<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32082_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel criteria clusterplaatsen Afvalstoffenverordening 2010, artikel 10, vierde lid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-06-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2010, nr. 66</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel criteria clusterplaatsen Afvalstoffenverordening 2010, artikel 10, vierde lid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-03-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluit hoofd afdeling IHM van Stads-werken van 28 april 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze beleidsregel wordt ingetrokken per 7 maart 2025, Beleidsregel Afwegingskader voor het bepalen van een locatie voor inzamelvoorzieningen en aanbiedplaatsen voor minicontainers gemeente Utrecht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel criteria clusterplaatsen Afvalstoffenverordening 2010, artikel 10, vierde lid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>0</nr><titel>Dit artikel moet nog worden gesplitst</titel></kop><al><vet>Beleidsregel criteria clusterplaatsen Afvalstoffenverordening
                            2010,</vet><vet> artikel 10, vierde lid</vet></al><al>(besluit van 28 april 2010)</al><al>Het hoofd van de afdeling Inzamelen,Havens en Markten van Stadswerken,
                        hiertoe gemandateerd door het college van burgemeester en wethouders;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen het volgende</al><al><vet>BELEIDSREGEL </vet>criteria clusterplaatsen Afvalstoffenverordening
                        2010, artikel 10, vierde lid</al><al>De landelijke wetgeving onder dit artikel is per 1 januari 2009 vervallen.
                        Dit is nu vrijgelaten aan de gemeenten om dit zelf in te vullen. Voor de
                        gemeente Utrecht willen wij voorstellen om duidelijke, concrete criteria op
                        te stellen. Deze criteria geven aan wanneer een clusterplaats mag worden
                        aangelegd en waar deze aan moet voldoen. Het belangrijkste uitgangspunt
                        hierbij is dat het in het eigenbelang van de gemeente is om dit
                        laagdrempelig te organiseren, zodat zwerfvuil wordt voorkomen.</al><al><vet>Toelichting bij het artikel 10, vierde lid van de
                            Afvalstoffenverordening</vet>:</al><al>In de gebieden waar geen ondergrondse inzamelingvoorzieningen zijn
                        gerealiseerd kan in sommige gevallen gekozen worden voor het aanwijzen van
                        een clusterplaats. Bij de keuze gaat het om een afweging van technische
                        aspecten, veiligheid en een laagdrempelig inzameling. Het gaat in deze
                        gevallen dan om clusterplaatsen voor vuilniszakken of voor kliko’s. Voor het
                        aanleggen van ondergrondse containers bij nieuwbouw of renovatie bestaan
                        aparte richtlijnen (Notitie prioritering inzamelvoorzieningen renovatie en
                        nieuwbouw, 2003). Bij de keuze voor het aanwijzen van een clusterplaats
                        worden de volgende criteria gewogen:</al><al>1) De aan te wijzen clusterplaats moet minimale overlast veroorzaken voor
                        aangrenzende percelen in vergelijking met andere mogelijke clusterplaatsen
                        in dezelfde straat. De afstand tot de gevel van de woning bedraagt minimaal
                        3 meter. Bij een blinde muur kan hiervan worden afgeweken, in dit geval kan
                        de afstand minimaal 2 meter zijn. Bij de keuze tussen een clusterplaats voor
                        een perceel of een clusterplaats voor een blinde muur, dient voor het
                        laatste te worden gekozen. Een clusterplaats recht voor iemands deur of raam
                        wordt als niet gewenst geacht. Bij voorkeur niet situeren aan de
                        zuid-westzijde van tuinen i.v.m. overheersende windrichting.</al><al>2) De clusterplaats dient ruim genoeg te zijn voor de kliko’s of zakken van
                        alle woningen samen.</al><al>3) De clusterplaatsen moeten vanuit alle woningen goed bereikbaar zijn (met
                        en zonder kliko).</al><al>4) Het betreft een straat waar de verkeersveiligheid in het geding komt.
                        Bijvoorbeeld inzamelvoertuigen die genoodzaakt zijn achteruit te rijden,
                        waardoor een hoog risico op aanrijding bestaat. Of een doodlopende
                        winkelstraat of een straat met spelende kinderen, die aan één zijde
                        geblokkeerd is door geparkeerde auto’s.</al><al>5) Geparkeerde auto’s of andere objecten in de openbare ruimte vormen een
                        belemmering voor het inzamelvoertuig, zodanig dat er een aantoonbaar hoog
                        risico op schade is. De locatie dient bereikbaar te zijn voor een
                        inzamelvoertuig met een breedte van 2,50 meter en een draaicirkel van circa
                        21 meter.</al><al>6) Geparkeerde auto’s of andere objecten in de openbare ruimte vormen een
                        belemmering voor het transport van het inzamelmiddel naar het
                        inzamelvoertuig toe, zodanig dat er een aantoonbaar hoog risico op schade
                        is. Bijvoorbeeld kliko’s die tussen dicht op elkaar geparkeerde auto’s
                        moeten worden gereden om bij het inzamelvoertuig te komen.</al><al> Burgemeester en wethouders van Utrecht,</al><al>Namens dezen,</al><al>Stadswerken,</al><al>hoofd afdeling Inzamelen, Havens en Markten</al><al>drs. J.M. Nooter</al><al><vet>Bekendmaking is geschied op 16 juni 2010.</vet></al><al><vet>Dit besluit is in werking getreden op 17 juni 2010.</vet></al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>