<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320427_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.laarbeek.nl">Laarbeeker, huis-aan-huis blad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 20 december 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financien en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening rioolheffing 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van de raad d.d. 4 december 2013 tot vaststelling van de Verordening
                        rioolheffing 2014.</al><al/><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5november 2013;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering van
                        rioolheffing 2014.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschijving</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentewater;</al></li><li nr="b."><al>afvalwater: water en stoffen die via de gemeentelijke riolering
                                worden afgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>eigendom: een roerende of onroerende zaak.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting, belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven van
                                de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of
                                indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                als gebruiker aangemerkt:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld de onroerende zaak
                                        al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte
                                        als bedoeld in artikel 3 - voor gebruik is afgestaan: degene
                                        die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één perceel
                        worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven
                                naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom
                                wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                                kubieke meters water dat in de laatste tijd aan het begin van het
                                belastingtijdvak voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is
                                toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle kalendermaand
                                gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water gescheidt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                als afvalwater is afgevoerd.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                                niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231,
                                tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
                                vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare
                                huishoudens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een eigendom of een gedeelte van een eigendom, uitsluitend bestemd
                            als woning, bedraagt de belasting per maand van het belastingtijdvak €
                            13,57</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een perceel of gedeelte van een perceel, niet of niet
                            uitsluitend</al><al> bestemd als woning, bedraagt de belasting,</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>voor de eerste afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan €
                            162,84</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven 500
                            m<sup>3</sup> met</al><al> een maximum van 5.000 m³ € 22,69</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven 5.000
                            m<sup>3</sup> met</al><al> een maximum van 50.000 m<sup>3</sup> € 13,61</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven 50.000
                            m<sup>3</sup> € 6,81</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak voor de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste
                            lid en tweede lid betreft een aaneengesloten periode van zes
                            kalendermaanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting bedoeld in artikel 5, eerste lid en tweede lid, wordt geheven
                        bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in artikel 5, is verschuldigd bij het begin van
                            het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de belasting bedoeld in artikel 5 verschuldigd voor zoveel volle
                            kalendermaanden als er in het tijdvak , na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de
                            voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld
                            in artikel 5, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen als bedoeld in artikel 5, moeten, in afwijking van artikel
                            9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald 1 maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van het rioolrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de rioolheffing wordt slechts kwijtschelding verleend aan natuurlijke
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening rioolheffing 2013, vastgesteld bij besluit van de raad
                            van de gemeente Laarbeek van 12 december 2012, wordt ingetrokken met
                            ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                            die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                        2014'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek van 4 december 2013.</al><al/><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van HeijnsbergenJ.G.M.T. Ubachs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>