<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318868_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van landtoeristenbelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 27-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET INZAKE RIJKSBELASTINGEN">Algemene wet inzake rijksbelastingen </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=INVORDERINGSWET 1990">Invorderingswet 1990 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/82</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de 'Verordening Toeristenbelasting 2013’, vastgesteld op 17 december 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De 'Verordening Toeristenbelasting 2013’ vervalt met ingang van de datum van heffing van de Verordening Toeristenbelasting 2014, zijnde 1 januari 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de landtoeristenbelasting
            2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 2013/82</al><al/><al>De raad van de gemeente Eemnes;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 1 november 2013;</al><al/><al>gelet op de artikelen in de Gemeentewet, de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen, de Invorderingswet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al> besluit: </al><al/><al>De “Verordening op de heffing en invordering van de landtoeristenbelasting
                        2014” (Verordening Toeristenbelasting 2014) vast te stellen.</al><al/><al> Verordening op de heffing en invordering van de Landtoeristenbelasting
                        2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Voorwerp der belasting; belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente
                            Eemnes, in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele
                            kampeeronderko­mens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste
                            standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die
                            niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie
                            persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam
                            toeristenbelas­ting een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde
                            mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en
                            gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden;</al><al>b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's,
                            toerca­ravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
                            voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf
                            voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al><al>c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
                            of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeerders of stacaravans,
                            welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en
                            andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het
                            jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur
                            aangeboden;</al><al>d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor
                            het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel
                            kampeeronderkomen of stacaravan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al><al>2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                            op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd
                            wordt.</al><al>3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is
                            aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 1 verblijf houdt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastinggrondslag</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag</titel></kop><al>1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
                            tot:</al><al> a. vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald
                            op: 3 personen indien het aantal slaapplaatsen 4 of minder bedraagt; 4
                            personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 4 bedraagt; b. mobiele
                            kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2
                            personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3,5
                            personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie be­draagt; c.
                            mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op de som
                            van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal
                            drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeeronderkomens
                            bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3. </al><al>2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen in
                            overnacht wordt:</al><al> a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet
                            beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke
                            geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende
                            een periode van:</al><al> ten hoogste drie maanden bepaald op 40; meer dan drie doch ten hoogste
                            zes maanden bepaald op 50; meer dan zes doch ten hoogste negen maanden
                            bepaald op 65; meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
                            80; </al><al> b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op
                            niet vaste standplaatsen bepaald op 365.</al><al>3. Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid,
                            letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen
                            gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een
                            afzonderlijke periode van twee maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                            belasting­plichtige bij de aangifte gedaan verzoek de heffingsgrondslag
                            vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat
                            dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 5 berekende
                            aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,60.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><al>1. door degene, die:</al><al> a. als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of
                            verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden
                            van dagen verblijft; b. als gebruiker van een woonwagen of woonschip als
                            bedoeld in de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98) onderscheidenlijk in de Wet
                            op woonwa­gens en woonschepen (Stb. 1918, 492), daarin overnacht; c.
                            verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het
                            verblijf in of het beschikbaar houden van die woning
                            woonforen­senbelasting is verschuldigd; </al><al>2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
                            heffing en invordering van een watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vaststelling formulier aangiftebiljet</titel></kop><al>Het formulier van het aangiftebiljet wordt bij afzonderlijk besluit door
                            het College vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene Termijnenwet
                            is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen aanslag wordt vastgesteld indien het aantal overnachtingen, waartoe
                            gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan
                            tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere regels door het College</titel></kop><al>Het College kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                            invordering van de landtoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verorde­ning gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk
                            te melden aan de door het College aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld
                            in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 293, eerste lid, van de gemeentewet
                            wordt op overtreding van deze belastingverordening een geldboete gesteld
                            van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. De “Verordening Toeristenbelasting 2013” van 17 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Toeristenbelasting 2014”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 16 december
                        2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> J.A. de Bruijn R. van Benthem RA</ondertekening><ondertekening> griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>