<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.ouder-amstel.nl">weekblad voor ouder-amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/50</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 september
                        2013, nummer 2013/51,</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>s t e l t v a s t :</al><al>de “Verordening Reinigingsheffingen 2014”</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I:</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer ;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden
                                    ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                    geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
                                    .</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                    behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen
                                    geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten
                                    aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                    milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                    opgenomen in de hoofdstukken I en III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel.</al></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen zoals bedoeld in hoofdstuk I van de bij
                                    deze verordening behorende tarieventabel tot € 10,00 vindt geen
                                    invordering plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                    hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één
                                    belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag
                                    geheven.</al></li><li nr="2."><al>Vervallen</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van
                                    mondelinge of schriftelijke kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending
                                    of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                    belastingplichtige bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het
                                    belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt is de belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel, verschuldigd voor zoveel
                                    twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                                    als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                    volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar volgens hoofdstuk I verschuldigde
                                    belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel, als er in dat jaar na het afloop van de
                                    belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Vervallen</al></li><li nr="5."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de
                                    aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik
                                    van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk I van de
                                    bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald in
                                    twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                                    maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljetverenigde aanslagen, zoals bedoeld in
                                    hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel,
                                    of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
                                    daarvan, meer is dan € 100,- maar minder is € 3.500,- en zolang
                                    de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso
                                    van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in
                                    negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine
                                    afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn
                                    vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
                                    marge (meer dan € 100,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2
                                    vallen en die door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dezelfde termijnen afgeschreven zoals in lid
                                    één;</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel moet worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het
                                            moment van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen
                                            één maand na de dagtekening vermeld op de
                                            kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste of het tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing bedoeld in
                                            de hoofdstuk III van de bij deze verordening behorende
                                            tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></li><li nr="2."><al>Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt in
                                            afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet
                                            1990 het percentage voor de berekening van de kosten van
                                            bestaan vastgesteld op 100 percent.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III:</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel
                                    voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten
                                    als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                    gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente
                                    in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel
                                    ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die
                                    van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                    opgenomen in de hoofdstukken IV tot en met VI van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel.</al></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen zoals bedoeld in hoofdstuk IV van de bij
                                    deze verordening behorende tarieventabel tot € 10,00 vindt geen
                                    invordering plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                    hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één
                                    belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                                    belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel
                                            worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande
                                            dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan
                                            worden opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Vervallen</al></li><li nr="3."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de tarieventabel
                                            worden geheven door middel van een gedagtekende
                                            kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
                                            Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                                            toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                            kennisgeving aan de belastingplichtige
                                            bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                    voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel
                                            zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                            of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor
                                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van
                                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde
                                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige
                                            rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vervallen</al></li><li nr="2."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de
                                                  tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van
                                                  de dienstverlening of bij de aanvang van het
                                                  gebruik van de bezittingen, werken of
                                                  inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen, zoals bedoeld in IV van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel, worden betaald in twee
                                    gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                                    maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljetverenigde aanslagen, zoals bedoeld in
                                    hoofdstuk IV van de bij deze verordening behorende tarieventabel
                                    minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door een
                                    automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                    belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval
                                    moeten de aanslagen worden betaald in e opeenvolgende gelijke,
                                    met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse
                                    termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening
                                    van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens
                                    een maand later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
                                    marge (meer dan € 100,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2
                                    vallen en die door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dezelfde termijnen afgeschreven zoals in lid
                                    één;</al></li><li nr="4."><al>Vervallen</al></li><li nr="5."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moeten worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van
                                    de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één
                                    maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Vervallen.</al></li><li nr="7."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een
                                    belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                    bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="8."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk IV tot
                            en met VI van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt
                            geen kwijtschelding verleend. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV:</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2013” van 8 november 2012,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2014, of zo dit later is, op de eerste dag na die van de
                                    bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft,
                                    indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt
                                    na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de
                                    tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor
                                    zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="4."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="5."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                    Reinigingsheffingen 2014”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 7 november 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>