<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32051_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad,2010, 42</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-04-16</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/190</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1. Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Regeling onkostenvergoeding van 1 januari 2001</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en
                                147 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><lijst><li nr="A."><al>In te trekken de Regeling onkostenvergoeding wethouders 2001, zoals
                                vastgesteld op 19 februari 2001.</al></li><li nr="B."><al>Vast te stellen de volgende Verordening rechtspositie wethouders
                                2010, luidende</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders 2010</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="b."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="c."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder krijgt een onkostenvergoeding voor overige, aan de
                                uitoefening van het ambt gerelateerde, kosten. Deze vergoeding is
                                gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse "vanaf 18.001 inwoners",
                                vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. Voor
                                de wethouder die conform de bepalingen uit artikel 8 de beschikking
                                krijgt over een mobiele telefoon, wordt de vergoeding in dit artikel
                                gekort met 9%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten gemaakt voor de uitoefening van het ambt van wethouder,
                                dienen uit de onkostenvergoeding, bedoeld in lid 1, te worden
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onkostenvergoeding is opgebouwd uit de volgende
                                kostencomponenten: </al><lijst><li nr="-"><al>Representatie</al></li><li nr="-"><al>Vakliteratuur</al></li><li nr="-"><al>Contributies en/of lidmaatschappen</al></li><li nr="-"><al>Telefoonkosten</al></li><li nr="-"><al>Bureaukosten, porti</al></li><li nr="-"><al>Zakelijke giften</al></li><li nr="-"><al>Representatieve ontvangsten aan huis</al></li><li nr="-"><al>Excursies</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kosten met betrekking tot de in lid 3 genoemde componenten kunnen
                                niet worden gedeclareerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zakelijke reis- en verblijfskosten binnen Nederland</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder krijgt naast de onkostenvergoeding bedoeld in artikel
                                2, een vergoeding voor reiskosten ten behoeve van de gemeente
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbaar vervoer en van een taxi: een
                                        volledige vergoeding van alle noodzakelijk gemaakte
                                        reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                        bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                        gemaakte verblijfkosten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder, die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te
                                maken, heeft hiervoor toestemming nodig van het college van
                                burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt van het besluit
                                van het college van burgemeester en wethouders op de hoogte
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die het voornemen voorlegt aan het college van
                                burgemeester en wethouders, geeft informatie over het doel van de
                                reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de omvang en de aard van
                                het gezelschap en de geraamde hoogte van de kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het meereizen van de partner van de wethouder op kosten van de
                                gemeente, dient de wethouder vooraf toestemming te verkrijgen van
                                het college. Het meereizen van de partner moet worden aangegeven bij
                                de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is wel
                                toegestaan onder de voorwaarde dat dit wordt vermeld bij de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis in verband met
                                vakantie is wel toegestaan onder de voorwaarde dat dit is opgenomen
                                in de aanvraag. De extra verblijfkosten komen volledig voor rekening
                                van de wethouder.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van alle buitenlandse reizen wordt een verantwoordingsverslag
                                opgemaakt en gepubliceerd op de gemeentelijke website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient een gemotiveerde aanvraag bij het college in. De
                                wethouder verstrekt inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Computer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor de
                                uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en
                                software in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover sprake is van een belastingheffing in verband met een ten
                                laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid,
                                ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar
                                een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een
                                periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan
                                van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                                software welke het college aan wethouders in bruikleen ter
                                beschikking gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                beschikking is gesteld, ontvangt de wethouder voor de uitoefening
                                van het ambt een vergoeding van € 250,-bruto per jaar voor de
                                aanschaf/het gebruik van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                software.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid genoemde vergoeding wordt jaarlijks uitbetaald
                                in de maand juni.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wethouder die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                                wethouder is geweest ontvangt de vergoeding, bedoeld in het tweede
                                lid, naar evenredigheid van het aantal maanden dat hij in dat jaar
                                wethouder is geweest. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag krijgt de wethouder, voor de uitoefening van zijn ambt,
                                een mobiele telefoon in bruikleen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk als de wethouder
                                gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. De
                                bezoldiging wordt verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                                bedoeld in de voor de gemeenteambtenaren geldende Fietsregeling
                                gemeente Tilburg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft aanspraak op een vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 3,4,5 en
                                10 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, welke door het
                                college is vastgesteld, als deze kosten uit eigen middelen zijn
                                voorgeschoten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder dient het ondertekende declaratieformulier met de
                                originele bewijsstukken binnen 3 maanden ter goedkeuring in bij de
                                gemeentesecretaris of bij een door de gemeentesecretaris aangewezen
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 3,4,5 en 10 kan
                                plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de wethouder van de
                                voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 3
                                maanden in bij de gemeentesecretaris of bij een door de
                                gemeentesecretaris aangewezen ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 3,4 en 10 kan
                                plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke
                                creditcard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                bruikleen gegeven voor uitgaven die voor vergoeding of
                                tegemoetkoming ten laste van de gemeente in aanmerking komen. Aan de
                                verstrekking van de creditcard kunnen voorwaarden worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking en
                                intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag wordt
                                aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen van contant
                                geld wordt gewenst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 3 maanden
                                ingediend bij de gemeentesecretaris of bij een door de
                                gemeentesecretaris aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                direct ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de
                                gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt, mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Re-integratiefaciliteiten gewezen wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Belanghebbende: hij die ophoudt wethouder te zijn en in het
                                    genot is van een uitkering op grond van artikel 131 tot en met
                                    136 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.</al></li><li nr="2."><al>Re-integratiefaciliteiten: ondersteunende maatregelen die er op
                                    zijn gericht belanghebbende op een zo kort mogelijke termijn
                                    weer aan het arbeidsproces te laten deelnemen en zodoende een
                                    zelfstandig inkomen te verwerven. </al></li><li nr="3."><al>Re-integratie/outplacementbureau: bureau of organisatie bij
                                    voorkeur aangesloten bij een brancheorganisatie voor
                                    re-integratie en loopbaanbegeleiding/loopbaanontwikkeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Toekenning re-integratiefaciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders besluit op aanvragen over
                                de toekenning van re-integratiefaciliteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van de re-integratiefaciliteiten komen voor rekening van
                                de gemeente tot een bedrag van €10.000,00. Burgemeester en
                                wethouders sluiten daartoe een schriftelijke overeenkomst met de
                                organisatie bedoeld in artikel 15 lid 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Maximale toekenningsduur</titel></kop><al>De re-integratiefaciliteiten worden slechts toegekend indien de
                            overeenkomst, betreffende de verplichting tot het aangaan van de
                            re-integratiefaciliteiten, is aangegaan binnen drie maanden na de dag
                            van aftreden van belanghebbende en de betreffende activiteiten uiterlijk
                            binnen een jaar na de dag van aftreden daadwerkelijk van start
                            gaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitleg hoofdstuk</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit hoofdstuk niet of niet in redelijkheid
                            voorziet zijn burgemeester en wethouders bevoegd een voorziening te
                            treffen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 25 juni 2010 en werkt terug tot en
                            met 16 april 2010. Vanaf die datum wordt de verordening Regeling
                            onkostenvergoeding van 1 januari 2001 ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, vindt op vier niveaus plaats,
                    te weten bij wet, AMvB, ministeriële regeling en gemeentelijke verordening.
                    Wettelijk is voor wethouders in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
                    (Appa) de uitkering na aftreden en het pensioen geregeld. In de Gemeentewet is
                    aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van wethouders moet
                    worden geregeld bij AMvB. Daartoe zijn tot stand gekomen het
                    Rechtspositiebesluit wethouders. Enkele vergoedingen voor wethouders die gelijk
                    zijn aan die voor rijksambtenaren, maar voor hen voorheen in verschillende
                    regelingen waren opgenomen waarnaar in het verleden werd verwezen, zijn om
                    pragmatische redenen sinds 1 januari 2004 opgenomen in een ministeriële
                    regeling, de Regeling rechtspositie wethouders. In deze wetten en nadere
                    regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen
                    geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de
                    verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend
                    geregeld in dwingende bepalingen. Voor secundaire voorzieningen, zoals
                    bijvoorbeeld een regeling tegemoetkoming in de kosten van een
                    ziektekostenverzekering geldt dat de gemeente de vrijheid heeft om deze
                    voorzieningen te treffen. </al><tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</tussenkop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten
                    laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent dat de
                    rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn
                    in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                    Regeling rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie
                    wethouders. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een ontslaguitkering en
                    pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.</al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2 vaste onkostenvergoeding</tussenkop><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder verbonden
                    kosten. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende
                    kostencomponenten:</al><al>-Representatie</al><al>Representatie (koffie, thee, hapjes, drankjes, etentjes met zakelijke relaties,
                    attenties e.d.). Ook behoren onder deze categorie de noodzakelijke kosten voor
                    de representatie die de partner maakt in verband met de functie-uitoefening door
                    de wethouder. Voorbeelden zijn uitgaven en (reis)kosten verbonden aan bezoeken
                    van zieken, bejaarden, honderdjarigen en het bijwonen van georganiseerde
                    activiteiten, bijeenkomsten en recepties.</al><lijst><li nr="-"><al>Vakliteratuur</al><al> Uitgaven voor (abonnementen voor) vakliteratuur, losbladige uitgaven
                            naslagwerken.</al></li><li nr="-"><al>Contributies, lidmaatschappen</al></li></lijst><al>Lidmaatschap vakbond, belangenvereniging, beroepsvereniging,
                    bestuurdersvereniging en dergelijke. Contributies en afdrachten aan de politieke
                    partij, contributie voor gezelligheidsverenigingen, rotary en dergelijke vallen
                    hier niet onder.</al><al>-Telefoonkosten</al><al>Deze component is bedoeld ter compensatie van het gebruik van de (vaste)
                    privételefoon. Een wethouder krijgt echter ook een mobiele telefoon (of
                    blackberry) ter beschikking gesteld. </al><al>in Tilburg gaan we uit van de situatie waarin de wethouder thuis zijn privé
                    telefoon niet gebruikt voor het uitoefenen van zijn functie maar in plaats
                    daarvan de zakelijke mobiele telefoon gebruikt. Daarom is in Tilburg de keuze
                    gemaakt om de onkostenvergoeding met 9% te korten. De wethouder die een mobiel
                    in bruikleen heeft van de gemeente, en verklaart dat de privé telefoon ook
                    gebruikt wordt voor de uitoefening van zijn functie, wordt niet gekort op deze
                    vergoeding (zie ook toelichting artikel 7 mobiele telefoon).</al><al>-Bureaukosten, porti</al><al>Pennen, potloden, papier, zakelijke agenda en dergelijke. Tevens de kosten voor
                    het verzenden van post en het kopiëren van stukken. </al><al>-Zakelijke giften</al><al>Hieronder vallen giften die de wethouder alleen als zodanig doet en die men als
                    privépersoon niet zou hebben gedaan, aan bijvoorbeeld inzamelingsacties,
                    collectes en dergelijke. In de regel voor plaatselijke en/of regionale
                    doeleinden. Giften aan een politieke partij of verkiezingscampagne vallen hier
                    niet onder.</al><al>-Ontvangsten thuis</al><al>Deze betreffen de kosten verbonden aan ontvangsten in de eigen woning die direct
                    verband houden met de uitoefening van het ambt in eigen huis (consumptieve
                    verstrekking e.d.). Het gaat hier om kleine ontvangsten die behoren bij de
                    ambtsuitoefening. Grotere ontvangsten die worden georganiseerd door de gemeente
                    en plaatsvinden bij de wethouder thuis vallen hier niet onder.</al><al>-Excursies.</al><al>Excursies waaraan wordt deelgenomen ten behoeve van de uitoefening van het
                    politieke ambt (eventueel inclusief reis- en verblijfskosten). </al><al>Sinds 1 januari 2001 zitten hierin niet langer de kostensoorten fax/pc en
                    cursussen en congressen.</al><al>Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip specifieke voorzieningen. De onkostenvergoeding
                    is in verband hiermee vanaf die datum neerwaarts bijgesteld.</al><al>De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001 niet meer onbelast worden
                    verstrekt. Om netto het</al><al>bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is het bedrag gebruteerd
                    tegen het belastingtarief van 52%. </al><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald.
                    Wel is in de</al><al>rechtspositiebesluiten voor wethouders het maximale bedrag van de
                    kostenvergoeding</al><al>aangegeven. In artikel 2 is de hoogte van de kostenvergoeding bepaald op het
                    maximale</al><al>bedrag. Ook de onkostenvergoeding kan door de raad op een lager bedrag worden
                    bepaald, dat echter niet lager mag zijn dan 80% van het door de minister
                    vastgestelde maximum.</al><al>Het bedrag van de kostenvergoeding is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1
                    januari herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. Hiervoor is in de
                    gemeente geen nadere besluitvorming nodig als in de verordening in algemene zin
                    is aangegeven of de onkostenvergoeding gelijk is aan het door de minister te
                    bepalen maximum of een percentage daarvan. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 zakelijke reis- en verblijfkosten </tussenkop><al>Zakelijke reiskosten, indien gemaakt met hetopenbaar
                    vervoer of met een taxi, volledig vergoed (mits in redelijkheid gemaakt) en
                    indien gemaakt met de eigen personenauto € 0,37 (2010) per afgelegde kilometer.
                    De kilometervergoeding is, voor zover die meer bedraagt dan € 0,19, belast.</al><al>Voor zakelijke kilometers kan, zoals gezegd, een onbelaste vergoeding worden
                    verleend van maximaal € 0,19 per kilometer, ongeacht het gebruikte
                    vervoermiddel. Vergoedingen die daarboven uitgaan zijn voor dat hogere deel
                    belast. In het Handboek loonheffingen 2007 (§ 18.5.3) wordt over de
                    kilometervergoeding opgemerkt:</al><al>Vergoedingen voor reiskosten die u naast de € 0,19 per kilometer betaalt, zijn
                    ook loon. Dat zijn</al><al>bijvoorbeeld vergoedingen voor parkeer- en tolgelden, voor (extra) afschrijving
                    en slijtage aan de auto, voor het inbouwen van een carkit of navigatiesysteem,
                    voor extra benzineverbruik wegens gebruik van een aanhangwagen of voor schade
                    aan de auto. Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden en voor
                    overeenkomstige verstrekkingen vallen onder de eindheffing.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid </al><al>gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed. De tarieven in het
                    voor het rijkspersoneel </al><al>geldende Reisbesluit buitenland zijn daarbij richtlijn. In de eerder genoemde
                    gedragscode zijn nadere </al><al>gedragsregels vastgesteld. Daarbij gaat het om expliciete besluitvorming in het
                    college over buitenlandse reizen en over uitnodigingen daartoe op kosten van
                    derden. </al><al>Maar ook om bijvoorbeeld de rekening en verantwoording achteraf (zowel
                    inhoudelijk als financieel), het </al><al>meereizen van de partner en het combineren van een dienstreis met een (direct
                    voorafgaande of </al><al>aansluitende) privéreis.</al><tussenkop>Artikel 5 Cursus, congres, seminar of symposium</tussenkop><al/><al>Deze kosten komen rechtstreeks voor rekening van de gemeente. Zij zijn in
                    verband hiermee uit de vaste onkostenvergoeding gehaald. Een onderscheid is
                    gemaakt tussen cursussen, congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het
                    gemeentelijk belang zijn georganiseerd en cursussen, congressen e.d. waaraan de
                    individuele wethouder in verband met de vervulling van het ambt van wethouder op
                    eigen initiatief deelneemt. De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen
                    hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de
                    vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld. Partijgebonden
                    bijeenkomsten kunnen niet ten laste van de gemeente worden gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Computer en internetverbinding</tussenkop><al>De grondslag voor deze faciliteit is te vinden in de rechtspositiebesluiten voor
                    wethouders. </al><al>Voor de uitoefening van het ambt van wethouder wordt een computer met
                    bijbehorende apparatuur en software in bruikleen beschikbaar gesteld. </al><al>Indien geen computer ter beschikking wordt gesteld ontvangt de wethouder een
                    vergoeding van €250,00 bruto per jaar voor de aanschaf/gebruik van een computer
                    en bijbehorende apparatuur. Bijbehorende apparatuur is apparatuur die is bestemd
                    om aan de computer te worden gekoppeld om informatie uit te wisselen.
                    Voorbeelden hiervan zijn een modem, een printer, een fax en een digitale
                    fotocamera. Het bedrag is ook bedoeld voor reparatie en onderhoud van computer
                    en toebehoren. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 Mobiele telefoon</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen of verstrekkingen van een
                    mobiele telefoon geheel</al><al>onbelast als het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt.</al><al>In de vaste onkostenvergoeding is een component telefoonkosten opgenomen. Voor
                    deeltijdwethouders is dat 12% van de onkostenvergoeding en voor voltijd
                    wethouders 9%. Bij het verstrekken van een mobiele telefoon kan sprake zijn van
                    dubbeling. De component telefoonkosten kan om die reden verminderd worden.
                    Anderzijds is ook bij wethouders sprake van gebruik van de privé telefoon voor
                    zakelijke doeleinden. Bij de gemeente Tilburg krijgen de wethouders voor de
                    uitoefening van hun taak een mobiele telefoon in bruikleen. Uit inventarisatie
                    is gebleken dat sommige wethouders deze mobiele telefoons ook gebruiken voor
                    zakelijke gesprekken als zij thuis zijn. Daarmee vervalt het gebruik van de
                    privé telefoon om mee te bellen voor de uitoefening van de functie. In die
                    situatie zou er sprake kunnen zijn van een dubbeling voor vergoeding van
                    telefoonkosten.</al><al>Daarom is er voor gekozen om in artikel 2 in dat geval de vergoeding met 9% te
                    verlagen. </al><al/><tussenkop>Artikel 8 Spaarloonregeling/levensloopregeling</tussenkop><al>Een wethouder is een werknemer en kan dientengevolge gebruik maken van de
                    spaarloonregeling dan</al><al>wel de levensloopregeling. Wanneer de wethouder gebruik maakt van de
                    gemeentelijke</al><al>levensloopregeling is het niet toegestaan een levensloopbijdrage ten laste van
                    de gemeente te</al><al>verstrekken. De opbouw van de levensloopvoorziening mag uitsluitend ten laste
                    van de</al><al>wethoudersbezoldiging plaatsvinden. Aangezien wethouders geen verlof kennen, is
                    het slechts mogelijk dat de opgebouwde voorziening bij de beëindiging van het
                    wethouderschap wordt meegenomen naar een</al><al>volgende werkgever of dat uitbetaling ineens plaatsvindt.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Fietsregeling</tussenkop><al>Wethouders kunnen deelnemen aan de fietsregeling. Het gaat hier niet om een
                    rechtspositionele</al><al>aangelegenheid maar om een fiscale faciliteit voor werknemers. Het is niet
                    mogelijk een</al><al>‘werkgeversbijdrage’ te verstrekken. Afhankelijk van de kostprijs van de fiets
                    bedraagt de vermindering</al><al>ten hoogste het bedrag dat in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                    loonbelasting 2001 is vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</tussenkop><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de
                    gemeenteraad tot</al><al>wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente
                    zelf wonen. Die zijn</al><al>op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij
                    wethouder zijn</al><al>geworden. Bij verhuizing naar de gemeente kunnen zij in aanmerking komen voor
                    een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en
                    pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn
                    onbelast.</al><al/><tussenkop>Artikelen 11 t/m 14 De procedure van declaratie</tussenkop><al>In artikel 11 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 12
                    tot en met 14 is vervolgens</al><al>aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in</al><al>achtgenomen moeten worden.</al><tussenkop>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</tussenkop><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al><lijst><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders;</al></li><li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door
                            wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten.</al></li></lijst><tussenkop>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</tussenkop><al>Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de
                    volgende gevallen:</al><lijst><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders.</al></li><li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door
                            wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten;</al></li></lijst><tussenkop>Gebruik creditcard</tussenkop><al>Aan wethouders kan onder voorwaarden een creditcard beschikbaar worden gesteld
                    voor functionele</al><al>uitgaven ten laste van de gemeente. Gebruik van creditcards is mogelijk in de
                    volgende gevallen:</al><lijst><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikelen 15 t/m 18 Re-integratiefaciliteiten gewezen
                    wethouders</tussenkop><al>In de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is bepaald dat hij die
                    ophoudt wethouder te zijn, met ingang van de dag van aftreden en voor zover hij
                    nog niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, recht heeft op een uitkering.
                    Deze uitkering komt ten laste van de gemeente. </al><tussenkop>Re-integratiebegeleiding</tussenkop><al>Re-integratiebegeleiding is een professionele begeleiding van, in dit geval, de
                    gewezen wethouder waarbij deze zich op eigen kracht en onder eigen
                    verantwoordelijkheid een nieuwe functie elders verwerft. Deze vorm van
                    begeleiding kan voor zowel de gemeente als de gewezen wethouder een
                    aantrekkelijk alternatief zijn. Betrokkene heeft uitzicht op een andere
                    betrekking en voor de gemeente blijven de uitkeringskosten beperkt.</al><tussenkop>Beletselen</tussenkop><al>In het derde lid van artikel 44 van de Gemeentewet is bepaald dat de wethouders,
                    buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, geen inkomsten, in
                    welke vorm ook, genieten ten laste van de gemeente. Deze bepaling geldt niet
                    voor de gewezen wethouders. Het toekennen van re-integratiefaciliteiten aan een
                    gewezen wethouder is dan ook niet in strijd met de Gemeentewet. Het aanbieden
                    van faciliteiten in welke vorm ook gedurende het wethouderschap is wel in strijd
                    met de Gemeentewet.</al><tussenkop>Re-integratie gewezen wethouders</tussenkop><al>Dit hoofdstuk voorziet erin dat in beginsel iedere gewezen wethouder
                    re-integratiefaciliteiten kan aanvragen. De raad stelt als budgethouder de
                    verordening vast, mede gelet op de financiële voordelen die dit in de sfeer van
                    uitkeringen aan gewezen wethouders kan hebben. Het college van burgemeester en
                    wethouders beslist vervolgens op een aanvraag. Het toekennen van faciliteiten is
                    een discretionaire bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. </al><al>Bij de besluitvorming omtrent de aanvraag zijn de volgende factoren van belang.
                    Zoals gezegd kan het</al><al>toekennen van faciliteiten voor alle partijen (financieel) voordeel opleveren.
                    In die zin zal in de meeste</al><al>gevallen het verzoek van de gewezen wethouder worden ingewilligd. Er zijn
                    situaties denkbaar dat een</al><al>aanvraag wordt geweigerd. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de gewezen
                    deeltijdwethouder die elders nog een betrekking heeft. Een andere weigeringgrond
                    kan zijn indien de gewezen wethouder een zogenaamde terugkeergarantie heeft. In
                    dit geval ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de</al><al>oorspronkelijke werkgever. Het is natuurlijk mogelijk om gezamenlijk
                    outplacementfaciliteiten toe te</al><al>kennen waarbij de gemeente en de oorspronkelijke werkgever een deel van de
                    kosten voor hun rekening</al><al>nemen. Een dergelijke afspraak kan ook reeds bij aanvaarding van de
                    wethoudersfunctie worden gemaakt. </al><tussenkop>Kosten</tussenkop><al>De kosten van de faciliteiten komen voor rekening van de gemeente tot een bedrag
                    van € 10.000,-. Dit is een richtbedrag, kleine afwijkingen zijn mogelijk. </al><tussenkop>Overig</tussenkop><al>Dit hoofdstuk verstaat onder een re-integratie- of outplacementbureau een bureau
                    of organisatie bij voorkeur aangesloten bij de brancheorganisatie. In het geval
                    een bureau of organisatie niet daarbij is aangesloten zal vooraf geïnformeerd
                    worden naar de algemene voorwaarden die gehanteerd worden. Bijvoorbeeld of de in
                    dienst zijnde psychologen lid zijn van het Nederlands instituut van psychologen
                    (NIP). De gemeente Tilburg werkt niet met een vast bureau. Per geval zal worden
                    bekeken aan welke</al><al>ondersteuning behoefte bestaat en welk bureau daar het beste bij aansluit. Het
                    hoofd P&amp;O vervult hierin een adviserende en coördinerende rol.</al><al>Dit hoofdstuk gaat er verder van uit dat de gemeente een overeenkomst sluit met
                    het betreffende</al><al>bureau. Hierdoor wordt voorkomen dat het toekennen van faciliteiten aan de
                    gewezen</al><al>wethouder door de fiscus wordt aangemerkt als loon in natura.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Citeertitel en inwerkingtreding</tussenkop><al>Ter voorkoming van overgangsbepalingen voor gewezen wethouders is gekozen voor
                    intrekking van de oude verordening. Deze intrekking vindt echter pas plaats op
                    het moment van het van kracht worden van de nieuwe verordening. </al><al>De verordening treedt inwerking op 25 juni 2010 en werkt terug tot de dag van
                    beëdiging van de wethouders (16 april 2010). Voor deze formulering is gekozen
                    zodat voor de aftredende wethouders die op dezelfde dag van rechtswege zijn
                    ontslagen als hun opvolgers de benoeming hebben aangenomen, de oude bepalingen
                    van kracht blijven.</al><al>Sinds 20 februari 2004 bestaat naast het Rechtspositiebesluit wethouders ook de
                    (ministeriële) Regeling rechtspositie wethouders. In lijn met die gehanteerde
                    benaming is gekozen voor een nieuwe naam van de verordening: Verordening
                    rechtspositie wethouders 2010. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>