<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320311_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.ouder-amstel.nl">Weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2014 Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">156 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">219 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">225 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">234 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-07-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/64</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Ve</vet><vet>rordening</vet><vet>
                        P</vet><vet>arkeerbelastingen</vet><vet>Ouder-Amstel</vet><vet>
                            2014</vet></al><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        [datum en eventueel nr.]</al><al>gelet op de artikelen: </al><al>149 van de Gemeentewet</al><al>156 van de Gemeentewet</al><al>219 van de Gemeentewet</al><al>225 van de Gemeentewet</al><al>234 van de Gemeentewet </al><al>Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen</al><al>gezien het advies van …..;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen
                    </vet><vet>Ouder-Amstel 201</vet><vet>4</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in lid 2 van artikel 225
                                van de Gemeentewet.</al></li><li nr="b"><al>bedrijf: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend
                                organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of
                                krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht c.q.
                                de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen
                                op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, c.q. een
                                niet-commerciële organisatie die hieraan door het college van
                                burgemeester en wethouders is gelijkgesteld; alles met dien
                                verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één beroep
                                indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten
                                bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische)
                                constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één
                                bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt
                                aangetoond.</al></li><li nr="c"><al>college: het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente
                                Ouder-Amstel.</al></li><li nr="d"><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli
                                1990, Stb. 459.</al></li><li nr="e"><al>houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het
                                motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de
                                Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het
                                motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of
                                vruchtgebruik (lease) onder zich heeft.</al></li><li nr="f"><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van
                                het RVV 1990. </al></li><li nr="g"><al>openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de
                                tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.</al></li><li nr="h"><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                                verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                onder parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li><li nr="i"><al>parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende
                                vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te
                                parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare
                                weg.</al></li><li nr="j"><al>parkeerbelasting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225
                                van de Gemeentewet.</al></li><li nr="k"><al>tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin
                                opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen.</al></li><li nr="l"><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie
                                een vergunning is verleend.</al></li><li nr="m"><al>vergunningperiode: een periode van 6 maanden waarin de
                                parkeervergunning geldig is, startend op 1 april en 1 oktober. </al></li><li nr="n"><al>zelfstandige woonruimte: woonruimte achter één eigen afsluitbare
                                toegang, die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te
                                zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Voor deze
                                verordening wordt onder zelfstandige woonruimte tevens verstaan:
                                woonboten op een reguliere plaats.</al></li><li nr="o"><al> werkdag: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a"><al>een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een
                                bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen
                                plaats, tijdstip en wijze.</al></li><li nr="b"><al>een belasting ter zake van het parkeren van een van gemeentewege
                                verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de
                                in die vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de
                                degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="2"><al>Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                aangemerkt:</al><al>a degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven
                        de belasting te willen voldoen.</al><al>b zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a,
                        heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande
                        dat</al><al> 1<sup>e</sup> als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                        huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het
                        parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was,
                        niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het
                        motorvoertuig heeft geparkeerd.</al><al> 2<sup>e</sup><sup/>alleen voor kentekenplichtige motorvoertuigen: als
                        blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven,
                        die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
                        geparkeerd.</al></li><li nr="3"><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, is
                                aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd, als
                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander
                                tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat
                                hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al></li><li nr="4"><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door
                            voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het
                            bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                            parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van
                            de door het college gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door
                            voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al></li><li nr="2"><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning
                                wordt verleend.</al></li><li nr="3"><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd
                        geschiedt door het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegdheid tot gebruik wegsleepregeling</titel></kop><al>Als na het aanbrengen van de naheffingsaanslag 24 uren zijn verstreken kan
                        het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                        van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden
                        overgebracht en in bewaring worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kosten naheffingsaanslag</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                            artikel 2, onderdeel a, zijn vermeld in de bij deze verordening en
                            darvan deel uitmakende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het bedrag van de voor de wielklem en voor het overbrengen en bewaren in
                            rekening te brengen kosten, wordt in een voor bezwaar vatbare
                            beschikking vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen</titel></kop><al>Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en zijn
                        derhalve vrijgesteld van het parkeren van parkeerbelastingen als bedoeld in
                        artikel 2 van deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar
                                aangebrachte geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart</al></li><li nr="b."><al>als zodanig herkenbare politievoertuigen</al></li><li nr="c."><al>als zodanig herkenbare brandweervoertuigen</al></li><li nr="d."><al>als zodanig herkenbare ambulances</al></li><li nr="e."><al>als zodanig herkenbare dierenambulances</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en
                        de invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking. </al></li><li nr="2"><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                parkeerbelastingen 2014 Ouder-Amstel'. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ………</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Tarieventabel</vet></al><al>Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Ouder-Amstel.</al><lijst><li nr="I."><al><vet>Tarieven voor parkeren met een parkeervergunning, zoals bedoeld
                                    in art. 2 onderdeel a</vet></al><lijst><li nr="A."><al>Bewonersvergunning € 108,90 per vergunningperiode</al></li><li nr="B."><al>Bedrijfsvergunning € 174,00 per vergunningperiode</al></li><li nr="C."><al>Buffervergunning € 174,00 per vergunningperiode</al></li><li nr="D."><al>P&amp;R Vergunning € 87,00 per kwartaal</al></li></lijst></li><li nr="II."><al><vet>Tarieven voor parkeren bij parkeerapparatuur</vet></al><lijst><li nr="A."><al>Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in
                                artikel 2, onderdeel a, bedraagt: € 0,85 per uur;</al></li></lijst></li><li nr="III."><al><vet>Kosten Naheffingsaanslag</vet></al></li></lijst><al>De kosten voor een Naheffingsaanslag bedragen € 55,90 + het tarief voor 1
                        uur parkeren in het gebied waar het voertuig staat geparkeerd.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2014</titel></kop><al>In de verordening parkeerbelastingen is de toepassing van betaald parkeren
                    geregeld, zoals bedoeld in artikel 225 van de gemeentewet. In artikel 2 van deze
                    verordening zijn de vormen van parkeerbelastingen zoals die in de gemeentewet
                    zijn opgenomen letterlijk weergegeven.</al><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al>Bij het definiëren van termen is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de
                    definities uit andere regelgeving. Indien sprake is van hogere regelgeving
                    (wetten) wordt daarnaar verwezen. Indien definities aansluiten bij andere
                    gemeentelijke regelgeving, wordt deze zoveel mogelijk gelijkluidend
                    geformuleerd. Ook is zoveel mogelijk aangesloten bij termen die in dit kader
                    gebruikelijk zijn.</al><tussenkop>Artikel 2. Belastbaar feit</tussenkop><al>In het systeem van betaald parkeren is het – anders dan wel eens verondersteld
                    wordt - niet zo, dat de parkeervergunningen een vorm van ontheffing zijn om niet
                    te hoeven te betalen. Het is mogelijk om plaatsen aan te wijzen waar uitsluitend
                    met vergunningen mag worden geparkeerd, maar het is ook mogelijk om plaatsen aan
                    te wijzen waar parkeervergunningen niet geldig zijn, maar uitsluitend ‘aan de
                    meter’ moet worden betaald. Voor fiscale handhaving (i.c. het uitschrijven van
                    naheffingsaanslagen) is het echter vereist dat iedereen die wil parkeren moet
                    kunnen betalen aan ten minste de parkeermeter. Parkeert iemand zonder vergunning
                    op een (fiscale) E9 plaats, dan krijgt deze geen naheffingsaanslag, maar een
                    ‘Mulderbon’, ofwel een boete in het kader van de Wet administratiefrechtelijke
                    handhaving verkeersvoorschriften. </al><tussenkop>Artikel 3. Belastingplicht</tussenkop><al>In dit artikel is beschreven wie de belastingplichtige is. Voor het betalen aan
                    de meter is dat de kentekenhouder of ieder ander die de belasting wil betalen.
                    De kentekenhouder is, enkele uitzonderingen daargelaten, aanspreekbaar op het
                    betalen van de parkeerbelastingen. Parkeervergunningen worden aan een
                    (rechts-)persoon verstrekt. </al><tussenkop>Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en
                    belastingtijdvak</tussenkop><al>Het betreft hier de hoogte van het tarief en over welke periode dat wordt
                    betaald. Deze zijn vastgelegd in de tarieventabel. Voor de vergunningen is dit
                    de vergunningperiode van de betreffende vergunning (ongeacht het moment in de
                    periode dat deze wordt aangevraagd). Voor betalen aan de meter betreft het een
                    uurtarief. Er kan ook in kleinere eenheden worden betaald. Men is dus niet
                    verplicht om een uur parkeertijd (of een veelvoud daarvan) af te nemen.</al><al>De tarieven zijn gebaseerd op de wens het streven om het parkeren in de gemeente
                    kostendekkend te reguleren. Voor de prijs van parkeervergunningen is aansluiting
                    gezocht bij de tarieven van Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam. Het tarief
                    aan de meter is een afgeleide daarvan. Met de voorgestelde tarieven is de
                    exploitatie het eerste jaar negatief en de jaren daarna positief.</al><tussenkop>Artikel 5. Wijze van heffing</tussenkop><al>In dit artikel is beschreven hoe de belasting moet worden betaald. Conform het
                    gestelde in art 225 van de gemeentewet is het aan het college om hier invulling
                    aan te geven.</al><tussenkop>Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel is evident .</al><tussenkop>Artikel 7. Wijze van heffing en termijnen van betaling</tussenkop><al>Wanneer moet er betaald worden? Bij parkeerbelastingen is het ‘boter bij de
                    vis’, ofwel betalen voordat er wordt geparkeerd. De naheffingsaanslag moet
                    ‘terstond’ worden betaald. Dit is een mogelijkheid en zeker van toepassing als
                    van de wielklem gebruikt wordt gemaakt. In Ouder-Amstel is dat niet het geval en
                    moet naheffingsaanslag worden betaald via de aanslag die men thuis
                    ontvangt.</al><tussenkop>Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</tussenkop><al>In artikel 225 van de Gemeentewet is aangegeven dat parkeerbelastingen kunnen
                    worden toegepast b bij de belastingverordening dan wel krachtens de
                    belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te
                    bepalen plaats, tijdstip en wijze. Het laten aanwijzen van de plaatsen waar
                    betaald parkeren van toepassing is door het college is ingegeven door het feit
                    dat voor een adequate regulering het belangrijk is dat wijzigingen snel kunnen
                    worden doorgevoerd. Het aanwijzen van parkeerplaatsen waar een fiscaal regime
                    geldt, geschiedt in het “Aanwijzingsbesluit”, terwijl de tijden dat betaald
                    parkeren van kracht is en de wijze waarop moet worden betaald is gereld in het
                    “Uitwerkingsbesluit”.</al><tussenkop>Artikel 9. Bevoegdheid tot gebruik wegsleepregeling</tussenkop><al>Of daadwerkelijk wordt gesleept is aan de handhaver. In ieder geval wordt met
                    dit artikel de mogelijkheid geboden. De kosten voor het slepen en in bewaring
                    houden van de auto worden per geval apart berekend.</al><tussenkop>Artikel 10. Kosten naheffingsaanslag</tussenkop><al>In tegenstelling tot het begaan van een verkeersovertreding, zoals te hard
                    rijden of parkeren in een blauwe zone zonder parkeerschijf, krijgt degene die
                    niet of te weinig betaalt geen administratieve boete (’Mulderbon’) maar een
                    naheffingsaanslag. Dit komt voort uit het feit dat bij niet of te weinig
                    betalen, men belasting ontduikt. De hoogte voor de naheffingsaanslag zijn de
                    kosten die gemoeid zijn met het invorderen van de gederfde
                    belastinginkomsten.</al><al>Het vaststellen van de hoogte van de naheffingsaanslag is een bevoegdheid van de
                    gemeenteraad. Het bedrag is echter aan een maximum gebonden. De hoogte daarvan
                    wordt jaarlijks vastgesteld middels een koninklijk besluit. Boven op dat bedrag
                    mag 1x het uurtarief worden gerekend.</al><al>De hoogte van een ‘Mulderbon’, worden jaarlijks vastgesteld door het openbaar
                    ministerie. De boete voor verkeersovertredingen zijn nu hoger dan voor het niet
                    betalen van belastingen. Op het moment van schrijven bedraagt deze € 90,-.
                    Overigens gaat van een ‘Mulderbon’ het grootste deel naar het OM (€ 65) en de
                    rest naar de gemeente. Dit is een tijdelijke regeling, waarvan onbekend is
                    hoelang die voortgezet wordt.</al><tussenkop>Artikel 11. Vrijstelling van het betalen van
                    parkeerbelastingen</tussenkop><al>De hoogte van de belastingtarieven is vrij. Er is noch sprake van een maximum,
                    noch van een minimum bedrag. Wel zijn er grenzen aan de mogelijkheden om
                    tarieven te differentiëren. Dit kan op basis van locatie van de parkeerplaats,
                    ruimte die het voertuig inneemt, het tijdstip van het parkeren en/of de
                    parkeerduur. Andere zaken, zoals de kleur van het voertuig, de herkomst van de
                    persoon, het al dan niet gehandicapt zijn, wel of geen voertuig van de gemeente
                    zijn. zijn geen basis om een ander tarief te hanteren. Wel kan de gemeente
                    groepen aanwijzen waarvan zij het parkeren niet wil reguleren, dus die ook geen
                    belasting hoeven te betalen. Het is daarbij wel zaak dat de voertuigen
                    herkenbaar zijn en dat sprake is van gelijke behandeling van gelijke gevallen.
                    De jurisprudentie is daar strikt in. Stel dat de gemeente de gemeentelijke
                    hoveniers vrijstelling wil geven, dan moet zij dat voor alle hovenierbedrijven
                    doen. </al><tussenkop>Artikel 12. Kwijtschelding</tussenkop><al>Kwijtschelden is het achteraf vrijstellen van de belastingverplichting. Dat past
                    niet in het bepaalde in artikel 11. Vandaar dat geen kwijtschelding wordt
                    verleend. </al><tussenkop>Artikel 13. Nadere regels door het college van burgemeester en
                    wethouders</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 8. De invulling van de wijze waarop
                    parkeerbelastingen worden geïnd is ook een bevoegdheid van het college. Met dit
                    artikel wordt daar invulling aan gegeven.</al><tussenkop>Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Evident.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>