<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320708_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Organisatieverordening 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">https://zoek.officielebekendmakingen.nl/</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Organisatieverordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Organisatieverordening 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Afdeling</vet> Advies, Ondersteuning en Veiligheid</al><al>Het college,</al><al>gelezen het voorstel d.d. 26 november 2013 van de afdeling AOV;</al><al>gelet op artikel 160 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op de instemming van de Ondernemingsraad d.d. 13 januari
                        2014;</al><al>besluit </al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>“Organisatieverordening </vet><vet>2014</vet><vet>”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Algemeen beheer het beheer zoals dat voortvloeit uit de
                            politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college voor de
                            ambtelijke organisatie;</al><al>Bestuursopdracht het kader dat het college, indien zulks in specifieke
                            gevallen wenselijk wordt geacht, aangeeft voor de inbreng van de
                            organisatie bij het voorbereiden van beleid. Daarbij wordt door het
                            college een nadere aanduiding gegeven van de probleemstelling, het
                            beoogde resultaat, de kosten en de dekking ervan, de procedures,
                            termijnen en de bevoegdheden;</al><al>Dagelijks beheer de feitelijke leiding van de ambtelijke organisatie,
                            waaronder in ieder geval is begrepen de verantwoordelijkheid voor het
                            functioneren van de domeinen en afdelingen en het realiseren van de met
                            het college overeen te komen omvang en niveau van de dienstverlening en
                            de verantwoordelijkheid voor de daartoe ter beschikking te stellen
                            middelen;</al><al>Gemeentecontroller de als zodanig door het college aangewezen ambtenaar
                            die verantwoordelijk is voor de geconsolideerde informatievoorziening,
                            de advisering over de bedrijfsvoering en over de beheersing van de
                            werkprocessen en voor de ontwikkeling, bewaking en toetsing van kaders
                            en richtlijnen ter zake;</al><al>Managementrapportage de tussentijdse verantwoording over het gevoerde
                            beleid en beheer van de domeinen/afdelingen c.q. de gehele ambtelijke
                            organisatie aan het college, waarin in ieder geval verslag wordt gedaan
                            of de opgedragen activiteiten volgens planning en conform de
                            vastgestelde inzet van middelen verlopen;</al><al>Domein organisatorisch onderdeel van de ambtelijke organisatie
                            waarbinnen met elkaar samenhangende taakgebieden zijn bijeen
                            gebracht;</al><al>Afdeling organisatorisch onderdeel waarbinnen taken van vergelijkbare
                            aard nader zijn geclusterd;</al><al>Directie het orgaan dat bestaat uit de gemeentesecretaris/algemeen
                            directeur en de directeur;</al><al>Directeur de ambtenaar die als zodanig door het college is benoemd en
                            die samen met de gemeentesecretaris/algemeen directeur verantwoordelijk
                            is voor de leiding van de ambtelijke organisatie;</al><al>Afdelingshoofd de ambtenaar die als zodanig door het college is benoemd
                            en die primair verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van een
                            afdeling;</al><al>Kwartiermaker de ambtenaar die als zodanig door het college is benoemd
                            en die primair belast is met de doorontwikkeling van een afdeling;</al><al>Teamleider de ambtenaar die als zodanig door het college is benoemd en
                            die binnen het afdelingsverband belast is met de aansturing van een
                            groep medewerkers, de afstemming en bewaking van de voortgang van de
                            werkzaamheden, de realisatie van gestelde doelen, het voeren van
                            werkoverleg en het houden van functionerings- en
                            beoordelingsgesprekken;</al><al>Managementteam het orgaan dat bestaat uit alle kwartiermakers en
                            afdelingshoofden en dat dient als adviesorgaan voor de directie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie geeft leiding aan de kwartiermakers en afdelingshoofden.
                                De toewijzing van aan te sturen kwartiermakers en afdelingshoofden
                                geschiedt in onderling overleg tussen de gemeentesecretaris/algemeen
                                directeur en de directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als domeinen, respectievelijk afdelingen zijn ingesteld:</al><lijst><li nr="·"><al>Domein Dienstverlening - afdeling Dienstverlening</al></li><li nr="·"><al>Domein Maatschappij - afdeling Ruimte</al><lijst><li nr="-"><al>afdeling Samenleving</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Domein Bedrijfsvoering - afdeling Advies, Ondersteuning en
                                        Veiligheid</al><lijst><li nr="-"><al>afdeling Kwaliteit, Administratie en Informatie</al><al> Afdeling Sportaccommodaties.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen beheer van de ambtelijke organisatie berust bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks beheer van de ambtelijke organisatie als geheel is
                                opgedragen aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, die daarmee
                                aan het hoofd van de ambtelijke organisatie staat en een
                                scharnierfunctie bekleedt tussen het college en de ambtelijke
                                organisatie. De gemeentesecretaris/algemeen directeur is, met
                                inachtneming van het bepaalde in het volgende lid, bevoegd en
                                gehouden alle maatregelen te treffen die voor de vervulling van deze
                                eindverantwoordelijkheid nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere richtlijnen vaststellen ten aanzien van de
                                werkwijze, de taakgebieden en de bevoegdheden van de directie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op basis van de vastgestelde doelstellingen en taakopdrachten kan
                                het college, op voorstel van de directie, de structuur van de
                                ambtelijke organisatie onderverdelen in nader te benoemen
                                afdelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot wijziging van de structuur van de ambtelijke organisatie wordt
                                niet besloten dan nadat de ondernemingsraad op basis van artikel 25,
                                lid 1 e van de Wet op de Ondernemingsraden bij de voorbereiding en
                                besluitvorming daarvan is betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Tot benoeming van de gemeentesecretaris/algemeen directeur (tevens
                            WOR-bestuurder) respectievelijk tot benoeming van de directeur (tevens
                            plaatsvervangend WOR-bestuurder) door het college wordt niet overgegaan
                            dan nadat de ondernemingsraad op basis van artikel 30, lid 1 van de Wet
                            op de Ondernemingsraden bij de selectie en de benoemingsvoordracht is
                            betrokken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– De ambtelijke organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt in een instructie nadere richtlijnen voor het
                                functioneren van de directie als eerste adviseur van het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot vaststelling, wijziging of aanpassing van de nadere richtlijnen
                                als bedoeld in het vorige lid, wordt niet overgegaan dan nadat de
                                ondernemingsraad op basis van artikel 25, lid 1 e van de
                                Ondernemingsraden bij de besluitvorming is betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de verantwoordelijkheid van de directie en met
                                inachtneming van de bevoegdheden van de
                                kwartiermakers/afdelingshoofden heeft de gemeentesecretaris/
                                algemeen directeur de eindverantwoordelijkheid voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een deugdelijk niveau van de ambtelijke advisering en
                                        ondersteuning van het college</al></li><li nr="b."><al>het tijdig en voldoende voorzien van het college van de
                                        nodige ambtelijke adviezen en ondersteuning</al></li><li nr="c."><al>een voldoende planning van de activiteiten en de uitvoering
                                        daarvan met inacht-neming van het ter zake vastgestelde
                                        beleid</al></li><li nr="d."><al>de samenhang alsmede een voldoende gecoördineerd en
                                        geïntegreerd handelen van de onderscheiden domeinen en
                                        afdelingen</al></li><li nr="e."><al>een goed niveau van het management en de organisatie van de
                                        ambtelijke organisatie</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie verdeelt in onderling overleg de uit het eerste lid
                                voortvloeiende taken. Voor de uitoefening van zijn taken en
                                werkzaamheden legt de directeur verantwoording af aan de
                                gemeentesecretaris/algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur rapporteert het college
                                over de takenverdeling als bedoeld in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 25, lid 1 e van de Wet op de
                                Ondernemingsraden heeft de ondernemingsraad ten aanzien van de in
                                lid 2 en 3 bedoelde verdeling van taken en bevoegdheden
                                adviesrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij afwezigheid vervangen de gemeentesecretaris/algemeen directeur
                                en de directeur elkaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>1.Het aan de kwartiermakers/afdelingshoofden opgedragen dagelijks beheer
                            omvat de verantwoordelijkheid voor het functioneren van de afdelingen.
                            Tot het dagelijks beheer wordt eveneens gerekend het realiseren van de
                            tussen de directie en de kwartiermakers/afdelingshoofden enerzijds en
                            door de directie met het college anderzijds overeen te komen omvang en
                            niveau van de dienstverlening en de verantwoordelijkheid voor de daartoe
                            ter beschikking te stellen middelen. De daarbij behorende
                            planningstructuur en verantwoordelijkheidstoedeling is als volgt:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort planning</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Afnemer</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Verantwoordelijk</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Aanlevering</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bestuurlijke planning</al></entry><entry colname="col2"><al>Raad en commissie</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>Directie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Collegeplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>College</al></entry><entry colname="col3"><al>Portefeuillehouders</al></entry><entry colname="col4"><al>Kwartiermakers</al><al>Afdelingshoofden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afdelingswerkplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Directie</al></entry><entry colname="col3"><al>Kwartiermakers</al><al>Afdelingshoofden</al></entry><entry colname="col4"><al>Medewerkers</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Managementplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>College en organisatie</al></entry><entry colname="col3"><al>Directie</al></entry><entry colname="col4"><al>Managementteam en organisatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Persoonlijk werk- en ontwikkelingsplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartiermakers</al><al>Afdelingshoofden</al></entry><entry colname="col3"><al>Medewerkers</al></entry><entry colname="col4"><al>Medewerkers</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Periodiek en in elk geval op nader door het college aan te geven
                                    tijdstippen legt de directie aan het college verantwoording af
                                    over de coördinatie en bewaking van de voortgang van de
                                    beleidsvoorbereiding en –uitvoering door middel van een
                                    managementrapportage.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels vast omtrent de inrichting van
                                    de managementrapportage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid van het vorige
                                artikel en met inachtneming van de taakstelling van de
                                kwartiermakers/afdelingshoofden komt het college, onverlet het
                                bepaalde in hoofdstuk VIII van de Gemeentewet, met de directie voor
                                een begrotingsjaar overeen:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkplannen van de afdelingen en in relatie daarmee</al></li><li nr="b."><al>het budget van elke afdeling, ten minste verdeeld naar het
                                        toegestane personeelsbudget en het toegestane
                                        activiteitenbudget</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de verantwoording over het onder b bedoelde
                                        budget zal worden afgelegd</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien tussen het college en de directie geen overeenstemming wordt
                                bereikt als bedoeld in het vorige lid, stelt het college deze
                                aangelegenheden eenzijdig vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De richtlijnen, waarbinnen het gemeentelijk middelenbeleid door de
                                afdelingen zal worden uitgevoerd, worden vastgesteld door het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het gemeentelijk middelenbeleid worden in ieder geval
                                gerekend:</al><lijst><li nr="·"><al>personeelsbeleid</al></li><li nr="·"><al>financieel beleid</al></li><li nr="·"><al>organisatiebeleid</al></li><li nr="·"><al>juridisch beleid</al></li><li nr="·"><al>communicatiebeleid</al></li><li nr="·"><al>informatiebeleid</al></li><li nr="·"><al>automatiseringsbeleid</al></li><li nr="·"><al>aanschaffingsbeleid</al></li><li nr="·"><al>huisvestingsbeleid ten aanzien van het gemeentelijk
                                        apparaat.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het college stelt vast welke gegevens ten behoeve van een goed beheer
                            van de gemeentelijke organisatie als geheel door de afdelingen moet
                            worden verstrekt. De aard, inhoud en vorm ervan en de frequentie van de
                            gegevensverstrekking worden daartoe nader bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter bewaking van eenheid in de uitoefening van de aan de ambtelijke
                                organisatie opgedragen taken voert de directie wekelijks
                                overleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie kan zich op door haar te bepalen onderwerpen laten
                                adviseren en daartoe, al dan niet in incidentele gevallen, derden
                                aanwijzen voor deelname aan het directieoverleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de doelstelling als verwoord in artikel 14, lid 1,
                                overlegt de directie in de wekelijkse vergadering van het
                                managementteam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur stelt de vergaderdata en de
                                agenda voor de vergaderingen van het managementteam vast. De
                                directeur en de kwartiermakers/ afdelingshoofden kunnen zaken voor
                                agendering indienen bij de gemeentesecretaris/ algemeen directeur.
                                De gemeentesecretaris/algemeen directeur zorgt ervoor dat de agenda
                                en bijbehorende stukken worden gereed gemaakt en zo mogelijk
                                tenminste twee werkdagen voor de desbetreffende vergadering in het
                                bezit zijn van de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Doel van het overleg is om, binnen de daartoe door het college
                                gegeven richtlijnen en het door deze gevoerde beleid, met
                                inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake de positie van de
                                gemeentesecretaris/algemeen directeur en zijn taak, te komen
                                tot:</al><lijst><li nr="·"><al>Het adviseren over de gemeentelijke strategie, het langere
                                        termijnbeleid en strategische keuzen, alsmede over actuele
                                        ontwikkelingen</al></li><li nr="·"><al>Het adviseren over product-/prestatiebegroting,
                                        meerjarenbegroting, meerjaren-investeringsplan,
                                        jaarrekening</al></li><li nr="·"><al>Het aanduiden van primaatschap bij domein- of
                                        afdelingoverschrijdende zaken</al></li><li nr="·"><al>Het adviseren over en mede ontwikkelen van het gemeentelijk
                                        middelenbeleid als vermeld in artikel 10, lid 2</al></li><li nr="·"><al>Het coördineren en bewaken van de voortgang van de
                                        uitvoering van met name de beleidsvoorbereiding, onder meer
                                        via de managementrapportage</al></li><li nr="·"><al>Het stimuleren en bewaken van een effectief en efficiënt
                                        functioneren van de gemeentelijke organisatie</al></li><li nr="·"><al>Het ontwikkelen van activiteiten die bijdragen aan een
                                        doorzichtige, klantgerichte en doelmatig functionerende
                                        organisatie, uitgaande van een effectieve sturing en een zo
                                        groot mogelijke betrokkenheid van de ambtenaren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met inachtneming van het advies van het managementteam, brengt de
                                directie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college omtrent
                                de in het derde lid genoemde zaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De directie heeft de bevoegdheid die maatregelen en voorzieningen te
                                treffen die nodig zijn om de taken te kunnen vervullen, voor zover
                                passend binnen de richtlijnen zoals genoemd onder artikel 3, lid 3
                                en artikel 6, lid 1 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De directie streeft in haar besluitvorming zoveel mogelijk
                                unanimiteit na. Indien consensus binnen de directie ontbreekt,
                                beslist de gemeentesecretaris/algemeen directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 8, 9, 10 en 11
                                bevordert de directie een goede samenwerking en samenhang tussen de
                                domeinen en afdelingen. Zij doet, indien noodzakelijk met
                                inachtneming van het bepaalde in artikel 16, voorstellen aan het
                                college tot het geven van richtlijnen om de samenwerking en
                                samenhang te verzekeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie besluit tot het instellen van tijdelijke
                                organisatorische verbanden tussen de domeinen en afdelingen ter
                                voorbereiding en/of uivoering van beleid dat meer
                                domeinen/afdelingen aangaat. Het beheer van zo’n verband wordt
                                opgedragen aan een projectleider.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 ziet de directie toe op
                            een vlot verloop van de informatiestromen. Zij doet, waar nodig c.q.
                            gewenst na overleg met het managementteam, voorstellen aan het college
                            ter zake.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd maatregelen te
                                nemen die de bevoegdheden van de directeur doorkruisen dan wel
                                inperken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij kan deze bevoegdheden alleen maar uitoefenen nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>hij dit van tevoren met de directeur besproken heeft</al></li><li nr="b."><al>het college hiermee heeft ingestemd</al></li><li nr="c."><al>de ondernemingsraad in de gelegenheid is gesteld hierover op
                                        grond van artikel 25, lid 1 e van de Wet op de
                                        Ondernemingsraden advies uit te brengen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Voor zover zij zulks in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze
                            verordening is bepaald, nodig acht, stelt de directie procedures vast
                            voor de behandeling van zaken die door het college aan de ambtelijke
                            organisatie ter voorbereiding of uitvoering zijn opgedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Ten aanzien van aangelegenheden waarin zulks gewenst wordt geacht, kan
                            het college een bestuursopdracht geven. Het college stelt nadere regels
                            vast waaraan de inhoud van de bestuursopdracht moet voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke zaak wordt primair voorbereid en uitgevoerd door de afdeling
                                tot wiens taakgebied de desbetreffende zaak behoort, tenzij in een
                                bestuursopdracht anders wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een zaak het taakgebied van een andere afdeling raakt, vraagt
                                de primair met de voorbereiding of uitvoering belaste afdeling
                                aanvullend advies aan die andere afdeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afdeling die aanvullend advies uitbrengt, treedt zoveel mogelijk
                                in overleg met de met de voorbereiding of uitvoering van het beleid
                                belaste afdeling, teneinde tot geïntegreerde advisering te komen,
                                waarin de argumenten ten aanzien van de mogelijke beleidskeuzes
                                worden opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aanvullend advies wordt rechtstreeks uitgebracht aan de afdeling
                                die met de voorbereiding of uitvoering is belast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij verschil van inzicht voegt de afdeling die primair met de
                                voorbereiding of uitvoering van het advies is belast, de aanvullende
                                adviezen onverkort aan het advies toe. Bij blijvend verschil van
                                inzicht tussen afdelingen voegt het directielid, dat belast is met
                                de aansturing van de “primaire” afdeling zijn concluderend advies
                                nadrukkelijk toe aan het advies. Bij blijvend verschil van inzicht
                                tussen een afdeling en het met de aansturing van die afdeling
                                belaste directielid, voegt dat directielid zijn concluderend advies
                                nadrukkelijk toe aan het advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>De kwartiermaker/het afdelingshoofd kan binnen zijn afdeling werkzame
                            teamleiders en/of medewerkers aanwijzen, die omtrent onderdelen van het
                            beleid waarvoor de kwartiermaker/het afdelingshoofd verantwoordelijkheid
                            draagt, rechtstreeks (portefeuillehouders)overleg voeren met het voor
                            dat beleid primair verantwoordelijke lid van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen de vastgestelde structuur en onverlet het bepaalde in artikel
                                4 en artikel 14, lid 2 regelt de directie de indeling van de
                                afdelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van zijn op grond van het vorige lid genomen besluit doet de
                                directie schriftelijk mededeling aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vacatures voor kwartiermaker/afdelingshoofd dragen de
                                gemeentesecretaris/algemeen directeur, respectievelijk de directeur
                                ieder voor de door hen aangestuurde afdelingen, te benoemen
                                kandidaten voor aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kwartiermakers/afdelingshoofden dragen in hun afdelingen te
                                benoemen teamleiders en medewerkers voor aan het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de inspraak van
                                teamleiders en medewerkers bij de selectie en voordracht tot
                                benoeming van kwartiermakers/afdelingshoofden, teamleiders en
                                medewerkers en de daarbij te volgen procedure.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde regels (inzake werving
                                en selectie) heeft de ondernemingsraad op grond van artikel 27, lid
                                1 e van de Wet op de Ondernemingsraden instemmingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van de door het college gestelde regels treft de
                                gemeentesecretaris/ algemeen directeur respectievelijk de directeur
                                de maatregelen en voorzieningen die hij omwille van een doelmatige
                                uitvoering van de aan zijn afdelingen opgedragen taken nodig acht.
                                Indien daartoe maatregelen door het college zijn te nemen,
                                rapporteert hij daaromtrent aan het college. Alvorens hiertoe over
                                te gaan, brengt de gemeentesecretaris/algemeen directeur c.q. de
                                directeur de maatregelen, voorzieningen en rapportages op grond van
                                dit artikel ter kennis van de desbetreffende kwartiermaker c.q.
                                afdelingshoofd en/of indien wenselijk ter kennis van het
                                managementteam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Wet op de Ondernemingsraden is ten aanzien van het vorige lid
                                geregeld wat, in welke situatie de betrokkenheid en de bevoegdheid
                                is van de ondernemingsraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Financieel management en de administratieve organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet worden in
                                twee afzonderlijke verordeningen in elk geval de navolgende
                                aangelegenheden geregeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de
                                        kwartiermaker van de afdeling die belast is met de
                                        financiën, de comptabele, de kassier en de sub-kassiers en
                                        de deurwaarder</al></li><li nr="b."><al>de interne administratief-organisatorische
                                        voorschriften</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de geldmiddelen</al></li><li nr="d."><al>het betalingsverkeer</al></li><li nr="e."><al>de gemeentebegroting en –rekening</al></li><li nr="f."><al>de budget- en kredietbewaking</al></li><li nr="g."><al>de controle op de financiële administratie en de controle op
                                        het beheer van de geldmiddelen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde
                                verordeningen nadere regels door middel van een uitvoeringsbesluit
                                en instructies voor functionarissen belast met financiële
                                zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie is ervoor verantwoordelijk dat door haar bij het college
                                ingediende beleidsvoorstellen zijn getoetst op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rechtmatigheid, wetmatigheid en integriteit</al></li><li nr="b."><al>de juistheid en de volledigheid van de gegeven informatie,
                                        onder meer met het oog op handhaving van de vastgestelde
                                        begrotingsdiscipline</al></li><li nr="c."><al>de doelmatigheid</al></li><li nr="d."><al>de juistheid van de gevolgde en te volgen procedure</al></li><li nr="e."><al>toedeling van verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de
                                        besluiten waartoe het voorstel leidt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze toetsing vindt in elk geval plaats aan de hand van de
                                verordeningen en de besluiten als bedoeld in artikel 24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>De gemeentecontroller bekleedt uit hoofde van zijn functie een
                            eigenstandige positie en kan dientengevolge gevraagd en ongevraagd
                            onderzoeken doen en adviseren. Indien uit onderzoeken blijkt, dat
                            afgeweken wordt van vastgestelde wet- en regelgeving kan hij daarover
                            rechtstreeks rapporteren en adviseren aan het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– Oprichting van of deelneming in rechtspersonen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Bij collegebesluit waarin wordt besloten tot oprichting van of
                            deelneming in rechtspersonen als bedoeld in artikel 160, lid 2 van de
                            Gemeentewet dan wel tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling
                            als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, wordt
                            bepaald welke afdelingen ten behoeve van de vertegenwoordigers van het
                            college, ondersteunende werkzaamheden verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Het college en de in artikel 27 aangewezen afdelingen bevorderen voor
                            zover mogelijk, dat het beheer van de door het college opgerichte
                            rechtspersonen c.q. gemeenschappelijke regelingen plaats vindt, alsof
                            die rechtspersonen c.q. gemeenschappelijke regelingen afdelingen zijn in
                            de zin van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Zij, die als vertegenwoordiger van het college deel uitmaken van enig
                            bestuur of raad van rechtspersonen c.q. gemeenschappelijke regelingen,
                            zijn verplicht om op nader door het college te bepalen wijze regelmatig
                            verslag uit te brengen omtrent hun werkzaamheden in het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>– Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om de twee jaar, ingaande 1 januari 2014, en voorts op ieder
                                tijdstip wanneer hij dit nodig acht, brengt de
                                gemeentesecretaris/algemeen directeur aan het college een rapport
                                uit inzake het functioneren van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde. In zijn rapport besteedt hij bijzondere
                                aandacht aan de vraag of de organisatie aanpassing behoeft,
                                bijvoorbeeld ten gevolge van de maatschappelijke ontwikkelingen en
                                het door de raad vastgestelde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college breng het in lid 1 bedoelde rapport ter kennis van de
                                raad, vergezeld van het door hem daarover ingenomen standpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde rapporten en het standpunt van het college als
                                bedoeld in lid 2 vormen, voordat zij ter kennis van de raad worden
                                gebracht, onderwerp van bespreking in de ondernemingsraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Voor zover dit nodig is, kunnen door het college op voorstel van de
                            directie voor bepaalde aangewezen afdelingen of delen daarvan afwijkende
                            en/of aanvullende regels worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Voor zover uit hoofdstuk 4 van deze verordening taken en
                            verantwoordelijkheden voortvloeien die betrekking hebben op dienstjaren
                            voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, berusten
                            deze bij de functionarissen die voor dat tijdstip met overeenkomstige
                            taken en verantwoordelijkheden waren belast, tenzij hiervoor in
                            onderling overleg een andere regeling wordt getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deze verordening kan worden aangehaald als de "Organisatieverordening
                            2014" en treedt in werking op 1 januari 2014, onder gelijktijdige
                            intrekking van de Organisatieverordening 2011, vastgesteld op 31
                            augustus 2010. </titel></kop></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Oisterwijk, 28 januari 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Het college,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de waarnemend burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.M.M. Depmann, H.P.T.M. Willems</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>