<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318745_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Parkeerbelastingen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, afd. 3a, nr. 200/584</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Tarieventabel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2014, afd. 1. nr. 584</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 10-11-2014</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Gemeenteblad 2014, afd. 3a, nr. 200/584</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-5743</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Parkeerbelastingen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Parkeerbelastingen</titel></kop><al>Onder de naam van parkeerbelastingen worden de volgende belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al> een belasting ter zake van het parkeren
                                van een voertuig op een bij dan wel krachtens deze verordening in de
                                daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en
                                wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al> een belasting ter zake van een van
                                gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig
                                op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> parkeren: het gedurende een
                                aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders
                                dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                onmiddellijk in- of uitstappen van personen, dan wel het
                                onmiddellijk laden of lossen van goederen op binnen de gemeente
                                gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                weggedeelten waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b."><al> houder: degene die naar de
                                omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd,
                                met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in
                                het krachtens de Wegenverkeerswet (Staatsblad 1994, nr. 475) aangehouden register van opgegeven
                                kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor
                                het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al> parkeerapparatuur: parkeermeters, voor
                                het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons,
                                parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale
                                computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="d."><al> centrale computer: een computer van de
                                gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente
                                een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van
                                parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het
                                gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander
                                communicatiemiddel;</al></li><li nr="e."><al> parkeerapparatuurplaats: een
                                parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven, behorende bij
                                de parkeerapparatuur;</al></li><li nr="f."><al> vergunning: een van gemeentewege
                                verleende vergunning voor het parkeren (parkeervergunning) zoals
                                geregeld en beschreven in de Parkeerverordening 2013;</al></li><li nr="g."><al> parkeerduurbeperking: beperking in
                                tijdsduur van de Parkeerhandeling, alles overeenkomstig het bepaalde
                                in de Parkeerverordening 2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft
                                geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Als degene die het voertuig heeft
                                geparkeerd, wordt mede aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al> degene die de belasting
                                        voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de
                                        belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al> zolang geen voldoening van de
                                        belasting, vermeld in art. 1, onderdeel a, heeft
                                        plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien
                                        verstande dat:</al><lijst><li nr="1"><al>° indien een voor ten hoogste
                                        drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd,
                                        waaruit blijkt, wie ten tijde van het parkeren ingevolge
                                        deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de
                                        houder, maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het
                                        voertuig heeft geparkeerd;</al></li><li nr="2"><al>° indien blijkt dat een ander
                                        in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die
                                        ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                        geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het
                                tweede lid, onderdeel b, wordt aangemerkt als degene die het
                                voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten
                                tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig
                                heeft gebruikgemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet
                                heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel b, wordt geheven van degene aan wie de vergunning is
                                verleend. De belastingplicht van de belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel b, sluit de belastingplicht van de belasting, bedoeld in
                                art. 1, onderdeel a, uit voor de in de vergunning aangegeven wijze
                                en plaats met uitzondering van gebieden waar en voor zover een
                                parkeerduurbeperking geldt. Deze uitsluiting geldt uitsluitend ter
                                zake van het kenteken waarvoor de vergunning is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Tijdstip van het ontstaan van de
                                belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel b, is verschuldigd bij het verlenen van de
                                vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarief, tijdvak en maatstaf van heffing</titel></kop><al>Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de
                            bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing, termijn van betaling en
                                restitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, en
                                wel door middel van het, bij aanvang van het parkeren, op de door
                                het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze
                                betalen van geld met behulp van parkeerapparatuur en/of door middel
                                van het al dan niet elektronisch in werking stellen van
                                parkeerapparatuur. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid
                                wordt op of via de parkeerapparatuur of in de daarbij geleverde
                                gebruiksaanwijzing kennisgegeven. Ten aanzien van het hier
                                voorafgaande bepaalde moet de belasting overeenkomstig de aangifte
                                worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren,
                                indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                                parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander
                                communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De belasting, bedoeld in art. 1,
                                onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en
                                moet worden betaald bij het verlenen van de vergunning. Voldoen via
                                een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt hier
                                met betalen gelijkgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de belastingplicht met
                                betrekking tot de belasting, bedoeld in art. 1, onderdeel b, in de
                                loop van de zes maanden waarvoor de vergunning is verleend, eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel volle kalendermaanden
                                als er in die periode na het tijdstip van de beëindiging van de
                                belastingplicht nog resteren. De Parkeerverordening 2013 geeft de
                                voorwaarden bij de beëindiging van de vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Een naheffingsaanslag moet terstond,
                                inclusief de kosten van de naheffingsaanslag zoals bedoeld in art.
                                9, en voor zover van toepassing verhoogd met de andere kosten zoals
                                bedoeld in art. 9, worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing van
                                parkeerapparatuurplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar en het tijdstip en de wijze waarop
                            tegen betaling van de belasting, bedoeld in art. 1, onderdeel
                                <cursief>a</cursief>, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle
                            gevallen bij besluit van het college van burgemeester en wethouders,
                            gehoord de stadsdelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een wielklem kan worden aangebracht in
                                het geval van wanbetalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en Wethouders kunnen
                                nadere regels geven omtrent de definitie van wanbetalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien na het aanbrengen van de
                                wielklem ten minste 24 uur zijn verstreken, wordt het voertuig naar
                                een door de in art. 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
                                bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats overgebracht en daar in
                                bewaring gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor een naheffingsaanslag voor de
                                belasting als bedoeld in art. 1, onderdeel a, alsmede voor het
                                aanbrengen, respectievelijk het verwijderen van de wielklem en voor
                                het overbrengen en bewaren worden kosten in rekening gebracht. De
                                hoogte van het daarvoor in rekening te brengen bedrag is opgenomen
                                in hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bedrag van de voor de wielklem en
                                voor het overbrengen en bewaren in rekening te brengen kosten, wordt
                                in een voor bezwaar vatbare beschikking vast-gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van parkeerbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De Verordening parkeerbelastingen
                                2013-II, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 april 2013
                                (Gemeenteblad, afd. 3A, nr. 61/162) en gewijzigd bij raadsbesluit
                                van 12 juni 2013 (Gemeenteblad, afd. 3A, nr. 91/423) wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                heffing, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking per
                                1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De datum van ingang van heffing is 1
                                januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als Verordening Parkeerbelastingen 2014.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Daar waar in de voorliggende
                                Verordening Parkeerbelastingen 2014 en de bijbehorende tarieventabel
                                wordt gesproken van ‘stadsdeelgrens' moet gelezen worden
                                ‘stadsdeelgrens zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van de
                                Verordening op de stadsdelen zoals deze luidde voor 1 mei 2010.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Amsterdam/i259465.pdf">Bijlage 1 Verordening parkeerbelastingen 2014.pdf (149 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>