<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318670_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vijfheerenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 3 oktober 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, artikel 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, artikel 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, artikel 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, artikel 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, artikel 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, artikel 99</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.6027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad der gemeente Zederik;</vet></al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van 2 september 2013;</al><al/><al>overwegende, dat in zowel het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden als
                  het rechtspositiebesluit wethouders is bepaald dat de raad voor een aantal
                  voorzieningen een verordening dient vast te stellen en dat de nu geldende
                  verordening op een aantal onderdelen aangepast dient te worden;</al><al/><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de
                  Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads-
                  en commissieleden;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                     commissieleden 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk VIII van de
                           Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissielid: het lid van een commissie als bedoeld in hoofdstuk VIII
                           van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                           1994, Stb. 243;</al></li><li nr="d."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit
                           van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="e."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                           februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                           Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="f."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                           Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt.
                           212;</al></li><li nr="g."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                           Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;</al></li><li nr="h."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                           Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;</al></li><li nr="i."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad;</al></li><li nr="j."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="k."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                           Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van
                        het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de
                        minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2
                        vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding van het raadslid dat tevens fractievoorzitter is wordt
                        verhoogd overeenkomstig het bepaalde in artikel 8b van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden
                        kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 2, vermeld in tabel II
                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                        toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in
                        afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag
                        voor gemeenteklasse 2, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest
                        ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikel 2 en 3, naar evenredigheid
                        van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt
                        in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in
                        verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                        een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                              volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                              reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                              redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                              bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                              wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen
                     buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars
                        en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden
                        aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                        symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd,
                        dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met
                        de vervulling van het raadlidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>I-pad ten behoeve van papierloos vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het raadslid ten laste van de gemeente -voor de
                        uitoefening van het raadslidmaatschap- een I-pad in bruikleen ter
                        beschikking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen van de I-pad een
                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                        onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die
                        wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling
                        als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
                        Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                        onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in
                        de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van
                     een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband
                     met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
                        ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op
                        deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                        bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die
                        het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                        verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                        Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing
                        van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze
                        uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                        bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die
                        het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                        verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30
                        dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                        ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde
                        vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                        onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid ontvangt jaarlijks de tegemoetkoming in de kosten van een
                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid
                        van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                        lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                        geweest.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in
                        maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of
                        ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8 tot en met 11 en 13 blijven van toepassing
                        op het raadslid aan wie ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk
                        ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3,
                        eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt het van het bedrag dat op
                        grond van die bepalingen van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 8, 10 tot en met 13 van deze verordening zijn van
                        toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                        raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft
                        verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden kosten
                     is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 2, vermeld in artikel 25 van het
                     Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al> De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                     tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in artikel
                     3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 16,
                           vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel
                           16 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.</al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                 volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld
                                 in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                 wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                 verblijfkosten.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                           wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk
                           personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is
                           vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de
                           zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de
                           Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en
                           artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989
                           vastgesteld Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland
                        maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en
                        verblijfkosten vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een
                        reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college
                        vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden
                        verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                        seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                        gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                        symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd,
                        dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met
                        de uitoefening van het ambt van wethouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>I-pad ten behoeve van papierloos vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder wordt -ten laste van de gemeente- voor de uitoefening van
                        het wethouderschap een I-pad in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de
                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn
                        ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37
                        van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder
                        wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel de
                        eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld
                        in de Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al> De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                     beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de
                           Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig
                           het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en
                        haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads-
                        en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken
                        en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2 vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid
                        van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in
                        artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                              ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij
                              een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                              gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie
                              of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in
                              belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid in voorkomende
                        gevallen een hogere vergoeding vaststellen, ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                              beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor
                              deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet
                              geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte
                              van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                           niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                           benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van
                           de commissie vergoed.</al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                 volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                 reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                                 redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                 bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                 wethouders.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid
                           noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en
                           buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het
                           bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                           wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen
                        voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de
                        toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de
                        gemeente georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van
                        de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen,
                        seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                        gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                        symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd,
                        dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met
                        de vervulling van het commissielidmaatschap.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al> Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door: </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,6,17,18, 23 en
                        25 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door
                        het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                        zijn betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en binnen 2
                        maanden ingediend, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Hierbij
                        geldt voor het indienen:</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris;</al></li><li nr="-"><al>indien het een raadslid of commissielid betreft bij de griffier of
                              een door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7,17,18,19,23 en 25 kan
                        plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                        onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                        gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                        begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld,
                        volledig in te vullen en te ondertekenen,</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 1 maand ingediend.
                        Hierbij geldt voor het indienen:</al><lijst><li nr="-"><al>Indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris;</al></li><li nr="-"><al>Indien het een raadslid of commissielid betreft bij de griffier of
                              een door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeerartikel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al> De op 26 maart 2007 door de raad vastgestelde Verordening rechtspositie
                     wethouders, raads- en commissieleden 2007 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders,
                     raads- en commissieleden 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                  Zederik, gehouden op 30 september 2013.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>