<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318946_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cameratoezicht gemeente Rucphen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cameratoezicht gemeente Rucphen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cameratoezicht gemeente Rucphen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE RUCPHEN;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september
                        2013</al><al>gelet op artikel 151c Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>de Verordening cameratoezicht gemeente Rucphen vast te stellen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Bevoegdheid plaatsen camera's</titel></kop><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid om, indien en voor zover dat in het
                        belang van de handhaving van de openbare orde en de in artikel 2 van deze
                        verordening genoemde voorwaarden, noodzakelijk is, te besluiten tot
                        plaatsing van camera’s voor een periode van maximaal drie jaren ten behoeve
                        van toezicht op een openbare plaats (Art. 2 Wom). Het cameratoezicht kan
                        vervolgens telkens met de periode van maximaal drie jaren worden
                        verlengd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Voorwaarden toepassing cameratoezicht</titel></kop><al>1.Cameratoezicht mag slechts worden toegepast als aan alle, in lid 2 van dit
                        artikel genoemde voorwaarden, is voldaan.</al><al>2.</al><lijst><li nr="a."><al>De burgemeester wijst de openbare plaats of plaatsen aan waar het
                                toezicht zal plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>cameratoezicht mag slechts worden toegepast op openbare plaatsen die
                                voldoen aan de in artikel 3 lid 2 genoemde gronden;</al></li><li nr="c."><al>de doelstellingen als genoemd in artikel 4 dienen ten grondslag te
                                liggen aan de toepassing van het cameratoezicht;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester stelt, na overleg met de Officier van Justitie in
                                het overleg, en bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012, de
                                periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare
                                orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de
                                camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden
                                bekeken;</al></li><li nr="e."><al>de burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste
                                artikel bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande
                                politie;</al></li><li nr="f."><al>de aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid van dit
                                artikel is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die de
                                desbetreffende openbare plaats betreedt;</al></li><li nr="g."><al>met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare
                                plaats;</al></li><li nr="h."><al>de met de camera’s gemaakt beelden mogen in het belang van de
                                handhaving van de openbare orde worden vastgelegd en gedurende ten
                                hoogste vier weken worden bewaard;</al></li><li nr="i."><al>de burgemeester informeert terstond na het nemen van het besluit als
                                bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel, de raad over de inhoud van
                                het besluit alsmede de redenen welke tot dat besluit hebben
                                geleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Openbare plaats waar cameratoezicht toegepast mag
                            worden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Cameratoezicht mag slechts worden toegepast in gebieden die voldoen
                                aan de in lid 2 van dit artikel genoemde criteria.</al></li><li nr="2."><al>Op de aan te wijzen openbare plaats dient regelmatig een groep
                                mensen aanwezig te zijn en/of meerdere delicten plaats te hebben
                                gevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Doelstellingen cameratoezicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in lid 2 van dit artikel genoemde doelstellingen dienen ten
                                grondslag te liggen aan een besluit als genoemd in artikel 2 lid 2
                                sub a van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De doelstellingen in verband met cameratoezicht zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Afname aantal geweldsdelicten en/of openbare orde
                                        verstoringen;</al></li><li nr="b."><al>verbetering oplossing strafbare feiten;</al></li><li nr="c."><al>voorkomen belemmeringen hulpverlening en verbetering van de
                                        hulpverlening aan slachtoffers, vroegtijdig kunnen ingrijpen
                                        om verdere escalatie te voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>terugdringen van het onveiligheidsgevoel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Opsporing</titel></kop><al>De vastgelegde beelden, bedoeld in artikel 2 lid 2 sub h, kunnen met
                        inachtneming van de Wet politiegegevens worden verstrekt ten behoeve van de
                        opsporing van een gepleegd strafbaar feit.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Evaluatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester zendt na afloop van ieder jaar een beknopt
                                verantwoordingsverslag aan de raad over het gevoerde
                                cameratoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Naast het verslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel, verricht de
                                burgemeester een evaluatie een half jaar voor het aflopen van een
                                eventuele termijnverlenging zoals bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="3."><al>Indien de in lid 1 van dit artikel genoemde evaluatie uitwijst dat
                                voortzetten van het cameratoezicht op de betreffende openbare
                                plaats(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 sub a, niet langer
                                noodzakelijk is ter handhaving van de openbare orde, besluit de
                                burgemeester dat het cameratoezicht op de openbare plaats(en) wordt
                                beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                cameratoezicht gemeente Rucphen.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door</ondertekening><ondertekening>de raad van de Gemeente Rucphen</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 6 november 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Rosiers-Goorden MSc.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. M. van der Meer Mohr.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>