<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319758_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelasting.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 79925</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220, art. 220a, art. 220b, art. 220c, artikel 220d, art. 220e, art. 220f, art. 220g, art. 220h.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/077/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelasting.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE </vet><vet>GEMEENTE ROERMOND</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2013, </al><al>raadsvoorstelnummer 2013/083/1;</al><al>gelet op het bepaalde in artikelen 220 tot en met 220h van de
                        Gemeentewet</al><al/><al><vet>besluit :</vet></al><al/><al><vet>vast te stellen de “verordening op de heffing en de invordering van de
                        </vet></al><al><vet>onroerende-zaakbelastingen”</vet></al><al>(verordening onroerende-zaakbelastingen 2014)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster
                            is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld
                                    in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de
                                    waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende
                                    zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde voor het kalenderjaar als bedoeld in artikel 1.</al><al/></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                    vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende
                                    zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij
                                    of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                    waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                    heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                    reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                    waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a
                                    bedoelde grond; </al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                                    als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde
                                    lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende
                                    gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht
                                    en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
                                    merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                    zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang
                                    van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing
                                    van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
                                    standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en
                                    palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het
                                    eerste lid bedoelde onroerendezaken voor de eigenarenbelasting
                                    geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van
                                    de heffingsmaatstaf voor degebruikersbelasting buiten aanmerking
                                    gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                    hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn
                                    aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf.</al><al>Het percentage bedraagt voor:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="46*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al><vet>2014</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.de gebruikersbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>0,1409 %</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>b.de eigenarenbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al>1.voor onroerende zaken die <vet>in hoofdzaak tot
                                                  woning</vet> dienen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>0,1388 %</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2.voor onroerende zaken die <vet>niet </vet>in
                                                hoofdzaak tot woning dienen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>0,1663 %</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand
                                    later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat,
                                    zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                    betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                    moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                                    termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt dat,
                                    indien er minder dan 10 volle maanden na de dagtekening van de
                                    aanslag in een belastingjaar resteren de betaling via
                                    automatische incasso maandelijks plaats vindt in de resterende
                                    volle maanden van dat jaar, met een minimum van 4 maanden.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De "Verordening onroerende-zaakbelastingen 2013" van 20
                                    december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in 9.3
                                    genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                                    zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                    die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste
                                    dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al> Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening
                                    onroerende-zaakbelastingen 2014".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. P.A.G. Cammaert</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>