<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319193_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Precariobelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 216 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 2013-12.16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsregeling Precariobelasting Zwolle</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer en hoe worden kosten berekend wanneer men gebruik maakt van bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijnde eigendommen ?Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11713</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
            2014.
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening en van de daarbij behorende
                            tarieventabel wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan
                            onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een jaar: een kalenderjaar</al></li>
            <li nr="b."><al>een maand: een kalendermaand</al></li>
            <li nr="c."><al>een week: een periode van 7 achtereenvolgende dagen</al></li>
            <li nr="d."><al>een dag: een periode van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende
                                    te 0:00 uur</al></li>
            <li nr="e."><al>een vaste standplaats: een standplaats waarbij een vergunning
                                    voor onbepaalde tijd is afgegeven</al></li>
            <li nr="f."><al>een incidentele standplaats: een standplaats welke niet is een
                                    vaste standplaats.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de heffing en belastbare feiten</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en
                            de daarbij behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>Belastingplichtig is degene:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                                    openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel degene ten
                                    behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of
                                    boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig
                                    zijn.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de
                                    gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                                    voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                    dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is
                                    verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld
                                    in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de
                                    voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                    gemeentegrond heeft.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Tarieven en berekening van de belasting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven volgens de in de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid van tijd, hoeveelheid of afmeting als
                                een volle eenheid gerekend, tenzij anders is aangegeven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt wordt de
                                belasting, waarvoor in de tarieventabel uitsluitend jaartarieven
                                zijn opgenomen, geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de
                                aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in dat jaar
                                overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt wordt, ten
                                aanzien van de belasting waarvoor in de tarieventabel uitsluitend
                                jaartarieven zijn opgenomen, ontheffing verleend over zoveel
                                twaalfde gedeelten als na de beëindiging van de belastingplicht nog
                                volle kalendermaanden in dat jaar overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Voor de berekening van de belasting worden geen andere eenheden van
                                tijd gehanteerd dan die welke in de tarieventabel zijn vermeld. Ten
                                aanzien van de nummers in de tabel achter welke meer dan één eenheid
                                is opgenomen wordt uitgegaan van voor de belastingplichtige meest
                                gunstige wijze van berekening van de belasting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien een oppervlaktetarief is vastgesteld wordt de belasting
                                berekend naar de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij
                                anders is bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Indien voor het hebben van voorwerpen een vergunning verleend is,
                                wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de
                                maateenheid waarvoor de vergunning verleend is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>Indien niet of niet volledig gebruik gemaakt wordt van de vergunning
                                kan ontheffing verleend worden voor zoveel gedeelten van de vergunde
                                maateenheid waarvan geen gebruik gemaakt is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9.</lidnr>
            <al>Het achtste lid is niet van toepassing op nummer 5 van de
                                tarieventabel.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag of nota.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Aanslagen of nota's van minder dan € 5,00 niet worden opgelegd, met
                                dien verstande dat het totaal van op één aanslagbiljet of nota
                                verenigde verschuldigde bedragen precariobelastingen of andere
                                heffingen als één belastingaanslag of nota wordt aangemerkt. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Heffingstijdvak</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het heffingstijdvak is de in één kalenderjaar gelegen periode
                                gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van deze
                                verordening voordoet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien na het opleggen van een aanslag of het verzenden van een nota
                                aannemelijk wordt gemaakt, dat het belastbare feit zich slechts
                                gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de belasting
                                in aanmerking genomen heffingstijdvak voordoet of zal voordoen,
                                wordt op verzoek ontheffing verleend, indien deze € 5,00 of meer
                                bedraagt en voorzover het betreft:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een tariefstelling per maand of per jaar over de resterende
                                        maanden van dat tijdvak;</al></li>
              <li nr="b."><al>een tariefstelling per dag of per week over de resterende
                                        dagen van het tijdvak.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Tijdstippen van verschuldigdheid en termijnen van
                                betaling</titel>
          </kop>
          <al>Voor de in de tarieventabel bij deze verordening behorende nummers 1, 4,
                            5, 6, 7.6, 7.7 en 9 geldt het volgende:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare
                                    feit. </al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen of nota’s dan wel op één aanslagbiljet
                                    verenigde aanslagen of nota’s met een totaalbedrag kleiner dan
                                    of gelijk aan € 50,00 worden betaald in één termijn welke
                                    vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                                    in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld.</al></li>
            <li nr="3."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of
                                    nota verenigde aanslagen/nota’s met een totaalbedrag groter dan
                                    € 4.500,00 worden betaald in één termijn welke vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld.</al></li>
            <li nr="4."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of
                                    nota verenigde aanslagen/nota’s met een bedrag groter dan €
                                    50,00 dan wel kleiner dan of gelijk aan € 4.500,00 worden
                                    betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                    vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                                    in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en de
                                    volgende termijnen telkens twee maanden later.</al></li>
            <li nr="5."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze
                                    verordening moeten de belastingen als vermeld onder nummers 5 en
                                    6 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met een
                                    bedrag groter dan € 50,00 worden betaald in vier gelijke
                                    termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet of nota is vermeld en de volgende termijnen
                                    telkens drie maanden later.</al></li>
            <li nr="6."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze
                                    verordening moeten de aanslagen/nota's worden betaald in acht
                                    gelijke termijnen indien het bedrag van de aanslag/nota, dan wel
                                    het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet of nota verenigde
                                    aanslagen/nota's, groter is dan € 50,00 en kleiner is dan of
                                    gelijk is aan € 4.500,00 zolang de verschuldigde bedragen door
                                    middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening
                                    van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste termijn
                                    vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in
                                    de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li>
            <li nr="7."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.Voor de in de tarieventabel
                                    bij deze verordening behorende nummers 2, 3, 7.1 t/m 7.5 en 8
                                    geldt het volgende:</al></li>
            <li nr="8."><al>De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare
                                    feit.</al></li>
            <li nr="9."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen worden betaald in één termijn welke vervalt twee
                                    maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="10."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 en in afwijking van artikel 7, negende lid en elfde lid,
                                    van deze verordening dienen de aanslagen gemeentelijke heffingen
                                    dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke
                                    heffingen met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00, waarvan de
                                    dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor
                                    de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af
                                    te schrijven door middel van automatische incasso, te worden
                                    betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet. </al></li>
            <li nr="11."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 en in afwijking van artikel 7, negende lid van deze
                                    verordening, moeten de aanslagen, waarvan de dagtekening in het
                                    desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de
                                    belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te
                                    schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald
                                    in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de
                                    dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende
                                    heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden
                                    resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse
                                    termijnen niet minder dan zes bedraagt. De eerste termijn
                                    vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor de
                                    overige aanslagen geldt onverkort de in lid 9 van dit artikel
                                    vermelde betalingstermijn.</al></li>
            <li nr="12."><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>Geen belasting is verschuldigd voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                    voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li>
            <li nr="2."><al>Kelderingangen, licht – en luchtopeningen ( koekoeken ) en
                                    stoeptreden welke in, of op aan de gemeente om niet afgestane
                                    grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht;</al></li>
            <li nr="3."><al>Brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen;</al></li>
            <li nr="4."><al>Het hebben van voorwerpen die, noodzakelijk voor de uitoefening
                                    van hun publieke taak, door of ten behoeve van het rijk, de
                                    provincie, de gemeente, waterschappen of het zuiveringschap,
                                    worden gebezigd;</al></li>
            <li nr="5."><al>Afvoerbuizen in de grond of aan gebouwen tot lozing van
                                    faecaliën van huishoud – of van hemelwater;</al></li>
            <li nr="6."><al>Voorwerpen welke uitsluitend worden gebezigd voor liefdadige of
                                    kerkelijke doeleinden of ten behoeve van politieke
                                    partijen;</al></li>
            <li nr="7."><al>Buisleidingen voor installaties voor centrale verwarming;</al></li>
            <li nr="8."><al>Het hebben van voorwerpen indien de gemeente ter zake van het
                                    gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                                    waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een
                                    privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li>
            <li nr="9."><al>Het hebben van voorwerpen in het kader van een activiteit,
                                    indien de activiteit wordt georganiseerd door een
                                    vrijwilligersorganisatie en daarnaast geen winstoogmerk heeft
                                    dan wel dat de opbrengst van die activiteit ten goede dient te
                                    komen aan andere buurtactiviteiten of doelen ten algemene
                                    nutte.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Nadere regels</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en invordering van de
                                precariobelasting genoemd in de nummers 1, 4, 5, 6, 7.6, 7.7 en 9
                                van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>het dagelijks bestuur van GBLT (het openbaar lichaam
                                Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle)
                                kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering
                                van de precariobelasting genoemd in de nummers 2, 3, 7.1 t/m 7.5 en
                                8 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de
                            verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van
                            deze belasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De “Verordening Precariobelasting 2013” van 10-12-2012, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                Precariobelasting 2014”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i234200.pdf">Tarieventabel behorende bij de Verordening Precariobelasting 2014</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>