<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320956_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening Provincie Overijssel 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Overijssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad nr. PS/2013/549</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening Provincie Overijssel 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005645">Provinciewet, artikel 216</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/0181571</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 11-12-2013</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Provinciaal Blad nr. PS/2013/549</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-40805</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening Provincie Overijssel 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 216 van de Provinciewet geeft aan dat Provinciale Staten een
                            verordening vaststellen over de uitgangspunten van het financieel
                            beleid, regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                            financiële organisatie. Het doel van het artikel 216 Provinciewet is,
                            dat Provinciale Staten de uitgangspunten vastleggen voor de uitvoering
                            van de financiële functie. De Financiële verordening 2013 bevat daarmee
                            de kaders, waarbinnen Gedeputeerde Staten opereren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële Verordening Provincie Overijssel 2013</titel></kop><paragraaf><kop><titel>1.1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Definities</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e82"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Voor de gehanteerde
                                            begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                                            Provinciewet, de Wet Fido, het Besluit Begroting en
                                            Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het
                                            Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                                            Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1
                                            van de verordening gedefinieerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_1_"> Wet: Provinciewet</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_2_"> BBV: Besluit Begroting en
                                    Verantwoording provincies en gemeenten</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_3_"> Kerntaak: programma zoals bedoeld in
                                    art.8, 2e lid BBV</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_4_"> Investeringsprestatie: prioriteit
                                    zoals bedoeld in art.8, 4e lid BBV</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_5_"> Reguliere prestatie: overig zoals
                                    bedoeld in art.8, 4e lid BBV</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_6_"> Administratie: het systematisch
                                    verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie
                                    ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen
                                    van de organisatie van de provincie en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_7_"> Financieel beheer: het uitoefenen
                                    van bestuur over en toezicht op het beheer van financiën, het
                                    nakomen van financiële verplichtingen en het uitoefenen van
                                    rechten van de provincie;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_8_"> Rechtmatigheid: het in
                                    overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                                    mede begrepen provinciale verordeningen en besluiten van
                                    provinciale staten;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_9_"> Doelmatigheid: de mate waarin de
                                    gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                    mogelijk inzet van middelen of met de beschikbare middelen zo
                                    veel mogelijk resultaat bereiken;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H52861_0_1_1_10_"> Doeltreffendheid: de mate waarin de
                                    gewenste prestaties en maatschappelijke effecten van het
                                    provinciale beleid daadwerkelijk worden bereikt;</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.2 Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e156"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het artikel bevat een
                                            aantal bepalingen over de inrichting van de
                                            Programmabegroting waarin de kaderstellende functie van
                                            Provinciale Staten tot uiting komt. Provinciale Staten
                                            leggen op basis van dit artikel een belangrijk deel van
                                            de inrichting van de Programmabegroting vast, evenals de
                                            kengetallen waarop zij wil sturen en controleren.
                                            Gebruikelijk is om de indeling voor een gehele
                                            Statenperiode vast te stellen. Provinciale Staten
                                            kunnen, als daar aanleiding toe bestaat deze indeling
                                            wijzigen. Voor de consistentie van de administratie en
                                            de vergelijkbaarheid van cijfers in de loop van de jaren
                                            is tussentijdse wijziging van de programma-indeling niet
                                            wenselijk. Ditzelfde geldt bij de start van een nieuwe
                                            Statenperiode om de relatie en consistentie met het
                                            verleden in tact te houden. </noot.al><noot.al>In het hoofdlijnenakkoord Kracht van Overijssel is
                                            gekozen om de Programma's volgend uit het rapport
                                            Lodders als indeling te gebruiken voor de Collegeperiode
                                            2011-2015 . Programma's in de begroting zijn daarmee
                                            programma's als bedoeld in artikel 8 van het
                                            BBV.</noot.al><noot.al>De indicatoren (kengetallen) waarop Provinciale
                                            Staten willen sturen en controleren worden ook door
                                            Provinciale Staten vastgesteld. Een programma moet het
                                            antwoord geven op de drie W-vragen: Wat willen we
                                            bereiken; Wat gaan we daar voor doen; en Wat mag het
                                            kosten? Vooral voor de eerste twee vragen zullen in de
                                            praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van
                                            indicatoren kunnen Provinciale Staten hun kaderstellende
                                            functie invullen. Indicatoren zijn ook belangrijk voor
                                            de controlerende functie omdat deze Provinciale Staten
                                            de gelegenheid bieden de uitkomsten en resultaten van de
                                            programma's te beoordelen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_2_11_"> Provinciale Staten stellen bij
                                    aanvang van een nieuwe Statenperiode een programma-indeling
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_2_12_"> Provinciale Staten stellen per
                                    programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_2_2_12_1_"> De beoogde
                                            maatschappelijke ambities: wat willen we bereiken?;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_2_2_12_2_"> De beleidsdoelen en
                                            prestaties: wat gaan we daarvoor doen?;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_2_2_12_3_"> De begrote baten en
                                            lasten: wat mag het kosten?</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_2_13_"> Gedeputeerde Staten zorgen voor het
                                    verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde
                                    prestaties en de maatschappelijke effecten, zodat de
                                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals
                                    vastgesteld door Provinciale Staten, kunnen worden
                                    getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Planning &amp; controlcyclus</titel></kop><al><noot id="d1782e198"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het artikel bepaalt dat
                                        Gedeputeerde Staten ieder jaar aan Provinciale Staten
                                        overzicht bieden in de data waarop belangrijke financiële
                                        stukken in vergaderingen van Provinciale Staten worden
                                        geagendeerd. Provinciale Staten besluit in haar agendering
                                        rekening te houden met de wettelijke termijnen.]</noot.al></noot></al><al>Via de Statenplanning bieden Gedeputeerde Staten overzicht in de
                                data door het aanbieden van de Jaarstukken, de Perspectiefnota, de
                                tussentijdse rapportages en de Programmabegroting aan Provinciale
                                Staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Inrichting Programmabegroting en
                                    jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e215"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In de Planning &amp;
                                            Controldocumenten worden de lasten en baten minimaal per
                                            beleidsdoel weergegeven. In dit artikel wordt de
                                            verplichting in het BBV om in de programmabegroting
                                            aandacht te besteden aan de investeringen nader
                                            uitgewerkt door te bepalen dat er bij de uiteenzetting
                                            van de financiële positie een overzicht van de
                                            investeringen wordt gegeven.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_4_14_"> Bij de Programmabegroting en de
                                    jaarstukken worden onder elk van de programma's de lasten en
                                    baten minimaal per programma weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_4_15_"> Bij de uiteenzetting van de
                                    financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe
                                    investeringen in activa per investering het benodigde
                                    investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende
                                    investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming
                                    van de uitputting van het budget in het lopende boekjaar
                                    weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_4_16_"> In het Jaarverslag wordt van de
                                    investeringen in activa de uitputting van de geautoriseerde
                                    investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale
                                    uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Perspectiefnota</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e245"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel gaat over de
                                            kaders voor het opstellen van de Perspectiefnota en de
                                            meerjarenraming. Hierin staan een aantal uitgangspunten
                                            die Gedeputeerde Staten bij het opstellen van deze
                                            stukken in acht moet nemen. Dit in aanvulling op de
                                            bepalingen van de artikelen 193 en 197 Provinciewet, het
                                            BBV en het achterliggende document bij het BBV
                                            ‘Uitgangspunten gemodificeerd stelsel van baten en
                                            lasten provincies en gemeenten' (in dit document staan
                                            in aanvulling op het BBV de basisregels voor het
                                            opstellen van de Perspectiefnota en de
                                            meerjarenraming).</noot.al><noot.al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat
                                            Gedeputeerde Staten vooraf aan het opstellen aan de
                                            Programmabegroting (voor de zomer) een nota vaststelt
                                            waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële
                                            kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. </noot.al><noot.al>Artikel 8, 6e lid van het BBV zegt dat het bedrag
                                            voor onvoorzien wordt geraamd voor de Programmabegroting
                                            in zijn geheel of per programma. In het tweede lid van
                                            artikel 5 wordt een nadere invulling aan deze wettelijke
                                            verplichtingen gegeven. De meeste gemeenten en
                                            provincies nemen een bedrag voor onvoorzien op onder de
                                            algemene dekkingsmiddelen als één
                                            totaalbedrag.</noot.al><noot.al>Het derde lid van het artikel bevat als aanvullend
                                            kader voor het opstellen van de Perspectiefnota dat de
                                            onderhoudsbudgetten worden geraamd op grond van de
                                            onderhoudsplannen zoals die door de Staten zijn
                                            vastgesteld. Indien een provincie geen onderhoudsplannen
                                            heeft voor de kaderstelling kan men hier het alternatief
                                            opnemen dat in de Perspectiefnota voor de
                                            onderhoudsbudgetten de geautoriseerde bedragen uit de
                                            vorige Programmabegroting worden overgenomen, waarbij
                                            deze bedragen voor inflatie worden
                                            gecorrigeerd.</noot.al><noot.al>In de Perspectiefnota worden de
                                            indexeringspercentages vastgesteld ter compensatie van
                                            inflatoire effecten. Meestal is dit één uniform
                                            percentages waarmee de indexeringsbedragen van de
                                            volgende onderdelen bepaald worden.</noot.al><noot.lijst><noot.li><li.nr>1</li.nr><noot.al>Investeringsbudgetten voor activa</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>2</li.nr><noot.al>Structurele budgetten</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>3</li.nr><noot.al>Rentetoevoegingen aan reserves, voor zover
                                                  niet anders besloten door Provinciale
                                                  Staten</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>4</li.nr><noot.al>Instandhoudingsbijdragen aan voorzieningen,
                                                  voor zover niet anders besloten door Provinciale
                                                  Staten </noot.al></noot.li></noot.lijst><noot.al>De volgende budgetten in de Programmabegroting
                                            worden niet geïndexeerd met vermelding van de
                                            redenen.</noot.al><noot.lijst><noot.li><li.nr>1</li.nr><noot.al>Afschrijvingslasten; deze muteren als
                                                  gevolg van de indexering van investeringsbudgetten
                                                  voor activa.</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>2</li.nr><noot.al>Toegerekende rentelasten aan activa; deze
                                                  lasten worden bepaald door het gestelde in artikel
                                                  7, 3e en 4e lid van deze verordening.</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>3</li.nr><noot.al>Incidentele budgetten (al dan niet
                                                  gefinancierd uit reserves); inflatoire effecten
                                                  dienen bij het aanvragen van incidentele budgetten
                                                  voorzien te zijn. Voor budgetten ten laste van
                                                  reserves is - indien van toepassing - daarenboven
                                                  de rentetoevoeging bedoeld voor bedoelde
                                                  effecten.</noot.al></noot.li><noot.li><li.nr>4</li.nr><noot.al>Bestedingen ten laste van voorzieningen;
                                                  daar waar het risicobedrag in de tijd toeneemt met
                                                  inflatoire effecten wordt dit gemitigeerd via de
                                                  instandhoudingsbijdragen aan deze
                                                  voorzieningen.]</noot.al></noot.li></noot.lijst></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_5_17_"> Gedeputeerde Staten bieden aan
                                    Provinciale Staten de Perspectiefnota aan met een voorstel voor
                                    het beleid en de financiële kaders voor het volgende
                                    begrotingsjaar en de meerjarenraming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_5_18_"> In de Perspectiefnota wordt voor
                                    onvoorzien één totaalbedrag opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_5_19_"> Jaarlijks worden in de
                                    Perspectiefnota de indexeringen vastgesteld op basis van de
                                    Consumentenprijsindexcijfer (CPI) van het Centraal Planbureau en
                                    de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO), tenzij anders
                                    besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Autorisatie Programmabegroting en wijzigingen
                                    daarop</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e327"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel is de
                                            besluitvorming over het begrotingswijzigingenbeleid,
                                            zoals op 16 mei 2012 besloten door Provinciale Staten
                                            (kenmerk PS/2012/155), verwerkt, met uitzondering van de
                                            besluitpunten 6 en 7. Deze laatste punten zijn in
                                            artikel 6b verwerkt. De beslisboom volgend uit het
                                            begrotingswijzigingenbeleid is als tweede bijlage in
                                            deze verordening opgenomen.</noot.al><noot.al>Het eerste lid van dit artikel behandelt de
                                            autorisatie van de budgetten in de Programmabegroting.
                                            Hiermee oefent Provinciale Staten haar budgetrecht uit
                                            en geven zij Gedeputeerde Staten de bevoegdheid de
                                            Programmabegroting uit te voeren en de geraamde middelen
                                            te besteden (oorspronkelijk beslispunt 1).</noot.al><noot.al>Het tweede lid van dit artikel dragen Gedeputeerde
                                            Staten op om in de besteding van de middelen én de
                                            realisatie van de beleidsdoelen evenwichtigheid te
                                            behouden (oorspronkelijk beslispunt 2).</noot.al><noot.al>Het derde lid van dit artikel behandelt wanneer
                                            wijzigingsvoorstellen voor budgetten en/of beleid aan
                                            Provinciale Staten moeten worden voorgelegd. Bij de
                                            tussentijdse rapportages worden in de regel
                                            wijzigingsvoorstellen voorgelegd (dit wordt via de
                                            monitor(en) aangebracht).</noot.al><noot.al>Het vierde lid van dit artikel perkt de autorisatie
                                            zoals genoemd in lid 1, sub a in, waarbij
                                            begrotingswijzigingen binnen een programma slechts
                                            beperkt door Gedeputeerde Staten mogen worden
                                            doorgevoerd. Autorisatie vindt plaatst via de
                                            tussentijdse rapportages. Dit betekent overigens dat
                                            overschrijdingen en onderschrijdingen binnen een
                                            programma in de realisatie tussen beleidsdoelen niet
                                            meer dan € 500.000 mogen bedragen met inachtneming van
                                            de rechtmatigheid per programma.</noot.al><noot.al>Het vijfde lid van dit artikel is bedoeld om het
                                            aantal wijzigingsvoorstellen te verminderen en tevens
                                            het verschil tussen het planningsinstrument dat
                                            Programmabegroting is en de realisatie zoals opgenomen
                                            in de Jaarstukken inzichtelijk te maken. In dit lid is
                                            ter verduidelijking van het oorspronkelijke besluit
                                            (oorspronkelijk beslispunt 4) een passage gewijzigd. De
                                            passage ‘lasten eenzijdig te verlagen' vervangt ‘de
                                            Programmabegroting neerwaarts bij te stellen'. Ten
                                            opzichte van de oude passage sluit de huidige passage
                                            beter aan op het tweede deel van dit lid en is tevens
                                            een exactere formulering. </noot.al><noot.al>Het zesde lid van dit artikel geven Gedeputeerde
                                            Staten de bevoegdheid de Programmabegroting te
                                            actualiseren zonder een expliciet besluit vooraf van
                                            Provinciale Staten. Dit is ter vereenvoudiging en
                                            vermindering van het aantal wijzigingsvoorstellen dat
                                            aan Provinciale Staten worden voorgelegd. </noot.al><noot.al>Het achtste lid van dit artikel beoogt het
                                            voorkomen van een ‘boeggolf' aan niet bestede delen van
                                            structurele budgetten. ‘Niet-uitgeputte' is vervangen
                                            door ‘niet bestede delen van', omdat dit een exactere
                                            formulering betreft.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_20_"> Provinciale Staten autoriseren met
                                    het vaststellen van de Programma-begroting:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_2_6_20_4_"> De totale lasten en de
                                            totale baten per programma.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_2_6_20_5_"> Het overzicht algemene
                                            dekkingsmiddelen op het totaal.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_2_6_20_6_"> De personeelsgebonden
                                            kosten op het totaal aan personeelsgebonden kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_21_"> Gedeputeerde Staten dragen er bij
                                    de uitvoering van de Programmabegroting zorg voor dat de lasten
                                    van een beleidsdoel niet dusdanig overschreden worden dat de
                                    realisatie van andere beleidsdoelen binnen hetzelfde Programma
                                    onder druk komen te staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_22_"> Gedeputeerde Staten kunnen
                                    voorstellen tot wijziging van de geautoriseerde budgetten en/of
                                    het beleid doen bij de behandeling van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_2_6_22_7_"> De tussentijdse
                                            rapportages in Provinciale Staten.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_2_6_22_8_"> Bij de behandeling van
                                            individuele Statenvoorstellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_23_"> Gedeputeerde Staten doen
                                    Provinciale Staten in elk geval een voorstel tot wijziging van
                                    de geautoriseerde budgetten als de cumulatieve verschuivingen in
                                    de lasten tussen de verschillende beleidsdoelen binnen een
                                    programma het bedrag van € 500.000 te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_24_"> Gedeputeerde Staten doen en
                                    accordeert gedurende het kalenderjaar in principe geen
                                    voorstellen tot wijziging om de lasten eenzijdig te verlagen of
                                    om de baten eenzijdig te verhogen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_25_"> De onderstaande budgettair neutrale
                                    en technische wijzigingen worden achteraf via de tussentijdse
                                    rapportages zichtbaar gemaakt en geautoriseerd:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_2_6_25_9_"> Reeds genomen
                                            Statenbesluiten (bijvoorbeeld een amendement of een
                                            resultaatbestemming).</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_2_6_25_10_"> Doorgeven van bijdragen
                                            van derden (bijvoorbeeld een gemeentelijke
                                            cofinancieringbijdrage).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_26_"> Provinciale Staten kunnen in
                                    uitzondering bij specifieke bestemmingsreserves voorwaarden
                                    stellen, waarmee autorisatie van begrotingswijzigingen voor één
                                    specifieke prestatie tussen verschillende jaren achteraf worden
                                    geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_6_27_"> Bij de Jaarstukken vindt in
                                    principe geen resultaatbestemming plaats met niet bestede delen
                                    van structurele budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6b. Autorisatie investeringsbudgetten voor activa en
                                    wijzigingen daarop</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e420"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Naast lopende uitgaven
                                            doet de provincie investeringen in activa. Voor de
                                            autorisatie van nieuwe investeringsbudgetten is in het
                                            eerste lid gekozen deze bij begrotingsbehandeling mee te
                                            nemen. Het tweede lid van dit artikel behandelt wanneer
                                            wijzigingsvoorstellen voor investeringsbudgetten voor
                                            activa aan Provinciale Staten kunnen worden
                                            voorgelegd.</noot.al><noot.al>Het derde lid behandelt de wijze waarop met niet
                                            bestede (delen van) investeringsbudgetten voor activa
                                            wordt omgegaan.</noot.al><noot.al>Soms komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe
                                            investeringsvoornemens in activa op tafel die bij het
                                            opstellen van de ontwerpbegroting nog niet waren
                                            voorzien. Het laatste lid van het artikel regelt de
                                            autorisatie van de investeringskredieten voor deze
                                            investeringen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_7_28_"> Bij de begrotingsbehandeling geven
                                    Provinciale Staten aan van welke nieuwe investeringen in activa
                                    zij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie
                                    van het investeringsbudget wil ontvangen. De
                                    vervangingsinvesteringsbudgetten worden bij de
                                    begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële
                                    positie geautoriseerd. Bij nieuwe investeringen in activa wordt
                                    expliciet vermeld of er na gebruik vervanginginvesteringen
                                    voorzien zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_7_29_"> Bij de behandeling van individuele
                                    Statenvoorstellen of de tussenrapportages in Provinciale Staten
                                    kunnen Gedeputeerde Staten voorstellen doen tot wijziging van de
                                    investeringsbudgetten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_7_30_"> Bij de behandeling van de
                                    Jaarstukken doen Gedeputeerde Staten voorstellen tot bestemming
                                    van de gedurende het jaar niet bestede (delen van)
                                    investeringsbudgetten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_7_31_"> Voor investeringen in activa
                                    gedurende het begrotingsjaar die niet in de Programmabegroting
                                    zijn opgenomen, leggen Gedeputeerde Staten voor het aangaan van
                                    verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het
                                    vaststellen van een investeringsbudget aan Provinciale Staten
                                    voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e459"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Een belangrijk onderdeel
                                            van de Planning en Controlcyclus voor de Staten zijn de
                                            tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages worden
                                            de Staten geïnformeerd over de uitputting van budgetten
                                            en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Vanaf
                                            2012 wordt hiervoor de monitor Overijssel als instrument
                                            gehanteerd. </noot.al><noot.al>Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale
                                            inhoud van de rapportage. Het derde lid bepaalt over
                                            welke afwijkingen ten opzichte van de Programmabegroting
                                            Gedeputeerde Staten zich in de rapportage moet
                                            verantwoorden.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_8_32_"> Gedeputeerde Staten informeren de
                                    Provinciale Staten door middel van tenminste een tussentijdse
                                    rapportage over de realisatie van de Programmabegroting van de
                                    provincie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_8_33_"> De tussentijdse rapportage bevat
                                    een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het
                                    beleid en een overzicht van baten en lasten met de bijgestelde
                                    raming van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_2_8_33_11_"> De baten en lasten per
                                            programma uitgesplitst naar beleidsdoelen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_2_8_33_12_"> De (beoogde)
                                            toevoegingen en onttrekkingen aan reserves,
                                            voorzieningen en doeluitkeringen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_2_8_34_"> In de tussentijdse rapportage
                                    worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten
                                    en lasten van beleidsdoelen in de Programmabegroting
                                    toegelicht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.3 Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e502"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In artikel 8 zijn de
                                            uitgangspunten voor het uitoefenen van de
                                            financieringsfunctie nader beschreven. Op het moment dat
                                            er meer duidelijkheid is over de wetgeving rond het
                                            Schatkistbankieren zal de verordening op dit punt worden
                                            aangepast.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_9_35_"> Gedeputeerde Staten zorgen bij het
                                    uitoefenen van de financieringsfunctie voor:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_9_35_13_"> Het aantrekken van
                                            voldoende financiële middelen en het uitzetten van
                                            overtollige gelden om de programma's binnen de door
                                            Provinciale Staten vastgestelde kaders van de begroting
                                            uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_9_35_14_"> Het beheersen van de
                                            risico's verbonden aan de financieringsfunctie zoals
                                            renterisico's, koersrisico's en kredietrisico's;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_9_35_15_"> Het beperken van de
                                            kosten van leningen en het bereiken van een voldoende
                                            rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_9_35_16_"> Het beperken van de
                                            interne verwerkingskosten en externe kosten bij het
                                            beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_9_36_"> Gedeputeerde Staten nemen bij het
                                    uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in
                                    acht:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_9_36_17_"> Het uitzetten van
                                            tijdelijk overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend
                                            bij financiële instellingen met minimaal AA-rating
                                            afgegeven door ten minste twee gezaghebbende rating
                                            agencies, of bij instellingen voor wiens waardepapieren
                                            een solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_9_36_18_"> Overtollige geldmiddelen
                                            worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden,
                                            dan wel producten waarbij de hoofdsom ten minste aan het
                                            eind van de looptijd in tact is;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_9_36_19_"> Derivaten worden
                                            uitsluitend gebruikt voor het beperken van financiële
                                            risico's;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_9_36_20_"> Voor het aantrekken en
                                            uitzetten van geldmiddelen met een looptijd langer dan
                                            één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij
                                            verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H52861_0_3_9_36_21_"> Overeenkomsten voor het
                                            aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het
                                            verlenen van garanties luiden in euro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_9_37_"> Bij het uitzetten van middelen, het
                                    verstrekken van garanties en het aangaan van financiële
                                    participaties uit hoofde van de publieke taak bedingen
                                    Gedeputeerde Staten zoveel mogelijk zekerheden. Gedeputeerde
                                    Staten motiveren in hun besluit het openbaar belang van
                                    dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                    garanties en financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_9_38_"> Gedeputeerde Staten stellen regels
                                    op ter uitvoering van de financieringsfunctie en leggen deze
                                    vast in een besluit Uitvoeringsregeling Treasury.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Grondslagen van waardering en afschrijving</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e566"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel zijn de
                                            wijze van waarderen en afschrijven gedefinieerd voor
                                            zover afwijkend van of aanvullend op artikel 59 t/m 65
                                            van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies
                                            en gemeenten. Bij de bepaling van de
                                            afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa is
                                            uitgegaan van de minimale economische levensduur. Ten
                                            aanzien van het afschrijven op het disagio (lid 6) kiest
                                            het College er voorzichtigheidshalve voor de disagio pas
                                            te verwerken op het moment dat de winst (disagio) wordt
                                            gerealiseerd.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Immateriële vaste activa</vet></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_39_"> Kosten voor het afsluiten van
                                    geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_40_"> Een met financiële vaste activa
                                    verband houdend positief saldo van agio vermindert met de
                                    afschrijvingen daarop en disagio wordt verantwoord onder
                                    immateriële vaste activa.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_41_"> Een met vaste schuld verband
                                    houdend positief saldo van disagio vermindert met de
                                    afschrijvingen daarop en agio wordt verantwoord onder
                                    immateriële vaste activa.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_42_"> Agio op financiële vaste activa /
                                    op vaste schuld wordt gedurende de looptijd van het betreffende
                                    actief/passief lineair afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_43_"> De in lid 4 bedoelde afschrijving
                                    start op het moment van activering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_44_"> Disagio op financiële vaste activa
                                    op vaste schuld wordt pas in aanmerking genomen bij:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_10_44_22_"> De verkoop van
                                            financiële vaste activa / inkoop van vaste schuld
                                            of</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_10_44_23_"> Het einde van de
                                            looptijd van het betreffende actief/passief.</al></li></lijst><al><vet>Materiële vaste activa</vet></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_45_"> Gronden en terreinen met
                                    economisch nut worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde of lagere
                                    marktwaarde.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_46_"> Materiële vaste activa met
                                    economisch nut worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde
                                    vermindert met de daarop gepleegde afschrijvingen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_47_"> Materiële vaste activa met
                                    economisch nut met een cumulatieve verkrijgingsprijs van minder
                                    dan € 25.000 en/of een economische levensduur van minder dan
                                    vier jaar worden niet geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_48_"> Materiële vaste activa met
                                    maatschappelijk nut worden bij voorkeur direct ten laste
                                    gebracht van de exploitatie, maar kunnen gewaardeerd worden
                                    tegen aanschafwaarde vermindert met de daarop gepleegde
                                    afschrijvingen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_49_"> Tenzij door Provinciale Staten in
                                    specifieke gevallen anders wordt besloten, worden materiële
                                    vaste activa lineair afgeschreven in de volgende termijnen.</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_24_"> 40 jaar: nieuwbouw
                                            gebouwen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_25_"> 30 jaar:
                                            wegenbouwkundige werken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_26_"> 25 jaar: grootschalige
                                            renovatie en restauratie van gebouwen, steunpunten en
                                            dienstwoningen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_27_"> 20 jaar: technische
                                            installaties gebouwen; patrouilleboot;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_28_"> 15 jaar:
                                            kantoorinrichting; aanleg en renovatie parkeerterreinen
                                            en tuinen; gladheidbestrijdingsmaterieel (ploegen);</al></li><li nr="f."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_29_"> 8 - 10 jaar: regeling
                                            klimaat- en beveiligingsinstallatie;
                                            gladheidbestrijdingsmaterieel (zoutstrooiers);
                                            werkplekken en</al></li><li nr="g."><al id="anker-H52861_0_3_10_49_30_"> 4 - 6 jaar:
                                            automatiseringsapparatuur en -programmatuur;
                                            audiovisuele middelen; kantoormeubilair; machines;
                                            buitenschilderwerkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_50_"> De afschrijving op materiële vaste
                                    activa start op 1 januari volgend op het jaar van
                                    activering.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Financiële vaste activa</vet></al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_51_"> Leningen en overige uitzettingen
                                    met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden
                                    gewaardeerd tegen nominale waarde.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_52_"> Een met financiële vaste activa
                                    verband houdend negatief saldo van agio vermindert met
                                    afschrijvingen daarop en disagio wordt in mindering gebracht op
                                    de betreffende onderdelen van de financiële vaste activa.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_53_"> Financiële vaste activa die worden
                                    aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen
                                    verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde en gepresenteerd onder
                                    de overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter
                                    dan één jaar.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Voorraden</vet></al></lid><lid><lidnr>16.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_54_"> Met uitzondering van niet in
                                    exploitatie genomen bouwgronden en onderhanden werk worden de
                                    voorraden gewaardeerd op nihil.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Vaste schulden</vet></al></lid><lid><lidnr>17.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_10_55_"> Een met vaste schuld verband
                                    houdend negatief saldo van disagio vermindert met de
                                    afschrijvingen daarop en agio wordt verantwoord onder de
                                    betreffende onderdelen van de vaste schulden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Reserves, voorzieningen en
                                    doeluitkeringen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e720"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In dit artikel zijn de
                                            wijze van instellen, wijzigen en opheffen van reserves,
                                            voorzieningen en doeluiterkingen toegelicht.</noot.al><noot.al><vet>Reserves</vet></noot.al><noot.al>Reserves zijn vermogensbestandsdelen die als eigen
                                            vermogen zijn aan te merken en vrij besteedbaar zijn.
                                            Reserves worden alleen gevormd, gewijzigd en opgeheven
                                            via een Statenbesluit en worden gevormd door bestemming
                                            van het resultaat. Reservevorming is slechts mogelijk
                                            onder bepaalde voorwaarden en er wordt niet meer
                                            gereserveerd dan nodig is om het aanvaarde beleid uit te
                                            voeren. </noot.al><noot.al>Op basis van de indeling van het BBV worden
                                            reserves gesplitst in algemene reserves en
                                            bestemmingsreserves. Toevoegingen mogen niet lager en
                                            onttrekkingen aan reserves niet hoger zijn dan het in de
                                            actuele begroting (primitieve begroting inclusief
                                            begrotingswijzigingen) vastgestelde bedrag, tenzij
                                            Provinciale Staten expliciet heeft besloten hiervan af
                                            te wijken, bijvoorbeeld door de onttrekking te koppelen
                                            aan bepaalde uitgaven (conform uitzonderingspositie art
                                            27 BBV).</noot.al><noot.al>In Overijssel speelt dit voor het pMJP (Reserve
                                            ILG) en de reserve Uitvoering Kracht voor Overijssel
                                            (Statenvoorstel PS/2012/155). Gedeputeerde Staten van
                                            Overijssel mogen via een GS-begrotingswijziging binnen
                                            een bepaalde prestatie schuiven met middelen tussen de
                                            verschillende jaarschijven die daarbij genoemd staan. GS
                                            mogen niet schuiven tussen prestaties. De hierdoor
                                            gecreëerde budgetflexibiliteit biedt de mogelijkheid om
                                            met snelheid, uitvoeringsgerichtheid en
                                            aanpassingvermogen adequaat in te spelen op de kansen en
                                            wensen van de gebieden in Overijssel. De mutaties worden
                                            in het lopende boekjaar achteraf door Provinciale Staten
                                            geautoriseerd. </noot.al><noot.al><vet>Voorzieningen</vet></noot.al><noot.al>Voorzieningen worden gevormd voor min of meer
                                            onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden
                                            kunnen worden (zoals garantstellingen), of voor
                                            schattingen van de lasten voortvloeiend uit risico's die
                                            samenhangen met de bedrijfsvoering (zoals rechtsgedingen
                                            en reorganisaties). Ook kunnen voorzieningen worden
                                            gevormd ter egalisatie van de in de tijd onregelmatig
                                            gespreide lasten (zoals groot onderhoud). Kenmerkend
                                            voor een voorziening is dat:</noot.al><noot.al>- Deze moet worden gevormd vanuit een verplichting
                                            volgend uit bedrijfsactiviteiten;</noot.al><noot.al>- Deze een verplichte bestedingsrichting
                                            heeft;</noot.al><noot.al>- Deze tot het vreemde vermogen behoort.</noot.al><noot.al>Voor de gevolgen van toekomstige gebeurtenissen,
                                            die niet in causale relatie staan tot de bedrijfsvoering
                                            in de periode voorafgaande aan de balansdatum, kunnen
                                            geen voorzieningen worden gevormd. Het is ook niet
                                            toegestaan om voorzieningen te vormen voor jaarlijks
                                            terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen
                                            van een vergelijkbaar volume. </noot.al><noot.al><vet>Doeluitkeringen</vet></noot.al><noot.al>Een wijziging in het BBV heeft ertoe geleid dat
                                            niet bestede middelen van Europese en Nederlandse
                                            overheidslichamen, die moeten worden besteed aan een
                                            specifiek doel, vanaf 1 januari 2008 niet meer als
                                            voorziening op de balans mogen worden opgenomen. Deze
                                            gelden worden op de balans als schuld verantwoord onder
                                            het kopje overlopend passief en als doeluitkering
                                            geclassificeerd. </noot.al><noot.al>Als in latere begrotingsjaren de bestedingen alsnog
                                            worden gerealiseerd kunnen deze als last in het
                                            overzicht van baten en lasten worden geraamd en
                                            verantwoord. Niet bestede middelen moeten aan het eind
                                            van de regeling in principe worden terugbetaald. </noot.al><noot.al>Een overlopend passief valt niet onder het begrip
                                            voorzieningen omdat hierbij geen onzekerheid bestaat
                                            over de omvang van de verplichting.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_56_"> Gedeputeerde Staten bieden
                                    Provinciale staten eens in de vier jaar een nota reserves en
                                    voorzieningen aan. Provinciale staten stelt de nota vast. De
                                    nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_11_56_31_"> Het beleidskader rond
                                            reserves, voorzieningen en doeluitkeringen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_11_56_32_"> Bevoegdheden,
                                            informatie en control;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_11_56_33_"> De vorming en besteding
                                            voorzieningen en doeluitkeringen;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_11_56_34_"> De toerekening en
                                            verwerking van rente over de reserves en de
                                            voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_57_"> Reserves worden ingesteld door
                                    Provinciale Staten. Bij de instelling van een reserve worden
                                    Provinciale Staten geïnformeerd over:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_35_"> Het doel en functie van
                                            de reserve;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_36_"> De categorie waartoe de
                                            reserve behoort;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_37_"> De noodzaak van de
                                            reserve;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_38_"> De gewenste of
                                            noodzakelijke omvang;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_39_"> De wijze waarop de
                                            reserve wordt gevoed;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_40_"> De wijze waarop de
                                            bestedingen mogen plaatsvinden;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_41_"> Zo mogelijk het plafond
                                            van de reserve;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_42_"> Zo mogelijk de duur van
                                            een reserve;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_43_"> De eventuele
                                            rente/inflatiecorrectie toerekening (inclusief
                                            onderbouwing van noodzaak);</al></li><li nr="j."><al id="anker-H52861_0_3_11_57_44_"> De eventuele specifieke
                                            voorwaarden die aan de reserve worden verbonden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_58_"> Wijzigen en opheffen
                                    reserves;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_3_11_59_">Provinciale Staten zijn bevoegd tot
                                    zowel het wijzigen als het opheffen van een reserve. Daarbij
                                    worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H52861_0_3_11_59_45_"> Wanneer een doel van
                                            een reserve wezenlijk verandert dan wordt de reserve
                                            opgeheven door Provinciale Staten en wordt een nieuwe
                                            reserve gevormd.</al></li><li nr="-"><al id="anker-H52861_0_3_11_59_46_"> Provinciale Staten
                                            besluiten over de aanwending van de vrij gevallen
                                            middelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_60_"> Voorzieningen worden ingesteld op
                                    grond van het BBV. Er zijn situaties waarin het verplicht is om
                                    een voorziening in te stellen. Wanneer een voorziening wordt
                                    ingesteld worden de volgende criteria gehanteerd: Gedeputeerde
                                    Staten stellen een voorziening in. In het voorstel tot instellen
                                    van een voorziening wordt ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_47_"> Het doel en de functie
                                            van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_48_"> De categorie waartoe de
                                            voorziening behoort;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_49_"> De noodzaak van de
                                            voorziening (relateren aan de BBV-voorschriften);</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_50_"> De gewenste of
                                            noodzakelijke omvang, voor elke voorziening dient een
                                            financiële onderbouwing aanwezig te zijn;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_51_"> De eventuele
                                            inflatiecorrectie toerekening;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_52_"> Zo mogelijk het
                                            plafond;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_53_"> Zo mogelijk de duur van
                                            de voorziening;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_54_"> Bij cyclisch onderhoud:
                                            de omvang en de wijze van dotaties en bestedingen
                                            inclusief onderbouwing daarvan, bijvoorbeeld op basis
                                            van een meerjarenplanning, beheer of
                                            onderhoudsplannen;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H52861_0_3_11_60_55_"> Voor de voorziening
                                            resultaten grondexploitaties wordt jaarlijks de
                                            instandhoudingsbijdrage bepaald. Toevoeging aan de
                                            voorziening van deze bijdrage vindt bij de jaarrekening
                                            plaats door middel van een voorstel voor
                                            resultaatbestemming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_61_"> Wijzigen en opheffen
                                    voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_3_11_62_">Voorzieningen worden opgeheven op
                                    grond van een besluit van Gedeputeerde Staten. Daarbij worden de
                                    volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_11_62_56_"> Een voorziening dient
                                            te worden opgeheven als de verplichting (risico)
                                            waarvoor de voorziening is gevormd, is ingelost of op
                                            een andere wijze ophoud te bestaan.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_11_62_57_"> Wanneer een voorziening
                                            wordt opgeheven komt het saldo via de exploitatie vrij
                                            ten gunste van de Algemene Middelen.</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_11_62_58_"> Provinciale Staten
                                            worden via de P&amp;C-cyclus geïnformeerd over het
                                            opheffingsbesluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_63_"> Het opnemen van doeluitkeringen
                                    vindt plaats op grond van de regels van het BBV. Een
                                    doeluitkering wordt op de balans opgenomen nadat de gelden zijn
                                    ontvangen. Gedeputeerde Staten stellen een doeluitkering in. In
                                    het instellingsvoorstel wordt ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_11_63_59_"> Het doel van de
                                            uitkering.</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_11_63_60_"> Het
                                            bestedingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_11_64_"> Wijzigen en opheffen
                                    doeluitkeringen;</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_3_11_65_">Doeluitkeringen worden ingesteld,
                                    gewijzigd en opgeheven door Gedeputeerde Staten. Een
                                    doeluitkering wordt opgeheven als de middelen zijn besteed of
                                    zijn terugbetaald. Op de middelen rust een
                                    terugbetalingsverplichting. Daar waar het instellen, wijzigen of
                                    opheffen budgettaire consequenties met zich meebrengt blijft de
                                    goedkeuring van Provinciale Staten in stand.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Verwerking van baten en lasten</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e911"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In 2007 is het
                                            verplichtingenbeleid voor het laatste maal in
                                            Provinciale Staten behandeld. De richtlijnen zijn in
                                            deze verordening geïntegreerd en worden vanaf nu niet
                                            meer afzonderlijk aan PS aangeboden. Rond de toepassing
                                            van het baten/lasten stelsel lopen op dit moment veel
                                            landelijke discussies. Wij hebben naar aanleiding van
                                            deze discussies onze richtlijnen verder geëxpliciteerd
                                            en aangescherpt.</noot.al><noot.al>Lid 2 bepaalt de lastneming bij inkopen. Bij
                                            opdrachtverstrekking binnen programmabudgetten worden
                                            programmakosten toegerekend aan het jaar waarop ze
                                            betrekking hebben. Om op balansdatum een verplichting op
                                            de balans op te nemen moet de prestatie geheel zijn
                                            geleverd. Indien diensten niet in één begrotingsjaar
                                            plaatsvinden worden de uitgaven zo goed mogelijk
                                            toegerekend aan de twee begrotingsjaren. In het
                                            vigerende verplichtingenbeleid mag de last volledig ten
                                            laste worden gebracht van het lopende boekjaar, wanneer
                                            de verplichting voor meer dan 75% aantoonbaar is
                                            gerealiseerd. Met ingang van deze verordening is dit
                                            beleid aangepast. De last wordt genomen op het moment
                                            dat de onderliggende prestatie voor een verkregen
                                            factuur geheel is gerealiseerd.</noot.al><noot.al>Bij subsidies (lid 3) wordt het uiteindelijk
                                            toekennen van een subsidie gezien als prestatie van het
                                            subsidieproces. Om de last te verantwoorden dient te
                                            zijn vastgesteld dat voldaan is aan
                                            desubsidievoorwaarden en dat sprake is van een adequaat
                                            subsidieproces. Hierbij dient onder elke beschikking een
                                            deugdelijke subsidieaanvraag te liggen (inclusief
                                            bestek, planning e.d.). Dit resulteert in een voorlopige
                                            toekenning. Door het aangaan van een voorlopige
                                            toekenning wordt een onherroepelijke verplichting
                                            aangegaan. Op basis van het voorzichtigheidsprincipe is
                                            in principe dit het moment dat de last in onze
                                            provinciale jaarrekening dient te worden
                                            verantwoord.</noot.al><noot.al>De lasten als gevolg van voorlopige toekenningen
                                            worden genomen op het moment van het beschikken (afgeven
                                            van de beschikking), tenzij:</noot.al><noot.al>a. De hoogte van de subsidie expliciet is verbonden
                                            aan de te leveren prestaties (p x q subsidies),
                                            voorbeeld hiervan is een vast bedrag aan subsidie per
                                            aangelegd bushokje. Bij deze subsidie isinzicht in de
                                            realisatie noodzakelijk om de subsidie te kwantificeren.
                                            De last kan worden verantwoord op basis van een
                                            schatting van de prestaties. Gedurende het jaar dient op
                                            basis van het subsidiemonitoringproces (en de daarin
                                            beschikbare informatie) een best mogelijke inschatting
                                            te worden gemaakt van de last. Indien op basis van
                                            verkregen informatie blijkt dat de werkelijke prestaties
                                            afwijken van de schatting, dan dienen de lasten hierop
                                            te worden aangepast; </noot.al><noot.al>b. De subsidie op basis van de subsidiebeschikking
                                            expliciet toe te rekenen is aan volgende begrotingsjaren
                                            (bijvoorbeeld (1) een subsidie jeugdzorg toegekend in
                                            2012, maar voor exploitatiejaar 2013, (2) een toekenning
                                            in 2012 van een beschikking voor een project, maar in de
                                            beschikking wordt expliciet aangegeven dat het project
                                            uitgevoerd zal worden in 2014);</noot.al><noot.al>c. Het subsidietoekenningsproces niet geheel via de
                                            gebruikelijke procedure verlopen is en er bijvoorbeeld
                                            aan de subsidiebeschikking geen deugdelijke aanvraag
                                            (inclusief eventueel bestek, planning, plan) ten
                                            grondslag ligt;</noot.al><noot.al>d. Per balansdatum reeds een betrouwbare schatting
                                            kan worden gemaakt van de eventueel terug te vorderen
                                            subsidie (dit corrigeren op de last).]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_12_66_"> Conform de richtlijnen in het BBV
                                    worden baten en lasten verwerkt in het jaar waarop ze
                                    betrekkingen hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_12_67_"> Bij opdrachtverstrekking wordt de
                                    last genomen naar rato dat de onderliggende prestatie is
                                    gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_12_68_"> Bij subsidies wordt de last
                                    genomen op het moment van het verstrekken van de
                                    subsidiebeschikking, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_3_12_68_61_"> De hoogte van de
                                            subsidie expliciet is verbonden aan de te leveren
                                            prestaties (prijs (p)*aantal(q));</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_3_12_68_62_"> De subsidie op basis
                                            van de subsidiebeschikking expliciet is toe te kennen
                                            aan een volgende boekjaren;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_3_12_68_63_"> Het
                                            subsidietoekenningproces niet geheel via de
                                            gebruikelijke procedure verlopen is;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H52861_0_3_12_68_64_"> Per balansdatum een
                                            betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de
                                            eventueel terug te vorderen beschikking.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e968"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Op grond van het Besluit
                                            Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten
                                            heeft de provincie een keuzemogelijkheid voor de te
                                            hanteren renteomslagsystematiek. De keuze bestaat uit
                                            geen renteomslag toepassen, alleen de werkelijk te
                                            betalen rente in de omslagrente opnemen of de te betalen
                                            rente en de bespaarde rente in de renteomslag opnemen.
                                            De commissie BBV heeft een voorkeur uitgesproken voor de
                                            laatste keuze. Mede gelet op het belang voor bepaling
                                            van de incidentele lasten en baten volgt Overijssel de
                                            voorkeur van de commissie.</noot.al><noot.al>Voor de bepaling van het percentage voor berekening
                                            van de bespaarde rente bij de Programmabegroting wordt
                                            een verwachte rente gehanteerd. Bij het Jaarverslag van
                                            het daaraan voorafgaande jaar wordt de gecalculeerde
                                            rente herzien naar het daadwerkelijke percentage van het
                                            betreffende jaar.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_13_69_"> Voor het bepalen van de geraamde
                                    kostprijs van goederen, werken en diensten van de provincie
                                    Overijssel wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd.
                                    Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen
                                    die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met
                                    de door de provincie verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_13_70_"> Bij de indirecte kosten worden
                                    betrokken de toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen
                                    voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                    kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_13_71_"> De omslagrente voor de
                                    rentetoerekening aan de activa in enig jaar wordt bepaald door
                                    het totaal van over vaste schulden te betalen rente en de bij de
                                    Programmabegroting vastgestelde gecalculeerde rente over het
                                    eigen vermogen en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_13_72_"> De gecalculeerde rente wordt
                                    bepaald door de omvang van het eigen vermogen en de
                                    voorzieningen per 1 januari van elk jaar te vermenigvuldigen met
                                    een vijfjarig gemiddelde van de percentages op 10-jarige
                                    Nederlandse Staatsleningen op 1 januari van het betreffende jaar
                                    en de vier daaraan voorafgaande jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Lokale heffingen en leges</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1005"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het eerste lid van artikel
                                            13 regelt, dat de provinciale tarieven, heffingen en
                                            prijzen vastgelegd worden in een provinciale verordening
                                            en wat daarin opgenomen moet worden. In artikel 225
                                            Provinciewet, artikel 15.44 Wet milieubeheer (heffing
                                            nazorg gesloten stortplaatsen, artikel 48 Grondwaterwet
                                            (grondwaterheffingsverordening 2000) en artikel 21f
                                            Ontgrondingenwet (heffingsverordening ontgrondingen
                                            2000) worden randvoorwaarden gesteld aan de hoogte van
                                            de tarieven en heffingen. De tarieven en heffingen mogen
                                            het bedrag van de geraamde kostprijs niet te boven gaan.
                                            In afwijking van het voorgaande is bij meer producten en
                                            diensten opgenomen in één verordening het mogelijk dat
                                            een bepaald product hoger wordt geprijsd dan de geraamde
                                            kostprijs zolang het totaal van de geraamde opbrengst de
                                            totale kosten van de in de verordening genoemde
                                            producten en diensten niet overschrijdt. Dit is het
                                            geval bij de leges, welke in de regel bijeen worden
                                            gebracht in één legesverordening. </noot.al><noot.al>In dit artikel worden in het derde lid de
                                            uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen
                                            gegeven. Uitgangspunt daarbij is dat de leges in
                                            principe kostendekkend dienen te zijn. Het derde lid
                                            bepaalt, dat naast de direct toe te rekenen kosten ook
                                            de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de
                                            te leveren dienst worden meegenomen voor de
                                            kostprijsbepaling. Voor de meeste in rekening te brengen
                                            leges gaat het daarbij om de directe programmatische
                                            lasten en de directe en indirecte (overhead)
                                            apparaatskosten van de ambtenaren die werkzaamheden
                                            verrichten in het kader van de uitvoering van de
                                            legesgrondslag (meestal een wet).]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_14_73_"> Voor het vaststellen van de hoogte
                                    van provinciale tarieven, heffingen, leges en prijzen stellen
                                    Gedeputeerde Staten een verordening op die vastgesteld worden
                                    door Provinciale Staten waarin deze tarieven, heffingen en
                                    prijzen worden vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_14_74_"> Met leges wordt bedoeld de rechten
                                    als beschreven in artikel 223 van de Provinciewet. Leges worden
                                    geheven inzake een beschikking van Provinciale Staten,
                                    Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning op een
                                    aanvraag om een vergunning, ontheffing, toestemming,
                                    vrijstelling of ander beschikking, alsmede voor andere op
                                    aanvraag verstrekte diensten zoals drukwerken en
                                    dergelijke.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_3_14_75_"> De tarieven van leges worden
                                    zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de leges
                                    kostendekkend zijn indien dit enigszins ‘redelijk en mogelijk'
                                    is. Voor het bepalen van de kosten worden naast de directe
                                    kosten alleen die indirecte kosten betrokken die rechtstreeks
                                    samenhangen met de door de provincie verleende diensten. Dit
                                    kunnen zowel apparaatskosten zijn (overhead) als programmatische
                                    lasten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.4 Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14a. Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1041"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het eerste lid gaat in op
                                            het eigen belastinggebied van de provincie: de opcenten
                                            op de motorrijtuigenbelasting. In de P&amp;C cyclus
                                            zullen de ontwikkelingen van het wagenpark en de daarmee
                                            samenhangende opbrengstontwikkeling worden
                                            geprognosticeerd en verantwoord. Het tweede lid regelt
                                            over welke feiten aangaande de provinciale heffingen de
                                            Staten in elk geval in de verplichte paragraaf lokale
                                            heffingen bij de begroting en jaarstukken worden
                                            geïnformeerd. Het Besluit Begroting en Verantwoording
                                            Provincies en Gemeenten schrijft de minimumeisen voor
                                            die in de paragraaf moeten worden vermeld,
                                            namelijk:</noot.al><noot.al>a. De geraamde inkomsten;</noot.al><noot.al>b. Het beleid ten aanzien van de lokale
                                            heffingen;</noot.al><noot.al>c. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse
                                            heffingen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_15_76_"> In de Planning &amp; Control
                                    documenten zal periodiek uiteengezet worden hoe de
                                    opbrengstenontwikkeling uit de motorrijtuigenbelasting zich
                                    ontwikkelt door inzicht te geven in de stand van het wagenpark,
                                    het geldende opcententarief en het door het Rijk maximaal
                                    vastgestelde opcentenniveau. Wijzigingen in het tarief van de
                                    provinciale opcenten voor het volgende jaar vinden in beginsel
                                    plaats in het voorjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_15_77_"> Bij de Programmabegroting en
                                    Jaarstukken doen Gedeputeerde Staten in de paragraaf lokale
                                    heffingen verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_4_15_77_65_"> De geraamde
                                            inkomsten;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_4_15_77_66_"> Het beleid ten aanzien
                                            van de lokale heffingen;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_4_15_77_67_"> Een overzicht op
                                            hoofdlijnen van de diverse heffingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14b. Weerstandsvermogen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1082"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 11 welke informatie de paragraaf
                                            weerstandsvermogen in elk geval 28 moet bevatten. Het
                                            kan zijn dat Provinciale Staten aanvullende wensen
                                            hebben voor de informatie in deze paragraaf.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_4_16_78_">In de paragraaf weerstandsvermogen
                                    bij de Programmabegroting en de Jaarstukken nemen Gedeputeerde
                                    Staten naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                                    geval op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_16_79_"> Ontwikkeling
                                    weerstandsvermogen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_16_80_"> Benodigde
                                    weerstandscapaciteit.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_16_81_"> Beschikbare
                                    weerstandscapaciteit.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_16_82_"> Ontwikkeling
                                    risicomanagement.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_16_83_"> Belangrijkste risico's.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14c. Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1126"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud
                                            kapitaalgoederen in elk geval moet bevatten. De
                                            navolgende leden bevatten de bepaling dat Gedeputeerde
                                            Staten tenminste eens in de vier jaar Provinciale Staten
                                            onderhoudsplannen aanbieden over het onderhoud openbare
                                            ruimte, het onderhoud riolering en het onderhoud
                                            gebouwen. Hiermee kunnen Provinciale Staten de kaders
                                            voor het toekomstig onderhoudsniveau
                                            vaststellen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_17_84_"> Bij de Programmabegroting en de
                                    Jaarstukken nemen Gedeputeerde Staten in de paragraaf onderhoud
                                    kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van het
                                    BBV in ieder geval op:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H52861_0_4_17_84_68_"> De voortgang van het
                                            geplande onderhoud;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H52861_0_4_17_84_69_"> De omvang van het
                                            achterstallig onderhoud;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_17_85_"> Gedeputeerde Staten bieden
                                    Provinciale Staten eens in de vier jaar een onderhoudsplan
                                    provinciale infrastructuur aan. Het plan geeft het kader weer
                                    voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud
                                    en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, wegen,
                                    waterwegen, onderkomens, kunstwerken en straatmeubilair.
                                    Provinciale Staten stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_17_86_"> Gedeputeerde Staten bieden
                                    Provinciale Staten eens in de vier jaar een onderhoudsplan
                                    gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het plegen van
                                    onderhoud en de bijbehorende kosten aan de provinciale gebouwen.
                                    Provinciale Staten stellen het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14d. Financiering</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1163"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 13 welke informatie de paragraaf Financiering in
                                            elk geval moet bevatten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_4_18_87_">In de paragraaf financiering bij de
                                    Programmabegroting en de Jaarstukken nemen Gedeputeerde Staten
                                    naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                                    geval op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_88_"> Wettelijk kader.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_89_"> Renterisico's.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_90_"> Kortlopende schulden.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_91_"> Langlopende schulden.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_92_"> Koersrisico's.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_93_"> Kredietrisico's.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_94_"> Liquiditeitsrisico's.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_95_"> Risico's t.a.v. verstrekte
                                    geldleningen.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_18_96_"> Liquiditeitsprognose.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14e. Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1228"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 14 welke informatie de paragraaf Bedrijfsvoering
                                            in elk geval moet bevatten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_4_19_97_">In de paragraaf bedrijfsvoering bij
                                    de Programmabegroting en de Jaarstukken nemen Gedeputeerde
                                    Staten naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                                    geval op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_19_98_"> Personeelsbeleid en
                                    organisatiebeleid.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_19_99_"> Planning &amp; control
                                    cyclus.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_19_100_"> Informatievoorziening.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_19_101_"> Doelmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_19_102_"> Rechtmatigheid en AO/IC.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14f. Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1272"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 15 welke informatie de paragraaf Verbonden
                                            partijen in elk geval moet bevatten. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_4_20_103_">In de paragraaf verbonden partijen
                                    bij de Programmabegroting en de Jaarstukken nemen Gedeputeerde
                                    Staten naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                                    geval van elke verbonden partij op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_20_104_"> De naam en vestigingsplaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_20_105_"> De inhoudelijke
                                    omschrijving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_20_106_"> De juridische vorm van de
                                    verbonden partij;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_20_107_"> De zeggenschap en bestuurlijke
                                    betrokkenheid van de provincie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_20_108_"> Het financieel belang van de
                                    provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14g. Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1316"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In het Besluit Begroting
                                            en Verantwoording Provincies en Gemeenten staat in
                                            artikel 16 welke informatie de paragraaf Grondbeleid in
                                            elk geval moet bevatten. Voor de verwerving van gronden
                                            worden verwervingsplannen opgesteld. In geval de raming
                                            van de te verwerven gronden binnen het verleende
                                            projectbudget past hebben Gedeputeerde Staten de
                                            ambtelijke organisatie gemandateerd de
                                            verwervingsplannen vast te stellen. Er dient ook een
                                            onderbouwing te worden opgenomen waarom ruilgronden op
                                            de balans onder de voorraden of onder de materiële vast
                                            activa worden verantwoord. De hoogte van de Algemene
                                            Reserve Grond wordt opgebouwd uit 10% van de boekwaarde
                                            van alle gronden binnen het provinciaal grondbezit plus
                                            10% van de geraamde kosten voor tijdelijk beheer (deze
                                            kosten worden geraamd in de verwervingdplannen). </noot.al><noot.al>Het tweede lid bepaalt dat Gedeputeerde Staten eens
                                            in de vier jaar aan Provinciale Staten een nota
                                            grondbeleid aanbieden. Met de nota kunnen de Provinciale
                                            Staten de kaders voor het toekomstig grondbeleid
                                            vaststellen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_21_109_"> In de paragraaf grondbeleid bij
                                    de Programmabegroting en de Jaarstukken nemen Gedeputeerde
                                    Staten naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                    Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                                    geval op:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_4_21_109_70_"> De verwerving van
                                            gronden;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_4_21_109_71_"> De te ontwikkelen en
                                            in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_4_21_109_72_"> Onderbouwing van de
                                            classificatie van de ruilgronden (waarom verantwoording
                                            in de balans onder voorraden of materiële vaste activa
                                            plaatsvindt).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_4_21_110_"> Gedeputeerde Staten bieden
                                    Provinciale Staten ten minste eens in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota grondbeleid aan. Provinciale Staten stellen
                                    de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H52861_0_4_21_110_73_"> De strategische visie
                                            van het toekomstig grondbeleid van de provincie;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H52861_0_4_21_110_74_"> Te ontwikkelen en in
                                            ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H52861_0_4_21_110_75_"> De verwerving en
                                            uitgifte van gronden;</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.5 Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15. Administratie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1367"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Onder artikel 15 zijn
                                            algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                                            provinciale administratie. Op hoofdlijnen wordt
                                            opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden
                                            vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                                            voldoen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_5_22_111_">De administratie is zodanig van
                                    opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is
                                    voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_112_"> Het sturen en het beheersen van
                                    activiteiten en processen in de provincie als geheel en in de
                                    afdelingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_113_"> Het verstrekken van informatie
                                    over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut,
                                    activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen,
                                    schulden, contracten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_114_"> Het verschaffen van informatie
                                    over uitputting van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_115_"> Het verschaffen van informatie
                                    over indicatoren met betrekking tot de provinciale productie van
                                    goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                    provinciale beleid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_116_"> Het afleggen van verantwoording
                                    over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid
                                    van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                    beleidsdoelen, de Programmabegroting en relevante wet- en
                                    regelgeving;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_22_117_"> De controle van de registratie
                                    van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie,
                                    alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid
                                    en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                    de gestelde beleidsdoelen, de Programmabegroting en relevante
                                    wet- en regelgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Interne controle</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1416"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De accountant toetst
                                            jaarlijks van de provinciale rekening of deze een
                                            getrouw beeld geeft van de provinciale financiën en of
                                            de (financiële) beheershandelingen die eraan ten
                                            grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 16
                                            dragen Gedeputeerde Staten op maatregelen te treffen
                                            opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                                            accountantscontrole de provincie zelf nagaat of de
                                            cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en
                                            of de financiële beheershandelingen die aan de baten en
                                            lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen
                                            rechtmatig (zijn) verlopen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_23_118_"> Gedeputeerde Staten zorgen ten
                                    behoeve van het getrouwe beeld van het Jaarverslag en de
                                    rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor
                                    de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen nemen Gedeputeerde Staten
                                    maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_5_23_119_"> Gedeputeerde Staten zorgen voor
                                    de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling
                                    van de bezittingen en het vermogen van de provincie met dien
                                    verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande
                                    leningen, de (debiteuren-) vorderingen, de liquiditeiten, de
                                    opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste
                                    eenmaal in de twee jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt
                                    Gedeputeerde Staten maatregelen voor herstel van de
                                    tekortkomingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1441"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 17 bepaalt dat in
                                            provinciale regelingen en werkprocedures voldoende
                                            maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk
                                            gebruik van provinciale regelingen en eigendommen te
                                            beperken. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het treffen
                                            van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de
                                            antecedenten van een aanvrager van een provinciale
                                            subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden
                                            verstrekt aan rechthebbenden. Het treffen van afdoende
                                            beleid op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik
                                            maakt deel uit van het rechtmatigheidoordeel van de
                                            accountant.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_5_24_120_">Gedeputeerde Staten zorgen voor en
                                    stelt de regels en de uitgangspunten voor het beleid vast, ter
                                    voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van provinciale
                                    regelingen en eigendommen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.6 Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18. Financiële organisatie</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1464"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 18 geeft de
                                            uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens
                                            het eerste lid c van artikel 158 Provinciewet zijn het
                                            Gedeputeerde Staten bevoegd regels vast te stellen over
                                            de ambtelijke organisatie van de provincie, met
                                            uitzondering van de organisatie van de Griffie.
                                            Gedeputeerde Staten worden onder c van het artikel uit
                                            de verordening opgedragen bepaalde van deze regels die
                                            de financiële organisatie betreffen, vast te leggen in
                                            besluiten. De regels bedoeld onder de letter c hebben
                                            Gedeputeerde Staten gezamenlijk vastleggen in een
                                            organisatieregeling. ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_6_25_121_">Gedeputeerde Staten zorgen voor en
                                    stellen vast:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_122_"> Een eenduidige indeling van de
                                    provinciale organisatie en een eenduidige toewijzing van de
                                    provinciale taken aan de eenheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_123_"> Een adequate scheiding van taken,
                                    functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de
                                    eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid
                                    van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                    gewaarborgd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_124_"> De verlening van mandaten en
                                    volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de
                                    toegekende budgetten en investeringskredieten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_125_"> De regels voor taken en
                                    bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                    informatievoorziening van de financieringsfunctie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_126_"> Op basis van de door Provinciale
                                    Staten vastgestelde begroting, deelt de Directie de budgetten
                                    voor de apparaatskosten (personele en materiële) toe aan de
                                    eenheden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H52861_0_6_25_127_"> Nadere uitvoeringsregels met
                                    betrekking tot de financiële organisatie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>1.7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1517"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De verordening treedt in
                                            de plaats van de vorige op grond van artikel 216 van de
                                            Provinciewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt
                                            dat de verordening van toepassing is op alle stukken van
                                            het genoemde begrotingsjaar en latere jaren. De
                                            Jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog
                                            voldoen aan de bepalingen uit de oude
                                            verordening.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H52861_0_7_26_128_"> Deze verordening treedt met
                                    terugwerkende kracht in werking met ingang van het
                                    begrotingsjaar 2013. De stukken voor dit begrotingsjaar en
                                    latere begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H52861_0_7_26_129_"> Deze verordening treedt in de
                                    plaats van de "Verordening financieel beheer provincie
                                    Overijssel 2003" zoals vastgesteld door Provinciale Staten van
                                    Overijssel op 2 november 2003, "Activering en afschrijving van
                                    investeringen in materiële vaste activa zoals vastgesteld door
                                    Provinciale Staten van Overijssel op 14 maart 2004,
                                    "Verplichtingenbeleid" zoals vastgesteld door Provinciale Staten
                                    in maart 2004 en de aanpassingen daarop vastgesteld op 30
                                    oktober 2007 en het "Begrotingswijzigingenbeleid 2012" zoals
                                    vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel op 16 mei
                                    2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1542"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De versie bevat een
                                            artikel met overgangsbepalingen. Het artikel bevat de
                                            overgangsbepaling dat voor bepaalde activa de tot dan
                                            toe gehanteerde afschrijvingstermijnen blijven gelden.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_7_27_130_">Investeringen die zijn geactiveerd
                                    voor de inwerkingtreding van deze verordening worden
                                    afgeschreven volgens de destijds vastgestelde
                                    afschrijvingstermijnen en methodiek, voor zover Provinciale
                                    Staten niet heeft aangegeven dat deze investeringen onder deze
                                    verordening vallen of in het geval van investeringen in
                                    maatschappelijk nut vervroegd moeten worden afgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr/><al><noot id="d1782e1561"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 21 geeft de naam,
                                            waarmee in de provinciale stukken naar deze verordening
                                            moet worden verwezen.]</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H52861_0_7_28_131_">Deze verordening wordt aangehaald
                                    als "Financiële verordening provincie Overijssel 2013".</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1</titel></kop><al>Artikel 158 Provinciewet</al><al>1. Gedeputeerde Staten zijn in ieder geval bevoegd:</al><al>a het dagelijks bestuur van de provincie te voeren, voor zover niet bij of
                    krachtens de wet provinciale staten of de commissaris van de Koning hiermee zijn
                    belast;</al><al>b. beslissingen van provinciale staten voor te bereiden en uit te voeren, tenzij
                    bij of krachtens de wet de commissaris hiermee is belast;</al><al>c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de provincie, met
                    uitzondering van de organisatie van de griffie;</al><al>d. ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren,
                    te benoemen, te schorsen en te ontslaan;</al><al>e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de provincie te besluiten;</al><al>f. te besluiten namens de provincie, provinciale staten of gedeputeerde staten
                    rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren
                    of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij provinciale
                    staten, voor zover het provinciale staten aangaat, in voorkomende gevallen
                    anders beslissen.</al><al>Artikel 190 Provinciewet</al><al>1. De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening
                    en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig bij of krachtens algemene
                    maatregel van bestuur te geven regels.</al><al>2. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste
                    lid, worden tevens regels gesteld ten aanzien van:</al><al>a. door gedeputeerde staten vast te stellen documenten ten behoeve van de
                    uitvoering van de begroting en de jaarrekening;</al><al>b. door gedeputeerde staten aan derden te verstrekken informatie op basis van de
                    begroting en de jaarrekening en de controle van deze informatie.</al><al>3. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste
                    lid, kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het periodiek
                    verstrekken van informatie voor derden. In overeenstemming met Onze Minister van
                    Economische Zaken kan worden bepaald dat de informatie voor derden wordt
                    gezonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al><al>4. De informatie voor derden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt
                    gezonden aan Onze Minister binnen de termijnen, bedoeld in de artikelen 195,
                    tweede lid, en 204. Artikel 17a, vierde lid, van de Financiële-verhoudingswet is
                    van overeenkomstige toepassing.</al><al>5. Indien Onze Minister vaststelt dat de informatie, bedoeld in het tweede lid,
                    onder b, of de informatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt
                    moet worden aan Onze Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de
                    kwaliteit van die informatie tekort schiet, doet hij daarvan mededeling aan
                    gedeputeerde staten.</al><al>6. Gedeputeerde staten kunnen tot twee weken voor het verstrijken van de
                    termijnen, bedoeld in het vierde lid, schriftelijk en met redenen omkleed, aan
                    Onze Minister verzoeken om uitstel voor de toezending van de informatie, tot
                    uiterlijk een in dat verzoek te noemen datum. Onze Minister beslist binnen twee
                    weken op dat verzoek.</al><al>7. Indien de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder b, of de informatie,
                    bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt moet worden aan Onze
                    Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van die
                    informatie tekort schiet, geeft Onze Minister een aanwijzing aan gedeputeerde
                    staten om binnen een maand alsnog informatie van voldoende kwaliteit te
                    leveren.</al><al>8. Indien gedeputeerde staten nalaten de aanwijzing, bedoeld in het zevende lid,
                    op te volgen, kunnen Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties en van Financiën besluiten de betalingen op grond van
                    artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende
                    provincie geheel of gedeeltelijk op te schorten gedurende ten hoogste
                    zesentwintig weken. Artikel 17b, vierde, vijfde en zesde lid, van de
                    Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage Beslisboom begrotingswijzigingenbeleid</titel></kop><al>De Beslisboom begrotingswijzigingenbeleid is als download te vinden in de
                    rechterkolom van deze internetpagina.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overijssel/i276670.pdf">bijlage_II_beslisboom_begrotingswijzigingenbeleid.pdf (73 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>