<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentesluis.nl/Nieuws_en_Activiteiten/Bekendmakingen/2013/December">Zeeuwsch-Vlaams Advertentieblad, 25 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 223 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Gemeente Sluis</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Sluis;</vet>
          </al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2013;</al>
          <al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al>
          <al>gezien het advies van de commissie Samenleving/Middelen van 3 december 2013;</al>
          <al>
            <vet>besluit </vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting
                            2014</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>(Verordening forensenbelasting 2014).</al>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:een
                            gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting
                                geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente
                                hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het
                                belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning
                                beschikbaar houden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de
                                omstandigheden beoordeeld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Vrijstellingen</titel>
            </kop>
            <al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een
                            openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een
                            algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap
                            bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de
                            gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de
                                onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject
                                waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het
                                belastingjaar valt, is vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de
                                waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de
                                onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de
                                woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met
                                toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering
                                onroerende zaken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is
                                vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid
                                geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de
                                Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e,
                                van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting bedraagt bij een waarde van:</al>
            <al>€ 50.000 of minder <vet>€ </vet><vet>307,50</vet></al>
            <al>€ 50.000 of meer doch minder dan € 100.000 <vet>€
                                </vet><vet>358,75</vet></al>
            <al>€ 100.000 of meer doch minder dan € 250.000 <vet>€
                                </vet><vet>486,90</vet></al>
            <al>€ 250.000 of meer <vet>€ </vet><vet>615,00</vet></al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel>
            </kop>
            <al>De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning
                            meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als
                            bedoeld in artikel 2.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede termijn twee maanden later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerst lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 50, doch minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            forensenbelasting.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <al>De “Verordening forensenbelasting 2013” vastgesteld bij raadsbesluit van
                            20 december 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
                            tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2014.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als ”Verordening forensenbelasting
                            2014”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Oostburg, 19 december 2013</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Mr. P.T.G. Claeijs mr. A.M.M. Jetten MSc</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>