<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319759_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit Boete WWB, IOAW, IOAZ 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 23 oktober 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit Boete 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;artikel=4:81&amp;g=24-9-2013">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=18a&amp;g=24-9-2013">Wet werk en bijstand, art. 18a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004044&amp;artikel=20a&amp;g=24-9-2013">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), art. 20a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004163&amp;artikel=20a&amp;g=24-9-2013">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), art. 20a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Maatregelverordening 2013</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verord. 696</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit Boete WWB, IOAW, IOAZ 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen;</al><al/><al>overwegende dat</al><al>het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de aan het college toekomende bevoegdheid om de hoogte van de boete aan te passen aan de mate van verwijtbaarheid.</al><al/><al>gelet op</al><al>artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 18a van de WWB en 20a van de IOAW en IOAZ alsmede de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive en de Maatregelverordening 2013;</al><al/><al>besluit:</al><al>vast te stellen het <vet>Besluit Boete WWB, IOAW, IOAZ 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="67*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>wet:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>IOAW:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>IOAZ:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<vet>het college:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<vet>fraudevordering</vet>:</al></entry><entry colname="col2"><al>Vordering in verband met ten onrechte of tot een te hoog bedrag</al><al>verleende uitkering als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<vet>basis boetebedrag:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Het boetebedrag vastgesteld volgens artikel 2 van het</al><al>Boetebesluit socialezekerheidswetten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<vet>inlichtingenplicht:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid van de WWB,</al><al>artikel 13, eerste lid van de IOAW, artikel 13, eerste lid van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.<vet>benadelingsbedrag:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>hetgeen hieronder wordt verstaan in de artikelen zoals</al><al>genoemd in onderdeel i;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.<vet>bestuurlijke boete:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 18a van de WWB,</al><al>artikel 20a van de IOAW en artikel 20a van de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.<vet>uitkering:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>de door het college verleende bijstand in het kader van de WWB en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de boete is in principe 100% van het benadelingsbedrag tenzij sprake is van verminderde verwijtbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het opleggen van een boete wordt het bepaalde in dit besluit in acht genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Afzien van een boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt geen boete op indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verminderde verwijtbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de boete zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 wordt nader afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het basis boetebedrag wordt met 50% verlaagd indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die emotioneel zo ontwrichtend waren dat niet volledig is toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij belanghebbende deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De boete bedraagt minimaal de helft van het basis boetebedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht zonder financieel nadeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag en niet volstaan wordt met een schriftelijke waarschuwing, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op € 150.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In plaats van een boete wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven als het niet nakomen van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het gegronde vermoeden bestaat dat belanghebbende opzettelijk de inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk is nagekomen, of</al></li><li nr="b."><al>het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De wijze van oplegging van de boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zolang er recht bestaat op een uitkering wordt de boete verrekend met de uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aflossingsverplichting van de boete eindigt niet bij het eindigen van het recht op uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een boete</titel></kop><al>In het besluit tot het opleggen van een boete worden in elk geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat een boete wordt opgelegd;</al></li><li nr="b."><al>de reden van de boete;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van verrekenen van de boete en;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing, de reden om de boete te verlagen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze regeling afwijken, indien toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit Boete 2013. </al><al/><al>Vastgesteld in de vergadering van 24 september 2013,</al><al>burgemeester en wethouders,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>de heer P. Bonthuis</al></entry><entry><al> de heer J.A.H. van Oostrum</al></entry></row><row><entry><al>secretaris </al></entry><entry><al>burgemeester</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>