<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320210_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-2892.html">Elektronisch Gemeenteblad Delft, 31 januari 2014, nr 4675</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 149 Gem. wet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>actualisering van de regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44496</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens1990;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1
                                    onder ia van het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen
                                    van diensten op het gebied van telefonische en/of elektronische
                                    betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerapparatuurplaats die</al></li><li nr="a."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al></li><li nr="b."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1
                                    van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>abonnement: een vergunning voor een of meerdere aangewezen
                                    parkeerterreinen.</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="k."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li><li nr="l."><al>autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een
                                    motorvoertuig bestemd voor autodate.</al></li><li nr="m."><al>centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente
                                    Delft een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de
                                    registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen
                                    van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van
                                    een telefoon of pas.</al></li><li nr="n."><al>dagvergunning: een schriftelijk bewijs waarmee het is toegestaan
                                    te parkeren op een belanghebbendenplaats en/of
                                    parkeerapparatuurplaats gedurende een aaneengesloten periode van
                                    maximaal 24 uur.</al></li><li nr="o."><al>gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel
                                    49 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een
                                    ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart daarmee
                                    gelijkgestelde parkeerkaart of de Stadsgewestelijke
                                    Gehandicaptenkaart.</al></li><li nr="p."><al>Maand: kalendermaand</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen
                                die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. De raad
                                kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in
                                artikel 3, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die
                                        ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis Administratie
                                        op een adres in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of
                                        mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
                                            <vet>bewonersvergunning</vet>;</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
                                            <vet>bedrijfsvergunning</vet>;</al></li><li nr="c."><al>degene, die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis
                                        Administratie op een adres binnen een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten
                                        behoeve van het parkeren van een motorvoertuig van bezoekers
                                        van bewoners, te noemen <vet>bezoekersvergunning
                                            bewoners</vet>;</al></li><li nr="d."><al>degene, die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten
                                        behoeve van het parkeren van een motorvoertuig van bezoekers
                                        van bedrijven, te noemen <vet>bezoekersvergunning
                                            bedrijven</vet>;</al></li><li nr="e."><al>de dierenambulance, medewerkers van de GGZ en professionele
                                        zorginstellingen die eerstelijns hulpverlening bieden in één
                                        van de vergunninggebieden, waarmee geparkeerd kan worden op
                                        belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle
                                        gebieden, onder het door het college nader te bepalen
                                        voorwaarden, te noemen
                                        <vet>hulpverlenersvergunning</vet>;</al></li><li nr="f."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig, voor zover het
                                        voertuig noodzakelijk is voor het uitvoeren van
                                        werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de
                                        betreffende locatie, op plaatsen als bedoeld in het eerste
                                        lid, moet worden geparkeerd, te noemen
                                            <vet>aannemersdagkaart;</vet></al></li><li nr="g."><al>marktkooplieden, voor het parkeren op specifieke tijden
                                        (donderdag en/of zaterdag) op speciaal daarvoor aangewezen
                                        parkeerplaatsen, te noemen
                                        <vet>warenmarktvergunning</vet>;</al></li><li nr="h."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig, waarmee
                                        geparkeerd kan worden op belanghebbenden- en
                                        parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
                                            <vet>overallparkeervergunning</vet>.</al></li><li nr="i."><al>hulpdiensten politie en brandweer, waarmee ten behoeve van
                                        het uitvoer geven aan spoedeisende hulpverlening zonder
                                        herkenbare auto, dienen te parkeren op belanghebbenden- en
                                        parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
                                            <vet>functionele vergunning</vet>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied, per categorie
                                en per houder vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten, bij een
                                functiewijziging van een pand of object, het aantal toe te kennen
                                parkeerproducten te beperken tot het maximale aantal
                                parkeerproducten dat voor de functiewijziging ten behoeve van het
                                betreffende pand of object kon worden uitgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze
                                termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 12 kalendermaanden
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                    beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>V.</nr><titel>PARKEERBELASTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a"><al>een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op
                                    een bij deze verordening te bepalen plaats, tijdstip en
                                    wijze;</al></li><li nr="b"><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1"><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt
                                        geheven van de degene die het motorvoertuig heeft
                                        geparkeerd.</al></li><li nr="2"><al>Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                        aangemerkt:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
                                        10, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        motorvoertuig, met dien verstande dat</al><al> 1<sup>e</sup> als een voor ten hoogste drie maanden
                                        aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt
                                        wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst
                                        de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de
                                        huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig
                                        heeft geparkeerd;</al><al> 2<sup>e</sup><sup/>als blijkt dat een ander in het
                                        kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander
                                        wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
                                        geparkeerd.</al><lijst><li nr="3"><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a,
                                                wordt niet geheven van degene die op de voet van het
                                                tweede lid, onderdeel b, als degene die het
                                                motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als
                                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
                                                parkeren een ander tegen zijn wil van het
                                                motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit
                                                gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
                                                voorkomen.</al></li><li nr="4"><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b,
                                                wordt geheven van degene die de vergunning heeft
                                                aangevraagd.</al></li><li nr="5"><al>De belastingen genoemd in artikel 10, onderdeel a,
                                                zijn niet verschuldigd indien het voertuig is
                                                voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart,
                                                mits deze zodanig in of aan het motorvoertuig is
                                                geplaatst, dat deze met het oog op toezicht en
                                                controle van buitenaf goed zicht- en leesbaar is.
                                            </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt:
                            </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                                parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming
                                van de door het college gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het bij aanvang van het parkeren inbellen op een centrale computer
                                op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het
                                college gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het
                                parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door
                                het aanmelden bij de centrale computer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al><al>2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
                            overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het
                            einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in
                            werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op
                            de centrale computer.</al><al>3 De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, moet overeenkomstig
                            de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
                            verleend.</al><al>4 Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, mag worden
                            geparkeerd geschiedt door de raad bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van
                                de belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan aan het
                                motorvoertuig een wielklem worden aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de
                                terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan
                                het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid,
                                onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld
                                in artikel 10, onderdeel a, bedragen € 58,-.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem
                                bedragen €58,-.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De kosten voor de overbrenging en bewaring bedragen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor de overbrenging en indien het voertuig op de dag van wegslepen
                                wordt opgehaald € 155,-.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien het voertuig op enig later moment wordt opgehaald: € 180,-
                                per voertuig met dien verstande dat voor elk volgend etmaal of
                                gedeelte daarvan de kosten voor het bewaren van het voertuig worden
                                bepaald op € 17,-.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te
                                brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing
                            en de invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>VI</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toezicht op naleving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de personen werkzaam in de functie van
                                Controleur Openbare Ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving in het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan
                                te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Verordening
                                parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2013 worden geacht te
                                zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De 'Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2013'
                                , laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van11 juli 2013, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Parkeerregulering en
                            parkeerbelasting 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december
                        2013.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.</ondertekening><ondertekening>drs. A.E.M. Randsdorp, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Delft/i234798.pdf">Bijlagen verordening parkeerregulering</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>