<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR320008_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut gemeente Winterswijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut gemeente Winterswijk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0011987&amp;g=2014-01-01">Wet financiering decentrale overheden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE WINTERSWIJK (&#34;FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE WINTERSWIJK 2011&#34;)&amp;g=2014-01-01">Financiële verordening gemeente Winterswijk 2011</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-11-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013 nr. XII-1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut gemeente Winterswijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2013 nr. XII-1</al><al>De raad van de gemeente Winterswijk; </al><al>gelezen het voorstel;</al><al> gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en de Financiële verordening
                        gemeente Winterswijk 2011 alsmede de Wet financiering decentrale overheden; </al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen het navolgende</al><al/><al><vet>Treasurystatuut gemeente Winterswijk 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Begrippenkader </label></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder: </al><al><vet>- Derivaten:</vet> Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen
                            aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen
                            financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten
                            worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en
                            financieringskosten te minimaliseren; </al><al><vet>- Financiering</vet>: Het aantrekken van benodigde financiële
                            middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als
                            vreemd vermogen; </al><al><vet>- Geldstromenbeheer:</vet> Al die activiteiten die nodig zijn om
                            liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als
                            tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); </al><al><vet>- Liquiditeitsrisico:</vet> De risico’s van mogelijke wijzigingen
                            in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor
                            financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; </al><al><vet>- Kasgeldlimiet:</vet> Een bedrag op basis van de Wet fido ter
                            grootte van een percentage, thans 8,5% van het totaal van de
                            jaarbegroting exploitatie van de gemeente bij aanvang van het jaar; Het
                            gemiddelde saldo per kwartaal van de kortlopende gelden mag niet hoger
                            zijn dan dit bedrag.</al><al><vet>- Koersrisico:</vet> Het risico dat de financiële activa van de
                            organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; </al><al><vet>- Kredietrisico:</vet> De risico’s op een waardedaling van een
                            vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de
                            verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of
                            deficit; </al><al><vet>- Liquiditeitenbeheer</vet>: Het aantrekken en uitzetten van
                            middelen voor een periode tot één jaar; </al><al><vet>- Liquiditeitenplanning:</vet> Een gestructureerd overzicht van de
                            toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid; </al><al><vet>- Rating</vet>: De inschatting van de kans op eventuele
                            wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op
                            schuldpapier; </al><al><vet>- Renterisico</vet>: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                            (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; </al><al><vet>- Renterisiconorm:</vet> Een bij de aanvang van enig jaar op basis
                            van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de begroting van
                            de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; De
                            renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld wettelijk
                            percentage, thans 20% te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal.
                            Uitgangspunt bevat het beperken van de invloed van (externe)
                            rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente.</al><al><vet>- Rentetypische looptijd</vet>: Het tijdsinterval gedurende de
                            looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de
                            geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet
                            beïnvloedbare, constante rentevergoeding;</al><al><vet>- Saldobeheer:</vet> Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                            rekeningen;</al><al><vet>- Rentevisie: </vet>Toekomstverwachting over de
                            rente-ontwikkeling;</al><al>- <vet>Solvabiliteitsratio:</vet> Status die door een bancaire
                            toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte
                            (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en
                            Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden
                            toegekend;</al><al>- <vet>Treasuryfunctie</vet>:De treasuryfunctie omvat alle activiteiten
                            die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden
                            over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de
                            financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden
                            risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties:
                            risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en
                            crediteurenbeheer;</al><al>- <vet>Uitzetting</vet>: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten
                            aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.
                            Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar
                            en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van langer
                            dan één jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie </label></kop><al> De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: </al><al>1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                            acceptabele condities; </al><al>2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten
                            tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s,
                            kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; </al><al>3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                            bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; </al><al>4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet
                            fido en de Wet Ruddo respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                            treasurystatuut. </al><al>5. Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel
                            duidelijk worden geregeld. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL 1 RISICOBEHEER </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer </label></kop><al> Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                            uitgangspunten: </al><al>1. De gemeente mag leningen en garanties uit hoofde van de “publieke
                            taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goed te keuren
                            derde partijen, waarbij de concerncontroller vooraf de financiële
                            positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij beoordeelt.
                            Indien de concerncontroller dit nodig acht wordt ter zake advies
                            ingewonnen bij een externe deskundige.</al><al>2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie
                            indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn
                            gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig
                            risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd
                            middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; (artikel 6
                            kredietrisicobeheer)</al><al>3. Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze mogen uitsluitend
                            defensief worden toegepast ter beperking van financiële risico’s.
                            Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de gemeente het
                            advies in van een externe adviseur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Renterisicobeheer </label></kop><al>1. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag
                            waarover renterisico wordt gelopen. </al><al>2. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden; </al><al>3. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden; </al><al>4. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                            financiële positie en de liquiditeitenplanning; </al><al>5. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                            lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                            rentestand en de rentevisie; </al><al>6. Binnen de kaders gesteld onder lid 4 en lid 5, streeft de gemeente
                            tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van
                            leningen/uitzettingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5. Koersrisicobeheer </label></kop><al>1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van
                            treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren:
                            hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en/of uitzettingen in
                            vastrentende waarden. </al><al>2. De uitzettingen of leningen moeten in euro’s plaatsvinden. </al><al>3. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de
                            looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Kredietrisicobeheer </label></kop><al>1. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de
                            volgende uitgangspunten: </al><al>a. Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij: </al><al>- Financiële ondernemingen, voor wiens waardepapier een
                            solvabiliteitsratio van 0% geldt; </al><al>- Financiële ondernemingen binnen het EU/EER-gebied met ten minste een
                            A-rating voor de lange termijn van één van de volgende erkende
                            ratingbureaus: Moody’s, Standard &amp; Poors of Fitch; </al><al>b. Teneinde kredietrisico’s te spreiden wordt: </al><al>- Voor middelen uitgezet voor een periode tot 3 maanden (inclusief
                            driemaandsdeposito) geldt dat de financiële onderneming of het
                            waardepapier dat zij uitgeeft minimaal een A-minus rating moet
                            hebben.</al><al> - Uitzettingen voor een vaste periode van langer dan 3 maanden geldt
                            dat de financiële onderneming of het waardepapier dat zij uitgeeft
                            minimaal een AA-minus rating moet hebben. </al><al>- Niet meer dan 5 miljoen Euro van de middelen met een looptijd van
                            langer dan 3 maanden wordt uitgezet bij één individuele tegenpartij met
                            een AA-rating; </al><al>2. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                            worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. </al><al>3. Met de financiële onderneming waar een uitzetting met een looptijd
                            langer dan drie jaar plaatsvindt, wordt overeengekomen dat indien de
                            rating, zoals genoemd in artikel 6 lid 1, onder het genoemde niveau
                            komt, de uitzetting terstond opeisbaar wordt zonder enige kosten aan
                                gemeentezijde<cursief>.</cursief></al><al>4. Bij de verwachte inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Wijziging van
                            de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend
                            aanhouden van liquide middelen in ’s Rijks schatkist (verplicht
                            schatkistbankieren)' mogen de voorgaande leden van dit artikel
                            uitsluitend worden toegepast voor zover daarmee niet in strijd met deze
                            nieuwe wet wordt gehandeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7. Intern liquiditeitsrisicobeheer </label></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                            treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn
                            liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige
                            liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Valutarisicobeheer </label></kop><al> Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                            leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Europese
                            geldeenheid de euro. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL 2 GEMEENTEFINANCIERING </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9. Financiering </label></kop><al> Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en
                            langer gelden de volgende uitgangspunten: </al><al>1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                            uitoefening van de publieke taak; </al><al>2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk
                            beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te
                            gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het
                            renteresultaat te optimaliseren; </al><al>3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn:
                            onderhandse leningen binnen de EU/EER gebied, commercial paper (CP) en
                            medium term notes (MTN); </al><al>4. De hoofdsom van de lening dient niet onderhevig te zijn aan enige
                            vorm van indexatie (Wet Fido, art 2, 3<sup>e</sup> lid) 5 . De gemeente
                            vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens een
                            (langlopende) onderhandse lening wordt aangetrokken, welke schriftelijk
                            worden vastgelegd.</al><al>Bij het aantrekken van financiering voor een periode van korter dan 1
                            jaar worden geen verschillende offertes opgevraagd. De hoofdsom mag niet
                            onderhevig zijn aan enige vorm van indexatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Langlopende uitzettingen </label></kop><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor
                            een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: </al><al>1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5, 6 en
                            8 genoemde voorwaarden. </al><al>2. De gemeente vraagt bij minimaal 2 instellingen offertes op alvorens
                            een langlopende uitzetting wordt gedaan, welke schriftelijk worden
                            vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Relatiebeheer </label></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                            condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                            volgende uitgangspunten: </al><al>1. Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de
                            10 jaar beoordeeld; </al><al>2. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te
                            voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6; </al><al>3. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen,
                            effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder
                            Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche
                            Bank en de Verzekeringskamer. </al><al>4. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit
                            Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te
                            hebben ontvangen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL 3 KASBEHEER </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12. Geldstromenbeheer </label></kop><al> Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: </al><al>1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau
                            op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop
                            toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat
                            de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. </al><al>2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één
                            bank. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Saldo- en liquiditeitenbeheer </label></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                            specifieke richtlijnen: </al><al>1. De gemeente mag in haar financiële beheer geen overmatige financiële
                            risico’s aangaan om een zo hoog mogelijke inkomen
                            (rendementsmaximalisatie) te generen. </al><al>2. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één
                            rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; </al><al>3. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                            kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1
                            - de kasgeldlimiet niet overschreden; </al><al>4. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen
                            zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; </al><al>5. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode
                            korter dan één jaar zijn producten met hoofdsomgarantie aan het einde
                            van de looptijd en/of uitzettingen in vastrentende waarden; </al><al>6. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts
                            de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL 4 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 14. </label></kop><al>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle </al><al> In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                            uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne
                            controle. </al><al>1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten
                            zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; </al><al>2. Bevoegdheden zijn via mandaat door het college van B&amp;W nader
                            schriftelijk vastgelegd; </al><al>3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                            doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: </al><al>a. Overeenkomst voor leningen en uitzettingen voor langer dan 1 jaar
                            worden door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het
                            vier-ogen-principe); </al><al>b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke
                            functionarissen; c. de uitvoering en de registratie in de financiële
                            administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. </al><al>4. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                            transactie te versturen naar de financiële administratie; </al><al>5. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris
                            die de transactie heeft afgesloten; </al><al>6. Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct
                            gecontroleerd door de kassier. </al><al>7. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: </al><al>a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; </al><al>b. de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en
                            bijgestuurd; </al><al>c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd
                            zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Verantwoordelijkheden </label></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de
                            gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Functie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Verantwoordelijkheden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeenteraad</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het
                                                treasurybeleid, beleidskaders en limieten;</al><al>·Het vaststellen van de paragraaf financiering in de
                                                begroting en de jaarrekening;</al><al>·Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de
                                                uitvoering hiervan;</al><al>·Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel)
                                                bijstellen van het treasury beleid. </al><al>·Vaststellen van wijzigingen in het
                                                treasurystatuut.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Commissie Samenleving</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen
                                                en rapportages op het gebied van treasury aan de
                                                Gemeenteraad.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                                verantwoordelijkheid);</al><al>·Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de
                                                uitvoering van het treasurybeleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Portefeuillehouder financiën</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
                                                verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Concerncontroller</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het opzetten van administratieve richtlijnen op het
                                                gebied van treasury;</al><al>·Het bewaken van de kwaliteit van de
                                                treasuryprocessen;</al><al>·Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde
                                                treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en
                                                de paragraaf financiering;</al><al>·Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de
                                                uitvoering van de door hem/haar gemandateerde
                                                treasuryactiviteiten;</al><al>·Het rapporteren aan B&amp;W over de uitvoering van
                                                het treasurybeheer;</al><al>·Het afleggen van verantwoording aan het college van
                                                B&amp;W.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Managers</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                informatie die hun afdeling aanlevert aan de
                                                concerncontroller met betrekking tot toekomstige
                                                uitgaven en ontvangsten;</al><al>·Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van
                                                betrouwbare operationele informatie over toekomstige
                                                geldstromen aan de concerncontroller;</al><al>·Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten
                                                laste c.q. ten gunste van hun budgetten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Comptabele </al></entry><entry colname="col2"><al>·Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking
                                                tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer,
                                                gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en
                                                relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten
                                                moeten conform dit treasurystatuut en de paragraaf
                                                financiering worden uitgevoerd; </al><al>·Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader
                                                van het saldo- en liquiditeitenbeheer;</al><al>·Het beheren van de geldstromen;</al><al>·Het onderhouden van contacten met banken,
                                                geldmakelaars en overige financiële
                                                instellingen;</al><al>·Het afsluiten van financiële contracten
                                                voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;</al><al>·Het schriftelijk vastleggen van de
                                                treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de
                                                kassier;</al><al>·Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op
                                                treasurygebied;</al><al>·Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de
                                                financiële gevolgen van hun activiteiten en
                                                projecten;</al><al>·Het aanleveren van tijdige, volledige en
                                                betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke
                                                administratie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het overboeken van saldi tussen
                                                bankrekeningen;</al><al>·Het afhandelen van het contante en girale
                                                betalingsverkeer;</al><al>·Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste
                                                gegevens aan de gemeentelijke administratie;</al><al>·Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en
                                                het controleren of deze overeenkomt met de
                                                transactie-informatie zoals verstrekt door het team
                                                financieel beheer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Financiële administratie</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het juist en volledig administreren van de
                                                bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                                inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de
                                                verplichtingen- en financiële administratie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Externe accountant</al></entry><entry colname="col2"><al>·Het voeren van de interne controle op de
                                                uitgevoerde treasurytransacties en hierover
                                                rapporteren aan de concerncontroller;</al><al>·Het in het kader van haar reguliere controletaak
                                                adviseren en controleren omtrent de feitelijke
                                                naleving van het treasurystatuut. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16. Bevoegdheden</label></kop><al> In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                            treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde
                            fiattering.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bevoegd functionaris (eerste handtekening)</al></entry><entry colname="col3"><al>Autorisatie door (tweede handtekening)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet><cursief>Saldo-, liquiditeiten- en
                                                  geldstromenbeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het uitzetten van middelen via callgeld, deposito
                                                en spaarrekening</al></entry><entry colname="col2"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col3"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het aantrekken van middelen via callgeld of
                                                kasgeld, depostio’s</al></entry><entry colname="col2"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col3"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen</al></entry><entry colname="col2"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col3"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet><cursief>Bankrelatiebeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry colname="col2"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col3"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Bankcondities en tarieven afspraken</al></entry><entry colname="col2"><al>Kassier</al></entry><entry colname="col3"><al>Comptabele</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet><cursief>Risicobeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Het afsluiten van derivatentransacties</al></entry><entry colname="col2"><al>Concerncontroller</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet><cursief>Financiering en
                                                  uitzetting</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.Het vaststellen van kredietfaciliteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Financieel medewerker</al></entry><entry colname="col3"><al>Concerncontroller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.Het aantrekken van middelen via onderhandse
                                                leningen en MTN’s zoals vastgelegd in de paragraaf
                                                financiering</al></entry><entry colname="col2"><al>Concerncontroller</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.Het vervroegd aflossen van geldleningen</al></entry><entry colname="col2"><al>Financieel </al><al>medewerker</al></entry><entry colname="col3"><al>Concerncontroller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.Het uitzetten van middelen via
                                                (staats)obligaties, MTN’s, CP’s, CD’s, onderhandse
                                                geldleningen zoals vastgelegd in de paragraaf
                                                financiering</al></entry><entry colname="col2"><al>Financieel medewerker</al></entry><entry colname="col3"><al>Concerncontroller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.Het beleggen van middelen in
                                                garantieproducten</al></entry><entry colname="col2"><al>Concerncontroller</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.Het verstrekken van leningen en garanties aan
                                                derden uit hoofde van de publieke taak</al></entry><entry colname="col2"><al>Concerncontroller</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Informatievoorziening </label></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                            onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                            betreffende functionarissen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="24*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Informatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Frequentie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Informatie-verstrekker</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Informatie-ontvanger</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                ontvangsten voor de liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks/Incidenteel</al></entry><entry colname="col3"><al>Managers</al></entry><entry colname="col4"><al>Teamcoördinator financieel beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.. Liquiditeitenplanningen tot 1 jaar en voor
                                                tenminste 4 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks bij de begroting</al></entry><entry colname="col3"><al>Teamcoördinator financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>Concerncontroller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Paragraaf financiering van de begroting conform
                                                BBV</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Financieel medewerker financieel beheer</al></entry><entry colname="col4"><al>College van B&amp;W en gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Voortgang onderdelen paragraaf financiering via de
                                                financiële rapportages</al></entry><entry colname="col2"><al>Financiële prognoses</al></entry><entry colname="col3"><al>Financieel medewerker</al></entry><entry colname="col4"><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Verantwoording/evaluatie n.a.v. paragraaf
                                                financiering via het jaarverslag</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Financieel medewerker</al></entry><entry colname="col4"><al>College van B&amp;W en Gemeenteraad </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Informatie aan derden (toezichthouder en CBS)
                                                zoals genoemd in art. 8 Wet fido</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal en jaarlijks bij de jaarrekening</al></entry><entry colname="col3"><al>Teamcoördinator/</al><al>financieel medewerker</al></entry><entry colname="col4"><al>Derden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Inwerkingtreding </label></kop><al>1. Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. </al><al>2. Het treasurystatuut, vastgesteld op 09-12-2004, nr. XII-11, wordt
                            ingetrokken. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare
                        vergadering gehouden op 19 december 2013 ,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al>In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en
                    richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de
                    treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De paragraaf
                        financiering<cursief> bij</cursief> de begroting geeft debeleidsplannen voor
                    de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het
                    eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene
                    ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het
                    treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de
                    gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en
                    garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de
                    toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido
                    en het treasurystatuut blijven. De paragraaf financiering in het jaarverslag
                    geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn
                    opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2</al></entry><entry colname="col2"><al>In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie
                                        van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze
                                        afzonderlijk toegelicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat
                                        de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële
                                        markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te
                                        waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar
                                        activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                                        overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten
                                        (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen
                                        dienen, in het licht van de op het betreffende moment
                                        gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform)
                                        te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente loopt de volgende financiële risico’s:
                                        renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne
                                        liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van
                                        de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities
                                        te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven
                                        op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het
                                        minimaliseren van de kosten bij het beheren van de
                                        geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan
                                        o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                                        betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer
                                        zo efficiënt mogelijk uit te voeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te
                                        optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen
                                        onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke
                                        renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder
                                        dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De
                                        prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste
                                        instantie bij het beheersen en beperken van financiële
                                        risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte
                                        afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele
                                        risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit
                                        treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar
                                        optimalisatie van de renteresultaten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 5</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente moet niet alleen aangeven wat zij doet op het
                                        gebied van treasury, maar moet ook kunnen aantonen dat zij
                                        dit doet en hoe.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige
                                        uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de
                                        “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen
                                        enerzijds en het prudente karakter van (overige)
                                        uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek
                                        onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit
                                        hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen
                                        “uit hoofde van treasury”. </al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en
                                        garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de
                                        toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het
                                        gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de
                                        begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de
                                        uitoefening van de publieke taak”. In dit licht is het dus
                                        de vakafdeling die het politieke besluit voor dergelijke
                                        garanties en leningen voorbereidt. Wel beoordeelt de
                                        concerncontroller de financiële positie en de
                                        kredietwaardigheid van de betreffende partij. Daarnaast is
                                        het van belang dat het team financieel beheer de betreffende
                                        aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van
                                        treasury” (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent
                                        karakter te hebben. </al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen
                                        wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van
                                        financiële transacties met als oogmerk die financiële
                                        waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is
                                        nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido
                                        en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige
                                        activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met
                                        als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van
                                        deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit
                                        treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido. </al><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn
                                        specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de
                                        uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben
                                        derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen
                                        of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de
                                        gemeente .</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan
                                        ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten
                                        kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere
                                        gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten
                                        te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten
                                        uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s. </al><al>Gezien de (mogelijke) complexiteit van derivaten en de
                                        beperkte kennis binnen de organisatie omtrent dergelijke
                                        instrumenten, zal vooraf advies worden ingewonnen van een
                                        onafhankelijke adviseur. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van
                                        (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van
                                        de gemeente;Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is
                                        het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van
                                        openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte
                                        financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar)
                                        is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet
                                        opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het
                                        renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in
                                        de rente bij korte financiering direct een relatief grote
                                        invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt
                                        berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de
                                        jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie
                                        artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling
                                        financiering decentrale overheden). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de
                                        renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een
                                        rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het
                                        aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                                        leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend
                                        door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen
                                        met het begrotingstotaal per 1 januari van enig jaar (zie
                                        artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling
                                        financiering decentrale overheden).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen
                                        slechts te lenen cq. uit te zetten gedurende de periode dat
                                        zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar
                                        zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een rentevisie is een toekomstverwachting over de
                                        rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en
                                        beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne
                                        of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie
                                        actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op
                                        de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële
                                        instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het
                                        beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen
                                        van uitzettingen met een lange looptijd indien men een
                                        rentestijging verwacht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 6</al></entry><entry colname="col2"><al>Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd
                                        (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van
                                        leningen en uitzettingen, wordt de invloed van een
                                        rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere
                                        jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de
                                        liquiditeitenplanning blijkt dat middelen gedurende een
                                        langere periode beschikbaar zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden
                                        gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury,
                                        geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de
                                        hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het einde van
                                        looptijd in tact blijft. Daarom wordt uitsluitend de
                                        volgende producten gehanteerd: hoofdsomgarantie aan het
                                        einde van de looptijd en/of uitzettingen in vastrentende
                                        waarden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als
                                        de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar
                                        – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning - voor de
                                        afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet
                                        100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde
                                        van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende
                                        looptijd. Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken
                                        stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de
                                        liquiditeitenplanning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 lid 1a</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel
                                        richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid
                                        van de partijen waar de gemeente middelen kan
                                        uitzetten/beleggen. </al><al>Een (credit-) rating is een beoordeling van de
                                        kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de
                                        korte als voor de lange termijn wordt toegekend door
                                        gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard &amp; Poor’s,
                                        Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt
                                        bij Standard &amp; Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA,
                                        gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar
                                        laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met
                                        letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer
                                        kredietwaardig”. </al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een
                                        “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een
                                        bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijv. De
                                        Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van
                                        een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor
                                        desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden
                                        en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of
                                        gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente
                                        dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten,
                                        of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is
                                        verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van
                                        woningcorporaties).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 lid 1b</al></entry><entry colname="col2"><al>Kredietrisico’s kunnen worden verminderd door spreiding aan
                                        te brengen in de uitzettingen. In verband met de
                                        complexiteit van het beoordelen en het volgen van de
                                        kredietwaardigheid van een financiële instelling, wordt
                                        maximaal 50% van de middelen (uit hoofde van treasury)
                                        langer dan drie jaar bij financiële instellingen met een
                                        A-rating geplaatst. </al><al>-De kredietrisico’s kunnen verder worden gespreid door de
                                        middelen uit te zetten bij meerdere tegenpartijen. Dit wordt
                                        bereikt door het stellen van een maximum aan de bedragen die
                                        de gemeente bij een individuele geldnemer kan plaatsen. Deze
                                        limieten kunnen zowel worden vastgelegd in de vorm van
                                        percentages of bedragen, beide hebben voor- en nadelen. -
                                        Het nadeel van een percentage (van het totaal aan
                                        uitzettingen) is dat er ook een spreiding dient te worden
                                        aangebracht op het moment dat het volume van de uitzettingen
                                        in absolute zin relatief klein is. - Het nadeel van bedragen
                                        is dat het relatieve belang van het betreffende maximum
                                        uiteen kan lopen door wijzigingen in de financiële positie,
                                        bijvoorbeeld wanneer de uitzettingenportefeuille sterk toe
                                        of afneemt. In dit lid is er voor gekozen niet meer dan 3
                                        miljoen Euro van de middelen met een looptijd van één jaar
                                        of langer uit te zetten bij één individuele tegenpartij met
                                        een A-rating; - Overigens betreft het hier specifiek de
                                            <cursief>geldnemer, </cursief>die niet noodzakelijk
                                        overeenkomt met de instelling waar het betreffende product
                                        in portefeuille wordt gehouden (bij het kopen van een
                                        staatsobligatie via een bank is de Nederlandse Staat de
                                        geldnemer en niet de betreffende bank).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de
                                        debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan
                                        derden in het kader van de publieke taak. Omdat de
                                        Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of
                                        garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad
                                        goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te
                                        beheersen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van
                                        de debiteuren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 lid 3</al><al>Artikel 6 lid 4 </al><al> Artikel 7</al></entry><entry colname="col2"><al>Mocht een financiële instelling waar een uitzetting met een
                                        looptijd langer dan 3 jaar plaatsvindt, gedurende de
                                        uitzetting een rating krijgen onder het in lid 1 en 2
                                        gewenste niveau, wordt de uitzetting terstond opeisbaar
                                        zonder enige kosten aan gemeentezijde. Mocht dit
                                        daadwerkelijk gebeuren, zal de opeisbaarheid wel besproken
                                        worden met de financiële instelling zelf. </al><al>Ten tijde van de vaststelling van dit Treasurystatuut ligt
                                        het wetsvoorstel inzake verplicht schatkistbankieren voor
                                        decentrale overheden (dossiernr. 33.540) ter behandeling bij
                                        de Eerste Kamer. Het voorstel leidt tot een wijziging van de
                                        Wet fido (de gewijzigde resp. nieuwe artikelen 2, 2a en 2b).
                                        Op grond van art. 2 lid 4 (nieuw) Wet fido kunnen bij
                                        ministeriële regeling bepaalde middelen worden uitgezonderd
                                        van het verplicht schatkistbankieren. Naar verwachting zal
                                        in die ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’
                                        voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of
                                        gelijk aan € 500 miljoen een drempelbedrag worden opgenomen
                                        van 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het
                                        drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt. De overtollige
                                        liquide middelen dienen dagelijks te worden afgestort in
                                        rijks schatkist</al><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor
                                        wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft
                                        uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt
                                        dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                                        een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente
                                        tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de
                                        uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel
                                        tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een
                                        obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen
                                        hebben voor de financiële resultaten. Ter beperking van dit
                                        risico baseert de gemeente haar financiële transacties op
                                        een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en
                                        uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde
                                        aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning
                                        van de gemeente is gekozen een liquiditeitenplanning met een
                                        periode van 4 jaar op te stellen. In de praktijk is het
                                        opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                                        liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met
                                        de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de
                                        activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden
                                        mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot
                                        belang dat het team Financieel beheer juist, tijdig en
                                        volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over
                                        de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid
                                        binnen de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantrekken van middelen met als doel deze met
                                        winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet
                                        fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet fido)
                                        nadrukkelijk niet toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Teneinde de renteresultaten te optimaliseren en
                                        renterisico’s te minimaliseren wordt zoveel mogelijk intern
                                        gefinancierd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Onderhandse geldleningen </cursief>zijn leningen
                                        waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg
                                        met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Een
                                            <cursief>Medium Term Note (MTN)</cursief> is een
                                        verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een
                                        minimumlooptijd van twee jaar. Deze maakt onderdeel uit van
                                        een medium term note programma. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van
                                        financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen
                                        rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij
                                        vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere
                                        offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld
                                        heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en
                                        voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan
                                        een afgewogen keuze worden gemaakt. Voor de aantoonbaarheid
                                        van dit beleid, dienen de beschreven handelingen wel
                                        schriftelijk te worden vastgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde
                                        van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het
                                        onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is
                                        gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente
                                        karakter van haar uitzettingen waarborgt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Om renteresultaten te optimaliseren wordt bij minstens twee
                                        instellingen om offertes gevraagd voordat een langlopende
                                        uitzetting wordt gedaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het
                                        realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door
                                        haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen
                                        in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats
                                        heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal eens in de
                                        5 jaar plaats moet hebben.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het
                                        afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de
                                        “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor
                                        tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te
                                        ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen
                                        onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
                                        staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben
                                        ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een
                                        efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld
                                        op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te
                                        stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen
                                        dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq.
                                        middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken)
                                        teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te
                                        financieren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank
                                        heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van
                                        middelen tussen verschillende banken worden vermeden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de
                                        dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente
                                        . Teneinde de noodzaak tot het doen van interne
                                        overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen
                                        die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een
                                            <cursief>rentecompensatiecircuit</cursief>. Ditis een
                                        systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle
                                        rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één
                                        gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                                        financieringsinstrumenten benoemd. De term
                                            <cursief>daggeld</cursief> (ook wel callgeld genoemd)
                                        staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde
                                        tijd die dagelijks gewijzigd kan worden.
                                            <cursief>Kasgeldleningen </cursief>zijn niet
                                        verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste
                                        periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen
                                        rentepercentage. <cursief>Kredietlimiet op de rekening
                                            courant</cursief> betreft de mogelijkheid debet (“rood”)
                                        te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen
                                        condities.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen
                                        betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie-
                                        en mandateringspatroon vast, in casu welke taken,
                                        verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen
                                        hebben.Met het oog op de omvang en de aard van de
                                        transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in
                                        dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen
                                        teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen
                                        tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de
                                        administratie en controle op financiële transacties. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col2"><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                        functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de
                                        treasuryactiviteiten zijn in artikel 15 respectievelijk
                                        artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde
                                        functies en bijbehorende bevoegdheden en
                                        verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen
                                        vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten,
                                        besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden
                                        gecommuniceerd naar de betrokkenen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 16</al></entry><entry colname="col2"><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt
                                        primair bij het bestuur van de gemeente . Teneinde niet
                                        onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer
                                        draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan
                                        de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het
                                        beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als
                                        voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van
                                        bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de
                                        vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering,
                                        administratie en controle. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 </al></entry><entry colname="col2"><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de
                                        informatievoorziening wordt gewaarborgd voor:
                                            <cursief>operationele informatie</cursief> (punt 1 en
                                        2), <cursief>beleidsmatige informatie</cursief> (punt 3) en
                                            <cursief>verantwoordingsinformatie</cursief> (punt 5 en
                                        6). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en
                                        relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot
                                        de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen
                                        van de financiële en interne risico’s van de gemeente .</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 punt 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen in
                                        een zo vroeg mogelijk stadium waarin zich significante
                                        wijzigingen aandienen in hun verwachtingen omtrent tijdstip
                                        of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv.
                                        bij uitstel van een grote investering). </al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>