<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR319147_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Pekela 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.pekela.nl/internet/elektronisch-gemeenteblad_3955/item/elektronisch-gemeenteblad-2013_12559.html">Elektronisch Gemeenteblad, 8 januari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Pekela 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009&amp;artikel=35">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013R0166</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Pekela
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Pekela,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25-06-2013, nummer
                        201311703, gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>”Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Pekela
                            2013”</vet></al><al/><al>luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats aan de
                                    Wedderweg te Oude Pekela en de gemeentelijke begraafplaats aan
                                    de H.B. Hulsmanstraat I te Nieuwe Pekela (Boven Pekela);</al></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een
                                    lijk wordt begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders
                                    kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;</al></li><li nr="d."><al>asbus of aszak : een voorwerp ter berging van as van een
                                    overledene;</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het
                                    doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen
                                    bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="g."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="h."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="i."><al>algemeen urnengraf: (gereserveerd);</al></li><li nr="j."><al>urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon het recht is verleend tot het doen bijzetten en
                                    bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="k."><al>gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon het recht is verleend om overledenen te
                                    gedenken;</al></li><li nr="l."><al>verstrooiingsplaats: een plaats die bestemd is om as te
                                    verstrooien;</al></li><li nr="m."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="n."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="o."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een
                                    particulier urnengraf, dan wel degene die redelijkerwijze geacht
                                    kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="p."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht
                                    tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, een algemeen
                                    urnengraf, of een urnennis is verleend, dan wel degene die
                                    redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede
                                verstaan: particulier urnengraf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf, urnennis en gedenkplaats.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats(en) is (zijn) voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
                                Het college maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor
                                het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan
                                voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag
                                schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><al>(gereserveerd) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van
                                09:00 uur tot 15:00 uur; op zaterdag van 09:00 uur tot 12:00
                                uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene graven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere graven;</al></li><li nr="c."><al>particuliere kindergraven;</al></li><li nr="d."><al>particuliere urnengraven;</al></li><li nr="e."><al>urnennissen;</al></li><li nr="f."><al>particuliere familiegraven (dubbel graf)</al></li><li nr="g."><al>op de begraafplaatsen bestaat bovendien de mogelijkheid tot
                                        het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en
                                de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet
                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                                lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><al>In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken
                            worden begraven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens familiegraven (dubbel graf) worden particuliere graven
                                slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging
                                uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving, indien dit wegens de situatie op de
                                begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Termijnen particuliere (urnen) graven en urnennissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar het recht op een
                                particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het
                                particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar, het recht op
                                een urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop de
                                urnennis is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van tien
                                jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn
                                wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen twaalf maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien
                                de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van twaalf maanden, is
                                het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van
                                twaalf maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam
                                stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking
                                heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding of restitutie kan
                            de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente
                            van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>GRAFBEDEKKINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor
                                het hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van
                                aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de
                                grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats met
                            uitzondering van de grafoppervlakken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de
                                ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                                graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf, welke in een verwaarloosde staat
                            verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker indien deze
                            daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend.
                                Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is,
                                maakt het college het voornemen tot verwijdering van de
                                grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
                                begraafplaats bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van
                                de rechthebbende of gebruiker niet bekend is maakt het college het
                                voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar
                                voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij
                                het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op
                                het mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige stoffelijke overblijfselen te allen tijde
                                respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet
                                met stoffelijke overblijfselen worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke
                                overblijfselen worden begraven en de as wordt verstrooid op één van
                                de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke
                                overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor
                                crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een
                                overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in
                                een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om
                                deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing
                                elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de stoffelijke overblijfselen te doen
                                verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen
                                dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De
                                rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij de
                                beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11,
                                tweede lid, 14 en 19, derde lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk
                                ervan in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven
                                onderhoud en herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap
                                schriftelijk om een dergelijke kennisgeving heeft verzocht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE
                            GRAFBEDEKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>INRICHTING REGISTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verantwoordelijkheid van het hoofd afdeling Gemeentewerken
                                wordt het register bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening voor het beheer en gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen Pekela, vastgesteld op 4-07-2006 , wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening
                                voor het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen
                                Pekela vastgesteld op 4-7-2006, gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de verordening voor het
                                beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Pekela vastgesteld op
                                4-7-2006 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 en 4 wordt gestraft met
                                een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikelen 3 en 4 van de verordening kan worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van
                            publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen gemeente Pekela 2013”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 17 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>W.E. Meffert</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> M. Schollema </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.</al><lijst><li nr="b en c."><al> Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze
                                constructies kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel
                                van een muur of wand. Wanneer één of meerdere lijken worden begraven
                                of asbussen worden bijgezet in een grafkelder, spreekt men van een
                                keldergraf, in tegenstelling tot een zandgraf.</al></li><li nr="d."><al> Als verruiming van het VNG model, is binnen Pekela de mogelijkheid
                                opgenomen om as van een overledene in een aszak te bergen.</al></li><li nr="e."><al> Binnen Pekela bestaat de mogelijkheid om as van een overledene te
                                bergen in een waterurn. De as wordt daarmee in de urn geborgen.
                            </al></li><li nr="f."><al> Een particulier graf werd in het oude model aangeduid als ‘eigen’
                                graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’
                                nog altijd gebezigd. Het nieuwe model volgt echter de terminologie
                                van de Wet op de lijkbezorging.</al></li><li nr="g."><al> In het oude model was bij de definitie van algemene graven en
                                algemene urnengraven opgenomen dat ‘aan een ieder’ gelegenheid wordt
                                geboden tot het doen begraven van lijken en het doen bijzetten van
                                asbussen. De passage ‘aan een ieder’ is overbodig en daarom
                                geschrapt. Volgens artikel 23, tweede lid van de Wet op de
                                lijkbezorging is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen
                                wie in een algemeen graf wordt begraven. </al></li><li nr="i."><al> Binnen Pekela is het niet mogelijk om een algemeen urnengraf te
                                houden, derhalve is dit subartikel gereserveerd.</al></li><li nr="o. en p."><al> De termen rechthebbende en gebruiker zijn nader gedefinieerd.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf, urnennis en gedenkplaats
                        gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel
                        of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven
                        noodzakelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het model bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                        gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding
                        van de voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de
                        strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal
                        opmaken.</al><al/><al>De in het oude model opgenomen bepaling dat personen die werkzaamheden aan
                        grafbedekkingen op de begraafplaats hebben te verrichten daarvoor
                        toestemming van het college dienen te vragen is geschrapt. De eis was
                        gesteld in het kader van de openbare orde: Steenhouwers en hoveniers moeten
                        zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn
                        voor rouwenden en tijdens uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de
                        beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen
                        houden biedt echter, samen met de verbodsbepalingen, voldoende mogelijkheden
                        om tegen ongewenste activiteiten op te treden. Denkbaar is dat men ter
                        controle een bewijs moet kunnen overleggen dat men in opdracht van de
                        rechthebbende van het graf aan het werk is.</al><al/><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid onder a
                        bestaat behoefte omdat men soms dichtbij een graf moet kunnen komen met een
                        motorrijtuig. Aangezien een dergelijke handeling niet overeenstemt met het
                        beeld van orde en rust dient met het verlenen van de ontheffing uiterst
                        terughoudend te worden omgegaan. De situatie kan uiteraard per begraafplaats
                        verschillen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door
                        te eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan
                        worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een
                        begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het
                        overlijden te geschieden.</al><al/><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen
                        het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf
                        kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare
                        manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen,
                        zoals artikel 2.1 van de model-APV.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming
                        van één of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                        werkzaamheden zijn belast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                        voor graf er wordt gevraagd.</al><al/><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet
                        in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een
                        urnennis.</al><al/><al>In het vorige model was de bepaling opgenomen dat het lijk bij aankomst op
                        de begraafplaats of in het crematorium voorzien diende te zijn van een
                        identiteitskenmerk. Deze bepaling is geschrapt, aangezien dit vereiste volgt
                        uit artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging.</al><al/><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                        zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                        personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                        sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden
                        en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                        nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                        handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de
                        nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het
                        aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf
                        en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zullen door
                        het personeel moeten worden verricht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het gebruik van gebouwen en muziekinstallatie is binnen Pekela niet van
                        toepassing. Dit is artikel is derhalve “gereserveerd”.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                        gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                        ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze
                        schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient
                        te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis
                        te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder
                        aan de wettelijke vereisten.</al><al/><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                        aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen
                        verlopen. Sommige gemeenten slaan één stap over: de ambtenaar van de
                        burgerlijke stand is tevens de beheerder van de begraafplaats. Een
                        digitalisering van de genoemde processen en voorgeschreven formulieren zal
                        aanzienlijk bijdragen aan de reductie van administratieve lasten. Volgens de
                        memorie van antwoord aan de Eerste Kamer, ontvangen op 15 mei 2009 bij de
                        behandeling van de Wijziging van de Wet op de lijkbezorging, werkt de
                        minister van Justitie aan een wetsvoorstel elektronische burgerlijke stand
                        dat hierin voorziet.</al><al/><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al/><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de
                        rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het
                        verzoek tot overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de
                        bijzetting te worden gedaan volgens artikel 17, tweede lid.</al><al/><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk
                        volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden
                        geruimd. Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of
                        bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn
                        plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                        bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                        uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten
                        omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt
                        aan de wettelijke minimum grafrusttermijn, i.e. 10 jaar.</al><al/><al>De beheersverordening begraafplaatsen Pekela geeft aan dat het recht op een
                        graf zodanig dient te worden verlengd, dat het recht pas afloopt nadat de
                        wettelijke grafrusttermijn is verlopen. </al><al>In Pekela kan een rechthebbende maximaal twee jaar voor het verstrijken van
                        de graftermijn worden aangeschreven voor het verlengen van de rechten. Dit
                        in verband met artikel 28 uit de Wet op Lijkbezorging. Wanneer de
                        rechthebbende afstand doet van een graf binnen de termijn van de wettelijk
                        verplichte grafrust, zal de gemeente Pekela de regels omtrent de wettelijk
                        verplichte grafrusttermijn naleven. Wel is zij bevoegd om een eventueel
                        monument te verwijderen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                        begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te
                        bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij
                        te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt
                        begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e.
                        zaterdag). Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom
                        belang bij dat de begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor
                        een begrafenis kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere
                        gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een
                        zon- of feestdag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben.
                        In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere
                        gevallen hiervoor open te stellen.</al><al/><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                        gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen
                        deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn
                        in geval van lijkvinding.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere
                        soorten van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen
                        bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het
                        buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is
                        vervoerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                        bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden
                        begraven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>In het eerste lid is opgenomen dat particuliere graven alleen voor directe
                        begraving worden uitgegeven en tevens in volgorde van ligging.</al><al/><al>Het tweede lid luidt volgens het VNG model als volgt: </al><al/><al><cursief>“Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                            directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens
                            de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is” </cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels
                        wil vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de
                        verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht
                        op een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Voorts kan, wanneer
                        sprake is van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen dat de
                        periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan
                        twintig jaar. Daarom is in het model voor de uitgiftetermijn de mogelijkheid
                        gegeven te kiezen voor een periode gelegen tussen tien en dertig jaar, en
                        wel in een veelvoud van 5. Voor de verlenging is de mogelijkheid gegeven te
                        kiezen voor een periode gelegen tussen vijf en twintig jaar, in een veelvoud
                        van vijf. </al><al/><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                        uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                        bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 15,
                        betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al/><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor
                        het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                        aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                        tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                        mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende
                        deze mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres
                        de houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’.
                        Het laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                        wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                        administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                        juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder
                        van de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit
                        zijn eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de
                        plicht het GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie
                        maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend
                        te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan
                        het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn
                        van uitgifte kan vragen.</al><al/><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikel 23.</al><al/><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                        particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten
                        worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                        genomen.</al><al/><al>Binnen Pekela is gekozen om de termijnen van 30 jaar voor een particulier
                        graf en 20 voor een urnennis aan te houden. Ook blijft men een termijn van
                        verlenging van 10 jaar handhaven. Daarmee worden de termijnen zoals deze in
                        de oude verordening waren opgenomen, gehandhaafd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van
                        het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om
                        lijken in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een
                        vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de
                        openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de
                        standplaatsvergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf –
                        vroeger aangeduid als 'eigen graf' – te begraven op een persoonlijke
                        beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op
                        verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.</al><al>In het vorige model was bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden
                        overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden)
                        rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met
                        de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was
                        overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat
                        deze beperking niet of lastig te handhaven is en bovendien administratieve
                        lasten veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de
                        mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een
                        rechtspersoon.</al><al/><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                        rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de
                        grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn,
                        waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op
                        zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een
                        langere termijn aan te houden.</al><al/><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig
                        van de genoemde termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf
                        moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de
                        bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de
                        nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs
                        is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al/><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te
                        schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van
                        de Stichting Grafzorg Nederland.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                        afstand van het graf kan doen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                        begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de
                        veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak
                        keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan
                        banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Dit model geeft de
                        burgers de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van
                        minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de
                        grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de nadere regels
                        van het college.</al><al/><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op
                        particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                        beplantingen.</al><al/><al>De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing van de vastgestelde
                        nadere regels voor de grafbedekking, zoals was opgenomen in art. 19 van het
                        oude model, is overbodig. De bevoegdheid van het college om te beslissen op
                        een vergunningsaanvraag die niet met de nadere regels strookt, is immers
                        discretionair.</al><al/><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid
                        dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het
                        graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal
                        voorts moeten blijken wie daar begraven is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud
                        door de gemeente worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een
                        minimale zorg met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd
                        aanzien heeft. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het onderhoud van
                        het grafoppervlak. Dat geldt zowel voor de beplanting als de gedenktekens.
                        Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter
                        uitvoering van dit artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de
                        vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of bekend te maken op
                        het mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al/><al>Binnen de gemeente Pekela is er voor gekozen om het ‘oude artikel’ 24 van de
                        Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Pekela 2006
                        te handhaven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in
                        het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de
                        grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor
                        (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen
                        graf. Daarom wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde
                        term ‘gebruiker’ gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term
                        ‘belanghebbende’, die voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in
                        de Wet op de lijkbezorging (artikel 27a).</al><al/><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het
                        graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                        rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd
                        mag worden.</al><al/><al>Het onderhoud dat door de gemeente wordt verricht zal in een aantal gevallen
                        voldoende zijn voor algemene graven. Hier wordt nogmaals gesteld dat het
                        beleid dat burgemeester en wethouders ten aanzien van het onderhoud voeren
                        duidelijk dient te worden bekend gemaakt. De aard en de afmetingen van de
                        grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte van deze
                        graven met het recht om deze termijn steeds te verlengen, maken dat bij deze
                        grafbedekkingen zeker niet kan worden volstaan met het minimum aan onderhoud
                        door de gemeente.</al><al/><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder
                        van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren
                        tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op
                        de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende
                        lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en
                        bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij
                        wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn
                        van het graf. Zie ook de algemene toelichting, hoofdstuk 3.1.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                        bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen
                        en planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                        waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                        genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde
                        planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient
                        aanbeveling om het beleid ten aanzien van de planten en bloemen mee te delen
                        bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en
                        bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats. Het is gewenst
                        om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gesteld mag worden
                        dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van
                        het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                        mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan
                        gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging
                        wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het
                        verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan
                        worden medegedeeld dat de grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de
                        gemeente vervalt.</al><al/><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                        dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te
                        worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze
                        mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste
                        twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de
                        belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig
                        de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal
                        worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. Zie ook artikel 15,
                        tweede lid, met de toelichting en artikel 24 eerste lid.</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers
                        van die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen
                        opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al/><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                        vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende
                        niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid
                        van dit model), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel
                        28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens
                        het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen
                        van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al/><al>In het vorige model was voor de recht- of belanghebbende de mogelijkheid
                        opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na verwijdering een
                        bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel administratieve
                        lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in het nieuwe model niet meer
                        opgenomen. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie
                        artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet
                        bestuursrecht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                        lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van
                        het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                        mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan
                        gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging
                        wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het
                        verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan
                        worden medegedeeld dat de grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de
                        gemeente vervalt.</al><al/><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                        dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te
                        worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze
                        mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste
                        twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de
                        belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig
                        de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal
                        worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. Zie ook artikel 15,
                        tweede lid, met de toelichting en artikel 24 eerste lid.</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers
                        van die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen
                        opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al/><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                        vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende
                        niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid
                        van dit model), of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel
                        28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens
                        het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen
                        van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al/><al>In het vorige model was voor de recht- of belanghebbende de mogelijkheid
                        opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na verwijdering een
                        bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel administratieve
                        lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in het nieuwe model niet meer
                        opgenomen. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie
                        artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet
                        bestuursrecht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een
                        gemeentelijke begraafplaats valt volgens artikel 39 van de Wet op de
                        lijkbezorging onder het beheer van de gemeente. Hierdoor is ook de
                        beheersverordening op dit gedeelte van de begraafplaats van toepassing. Het
                        college is dus verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op het ter
                        beschikking van het kerkgenootschap gestelde gedeelte. Het college voorziet
                        ook in het minimale onderhoud van de grafbedekkingen op het kerkelijk deel
                        (artikel 20).</al><al/><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                        aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken
                        van de nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de
                        begraafplaats.</al><al/><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het college
                        bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is
                        van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het
                        betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende of de gebruiker
                        verplicht is volgens artikel 21 van dit model. Soms waakt een
                        kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer in leven
                        zijn.</al><al/><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om steeds
                        als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te
                        worden geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                        kerkgenootschap kan zich dan beraden hoe te handelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht
                        werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is
                        begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan
                        voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken
                        kan opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als
                        voorbeeld kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel
                        voorzien van symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds
                        lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen
                        maatregelen te worden getroffen zodat graven van bekende overledenen niet
                        meer ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat
                        zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de
                        betekenis van het gedenkteken verdient het aanbeveling een deskundige te
                        raadplegen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in het model, aangezien
                        artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997
                        gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft. </al><al/><al>In de modelverordening is bepaald dat het register wordt bijgehouden door de
                        beheerder. Binnen Pekela is gekozen dat de beheerder onder
                        verantwoordelijkheid van hoofd Afdeling Gemeentewerken het register zal
                        bijhouden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>In artikel 28 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                        ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur
                        op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op
                        dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het
                        gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel
                        139 van de Gemeentewet). </al><al/><al>Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van
                        het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de
                        Gemeentewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in
                        werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander
                        tijdstip was aangewezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                        onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>