<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318826_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2013, 48</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB13.0137</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening toeristenbelasting 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houd als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling: als bedoeld
                                in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstelling;</al></li><li nr="2."><al>van degene die verblijf houdt in een vakantieonderkomen voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor
                                zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de
                                Verordening, onder verantwoordelijkheid het Centraal Orgaan opvang
                                Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het gemiddeld aantal overnachtingen over de
                        laatste drie jaren voorafgaand aan het belastingjaar. Het aantal
                        overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen
                        vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,22</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten verschaft,
                            dit schriftelijk te melden aan de door het college van Burgemeester en
                            Wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede
                            lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden een
                            nachtregister bij te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gemeentelijk nachtverblijfregister bevat de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en woonplaats van de gast;</al></li><li nr="b."><al>de datum van aankomst en vertrek;</al></li><li nr="c."><al>de som van het aantal gasten vermenigvuldigd met het aantal
                                    overnachtingen ter zake waarvan</al><al> belasting verschuldigd is;</al></li><li nr="d."><al>het totaal van de verschuldigde belasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen
                            kan ontheffing verlenen van het bijhouden van een gemeentelijk
                            nachtverblijfregister indien de belastingplichtige voornemens is om een
                            eigen nachtverblijfregister bij te houden indien dit eigen
                            nachtverblijfregister gekoppeld is aan een bedrijfsmatig gevoerde,
                            geautomatiseerde boekhouding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verzoek tot de in lid 3 bedoelde ontheffing dient voor aanvang van
                            het betreffende belastingjaar te worden ingediend bij de in lid 3
                            genoemde gemeenteambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                            voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                            aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingtijdvak
                        minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de voorlopige aanslagen en deoverige aanslagen moeten worden
                            betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990 meteen belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lidvan
                            overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigdeaanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 11.350,-- en
                            zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in tien (10) gelijke termijnen. De eerste termijn </al><al> vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
                            volgende termijnen telkens eenmaand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de verschuldigde belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De Verordening toeristenbelasting 2013, vastgesteld bij Raadsbesluit van 7
                        november 2013, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2014, met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting
                        2014".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 6 november 2013.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>