<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR321115_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Splitsingsbeleid gemeente Bergen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentekrant, 12 februari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Splitsingsbeleid gemeente Bergen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-08-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De gemeenteraad van Bergen heeft op 30 januari 2014 ingestemd met dit beleid.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-45470</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Splitsingsbeleid gemeente Bergen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><lijst><li nr="1."><al><vet>Samenvatting</vet><vet> (criteria)</vet></al><al/><lijst><li nr="A."><al><vet>Algemene voorwaarden</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Het dient te gaan om een woonbestemming (woning, tuin, erf). </al></li><li nr="2."><al>De woning dient gelegen te zijn in het gebied zoals staat aangegeven
                                op de kaarten in bijlage A. </al></li><li nr="3."><al>Splitsing van monumentale panden en woningen/appartementen in een
                                Beschermd Dorpsgezicht is alleen toegestaan als het belang van het
                                monument dan wel het beschermd dorpsgezicht dit toelaat en
                                uitsluitend als er een positief advies is van de Commissie voor
                                Ruimtelijke Kwaliteit en in voorkomende gevallen de Rijksdienst voor
                                Cultureel Erfgoed of de Provincie Noord-Holland, afdeling
                                monumenten.</al></li><li nr="4."><al>De nieuwe parkeersituatie dient te voldoen aan de ‘Notitie
                                Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009’ (of in de toekomst een recentere
                                versie).</al></li><li nr="5."><al>De overige voorwaarden genoemd in de diverse bestemmingsplannen
                                (bijvoorbeeld hoogte, diepte, oppervlak van aan-, uit- en
                                bijgebouwen) blijven onverminderd van kracht.</al></li><li nr="6."><al>De splitsing dient te voldoen aan het Bouwbesluit en de
                                bouwverordening zoals die op dat moment gelden. Ook dient rekening
                                gehouden te worden met de Wet Milieubeheer (in het kader van
                                nabijheid van bedrijven) en de Wet Geluidhinder (in het kader van
                                wegverkeerslawaai).</al><al/><lijst><li nr="B."><al><vet>Algemene voorwaarden voor het splitsen van
                                            grondgebonden woningen</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>De splitsing van de grondgebonden woning mag zowel grondgebonden
                                woningen als wel gestapelde woningen (appartementen) opleveren.</al></li><li nr="2."><al>De regeling is enkel bedoeld voor vrijstaande woningen.</al></li><li nr="3."><al>Het moet gaan om splitsing van het hoofdgebouw.</al></li><li nr="4."><al>Stedenbouwkundig moet de splitsing passen in het straatbeeld.</al><al/><lijst><li nr="C."><al><vet>V</vet><vet>oorwaarden voor het splitsen van grondgebonden
                                            woningen</vet><vet> in grondgebonden woningen</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>De woning dient vóór de splitsing minimaal 600m3 te zijn en na de
                                splitsing dienen de woningen een grootte te hebben van minimaal
                                300m3.</al></li><li nr="2."><al>Het perceel dient voor splitsing een minimale perceelsgrootte van
                                600m2 te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Na splitsing dient per nieuw bouwperceel het bebouwingspercentage
                                niet hoger te zijn dan 40%.</al></li><li nr="4."><al>De splitsing van het perceel dient te leiden tot een logische dan
                                wel evenredige verkaveling. De afstand van het hoofdgebouw tot de
                                zijdelingse erfgrens dient minimaal 1m te bedragen.</al><al/><lijst><li nr="D."><al><vet>Voorwaarden voor het splitsen van grondgebonden
                                            woningen in gestapelde woningbouw (appartementen)</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Het hoofdgebouw dient op minimaal 5m van de zijdelingse
                                perceelsgrens af te liggen en 10m van de achtererfgrens.</al></li><li nr="2."><al>Er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bijgebouwen dan
                                wel het aantal vierkante meter die reeds planologisch maximaal is
                                toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>De overgebleven woningen dienen in de nieuwe situatie minstens een
                                grootte van 50m2 te hebben.</al><al/><lijst><li nr="E."><al><vet>Voorwaarden voor het splitsen van appartementen</vet></al></li></lijst></li><li nr="1."><al>Appartementen mogen gesplitst worden als het huidige appartement
                                groter is dan 200m2. Na splitsing dienen de appartementen minimaal
                                een oppervlak te hebben van 50m2.</al></li><li nr="2."><al>Een extra berging dient in principe intern te worden opgelost.</al></li></lijst><al/><al/><lijst><li nr="2."><al><vet>Aanleiding</vet></al></li></lijst><al>Niet alleen vanuit de samenleving, maar ook vanuit de politiek wordt het
                        wenselijk geacht om beleid op te stellen over het al dan niet splitsen van
                        woningen.</al><al>De laatste jaren komen er steeds meer verzoeken van mensen die hun woning
                        willen splitsen in twee of meer woningen. Zij willen graag met familieleden
                        onder één dak wonen, zorg bieden aan familieleden of het huis is zo groot
                        dat er nog een woning in gerealiseerd kan worden.</al><al/><al>3.<vet>Reikwijdte beleid</vet></al><al>Om vast te stellen waar dit beleid zich op toe spitst dient eerst omschreven
                        te worden wat onder woningsplitsing wordt verstaan. Ook wordt in
                        onderstaande paragraaf aangegeven wat wel en wat niet onder het beleid
                        valt.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>a.</cursief><cursief>Wat is ‘woningsplitsing’?</cursief></al><al>Bij woningsplitsing is er sprake van een tweede woning die zelfstandig en
                        permanent wordt bewoond door een afzonderlijk huishouden een en ander binnen
                        de reeds bestaande woning. Dit geldt voor zowel koop- als huurwoningen.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>b.</cursief><cursief>Verschil met ‘inwoning’</cursief></al><al>Onderscheid kan worden gemaakt in woningsplitsing en inwoning. Van inwoning
                        is sprake als er een gemeenschappelijk huishouden wordt gevoerd en de
                        verblijfsruimten gemeenschappelijk worden gebruikt. Andere aspecten zijn dat
                        er sprake is van één telefoonaansluiting, één nutsaansluiting, e.d. Een
                        voorbeeld is een pand met een in- of uitbreiding in de vorm van een
                        woonruimte met beperkte voorzieningen. Daarbij wordt deels gezamenlijk
                        gebruik gemaakt van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld het delen van
                        entree, douche, keuken). Uitgangspunt is dat geen tweede woning mag
                        ontstaan.</al><al>Inwoning is passend binnen de woonbestemming en speelt daarom geen rol in
                        dit beleid.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>c.</cursief><cursief>Mantelzorg</cursief></al><al>Een bijzondere vorm is mantelzorg. Mantelzorg is het bieden van zorg aan een
                        ieder die hulpbehoevend is. Wel is daarvoor een indicatie nodig van een
                        specialist.</al><al>Voor het bieden van zorg is in vele gevallen een extra woonruimte gewenst.
                        Deze ruimte kan permanent gerealiseerd worden door woningsplitsing of
                        inwoning. Aangezien dit zo’n apart geval is (door de duidelijke
                        zorgverhouding) is dit in separaat beleid geregeld.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>d.</cursief><cursief>Stolpenbeleid</cursief></al><al>Het splitsen van stolpen is reeds (onder bepaalde voorwaarden) toegestaan.
                        Hier is reeds beleid voor gemaakt. Dit beleid blijft onverminderd van
                        kracht.</al><al>Kort gezegd komt het er op neer dat ten behoeve van het behoud van een
                        karakteristieke stolp deze gesplitst mag worden in meerdere woningen.
                        Daarbij mag de splitsing geen afbreuk doen aan het oorspronkelijke karakter
                        van het gebouw en het erf, de stolp dient minimaal 1000m3 te zijn en de
                        bestaande bijgebouwen dienen gebruikt te worden. Bij meerdere gesplitste
                        woningen dienen de bijgebouwen te worden gerealiseerd in een
                        verzamelgebouw.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>e.</cursief><cursief>Nieuw bouwvlak</cursief></al><al>Ook wordt er vaak de wens geuit om een bestaand kavel op te splitsen om zo
                        een extra vrijstaande woning op het perceel te realiseren. Bij dergelijke
                        gevallen dient er een zelfstandige stedenbouwkundige afweging te worden
                        gemaakt. In onderhavig beleid wordt daar niet op ingegaan. Hetzelfde geldt
                        voor een extra hoofdgebouw tegen het bestaande hoofdgebouw aan.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>f.</cursief><cursief>Sloop/nieuwbouw</cursief></al><al>Als de bestaande woning gesplitst kan worden rijst ook direct de vraag of
                        het dan ook mogelijk is om de woning te slopen en dan een
                        2-onder-1-kapwoning te mogen bouwen. Soms is het technisch erg lastig om een
                        woning goed te splitsen. Bij nieuwbouw is het eenvoudiger om deze splitsing
                        uit te voeren. De 2-onder-1-kapwoning kan zo ontworpen worden dat het
                        architectonisch optimaal is, er sprake is van een functionelere en
                        efficiëntere indeling en het goed kan worden ingepast in het straatbeeld.
                        Het verdient dan ook de voorkeur om dit toe te staan. Echter wel onder
                        bepaalde voorwaarden. Zo mag de 2-onder-1-kapwoning (dus de 2 woningen
                        tezamen) niet groter worden dan de grootte van de bestaande woning volgens
                        het vigerende bestemmingsplan. Verder dient voldaan te worden aan de overige
                        voorwaarden, welke verderop worden beschreven.</al><al>Wil men groter bouwen (dus meer bebouwing dan is toegestaan volgens het
                        vigerende bestemmingsplan) dan dient er een afzonderlijke ruimtelijke
                        afweging te worden gemaakt. Gekeken dient dan te worden of de
                        2-onder-1-kapwoning past binnen het straat- en bebouwingsbeeld. Dit beleid
                        is dan feitelijk niet van toepassing.</al><al/><al><cursief>3</cursief><cursief>g.</cursief><cursief>Bestaand Bebouwd Gebied</cursief></al><al>Voorliggend beleid gaat alleen over woningen (en appartementen) binnen
                        Bestaand Bebouwd Gebied (de grote rode gebieden als bedoeld in de
                        provinciale ruimtelijke verordening zoals die op dat moment geldt). Het
                        beleid voor Buiten Bestaand Bebouwd Gebied volgt in een later stadium
                        (afhankelijk van de interpretatie van de nieuwe provinciale ruimtelijke
                        verordening).</al><al/><al>4.<vet>Redenen waarom woningsplitsing wordt aangevraagd</vet></al><al/><al><cursief>4</cursief><cursief>a.</cursief><cursief>Voordelen van woningsplitsing</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Sociaal</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al>Woningsplitsing biedt mensen de mogelijkheid in de eigen
                                        buurtgemeenschap te blijven wonen.</al></li><li nr="b."><al>Woningsplitsing biedt families de mogelijkheid samen met
                                        elkaar in 1 pand te wonen (meerdere woningen; geen
                                        inwoning).</al></li><li nr="c."><al>Mensen die groot wonen wordt de mogelijkheid geboden om de
                                        woning te splitsen zodat men niet vereenzaamd (sociaal
                                        contact).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><onderstreept>Landschappelijk</onderstreept></al><al>a.Door splitsing van woningen is het nieuw bouwen van woningen
                                minder noodzakelijk (minder verstening). Het buitengebied en de
                                karakteristieke dorpsrand kan zo behouden blijven.</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Cultuurhistorisch/architectonisch</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al>Door functieverandering kunnen waardevolle gebouwen behouden
                                        blijven.</al></li><li nr="b."><al>Bestaande hoofdgebouwen kunnen op deze wijze efficiënt
                                        worden benut.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al><onderstreept>Financieel</onderstreept></al><al>a.Zoals bekend bevindt de woningmarkt in Nederland zich al enkele
                                jaren in zwaar weer. Bewoners blijven in hun huidige woning zitten.
                                Soms bewust maar zeer regelmatig komt dit voort uit noodzaak (door
                                bijvoorbeeld onverkoopbaarheid). Het splitsen van woningen zou er
                                wellicht toe kunnen leiden dat mensen hun woning makkelijker kunnen
                                verkopen dan wel met lagere lasten komen te zitten.</al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Volkshuisvesting</onderstreept></al><al>a.Door het splitsen van woningen ontstaan er meerdere woningen van
                                een lager segment (meerdere betaalbare woningen). Dit verbetert de
                                doorstroming en de gemiddelde woningbezetting. Door splitsing blijft
                                het aantal inwoners van ‘leeglopende’ wijken op peil. Dit is weer
                                goed voor het voorzieningenniveau, leefbaarheid, etc.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4</cursief><cursief>b.</cursief><cursief>Nadelen van woningsplitsing</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Het woonklimaat komt onder druk te staan doordat er meerdere
                                huishoudens op het perceel aanwezig zijn (meer overlast, geluid,
                                etc.). Hogere intensiteit.</al></li><li nr="-"><al>Hogere parkeerdruk en meer verkeersbewegingen.</al></li><li nr="-"><al>Mogelijke aantasting van de stedenbouwkundige opzet.</al></li><li nr="-"><al>Beperking van privacy.</al></li></lijst><al>Door de nadelen is het niet verstandig om bij alle woningen over te gaan tot
                        splitsing. Er dient voldaan te worden aan diverse voorwaarden anders wordt
                        het woonklimaat onevenredig aangetast.</al><al/><al>5.<vet>Voorwaarden waaronder woningsplitsing kan worden
                        toegestaan</vet></al><al>Het splitsen van een woning kan opgedeeld worden in meerdere vormen, te
                        weten:</al><lijst><li nr="-"><al>Het splitsen van een grondgebonden woning in grondgebonden
                                woningen.</al></li><li nr="-"><al>Het splitsen van een grondgebonden woning in gestapelde
                                woningen.</al></li><li nr="-"><al>Het splitsen van een appartement.</al></li></lijst><al/><al>De volgende voorwaarden zijn voor alle vormen van toepassing.</al><al/><al>A.<vet>Algemene voorwaarden</vet></al><al/><al><cursief>A1.</cursief><cursief>Het dient te gaan om een woonbestemming (woning, tuin, erf).
                        </cursief></al><al/><al>Het splitsen van panden met een andere bestemming dan woningen is een heel
                        ander verhaal. Daar dient een afzonderlijke ruimtelijke afweging plaats te
                        vinden (maatwerk). Onderhavige notitie voorziet daar (bewust) niet in.</al><al>Hetzelfde geldt voor grootschalige ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld
                        inbreilocaties). Daar geldt eveneens een afzonderlijke ruimtelijke
                        visie.</al><al>Het beleid is eveneens niet voor bedrijfswoningen. De bedrijfswoning is
                        immers gekoppeld aan het bedrijf. Een woning van derden is dan (over het
                        algemeen) niet toegestaan in verband met milieucirkels. Bovendien dient de
                        noodzakelijkheid voor een tweede woning te worden aangetoond. Het gaat te
                        ver om daar in dit beleid regels voor op te stellen. Ook hier zal maatwerk
                        moeten plaatsvinden.</al><al>Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om recreatiewoningen te splitsen.
                        Recreatiewoningen zijn niet bedoeld om permanent te bewonen. Ook is het niet
                        toegestaan dat één van de afgesplitste woningen als recreatiewoning wordt
                        gebruikt.</al><al/><al><cursief>A2.</cursief><cursief>De woning dient gelegen te zijn in het gebied zoals staat
                            aangegeven op de kaarten in bijlage A. </cursief></al><al/><al>Het gebied is afgeleid van de grote rode vlakken (contouren) zoals opgenomen
                        in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie. De kaart van de
                        provincie is leidend en niet de kaarten in bijlage A. Mocht de kaart van de
                        provincie worden aangepast dan heeft dit eveneens gevolgen voor dit beleid.
                        De meest recente kaarten van de provincie dienen te worden toegepast
                        (website provincie Noord-Holland).</al><al>Voor de overige gebieden (buiten Bestaand Bebouwd Gebied) wordt ,zoals
                        eerder vermeld, in een later stadium beleid opgesteld.</al><al>Nagedacht is of bepaalde gebieden dienen te worden uitgesloten (binnen de
                        rode contour). Dit bijvoorbeeld uit het oogpunt van stedenbouw, privacy,
                        parkeergelegenheid, etc. Een stedenbouwkundig onderzoek leidt tot de
                        conclusie dat het niet wenselijk is om bepaalde gebieden op voorhand uit te
                        sluiten. Dit werkt beperkend en bovendien ontkom je er dan niet aan om op
                        perceelsniveau een afweging te maken. Het is ondoenlijk om op voorhand op
                        perceelsniveau dit onderzoek uit te voeren. Wanneer wel bepaalde gebieden
                        worden uitgesloten is het dan ook niet mogelijk om toch medewerking te
                        verlenen (in strijd met beleid). In een bepaald gebied zou het heel goed
                        mogelijk zijn dat er nu juist net wel 1 woning is die gesplitst zou kunnen
                        worden. Om die reden is het ook niet handig om gebieden uit te sluiten.</al><al>Daarnaast zorgen de overige voorwaarden ervoor dat niet elke woning
                        gesplitst kan worden (al beperkend genoeg).</al><al/><al><cursief>A3.</cursief><cursief>Splitsing van </cursief><cursief>monum</cursief><cursief>entale</cursief><cursief> panden en woningen/appartementen in een Beschermd Dorpsgezicht is
                            alleen toegestaan als het belang van het monument dan wel het beschermd
                            dorpsgezicht dit toelaat en uitsluitend als er een positief advies is
                            van de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit </cursief><cursief>en in voorkomende gevallen de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of
                            de Provincie Noord-Holland, afdeling monumenten</cursief><cursief>.</cursief></al><al/><al><cursief>A4.</cursief><cursief>De nieuwe parkeersituatie dient te voldoen aan de ‘Notitie
                            Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009’ (of in de toekomst een recentere
                            vers</cursief><cursief>ie).</cursief></al><al/><al>Kort gezegd komt het erop neer dat <onderstreept>de toename</onderstreept>
                        van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein dient te worden opgelost
                        (e.e.a. conform de op het moment van de aanvraag geldende parkeernormen en
                        gerelateerd aan het aantal nieuwe woningen/appartementen na de splitsing).
                        De huidige situatie (1 woning plus parkeernorm) wordt als bestaande situatie
                        gezien.</al><al>Mocht het niet op eigen terrein mogelijk zijn dan wordt onderzocht of er
                        maatwerk geleverd kan worden bij gebieden met een lage parkeerdruk of dat er
                        op kosten van de aanvrager parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd in de
                        openbare ruimte.</al><al>Mocht de notitie over het parkeerbeleid worden aangepast dan geldt het
                        nieuwe beleid (dat kan dus strenger of soepeler zijn).</al><al/><al><cursief>A5.</cursief><cursief>De overige voorwaarden genoemd in de diverse bestemmingsplannen
                            (bijvoorbeeld hoogte, diepte, oppervlak van aan-, uit- en bijgebouwen)
                            b</cursief><cursief>lijven onverminderd van kracht.</cursief></al><al/><al>Dit is uiteraard gerelateerd aan het aantal woningen na splitsing.
                        Vergunningvrij bouwen neemt iets toe als gevolg van de toename van het
                        woningaantal. Dit geldt overigens alleen bij grote percelen. Bij kleine
                        percelen (blijkt uit onderzoek) neemt het bebouwingspercentage niet toe. Dit
                        als gevolg van de bebouwingspercentages die genoemd worden in
                        bestemmingsplannen en die van toepassing zijn bij vergunningsvrij bouwen.
                        Hier wordt later dieper op ingegaan.</al><al>Ook mogen er per woning bijgebouwen worden gerealiseerd met vergunning.
                        Hiervoor wordt aangesloten bij de erfbebouwingsvoorschriften in de recente
                        bestemmingsplannen. Hoogte, diepte, oppervlak, etc. dient daaraan te
                        voldoen. Bij elke splitsing dient logischerwijs naar het bestemmingsplan te
                        worden gekeken die voor dat gebied geldt. Mocht het een oud bestemmingsplan
                        betreffen dan dient gekeken te worden naar een recenter bestemmingsplan in
                        de buurt van het perceel.</al><al/><al><cursief>A6.</cursief><cursief>De splitsing dient te voldoen aan het Bouwbesluit en de
                            bouwverordening zoals die op dat moment gelden. Ook dient rekening
                            gehouden te worden met de Wet Milieubeheer (in het kader van nabijheid
                            van bedrijven) en de Wet Geluidhinder (in het kader van
                            wegverkeerslawaai).</cursief></al><al/><al>B.<vet>Algemene voorwaarden voor het splitsen van </vet><vet>een
                            </vet><vet>grondgebonden woning</vet></al><al/><al><cursief>B1.</cursief><cursief>De splitsing van </cursief><cursief>een</cursief><cursief> grondgebonden woning mag zowel grondgebonden woningen als wel
                            gestapelde woningen (appartementen) opleveren.</cursief></al><al/><al><cursief>B2.</cursief><cursief>De regeling is enkel bedoeld voor vrijstaande woningen.</cursief></al><al/><al>Bij rijtjes- en 2-onder-1-kapwoningen is de privacy in het geding. Primaire
                        functies, bijvoorbeeld woonkamers, op de verdieping leidt tot een te grote
                        aantasting van de privacy. Dit geldt met name voor het splitsen in
                        gestapelde woningen. Vanaf de verdieping, waar primaire verblijfsruimtes
                        komen, is dan direct zicht op de tuin van de buren en dat is zeer
                        ongewenst.</al><al>Bij het splitsen in grondgebonden woningen zijn wij van mening dat het
                        eveneens enkel van toepassing is op vrijstaande woningen. Bij rijtjes- en
                        2-onder-1-kapwoningen is de splitsing niet of nauwelijks uitvoerbaar. De
                        woningen zijn vaak te klein en kunnen simpelweg niet worden gesplitst in
                        grondgebonden woningen. Ook stedenbouwkundig en architectonisch is de
                        splitsing niet gewenst. Het tast het karakter van het bouwblok aan (andere
                        uitstraling). Ook zal de gebruiksintensiteit dan te veel toenemen (parkeren,
                        verkeersbewegingen, meer mensen op een kleinere ruimte, meer overlast,
                        etc.).</al><al/><al><cursief>B3.</cursief><cursief>Het moet gaan o</cursief><cursief>m splitsing van het hoofdgebouw</cursief><cursief>.</cursief></al><al/><al>Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een
                        schuur/garage/recreatiewoning/aanbouw/etc. wordt afgesplitst. Dat past niet
                        binnen de stedenbouwkundige opzet van een wijk. Bovendien leidt het tot zeer
                        ongewenste precedentwerking.</al><al/><al><cursief>B4.</cursief><cursief>Stedenbouwkundig moet de split</cursief><cursief>sing passen in het straatbeeld</cursief><cursief>.</cursief></al><al/><al>Geen wonen achter wonen (algemeen beleid). Beide woningen (of appartementen)
                        dienen dan ook gesitueerd te zijn aan een straatzijde/voorgevel. Bij
                        hoekwoningen zijn er meerdere voorgevels.</al><al>Wat wordt verstaan onder ‘gesitueerd aan de straatzijde’? De voorgevel (van
                        beide woningen) dient geprojecteerd te kunnen worden op de weg (dus een
                        woning die schuin staat kan ook geprojecteerd worden op de weg). Dit dient
                        wel te gaan om een substantieel deel.</al><al>Een hoofdgebouw die bestaat uit geschakelde eenheden (inspringing) komt ook
                        in aanmerking om gesplitst te worden, met dien verstande dat de voorgevel
                        van de achterste woning niet op of achter de achtergevel van de voorst
                        gelegen woning is gesitueerd. Anders ontstaat er wonen achter wonen. In
                        bijlage B staan enkele illustraties ter verduidelijking.</al><al>Wel gelden nog de volgende voorwaarden voor splitsing in grondgebonden
                        woningen en gestapelde woningen:</al><al/><al>C.<vet>V</vet><vet>oorwaarden voor het splitsen van </vet><vet>een
                            grondgebonden woning</vet><vet> in grondgebonden woningen</vet></al><al/><al><cursief>C1.</cursief><cursief>De woning dient vóór de splitsing minimaal 600m3 te zijn en na de
                            splitsing dienen de woningen een grootte te hebben van minimaal
                            300m3.</cursief></al><al/><al>De inhoud van de woning wordt gemeten aan de hand van het hoofdgebouw. Dat
                        wil zeggen dat aan-, uit- en bijgebouwen niet worden meegerekend. </al><al>Na splitsing dienen de woningen minimaal 300m3 te zijn. Bij een kleinere
                        inhoud is er geen sprake meer van een (grondgebonden) woning met een hoge
                        toekomstwaarde. Er zal dan snel geconstateerd worden dat de woning te klein
                        is. Wij dienen te bewaken dat er wel woningen ontstaan die kwalitatief
                        hoogwaardig zijn en die van deze tijd zijn. Daarbij dienen wij niet onder
                        een bepaalde ondergrens te gaan. In onze ogen is dat 300m3.</al><al>Aangezien de woningen na de splitsing 300m3 dienen te zijn, betekent dit dat
                        de huidige woning minimaal 600m3 dient te zijn.</al><al>600m3 is nog steeds een flinke maat voor een hoofdgebouw. Wij zijn echter
                        van mening dat deze maat niet kleiner moet worden. Anders ontstaan er teveel
                        te kleine woningen die geen hoge toekomstwaarde hebben. Bovendien neemt de
                        gebruiksintensiteit behoorlijk toe (meer bewoners op een te kleine ruimte,
                        hogere parkeerdruk, meer verkeersbewegingen, etc.) wat er uiteindelijk zou
                        toe kunnen leiden dat de wijk wordt ontwricht. In dat kader is ook de
                        volgende regel opgenomen.</al><al/><al><cursief>C2.</cursief><cursief>Het perceel dient voor splitsing een minimale perceelsgrootte
                            van</cursief><cursief> 600m2 te hebben.</cursief></al><al/><al>Bij kleinere percelen is splitsing niet gewenst. Dit heeft te maken met een
                        te intensief gebruik op een kleine ruimte (meer personen), hogere
                        parkeerdruk, meer verkeersbewegingen, etc. Dit kan uiteindelijk resulteren
                        in de ontwrichting van een straat/wijk.</al><al>Wat betreft de bebouwingsdichtheid het volgende. Uit berekeningen blijkt dat
                        het bebouwingspercentage bij kleinere percelen (rond de 500m2 en kleiner)
                        voor en na splitsing gelijk is. Dit heeft te maken met het feit dat er nooit
                        meer dan een bepaald percentage met en zonder vergunning mag worden gebouwd.
                        In bijlage C wordt hier nader op ingegaan.</al><al>Naarmate de percelen groter worden neemt de bebouwingsdichtheid na splitsing
                        toe. Dit als gevolg dat bij iedere woningen bijgebouwen mogen worden
                        gerealiseerd en het aantal woningen is toegenomen. Ditzelfde geldt voor het
                        vergunningsvrij bouwen. Bij percelen groter dan 600m2 vinden wij een toename
                        van de bebouwingsdichtheid acceptabel. Uit berekeningen blijkt dat het
                        percentage met 4 tot 8% toeneemt. Dit is slechts een beperkte toename en
                        zeker bij de grootte van deze percelen is dit nauwelijks waarneembaar.
                        Bovendien blijft er voldoende ruimte op het perceel over.</al><al>In bijlage C een nadere uitleg van voorstaand verhaal inclusief enkele
                        voorbeelden en berekeningen.</al><al/><al><cursief>C3.</cursief><cursief>Na splitsing dient per nieuw bouwperceel het bebouwingspercentage
                            niet hoger te zijn dan 40%</cursief><cursief>.</cursief></al><al/><al>Deze 40% is een standaard maat bij 2-onder-1-kapwoningen in nieuwe
                        bestemmingsplannen. Bij vrijstaande woningen geldt een bebouwingspercentage
                        van 35% (van het bouwperceel). Het is logisch om het percentage van 40% over
                        te nemen, aangezien het bij de herziening van het betreffende
                        bestemmingsplan als zodanig zal worden bestemd.</al><al>Bij de berekening van deze 40% worden alle aanwezige bouwwerken meegerekend
                        (ook vergunningsvrije bouwwerken). Wordt voor 1 van beide percelen de 40%
                        overschreden, dan behoort splitsing niet tot de mogelijkheden. Staat er
                        echter een vergunningsvrij gebouw tussen (waardoor je boven die 40% uitkomt)
                        dan mag dit gebouw blijven staan als dit gebouw na de splitsing nog steeds
                        voldoet aan alle regels (verrekenen).</al><al>Het genoemde percentage is gerelateerd aan het bouwperceel. Het bouwperceel
                        is gedefinieerd in het bestemmingsplan. Simpel gezegd komt het er op neer
                        dat het gehele perceel valt aan te merken als bouwperceel (dus inclusief de
                        bestemming ‘Tuin’).</al><al>Aan het einde van dit verhaal wordt nog aangegeven hoe aanvragen
                        omgevingsvergunningen getoetst dienen te worden (wat is het nieuwe
                        bouwperceel?).</al><al/><al><cursief>C4.</cursief><cursief>De splitsing van het perceel dient te leiden tot een logische dan
                            wel evenredige verkaveling.</cursief><cursief> De afstand van het hoofdgebouw tot de </cursief><cursief>zijdelingse </cursief><cursief>erfgrens dient minimaal 1m te bedragen.</cursief></al><al/><al>Bij het splitsen van een woning wordt ook vaak het perceel gesplitst. Het is
                        niet de bedoeling dat de ene woning een flinke tuin heeft en de ander niet.
                        De splitsing dient logisch en evenredig te zijn. De kavel dient zo ingericht
                        te worden dat beide percelen aan de straatzijde zijn gesitueerd (met een
                        substantieel deel). In ieder geval op zo’n manier dat het perceel goed
                        bruikbaar is (toegankelijk, ook voor parkeren, voldoende ruimte voor
                        bijgebouwen, etc.). Om dit te waarborgen dient het hoofdgebouw op minimaal
                        1m van de zijdelingse perceelsgrens te liggen zodat de achterzijde van het
                        perceel via het zijerf kan worden ontsloten. </al><al/><al>D.<vet>Voorwaarden voor het splitsen van </vet><vet>een grondgebonden
                            woning</vet><vet> in gestapelde woningbouw (appartementen)</vet></al><al/><al><cursief>D1.</cursief><cursief>Het hoofdgebouw dient op minimaal 5m van de zijdelingse
                            perceelsgrens af te liggen en 10m van de achtererfgrens.</cursief></al><al/><al>Bij splitsing komen er primaire woonruimtes (woonkamer, keuken) op de
                        verdieping. In deze ruimten verblijven mensen langdurig en hebben dan direct
                        zicht op het naburige perceel. Zeker als het perceel dichtbij is gelegen.
                        Daarom dienen er afstandsmaten tot de naburige percelen te worden
                        aangehouden. Bij een normale grondgebonden woning wordt een afstandsmaat van
                        3m tot de zijdelingse perceelsgrens aangehouden. Het is dus logisch dat bij
                        gestapelde woning een grotere afstand wordt gehanteerd. Gekozen is voor 5m.
                        Dit is ons inziens een redelijke maat.</al><al/><al><cursief>D2.</cursief><cursief>Er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bijgebouwen dan
                            wel het aantal vierkante meter die reeds planologisch maximaal
                            i</cursief><cursief>s toegestaan.</cursief></al><al/><al>Er is hier dus sprake van een (soort van) verzamelgebouw. De woning kan in
                        meerdere appartementen worden opgedeeld. Deze appartementen zijn over het
                        algemeen kleiner dan grondgebonden woningen. Wij zijn dan ook van mening dat
                        de bijgebouwen voor de appartementen in de bestaande gebouwen gerealiseerd
                        dienen te worden dan wel binnen het aantal vierkante meter dat volgens het
                        bestemmingsplan voor 1 woning maximaal is toegestaan (inclusief de staffel
                        voor grote percelen). Zo is het ook in de huidige bestemmingsplannen
                        geregeld. Het ligt dus voor de hand hierbij aan te sluiten.</al><al/><al><cursief>D3.</cursief><cursief>De overgebleven woningen dienen in de nieuwe situatie minstens een
                            grootte van 50m2 te hebben.</cursief></al><al/><al>De absolute minimum maat voor een appartement is 50m2. Kleinere
                        appartementen hebben geen toekomstwaarde en zijn niet meer van deze tijd. Zo
                        bouwen woningbouwverenigingen over het algemeen geen appartementen meer
                        kleiner dan ca. 70m2. Dit is met name gebaseerd op het gegeven dat de
                        woningbouwvereniging enkel levensloopbestendige woningen wil bouwen (ook
                        toegankelijk voor ouderen). Wij hebben gekozen voor 50m2 omdat starters hier
                        genoeg aan hebben en er is duidelijk een vraag naar starterswoningen.</al><al/><al>E.<vet>Voorwaarden voor het splitsen van </vet><vet>een
                        appartement</vet></al><al/><al><cursief>E1.</cursief><cursief>Appartementen mogen gesplitst worden als het huidige appartement
                            groter is dan 200m2. Na splitsing dienen de appartementen minimaal een
                            oppervlak te hebben van 50m2.</cursief></al><al/><al>De oppervlaktemaat van 50m2 is reeds hiervoor besproken (absolute minimum
                        maat). De reden dat appartementen kleiner dan 200m2 niet gesplitst mogen
                        worden heeft te maken met de leefbaarheid en de doorstroming. Wanneer ieder
                        appartement gesplitst kan worden kan dat grote gevolgen hebben voor de
                        leefbaarheid. Er komen dan teveel kleine appartementen. Te veel mensen op
                        een kleine ruimte geeft overlast (geluid, parkeren, verkeersbewegingen,
                        etc.). Ook bestaat de kans dat het aantal middensegment appartementen
                        drastisch vermindert (alleen maar hele grote of hele kleine appartementen). </al><al>Op de voorgestelde manier komen er minder hele grote appartementen en dus
                        meer appartementen van een lager segment, hetgeen de doorstroming op de
                        woningmarkt verbetert.</al><al/><al><cursief>E2.</cursief><cursief>E</cursief><cursief>en extra berging </cursief><cursief>dient in principe </cursief><cursief>intern te worden opgelost.</cursief></al><al/><al>Doordat er appartementen worden opgesplitst komen er meer woningen. De
                        nieuwe woningen dienen eveneens een bergruimte te hebben. Dit dient in
                        eerste instantie intern te worden opgelost (zowel binnen het hoofdgebouw
                        alswel binnen de bestaande buitenruimten). Er mag uitsluitend extra gebouwd
                        worden als dit ruimtelijk aanvaardbaar is.</al><al/><al>6.<vet>Procedure</vet></al><al>Mocht aan alle voorwaarden worden voldaan dan zijn wij in principe bereid
                        medewerking te verlenen. Wel dient hiervoor een omgevingsvergunning te
                        worden afgegeven. Het gaat om een uitgebreide procedure aangezien het aantal
                        woningen wijzigt. Voor een uitgebreide procedure dient een ruimtelijke
                        onderbouwing te worden vervaardigd, waarin op alle ruimtelijke aspecten moet
                        worden ingegaan (inclusief eventuele onderzoeken).</al><al>Aangezien de woningen in Bestaand Bebouwd Gebied zijn gelegen vallen deze
                        woningsplitsingen onder de categorieën van gevallen waarin geen verklaring
                        van de raad benodigd is (tenzij het gaat om meer dan 10 woningen). Hierdoor
                        hoeft er geen inspraak te worden gehouden en hoeft de splitsing ook niet aan
                        de raad te worden voorgelegd. Wel dient het ontwerpbesluit en de daarbij
                        behorende stukken 6 weken ter inzage te worden gelegd. Omwonenden kunnen dan
                        hun zienswijze kenbaar maken. Na het besluit is er nog de mogelijkheid voor
                        beroep en hoger beroep.</al><al/><al>Hoewel dit in de praktijk weinig tot niet voor zal komen, is het ook
                        mogelijk om de splitsing te regelen via een bestemmingsplanherziening. In
                        dat geval is de raad wel bevoegd hierover te beslissen.</al><al/><al>De splitsing zal dus voornamelijk worden aangevraagd via een
                        omgevingsvergunning. Om onduidelijkheden te voorkomen zal bij de
                        omgevingsvergunning een kaartje worden gevoegd hoe het perceel wordt
                        opgesplitst. Dit kaartje is leidend bij de toetsing van
                        omgevingsvergunningen voor bijgebouwen. Het bouwperceel is door de splitsing
                        opgedeeld in 2 bouwpercelen. Dit heeft te maken met de term ‘aaneengesloten
                        stuk grond’. Door de splitsing zijn de 2 percelen nu niet meer aan te merken
                        als één aangesloten stuk grond, maar zijn er 2 percelen ontstaan die ieder
                        voor zich een aangesloten stuk grond vormen. Als zodanig dient er ook
                        getoetst te worden.</al><al/><al>Daarnaast dient men goed te beseffen dat de splitsing van een woning
                        eveneens gevolgen heeft voor een groot aantal zaken zoals;
                        waterschapsbelasting, gemeentelijke belastingen, belastingsdienst, kadaster,
                        BAG-register, nutsaansluitingen, etc.</al><al/><al>7.<vet>Nieuwe bestemmingsplannen</vet></al><al>In de nieuwe (nog op te starten) bestemmingsplannen zal het splitsen van
                        woningen als ontheffing/afwijkingsbevoegdheid worden opgenomen.</al></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A, B, C</nr></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Bergen (NH)/i235485.pdf">kaarten</extref></al></bijlage><bijlage><al>Splitsingsbeleid</al><al>Gemeente Bergen</al><al>2013 </al><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>1. Samenvatting (criteria) pag. 3</al><al>2. Aanleiding pag. 4</al><al>3. Reikwijdte beleid pag. 4</al><al>4. Redenen waarom woningsplitsing wordt aangevraagd pag. 5</al><al>5. Voorwaarden waaronder woningsplitsing wordt toegestaan pag. 6</al><al>6. Procedure pag. 12</al><al>7. Nieuwe bestemmingsplannen pag. 12</al><al/><al>Bijlage A; kaarten Bestaand Bebouwd Gebied pag. 13 e.v.</al><al>Bijlage B; Illustraties m.b.t. het begrip ‘aan de straatzijde gesitueerd’ pag.
                    14 e.v.</al><al>Bijlage C; Berekeningen, tekeningen, voorbeelden pag. 15 e.v.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>