<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320759_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentesluis.nl/Nieuws_en_Activiteiten/Bekendmakingen/2013/December">Zeeuwsch-Vlaams Advertentieblad, 25 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Gemeente Sluis</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Sluis;</vet>
          </al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013;</al>
          <al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al>
          <al>gezien het advies van de commissie Samenleving/Middelen van 3 december 2013;</al>
          <al>
            <vet>besluit: </vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2014</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>(Verordening precariobelasting 2014)</al>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li>
              <li nr="b."><al>maand: een kalendermaand;</al></li>
              <li nr="c."><al>week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li>
              <li nr="d."><al>dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                                    gedeelte</al><al> daarvan;</al></li>
              <li nr="e."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                    gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan
                                    een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de
                                    openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en
                            de daarbij behorende tarieventabel. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of
                                de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat
                                voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de
                                gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                                voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of
                                diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste
                                lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder,
                                op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                                heeft.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vrijstellingen</titel>
            </kop>
            <al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de
                                    voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het
                                    voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond
                                    van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet,
                                    dan wel een</al><al> privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li>
              <li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                    voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li>
              <li nr="c."><al>voorwerpen bij kleine en middelgrote evenementen, zoals bedoeld
                                    in de nota evenementenbeleid.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Berekening van de precariobelasting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                                precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                                projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld
                                op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het
                                voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
                                het voorwerpen of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                                precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
                                ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
                                is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte
                                        van een week gelijkgesteld met een week;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
                                        gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief of maandtarief is</al>
              <al> opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag,
                                onderscheidenlijk</al>
              <al> een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag,
                                onderscheidenlijk week of</al>
              <al> maand van het belastingtijdvak. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Belastingtijdvak</titel>
            </kop>
            <al>1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
                            het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde</al>
            <al>gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning
                            is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende
                            geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het
                            kalenderjaar.</al>
            <al>2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                            voorgedaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde
                                precariobelasting geheven door middel van een mondelinge
                                kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop
                                het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                                bekendgemaakt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt is de naar de jaartarieven geheven precariobelasting
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                                verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
                                geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
                                na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede termijn twee maanden later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerst lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 50, doch minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van de voorgaande leden moet de precariobelasting,
                                geheven door middel van een kennisgeving als bedoeld in artikel 8,
                                lid 2, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de
                                kennisgeving.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            precariobelasting.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <al>De “Verordening precariobelasting 2013” vastgesteld op 20 december 2012
                            wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde
                            datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2014.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                            Precariobelasting 2014”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Oostburg, 19 december 2013</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Mr. P.T.G. Claeijs mr. A.M.M. Jetten MSc</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>