<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320180_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hilverbode week 52 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>APV 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 147 en 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4 november 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>herziening van APV 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, eerste lid,
                                        onder b, van de Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig
                                        <onderstreept>artikel 27, tweede lid, van de
                                        Wegenwet</onderstreept>;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening van de gemeente Hilvarenbeek;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, eerste
                                        lid, onder c, van de Woningwet</onderstreept>;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht</onderstreept>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de <onderstreept>Algemene wet
                                bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking bij
                            niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in
                            deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:l</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de <onderstreept>Wet openbare
                                        manifestaties</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: </al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in <onderstreept>artikel 2.2,
                                        eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, <onderstreept>artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet</onderstreept>, of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren een vergunning van
                                            het college heeft verkregen, na indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen in
                                    de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde
                                    behandeltermijn een besluit heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        beheer Rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de
                                    Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Waterstaatswet
                                        1900</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Onteigeningswet</onderstreept>, of de
                                        <onderstreept>Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste
                                                lid, onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en
                                            artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de
                                                <onderstreept>Drank en Horecawet</onderstreept>
                                            gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de <onderstreept>Wet openbare
                                                manifestaties</onderstreept>;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een buurtfeest of
                                    straatbarbecue, viering of herdenking, lopend orkest of kleine
                                    optocht en fietstoer- en wandeltochten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien aan
                                    de volgende voorwaarden is voldaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt en
                                            niet langer duurt dan een dag;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement vormt geen onredelijke belemmering voor
                                            het verkeer en hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 25 m² per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator bij het evenement aanwezig is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator uiterlijk 3 weken voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester;</al></li><li nr="h."><al>de organisator eventuele omwonenden minstens 1 week van
                                            tevoren informeert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting met een
                                    kleinschalig karakter die zich bevindt in </al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet</onderstreept> voor zover de
                                            activiteiten van de openbare inrichting een
                                            nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling, mits ondergeschikt aan en enkel
                                            gericht op de gebruikers van de zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op
                                            de gebruikers van het museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, indien </al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op: </al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00
                                            uur;</al></li><li nr="c."><al>kermisdagen met uitzondering van de laatste kermisdag
                                            tussen 02.00 uur en 06.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>maandag en dinsdag tijdens carnaval tussen 02.00 uur en
                                            06.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                        <onderstreept>artikel 13b van de Opiumwet</onderstreept>
                                    voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <onderstreept>artikel 174
                                    van de Gemeentewet</onderstreept>, treedt het college bij de
                                toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit</al></li><li nr="-"><al>inrichting</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon</al></li><li nr="-"><al>sterke drank</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwakalcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder verstaan wordt in de Drank- en Horecawet.</al><lijst><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds
                                        paracommerciële rechtspersonen die zich richten op
                                        activiteiten van sportieve aard en paracommerciële
                                        rechtspersonen van sociaal-culturele aard. Onder deze
                                        laatste worden onder meer verstaan:</al></li><li nr="-"><al>dorps- en buurthuizen</al></li><li nr="-"><al>culturele centra</al></li><li nr="-"><al>lokaliteiten van gezelligheidsverenigingen</al></li><li nr="-"><al>instellingen van levensbeschouwelijke of godsdienstige
                                        aard</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sportieve aard mogen uitsluitend alcoholhoudende drank
                                    verstrekken gedurende de periode beginnende met één uur voor
                                    aanvang en eindigende met twee uur na beëindiging van
                                    activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving
                                    van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar in
                                    ieder geval niet buiten onderstaande tijden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>maandag tot en met vrijdag van 17:00 tot 0:00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zaterdag en zondag van 12:00 tot 20:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen van sociaal-culturele aarde
                                    verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de
                                    periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met
                                    twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de
                                    statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                                    paracommerciële rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de in het eerste lid omschreven eindtijden kan incidenteel
                                    worden afgeweken wanneer de laatste activiteit die past binnen
                                    de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                                    paracommerciële rechtspersoon later beëindigd is dan twee uur
                                    voor de in het vorige lid aangegeven eindtijden; in dat geval
                                    mag er na het doen van een melding aan de burgemeester tot twee
                                    uur na beëindiging van de activiteit alcohol geschonken worden,
                                    doch niet later dan 1.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sportieve aard organiseren geen bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                                    die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                    desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen van sociaal-culturele aard mogen
                                    bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht
                                    zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                    organiseren:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>indien in de betreffende dorpskern geen commercieel
                                    geëxploiteerd alternatief voor die bijeenkomst voorhanden is,
                                    en</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>maximaal 12 maal per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Beperking prijsacties detailhandel</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholische drank aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is
                                dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk
                                wordt gevraagd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8B</nr><titel>Exploitatie growshops en smartshops</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34i</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
                                        wordt aangeduid als een smartshop of growshop; het gaat hier
                                        zowel om groothandels- als om detailhandelszaken.</al></li><li nr="b."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                        rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                geëxploiteerd.</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen,
                                die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van
                                de inrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34j</nr><titel>Exploitatie inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden zonder vergunning van de
                                    burgemeester een inrichting te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de exploitatie wordt maximaal één vergunning verleend
                                    (maximumstelsel)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34k</nr><titel>Gedragseisen</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:34j
                                dienen leidinggevenden te voldoen aan de navolgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij staan niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>zij zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of
                                        voogdij;</al></li><li nr="c."><al>zij hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34l</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de
                                    burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de
                                    burgemeester vast te stellen formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester beschikt binnen twaalf weken op een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34m</nr><titel>Weigering vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien het in artikel
                                    2:34j bedoelde maximum voor growshops respectievelijk smartshops
                                    is bereikt..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien de vestiging of
                                    exploitatie van de inrichting in strijd is met het geldende
                                    bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van de inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden
                                    beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de leidinggevenden
                                    niet voldoen aan de in artikel 2:34k opgenomen
                                    gedragseisen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de aanvrager geen
                                    verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden
                                    voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is
                                    afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien de
                                    exploitant van een inrichting na inwerkingtreding van dit
                                    artikel binnen drie jaar voor indiening van de
                                    vergunningaanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of daar
                                    leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de
                                    openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat
                                    daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13b Opiumwet
                                    gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden
                                    is ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34n</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een eenmaal
                                    verleende vergunning ingetrokken, indien niet langer voldaan
                                    wordt aan de in artikel 2:34k gestelde eisen..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat de exploitant of andere
                                            leidinggevenden betrokken zijn bij of ernstige
                                            nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als
                                            bedoeld in artikel 3 Opiumwet;</al></li><li nr="b."><al>dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de
                                            openbare orde, de aantasting van het woon- en
                                            leefklimaat daaronder begrepen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34o</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopende te hebben
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op de exploitatievergunning. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34p</nr><titel>Wijziging vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor
                                    er een wijziging in de vergunning dient te komen, dient de
                                    exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te dienen..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag niet is ingediend binnen een maand na de
                                    verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende
                                    vergunning intrekken. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                <onderstreept>artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                                de Wet op de Kansspelen</onderstreept> vergunning is
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                                7c van de Wet op de kansspelen</onderstreept> te
                                            beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30 van de Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>, of de handeling als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel l, onder a, van de Wet
                                                op de kansspelen</onderstreept> te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder c. van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                                Wet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van de
                                        Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van de
                                        Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerstel lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door <onderstreept>artikel
                                        424</onderstreept>, <onderstreept>426bis</onderstreept> of
                                        <onderstreept>431 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                <onderstreept>artikel 35 van de Drank en
                                                Horecawet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel l, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, bij dat
                                    aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64a</nr><titel>Vernietiging van rupsen en rupsennesten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving ten aanzien
                                    van het gehele gebied van de gemeente of van bepaalde delen
                                    daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de
                                    rechthebbende van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat
                                    zij het noodzakelijk acht, dat aldaar in bomen of ander
                                    houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en
                                    vernietigd worden vóór een bij die kennisgeving bepaalde
                                    datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op percelen binnen het bij die openbare
                                    kennisgeving aangewezen gebied of van de in de persoonlijke
                                    kennisgeving aangeduide percelen is verplicht vóór de door het
                                    college bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of ander
                                    houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en rupsennesten
                                    verwijderd en vernietigd zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="1."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen: </al><lijst><li nr="a."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="b."><al>van een verandering van de onder 1, sub a, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="c."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="d."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="3."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (<onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept>) van
                                toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in <onderstreept>artikel 2</onderstreept> en <onderstreept>3
                                    van de Opiumwet</onderstreept>, of daarop gelijkende waar, al
                                dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot het tijdelijk doen
                                ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel
                                2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van deze
                                verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare orde
                                door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151c van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot plaatsing van vaste
                                camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                openbare plaats.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 174 van de Gemeentewet</onderstreept>, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de <onderstreept>artikel 37 van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> in een
                                            psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                                <onderstreept>artikel 37a van het Wetboek van
                                                Strafrecht</onderstreept> ter beschikking
                                            gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, Curaçao, Aruba of
                                            Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
                                            misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                            voorlopige hechtenis ingevolge <onderstreept>artikel 67,
                                                eerste lid van het Wetboek van
                                                Strafvordering</onderstreept> is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <onderstreept>Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Opiumwet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> en de
                                        <onderstreept>Wet arbeid vreemdelingen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 137c tot en met 137g,</onderstreept><onderstreept>140</onderstreept>,
                                        <onderstreept>240b</onderstreept>, <onderstreept>242 tot en
                                        met 249</onderstreept>, <onderstreept>252</onderstreept>,
                                    250a (oud), <onderstreept>273f</onderstreept>, <onderstreept>300
                                        tot en met 303</onderstreept>,
                                        <onderstreept>416</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417</onderstreept>,
                                        <onderstreept>417bis</onderstreept>,
                                        <onderstreept>426</onderstreept>,
                                        <onderstreept>429quater</onderstreept> en <onderstreept>453
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 8</onderstreept> en
                                        <onderstreept>162, derde lid</onderstreept>, alsmede
                                        <onderstreept>artikel 6</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>artikel 8</onderstreept> of juncto
                                        <onderstreept>artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 1, onder a, b en d</onderstreept>,
                                        <onderstreept>13</onderstreept>,
                                        <onderstreept>14</onderstreept>,
                                        <onderstreept>27</onderstreept> en <onderstreept>30b van de
                                        Wet op de kansspelen</onderstreept>;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 2</onderstreept> en <onderstreept>3
                                        van de Wet op de weerkorpsen;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de <onderstreept>artikelen 54</onderstreept> en <onderstreept>55
                                        van de Wet wapens en munitie</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of
                                                <onderstreept>artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen</onderstreept>,
                                            tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: </al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <onderstreept>artikel 3:41 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept>, maakt het bevoegd
                                    bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit bekend
                                    overeenkomstig <onderstreept>artikel 3:42 Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het <onderstreept>Tweede Boek van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, in de
                                                <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> en in de
                                                <onderstreept>Wet wapens en munitie</onderstreept>;
                                            en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                                arbeid vreemdelingen</onderstreept> of de
                                                <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept>
                                            bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <onderstreept>artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met <onderstreept>artikel 273f van het Wetboek
                                                van Strafrecht</onderstreept> of met het bij of
                                            krachtens de <onderstreept>Wet arbeid
                                                vreemdelingen</onderstreept> of de Vreemdelingenwet
                                            bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat op de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het <onderstreept>Besluit algemene regels voor
                                            inrichtingen milieubeheer;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen,
                                    Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan ... dB(A), gemeten op de
                                    gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en<onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 2.00 uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 50 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen <onderstreept>2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening – op maandag tot en met vrijdag uiterlijk om 1.00
                                    uur en op zaterdag en zondag uiterlijk om 2.00 uur
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld
                                in <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit</onderstreept> binnen inrichtingen is de onder e.
                                opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel e</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het Besluit
                                    toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                    handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        geluidhinder</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Zondagswet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 2 maanden verlengen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als
                                        afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal
                                        20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In
                                        geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste
                                        stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de
                                        dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 20 cm op 1,3 meter boven het
                                        maaiveld, indien sprake is van een houtopstand in het kader
                                        van een herplant- of instandhoudingsplicht als bedoeld in
                                        artikel 14:11f; </al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                        houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van
                                        hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van
                                        heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een
                                        struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale
                                        dwarsdoorsnede;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan
                                        20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip
                                        van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
                                        boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging
                                        of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen
                                        hebben;</al></li><li nr="e."><al>rooien: het geheel verwijderen van het boven- en
                                        ondergrondse deel van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het
                                        bovengrondse deel van de houtopstand;</al></li><li nr="g."><al>kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een
                                        hoofdstam met takstompen. Met als richtlijn dat de lengte
                                        van de takstomp 8-maal de doorsnede van de tak moet zijn en
                                        dat de takken ongeveer op dezelfde lengte vanaf de stam
                                        afgezet worden;</al></li><li nr="h."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="i."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li><li nr="j."><al>landbouwgrond: grond waarop een vorm van de volgende cultuur
                                        bedreven wordt: akkerbouw, veehouderij, pluimveehouderij,
                                        tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van
                                        bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke
                                        andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering
                                        van bosbouw;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                            houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke en particuliere houtopstanden met
                                                  een dwarsdoorsnede kleiner dan 20 cm op 1,3 meter
                                                  boven het maaiveld met uitzondering van bomen en
                                                  houtopstanden welke zijn geplant in het kader van
                                                  de in artikelen 4.11f van deze afdeling bedoelde
                                                  herplant;</al></li><li nr="b."><al>houtopstanden op private percelen met een
                                                  totaaloppervlakte kleiner dan
                                                  250m<sup>2 </sup>grondoppervlakte inclusief
                                                  bebouwing binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="c."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                  langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande
                                                  uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                                                  geknot;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering
                                                  van het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als
                                                  noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,
                                                  gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering
                                                  van regulier onderhoud, met uitzondering van de
                                                  eerste maal voor het kandalaberen van een of
                                                  meerdere specifieke bomen; </al></li><li nr="g."><al>windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="h."><al>fruit- en vruchtbomen welke aantoonbaar op
                                                  bedrijfseconomische wijze worden gekweekt ten
                                                  behoeve van fruit- en vruchtteelt; </al></li><li nr="i."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan
                                                  twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen
                                                  en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                                  terreinen;</al></li><li nr="j."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig
                                                  bij het Bosschap geregistreerde
                                                  bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                                  bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                                  zelfstandige eenheid vormt die</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantal rijen;</al><lijst><li nr=""><al>k.houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde
                                            inartikel 4:11e en 4:11f.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het vellen van houtopstand reeds een
                                            aanlegvergunning wordt vereist op grond van een
                                            rechtsgeldigheid bestemmingsplan wordt bij verlening van
                                            deze aanlegvergunning de vergunning als bedoeld in het
                                            eerste lid geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder bijvoeging
                                    van een situatieschets, worden aangevraagd door middel van een
                                    door het bevoegd gezagcollege vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan
                                    wel onder voorschriften of beperkingen verlenen op grond
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vitaliteit van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bijzondere natuur- en/of milieuwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder het eerste lid genoemde waarden worden getoetst door
                                    middel van een cultuurtechnische beoordeling. De waarde van de
                                    houtopstand wordt gezet tegen de mate van overlast. Er wordt
                                    vervolgens beoordeeld of er een kapvergunning verleend wordt.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt
                                    indien daarvan niet binnen één jaar na het onherroepelijk zijn
                                    van de vergunning gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één
                                    boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar
                                    geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele
                                    bomen al geveld zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                    het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en
                                    bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                    reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen,
                                    ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures
                                    onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële
                                    voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die
                                    uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                    hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 4:11f kunnen
                                    gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze vordering
                                    genoemde minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herplant en op welke wijze niet aangeslagen beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als van
                                    toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan
                                    het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                    voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                    ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien
                                    hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht
                                    binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde
                                            houtopstand direct zodanig te behandelen dat
                                            verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag gevelde
                                    bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                    vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de
                                    desbetreffende boomziekte kan verspreiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        ruimtelijke ordening</onderstreept> of de Provinciale
                                    Verordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van
                                    <onderstreept>artikel 40 van de Woningwet</onderstreept> is
                                vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan
                                worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het <onderstreept>Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> met
                                        uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het <onderstreept>Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                            ( RVV 1990).</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet</onderstreept>; </al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                                de Gemeentewet</onderstreept> of op snuffelmarkten
                                            als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 18.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de <onderstreept>Winkeltijdenwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Wetboek van Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant of de Provinciale
                                    landschapsverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement,</onderstreept> de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant of de Provinciale
                                    landschapsverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, onderdeel i
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept> een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding
                                    van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te
                                    doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                    motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat <onderstreept>artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept> daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of het <onderstreept>Besluit
                                        geluidproductie sportmotoren</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, onder z,
                                        Reglement Verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept>, een bromfiets als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels
                                        en verkeerstekens 1990</onderstreept> of met een fiets of
                                    een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens
                                                <onderstreept>artikel 29, eerste lid, Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990</onderstreept>
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, eerste
                                                lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                                                1994</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of anderszins vuur aan te
                                    leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna, woon- en
                                    leefomgeving of in het belang van de openbare orde en
                                    veiligheid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3,
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                    lijkbezorging</onderstreept> op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd
                                terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd in
                                    het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:l</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de (buitengewone) opsporingsambtenaren
                                aangesteld voor de Politieregio Midden- en West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Hilvarenbeek
                                2006 wordt ingetrokken</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: APV 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Inhoudsopgave APV 2014 </titel></kop><al>Inhoudsopgave APV 2014 1</al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 2</al><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde 5</al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden 5</al><al>Afdeling 2 Betoging 5</al><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken 6</al><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg 6</al><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg 7</al><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg 8</al><al>Afdeling 7 Evenementen 10</al><al>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen 11</al><al>Afdeling 8A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        Drank- en Horecawet 14</al><al>Afdeling 8B Exploitatie growshops en smartshops 15</al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                        nachtverblijf 17</al><al>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden 18</al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid 19</al><al>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen 25</al><al>Afdeling 13 Vuurwerk 26</al><al>Afdeling 14 Drugsoverlast 26</al><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen 27</al><al>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
                        28</al><al>Afdeling 1 Begripsbepalingen 28</al><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                        dergelijke 29</al><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden 32</al><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer 33</al><al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                        het uiterlijk aanzien van de gemeente 34</al><al>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting 34</al><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging 37</al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden 37</al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 42</al><al>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen 43</al><al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                        44</al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen 44</al><al>Afdeling 2 Collecteren 46</al><al>Afdeling 3 Venten 47</al><al>Afdeling 4 Standplaatsen 47</al><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten 48</al><al>Afdeling 6 Openbaar water 49</al><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden 51</al><al>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken 52</al><al>Afdeling 9 Verstrooiing van as 53</al><al>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen 54</al></bijlage></regeling></body></cvdr>