<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320746_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Brielle 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Briels Nieuwsland</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Brielle 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Abw, art. 4, lid 21</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-05-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>sector samenleving</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Brielle 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Brielle;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Brielle van 10 juni
                        2011</al><al>gelet op: artikel 150 Gemeentewet en artikel 4:21 Abw;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende:</al><al><vet>Algemene Subsidieverordening Brielle 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Activiteit</al></entry><entry><al>De activiteit die door de subsidieaanvrager zal
                                                worden uitgevoerd en door het college kan worden
                                                gesubsidieerd.</al></entry></row><row><entry><al>Activiteitenplan</al></entry><entry><al>Een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie
                                                wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde
                                                doelstellingen. Het plan vermeldt per activiteit de
                                                daarvoor benodigde personele en materiële
                                                middelen.</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsregel </al></entry><entry><al>Een `beleidsregel` is een regel (gemaakt door een
                                                bestuursorgaan) welke geen algemeen verbindend
                                                voorschrift (avv`s) is en geeft aan hoe een
                                                bevoegdheid van een bestuursorgaan zal worden
                                                uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein</al></entry><entry><al>Een door de raad als zodanig aangemerkt geheel van
                                                samenhangende activiteiten.</al></entry></row><row><entry><al>Beschikking</al></entry><entry><al>Een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt
                                                over het wel of niet inwilligen van een
                                                subsidieaanvraag. Het bevat een omschrijving van de
                                                activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend,
                                                vermeldt tevens het bedrag van de subsidie en de
                                                wijze waarop dit bedrag is bepaald. Een beschikking
                                                is een publiekrechtelijke, voor bezwaar vatbare,
                                                rechtshandeling.</al></entry></row><row><entry><al>Bestemmingsreserve</al></entry><entry><al>Bestanddeel uit eigen vermogen dat bestemd is om in
                                                de toekomst uitgaven, die zijn verbonden aan beoogde
                                                specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij
                                                vaststaat dat toekomstige middelen daarvoor tekort
                                                schieten.</al></entry></row><row><entry><al>College</al></entry><entry><al>Het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Brielle.</al></entry></row><row><entry><al>Egalisatiereserve</al></entry><entry><al>Een reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb, bedoeld
                                                om in de toekomst fluctuaties in de
                                                (exploitatie)kosten op te kunnen vangen.</al></entry></row><row><entry><al>Gemeente</al></entry><entry><al>De gemeente Brielle</al></entry></row><row><entry><al>Instelling</al></entry><entry><al>Een organisatorisch verband, al dan niet een
                                                rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die
                                                krachtens deze verordening subsidie ontvangt of
                                                wenst te ontvangen en die tot doel heeft zonder
                                                winstoogmerk het welzijn van de burgers in het
                                                algemeen of op een bepaald terrein te
                                                bevorderen.</al></entry></row><row><entry><al>Jaarverslag </al></entry><entry><al>Een verslag van een instelling van de uitgevoerde
                                                activiteiten over een bepaald jaar.</al></entry></row><row><entry><al>Prestatie</al></entry><entry><al>In meetbare eenheden omschreven resultaten.</al></entry></row><row><entry><al>Raad</al></entry><entry><al>De gemeenteraad van Brielle.</al></entry></row><row><entry><al>Rechtspersoon</al></entry><entry><al>Een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het
                                                Burgerlijk Wetboek die zich de behartiging van
                                                belangen van ideële en/of materiële aard van (mede)
                                                (een deel van) de bevolking van de gemeente Brielle
                                                ten doel stelt.</al></entry></row><row><entry><al>Subsidie</al></entry><entry><al>De aanspraak op financiële middelen door een
                                                bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
                                                activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                                                betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                                diensten.</al></entry></row><row><entry><al>Subsidieperiode</al></entry><entry><al>Het in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde
                                                tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt. Dit
                                                tijdvak is met betrekking tot subsidies van
                                                structurele aard gelijk aan een kalenderjaar.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoeringsovereenkomst</al></entry><entry><al>De overeenkomst in de zin van artikel 4:36 Awb,
                                                zijnde een bijlage bij de beschikking.</al></entry></row><row><entry><al>Voorziening </al></entry><entry><al>Een voorziening als bedoeld in artikel 374 boek 2
                                                van het Burgerlijk Wetboek, zijnde
                                                vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die
                                                een periode van 2 of meer jaren omvatten en die niet
                                                binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen
                                                worden, nu reeds te voorzien zijn, onvermijdelijk
                                                zijn, hun oorzaak in het verleden hebben en
                                                kwantificeerbaar en/of berekenbaar zijn. Een
                                                voorziening wordt beschouwd als vreemd
                                                vermogen.</al></entry></row><row><entry><al>Vrijwilliger</al></entry><entry><al>Een persoon die niet op grond van een
                                                arbeidsovereenkomst en die anders dan beroepsmatig
                                                actief is ten behoeve van een instelling.</al></entry></row><row><entry><al>Wet</al></entry><entry><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                            stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening is van toepassing op alle subsidieaanvragen aan en
                                subsidiebesluiten van het college, tenzij op die activiteiten een
                                bijzondere regeling van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie wordt slechts verleend binnen de door de raad vastgestelde
                                begroting en door het college vastgestelde productenraming. Het
                                begrotingsvoorbehoud als genoemd in artikel 4:34 Awb is daarbij van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de door het college vast te stellen beleidsregels wordt bepaald
                                voor welke specifieke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en
                                eventueel welke grondslagen daarbij worden gehanteerd voor de
                                berekening van de subsidie en welke specifieke voorschriften daarbij
                                van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college een regeling van een hoger bestuursorgaan
                                uitvoert, is deze verordening van toepassing voor zover deze
                                verordening niet in strijd is met de betreffende regeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidiesoorten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden onderscheiden in: </al><al>a. Incidentele activiteitensubsidie: een subsidie die bestemd is om
                                activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren.</al><al> b. Investeringssubsidie: een subsidie als tegemoetkoming in de
                                kosten van het doen van investeringen. </al><al> c. Projectsubsidie: een subsidie als tegemoetkoming in de kosten
                                van het realiseren van een activiteit die door de gemeente wordt
                                geduid als een project. De subsidie kan voor ten hoogste vier jaar
                                worden verstrekt. De activiteiten worden nader vastgesteld in een
                                uitvoeringsovereenkomst. </al><al> d. Structurele activiteitensubsidie: een subsidie om jaarlijks
                                terugkerende activiteite.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de te
                                verstrekken subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die, naar
                                inzicht van het college: </al><al> a. passen binnen het door de raad vastgestelde beleid, en </al><al> b. blijken uit de door de raad vastgestelde begroting en de door
                                het college vastgestelde productenraming, en</al><al> c. voorzien in een (aantoonbare) behoefte van Brielse ingezetenen,
                                e</al><al> d. in overwegende mate ten dienste staan van Brielse ingezetenen,
                                e</al><al> e. niet het vormen en/of verspreiden van partijpolitieke,
                                godsdienstige en/of levensbeschouwelijke gedachten en beginselen tot
                                doel hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvrager waar
                                mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke
                                instellingen en met dergelijke instellingen samen te werken. Het
                                college kan ter zake voorschriften in een beschikking tot verlening
                                van de subsidie stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Subsidiering van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats
                                indien de aanvrager zelf in de kosten daarvan kan voorzien. Het
                                college kan ter zake nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Slechts die activiteiten worden gesubsidieerd die georganiseerd
                                worden door instellingen die statutair, dan wel volgens artikel 6
                                lid 2, gevestigd zijn in de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Subsidieverstrekking aan instellingen die niet statutair gevestigd
                                zijn in de gemeente kan geschieden als: </al><al> a. Het activiteiten betreft waaraan inwoners van de gemeente
                                deelnemen, én; </al><al> b. De activiteiten niet door een reeds door de gemeente
                                gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden verzorgd, én;</al><al> c. De activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd
                                door een ander overheidsorgaan, dan wel;</al><al>d. De activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke
                                beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen en
                                daardoor niet door een al in de gemeente gevestigde instelling
                                (kunnen) worden uitgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Alleen de wachtgeldverplichtingen en/of uitkeringen aanvullend op
                                de bij enigerlei wet vastgestelde uitkeringen, die rechtstreeks
                                voortvloeien uit een gemeentelijk besluit tot vermindering en / of
                                beëindiging van subsidie kunnen in aanmerking komen voor
                                subsidiering, één en ander te beoordeling van het college. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Wachtgelden en / of (aanvullende) uitkeringen die voortvloeien uit
                                instellingsbeleid, waaronder die uit een arbeidsconflict, worden
                                nooit vergoed of gesubsidieerd. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het niet volledig compenseren van loon- en prijsontwikkelingen
                                waarop de gemeente geen directe invloed heeft, wordt niet beschouwd
                                als vermindering van subsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid / rechtsbevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan slechts verstrekt worden aan rechtspersonen met een
                                volledige rechtsbevoegdheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het college, in afwijking van het
                                gestelde in het eerste lid, subsidie verlenen aan instellingen
                                zonder volledige rechtsbevoegdheid of aan (een groep van)
                                natuurlijke personen. De in deze verordening opgenomen bepalingen
                                vinden dan, voor zover mogelijk, overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag door een niet volledige rechtsbevoegdheid bezittende
                                instelling dient ondertekend te zijn door ten minste twee, van deze
                                instelling deel uitmakende, personen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing op de aanvraag zoals genoemd in lid 3, wordt op naam
                                gesteld van de personen die de aanvraag om subsidie hebben
                                ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De personen zoals genoemd in lid 4 zijn persoonlijk en hoofdelijk
                                verantwoordelijk en aansprakelijk voor de aan de naleving van de aan
                                het subsidiebesluit verbonden verplichtingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter
                                uitvoering van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan onder andere nadere regels stellen inzake: </al><al> a. de toegankelijkheid van gesubsidieerde activiteiten. </al><al> b. het betrekken van deelnemers en gebruikers bij het voorbereiden
                                en uitvoeren van het beleid van de subsidieaanvrager. </al><al> c. het werken met vrijwilligers. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>DE SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanvraag tot verlening van subsidie wordt ingediend bij het
                                college, tenminste veertien weken voor aanvang van de activiteit
                                waarvoor subsidie wordt aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om subsidieverlening van structurele activiteitensubsidies
                                moeten voor 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft zijn ingediend, tenzij het college
                                anders bepaalt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De aanvrager maakt bij het indienen van een aanvraag tot
                                subsidieverlening gebruik van het door het college vastgestelde
                                aanvraagformulier en levert alle daarop gevraagde documenten aan. De
                                aanvrager handelt daarbij naar door het college vastgestelde
                                richtlijnen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag tot subsidieverlening niet op de in lid 1 en 2
                                van dit artikel genoemde tijdstippen is ingediend, wordt de aanvraag
                                niet in behandeling genomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien een aanvraag tot subsidieverlening weliswaar tijdig maar
                                niet volledig is ingediend, krijgt de instelling een termijn van
                                vier weken waarbinnen het verzuim kan worden hersteld. Indien
                                daaraan binnen deze vier weken niet is voldaan, wordt de aanvraag
                                niet in behandeling genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in dit
                                artikel genoemde verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Meerjarige subsidieverlening</titel></kop><al>Het college kan een subsidie voor een periode van ten hoogste vier
                            aaneengesloten jaren verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afdeling 4.2.8. Awb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een subsidie wordt verstrekt van € 50.000,- of hoger, is
                                afdeling 4.2.8. Awb van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op andere te verstrekken subsidies afdeling 4.2.8.
                                Awb van toepassing verklaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij elders anders is bepaald, beslist het college op de aanvraag
                                tot subsidieverlening binnen acht weken nadat de raad de begroting
                                voor het kalenderjaar waarin de activiteit aanvangt heeft
                                vastgesteld of, indien deze begroting reeds is vastgesteld, binnen
                                acht weken na indiening van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan de in het eerste lid genoemde termijnen met ten
                                hoogste vier weken verlengen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitbetaling subsidies en voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt uitbetaald door overschrijving op de post- of
                                bankrekening van de instelling of aanvrager. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Aan de instelling worden, voor zover de goedgekeurde begrotingspost
                                het toelaat, voorschotten op de te verwachten periodieke subsidie
                                verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent voorschotten op de subsidie voor zover dat voor
                                de uitvoering van het werkplan van de instelling noodzakelijk is.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Bij de definitieve vaststelling van de subsidie vindt verrekening
                                plaats met de ontvangen voorschotten. De instelling stort het
                                eventueel teveel ontvangen voorschot op de eerste aanschrijving van
                                het college in de gemeentekas terug. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verminderen, stopzetten, terugvorderen of intrekken
                                subsidie</titel></kop><al>Het college kan, na een instelling de gelegenheid te hebben geboden te
                            worden gehoord, een bij beschikking verleende subsidie verminderen,
                            intrekken, terugvorderen of ten nadele van de subsidieontvanger
                            wijzigen, indien: </al><al>a. De instelling onjuiste en/of onvolledige gegevens heeft verstrekt; </al><al> b. De instelling zich niet of onvoldoende houdt aan het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening en hierin, geen verandering brengt;</al><al> c. De doelstelling van de instelling is gewijzigd, dan wel de
                            instelling niet of onvoldoende overeenkomstig haar doelstelling werkzaam
                            is;</al><al> d. Het effect en/of de omvang van de activiteiten daartoe aanleiding
                            geven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beëindiging subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan besluiten tot het beëindigen van subsidies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Subsidie aan een instelling wordt in ieder geval beëindigd wanneer: </al><al> a. Deze bij een rechterlijk vonnis geacht wordt geen rechtspersoon
                                (meer) te zijn; </al><al> b. Deze bij een rechterlijk vonnis wordt ontbonden; </al><al> c. Bij haar conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of een
                                deel daarvan; </al><al> d. Aan haar surseance van betaling is verleend; </al><al> e. Haar faillissement is uitgesproken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien het college besluit een subsidie te beëindigen om andere
                                redenen dan genoemd in lid 2, bepaalt het college tevens de termijn
                                waarbinnen tot uitvoering wordt overgegaan. Het college houdt
                                daarbij rekening met de gevolgen van het besluit. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Subsidieverplichtingen</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen als bedoeld
                            in de artikelen 4:37 Awb, 4:38 Awb, 4:39 Awb en 4:41 Awb. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overdraagbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een subsidieontvanger kan slechts met daarvoor voorafgaande
                                schriftelijke toestemming van het college een (deel van de) subsidie
                                overdragen aan één of meer derden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voorwaarden verbinden aan de in het eerste lid
                                bedoelde toestemming. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een object waar een subsidie voor is verleend, mag niet binnen een
                                periode van tien jaar na realisering daarvan worden vervreemd,
                                verhuurd, met hypotheek of andere zakelijke rechten worden bezwaard
                                dan wel geheel of gedeeltelijk aan de in de aanvraag omschreven
                                bestemming worden onttrokken, tenzij het college daar uitdrukkelijk
                                toestemming voor heeft verleend. In het laatste geval kan het
                                college bepalen dat een vergoeding is verschuldigd, waarbij bij de
                                bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de
                                economische waarde van het object. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie,
                                dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie
                                van belang zijnde rechten en verplichtingen evenals de betalingen en
                                de ontvangsten kunnen worden nagegaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden
                                gedurende zeven jaren bewaard. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ter zake nadere regels stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan bij de beschikking tot subsidieverlening bepalen
                                dat het jaarlijkse accountantsonderzoek in het kader van het
                                financiële verslag tevens een onderzoek tot de naleving van de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen inhoudt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college geeft, indien wordt besloten tot een onderzoek als
                                bedoeld in lid 1, bij de beschikking tot subsidieverlening een
                                aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de
                                accountantscontrole. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Boekjaar</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht het boekjaar gelijk te stellen met het
                            kalenderjaar, tenzij het college ontheffing verleent van deze
                            verplichting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toestemming voor bepaalde handelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De subsidieontvanger heeft voorafgaande schriftelijke toestemming
                                nodig van het college voor:</al><al> a. Het oprichten van, dan wel deelnemen in, een rechtspersoon;</al><al> b. Het wijzigen van één van de volgende onderdelen van de statuten
                                of het huishoudelijk reglement: de naam en/of vestigingsplaats van
                                de organisatie, het doel van de vereniging of stichting, welke
                                verplichtingen de leden hebben of hoe die verplichtingen bepaald
                                kunnen worden, waar het geld naar toe gaat als de vereniging of
                                stichting wordt opgeheven;</al><al> c. Het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                                verbindt tot zekerheidsstelling, met inbegrip van zekerheidsstelling
                                voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk
                                medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; </al><al>d. Het ontbinden van de rechtspersoon;</al><al>e. Het doen van aangifte tot faillissement of aanvragen van
                                surseance van betaling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan nadere regels en/of voorschriften aan de
                                toestemming verbinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college beslist binnen vier weken over de te verlenen
                                toestemming. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De beslissingstermijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken
                                worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien over de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                                toestemming geacht te zijn verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Afwijkende verplichtingen</titel></kop><al>Indien de gemeente subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door
                            andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college afwijken
                            van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op de afstemming
                            met de door die andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>DE SUBSIDIEVASTSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>De aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na afloop van de
                                activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een
                                aanvraag voor subsidievaststelling in, tenzij: </al><al> a. de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld; </al><al> b. dit elders anders is geregeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieaanvrager maakt bij het indienen van een aanvraag tot
                                subsidievaststelling gebruik van het door het college vastgestelde
                                formulier voor subsidievaststelling en levert alle daarop gevraagde
                                documenten aan. De aanvrager handelt daarbij in overeenstemming met
                                de door het college vastgestelde richtlijnen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het direct
                                vaststellen van subsidies bij de beschikking tot subsidieverlening.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken op een volledige aanvraag om
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien een aanvraag tot subsidievaststelling niet / niet tijdig /
                                niet volledig is ingediend, krijgt de instelling een termijn van
                                vier weken waarbinnen het verzuim kan worden hersteld. Indien
                                daaraan binnen deze vier weken niet is voldaan, wordt de aanvraag
                                ambtshalve vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de aanvraag tot
                                subsidievaststelling nadere regels stellen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>VOORZIENINGEN EN RESERVES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een subsidieontvanger van een structurele subsidie kan slechts met
                                daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een
                                voorziening vormen. Het college kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die een
                                periode van tenminste twee jaar omvatten en: </al><al> a. Niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de
                                egalisatiereserve opgevangen kunnen worden, en;</al><al> b. Nu reeds te voorzien zijn, en;</al><al> c. Onvermijdelijk zijn, en;</al><al> d. Hun oorzaak in het verleden hebben, en;</al><al> e. Kwantificeerbaar / berekenbaar zijn.</al><al> Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor: </al><al> a. De kosten die samenhangen met ziekte van werknemers; </al><al> b. Reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede subsidiegelden; </al><al> c. De kosten samenhangend met vervanging van inventaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verzoek om toestemming voor het vormen van een voorziening
                                bevat een plan waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn
                                opgenomen: </al><al> a. Het doel van de voorziening; </al><al> b. De onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de
                                voorziening; </al><al> c. Een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van en
                                onttrekkingen uit de voorziening. </al><al>Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het in afwijking van de toestemming toevoegen van
                                subsidiegelden of het in afwijking van de toestemming onttrekken van
                                subsidiegelden aan de voorziening, is voorafgaande schriftelijke
                                toestemming nodig van het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bestemmingsreserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een subsidieontvanger van een structurele activiteitensubsidie kan
                                slechts met daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het
                                college een bestemmingsreserve vormen wanneer er bij de instelling
                                sprake is van een positief jaarresultaat. Dit voor zover dat niet
                                wordt veroorzaakt door het niet, of slechts gedeeltelijk uitvoeren
                                van activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om toestemming voor het vormen van een in lid 1 genoemde
                                reserve bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><al> a. het doel van de reserve; </al><al> b. een onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de
                                reserve; </al><al> c. een motivering van het tijdstip waarop de organisatie de
                                middelen nodig heeft. Het college kan daarnaast aanvullende gegevens
                                verlangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het toevoegen van subsidiegelden of de onttrekking van
                                subsidiegelden aan de bestemmingsreserve, anders dan voor dit doel
                                bestemd, is voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het
                                college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een subsidieontvanger van een structurele subsidie kan slechts met
                                daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een
                                egalisatiereserve vormen wanneer er bij de instelling sprake is van
                                een positief jaarresultaat. Dit voor zover dat niet wordt
                                veroorzaakt door het niet, of slechts gedeeltelijk uitvoeren van
                                activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het toevoegen van gemeentelijke subsidiegelden aan de
                                egalisatiereserve, evenals het onttrekken van gemeentelijke
                                subsidiegelden daaruit kan uitsluitend gebeuren met voorafgaande
                                schriftelijke toestemming van het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maximale hoogte van de egalisatiereserve bedraagt 10% van de door
                                de gemeente vastgestelde structurele subsidiegelden die de
                                subsidieaanvrager heeft ontvangen, vermeerderd met dat deel van de
                                egalisatiereserve dat gevormd is door andere inkomsten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de hoogte van de
                                egalisatiereserve, voor zover opgebouwd uit subsidiegelden, nadere
                                regels vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Afschrijvingen</titel></kop><al>Afschrijvingen op eigendommen en dergelijke van de instelling mogen,
                            voor zover de afgeschreven bedragen ten laste van de exploitatierekening
                            worden gebracht, slechts plaatsvinden volgens een door het college goed
                            te keuren jaarlijks afschrijvingspercentage voor de duur van de
                            afschrijving. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of
                            krachtens deze verordening bepaalde verplichtingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Niet voorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2011. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening komen de Algemene
                                subsidieverordening 2006 en de bijbehorende bijlagen te vervallen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen tot subsidieverstrekking die zijn ingediend voor
                                inwerkingtreding van deze verordening en op besluiten inzake
                                subsidieverstrekking die zijn genomen voor inwerkingtreding van deze
                                verordening blijven de bepalingen van de Algemene
                                subsidieverordening 2006 van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vorige lid is niet van toepassing op aanvragen om subsidie die
                                betrekking hebben op het tijdvak na inwerkingtreding van deze
                                verordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle in de openbare vergadering
                        van 28 juni 2011</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, L.C.M. van Steijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, mw. G.W.M. van Viegen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>