<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319339_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening begraafplaatsrechten 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 2013-12.16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wat zijn de begraafplaatsrechten en wat zijn de tarieven ?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11716</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het
            gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Aard van de heffing en het belastbare feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam begraafplaatsrechten worden voor het gebruik van de
                        gemeentelijke begraaf-plaatsen en voor het aldaar verrichten van diensten,
                        rechten geheven. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen,
                        werken of inrichtingen gebruik maakt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Tarieven</titel>
          </kop>
          <al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De rechten worden geheven bij wege van aanslag of bij wege van
                            factuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Aanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd, met dien verstande
                            dat het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            als één belastingaanslag wordt aangemerkt. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van
                            de factuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en
                            in afwijking van artikel 5, eerste lid van deze verordening moeten de
                            rechten als vermeld onder nummers 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5 van
                            de bij deze verordening behorende tarieventabel worden betaald in één
                            termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en
                            in afwijking van het hiervoor genoemde onder lid 2, moeten de aanslagen,
                            waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en
                            waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af
                            te schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald in
                            zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de
                            aanslag nog in het desbetreffende heffingsjaar volle dan wel
                            gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het
                            aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. De eerste
                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor de overige
                            aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel vermelde
                            betalingstermijn. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en
                            in afwijking van artikel 5, tweede en derde lid, van deze verordening
                            dienen de aanslagen gemeentelijke heffingen dan wel op één aanslagbiljet
                            verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag groter
                            dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende
                            belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging
                            heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                            incasso, te worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na
                            de dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden 2, 3 en 4 gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Nadere regels</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rechten, met
                            uitzondering van de rechten genoemd in de tarieventabel onder nummers
                            7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>het dagelijks bestuur van GBLT (het openbaar lichaam Gemeenschappelijk
                            Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle) kan nadere regels geven
                            met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten genoemd in
                            de tarieventabel onder nummers 7.1, 7.1.1, 7.2, 7.3, 7.4 en 7.5. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de verlening
                        van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van deze rechten,
                        met uitzondering van rechten als vermeld onder de nummers 2, 7.1, 7.1.1,
                        7.2, 7.3. 7.4 en 7.5 van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De "Verordening Begraafplaatsrechten 2013" van 10-12-2012, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van
                            ingang van heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten
                            die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van
                            de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft,
                            indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in
                            het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken
                            verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende
                            belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die
                            periode plaatsvindt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Begraafplaatsrechten
                            2014”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i234293.pdf">Tarieventabel behorende bij de verordening begraafplaatsrechten 2014</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>