<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320361_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 4734</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2011</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1109107</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Purmerend, </al><al>Gelet op Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Purmerend
                        2011, </al><al/><al>B e s l u i t e n: </al><al/><al>vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend
                        2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget (Pgb)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Regels rond verstrekking en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1.1"><al>Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget kan
                                    worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                            duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat
                                            dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met
                                            een persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="b."><al>eerder willens en wetens misbruik is gemaakt van een
                                            persoonsgebonden budget.</al></li><li nr="c."><al>doelmatigheidsoverwegingen.</al></li></lijst></li><li nr="1.2"><al>De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
                                    budgethouder aan het college vindt plaats in alle gevallen na
                                    aanschaf van een hulpmiddel of voorziening, na afloop van de
                                    verstrekking of in het geval van hulp bij het huishouden na
                                    afloop van elk kwartaal. Iedere budgethouder dient hiertoe de
                                    volgende stukken aan te leveren:</al><al>- de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; </al><al>- een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; </al><al>- in het geval van hulp bij het huishouden, een overeenkomst HbH
                                    tussen de budgethouder en de hulpverlener, een overzicht van de
                                    salarisadministratie met bewijsmiddelen. De budgethouder zal
                                    hierbij het geld aan de hulpverlener per bank/giro moeten
                                    overmaken;</al><al>- indien van toepassing, bij hulp bij het huishouden,
                                    bewijsstukken dat gebruik wordt gemaakt van een professionele
                                    zorgorganisatie (gesloten overeenkomst en betalingsbewijzen).
                                </al></li></lijst><lijst><li nr="1.3"><al>Controle over deze verantwoording vindt steekproefsgewijs plaats
                                    door het college. Er wordt gecontroleerd of het persoonsgebonden
                                    budget besteed is aan het doel waarvoor het is verstrekt. Is het
                                    persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het
                                    college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug
                                    vorderen.</al></li><li nr="1.4"><al>Om de budgethouder volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het
                                    persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en aan welke
                                    vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt
                                    een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de
                                    beschikking gevoegd. Wordt dan toch een voorziening aangeschaft
                                    die niet aan het programma van eisen voldoet, dan is gehandeld
                                    in strijd met de beschikking. In het geval van hulp bij het
                                    huishouden zal de ingezette hulp voor type HbH 2 en HbH 3 van
                                    gelijkwaardig niveau moeten zijn als de natura-variant. Zie voor
                                    een nadere uitwerking ook de beleidsregels.</al></li><li nr="1.5"><al>Het deel van het toegekende persoonsgebonden budget dat niet
                                    wordt besteed aan de geïndiceerde hulp bij het huishouden of
                                    voorziening, wordt niet uitgekeerd, of dient te worden
                                    terugbetaald aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Eigen bijdragen, eigen aandeel in de kosten en klanttarief collectief
                            vervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Duur en bepalen van kostprijs bij eigen bijdrage en eigen
                                aandeel</titel></kop><lid><lidnr>2.1</lidnr><al>De eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt opgelegd voor zolang
                                iemand gebruik maakt van de individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt indien een voorziening bestaat
                                uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een
                                bouwkundige of woontechnische aanpassing aan een woning,een eigen
                                bijdrage of eigen aandeel in rekening gebracht voor de maximale duur
                                van 39 perioden van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>2.3</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt het eigen aandeel behorende
                                bij de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                                herinrichtingskosten in rekening gebracht voor de maximale duur van
                                26 perioden van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>2.4</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt het eigen aandeel behorende
                                bij de financiële tegemoetkoming voor een autoaanpassing (behorende
                                bij 8.1) in rekening gebracht voor de maximale duur van 39 perioden
                                van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>2.5</lidnr><al>In het geval van hulp bij het huishouden geldt de eigen bijdrage
                                voor de periode dat de hulp is geïndiceerd en wordt afgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.6</lidnr><al>De grondslag voor het berekenen van de eigen bijdrage en het eigen
                                aandeel is de kostprijs van de voorziening.</al><al/><al>In het geval van een eigen bijdrage bij hulp bij het huishouden in
                                natura bestaat de kostprijs uit het uurtarief dat de gemeente
                                verschuldigd is aan de zorgaanbieder vermenigvuldigd met het aantal
                                afgenomen uren. In het geval van een eigen bijdrage bij hulp bij het
                                huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget of de
                                alfacheque, zoals bedoeld in artikel 4.5, bestaat de kostprijs uit
                                de waarde van het verstrekt persoonsgebonden budget of de verstrekte
                                alfacheques. </al><al/><al>In het geval van een eigen bijdrage bij een individuele
                                vervoersvoorziening of losse woonvoorziening bestaat de kostprijs
                                uit de aanschafprijs van een nieuwe voorziening plus de kosten voor
                                het onderhoud van de voorziening. De aanschafprijs van de
                                voorziening wordt voor de maximale duur van 39 perioden van 4 weken
                                in rekening gebracht. Het onderhoud van de voorziening wordt
                                gedurende de gehele looptijd van de voorziening in rekening
                                gebracht. </al><al/><al>In het geval van een eigen bijdrage bij een bouwkundige of
                                woontechnische aanpassing bestaat de kostprijs uit de aanschafprijs
                                van de nieuwe voorziening plus de kosten voor het onderhoud van de
                                voorziening. </al><al/><al>In het geval van een eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming
                                in de verhuis- en herinrichtingskosten bestaat de kostprijs uit de
                                hoogte van de financiële tegemoetkoming. </al><al/><al>In het geval van een eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming
                                voor een vervoersvoorzieningen (behorende bij 7.1 tot en met 7.4) of
                                een autoaanpassing (behorende bij 8.1) bestaat de kostprijs uit de
                                hoogte van de financiële tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2.7</lidnr><al>Het bedrag aan eigen bijdrage of het eigen aandeel kan nooit meer
                                bedragen dan de kostprijs van de voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Klanttarief Aanvullend openbaar vervoer</titel></kop><al>In het Aanvullend openbaar vervoer betaalt de geïndiceerde persoon een
                            bedrag dat vergelijkbaar is met het zonetarief van de blauwe
                            strippenkaart en bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>voor een reguliere rit: € 0,90 voor het basistarief en € 0,15
                                    per kilometer;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>voor een prioritaire rit: € 1,60 voor het basistarief en € 0,30
                                    per kilometer.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het
                                huishouden.</titel></kop><lijst><li nr="4.1"><al>Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden, waar
                                    een eigen bijdrage voor is verschuldigd, bestaat uit twee
                                    varianten. De eerste variant heeft betrekking op de levering van
                                    hulp bij het huishouden door een particuliere hulp. De bij deze
                                    variant horende tarieven bedragen voor HbH 2 en HbH 3 ongeveer
                                    75% van het natura-tarief. Voor HbH 1 wordt dit tarief
                                    gelijkgesteld aan de waarde van de alfacheque.</al><al>De tweede variant heeft betrekking op de levering van hulp bij
                                    het huishouden door een professionele zorgaanbieder. De bij deze
                                    variant horende tarieven bedragen ongeveer 90% van het
                                    natura-tarief.</al></li></lijst><lijst><li nr="4.2"><al>Het uurtarief behorende bij een persoonsgebonden budget voor
                                    hulp bij het huishouden door een particuliere hulp
                                    bedraagt:</al><al> HbH 1: € 13,72 </al><al>HbH 2: € 18,40</al><al> HbH 3: € 19,40 </al><al/><al>Het uurtarief behorende bij een persoonsgebonden budget voor
                                    hulp bij het huishouden door een professionele organisatie
                                    bedraagt: </al><al>HbH 1: € 18,90 </al><al>HbH 2: € 21,40 </al><al>HbH 3: € 23,40 </al><al/><al>Het uurtarief behorende bij de alfacheque voor hulp bij het
                                    huishouden door een particuliere hulp bedraagt: </al><al>HbH 1: € 13,72</al></li><li nr="4.3"><al>De vastgestelde uurtarieven zijn zogenaamde 'all-inclusief'
                                    tarieven. Dat wil zeggen dat alle aanverwante kosten zoals
                                    reiskosten en vakantiegeld zijn opgenomen in deze tarieven.
                                    Reiskosten, vakantiegeld e.d. kunnen niet afzonderlijk worden
                                    gedeclareerd.</al></li><li nr="4.4"><al>De bedragen worden 1x per kwartaal bij voorschot op rekening van
                                    de budgethouder overgemaakt</al></li><li nr="4.5"><lijst><li nr="a."><al>De alfacheques worden per periode van 4 weken aan de
                                    rechthebbende verstrekt in een aantal dat gelijk is aan het
                                    aantal uren HbH waarvoor de rechthebbende in de betreffende
                                    periode is geïndiceerd.</al></li><li nr="b."><al>Voor elk uur hulp dat de particuliere hulp daadwerkelijk
                                    huishoudelijke hulp verleent aan de rechthebbende, geeft de
                                    rechthebbende aan de particuliere hulp één alfacheque.</al></li><li nr="c."><al>De particuliere hulp kan de ontvangen alfacheques eenmaal per
                                    periode van vier weken ter verzilvering aanbieden aan
                                    BaanStede.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkomingen</titel></kop><lijst><li nr="5.1"><al>De financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing, waar een
                                    eigen aandeel voor is verschuldigd, wordt vastgesteld als
                                    tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college
                                    goedgekeurde offerte.</al></li><li nr="5.2"><al>De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                                    herinrichtingskosten, waar een eigen aandeel voor is
                                    verschuldigd, als genoemd in artikel 18 onder a van de
                                    Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    Purmerend 2011 bedraagt</al><al>a. € 2.742</al><al>b. € 4.113 voor personen die op verzoek van de gemeente een
                                    aangepaste woning vrijmaken.</al></li><li nr="5.3"><al>De financiële tegemoetkoming voor woningsanering, waar een eigen
                                    aandeel voor is verschuldigd, zoals genoemd in artikel 18 onder
                                    c van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                    ondersteuning Purmerend 2011 bedraagt, wanneer het gaat om het
                                    vervangen van zachte door harde vloerbedekking, inclusief
                                    eventueel ondertapijt, egaliseren, legkosten, maximaal € 13,00
                                    per vierkante meter. </al><al/><al>Voor woningsanering gelden de volgende afschrijvingstermijnen: </al><lijst><li nr="-"><al>is een artikel nieuwer dan 2 jaar: 100% vergoeding </al></li><li nr="-"><al>is een artikel 2-4 jaar oud: 75% vergoeding</al></li><li nr="-"><al>is een artikel 4-6 jaar oud: 50% vergoeding</al></li><li nr="-"><al>is een artikel 6-8 jaar oud; 25% vergoeding</al></li><li nr="-"><al>is een artikel 8 jaar of ouder: geen vergoeding.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="6.1"><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, waar een
                                    eigen bijdrage voor is verschuldigd, wordt vastgesteld op basis
                                    van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening
                                    in natura bij de door de gemeente gecontracteerde leverancier en
                                    kan op declaratiebasis worden verhoogd met een bedrag voor
                                    onderhoud en reparatie, gebaseerd op het bedrag voor onderhoud
                                    en reparatie dat de gemeente betaalt voor een dergelijke
                                    voorziening die in natura wordt verstrekt. Binnen de
                                    natura-variant zijn er per voorziening meerdere mogelijkheden
                                    met hieraan verschillende tarieven verbonden. Om de tegenwaarde
                                    van de goedkoopst compenserende voorziening in natura te kunnen
                                    bepalen is daarom vaak een passing nodig bij de leverancier. Op
                                    het moment dat de budgethouder een passing weigert wordt er van
                                    uitgegaan dat de goedkoopste voorziening binnen de
                                    natura-variant-mogelijkheden adequaat is zodat het Pgb-bedrag
                                    hierop wordt afgestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkoming voor
                                vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="7.1"><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor
                                    gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 1.417,- . Voor
                                    deze financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="7.2"><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor
                                    gebruik van een bruikleenauto bedraagt maximaal € 846,-. Voor
                                    deze financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="7.3"><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor
                                    gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 1.646,- Voor deze
                                    financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel
                                    verschuldigd.</al></li><li nr="7.4"><al>De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor
                                    gebruik van een rolstoeltaxibedraagt maximaal € 2.443,-. Voor
                                    deze financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel
                                    verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming van aanpassing aan de eigen
                                auto</titel></kop><lid><lidnr>8.1</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor autoaanpassingen, waar een eigen
                                aandeel voor is verschuldigd wordt vastgesteld als tegenwaarde van
                                het bedrag zoals vermeld in de door het college goedgekeurde
                                offerte.</al></lid><lid><lidnr>8.2</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor de autoaanpassing bedraagt
                                maximaal € 2.138,- indien de persoon met beperkingen geïndiceerd is
                                voor het collectieve vervoersvoorziening maar niet in aanmerking wil
                                komen voor de collectieve voorziening. Deze autoaanpassing kan
                                alleen verstrekt worden in plaats van het collectief vervoer als
                                deze voor een periode van minimaal 5 jaar adequaat geacht wordt.
                                Voor deze financiële tegemoetkoming is geen eigen aandeel
                                verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>8.3</lidnr><al>Indien op grond van lid 2 een financiële tegemoetkoming voor
                                autoaanpassing wordt toegekend kan in aanvulling daarop geen
                                financiële tegemoetkoming in de kosten van gebruik eigen auto of
                                (rolstoel)taxi worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>8.4</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming genoemd in lid 2 is een gemaximeerde
                                vergoeding en wordt niet vaker dan eens per vijf jaar verstrekt. Het
                                geldt tevens als bijdrage voor het onderhoud en reparatie van de
                                autoaanpassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Rolstoelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Persoonsgebonden budget voor rolstoelen</titel></kop><lid><lidnr>9.1</lidnr><al>Het Persoonsgebonden budget voor een rolstoel, waar geen eigen
                                bijdrage voor is verschuldigd, wordt vastgesteld als tegenwaarde van
                                de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de door de
                                gemeente gecontracteerde leverancier en kan op declaratiebasis
                                worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie,
                                gebaseerd op het bedrag voor onderhoud en reparatie dat de gemeente
                                betaalt voor een dergelijke voorziening die in natura wordt
                                verstrekt. Binnen de natura-variant zijn per voorziening meerdere
                                mogelijkheden met hieraan verschillende tarieven verbonden. Om de
                                tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening in natura te
                                kunnen bepalen is daarom vaak een passing nodig bij de leverancier.
                                Op het moment dat de budgethouder een passing weigert wordt er van
                                uitgegaan dat de goedkoopste voorziening binnen de
                                natura-variant-mogelijkheden adequaat is zodat het Pgb-bedrag hierop
                                wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>9.2</lidnr><al>Het Persoonsgebonden budget voor een sportrolstoel, waar een eigen
                                bijdrage voor is verschuldigd, of een andere sportvoorziening waar
                                een eigen bijdrage voor is verschuldigd, bedraagt maximaal €
                                2.857,-, welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en
                                onderhoud van een sportrolstoel of andere sportvoorziening voor een
                                periode van drie jaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>10.1</lidnr><al>De in dit besluit geldende bedragen kunnen jaarlijks door het
                                college worden aangepast conform de ontwikkelingen van de
                                consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek, te rekenen over de periode oktober tot oktober.</al></lid><lid><lidnr>10.2</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid wordt het klanttarief van de
                                Aanvullend openbaar vervoerritten aangepast aan de prijsontwikkeling
                                overeenkomstig de Openbaar Vervoertarieven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>11.1</lidnr><al>Dit besluit kan worden aangehaald als 'Besluit maatschappelijke
                                ondersteuning Purmerend 2014’.</al></lid><lid><lidnr>11.2</lidnr><al>Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Purmerend 2013
                                wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>11.3</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop het is
                                bekendgemaakt,</al></lid><lid><lidnr>11.4</lidnr><al>Dit besluit is van toepassing op een op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van dit besluit in behandeling zijnde
                                aanvraag.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Purmerend, 21 januari 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>burgemeester en wethouders van Purmerend,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, M.J.H. Smulders</ondertekening><ondertekening>de burgemeester, D. Bijl</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget (Pgb)
                        </al><al>Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording </al><al>Hoofdstuk 2. Eigen bijdragen, eigen aandeel in de kosten en
                            klanttarief collectief vervoer </al><al>Artikel 2. Duur en bepalen van kostprijs bij eigen bijdrage en
                                eigen aandeel </al><al>Artikel 3. Klanttarief Aanvullend openbaar vervoer </al><al>Hoofdstuk 3. Hulp bij het huishouden </al><al>Artikel 4. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij
                                het huishouden. </al><al>Hoofdstuk 4. Woonvoorzieningen </al><al>Artikel 5. Hoogte financiële tegemoetkomingen </al><al>Hoofdstuk 5. Vervoersvoorzieningen </al><al>Artikel 6. persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen
                            </al><al>Artikel 7. Hoogte financiële tegemoetkoming voor
                                vervoersvoorzieningen </al><al>Artikel 8. Financiële tegemoetkoming van aanpassing aan de eigen
                                auto </al><al>Hoofdstuk 6 Rolstoelen </al><al>Artikel 9. Persoonsgebonden budget voor rolstoelen </al><al>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen </al><al>Artikel 10. Indexering </al><al>Artikel 11. Citeertitel en inwerkingtreding </al></bijlage></regeling></body></cvdr>