Dit is geregeld in het derde en vierde lid van artikel 10. </al><al/><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                        inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                        boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel
                        10, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 WI moet het
                        college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                        inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen
                        niet heeft behaald, maakt het derde lid van artikel 11 het mogelijk dat het
                        college een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000
                        (artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking
                        een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de
                        inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen. </al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                        inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                        wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het
                        vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van
                        termijnen door de inburgeringsplichtige. </al><al/><al>Het vierde lid kan alleen in de verordening worden opgenomen als in het
                        derde lid niet het wettelijk maximum van € 1000 is vastgesteld. Alleen in
                        dat geval is er ruimte voor het verhogen van het maximumbedrag van de
                        bestuurlijke boete (tot maximaal € 1000). </al><al>Als in het derde lid het wettelijk maximum van € 1000 is opgenomen of als de
                        gemeente er geen behoefte aan heeft om een hogere maximumboetebedrag vast te
                        stellen wanneer termijnen bij herhaling worden overschreden, kan het vierde
                        lid worden geschrapt en dient het derde lid als volgt te luiden: <cursief>De
                            bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste &lt;BEDRAG VAN MAXIMAAL €
                            1000&gt; i</cursief><cursief>ndien de inburgeringsplichtige niet binnen
                            de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
                            vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
                        </cursief></al><al>De artikelen 10 en 11 bieden in de vorm van het vaststellen van
                        maximumbedragen het kader voor het college bij het vaststellen van de hoogte
                        van de bestuurlijke boetes in individuele gevallen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>14</al><al>Zk.00175 </al><al>k.017 k.uit.00044</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>