<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320645_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Ermelo 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ermelo's Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>De beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Ermelo 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op lijkbezorging (2010)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13027690</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Beheersverordening begraafplaats</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening treedt in werking per 1 februari 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Ermelo 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Ermelo
                        2014</vet></al><al/><al>Vastgesteld : raad van 16 januari 2014</al><al>Treedt in werking : 01 februari 2014 </al><al>Datum bekendmaking : …. Januari 2014</al><al>Laatst gewijzigd op : 03 december 2014 </al><al>Case : 2013-05806</al><al>Corsanr : 13027690</al><al>Opsteller : Afdeling Realisatie &amp; Beheer - ing. D. Saaltink</al><al>De raad van de gemeente Ermelo,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 26 september 2013 en
                        collegebesluit van 15 oktober 2013, nr. 13039623 en collegebesluit van 3
                        december 2013, nr. 13047747;</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE
                        GEMEENTELIJKE</al><al>BEGRAAFPLAATS VAN DE GEMEENTE ERMELO 2014</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al><cursief>begraafplaats</cursief>: de gemeentelijke begraafplaats
                                    aan de Varenlaan te Ermelo;</al></li><li nr="b)"><al><cursief>g</cursief><cursief>raf</cursief>: een zandgraf of
                                    keldergraf;</al></li><li nr="c)"><al><cursief>g</cursief><cursief>rafkelde</cursief>r: een betonnen
                                    of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden
                                    begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen
                                    onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;</al></li><li nr="d)"><al><cursief>u</cursief><cursief>rn</cursief>: een voorwerp ter
                                    berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="e)"><al><cursief>a</cursief><cursief>sbus</cursief>: een bus ter berging
                                    van as van een overledene;</al></li><li nr="f)"><al><cursief>algemeen graf</cursief>: een graf bij de gemeente in
                                    beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven
                                    en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="g)"><al><cursief>particulier graf</cursief>: een graf, waarvoor aan een
                                    natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as; </al></li></lijst></li><li nr="h)"><al><cursief>part</cursief><cursief>iculier urnengraf</cursief>: een
                                    graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot: </al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, met
                                            of zonder urnen; </al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="i)"><al><cursief>particuliere </cursief><cursief>urnennis</cursief>: een
                                    nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van
                                    asbussen, met of zonder urnen;</al></li><li nr="j)"><al><cursief>g</cursief><cursief>edenkplaats</cursief>: een plaats
                                    ingericht om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="k)"><al><cursief>v</cursief><cursief>erstrooiingsplaats</cursief>: een
                                    plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="l)"><al><cursief>gedenkteken</cursief>: voorwerp op het graf voor het
                                    aanbrengen van opschriften, figuren of rand;</al></li><li nr="m)"><al><cursief>gedenkplaat</cursief>: afdekplaat voor de
                                    urnennis;</al></li><li nr="n)"><al><cursief>g</cursief><cursief>rafbedekking</cursief>: gedenkteken
                                    en/of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of
                                    verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="o)"><al><cursief>g</cursief><cursief>rafbeplanting</cursief>:
                                    winterharde beplanting die door de rechthebbende en/of gemeente
                                    op een graf wordt/is aangebracht;</al></li><li nr="p)"><al><cursief>b</cursief><cursief>eheerder</cursief>: de ambtenaar
                                    die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of
                                    degene die hem vervangt;</al></li><li nr="q)"><al><cursief>r</cursief><cursief>echthebbende</cursief>: natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is
                                    verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of
                                    een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijs
                                    geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="r)"><al><cursief>v</cursief><cursief>ergunninghouder</cursief>: degene
                                    aan wie een vergunning is verleend voor het plaatsen van een
                                    grafbedekking;</al></li><li nr="s)"><al><cursief>b</cursief><cursief>elanghebbende</cursief>: de
                                    belanghebbende van een graf of een urnenruimte;</al></li><li nr="t)"><al><cursief>g</cursief><cursief>ebruiker</cursief>: natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een
                                    ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is
                                    verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden
                                    in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="u)"><al><cursief>c</cursief><cursief>olumbarium</cursief>: een
                                    voorziening, ingericht voor de uitgifte van particuliere
                                    urnennissen; </al></li><li nr="v)"><al><cursief>s</cursief><cursief>choonhouden</cursief>: het tweemaal
                                    per jaar reinigen van het gedenkteken;</al></li><li nr="w)"><al><cursief>a</cursief><cursief>lgemeen kindergraf</cursief>: een
                                    daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats, bestemd als
                                    graf, bij de gemeente in beheer, voor overledenen van ten
                                    hoogste 12 jaar;</al></li><li nr="x)"><al><cursief>immatuur</cursief>: een na een zwangerschapsduur van
                                    minder dan 24 complete weken (168 dagen) levenloos ter wereld
                                    gekomen menselijke vrucht;</al></li><li nr="y)"><al><cursief>immaturen</cursief><cursief>veld</cursief>: een
                                    daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats, bij de
                                    gemeente in beheer, waarin aan een ieder de gelegenheid wordt
                                    geboden tot het doen begraven van een immatuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Uitbreiding begrip particulier graf en algemeen graf.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing vanhet bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder "particulier
                                graf" mede verstaan: particulier kindergraf, partuculier urnengraf,
                                particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder “algemeen graf” mede
                                verstaan: algemeen urnengraf en algemeen kindergraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Openstelling begraafplaats.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende
                                door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het
                                college maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de
                                toegang tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het
                                publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Ordemaatregelen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder,
                                werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te
                                verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te
                                rijden:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>zonder toestemming van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn
                                buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor een begrafenis of voor
                                het vervoeren van materialen;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>sneller dan 10 km per uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het
                                vierde lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaats op enigerlei wijze reclame te
                                maken voor handel, beroep of bedrijf;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Plechtigheden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel> - Opgravingen en ruimen.</titel></kop><al>1.Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
                                toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan
                                degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of
                                verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder.
                                De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als
                                werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het
                                lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de
                                kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en
                                het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag
                                schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr><titel>– Gebruik materiaal voor stoffelijke omhulsels.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of ander
                                omhulsel, eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die voldoen
                                aan de in de volgende twee leden opgenomen eisen:&#x2028;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de volgende onderdelen
                                of bewerkingen de volgende kunststoffen of toepassingen van
                                kunststoffen toegelaten:</al><lijst><li nr="a."><al>S<cursief>paanplaat: v</cursief>erlijmde
                                        houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaat bevat niet meer dan
                                        10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100
                                        gram plaatmateriaal. Gemeten met de fotometrische methode is
                                        dit 8 mg formaldehyde per 100 gram droog plaatmateriaal
                                        (normuitgave NEN-EN 120 uit 1991).&#x2028;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Lijm:</cursief>&#x2028; verwerkt in houtspaanplaat:
                                        ureumformaldehyde-lijm of isocyanaat-lijm;&#x2028;verwerkt in
                                        schottenlijm: ureumformaldehyde-lijm en/of
                                        PVAC-lijm;&#x2028;verwerkt in perslijm: PVAC lijm -
                                        polyvinylacetaat;&#x2028;verwerkt in constructielijm: PVAC lijm -
                                        polyvinylacetaat.&#x2028;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Lak: n</cursief>Nitrocelluloselak dan wel een
                                        combinatielak van nitrocellulose, alkydharsen, en -eventueel
                                        - polyesterharsen.&#x2028;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Handgrepen, sierschroeven en andere
                                            ornamenten:</cursief>&#x2028; handgrepen, ornamenten en
                                        accessoires van graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te
                                        worden in vergankelijk materiaal, dan wel van buitenaf
                                        verwijderd te kunnen worden.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Hoofdkussen of hoofdsteun:</cursief>&#x2028; Zak van
                                        vergankelijk materiaal gevuld met houtkrullen of kartonnen
                                        hoofdsteun.&#x2028;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Binnenbekleding:</cursief>&#x2028; niet geïmpregneerd
                                        papier aan de binnenkant van de deksel en de wanden; katoen,
                                        zijde, rayon, of cellulose-acetaat dan wel een mengsel van
                                        genoemde stoffen, en wel zo dat de stof van de
                                        binnenbekleding niet in één stuk over de bodem en wanden van
                                        de kist wordt gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk
                                        stof wordt gebruikt.&#x2028;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Bodembedekking: </cursief>&#x2028;niet-geïmpregneerd
                                        papier op de bodem, al dan niet voorzien van een extra
                                        celstof onderlegger.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Print en kantenband:</cursief>&#x2028; basispapier op
                                        edelcellulosebasis met anorganische pigmenten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te
                                voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Do</cursief><cursief>orlaatbaarheid</cursief>&#x2028;:</al><lijst><li nr="i."><al><cursief>V</cursief><cursief>an water</cursief>:
                                                gedurende zeven dagen voortdurend contact met water
                                                van 5°C en 20°C bij pH = 7,0 mag het materiaal niet
                                                meer dan 1 mg vloeibaar water per vierkante meter
                                                per uur doorlaten, gemeten volgens norm DIN 53122 of
                                                een vergelijkbare norm.&#x2028;</al></li><li nr="ii."><al><cursief>Van gas</cursief>: na veertien dagen mag de
                                                doorlaatbaarheid voor gasvormig kooldioxide, gemeten
                                                volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm,
                                                niet minder zijn dan 150 ml per vierkante meter per
                                                uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per
                                                vierkante meter per uur.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>&#x2028;<cursief>Mechanische eigenschappen</cursief>&#x2028;</al><lijst><li nr="i."><al><cursief>Treksterkte</cursief>: de treksterkte van
                                                het materiaal en van de lasverbindingen mag niet
                                                minder bedragen dan 1 N per millimeter, gemeten
                                                volgens norm DIN 53455 of een vergelijkbare
                                                norm.&#x2028;</al></li><li nr="ii."><al><cursief>Vouwbestendigheid</cursief>: als het
                                                materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende
                                                dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per
                                                vierkante centimeter, mag het materiaal in de vouw
                                                geen scheur vertonen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><cursief>Vorm</cursief><cursief>: </cursief>&#x2028;Gedurende twee
                                        jaar opslag bij 20°C mag de krimp in de lengte- en
                                        breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens
                                        norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm.&#x2028;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Biologische afbreekbaarheid:</cursief>&#x2028;Het
                                        materiaal van de lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer
                                        dan 98% te worden afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D
                                        5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm. Daarnaast dienen
                                        uit de lijkhoezen, zowel bij de biologische afbraak als bij
                                        crematie, geen schadelijke stoffen vrij te komen. Voor zware
                                        metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde
                                        koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse
                                        Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk
                                        te stellen norm. Voor de bepaling hiervan dient gebruik te
                                        worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een
                                        vergelijkbare norm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van
                                begraven of verbranden zijn afgestemd, zijn toegestaan bij begraven
                                of verbranden mits zij voldoen aan de hierboven gestelde eisen van
                                doorlatendheid voor lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover
                                deze omhulsels dan wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden
                                voorafgaand aan het begraven of verbranden.&#x2028;&#x2028;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Geluidsinstallatie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de geluidsinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur
                                van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop hiervan gebruik
                                gemaakt zal worden, worden aangevraagd bij de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geluidsinstallatie staat voor iedere plechtigheid gedurende een,
                                per keer vooraf te bepalen tijdsduur, ter beschikking van de
                                aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Over te leggen stukken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de grafrusttermijn van 20 jaar afloopt, kan
                                alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                                uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de grafrusttermijn van 20
                                jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Begravingen van een immatuur of menselijke vrucht mag slechts
                                geschieden indien van tevoren een verklaring van een arts is
                                overlegd waarin staat dat de menselijk vrucht jonger is dan 24
                                complete weken (168 dagen zwangerschap).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde verklaring toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Tijden van begraven en asbezorging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is op werkdagen van
                                10.00 uur tot 14.30 uur en op zaterdagen van 09.00 uur tot 13.00
                                uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- Indeling graven en asbezorging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>particuliere graven;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>algemene graven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de particuliere graven. Het college bepaalt tevens bij nader vast te
                                stellen regels de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere
                                graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn
                                vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan gedeelten van de begraafplaats aanwijzen voor
                                asverstrooiing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>particuliere kindergraven;</al></li><li nr="b)"><al>algemene kindergraven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kan een gedeelte worden aangewezen waarin aan
                                een ieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een
                                immatuur of onrijpe menselijke vrucht. Voor een begraven immatuur
                                geldt een termijn van 20 jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel> - Aantal overledenen in algemene graven.</titel></kop><al>1.Het college bepaalt bij nader vast te stellen uitvoeringsregels
                                hoeveel lijken er kunnen worden bijgezet in de algemene graven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel> - Volgorde van uitgifte.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving
                                        en in volgorde van ligging uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan
                                        voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte,
                                        indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet
                                        bezwaarlijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel> – Categorieën.</titel></kop><al>1.Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                                particuliere graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor
                                de verschillende categorieën de situering en
                                    oppervlakte<cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel> – Uitgiftetermijnen particuliere graven.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte
                                        van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen
                                        schriftelijk in te dienen aanvraag, voor onbepaalde tijd en
                                        voor de tijd van twintig, dertig of veertig jaar recht op
                                        een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum
                                        waarop het particuliere graf is uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijnen
                                        beginnen te lopen op de datum waarop de uitgifte heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt
                                        op aanvraag van de rechthebbende verlengd, telkens met een
                                        termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het
                                        verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. </al></li><li nr="4."><al>Het college zal de rechthebbende tenminste één jaar voor de
                                        afloop van de termijn genoemd in het eerste lid van dit
                                        artikel schriftelijk op de mogelijkheid van verlenging
                                        attenderen. Als het adres van de rechthebbende niet bekend
                                        is, geschiedt het attenderen door mededeling op het
                                        mededelingenbord op de begraafplaats en door het plaatsen
                                        van een bordje bij het graf gedurende tenminste één
                                        jaar.</al></li><li nr="5."><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                        rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en
                                        voor de personen genoemd in het eerste lid van artikel 17.
                                        Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is
                                        slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
                                        bestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel> - Grafkelder</titel></kop><al>1.Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf
                                vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen
                                aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen
                                voorwaarden op een daartoe aangewezen gedeelte van de
                                begraafplaats</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel> - Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het in het eerste lid van artikel 15 bedoelde recht kan op
                                        aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam
                                        van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon;</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op
                                        particuliere graf worden overgeschreven op naam van een
                                        natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag
                                        hiertoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden
                                        van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in
                                        het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met
                                        zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het
                                        verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden
                                        gedaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag
                                        tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen
                                        de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is
                                        het college bevoegd het recht op het particuliere graf te
                                        doen vervallen.</al></li><li nr="4."><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn
                                        van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog
                                        op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit
                                        recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels
                                        op kosten van de gemeente is geruimd</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel> - Afstand doen van graven</titel></kop><al>1.Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                                rechthebbende schriftelijk afstand doen van het recht op het
                                particuliere graf ten behoeve van de gemeente. Van de ontvangst van
                                zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de
                                rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel> - Vergunning grafbedekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het hebben van een grafbedekking is de schriftelijke
                                        vergunning nodig van het college. Bij algemene graven wordt
                                        de vergunning gesteld op naam van de aanvrager van de
                                        opdrachtgever of belanghebbende.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de
                                        vergunning aan voor het hebben van een grafbedekking.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze
                                        van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen
                                        van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels
                                                genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b)"><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                                begraafplaats;</al></li><li nr="c)"><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende
                                                is;</al></li><li nr="d)"><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk
                                                is;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel> - Onderhoud door de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college voorziet in het, na verzakking, opnieuw stellen
                                        van het gedenkteken op de algemene graven met uitzondering
                                        van die waarvan de onderhoudsstaat, de constructie en/of de
                                        aard van de materialen een risico vormen tot beschadiging
                                        van het gedenkteken.</al></li><li nr="2."><al>Voor particulieren geldt dat zij bij het college een
                                        aanvraag kunnen indienen voor het laten rechtzetten van het
                                        gedenkteken.</al></li><li nr="3."><al>Het college voorziet in het schoonhouden van het gedenkteken
                                        op particuliere graven, indien de rechthebbende hiertoe een
                                        schriftelijk verzoek heeft ingediend bij de beheerder en de
                                        daarvoor geldende rechten heeft betaald.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan een verzoek als bedoeld in het tweede lid
                                        van dit artikel weigeren indien de staat van onderhoud, de
                                        constructie en/of de aard van de materialen een verhoogd
                                        risico vormen tot beschadiging van het gedenkteken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>- Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 19 bedoelde gedenktekens, beplantingen of
                                        andere grafbedekkingen worden geacht voor rekening en risico
                                        van de rechthebbende of vergunninghouder te zijn
                                        aangebracht. </al></li><li nr="2."><al>Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst,
                                        wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, of
                                        ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een
                                        grafbedekking ten behoeve van een bijzetting, en eventuele
                                        gevolgschade voor derden, is voor rekening van de
                                        rechthebbende of vergunninghouder.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende van een particulier graf of de
                                        vergunninghouder is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                        onderhouden of te herstellen.</al></li><li nr="4."><al>Indien de rechthebbende of gebruiker nalaat de grafbedekking
                                        behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college
                                        de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de
                                        gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde
                                        blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de
                                        rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de
                                        gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht
                                        is.</al></li><li nr="5."><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                        rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                        schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van
                                        de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of
                                        de gebruiker niet bekend is, maakt het college de verklaring
                                        bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord
                                        bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
                                        aangebracht.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per
                                        aanschrijving verplichten een beschadiging aan de
                                        grafbedekking te herstellen binnen de door het college
                                        gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze
                                        naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van
                                        de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de
                                        grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel> - Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>1.Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde
                                staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat
                                aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen,
                                planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn,
                                door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke
                                voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden
                                van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van
                                de belanghebbende, indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft
                                ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel> - Verwijdering grafbedekking na verstrijken van uitgifte
                                termijn </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de
                                        uitgiftetermijn van een graf door het college worden
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt
                                        het college tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                        waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan
                                        de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft,
                                        aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de
                                        rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het
                                        college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking
                                        gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                        waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                        van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                        de begraafplaats bekend.</al></li><li nr="3."><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na het
                                        verstrijken van de uitgiftetermijn is afgehaald, vervalt
                                        deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige
                                        vergoeding verplicht is. </al></li><li nr="4."><al>De rechthebbenden op graven zijn verplicht bij begraving in
                                        of voor noodzakelijk onderhoud aan belendende graven, de
                                        tijdelijke verwijdering toe te staan van al hetgeen op of om
                                        hun graven is geplaatst of geplant.</al></li><li nr="5."><al>Bij de begraving of bijzetting in, de ruiming van en
                                        opgraving uit graven, dient het afnemen en aanbrengen van
                                        daarop aanwezige grafbedekking en het openen en sluiten van
                                        grafkelders door een erkende steenhouwer of gemeente te
                                        geschieden en voor rekening van de rechthebbende.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>- Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het verstrijken van een grafrusttermijn van tenminste 20 jaar
                                kunnen graven worden geruimd. Dit geldt voor alle graven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste
                                één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf bekend gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                de begraafplaats op het mededelingenbord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden (her)begraven en de as uit de asbus wordt verstrooid op een
                                daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
                                graf, kunnen gedurende de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
                                termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de
                                menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor
                                crematie of herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene
                                waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen
                                graf, kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter
                                beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of elders opnieuw te doen (her)begraven. De rechthebbende
                                op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de
                                beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>GEDEELTE VOOR ROOMS-KATHOLIEK KERKGENOOTSCHAP ERMELO</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>- Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid (gaat
                                over openstelling) 11, tweede lid (over indeling begraafplaats),14
                                (gaat over categorieën graven) en 19, tweede lid (gaat over
                                vergunning grafbeplanting) van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking staat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis
                                dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel
                                behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college
                                onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen
                                dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE
                            GRAFBEDEKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>– Lijst historische graven e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>INRICHTING REGISTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>- Intrekking oude regeling</titel></kop><al>1.De beheersverordening begraafplaats 2001, vastgesteld door de raad op
                            23 mei 2001, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>- Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college, die genomen zijn krachtens de oude
                                verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>- Strafbepaling</titel></kop><al>1.Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt gestraft met
                            een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na bekendmaking in ……………
                            of per 01/02/2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Beheersverordening algemene
                            begraafplaats gemeente Ermelo 2014”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering 16 januari 2014.</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP ENKELE BEPALINGEN</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Beheersverordening Begraafplaats Ermelo is gebaseerd op de modelverordening
                    van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2010), doch is aangepast op de
                    specifieke Ermelose situatie.</al><al>Artikel 1.</al><al>De begripsbepalingen in de “Beheersverordening” en in de Verordening
                    begraafplaatsrechten” dienen zoveel mogelijk gelijkluidend te zijn.</al><al>Het begrip "vergunninghouder" houdt verband met het fenomeen dat ook op algemene
                    graven gedenktekens worden aangebracht, terwijl hier geen sprake is van een
                    rechthebbende. Het begrip "rechthebbende" is namelijk voorbehouden voor degene
                    aan wie het uitsluitend recht is verleend op een particulier graf.</al><al>Het begrip "schoonhouden" is opgenomen om de huidige reeds jarenlang bestaande
                    praktijk vast te leggen.</al><al>Artikel 2.</al><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf en particulier urnennis gelden
                    vrijwel dezelfde rechten en plichten.</al><al>Artikel 3, derde lid.</al><al>Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen
                    die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor
                    bezoekers.</al><al>Artikel 4, eerste lid </al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen
                    als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden
                    voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te treden.</al><al>Artikel 5.</al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling zes dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen
                    dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de
                    wet uiterlijk op de zesde dag na overlijden geschieden. Bijeenkomsten die het
                    karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een
                    openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de
                    burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb. 1968, 157). Naast
                    hetgeen is bepaald in het tweede lid van dit artikel geldt altijd hetgeen is
                    bepaald in artikel 4, het vierde en vijfde lid. </al><al>Artikel 6.</al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. Uiteraard gelden voor ruimingen nog andere wettelijke eisen. In dit
                    artikel gaat het om een ordemaatregel.</al><al>Artikel 7, eerste lid.</al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd. De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op
                    een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al>Artikel 7, tweede lid.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats
                    nodig, ook om redenen van veiligheid, in het bijzonder bij het openen en het
                    sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het
                    personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen
                    bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen
                    verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware
                    lichamelijke inspanning vragen. </al><al>Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf
                    en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal door het
                    personeel van de begraafplaats moeten geschieden.</al><al>Ingevolge de uitbreiding van de begripsomschrijving particulier graf in artikel
                    2 geldt deze bepaling ook voor het plaatsen c.q verwijderen van asbussen en
                    urnen in c.q. uit een particulier urnengraf of urnennis.</al><al>Artikel 7a</al><al>Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een kist of ander
                    omhulsel vervaardigd te zijn van biologisch afbreekbare materialen.</al><al>Op grond van het Besluit op de lijkbezorging 2013 dient een lijkhoes vervaardigd
                    te zijn van biologisch afbreekbare materialen. Omdat niet is vastgelegd binnen
                    welke termijn en op welke wijze dit proces dient plaats te vinden, zijn hiervoor
                    aanvullende bepalingen opgenomen.</al><al>Artikel 9, eerste lid.</al><al>De wet vereist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de afdeling Publiekszaken. Hierbij aansluitend is het gewenst om
                    de beheerder van de begraafplaats een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan
                    de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan.</al><al>Artikel 9, tweede lid.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er mag van
                    worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf, indien
                    deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet.</al><al>Artikel 9, derde lid</al><al>De wettelijke grafrusttermijn (10 jaar) is de termijn dat een lijk volgens de
                    wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. In Ermelo
                    wordt in afwijking op de wettelijke grafrusttermijn voor alle graven een
                    grafrusttermijn aangehouden van 20 jaar. Dit geldt ook voor graven voor
                    immaturen. </al><al>Artikel 10</al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag (ook op
                    zaterdag) gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd. De
                    verplichting geldt volgens de wet niet op de zondag en de algemeen erkende
                    feestdagen. De in dit artikel genoemde tijdstippen betreffen de aanvang van de
                    plechtigheid (begraving of asbezorging) bij het graf/columbarium. Dus niet de
                    eventuele samenkomst daar aan voorafgaand.</al><al>Artikel 11</al><al>Voor algemene kindergraven wordt een afzonderlijk deel van de begraafplaats
                    ingericht, waar een ieder gelegenheid heeft om overleden kinderen te begraven
                    van ten hoogste 12 jaar. De graven (3 lagen) worden in volgorde van ligging
                    uitgegeven. Een particulier kindergraf kan uitsluitend uitgegeven worden op de
                    daarvoor bestemde delen van de begraafplaats. </al><al>Artikel 13</al><al>Voor een efficiënt beheer van de begraafplaats is het bezwaarlijk wanneer graven
                    buiten volgorde van ligging worden uitgegeven. Een algemeen graf zal alleen bij
                    uitzondering buiten de volgorde van ligging worden toegewezen en als daar
                    gewichtige redenen voor bestaan. Wat wel en wat geen gewichtige redenen zijn
                    dient van geval tot geval bekeken te worden. Het college beslist op advies van
                    de beheerder. De huidige praktijk is, dat aan de nabestaanden (echtgenoot,
                    geregistreerd partner, levenspartner, bloedverwant of aanverwant tot en met de
                    derde graad) gelegenheid wordt geboden een extra particulier graf te nemen
                    aansluitend aan het graf van een pas overledene. Dit extra particulier graf
                    wordt niet gereserveerd, maar wordt direct op naam gesteld en in rekening
                    gebracht van de rechthebbende. </al><al>Indien de rechthebbende een grafkelder wil plaatsen, wordt het graf uitgegeven
                    meestal zonder dat voor directe begraving aanleiding is. Een grafkelder kan
                    meestal niet binnen de wettelijke termijn tussen een overlijden en de begraving
                    worden geplaatst. Daarom wordt hierin afgeweken van het artikel.</al><al>Voor urnennissen is het buiten volgorde uitgeven niet bezwaarlijk. Hiervoor
                    geldt dit artikel dus niet.</al><al>Artikel 14</al><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats, maar ook om de ligging en de aantallen
                    van verschillende categorieën graven (particuliere graven voor 20, 30 of 40
                    jaar, particuliere graven voor onbepaalde tijd en grafkelders) te kunnen
                    vaststellen.</al><al>Artikel 15</al><al>De bepaling dat de termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier
                    graf is uitgegeven, is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting.</al><al>Artikel 15, derde lid</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van
                    de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen
                    een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het
                    particuliere graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief,
                    hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat
                    de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Het is
                    van belang om de rechthebbenden mede te delen dat verlenging van de termijn
                    tijdig moet worden aangevraagd. Indien er ten tijde van de opheffing van de
                    begraafplaats nog rechten op particulier graven bestaan, zal in overleg met de
                    rechthebbenden op die graven moeten worden bezien welke beslissingen er ten
                    aanzien van die graven zullen worden genomen.</al><al>Artikel 15, vijfde lid</al><al>Het vijfde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting
                    rechthebbende kan zijn indien, daarvoor gewichtige redenen bestaan. Op dit
                    moment zijn er een paar stichtingen bekend die zorg dragen voor het onderhoud
                    van graven van een bepaalde familie. Of er sprake is van gewichtige redenen zal
                    van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Het college beslist op advies van
                    de beheerder.</al><al>Artikel 16</al><al>Voor grafkelders zijn speciale gedeelten op de begraafplaats aangewezen. Tot nu
                    toe werd op een grafkelder standaard een grafrecht voor onbepaalde tijd
                    gevestigd. </al><al>Artikel 17, tweede en vierde lid</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen, die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte
                    en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in
                    het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om
                    slechts één persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de
                    termijn op zes maanden. Of er sprake is van gewichtige redenen om af te wijken
                    van het bepaalde zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Het college
                    beslist op advies van de beheerder. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de
                    termijn met de nodige soepelheid zal worden gehanteerd.</al><al>Artikel 18</al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen. Het verkopen van een graf aan derden teneinde dat
                    deze het graf met winstoogmerk zou kunnen exploiteren is echter niet toegestaan,
                    gezien het bepaalde in artikel 17, tweede lid.</al><al>Artikel 19</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en particuliere
                    graven. De grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en
                    materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. De vergunningseis omvat
                    zowel het gedenkteken als winterharde beplantingen en andere voorwerpen. Het
                    vierde lid, sub b dient als basis om te kunnen optreden tegen bijvoorbeeld
                    eventuele racistische of andere aanstootgevende uitingen of symbolen.</al><al>Artikel 20</al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten. Omdat bloemen en eenjarige planten
                    eigendom zijn van de rechthebbende op de particuliere graven, is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de
                    rechthebbenden telkenmale per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om in de
                    voorlichting op het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen
                    bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen
                    niet te snel te verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de
                    sfeer van de begraafplaats.</al><al>Artikel 21</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen.</al><al>Artikel 22</al><al>Het tweede lid is conform de huidige praktijk, dat de steenhouwer die
                    betreffende steen heeft geplaatst, de steen ook verwijderd en herplaatst als er
                    een bijzetting in het graf moet plaatsvinden. Omdat het kan voorkomen, dat geen
                    steenhouwer bekend is of dat de steenhouwer niet in staat is dit tijdig te doen,
                    zal de gemeente hiervoor zorg moeten dragen. In verband daarmee wordt hiervoor
                    in de Verordening begraafplaatsrechten een tarief bepaald.</al><al>Artikel 23</al><al>De grafbedekking wordt beschouwd als het privé-eigendom van de rechthebbende op
                    een particulier graf dan wel degene aan wie vergunning is verleend tot het
                    hebben van een grafbedekking op een algemeen graf. Het onderhoud en zo nodig
                    herstellen van de grafbedekking is daarom primair een verantwoordelijkheid en
                    plicht van de rechthebbende c.q. vergunninghouder.</al><al>Artikel 24</al><al>In geval van ruiming van een particulier of algemeen graf kunnen rechthebbende
                    of nabestaanden besluiten om de stoffelijke resten opnieuw te laten begraven in
                    een ander graf c.q. op een andere begraafplaats, maar ze kunnen ook besluiten om
                    de stoffelijke resten te laten cremeren. </al><al>Hier is van toepassing de Wet op de lijkbezorging (Wlb): Artikel 31, lid 3 (Wlb)
                    biedt deze mogelijkheid van crematie van de overblijfselen in geval van ruiming.
                    Artikel 29, lid 3 (Wlb) bepaalt dat hiervoor een schriftelijk verlof is vereist
                    van de officier van justitie. Artikel 18, lid 1 (Wlb) bepaalt, dat een dergelijk
                    verzoek moet worden aangevraagd door degene (nabestaande) die (destijds) het
                    verlof tot begraven heeft aangevraagd, dan wel degene die redelijkerwijze geacht
                    kan worden in diens plaats te zijn getreden. Voorts bepaalt dit artikel, dat
                    lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de
                    overledene. Cremeren van de overblijfselen zal derhalve slechts in bijzondere
                    gevallen plaatsvinden, bijvoorbeeld wanneer pas later (na de begrafenis) is
                    komen vast te staan, dat de wens van de overledene was om te worden
                    gecremeerd.</al><al>Artikel 24, eerste lid</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede
                    ervaringen opgedaan met bordjes van 15x10 cm in onopvallende kleur. De
                    mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen
                    wordt ten minste een jaar van tevoren gedaan, zowel aan de rechthebbende op een
                    graf als aan degene die koos voor een plaats in een algemeen graf en daarop een
                    grafbedekking aanbracht.</al><al>Artikel 25</al><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de wet onder het beheer van de gemeente. Hierdoor is
                    ook de Beheersverordening op dit gedeelte van toepassing. Het college is dus
                    verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op het ter beschikking van de kerk
                    gestelde gedeelte. Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om
                    voor dit deel ten aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen
                    die afwijken van de nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de
                    begraafplaats. Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het
                    college bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig
                    is van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijke deel. Het
                    betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende verplicht is (artikel 21,
                    22). In de praktijk kunnen zich verschillende soorten van gevallen voordoen. Zo
                    kan bijvoorbeeld de rechthebbende op een graf nalatig zijn, wellicht omdat deze
                    niet in staat is om voor de grafbedekking te zorgen. Soms waakt een
                    kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer in leven zijn. </al><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om telkenmale
                    als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te
                    worden geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                    kerkgenootschap kan zich dan telkenmale beraden hoe te handelen. Op de
                    gemeentelijke begraafplaats betreft dit het Rooms Katholiek gedeelte. Voor
                    graven die vallen onder de zorg van Sonneheerdt kan dezelfde regeling als
                    bedoeld onder 2 en lid 3 worden toegepast.</al><al>Artikel 26</al><al>Met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft, wil
                    de gemeente en het na verzakking opnieuw stellen van het historisch gedenkteken
                    aan zichzelf houden. </al><al>De rechthebbende kan het schoonhouden aan de gemeente uitbesteden tegen de in
                    rekening gebrachte kosten. Er wordt ervan uitgegaan dat slechts een beperkt
                    aantal rechthebbenden van deze mogelijkheid gebruik maakt.</al><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen
                    door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. </al><al>Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, dat herinnert aan
                    een reeds lang verdwenen nijverheid. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen. De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige
                    graven.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>