<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319697_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Hilversum 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilversum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gooi- en Eemlander, 23-01-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Hilversum 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeersweg 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Hilversum 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT</al><al>De raad van de gemeente Hilversum,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 november
                        2013;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>gezien het advies van de commissie Verkeer en Beheer van 18 december
                        2013;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>De Parkeerverordening Hilversum 2014, zoals bijgevoegd, vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Parkeerverordening Hilversum 2014</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>adres</cursief></vet>: een straatnaam en een
                                    huisnummer, waarvan het huisnummer aan het object is toegewezen
                                    op basis van een huisnummerbesluit; </al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>autodate:</cursief></vet> het herhaald en
                                    opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond
                                    van een overeenkomst tussen een natuurlijke persoon en een
                                    professionele autodateaanbieder; </al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>autodateplaats:</cursief></vet> een parkeerplaats
                                    aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>belanghebbendenplaats</cursief></vet>: een
                                    parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het
                                    RVV 1990 , of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9
                                    uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                    zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>bewoner:</cursief></vet> inwoner van de gemeente
                                    Hilversum die staat ingeschreven als ingezetene in de
                                    gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Hilversum;
                                </al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>centrale computer:</cursief></vet> computer van
                                    het bedrijf waarmee de gemeente Hilversum een overeenkomst heeft
                                    gesloten, of computer van de gemeente Hilversum bestemd voor de
                                    registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen
                                    van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van
                                    telefoon en communicatiemiddelen;</al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>college:</cursief></vet> het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; </al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>experiment:</cursief></vet> tijdelijke proef met
                                    een vorm van parkeerregulering die buiten de bepalingen van deze
                                    verordening valt; </al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>gehandicaptenparkeerkaart:</cursief></vet> een
                                    vergunning waarmee bij algemene en kentekengebonden
                                    gehandicapten parkeerplaatsen geparkeerd mag worden en waarmee
                                    in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd
                                    mag worden bij betaald parkeerplaatsen en
                                    vergunninghouderplaatsen;</al></li><li nr="j."><al><vet><cursief>houder: </cursief></vet>degene die naar de
                                    omstandigheden als houder van een voertuig moet worden
                                    beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is
                                    ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb.
                                    1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als
                                    houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                    motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                    het register was ingeschreven.</al><al> Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd:</al><lijst><li nr="-"><al>degene die gebruik maakt van een leaseauto, zoals blijkt
                                            uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder
                                            (leasemaatschappij);</al></li><li nr="-"><al>de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van
                                            zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een
                                            voertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een
                                            verklaring ter zake van de werkgever;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al><vet><cursief>motorvoertuig:</cursief></vet> hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen,
                                    zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, met uitzondering
                                    van motorfiets zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 en de
                                    geldigheid van het kenteken van het motorvoertuig niet door de
                                    dienst Wegverkeer is geschorst; </al></li><li nr="l."><al><vet><cursief>parkeerapparatuur</cursief></vet><vet>:
                                    </vet>parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting
                                    ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten; met inbegrip van
                                    verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="m."><al><vet><cursief>parkeerapparatuurplaats:</cursief></vet> een
                                    parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door
                                    middel van parkeerapparatuur;</al></li><li nr="n."><al><vet><cursief>parkeren:</cursief></vet> het gedurende een
                                    aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                                    motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                    personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen,
                                    op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijke voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="o."><al><vet><cursief>RVV 1990:</cursief></vet> het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="p."><al><vet><cursief>vergunning:</cursief></vet> een door het college
                                    verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="q."><al><vet><cursief>vergunninghouder:</cursief></vet> de natuurlijke
                                    persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is
                                    verleend;</al></li><li nr="r."><al><vet><cursief>zelfstandige woning:</cursief></vet> woning welke
                                    een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder
                                    daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten
                                    die woning. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Gebieden voor vergunninghouders en vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in categorieën van houders
                                en soorten vergunningen als bedoeld in artikel 3, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren op de in het eerste lid bedoelde
                                weggedeelten (alleen) aan vergunninghouders is toegestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in deze
                                verordening, nadere regels stellen aangaande:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanvragen, verlenen, intrekken, wijzigen en ontzeggen
                                        van vergunningen;</al></li><li nr="b."><al>het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per
                                        (deel)gebied waar parkeerregulering van kracht is;</al></li><li nr="c."><al>de geldigheid van vergunningen; </al></li><li nr="d."><al>het gebruik van vergunningen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een
                                        zelfstandige woning gelegen in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (bewonersvergunning);</al></li><li nr="b."><al>de houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf
                                        uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (zakelijke
                                        vergunning);</al></li><li nr="c."><al>de houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate,
                                        indien de houder overeenkomsten heeft gesloten met
                                        natuurlijke personen die woonachtig zijn in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (autodatevergunnning); </al></li><li nr="d."><al>degene die bewoner is van een zelfstandige woning gelegen in
                                        een gebied waar vergunninghouderplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van het
                                        motorvoertuig van degene die hem of haar bezoekt
                                        (bezoekersvergunning);</al></li><li nr="e."><al>huisartsen, verloskundigen, thuiszorginstellingen en
                                        ambulancediensten voor dieren, die voor gebruik in de
                                        uitoefening van het beroep, in een gebied waar
                                        vergunninghouderplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (zorgvergunning); </al></li><li nr="f."><al>de houder van een motorvoertuig die standplaatshouder op de
                                        warenmarkt te Hilversum is en aan wie een
                                        marktstandplaatsvergunning voor de warenmarkt is verleend,
                                        (marktparkeervergunning); </al></li><li nr="g."><al>vrijwilligers van een instelling die gevestigd is in een
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn (vrijwilligersvergunning<vet>);</vet></al></li><li nr="h."><al>de houder van een motorvoertuig die wil parkeren in een
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn (algemene vergunning); </al></li><li nr="i."><al>de houder van een motorvoertuig die incidenteel
                                        werkzaamheden uitvoert in het vergunningengebied centrum en
                                        kan aantonen dat het noodzakelijk is gezien de werkzaamheden
                                        in de directe omgeving van die werkzaamheden op maaiveld te
                                        parkeren (dagvergunning<vet>)</vet>; </al></li><li nr="j."><al>burgers waarvan de huwelijksvoltrekking voor op het Raadhuis
                                        plaats vindt, en maximaal 4 van hun gasten
                                        (parkeervergunning huwelijk). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in hoofdstuk IV van het
                                Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer worden voor
                                de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een
                                parkeervergunning waarmee bij een algemene of kentekengebonden
                                gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd mag worden en waarmee in
                                combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd mag
                                worden bij betaald parkeerplaatsen en vergunninghouderplaatsen.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                                in het derde lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per (deel)gebied en per categorie
                                vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                autodate kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die
                                strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend middels een
                                daartoe bestemd door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen worden behandeld in de volgorde van datum van binnenkomst,
                                waarbij de datum dat de aanvraag volledig is geldt als datum van
                                binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan, de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld, zulks voordat de
                                in het tweede lid genoemde termijn is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorwaarden aan de vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste twaalf kalendermaanden
                                    verleend, tenzij op de vergunning anders staat aangegeven.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het college kan besluiten een vergunning te verlengen.</al><al/></li></lijst><al>3.De vergunning bevat- voor zover van toepassing- in ieder geval de
                            volgende gegevens:</al><al>a.de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al>b.het (deel)gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al>c.de tijden waarvoor de vergunning geldt;</al><al>d.het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                            verleend;</al><al>e.de voorwaarden waaraan de vergunninghouder zich dient te houden;</al><al>f.de naam/codering van de vergunninghouder;</al><al>g.de naam van het type vergunning. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gebruik</titel></kop><al>1.Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                            vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of
                            geparkeerd te houden: </al><al>a.zonder vergunning;</al><al>b.in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al/><al>2. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                            plaatsen of te laten staan: </al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst><al/><al>3. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
                            verhinderd.</al><al/><al>4.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en
                            tweede lid van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>In werking stellen apparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen, overgangsrecht en citeertitel.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Het college kan voor een gebied waar parkeerregulering op grond van deze
                            verordening is ingevoerd een experiment houden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Parkeerverordening Hilversum
                            2014’. </al><al>2.Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                            bekendmaking, doch niet eerder dan met ingang van 1 februari 2014.</al><al>3.Vergunningen die zijn verleend op basis van de Parkeerverordening
                            Hilversum 2007 blijven, indien deze niet worden ingetrokken op basis van
                            de Parkeerverordening Hilversum 2014, van kracht voor de tijd dat deze
                            zijn verleend. </al><al>4.Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                            Parkeerverordening Hilversum 2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Harheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van het bepaalde in artikel 3 van deze verordening
                            afwijken indien onverkorte toepassing hiervan leidt tot apert onbillijke
                            en niet beoogde uitkomsten. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 8 januari 2014,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>K.E. Driehuijs P.I. Broertjes</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via
                    parkeerbeleid kunnen gemeenten de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte
                    reguleren en overlast voorkomen. Een goed instrument dat gemeenten kunnen
                    gebruiken voor de parkeerregulering is het invoeren van betaald parkeren en
                    parkeren door vergunninghouders en autodate. Veel grote en middelgrote gemeenten
                    passen dit instrument reeds vele jaren toe.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Aanhef</titel></kop><al>In de aanhef van de Parkeerverordening staan de artikelen 149 Gemeentewet en
                        2a Wegenverkeerswet 1994 opgenomen. Op grond van het eerste artikel mogen
                        autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel
                        behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het
                        onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voor zover die regels niet in
                        strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor
                        zover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.</al></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                        voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel
                        1.</al><al/><al><vet><cursief>autodate</cursief></vet> onder autodate wordt verstaan het
                        herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een auto op basis van een
                        overeenkomst tussen een particulier en een rechtspersoon. Vergunningen voor
                        aanbieders van motorvoertuigen bestemd voor autodate, worden verleend met
                        het oog op de bijdrage die daardoor kan worden geleverd aan het selectief
                        gebruik van de auto.</al><al/><al><vet><cursief>autodateplaats</cursief></vet> een plaats aangewezen conform
                        het RVV bestemd voor een auto die in gebruik ten behoeve van autodate. </al><al/><al><vet><cursief>houder</cursief></vet> voor de houder van motorvoertuigen
                        wordt gekeken naar degene die naar de omstandigheden beoordeeld als houder
                        van het motorvoertuig moet worden beschouwd. Voor de houders van
                        motorvoertuigen die zijn ingeschreven in het kentekenregister wordt gekeken
                        naar degene op wiens naam het voor dat motorrijtuig afgegeven kenteken ten
                        tijde van het parkeren was ingeschreven. </al><al>Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd degene die een
                        leaseauto of een bedrijfsauto heeft. Als het kentekenbewijs niet op naam van
                        de aanvrager staat, omdat het een bedrijfs- of een leaseauto betreft, dan
                        wordt gevraagd extra documenten te overleggen. Voor een bedrijfsauto is een
                        verklaring van de werkgever nodig (op officieel briefpapier en maximaal een
                        maand oud) waarin staat dat de aanvrager de werknemer is van het bedrijf en
                        in de auto mag rijden. Voor een leaseauto is dat (een kopie van) de
                        leaseovereenkomst waarin staat dat de aanvrager de gebruiker is van de auto.
                        Staat de leaseovereenkomst op naam van de werkgever dan is aanvullend een
                        verklaring van de werkgever nodig (zoals boven beschreven).</al><al/><al><vet><cursief>motorvoertuig</cursief></vet> Op grond van artikel 225 van de
                        Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden geheven voor het parkeren met
                        voertuigen. In de Parkeerverordening is ervoor gekozen om de werking van
                        deze verordening te beperken tot motorvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1
                        onder z van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen en met uitzondering
                        van een motorfiets. In dit artikel van het RVV wordt onder motorvoertuigen
                        verstaan: ‘alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met
                        trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs
                        rails te worden voortbewogen’. </al><al>Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1) gedefinieerd als een bromfiets op
                        meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie. Brommobielen
                        vallen dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel 2a van
                        het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van
                        toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                        brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het verkeer dus
                        gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met
                        een brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en de
                        Verordening parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op
                        brommobielen. </al><al/><al>De praktijk is dat er geen parkeervergunningen worden verstrekt aan
                        motorfietsen. De verordening is op deze praktijk aangepast. Dit heeft te
                        maken met een aantal factoren. Allereerst is in Hilversum voorgeschreven dat
                        de parkeervergunning zichtbaar achter de voor- of achterruit van het
                        motorvoertuig is bevestigd. Dit is voor motorfietsen praktisch onmogelijk.
                        Daarbij neemt een motorfiets relatief weinig ruimte in beslag en wordt over
                        het algemeen op eigen terrein of op de stoep (rekeninghoudend met andere
                        gebruikers van de stoep) geparkeerd. Het is niet wenselijk dat motoren
                        gebruik maken van de regulier (schaarse) parkeerplaatsen, daar waar een
                        redelijk alternatief aanwezig is. In geval van incidentele situaties dat er
                        geen redelijk alternatief aanwezig is, zal een praktische oplossing worden
                        gezocht samen met de motorfietshouder. </al><al/><al><vet><cursief>parkeren</cursief></vet> in de Parkeerverordening is
                        aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip parkeren in artikel 225
                        van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit artikel 1 onder ac. van
                        het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat het invoeren van
                        betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is op artikel
                        225 van de Gemeentewet.</al><al><vet><cursief>zelfstandige woning</cursief></vet> een zelfstandige woning is
                        een woning met een eigen toegang waarbij men keuken, douche en toilet niet
                        hoeft te delen met andere bewoners van het pand. Een onvrije woning valt
                        onder de definitie van een zelfstandige woning. Wanneer een of meerdere
                        voorzieningen (keuken, douche of toilet) worden gedeeld spreekt men van
                        kamerbewoning.</al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Gebieden voor vergunninghouders en vergunningen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebieden</titel></kop><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                        belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de
                        Parkeerverordening. Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke
                        vergunning geparkeerd kan worden dient daarom bij of krachtens deze
                        verordening te gebeuren. Los daarvan staat het heffen van rechten voor het
                        uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op basis van de Verordening
                        Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid
                        bij burgemeester en wethouders neergelegd.</al><al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is alleen mogelijk voor gebieden
                        waar een parkeerdruk van meer dan 80% is en nadat toepassing is gegeven aan
                        het vigerende uitbreidingsbeleid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven welke bevoegdheden het college heeft ten
                        aanzien van de parkeervergunningverlening. De bevoegdheden voor het college
                        zijn ten opzichte van de Parkeerverordening 2007 verruimd. </al><al><vet>Lid 1 </vet>betreft de bevoegdheid om parkeervergunningen af te geven
                        voor het parkeren op plaatsen voor belanghebbenden of met parkeerapparatuur. </al><al><vet>Lid 2</vet> onder a betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen
                        voor het aanvragen, verlenen, intrekken, wijzigen en ontzeggen van een
                        parkeervergunning.</al><al><vet>Lid 2 b </vet>onder b betreft de bevoegdheid om nadere regels te
                        stellen voor het maximaal aantal uit te geven vergunningen Dit is dus niet
                        het vergunningenplafond zelf, maar de wijze waarop tot een
                        vergunningenplafond wordt gekomen. Het vergunningenplafond zelf is in
                        artikel 3 lid 6 opgenomen.</al><al><vet>Lid 2 onder c</vet> betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen
                        voor de geldigheid van vergunningen;</al><al><vet>Lid 2 onder d </vet>betreft de bevoegdheid om nadere regels te stellen
                        voor het gebruik van vergunningen. </al><al><vet>Lid 3.</vet> In dit artikellid worden de vergunningsoorten limitatief
                        benoemd.</al><al><vet>Lid 4.</vet> De gehandicaptenparkeerkaart wordt gelijk gesteld met een
                        parkeervergunning, zodat houders van een gehandicaptenparkeerkaart niet
                        geconfronteerd worden met administratieve lasten. </al><al><vet>Lid 5.</vet> Het college is bevoegd om in bijzondere gevallen over te
                        gaan tot vergunningverlening van de in de Parkeerverordening genoemde
                        vergunningen aan een andere houder dan genoemd. In bijzondere gevallen kan
                        het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de eigenaar
                        of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de vereisten.
                        Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de eerder genoemde personen of
                        bedrijven die niet in het vergunninghoudersgebied wonen of gevestigd zijn,
                        maar die tijdelijk wel gebruik moeten maken van de parkeerplaatsen in dat
                        gebied omdat zij bijvoorbeeld in hun eigen straat niet kunnen parkeren
                        vanwege werkzaamheden of evenementen. </al><al><vet>Lid 6.</vet> Het college is bevoegd om een plafond in te stellen per
                        (deel)gebied en per categorie. </al><al><vet>Lid 7.</vet> Het college is bevoegd om voorschriften en beperkingen te
                        verbinden aan de vergunning. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen</titel></kop><al>Het college stelt het aanvraagformulier van een parkeervergunning vast. Op
                        het formulier kunnen de meest relevante gegevens worden ingevuld. Indien
                        extra documenten zijn vereist zoals een leasecontract dan dient de aanvrager
                        deze mee te sturen. Een rijbewijs of kentekenbewijs is niet meer
                        noodzakelijk, aangezien de gemeente toegang heeft om dit in te zien. De
                        beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                        beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                        voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                        verordening zelf opgenomen. Een aanvraag wordt in het merendeel van de
                        gevallen direct afgehandeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorwaarden aan de vergunning</titel></kop><al>De geldigheidsduur van een jaar geldt niet voor de dagvergunning. Op de
                        vergunning staan de voorwaarden vermeld waaronder de vergunning geldt. Op de
                        vergunning kunnen een aantal gegevens vermeld worden die noodzakelijk zijn
                        voor het uitoefenen van de taken van de controleurs. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gebruik</titel></kop><al><vet>Lid 1 </vet>van dit artikel is opgenomen voor situaties waarin er
                        sprake is van een gebied waarbinnen géén betaald parkeerregime geldt, maar
                        waarbinnen alléén met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. Er kan
                        géén fiscale naheffingsaanslag worden opgelegd bij het zonder vergunning
                        parkeren in een belanghebbendengebied ‘sec’. De fiscale aanpak van het niet
                        betalen van de parkeerbelasting is, gelet op artikel 234 van de Gemeentewet,
                        alleen mogelijk bij parkeerapparatuurplaatsen. Daarom moet in de verordening
                        een strafbepaling worden opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke
                        handhaving via de ‘Wet Mulder’ in aanmerking komt.</al><al>Alleen indien sprake is van een gecombineerd gebied voor betaald parkeren én
                        belanghebbendenparkeren, kan wél een naheffingsaanslag worden opgelegd,
                        wanneer iemand parkeert zonder geldige vergunning én zonder te betalen in de
                        parkeerapparatuur.</al><al>Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                        vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel
                        het fiscale regime gehanteerd worden.</al><al/><al><vet>Lid 2.</vet> Dit artikellid verbiedt het plaatsen van voorwerpen of
                        voertuigen, niet zijnde motorvoertuigen, op parkeerapparatuur- en
                        vergunninghoudersplaatsen. Het plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert
                        de normale gang van zaken op de genoemde plaatsen en doorkruist daarmee de
                        beoogde regulering. Het gaat hier om gedragingen die zich niet lenen voor
                        fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of tot
                        fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al><al/><al>Van het eerste lid kan een ontheffing worden verleend. Dit geldt met name
                        ten aanzien van caravans of aanhangwagens waarvan het wenselijk is dat deze
                        op de parkeerplaats staan. In aansluiting op de APV kan voor een caravan een
                        ontheffing van maximaal drie dagen worden verstrekt. </al><al>Het is voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen echter
                        niet gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid
                        neergelegde verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen in
                        de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>In werking stellen apparatuur</titel></kop><al>Ook dit artikel bevat, net als artikel 6, een verbodsbepaling voor
                        gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze gedragingen kunnen
                        niet worden aangemerkt als het betalen van parkeerbelasting en er kan ook
                        niet handhavend worden opgetreden door het opleggen van een
                        naheffingsaanslag. Daarom is het nodig hiervoor in de parkeerverordening een
                        apart verbodsartikel op te nemen en een strafbaarstelling, welke in afdeling
                        IV van de parkeerverordening is geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                        verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete
                        van de tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke
                        uitspraak kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld. Het
                        openbaar maken van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan
                        bij parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen
                        daarvan in de Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift
                        belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke
                        voorschriften, zo volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels)
                        categoraal en (deels) individueel worden aangewezen. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen, overgangsrecht en citeertitel</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>Binnen een gebied waar parkeerregulering op grond van de parkeerverordening
                        is ingesteld kan een experiment worden gehouden. Dit betekent dat binnen het
                        aangewezen gebied tijdelijk als experiment gedifferentieerd kan worden met
                        bijvoorbeeld het totaal aantal vergunningen dat verleend kan worden. Gezien
                        de nauwe samenhang die er bestaat tussen de Nadere regels en de Verordening
                        Parkeerbelastingen, dienen deze op elkaar te zijn afgestemd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>