<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320979_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Werkkostenregeling gemeente Assen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/gemeenteblad">Gemeenteblad, 11 november 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Werkkostenregeling gemeente Assen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-RLA</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR96052_3"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging mobiele telefonie</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BB 00624</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aanwijsbesluit werkkostenregeling</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Werkkostenregeling Gemeente Assen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Deze regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>werkgever: college van burgemeester en wethouders van
                                    Assen;</al></li><li nr="b."><al>CAR: de collectieve arbeidsvoorwaarden voor de sector
                                    gemeenten;</al></li><li nr="c."><al>werknemer: werknemer in dienst van de gemeente Assen op grond
                                    van de CAR;</al></li><li nr="d."><al>regeling: werkkostenregeling gemeente Assen 2014;</al></li><li nr="e."><al>declaratie: verzoek om vergoeding van kosten op grond van de
                                    CAR;</al></li><li nr="f."><al>keuzemodel: het op grond van de regeling ruilen van
                                    bestedingsruimte voor producten;</al></li><li nr="g."><al>aanvraag: declaratie van kosten of verzoek om deelname aan het
                                    keuzemodel op grond van de regeling;</al></li><li nr="h."><al>salaris: het salaris op grond van de CAR inclusief
                                    levensloopbijdrage, functioneringstoelage en waarnemingstoelage,
                                    en exclusief de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering;</al></li><li nr="i."><al>verlofuren: het aantal verlofuren op grond van de CAR;</al></li><li nr="j."><al>minimumloon: het bij of krachtens de wet vastgestelde
                                    minimumloon;</al></li><li nr="k."><al>een portable computer: een draagbare en draadloze tablet of
                                    laptop dan wel daarmee door de werkgever gelijk te stellen
                                    apparaat met een diagonale schermgrootte van minimaal 7 inch (18
                                    cm).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever neemt alleen aanvragen in behandeling, die op de door
                                hem aangegeven wijze zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager verstrekt alle door de werkgever gewenste informatie
                                en/of (bewijs)stukken, die van belang zijn voor het beoordelen van
                                de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever wijst aanvragen af als zij in strijd zijn met de bij of
                                krachtens de wet gestelde voorschriften, waartoe deze regeling
                                behoort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever informeert de werknemer over de bedragen die hij op
                                grond van deze regeling heeft vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werknemer aan wie op grond van deze regeling een recht is
                                toegekend verstrekt de werkgever alle inlichtingen waarvan hij weet
                                of redelijkerwijs kan weten dat die van invloed zijn op dit recht.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werknemer aan wie op grond van deze regeling een recht is
                                toegekend voldoet aan de voorwaarden die de Belastingdienst aan de
                                toekenning van dit recht stelt en waarover de werkgever hem vooraf
                                geïnformeerd heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>DECLARATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op declaratie overeenkomstig dit hoofdstuk staat open voor
                                iedere werknemer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever kan het in het vorige lid genoemde recht ook
                                openstellen voor natuurlijke personen die de werkgever heeft
                                aangesteld op basis van een uitzendovereenkomst en onder zijn
                                toezicht en leiding werkzaam zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever vergoedt uitsluitend declarabele kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Declarabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Declarabele kosten zijn de kosten die de werkgever op grond van een
                                wettelijk voorschrift, waaronder begrepen deze regeling, moet
                                vergoeden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Declarabele kosten zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>reiskosten voor dienstreizen;</al></li><li nr="b."><al>verblijfskosten noodzakelijk voor de dienst;</al></li><li nr="c."><al>kosten voor het structureel gebruik van het eigen
                                        vervoermiddel voor het werk (veelrijders).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever houdt over het belaste deel van de reiskostenvergoeding
                                loonheffingen in bij de werknemer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Reiskosten voor dienstreizen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever vergoedt de reiskosten voor het gebruik van het eigen
                                motorvoertuig bij een dienstreis volgens het Reisregeling binnenland
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>het openbaar vervoer geen adequaat vervoermiddel is; en
                                    </al></li><li nr="b."><al>hij toestemming voor het gebruik van het eigen motorvoertuig
                                        voor deze dienstreis gegeven heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever verleent de in het vorige lid onder sub b genoemde
                                toestemming voor het gebruik van het eigen motorvoertuig als één of
                                meer werknemers samen met hem dezelfde dienstreis maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever vergoedt de reiskosten voor het gebruik van het eigen
                                motorvoertuig bij een dienstreis op basis van € 0,09 per kilometer
                                als de toestemming als bedoeld in het vorige lid van dit artikel
                                ontbreekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Verblijfskosten noodzakelijk voor dienstreizen in
                                Nederland</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever vergoedt de werkelijk gemaakte verblijfskosten
                                noodzakelijk voor dienstreizen in Nederland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt niet meer dan de
                                vergoeding voor verblijfskosten per vol etmaal volgens de
                                Reisregeling binnenland. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij meerdaagse dienstreizen in Nederland vergoedt de werkgever de
                                maaltijd en de kleine uitgaven voor de eerste acht avonden volgens
                                de Reisregeling binnenland. Voor de avonden daarna geldt de helft
                                van deze vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verplicht om de werkelijke kosten aan te tonen door nota’s
                                bij de declaratie te voegen onder vermelding van de duur van de
                                dienstreis in het binnenland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Reiskosten veelrijder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever kan een werknemer aanwijzen tot veelrijder als deze
                                werknemer ter normale uitvoering van zijn functie vrijwel dagelijks
                                gebruik maakt van zijn eigen motorvoertuig voor de dienst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever vergoedt de veelrijder per jaar € 0,49 voor de eerste
                                5.000 km en € 0,28 voor de resterende kilometers.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>KEUZEMODEL (CAFETARIAREGELING)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Recht op deelname</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Recht op deelname aan het keuzemodel staat open voor de werknemer
                                die ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR is
                                met een vaste aanstelling of een tijdelijke aanstelling van ten
                                minste één jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht op deelname aan het keuzemodel arbeidsvoorwaarden eindigt
                                op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking van de
                                medewerker. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Producten zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlofuren tot een maximum van 72 uren:</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>uitbetaling persoonsgebonden budget als brutoloon;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vergoeding reiskosten woon-werkverkeer;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>vergoeding sparen voor ouderdomspensioen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>vergoeding eigen bijdrage studiefaciliteiten en cursussen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>vergoeding kosten bedrijfsfitness;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>vergoeding contributie vakbondslidmaatschap;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>vergoeding fiets tot een maximum van € 749,--;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>vergoeding kosten fietsverzekering;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>vergoeding kosten fietsaccessoires tot een maximum van € 82,--;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>vergoeding portable computer tot een maximum van € 360,--;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>kerstattentie tot maximaal € 70,--.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werknemer kan de producten genoemd in het eerste lid onder h en k
                                eens in de drie jaar uitruilen en de overige in dit lid genoemde
                                producten jaarlijks. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding voor een portable computer heeft plaats in drie
                                termijnen, waarvan de eerste termijn op het tijdstip van toekenning.
                                De eerste en tweede termijn volgen in respectievelijk het tweede en
                                derde belastingjaar volgend op het tijdstip van toekenning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding van een portable computer heeft alleen plaats als deze
                                voldoet aan de door werkgever gestelde technische en/of functionele
                                eisen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding voor de fiets kan op verzoek van de deelnemer
                                plaatshebben in drie termijnen, waarvan de eerste termijn op het
                                tijdstip van toekenning. De tweede termijn en de derde termijn
                                volgen in respectievelijk het eerste en het tweede belastingjaar
                                volgend op het tijdstip van de toekenning.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bedrag van een termijn als genoemd in het derde en vijfde lid
                                van dit artikel is gelijk aan het bedrag van de respectievelijk in
                                deze leden bedoelde vergoeding gedeeld door het getal 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Bestedingsruimte en bronnen</titel></kop><al>De bestedingsruimte bestaat uit de volgende bronnen: </al><lijst><li nr="a."><al>salaris;</al></li><li nr="b."><al>vakantietoelage; </al></li><li nr="c."><al>eindejaarsuitkering; </al></li><li nr="d."><al>persoonsgebonden budget; </al></li><li nr="e."><al>verlofuren tot een maximum van 72 uren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever stelt per belastingjaar het bedrag van het
                                persoonsgebonden budget voor een volledige betrekking vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever stelt het bedrag van het persoonsgebonden budget voor
                                een gedeeltelijke betrekking - zowel naar omvang als periode - vast
                                naar rato van het persoonsgebonden budget bij een volledige
                                betrekking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij beëindiging van de dienstbetrekking tijdens het belastingjaar
                                vindt een herberekening plaats van de hoogte van het
                                persoonsgebonden budget. Als er na de herberekening sprake blijkt te
                                zijn van een overschrijding van het budget, verrekent werkgever deze
                                overschrijding met resterende aanspraken of vordert hij dit bedrag
                                van de deelnemer terug.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Waarde verlofuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waarde van één verlof-uur is gelijk aan het 1/156e deel van het
                                maandsalaris, maar niet minder dan het minimum-uurloon. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel is het maandsalaris gelijk aan
                                het salaris per maand volgens de salaristabel op grond van de CAR
                                eventueel vermeerderd met waarnemings- en/of
                                functioneringstoelage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Inzet bronnen bestedingsruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inzet van bronnen voor vergoeding van de reiskosten is niet
                                toegestaan als de aanvrager minder dan 128 dagen per kalenderjaar
                                van zijn vaste woon- en verblijfplaats en vaste werkadres heen en
                                weer reist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inzet van brutoloon is niet toegestaan voor zover daardoor het
                                salaris lager wordt dan het minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Inzet van de vakantietoelage is niet toegestaan voor de vergoeding
                                van portable computers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Inzet van bronnen voor de producten genoemd in artikel 3.2, eerste
                                lid aanhef en onder sub f tot en met is per belastingjaar beperkt
                                tot het bedrag dat de werkgever vaststelt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Aan- of verkoop verlof-uren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan- of verkoop van verlof-uren is niet toegestaan als zwaarwegende
                                bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang verstaat de regeling
                                als toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen in de
                                bedrijfsvoering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder ernstige problemen in de bedrijfsvoering verstaat de regeling
                                onder meer problemen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>van financiële of organisatorische aard;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wegens het voorhanden zijn van voldoende werk;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting geen
                                ruimte biedt; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen
                                uren;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>op het gebied van veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>van rooster-technische aard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Maximale vergoeding reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maximale vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer is gelijk aan
                                het product van het getal 214, de reisafstand in kilometers en de
                                kilometervergoeding woon-werkverkeer, die voor het keuzemodel van
                                toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reisafstand is gelijk aan de afstand die de deelnemer per
                                motorvoertuig heen en weer aflegt tussen zijn vaste woon- en/of
                                verblijfplaats en vaste werkadres met een maximum van 150 kilometer
                                via de kortste route begaanbare route.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever brengt verstrekte vergoedingen voor woon-werk verkeer
                                op grond van de verhuiskostenregeling en/of de
                                veelrijders-vergoeding in mindering op de maximale vergoeding op
                                grond van het eerste lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Renteloze geldlening bij vergoeding van een portable computer of
                                fiets in termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij toekenning van een vergoeding in termijnen schiet de werkgever
                                de nog te ontvangen termijnen voor door het verstrekken een
                                geldlening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geldlening vangt aan op het tijdstip van de toekenning van de
                                vergoeding en eindigt in het tweede belasting jaar volgend op het
                                jaar van toekennen, op het tijdstip, waarop de aanvrager de
                                geldlening algeheel heeft afgelost.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager is over de geldlening geen rente aan de werkgever
                                verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager lost de geldlening voor een portable computer af in
                                twee termijnen in het eerste en tweede belastingjaar dat volgt op
                                het tijdstip van toekenning van deze vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvrager lost de geldlening voor een fiets af in twee termijnen
                                respectievelijk in het eerste en tweede belastingjaar dat volgt op
                                het tijdstip van toekening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bedrag van de termijn is gelijk aan het bedrag van de vergoeding
                                gedeeld door het getal 3.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanvrager betaalt het resterende bedrag van geldlening terug als
                                hij voor verstrijken van de einddatum van de renteloze geldlening
                                uit dienst treedt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BRUIKLEENREGELING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op iedere werknemer die zaken met
                                toekenning van het recht van bruikleen van de gemeente ontvangen
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever kan dit hoofdstuk van toepassing verklaren op
                                natuurlijke personen die de werkgever heeft aangesteld op basis van
                                een uitzendovereenkomst en onder zijn toezicht en leiding werkzaam
                                zijn en die goederen van de gemeente in bruikleen ontvangen
                                heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Duur</titel></kop><al>1.Bruikleen van een zaak vangt aan op het moment van het in gebruik
                            geven daarvan tot op het tijdstip waarop werknemer de zaak aan werkgever
                            heeft teruggegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werknemer gebruikt een hem in bruikleen gegeven zaak uitsluitend
                                voor het uitoefenen van zijn functie en niet voor privédoeleinden,
                                tenzij in deze regeling anders is bepaald .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Reparatie en onderhoud van een in bruikleen gegeven zaak geschiedt
                                uitsluitend door of in opdracht van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente kan te allen tijde de in bruikleen gegeven zaak
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de werknemer niet toegestaan de in bruikleen zaak te (laten)
                                repareren, te vervreemden, te verpanden, te verhuren, uit te lenen
                                of aan anderen in gebruik af te staan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij schade aan een in bruikleen gegeven zaak en bij het optreden van
                                storingen in het gebruik daarvan neemt de werknemer zo snel mogelijk
                                contact op met de werkgever. De werknemer legt dit contact op de
                                door de werkgever aangewezen wijze vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de werknemer een mobiele telefoon in bruikleen geven
                                voor zakelijk gebruik.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tegen inhouding van een maandelijks bedrag van € 10,- op het
                                salaris, kan de werknemer het toestel voor privédoeleinden
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er naar oordeel van het college sprake is van excessief
                                privégebruik van het toestel door werknemer brengt het college deze
                                kosten in rekening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het downloaden of installeren van software op het toestel anders dan
                                via legale verkoopkanalen verkregen is niet toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college behoudt zich het recht voor om in geval van vermissing
                                of diefstal alle op het toestel aanwezige software (dus ook privé
                                verkregen) en gegevens op afstand te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Teruggave</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij beëindiging van het dienstverband is gebruiker verplicht de in
                                bruikleen gegeven zaak op de laatste werkdag aan de gemeente terug
                                te geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente kan van de werknemer de onmiddellijke teruggave van de
                                in bruikleen gegeven zaak verlangen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij verwaarlozing en/of misbruik van de zaak;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>als hij de zaak niet meer nodig heeft voor de hem opgedragen
                                werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hij in strijd handelt met de bepalingen van deze regeling en voor
                                zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken van de artikelen
                                1781 tot en met 1790 Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Terugvordering en of verrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever kan een vergoeding terugvorderen dan wel verrekenen met
                                loon als de werknemer één of meer bepalingen uit deze regeling niet
                                naleeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is van
                                overeenkomstige toepassing op het ter beschikking stellen en/of
                                verstrekken van goederen met dien verstande dat de werkgever in dat
                                geval:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de zaak terugvordert;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het geldbedrag gelijk aan de waarde van de zaak verminderd met de
                                afschrijving terugvordert of verrekent. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever kan de extra kosten, die hij maakt als gevolg het niet
                                naleven van één of meer bepalingen uit deze regeling door de
                                werknemer terugvorderen of verrekenen met het loon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Inkomensgevolgen</titel></kop><al>De werkgever compenseert niet de financiële gevolgen die toepassing van
                            deze regelingen voor de werknemer kan hebben voor wat betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>de pensioengrondslag;</al></li><li nr="b."><al>het salaris tijdens ziekte of zwangerschap;</al></li><li nr="c."><al>het loon voor de sociale verzekeringen;</al></li><li nr="d."><al>de grondslag voor inkomensafhankelijke voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>andere loongerelateerde uitkeringen zoals de
                                    vakantietoelage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Overgangsregeling portable computers</titel></kop><al>Het bepaalde in deze regeling voor het vergoeden van portable computers
                            is met terugwerkende kracht van toepassing op portable computers die
                            werknemers vanaf 1 januari 2013 aangeschaft hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Werkgever kan van deze regeling afwijken als toepassing daarvan tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als Werkkostenregeling Assen
                            2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 12 november 2014.
                                </al></li><li nr="2."><al>Met ingang van 1 januari 2014 worden ingetrokken:</al></li><li nr="a."><al>de Regeling keuzemodel arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>de Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer op basis van
                                    het keuzemodel arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de Regeling verstrekking van een fiets op basis van het
                                    keuzemodel arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="d."><al>de Regeling onkostenvergoeding gebruik eigen auto voor het
                                    werk;</al></li><li nr="e."><al>de Regeling dienstreizen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 oktober 2014,</al></slotformulering><ondertekening>Mw. C. Abbenhues, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mw. I. Oostmeijer-Oosting, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING </titel></kop><tussenkop>Werkkostenregeling GeMEENTE ASSEN 2014</tussenkop><tussenkop>HOODSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begrippen </tussenkop><al>Deze bepaling definieert veel voorkomende begrippen in deze regeling. Dit
                    voorkomt een volledige omschrijving van deze begrippen bij de afzonderlijke
                    bepalingen en bevordert daarmee de leesbaarheid van deze regeling.</al><tussenkop>Artikel 1.2 Aanvragen</tussenkop><al>Dit artikel voorkomt in het eerste lid een wildgroei aanvragen. De werkgever
                    streeft naar één digitaal loket voor het indienen van aanvragen op grond van
                    deze regeling en stroomlijnt daarmee de aanvragen. Dit artikellid verplicht de
                    werknemer van dit digitaal loket gebruik te maken. Zolang het digitaal loket nog
                    niet helemaal is ingericht zal de werkgever de fysieke formulierenstroom zoveel
                    mogelijk beperken.</al><al>Het tweede lid van dit artikel legt vast dat de werknemer verplicht is om alle
                    gegevens te verstrekken die nodig zijn om het recht op declaratie of deelname
                    aan het keuze te kunnen vaststellen. Bij het niet nakomen van deze verplichting
                    kan de werkgever gebruik maken van de rechten van terugvordering of verrekening
                    (zie artikel 5.1 van deze regeling).</al><al>Het derde lid regelt dat de werkgever een aanvraag die in strijd is met
                    wettelijke voorschriften of deze regeling, afwijst. </al><tussenkop>Artikel 1.3 Algemene verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel regelt algemene verplichtingen van de werknemer en de
                    werkgever.</al><al>Het eerste lid regelt de algemene verplichting van de werkgever om de werknemer
                    over alle bedragen die hij op grond van deze regeling vaststelt, te informeren.
                    Het gaat onder meer om de vergoedingen voor de declarabele kosten (hoofdstuk 2)
                    , de hoogte van het persoonsgebonden budget (artikel 3.4.), de maximale bedragen
                    voor de inzet van bronnen (artikel 3.6), en de kilometervergoeding
                    woon-werkverkeer, die voor het keuzemodel van toepassing is.</al><al>Het tweede lid regelt een algemene inlichtingenverplichting van de werknemer.
                    Als de werknemer niet aan deze algemene verplichting voldoet verliest hij het
                    toegekende recht op declaratie, deelname aan het keuzemodel of de
                    bruikleenregeling. In dat geval treden gevolgen van terugvordering en/of
                    verrekening in werking (zie artikel 5.1 van deze regeling).</al><al>Het derde lid regelt de algemene verplichting van de werkgever om de werknemer
                    in te lichten over de fiscale verplichtingen die aan op grond van deze regeling
                    toegekende rechten verbonden zijn. De werknemer is vervolgens verplicht deze
                    fiscale verplichtingen na te leven. Voorbeeld is de verplichting tot zakelijk
                    gebruik van een ter beschikkingen gestelde zaak of een dienstauto. Gebruikt de
                    werknemer de dienstauto voor privédoeleinden dan is de werknemer aansprakelijk
                    voor de fiscale gevolgen, die de werkgever daarvan ondervindt (zie artikel 5.1,
                    derde lid van deze regeling).</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 DECLARATIES</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1 Toepassingsgebied</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de declaratieregeling van toepassing is op iedereen die
                    op grond van de CAR is aangesteld. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om de
                    regeling van toepassing te verklaren op personen, die op een andere grondslag
                    dan die van de CAR zijn aangesteld. Dit laatste is afhankelijk van de
                    voorwaarden van inhuur van personeel.</al><tussenkop>Artikel 2.2 Declarabele kosten</tussenkop><al>Dit artikel regelt in het eerste lid dat de werknemer alleen kosten kan
                    declareren waarvoor een wettelijke basis bestaat. Dit kan zijn een landelijke
                    wettelijke regeling of deze regeling. </al><al>Het tweede lid beschrijft de kostensoorten die de werkgever vergoedt. Op grond
                    van artikel 1.3, eerste lid van deze regeling is de werkgever verplicht de
                    bedragen voor de vergoeding van deze kostensoorten bekend te maken. </al><al>Het derde lid regelt dat de loonbelasting die over het belaste deel van de
                    reiskosten verschuldigd is wordt ingehouden bij de werknemer. </al><tussenkop>Artikel 2.3 Reiskosten ten bate van dienstreizen in Nederland</tussenkop><al>Onder een dienstreis verstaat deze regeling een reis in Nederland door de
                    werknemer, in opdracht van de werkgever, in het kader van zijn werkzaamheden. De
                    reis moet worden gemaakt omdat hij aanwezig moet zijn op een plek buiten de plek
                    waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht. </al><al>Reiskosten in het buitenland zijn niet declarabel. Dienstreizen van werknemers
                    naar het buitenland koopt de gemeente vooraf in.</al><al>Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de plaats van
                    tewerkstelling het beginpunt en het eindpunt is van de dienstreis.</al><al>Voor een werknemer die toestemming heeft om een opleiding te volgen, gelden de
                    bepalingen in dit artikel onverkort. Een opleiding kan zich uitstrekken van één
                    dag tot een bepaald aantal dagen die de organisator van de cursus vooraf heeft
                    bepaald. De werkgever vergoedt de reiskosten die daaraan zijn verbonden volgens
                    het bepaalde in dit artikel.</al><al>Op dit moment (2013) is de reiskostenvergoeding tot € 0,19 per kilometer
                    onbelast. Voor werknemers die een reiskostenvergoeding op grond van de
                    reisregeling Binnenland ontvangen van op dit moment (2013) € 0,37 per kilometer
                    geldt, dat de werkgever over € 0,18 loonbelasting inhoudt.</al><tussenkop>Artikel 2.4 Verblijfskosten</tussenkop><al>Onder noodzakelijke verblijfskosten in het belang van de gemeente Assen worden
                    verstaan, kosten gemaakt voor een verblijf waarbij het doel daarvan in de lijn
                    van de normale uitoefening van de functie van de werknemer ligt. De tijd die de
                    werknemer functioneel elders door moet brengen is maatgevend voor de bepaling
                    van de duur van de dienstreis.</al><al>Verblijfskosten worden uiteindelijk vergoed tot de naar het oordeel van de
                    leidinggevende in redelijkheid gemaakte werkelijke kosten.</al><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden,
                    logies en voor kleine uitgaven overdag en 's avonds worden vergoed op basis en
                    met toepassing van de bedragen zoals vastgelegd in artikel 5 van de reisregeling
                    Binnenland.</al><tussenkop>Artikel 2.5 Veelrijder</tussenkop><al>Een veelrijder maakt vrijwel dagelijks gebruik van zijn eigen voertuig voor de
                    dienst van de werkgever. Alle ritten maakt hij in de normale uitvoering van zijn
                    functie. </al><al>Het maximaal toegestane onbelaste vergoedingsbedrag per kilometer bedraagt €
                    0,19 volgens de huidige richtlijnen van de Belastingdienst. De vergoeding die
                    bovenop dit bedrag wordt verstrekt, wordt belast uitgekeerd. </al><al>Op dit moment (2013) is de reiskostenvergoeding tot € 0,19 per kilometer
                    onbelast. De werkgever houdt loonbelasting in voor zover hij meer dan deze €
                    0,19 betaalt. Bij een vergoeding van € 0,49 is dat over € 0,30 en bij een
                    vergoeding van € 0,28 is dat € 0,09.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 KEUZEMODEL (CAFETARIAREGELING)</tussenkop><tussenkop>Artikel 3.1 Recht op deelname</tussenkop><al>Dit artikel regelt begin en eind van het recht op deelname aan het keuzemodel. </al><tussenkop>Artikel 3.2 Producten</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt in het eerste lid de producten die een werknemer kan
                    verkrijgen tegen inlevering van loonbestanddelen. Nieuw in deze regeling is de
                    vergoeding voor het zakelijk gebruik van de privé-portable computer, waarmee de
                    werkgever het nieuwe werken wil faciliteren.</al><al>Het tweede lid regelt dat de werknemer eens per drie jaar een fiets of portable
                    computer mag uitruilen en de overige producten jaarlijks.</al><al>Het derde lid regelt de wijze waarop de vergoeding plaatsheeft. Voor de
                    werkgever is dit van belang voor de beheersing van de financiële gevolgen van
                    het verstrekken van de vergoeding. Voor de werknemer maakt het niet uit, omdat
                    hij direct bij aanschaf van een portable computer aanspraak kan maken op uitruil
                    van een vergoeding van maximaal € 360,--.</al><al>Het vierde lid regelt dat de gemeente alleen de portable computers vergoedt die
                    voldoen aan bepaalde technische en functionele eisen.</al><al>Het vijfde lid regelt de keuze, die de werknemer kan maken voor een vergoeding
                    voor de fiets in drie termijnen. Dit kan fiscaal voor de werknemer aantrekkelijk
                    zijn.</al><al>Het zesde lid spreekt voor zich en regelt het vergoedingsbedrag per jaar.</al><tussenkop>Artikel 3.3 Bestedingsruimte en bronnen</tussenkop><al>Dit artikellid regelt de omvang van bestedingsruimte en de bronnen, die de
                    werknemer kan inzetten voor de ruil van loon tegen producten.</al><tussenkop>Artikel 3.4 Persoonsgebonden budget</tussenkop><al>Dit artikel regelt de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget
                    bij een volledige dienstbetrekking, een deeltijdbetrekking of een betrekking
                    gedurende een deel van het belastingjaar.</al><tussenkop>Artikel 3.5 Waarde verlofuren</tussenkop><al>Dit artikel regelt de waarde van een verlofuur van belang voor het aan en
                    verkopen van verlofuren. Het tweede lid regelt de minimale waarde van een
                    verlofuur gerelateerd aan het minimumloon<vet>.</vet></al><tussenkop>Artikel 3.6 Inzet bronnen bestedingsruimte</tussenkop><al>Dit artikel legt de beperkingen van de inzet van bronnen voor de ruil van loon
                    voor producten.</al><al>De beperkingen in het eerste en tweede lid vloeien uit de fiscale wetgeving
                    voort. Het derde lid regelt dat de vakantietoelage niet kan worden ingezet voor
                    de aanschaf van portable computers. Het vierde lid is van belang voor de
                    werkgever. De producten bedrijfsfitness, vakbondscontributie, fiets,
                    fietsverzekering, fietsaccessoires, portable computer en kerstattentie kan de
                    werkgever alleen belastingvrij vergoeden als dat binnen het zogenaamde forfait
                    voor belastingvrije vergoedingen blijft. Het is daarom nodig de inzet van
                    bronnen voor deze producten te maximeren.</al><tussenkop>Artikel 3.7 Aan- of verkoop verlof-uren </tussenkop><al>Dit artikel regelt de redenen voor weigering van aan- en verkoop van
                    verlofuren.</al><tussenkop>Artikel 3.8 Maximale vergoeding reiskosten woon-werkverkeer</tussenkop><al>Dit artikel regelt in het eerste lid het maximale bedrag dat de werknemer aan
                    loon mag ruilen voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer. Het getal 214 is
                    het aantal sv-dagen.</al><al>Het tweede lid bepaalt de reisafstand woon-werkverkeer.</al><al>Het derde lid regelt dat van de werkgever ontvangen reiskostenvergoeding(en)
                    naast het salaris zoals bij verhuizing of bij veelrijders in aftrek komen.</al><tussenkop>Artikel 3.9 Renteloze geldlening bij vergoeding van portable computer of
                    fiets in termijnen</tussenkop><al>Dit artikel regelt de voorwaarden voor de renteloze geldlening voor portable
                    computers en - als daarvoor gekozen wordt - voor fietsen.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 BRUIKLEENREGELING</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1 Toepassingsgebied</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de bruikleenregeling van toepassing is op iedereen die op
                    grond van de CAR is aangesteld. Daarnaast biedt het artikel de mogelijkheid om
                    de regeling van toepassing te verklaren op personen die op een andere grondslag
                    dan die van de CAR zijn aangesteld. Dit laatste is afhankelijk van de
                    voorwaarden van inhuur.</al><tussenkop>Artikel 4.2 Duur</tussenkop><al>Dit artikel regelt de duur van de bruikleenregeling en is van belang voor de
                    toepassing van artikel 4.4 van deze regeling.</al><tussenkop>Artikel 4.3 Gebruik</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verplichtingen van de werknemer als bruiklener van zaken
                    die hem in bruikleen gegeven zijn (terbeschikkingstelling of verstrekking). Dit
                    heeft twee doelen. In de eerste plaats het waarborgen dat de werknemer
                    zorgvuldig met de in bruikleen gegeven zaak omgaat. In de tweede plaats het
                    voorkomen dat de fiscus de gemeente verplicht tot betaling van loonbelasting
                    omdat de werknemer de in bruikleen gegeven zaak ook voor privédoeleinden
                    gebruikt. Dit speelt vooral bij dienstauto’s.</al><al><cursief>Artikel 4.4. Mobiele telefoon</cursief></al><al>Lid 1. Onder zakelijk gebruik verstaat dit lid in elk geval:</al><lijst><li nr="1."><al>van en naar alle doorkiesnummers en internetadressen van de gemeente
                            Assen </al></li><li nr="2."><al>van en naar 06 nummers van medewerkers van de gemeente Assen</al></li><li nr="3."><al>van en naar bedrijven of instellingen die diensten leveren aan of
                            afnemen van de gemeente Assen,</al></li></lijst><al>Lid 3. "Er is naar oordeel van het college in elk geval sprake van excessief
                    gebruik als de werknemer in een kalendermaand meer dan €50,- aan belkosten heeft
                    gemaakt. Overmatig dataverbruik is voor het college tevens reden om kosten in
                    rekening te brengen. Denk aan gebruik van het toestel als hotspot of voor het
                    downloaden van films. Voor het gebruik van dataverkeer geldt een Fair Use
                    Policy. Dit houdt in dat de medewerker in principe ongelimiteerd dataverkeer
                    heeft. Wanneer dit gebruik excessief is kan het college ingrijpen. Daarvoor
                    wordt het gemiddelde berekend van het datagebruik door alle gebruikers.
                    Verbruikt een medewerker meer dan tien maal dit gemiddelde, dan krijgt de
                    medewerker een waarschuwing dat de Fair Use Policy is overschrden. Heeft de
                    medewerker zijn dataverbruik niet binnen een week gereduceerd, dan worden de
                    bevenmiddelde kosten in rekening gebracht".</al><al>Lid 4. Alleen software die via appstore – in geval van Iphone -, GooglePlay – in
                    geval van Android – of Windows Store – in geval van Windows Phone is verkregen,
                    mag geïnstalleerd worden.</al><al>Artikel 4.5 Teruggave </al><al>Dit artikel spreekt voor zich. Het regelt de teruggave bij einde dienstverband,
                    verwaarlozing van de zaak, het in strijd handelen met zijn verplichtingen als
                    bruiklener of als hij de zaak niet meer nodig heeft voor de uitoefening van zijn
                    functie. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.1 Terugvordering en of verrekening</tussenkop><al>Dit artikel regelt in het eerste en tweede lid het terugvorderen van
                    vergoedingen of in bruikleen verstrekte zaken. Ook regelt het de mogelijkheid om
                    vergoedingen dan wel de restwaarde van zaken te verrekenen.</al><al>Het derde lid regelt het terugvorderen of verrekenen van de extra kosten van de
                    werkgever als gevolg van het niet naleven van fiscale verplichtingen door de
                    werkgever.</al><tussenkop>Artikel 5.2 Inkomensgevolgen </tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de werknemer zelf verantwoordelijk is voor de mogelijke
                    gevolgen, die toepassing van deze regeling heeft voor zijn huidig en toekomstig
                    inkomen. </al><tussenkop>Artikel 5.3 Overgangsregeling portable computers </tussenkop><al>Deze specifieke overgangsregeling is nodig omdat de vergoeding van portable
                    computers pas op 1 januari 2014 wordt ingevoerd.</al><tussenkop>Artikel 5.4 Hardheidsclausule </tussenkop><al>Dit is een gebruikelijke clausule bij toekenning van vergoedingen.</al><tussenkop>Artikel 5.5 Citeertitel </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 5.6 Intrekking en inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze regeling spreekt voor zich. Met betrekking tot het onderdeel declarabele
                    kosten volgt inwerkingtreding op een later tijdstip.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>