<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.ouder-amstel.nl">Weekblad voor Ouder-AmstelOnbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/64</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><structuurtekst><al><vet>I</vet><vet>NHOUDSOPGAVE </vet><vet> CONCEPT- ALGEMENE PLAATSELIJKE
                                VERORDENING</vet><vet> GEMEENTE –OUDER-AMSTEL</vet><vet>
                            2013</vet></al><al><vet>Pag.</vet></al><al><vet>Hoofdstuk1 Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen…………………………………………………………….. 7/8 </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn …………………………………………………………………… 8</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag……………………………………………………………. 8</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen ……………………………………………….. 8</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                            ontheffing……………………........ 9</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
                            ………………………. 9</al><al>Artikel 1:7 Termijnen………………………………………………………………………. 9</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden……………………………………………………………. 9</al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden……………………………………….. 9</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:2 Optochten (vervallen)…………………………………………………………. 10</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                plaatsen……………...…………… 10</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn………………...…………………………………….……….. 10</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens…………………………………………………….. 10</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                of</titel></kop><structuurtekst><al><vet> afbeeldingen</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of</al><al> afbeeldingen………………………………………………………..…………… 10/11</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd
                                e.d....................................................................
                                11 </al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen)……………………………………………………..
                                11</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest
                                e.d...........................................................................................
                                11</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de
                                weg…………………………. 11/12</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen
                                en </al><al> veranderen van een weg ……...………………………………..………..… 12/13 </al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg……………………………………......
                                13</al><al>Artikel 2:12a Verbod voorwerpen aan gemeentelijke eigendommen </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (vervallen)…………….………………………..
                                13</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes…………………....………………………………………… 13</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                voorwerp……………………………… 13</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.…………………………………………………….. 14 </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen
                                e.d..................................................................................
                                14</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen………………………...……….
                                14</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk
                                voorwerp…...........................................................
                                14</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (vervallen)…………………………………………….
                                14</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting………………………………….
                                14</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn……………...……………………………
                                14/15</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs…………………...………………………………………. 15</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling……………….……………………………………………… 15 </al><al>Artikel 2:25 Evenement ……………………….…………………………………………... 15/16</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring…………………………………………….………………….. 16</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen………………………….………………………………… 16</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting…………………………………
                                17</al><al>Artikel 2:28a Terrasvergunning zonder
                                exploitatievergunning….……………….…….. 17/18</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijden………………...………………………………………….........
                                18</al><al>Artikel 2.30 Afwijking sluitingstijden, tijdelijke sluiting………………………
                                ………….. 18</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen…………………….………………………………… 18</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen………………………………….…...
                                18 </al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd
                                bestuursorgaan…………………………...……... 19 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling………………………………………………………………. 19 </al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie……………….…………………………………….. 19 </al><al>Artikel 2:37 Nachtregister………………………………………………………………….. 19 </al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister………………………………………. 19
                            </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden………………………………………………………….. 19/20 </al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten………………………………………………………….. 20</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal…………………………….………….. 20 </al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden …………….…………………………………………… 20</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap
                                e.d...................................................................
                                20/21 </al><al>Artikel 2:43a Verboden voorwerpen op evenemententerreinen………………………
                                21</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde voorwerpen
                                ………….. 21 </al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d
                                (vervallen)................................................ 21 </al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (vervallen)……………………………….……….
                                21</al><al>Artikel 2:46a Slapen op of aan de weg…………………………………………………… 21 </al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen…………………………………...
                                21 </al><al>Artikel 2:48 Hinderlijk gebruik van drank en softdrugs…….……………………………
                                21/22</al><al>Artikel 2:48a Openlijk gebruik en handel……………………………………………….. 22</al><al>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen …………………………..…………..
                                22 </al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten…………….. 22 </al><al>Artikel 2:50a Gebiedsontzegging………………………...……………………………… 22</al><al>Artikel 2:50b Verblijfsontzegging………………………………………………………… 23</al><al>Artikel 2:50c Aanstootgevend en verstorend gedrag</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en
                                dergelijke........................................................
                                23 </al><al>Artikel 2:51a Vastmaken van fietsen en dergelijke………… ………………………..
                                23</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets, bromfiets op markt- kermisterrein
                                en dergelijke…..… 23</al><al>Artikel 2:52a Overlast van fiets, bromfiets en
                                dergelijke……………….……………… 23</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen (vervallen)……………………...………………. 23 </al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (vervallen)………………………...………………...
                                23</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (vervallen)……...……………………………………..
                                23</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties (vervallen)…………………………………………...……. 24 </al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden
                                (aanlijnplicht)…...……………………………...……... 24 </al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
                                (opruimplicht)…..…………………………... 24</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden…………………...……………………………………… 24/25 </al><al>Artikel 2:60 Hinderlijke, schadelijke en dieren………………………………..………….
                                25</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren…………………………………………………………………… 25 </al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee………………………………………………………………… 25 </al><al>Artikel 2:63 Duiven (Vervallen) ………. ………………………………………………….. 25 </al><al>Artikel 2:64 Bijen……………………………………………………………………...…….. 25 </al><al>Artikel 2:65 Bedelarij (Vervallen)…...……………………………………………………...
                                25</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling (vervallen)…………………………….……………………. 25 </al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                (vervallen)……..... 26</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het
                                Wetboek van</al><al> Strafrecht (vervallen)…………………………………………………………. 26 </al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                (vervallen)……...... 26 </al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (verplaatst naar artikel
                                2:32)…..……………... 26 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk en carbid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen…………………………………………………………….. 26</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de </al><al> verkoopdagen…………… …………………………………………………… 26</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling………..…… 26 </al><al>Artikel 2:73a Carbid………………………………………………………………………… 26</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op openbare plaats….…………………………………………
                                27</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en</titel></kop><structuurtekst><al><vet>cameratoezicht op openbare plaatsen
                                </vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding………………….….……………………….……... 27 </al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden (in verband met de fouilleer-
                                en andere </al><al> controlebevoegdheden als bedoeld in de Wet wapen en munitie)……...
                                27 </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen…………………………………….
                                27</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen………………………………..…………………………….. 27/28</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan………………………..……………………………. 28</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels……………………………….….………………………………. 28 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen………..…………………………...…………………………. 28/29 </al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en
                                leidinggevende…….……………..................... 29/30 </al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden………………………………………….……………………….. 30</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting……………….……….. 30 </al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                leidinggevende………... 30/31</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie……………………….………………………………………... 31 </al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels…………………………………………………….. ……………. 31 </al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch
                                pornografische 31 </al><al> goederen, afbeeldingen en dergelijke………………………………….…. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:12 Beslistermijn…….……………………………………………………………. 31 </al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden………………………………………………………….. 32</al><al>Artikel 3:13A Sluiting besloten prostitutiebedrijf of
                                seksinrichting…………………….. 32/33</al><al>Artikel 3:13B Bijzondere gronden voor intrekking………………………………………
                                33</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie…………………………..…………………………. 33</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer…………………………………………..………………… 33 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling…………………………………………………………. 33</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het</titel></kop><structuurtekst><al><vet> uiterlijk aanzien van de gemeente </vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen…………………………………………………………….. 34</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten……………………...……………………
                                34/35</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten………………………………………..
                                35 </al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
                                (vervallen)………………………………. 35</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek……...…………………………………………………... 36</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder………………………………………………………….. 36/37</al><al>Artikel 4:6A Mosquito……………………………………………………………………… 37</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen (vervallen)…………….……………………………………….. 38</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen………………….……………………………….. 38 </al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                riolen en </al><al> putten buiten gebouwen ……..……………………………………………... 38</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Niet van toepassing.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en
                                dergelijke............ 38 </al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                (vervallen)………..……… 38</al><al>Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame…………………………………..……..
                                38/39 </al><al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame
                                (vervallen)………………………………... 39</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling………………..……………………………………………. 39 </al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                kampeerterreinen………………………... 39/40</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen………………………………………………. 40 </al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:l Begripsbepalingen…………………….……………………………………….. 40</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en
                                dergelijke............................... 40 </al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen……………………….…………………. 40 </al><al>Artikel 5:3A Parkeren voertuigen zonder kentekenplaten……………………………...
                                40</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen………………………..…………………………………… 41</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken………………………………………..……………………… 41</al><al>Artikel 5:6 Caravans, kampeerwagens, aanhangers en
                                dergelijke...…………………. 41</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen………………………………..……………
                                41</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen…………………………..…………………… 41 </al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                voertuigen…………………..……….. 41 </al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                (vervallen)…. 42</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                voertuigen…………………………. 42 </al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets (verplaatst naar
                                2:52a)…………….……. 42</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen…………………..……………………….
                                42</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling……………………………………………………………… 42</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod…………………………………………………………………… 43</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting…………………………………………………. 43 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling………………………………………………………...……. 43</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden……………………………..
                                43</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende……………………...………………………… 43 </al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen………………………………...…………………….. 43</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht (vervallen)...……………………………………………..
                                44</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling………………………………………………………………. 44</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt………………………………………….
                                44</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                water…….…………..……………. 44 </al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                vaartuigen………………………..….. 45 </al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats……………………………...…………...…………… 45 </al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats……………..…………………………………….. 45 </al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken..…………………………………….. 45 </al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen……………………………..…………………………….. 45 </al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water……………..…………….………………………….. 45 </al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen……………………………………………………… 46</al><al>Artikel 5:31a Hotel- en rondvaartboot </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:32 Crossterreinen……………………...………………………………………… 46 </al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden…………………...………………….
                                46 </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins </al><al> vuur te stoken………………………………………………………………… 47</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling……………………………………………………………... 47</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen……………………....………………………………….. 47</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast………………………….………………………………… 47</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6:1 Strafbepaling…………………………………………………………………… 47 </al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders………………………………………...……………………. 48 </al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen……………………………………………………… 48 </al><al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening………………………….……………………… 48 </al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling…………………………………………………………… 48</al><al>Artikel 6:6 Inwerkingtreding………………………………………………………………. 48</al><al>Artikel 6:7 Citeertitel……………………………………………………………………….. 48</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><onderstreept>Onderwerp:
                                                </onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel
                                                2013</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De gemeenteraad van Ouder-Amstel in vergadering bijeen,</al><al>Gelet op de voordracht van het college d.d.5 november 2013, nr.
                            2013/64,, om de Algemene Plaatselijke Verordening Ouder-Amstel 2013 vast
                            te stellen;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende Algemene Plaatselijke Verordening
                            Ouder-Amstel 2013.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom weergegeven op de kaart in bijlage
                                    1 bij deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder j;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>weg: </al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen</al><al> En open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden,
                                            bossen en andere</al><al> natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen,</al><al> passages en galerijen, die uitsluitend tot voor
                                            bewoning in gebruik zijnde </al><al> ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen,</al><al> trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
                                            afsluitbare alleen</al><al> gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene
                                            die daartoe naar </al><al> burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot woning bestemd; </al></li><li nr="l."><al>vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder
                                    waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt
                                    gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot
                                    verplaatsing te water, alsmede drijvende werktuigen zoals
                                    kranen, werkeilanden, baggermolens, pontons en ander materieel
                                    van soortgelijke aard;</al></li><li nr="m."><al>bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="n."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="o."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="p."><al>betoging: een aantal personen die openlijk en in groepsverband
                                    optreden, al dan niet in beweging, en erop uit zijn een mening
                                    uit te dragen;</al></li><li nr="q."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                    aanhef en onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="r."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                    lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag om een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wabo van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een
                                omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wabo.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag meer dan 6 maanden, voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, wordt ingediend,
                                kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag buiten behandeling te
                                laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen</al><al> kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten
                                hoogste twaalf</al><al> weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing ofwel gedane melding kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts
                                strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband
                                waarmee de vergunning, ontheffing dan wel melding is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, dan wel degene die een melding heeft gedaan,
                                is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                            ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegd gezag of het
                            daartoe bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in de artikelen 2:24 en 2:25)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare
                                        manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                        en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van </al></li></lijst></li></lijst><al>beëindiging;</al><lijst><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan
                                                een bevestiging waarin het tijdstip van de
                                                kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke
                                                kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                                zaterdag, een zondag of een algemeen erkende
                                                feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op
                                                de werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraf
                                                gaat voor 12.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan op verzoek in bijzondere
                                                omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn
                                                verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                                behandeling nemen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen (folderen en flyeren)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen
                                        van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voor zover het betreft</al></li></lijst><al>gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen verstrekt door
                                politieke partijen, nood- en hulpverleningsdiensten, stichtingen
                                en/of verenigingen met een ideëel doel, en indien wordt voldaan aan
                                de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er is tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan het folderen en
                                        flyeren daarvan een melding gedaan aan het college;</al></li><li nr="b."><al>de gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen mogen
                                        niet verspreid worden na 22:00 uur en voor 6:00 uur en op in
                                        de Winkeltijdenwet genoemde zon- en feestdagen met
                                        uitzondering van de conform de Winkeltijdenverordening
                                        aangewezen koopzondagen; </al></li><li nr="c."><al>weggebruikers niet gehinderd mogen worden;</al></li><li nr="d."><al>binnen een uur na beëindiging van de activiteiten dienen
                                        alle gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen
                                        binnen een straal van 25 meter verwijderd te zijn.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(Vervallen, opgenomen in de artikelen 2:24 en 2:25)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen of wegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Awb (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vrijstelling van het college de weg of
                                    een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                    publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor
                                            voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen, met uitzondering van voertuigen in
                                            gestempelde toestand, zoals bijvoorbeeld hijskranen en
                                            kraanwagens;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard mits deze door hun omvang of
                                            vormgeving, constructie of plaats van bevestiging geen
                                            schade aan de weg toebrengen, geen gevaar opleveren voor
                                            de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                            veilig gebruik van de weg en geen belemmering vormen
                                            voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="f."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="g."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28a ;</al></li><li nr="h."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vrijstelling bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de</al><al> bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                            veilig gebruik daarvan, dan wel</al><al> een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de</al><al> weg;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de</al><al> in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de categorieën van voorwerpen die door het bevoegde
                                            bestuursorgaan zijn</al><al> aangewezen waarbij de nadere regels die voor
                                            categorieën van voorwerpen zijn</al><al> gesteld in acht moeten worden genomen;</al></li><li nr="b."><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet beheer</al><al> rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                            Wegenverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a , geldt niet voor
                                    zover in het daarin</al><al> geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, geldt niet voor
                                    zover in het geregelde</al><al> onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
                                    indien voor het betreffende</al><al> gebruik een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, onder a, van de</al><al> Wabo is vereist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid gestelde is
                                    eveneens niet vereist indien</al><al> voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:</al><al> er is tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van
                                    het object een melding</al><al> gedaan aan het college; en voor zover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>spandoeken;</al></li><li nr="b."><al>ballonnen;</al></li><li nr="c."><al>gevel- en/of rolsteigers en hekwerken, mits deze niet
                                            langer dan drie achtereenvolgende dagen op het trottoir
                                            worden geplaatst en tenminste 1,50 meter vrije ruimte
                                            voor voetgangers overblijft;</al></li><li nr="d."><al>container, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>deze niet langer dan drie maanden in een
                                                  parkeervak wordt geplaatst zonder dat er sprake is
                                                  van overlast; en</al></li><li nr="·"><al>de lengte niet meer dan 5,00 meter en de breedte
                                                  niet meer dan 2,25 meter bedraagt; </al></li></lijst></li><li nr="e."><al>een reclamebord op de stoep direct voor de betreffende
                                            winkel mits de afmetingen niet groter zijn dan 60 cm
                                            breed en niet hoger dan 100 cm en geen hinder geven aan
                                            voorbijgangers.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van het plaatsen van reclame-uitingen.</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                            vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan
                                            op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard
                                            of breedte van de wegverharding te veranderen of
                                            anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg
                                            van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning:</al></li><li nr="a."><al>wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd
                                            gezag op grond van artikel 2.1 van de Wabo, indien het
                                            uit te voeren project bestaat uit het geheel of
                                            gedeeltelijk uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                                            zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij
                                            een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                            of voorbereidingsbesluit is bepaald; of</al></li><li nr="b."><al>kan worden verleend door het college in de overige
                                            gevallen (artikel 2.2 van de Wabo).</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing
                                            indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar
                                            lichaam publieke taken worden verricht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties
                                            waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                            de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                            wegenverordening, de waterschapskeur, de
                                            Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                            Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid, is paragraaf
                                            4.1.3.3. van de Awb (positieve fictieve beschikking bij
                                            niet tijdig beschikken) van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                            gezag:</al></li><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de
                                            weg;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de bescherming van openbare
                                            groenvoorzieningen in de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of openbaar groen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                            Rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de
                                            Provinciale wegenverordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:12a Verbod voorwerpen aan gemeentelijke
                                        eigendommen</vet></al><al> Het is verboden om voorwerpen vast te maken aan gemeentelijke
                                    eigendommen.</al><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al><al>(Vervallen)</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><lijst><li nr="1."><al>De winkelier die winkelwagens ter beschikking stelt is
                                            verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf
                                            of een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van
                                            dat bedrijf door het publiek op of langs de weg
                                            achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of
                                            te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik, onbeheerd
                                            op andere dan daarvoor bestemde, als zodanig herkenbare,
                                            plaatsen achter te laten.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                            milieubeheer.</al></li></lijst><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp</al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het
                                    wegverkeer hinder of gevaar oplevert.</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                    behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar
                                    te maken of af te dekken.</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>(Vervallen)</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of
                                            veengronden dan wel in duingebieden of binnen een
                                            afstand van dertig meter daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan
                                            wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd
                                            meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft,
                                            brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg
                                            te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                            toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                            artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                            Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>De verboden genoemd in het eerste en tweede lid zijn
                                            voorts niet van toepassing indien het roken plaatsvindt
                                            in gebouwen en op aangrenzende erven.</al></li></lijst><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                            (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei
                                            wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
                                            scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
                                            lager dan 2,6 meter boven dat gedeelte van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                            puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                            afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op
                                            van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                            aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994.</al><al><vet>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </vet></al><al>(Vervallen)</al></li></lijst><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                            laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of
                                            voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                            openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                            gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                            situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                            1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                            Privaatrecht.</al></li></lijst><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                            weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                            bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                            houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te
                                            merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen
                                            of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                                            spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                            toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            objecten die deel uitmaken van de
                                            hoogspanningslijn.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
                                            wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                            Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst><al>Afdeling 7Evenementen</al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>1 In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke</al><al> verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5<cursief>:22
                                            </cursief>van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li><li nr="f."><al>een vechtsportgala</al></li><li nr="g."><al>het plaatsen van WK-schermen in de publieke
                                            ruimten.</al></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan: een kleinschalig
                                            evenement als bedoeld in artikel 2:25, derde
                                                lid<cursief>,</cursief> met een maximale duur van
                                            één dag.</al></li></lijst><al>Artikel 2:25 Evenement</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van
                                            een vergunningvan de burgemeester een
                                            evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>a. De organisator c.q. vergunning aanvrager van door de
                                            burgemeester aan te</al></li></lijst><al>wijzen categorieën vergunningplichtige vechtsportwedstrijden of
                                    -gala’s, is niet van slecht levensgedrag.</al><lijst><li nr="b."><al>De burgemeester weigert de vergunning als de organisator
                                            c.q. vergunning</al><al> aanvrager van een evenement als bedoeld in het tweede
                                            lid, onder a, van </al><al> slecht levensgedrag is, onverminderd het bepaalde in
                                            artikel 1:8 en het </al><al> genoemde in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde inartikel
                                                1<cursief>:</cursief>8 kan de vergunning worden
                                            geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="c."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing opeendaagse evenementen, indien een
                                            evenement voldoet aan alle onderstaande
                                            voorwaarden:</al></li><li nr="a."><al>het een kleinschalig evenement in de openlucht
                                            betreftmet uitzondering vande door
                                            het college aangewezen wegen, straten en pleinen
                                                <cursief>;</cursief></al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 09.00 en 23.30 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.30 uur (live-)muziek ten gehore
                                            wordt gebracht;</al></li><li nr="e."><al>de hulpdiensten te allen tijde doorgang wordt verleend,
                                            ook in het geval dat het evenement plaats vindt op de
                                            openbare weg;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="h."><al>de organisator tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan een melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester;</al></li><li nr="i."><al>de wegafzetting, indien van toepassing, te allen tijde
                                            duidelijk zichtbaar is;</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing op een wedstrijd op of aan de wegin
                                            situaties waarin wordt voorziendoor artikel 10
                                            juncto148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="6."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</al><al><vet>Artikel 2:26 Ordeverstoring</vet></al><al>Het is verboden bij een evenement de orde te
                                            verstoren.</al></li></lijst><al>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                            besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                            alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                            dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
                                            directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een
                                            openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een
                                            hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                            discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare
                                            inrichting wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf
                                            behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                            liggend deel van de openbare inrichting waar
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid, verstrekt
                                            of genuttigd.</al></li><li nr="c."><al>exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor
                                            wiens rekening en risico een openbare inrichting wordt
                                            geëxploiteerd op grond van het bepaalde in artikel</al><al> 2:28 of 2:29.</al></li><li nr="d."><al>leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene
                                            leiding of onmiddellijke leiding geeft aan de openbare
                                            inrichting,alsmede de bestuurder van een rechtspersoon
                                            voor wiens rekening en risico de openbare inrichting
                                            wordt geëxploiteerd;</al></li></lijst><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                            zonder vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                            vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                            vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                            zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                            leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting
                                            of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting
                                            die zich bevindt in</al></li><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een ondersteunende activiteit vormen
                                            van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.</al></li></lijst><al>5 Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare
                                    inrichting,de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie, de
                                    wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de
                                    leidinggevende en het levensgedrag van de exploitant of
                                    leidinggevende.</al><lijst><li nr="6."><al>a. De exploitant en de leidinggevende(n) van een
                                            horecabedrijf</al></li><li nr="·"><al>staan niet onder curatele of bewind en</al></li><li nr="·"><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.</al></li><li nr="b."><al> De leidinggevende heeft de leeftijd van eenentwintig
                                            jaar bereikt</al></li></lijst><al>7 In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de
                                    burgemeester in geval van </al><al>een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer
                                    bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze
                                    zich op de weg bevinden over de </al><al>ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.</al><lijst><li nr="8."><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vijfde lid kan
                                            de burgemeester de in het zevende lid bedoelde
                                            ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer
                                            bij een openbare inrichting horende terrassen
                                            weigeren:</al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien het terras in strijd is met het ter plaatse
                                            geldende bestemmingsplan.</al></li><li nr="8."><al>Het bepaalde in het zevende en achtste lid geldt niet
                                            voorzover in het daarin</al><al> geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                            rijkswaterstaatwerken of </al><al> de op grond van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde
                                            Provinciale </al><al> wegenverordening.</al></li><li nr="9."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) is niet van toepassing op de vergunning als
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al>Artikel 2:28a Terrasvergunning zonder exploitatievergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de
                                            openbare weg in gebruik te nemen ten behoeve van een
                                            terras, behorende bij een horecabedrijf waarvoor het
                                            bepaalde in artikel 2.28 niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien:</al></li><li nr="a."><al>naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en
                                            leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting
                                            of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare
                                            inrichting;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="c."><al>dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid, aanhef en
                                            onder a, genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester
                                            rekening met het karakter van de straat en de wijk,
                                            waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen,
                                            de aard van de openbare inrichting en de spanning,
                                            waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of
                                            bloot zal komen te staan door de exploitatie van de
                                            openbare inrichting.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor
                                            zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                            door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de op grond
                                            van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde Provinciale
                                            wegenverordening.</al></li><li nr="5."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) is niet van toepassing op de vergunning als
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al>Artikel 2:29 Sluitingstijden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden
                                            dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                            toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en
                                            met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag
                                            en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan door middel van een
                                            vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                            voor een afzonderlijke openbare inrichting of een
                                            daartoe behorend terras.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                            zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                            door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                            voorschriften.</al></li></lijst><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                            veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                            bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                                            inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                                            2.3.1.4 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                            tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                            artikel 13b van de Opiumwet.</al></li></lijst><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op
                                            grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste
                                            lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
                                            personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die
                                            aanwezig zijn op het terras.</al></li></lijst><al>Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te
                                    bevinden gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel
                                    2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit
                                    gesloten dient te zijn.</al><al><vet>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
                                    </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de
                                            handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
                                            maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                                            lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf
                                            laat niet toe dat een handelaar of een voor hem
                                            handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft,
                                            verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></li></lijst><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                    gebouw en behorende erf is in de zin van artikel 174 van de
                                    Gemeentewet, treedt het college bij toepassing van artikel 2:28
                                    tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>inrichting : elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
                                    uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid
                                    van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt
                                    verschaft;</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt,
                                        verplaatst<cursief>, of de exploitatie of feitelijke leiding
                                    </cursief> van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie
                                    dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al><al>Artikel 2.:37 Nachtregister</al><al>(<cursief>v</cursief>ervallen)</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
                                    kampeerder is verplicht aan de exploitant of feitelijk
                                    leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                                    naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats,
                                    betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                                    verstrekken.</al><al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>1, In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te</al><al> exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van
                                        toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onderb, </al></li></lijst><al>van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al><al>b, speelgelegenheden waarvoor de bevoegde minister of de Kamer van
                                Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en</al><lijst><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en</al><al> leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op </al><al> ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                        exploitatie van de </al></li></lijst><al>speelgelegenheid, of </al><lijst><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve
                                        beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de</al><al> Wet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                            Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                            toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                            behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de
                                            Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek
                                            toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                            behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal
                                            of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier
                                            aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende
                                            reden noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een
                                            onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te
                                            bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                            rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                            onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                            voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde
                                            aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van
                                            handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die
                                            geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                                            meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde
                                            schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                            opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                                            ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren
                                            of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                            kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                            materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet
                                            zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel
                                                2.<cursief>:42.</cursief></al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:43a Verboden voorwerpen op
                                        evenemententerreinen</vet></al><al>Het is op door het college aangewezen evenemententerreinen
                                    verboden om flesjes, blikjes, steenachtig materiaal en overige,
                                    in het kader van de handhaving van de openbare orde en
                                    veiligheid op het evenemententerrein, mogelijk gevaarlijke
                                    voorwerpen bij zich te dragen of voorhanden te hebben.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en geprepareerde
                                    voorwerpen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats
                                            (inbrekers)werktuigen, waaronder gereedschappen,
                                            voorwerpen of middelen te vervoeren of bij zich te
                                            hebben, met het kennelijke doel zich onrechtmatig de
                                            toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                            onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken,
                                            diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                                            het maken van sporen te voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels
                                            een voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben dat er
                                            kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                            (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></li></lijst><al>3<cursief>.</cursief> Het in het tweedelid gestelde
                                    verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden
                                    aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp, niet bestemd is
                                    voor het plegen van de in dat lid bedoelde handelingen.</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                            zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of
                                            op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                            wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken,
                                            buiten de daarin gelegen wegen of paden. Tevens is het
                                            verboden om privé speeltoestellen in plantsoenen te
                                            plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2:46a Slapen op of aan de weg</vet></al><al>1.Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of
                                    aan de weg of het</al><al>openbaar water een stilstaand voertuig, vaartuig, woonwagen,
                                    tent of ander </al><al>onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten
                                    of daartoe gelegenheid te bieden;</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing
                                            verlenen;.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een woonschip als bedoeld in
                                            artikel 1.1, onder k.</al></li></lijst><al>Artikel 2<cursief>:</cursief>47 Hinderlijk gedrag op openbare
                                    plaatsen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en/of daarvoor niet
                                            bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
                                            wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                            Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:48 Hinderlijk gebruik van drank en
                                        softdrugs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, op het openbaar water
                                            of in een voor publiek toegankelijk gebouw
                                            alcoholhoudende drank te nuttigen en of softdrugs te
                                            gebruiken of openlijk voorhanden te hebben als dit
                                            gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort,
                                            het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast
                                            veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                            weggedeelten alcoholhoudende drank te nuttigen of bij
                                            zich te hebben in aangebroken flessen, blikjes en
                                            dergelijke.</al></li><li nr="3."><al>In dit artikel wordt verstaan onder softdrugs: de
                                            middelen, bedoeld in lijst II, onderdeel b, behorende
                                            bij de Opiumwet.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing
                                            op:</al></li></lijst><al>a, een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als
                                    bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; </al><al>b.een andere plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als
                                    bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                    35 van de Drank- en Horecawet.</al><al>Artikel 2:48a Openlijk gebruik </al><al>Het is verboden, op of aan de weg of in een voor publiek
                                    toegankelijk gebouw, vaartuig of</al><al>voertuig harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik
                                    voorwerpen of stoffen open-</al><al>lijk voorhanden te hebben.</al><al>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                            flatgebouwen, appartementsgebouwen, soortgelijke
                                            meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                            toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel in
                                            een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van
                                            dat gebouw, te bevinden.</al></li></lijst><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                    hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                    toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                    openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een
                                    andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan
                                    wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                                    waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></lid><lid><lidnr/><al>Artikel 2:50a Gebiedsontzegging</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De burgemeester kan degene die, hetzij alleen, hetzij in
                                    groepsverband, de openbare orde ernstig verstoort door het
                                    plegen van strafbare feiten, of anderszins personen lastig valt
                                    of schade toebrengt uit het oogpunt van openbare orde het bevel
                                    geven zich te verwijderen en zich verwijderd te houden van of
                                    uit een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied
                                    gedurende de tijd bij het bevel genoemd.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het is verboden zich in het gebied te bevinden in strijd met een
                                    krachtens het eerste lid gegeven bevel.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de
                                    persoon tot wie het bevel is gericht:</al></lid><lid><lidnr/><al>a. in het gebied blijkens opgave in het persoonsregister van de
                                    gemeente woonachtig is, of</al></lid><lid><lidnr/><al>b. aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                    werkzaam is, of</al></lid><lid><lidnr/><al>c. anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang
                                    heeft zich in dat gebied op te houden.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De burgemeester bepaalt de plaats of het gebied waarvoor een
                                    gebiedsontzegging bij bevel opgelegd kan worden.</al><al>Artikel 2:50b verblijfsontzegging </al><al>De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde en
                                    veiligheid, een verbod opleggen aan degene die de openbare orde
                                    of veiligheid heeft verstoord om zich gedurende een in dat
                                    verbod genoemd tijdvak te bevinden op in dat verbod genoemde
                                    plaatsen. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van
                                    het verbod genoemde periode die ten hoogste twaalf weken mag
                                    bedragen. </al><al><vet>Artikel 2:50c Aanstootgevend en verstorend
                                    gedrag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich, onverminderd het bepaalde in
                                            artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht, op of aan de
                                            weg of op een vanaf die weg waarneembare plaats, of op
                                            de openbare terreinen of openbare wateren, te bevinden
                                            in een houding, toestand of kleding, die uit oogpunt van
                                            openbare zedelijkheid kennelijk kwetsend, oneerbaar of
                                            aanstootgevend is of redelijkerwijze kan worden geacht
                                            te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Her verbod gesteld in het eerste lid is, voor zover het
                                            zich ongekleed bevinden betreft, niet van toepassing op
                                            de als zodanig door het algemeen bestuur aangewezen en
                                            aangeduide terreinen en onder door dat bestuur eventueel
                                            nader te stellen voorwaarden. </al></li></lijst><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en dergelijke</al><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets, een bromfiets of een
                                    andersoortig voertuig te</al><al>plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een
                                    deur, de gevel van een</al><al>gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                            de gebruiker van dat gebouw of die portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 2:51a Vastmaken van fietsen en dergelijke</al><al>Het is verboden fietsen, bromfietsen, aanhangwagens, kruiwagens
                                    of andersoortige voertuigen, op of aan de weg vast te maken aan
                                    bomen, boombeschermers, straatkolken en rioolputten of aan
                                    lantaarnpalen, draden, zuilen of andere inrichtingen of
                                    installaties, bestemd voor de openbare dienst.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets, bromfiets op markt-,
                                    kermisterrein en dergelijke</al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester
                                    aangewezen tijden zich met een fiets, bromfiets, of andersoortig
                                    voertuig te bevinden op een door het college of de burgemeester
                                    aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering,
                                    bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt,
                                    mits dit verbod kenbaar is gemaakt aan de bezoekers van het
                                    terrein.</al><al>Artikel 2:52a Overlast van fiets, bromfiets en dergelijke</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van
                                            het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                            opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                            schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen
                                            verboden fietsen, bromfietsen of andersoortige
                                            voertuigen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten
                                            of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen, bromfietsen of andersoortige
                                            voertuigen die rijtechnisch in onvoldoende staat van
                                            onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren en
                                            waarmee rijtechnisch en uit een oogpunt van
                                            verkeersveiligheid niet kan worden gereden, op de weg te
                                            laten staan.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden om in door het college aangewezen
                                            openbare (brom-) fietsenstallingsgebieden, ter
                                            bescherming van de in het eerste lid genoemde belangen
                                            en in het belang van het beheer van de openbare ruimte,
                                            een (brom)fiets langer dan 28 dagen onafgebroken te
                                            stallen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden (aanlijnplicht)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                            hond te laten verblijven of te laten lopen:</al></li><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg<cursief>, </cursief>indien die hond niet
                                            isvoorzien van een halsband of een ander
                                            identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk
                                            doet kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarvoor het gestelde
                                            in het eerste lid, aanhef en onder a niet van toepassing
                                            is.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid, aanhef, onder a en b, genoemde
                                            verboden zijn niet van toepassing op de eigenaar of
                                            houder van een hond:</al></li><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden (opruimplicht)</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor
                                            te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen
                                            ontdoet:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het
                                            eerste lid gesteld gebod wordt opgeheven indien de
                                            eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
                                            de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de plicht tot
                                            het opruimen van de uitwerpselen niet geldt.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht een
                                            doelmatig opruimmiddel bij zich te dragen dat is bestemd
                                            voor het verwijderen van uitwerpselen. Dat geldt zowel
                                            aan het begin van de uitlaatronde als aan het eind
                                            ervan. De eigenaar of houder is verplicht dit
                                            opruimmiddel op eerste vordering te tonen aan de met het
                                            toezicht belaste ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>De in het eerste lid, aanhef, onder a en b, genoemde
                                            verboden zijn niet van toepassing op de eigenaar of
                                            houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door
                                            een geleidehond of sociale hulphond laat
                                            begeleiden.</al></li></lijst><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                            gevaarlijk of hinderlijk acht, kan</al><al> het college de eigenaar of houder van die hond een
                                            aanlijngebod of een aanlijn- en </al><al> muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                            loopt op de weg of op een</al><al> terrein van een ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond aangelijnd te</al><al> houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand
                                            tot halsband, van ten hoogste </al><al> 1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond te voorzien</al><al> en te houden van een muilkorf die:</al></li><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat</al><al> verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk
                                            is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is uitgevoerd dat de hond niet kan bijten, dat
                                            de afgesloten ruimte binnen</al><al> de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat
                                            geen scherpe delen binnen</al><al> de korf aanwezig zijn.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid
                                            aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het
                                            eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde
                                            minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer
                                            door middel van een microchip die met een chipreader
                                            afleesbaar is.</al></li></lijst><al>Artikel 2:60 Hinderlijke, schadelijke en wilde dieren</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                            opheffing van overlast of schade aan de openbare
                                            gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in
                                            de zin van de Wet milieubeheer, bij dat
                                            aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak,
                                            gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                            gedeelte van de gemeente, ontheffing verlenen van het in
                                            het eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 2:60a Verontreiniging door andere dieren</al><al>Het college kan wegen, weggedeelten en plaatsen aanwijzen waar
                                    de eigenaar of houder</al><al>van een bij die aanwijzing nader te bepalen dier, niet zijnde
                                    een hond, verplicht is ervoor te</al><al>zorgen dat de uitwerpselen van dat dier onmiddellijk worden
                                    verwijderd.</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                    (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat
                                    niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering,
                                    is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                                    worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al><al>Artikel 2:63 Duiven</al><al>(vervallen).</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2:65 Bedelarij</vet></al><al>(vervallen)</al><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                    goederen</al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2<cursief>:67</cursief> Verplichtingen met betrekking
                                    tot het verkoopregister</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437, eerste
                                    lid, van het Wetboek van Strafrecht</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen</al><al>(vervallen)</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al><al>(verplaatst naar afdeling 8, Toezicht op openbare
                                    inrichtingen)</al><al>Afdeling 13. Vuurwerken carbid</al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                            consumentenvuurwerk:</al><al>vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1, 2 of
                                            3 en dat bij of krachtens het </al><al> vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter
                                            beschikking mag worden gesteld </al><al> voor particulier gebruik;</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                            carbidschieten:</al><al> het in een (melk)bus / container / opslagvat op
                                            explosieve wijze verbranden van </al><al> acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                            calciumacetylide (carbid) en water of </al><al> gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></li></lijst><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                            nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te
                                            stellen dan wel voor het ter beschikking stellen
                                            aanwezig te houden, zonder een vergunning van het
                                            college van de gemeente waar het bedrijf is of zal
                                            worden gevestigd.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                            geweigerd in het belang van de openbare orde en in het
                                            belang van het voorkomen of beperken van overlast.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een
                                            door het college in het belang van de voorkoming van
                                            gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een
                                                <cursief>openbare</cursief> plaats te bezigen als
                                            dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                            Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:73a</vet></al><al><vet>Carbid</vet></al><al>Het is verboden carbid te bezigen met het kennelijke doel om het
                                    af te schieten of te schieten.</al><al><vet>Afdeling
                                    </vet><vet>14</vet><vet>Drugsoverlast</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op openbare plaats</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op
                                    een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om
                                    middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, al dan
                                    niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                    verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                    bemiddelen.</al><al>Afdeling 15: Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden
                                    en cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van
                                    door hem aangewezen groepen van personen op een door hem
                                    aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de
                                    artikelen 2:1, 2:25, 2:47, 2:50 of 2:50a van deze verordening
                                    groepsgewijs niet naleven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>1.De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                Gemeentewet om te</al><al>besluiten tot plaatsing van vaste en mobiele camera’s voor een
                                bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al><al>2, De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                lid eveneens ten </al><al> aanzien van parkeerterreinen bij woningen en winkelcentra met het
                                oog op de</al><al> handhaving van de openbare orde ter plaatse.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besloten prostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf dat niet
                                        is een raamprostitutiebedrijf of een prostitutiehotel;</al></li><li nr="b."><al> bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de leidinggevende;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li><li nr="c."><al>escortbedrijf: een ruimte of plek waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof het bedrijfsmatig is bemiddeld wordt in
                                        prostitutie, die op een andere plaats wordt bedreven dan
                                        waar de bemiddeling plaats vindt;</al></li></lijst><al>d exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens
                                rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd;</al><lijst><li nr="e."><al>bedrijf: prostitutiebedrijven, escortbedrijven,
                                        seksinrichtingen en sekswinkels;</al></li><li nr="f."><al>leidinggevende: de natuurlijke persoon die algemene of
                                        onmiddellijke leiding geeft</al><al> aan een bedrijf alsmede de bestuurder van de rechtspersoon
                                        voor wiens rekening en risico een bedrijf wordt
                                        geëxploiteerd;</al></li><li nr="g."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="h."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="i."><al>prostitutiebedrijf: een voor publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het
                                        bedrijfsmatig is gelegenheid wordt gegeven tot
                                        prostitutie;</al></li><li nr="j."><al>prostitutiehotel: een prostitutiebedrijf waar kamers ter
                                        beschikking worden gesteld aan prostituees die hun klanten
                                        elders hebben geworven;</al></li><li nr="k."><al>raamprostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf waar het
                                        werven van klanten gebeurt door prostituees die zichtbaar
                                        zijn vanaf de weg;</al></li><li nr="l."><al>seksautomatenhal: een voor publiek toegankelijke besloten
                                        ruimte, waar door middel van één of meer automaten
                                        voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden
                                        gegeven;</al></li><li nr="m."><al>seksbioscoop: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte
                                        waar uitsluitend of hoofdzakelijk voorstellingen van
                                        erotisch-pornografische aard worden gegeven door middel van
                                        audiovisuele apparatuur;</al></li><li nr="n."><al>seksinrichting: een seksautomatenhal, seksbioscoop of
                                        sekstheater;</al></li><li nr="o."><al>sekstheater: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte
                                        waar ook anders dan door middel van audiovisuele apparatuur
                                        of automaten voorstellingen van erotisch-pornografische aard
                                        worden gegeven;</al></li><li nr="p."><al>sekswinkel: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte
                                        waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren worden
                                        verkocht of verhuurd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor de verschillende categorieën
                                prostitutiebedrijven nadere regels stellen in het belang van de
                                vrijheid, de veiligheid, de gezondheid of de arbeidsomstandigheden
                                van de prostituees, de volksgezondheid, het voorkomen van strafbare
                                feiten, het voorkomen of beperken van overlast of het voorkomen van
                                aantasting van het woon-, en leefklimaat. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan
                                    een besloten prostitutiebedrijf ,een escortbedrijf of een
                                    seksinrichting te exploiteren of te wijzigen. 2. Het is verboden
                                    een prostitutiehotel dan wel een raamprostitutiebedrijf te
                                    exploiteren. 3. Bij het indienen van een aanvraag om een
                                    vergunning voor een besloten prostitutiebedrijf wordt naast het
                                    aanvraagformulier ook een bedrijfsplan overgelegd</al><al> waarin in ieder geval staat beschreven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het bedrijfsbeleid ten aanzien van de hygiëne, de gezondheid en
                                    de</al><al> arbeidsomstandigheden van de prostituees;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de maatregelen die waarborgen dat de prostituees niet worden
                                    gedwongen tot </al><al> prostitutie, tot prostitutie zonder condoom, tot gebruik van
                                    drugs of tot het </al><al> nuttigen van alcoholhoudende dranken; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de geneeskundige zorg en voorlichting op het gebied van het
                                    voorkomen van </al><al> beroepsgerelateerde ziektes ten behoeve van de
                                    prostituees.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd bestuurorgaan kan nadere regels stellen ten aanzien
                                    van hetgeen ter</al><al> bescherming van de in het derde lid onder a genoemde belangen
                                    in het bedrijfsplan </al><al> worden opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de exploitant het bedrijfsplan wil wijzigen doet de
                                    exploitant van de wijziging</al><al> vooraf mededeling aan het bevoegd bestuursorgaan. De mededeling
                                    wordt als </al><al> onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        A</onderstreept><onderstreept>wb</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij</al><al> niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en/of de leidinggevende:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan nadere regels stellen met
                                    betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag als bedoeld in
                                    het eerste lid onder b wordt verstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan nadere regels stellen met
                                    betrekking tot andere dan de in het eerste lid bedoelde eisen
                                    aan de exploitant en/of leidinggevende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de leidinggevende niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de <onderstreept>artikel 37 van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept> in een psychiatrisch
                                    ziekenhuis geplaatst of met toepassing van <onderstreept>artikel
                                        37a van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> ter
                                    beschikking gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het <onderstreept>Wetboek
                                        van Strafvordering</onderstreept> is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, wegens dan wel mede
                                    wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <onderstreept>Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Opiumwet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> en de
                                        <onderstreept>Wet arbeid vreemdelingen</onderstreept> ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 137c tot en met 137g</onderstreept>,
                                        <onderstreept>140</onderstreept>,
                                        <onderstreept>240b</onderstreept>, <onderstreept>242 tot en
                                        met 249</onderstreept>, <onderstreept>252</onderstreept>,
                                    250a (oud), <onderstreept>273a</onderstreept>, <onderstreept>300
                                        tot en met 303</onderstreept>,
                                        <onderstreept>416</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417bis</onderstreept>,
                                        <onderstreept>426</onderstreept>,
                                        <onderstreept>429quater</onderstreept> en <onderstreept>453
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 8</onderstreept> en
                                        <onderstreept>162, derde lid</onderstreept>, alsmede
                                        <onderstreept>artikel 6</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>artikel 8</onderstreept> of juncto
                                        <onderstreept>artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept> ;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 1, onder a, b en d</onderstreept>,
                                        <onderstreept>13</onderstreept>,
                                        <onderstreept>14</onderstreept>,
                                        <onderstreept>27</onderstreept> en <onderstreept>30b van de
                                        Wet op de Kansspelen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 2</onderstreept> en <onderstreept>3
                                        van de Wet op de weerkorpsen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 54</onderstreept> en <onderstreept>55
                                        van de Wet wapens en munitie</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het vierde lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept> of <onderstreept>artikel 76,
                                        derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen</onderstreept>, tenzij de geldsom minder
                                    dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het vierde lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De exploitant of de leidinggevende zijn binnen de laatste vijf
                                    jaar geen exploitant of leidinggevende geweest van een
                                    seksinrichting prostitutiebedrijf of escortbedrijf die voor ten
                                    minste een maand door het bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of
                                    waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                    ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt
                                    treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een besloten prostitutiebedrijf of een
                                    seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijk besloten
                                    prostitutiebedrijf of een afzonderlijke seksinrichting andere
                                    sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een besloten prostitutiebedrijf of een
                                    seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de
                                    tijd dat het besloten prostitutiebedrijf of die seksinrichting
                                    krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                    artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijk besloten prostitutiebedrijf of een
                                    afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <onderstreept>artikel 3:41 van de
                                        </onderstreept><onderstreept>Awb</onderstreept> maakt het
                                    bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid
                                    tevens bekend op de wijze genoemd in artikel 3:42, tweede lid,
                                    van de Awb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een besloten prostitutiebedrijf of een
                                    seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat
                                    exploitant of de leidinggevende bedoeld in artikel 3:1 onder d
                                    en f in het besloten prostitutiebedrijf dan wel de
                                    seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de leidinggevende zien er voortdurend op toe
                                    dat in het besloten prostitutiebedrijf dan wel de
                                    seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        <onderstreept>Tweede Boek van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> , in de
                                        <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> en in de
                                        <onderstreept>Wet wapens en munitie</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de <onderstreept>Wet arbeid
                                        vreemdelingen</onderstreept> of de
                                        <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <onderstreept>artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om een
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in
                                        artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van het besloten
                                        prostitutiebedrijf, de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in het besloten prostitutiebedrijf,
                                        de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam
                                        zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                                        Wetboek van strafrecht of met het bij of krachtens de Wet
                                        arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor besloten prostitutiebedrijven, seksinrichtingen en in
                                        Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het
                                        bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel
                                        3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of
                                        vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege
                                        worden gelaten, in het belang van:</al></li></lijst><al>a het voorkomen of beperken van overlast;</al><lijst><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voorts onverminderd het bepaalde in
                                artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid
                                weigeren indien:</al><al>a, naar zijn oordeel onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant of
                                de leidinggevende de in artikel 3:8 bedoelde verplichting zal
                                naleven;</al><lijst><li nr="b."><al>naar zijn oordeel het bedrijfsplan als bedoeld in artikel
                                        3:4, derde lid onder a tot en met c, onvoldoende garanties
                                        geeft voor de bescherming van de in het besloten
                                        prostitutiebedrijf, de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        werkzame prostituees of niet voldoet aan de nadere regels
                                        als bedoeld in artikel 3:4, vierde lid;</al></li><li nr="c."><al>een eerdere vergunning voor een prostitutiebedrijf,
                                        seksinrichting of escortbedrijf is ingetrokken of het
                                        prostitutiebedrijf, seksinrichting of escortbedrijf is
                                        gesloten op grond van artikel 3:13a van deze verordening of
                                        artikel 13b van de Opiumwet.</al></li></lijst><al>3, Bij toepassing van de in het tweede lid onder b genoemde
                                weigeringsgrond houdt het bevoegd bestuursorgaan rekening met:</al><al>a.Het karakter van de straat en de wijk waarin het besloten
                                prostitutiebedrijf, seksinrichting of escortbedrijf is gelegen of
                                zal zijn gelegen;</al><al>b, De aard van het besloten prostitutiebedrijf, seksinrichting of
                                escortbedrijf en de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter
                                plaatse blootstaat;</al><al>c, bijzondere gebruiksfuncties in de omgeving van het besloten
                                prostitutiebedrijf, seksinrichting of escortbedrijf die zich niet
                                verdragen met de aanwezigheid van het besloten prostitutiebedrijf,
                                de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13a</nr><titel>Sluiting besloten prostitutiebedrijf of
                                    seksinrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan de sluiting van en besloten
                                    prostitutiebedrijf, seksinrichting of escortbedrijf bevelen als
                                    het belang van de bescherming van de prostituees, de openbare
                                    orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid dat naar
                                    haar oordeel vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan trekt het bevel tot sluiting in als
                                    naar zijn oordeel geen van de in het eerste lid genoemde
                                    belangen voortzetting van de sluiting vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13b</nr><titel>Bijzondere gronden voor intrekking</titel></kop><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning voor een besloten
                                prostitutiebedrijf, een seksinrichting of een escortbedrijf
                                intrekken als:</al><lijst><li nr="a."><al>Een minderjarige prostituee of een prostituee zonder geldige
                                        verblijfstitel wordt aangetroffen;</al></li><li nr="b."><al>Het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:4, derde lid
                                        onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de
                                        prostituees of niet voldoet aan de nadere regels als bedoeld
                                        in artikel 3:4, vierde lid van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>In het besloten prostitutiebedrijf , seksinrichting of
                                        escortbedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een
                                        bedreiging vormen voor de openbare orde of veiligheid in en
                                        om het besloten prostitutiebedrijf, seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>De openbare orde of het woon- en leefklimaat door de
                                        aanwezigheid van het besloten prostitutiebedrijf,
                                        seksinrichting of escortbedrijf wordt verstoord of
                                        benadeeld;</al></li><li nr="e."><al>De exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de
                                        bij of krachtens artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="f."><al>De exploitant of leidinggevende het in artikel 3:6 bepaalde
                                        niet of onvoldoende nakomt;</al></li></lijst><al>g, In strijd wordt gehandeld met hetgeen de exploitant in het
                                bedrijfsplan heeft opgenomen;</al><al>h, De exploitant of de leidinggevende het toezicht op de naleving
                                van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het
                                    besloten prostitutiebedrijf, de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de leidinggevende het beheer van het besloten
                                    prostitutiebedrijf, de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    leidinggevende, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag
                                    van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig
                                    de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer
                                        (Activiteitenbesluit);</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="a."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="b."><al> incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en andere
                                        geluidsgevoelige gebouwen zoals bedoeld in artikel 1 van de
                                        Wet geluidhinder met uitzondering van gebouwen behorende bij
                                        de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: geluidsgevoelige terreinen zoals
                                        bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder met
                                        uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                        inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                                        wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                        wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer aan te wijzen gebieden van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li></lijst><al>5 Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al><lijst><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting tijdens de collectieve festiviteit, bedraagt niet
                                        meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige
                                        gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></li><li nr="7."><al>Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de
                                        inrichting tijdens de collectieve activiteit, bedraagt niet
                                        meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige
                                        gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></li><li nr="8."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                        inclusief onversterkte muziek en stemgeluid en exclusief 10
                                        dB(A) toeslag vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar
                                        muziekgeluid. Metingen worden uitgevoerd volgens de
                                        Handleiding meten en rekenen Industrielawaai; daarbij wordt
                                        het volgende buiten beschouwing gelaten:</al></li><li nr="a."><al>een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);</al></li><li nr="b."><al>een meteocorrectie (Cm);</al></li><li nr="c."><al>de gebruikelijke meteoraamcondities.</al></li><li nr="9."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient ten gehore
                                        brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                        bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit
                                        en artikel 4:5 van deze verordening te worden beëindigd op
                                        de hierna genoemde tijdstippen:</al></li><li nr="·"><al>Zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur</al></li><li nr="·"><al>Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 00.30 uur</al></li><li nr="·"><al>Feestdagen waarbij de volgende dag gewone werkdag is tot
                                        uiterlijk 23.30 uur</al></li><li nr="·"><al>zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag
                                        is tot uiterlijk 00.30 uur. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en stemgeluid en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                    vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid.
                                    Metingen worden uitgevoerd volgens de Handleiding meten en
                                    rekenen Industrielawaai; daarbij wordt het volgende buiten
                                    beschouwing gelaten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een meteocorrectie (Cm);</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de gebruikelijke meteoraamcondities.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening te worden beëindigd op de hierna
                                    genoemde tijdstippen:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 00.30 uur</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Feestdagen waarbij de volgende dag gewone werkdag is tot
                                    uiterlijk 23.30 uur</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is
                                    tot uiterlijk 00.30 uur.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        geluidsgevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker
                                        van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft
                                        voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen,
                                        voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45B(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van drie uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing;</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en
                                        artikel 4:3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><al>1.Begripsbepalingen:</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>In deze afdeling wordt verstaan onder</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>p<onderstreept>ermanente activiteiten</onderstreept>:
                                    activiteiten door particulieren waaraangeen
                                    eindtijdstip zijn gekoppeld, bijvoorbeeld het houden van
                                    huisdieren, in werking hebben van installatie, zoals waterpomp
                                    t.b.v. vijver/fontein in eigen tuin</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>semi-permanente</onderstreept><onderstreept>activiteiten</onderstreept>:
                                    activiteiten door particulieren waaraan een eindtijdstip zijn
                                    gekoppeld waarbij de duur enkele weken of maanden kan zijn,
                                    bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden die steeds terugkeren, het
                                    in werking hebben van waterpomp t.b.v. zeembad</al></li><li nr="c."><al><onderstreept> incidentele
                                    activiteiten:</onderstreept>activiteiten door particulieren
                                    waaraaneen eindtijdstip zijn gekoppeld waarbij de
                                    duur één of slechts enkele dagen is, bijvoorbeeld feesten op
                                    eigen terrein of gewoon een dagje klussen in en rondom het
                                    huis</al></li><li nr="2."><al>Het geluidsniveau afkomstig van de in lid 1 genoemde
                                    activiteiten moet voldoen aan de onder e. opgenomen tabel, met
                                    dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                    gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                    gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                    redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                    geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                    gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
                                    het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                    verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>overigens moet het beoordelingsniveau worden bepaald in
                                    overeenstemming met de "Handleiding meten en rekenen
                                    Industrielawaai", uitgegeven door het Ministerie van
                                    Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Bij het
                                    bepalen van het beoordelingsniveau wordt daarbij echter geen
                                    rekening gehouden met:</al></li><li nr="i."><al>een bedrijfsduurcorrectieterm (Cb);</al></li><li nr="ii."><al>een meteocorrectieterm (Cm);</al></li><li nr="iii."><al>de toeslagen voor impulsachtig geluid en tonaal geluid;</al></li><li nr="iv."><al>de toeslag voor geluid met een duidelijk muzikaal karakter</al></li><li nr="v."><al>de gebruikelijke meteoraamcondities.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geluidsnormen in dB(A)</al></entry><entry colname="col2"><al>Dagperiode (07.00 – 19.00 uur)</al></entry><entry colname="col3"><al>Avondperiode (19.00 – 23.00 uur)</al></entry><entry colname="col4"><al>Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>60 </al><al>bij incidentele of semipermanente
                                                activiteiten**</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>45</al><al>bij alle activiteiten</al></entry><entry colname="col4" morerows="1"><al>40</al><al>bij alle activiteiten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>50</al><al>bij permanente activiteiten</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50</al><al>bij incidentele of semipermanente activiteiten</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>30</al><al>bij alle activiteiten</al></entry><entry colname="col4" morerows="1"><al>25</al><al>bij alle activiteiten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>35</al><al>bij permanente activiteiten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van in afwijking van de in de tabel e genoemde
                                    geluidsniveaus een ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Awb (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) van
                                    toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    3 maanden. de burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde
                                plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al> Niet van toepassing.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of door
                                    de toepasselijke Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel></kop><al>1, Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van
                                een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die
                                zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf een voor het publiek
                                        toegankelijke plaats;</al></li><li nr="b."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan
                                        onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen kleiner dan 0,50
                                        m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking
                                        hebben op:</al></li><li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                        verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                        onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                        bestemd;</al></li><li nr="d."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen die betrekking
                                        hebben op in uitvoering zijnde bouw-, onderhouds- of
                                        sloopactiviteit, een tijdelijke werkzaamheid in de grond-,
                                        weg- of waterbouw, mits geplaatst op of in de onmiddellijke
                                        nabijheid van het terrein waarop die activiteit of
                                        werkzaamheid wordt uitgevoerd zulks voor zolang zij
                                        feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan
                                        onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien
                                        deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding als bedoeld in het tweede lid de veiligheid van
                                        het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de
                                        omgeving te veroorzaken.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan een
                                        vergunning als bedoeld in het eerste lid worden
                                        geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing in
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li><li nr="6."><al>De weigeringsgrond genoemd in het vierde lid, onder c, is
                                        niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                        de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="7."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist
                                        indien voor de betreffende vorm van handelsreclame een
                                        omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder
                                        a, van de Wabo is vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor de activiteit
                                bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo
                                is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of
                                kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college, aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de bescherming van natuur en landschap en de bescherming van een
                                    dorpsgezicht.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement </al><al>verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
                                kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement </al><al>b. verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, of daartoe de gelegenheid
                                    te geven, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een voertuig te parkeren met het
                                kennelijke doel het te</al><al>koop aan te bieden of te verhandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3a</nr><titel>Parkeren voertuigen zonder kentekenplaten</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig op of aan de weg te parkeren zonder dat
                                deze is voorzien van geldige kentekenplaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Caravans, kampeerwagens, aanhangers e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al></li><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de
                                        bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;</al></li><li nr="b."><al>op de weg of op een plaats elders dan op de weg, te
                                        parkeren, waar dit naar het oordeel van het college
                                        schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                        dan wel buitensporig met het oog op de verdeling van de
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        in de situaties waarin wordt voorzien door het Provinciale
                                        wegenverordening of de Provinciale</al></li></lijst><al>landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de </al><al>weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te
                                maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                    uitvoeren van werkzaamheden of het verrichten van diensten
                                    waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse
                                    noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens,
                                    voor zover deze voertuigen niet langer dan drie
                                    achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of
                                    gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr/><al>2. Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                    uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                    voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>1, Het is verboden met een voertuig te rijden door, dan wel deze te
                                doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al><lijst><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg ;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                        uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                        overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>(verplaatst naar artikel 2:52a)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hen te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 21.00 en 09.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b..</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt </al><al>voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Provinciale</al><al>wegenverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr/><al>3. De burgemeester kan de vergunning weigeren wegens strijd met
                                    een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                    of voorbereidingsbesluit. 4. Op de vergunning is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorwerp, niet zijnde een vaartuig, door zijn omvang of
                                    vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                    oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor
                                    het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering
                                    vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar
                                    water;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> het plaatsen, aanbrengen of hebben van het voorwerp in strijd
                                    is met een geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het eerste en vierde lid genoemde verboden zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin is voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning met een vaartuig een ligplaats
                                    in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                    beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd indien</al><al> sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:25, tweede lid, kan het
                                    college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven
                                    met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                    ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                    veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:26, tweede
                                lid, bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren vaarten, havens, dijken, wallen, kaden,
                                    trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                    duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                    stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                    liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Hotel- en rondvaartboot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet>Een hotelboot is een zich op het water bevindend
                                        horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van
                                        logies (per nacht) met als nevenactiviteit het verstrekken
                                        van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter
                                        plaatse.</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet>Een rondvaartboot is een op het water bevindend vaartuig
                                        dat tot hoofddoel heeft het vervoeren van passagiers binnen
                                        het gebied van de gemeente Ouder-Amstel.</vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet>Het is verboden zonder vergunning van het college met een
                                        hotelboot en/of rondvaartboot rond te varen op het openbare
                                        water. Aan de vergunning worden voorwaarden verbonden welke
                                        strekken tot veiligheid van passagiers en bemanning.
                                    </vet></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                        voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                        te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                                        dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                        kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is.</al></li></lijst><al>Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze
                                terreinen in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en
                                        ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
                                        op situaties waarin wordt voorzien in door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het college kan
                                    daarbij nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van
                                    deze terreinen in het kader van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast in het belang van;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    Minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d. bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing voor zover het
                                        betreft:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden</al></li></lijst><al>en uitsluitend voor zover het in dit lid bepaalde onder a., b. en c.
                                geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
                                        op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef
                                        en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                                        Provinciale milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op verharde delen van de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de voorgaande artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de als zodanig bij de gemeentelijke
                                organisatie aangewezen personen en de bevoegde ambtenaren van
                                politie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De “Algemene plaatselijke verordening Ouder-Amstel 2010” (vastgesteld
                            bij besluit van 24</al><al> december 2009) wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4
                                die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                                kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van de verordening bedoeld in artikel 6:4 is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt daarop beslist volgens de
                                toepasselijke verordening bedoeld in artikel 6:4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                            bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Ouder-Amstel 2013.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Ouder-Amstel, 12 december 2013</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>De raad voornoemd,</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de raadsgriffier,</al></entry><entry colname="col2"><al>de voorzitter,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>W.van Zanen</al></entry><entry colname="col2"><al>M.T.J. Blankers-Kasbergen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>