<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR318426_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-05-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2013/54</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR116463_1">Beleidsregels voor de aankondiging van evenementen en andere activiteiten</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR83405_1">Beleidsregels voor het innemen van standplaatsen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR83412_1">Beleidsregels voor het verbranden van afvalstoffen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR116460_1">Nuloptiebeleid coffeeshops</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR275157_1">Geluidbeleid bij horeca en evenementen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR270064_1">Standplaatsvergunningenbeleid</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van Olst-Wijhe,</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 Gemeentewet,</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 12 november 2013; </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                  toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van
                  artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk
                  of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Olst-Wijhe
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder
                  wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                  kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                  algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
              <li nr="j."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                    ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                    omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een
                    ontheffing als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, of een vergunning als
                    bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid, artikel 2:11 of artikel 4:11.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan
                drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen
                kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht
                weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van
                het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan
                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening
              anders is bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                  verstrekt;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                  opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of
                  wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                  waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen
                  niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                  daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                  binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of
              ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
              verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
              bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>[gereserveerd]</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:10</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>[gereserveerd]</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing,
                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                    ongeregeldheden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen
                        te ontstaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van
                        publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li>
                    <li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich
                in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die
                    door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare
                    veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde
                    verbod.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen,
                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld
                    in de Wet openbare manifestaties.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,
                  waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet
                  openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste
                  96 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                  burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                      van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van
                      beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                      verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip
                  van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na
                  12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                  kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                  voorafgaat vóór 12.00 uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in
                  behandeling nemen buiten deze termijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
                  publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                  aangewezen openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en
                  uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                  huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                  de publieke functie daarvan, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid
                      van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
                      vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake
                  wanneer niet tenminste een vrije doorgang van van 3,50 m op de rijbaan voor
                  fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al>
                <lijst>
                  <li nr="3."><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                      leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en
                      reclameborden.</al></li>
                  <li nr="4."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                      eerste lid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste
                  lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel
                  2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                  omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning
                      voor het gebruik van de weg is verleend.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                  Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                  wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
                  van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                  weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen,
                  de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                  breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
                  de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn
                  verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                  voorbereidingsbesluit; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>door het college in de overige gevallen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een
                  bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is verder niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal
                  wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                  Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                  wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                  bestaande uitweg naar de weg indien:</al>
                <al>a.degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                  brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                  gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste
                  uitweg en een foto van de bestaande situatie; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt
                  ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                  parkeerplaats of het openbaar groen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na
                  ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                  Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige
                wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere
                wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen
                  van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                  opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of
                  binnen een afstand van dertig meter daarvan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>te roken gedurende 1 maart tot 1 november;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                  vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden zijn verder niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in
                  gebouwen en aangrenzende erven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>gereserveerd</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20a</nr>
                <titel>Gevaarlijke voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat
                  bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de
                  openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                  verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                  Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
                  stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen,
                  opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken,
                  hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                  spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
                <al>a.Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de
                  hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te
                  versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar
                  te brengen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder
                  a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                  andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                  Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke
                  verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>bioscoopvoorstellingen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en
                  artikel 5:22 van deze verordening;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot
                  dansen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                  manifestaties;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een herdenkingsplechtigheid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een braderie;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
                  verordening, op de weg;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester
                  een evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>het evenement plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08.00 uur en 24.00 uur
                  of op zondag tussen 13.00 uur en 24.00 uur;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag t/m zaterdag voor 08.00 uur of
                  na 23.00 uur of op zondag voor 13.00 uur of na 23.00 uur;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of
                  anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10
                  m² per object;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>er een organisator is;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan
                  de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                  148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>openbare inrichting:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>i.</lidnr>
                <al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis
                  of clubhuis;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>ii.</lidnr>
                <al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                  of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                  worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt
                  of bereid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                  daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                  dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                  bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van
                  de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                  geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                  directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de
                  burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de
                  openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                  beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                  geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                  dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
                  openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de
                  burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de
                  openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare
                  inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of
                  bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                  activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                  winkelactiviteit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een zorginstelling;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een museum; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een
                  voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op
                  enig andere wijze overdraagt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Voorts geldt het eerste lid niet voor openbare inrichtingen anders dan
                  coffeeshops.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                  beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning
                  bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00
                    uur en 07.00 uur (sluitingstijd).</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of
                    bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester verleent de ontheffing slechts indien naar zijn oordeel moet
                    worden aangenomen dat de ontheffing de openbare orde of het woon- en leefklimaat
                    in de naaste omgeving van de openbare inrichting niet op ontoelaatbare wijze
                    nadelig beïnvloedt.</al></li>
                <li nr="5."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a,
                    gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="6."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin
                    bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="7."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid
                  of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                  inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                  bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de
                  Opiumwet voorziet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting
                    gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste
                    lid;</al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik
                    maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in
                  artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                  lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een
                  voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op
                  enig andere wijze overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of
                  bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het
                  college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                  bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>Vervallen</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A.</nr>
              <titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
                Horecawet</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecalocaliteit,</al></li>
                <li nr="-"><al>inrichting,</al></li>
                <li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                <li nr="-"><al>sterke drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li>
                <li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li>
              </lijst>
              <al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan onverminderd het bepaalde in artikel
                      2:29 alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de
                      aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt
                      uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.</al></li>
                  <li nr="2."><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank
                      tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn
                      op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                      desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwijking van het tweede lid, is het voor Stichting Dorpshuis Welsum
                  toegestaan om bruiloften en partijen te houden ten behoeve van ingezetenen van
                  Welsum en wanneer deze qua omvang niet gehouden kunnen worden bij de plaatselijke
                  horeca-ondernemer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34c</nr>
                <titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken
                in inrichtingen van de volgende aard:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe
                    eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites, kroketten en snacks worden
                    verkocht;</al></li>
                <li nr="b."><al>waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;</al></li>
                <li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    jeugdorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="d."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    sportorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="e."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    kerkelijke instellingen of organisaties gedurende de tijd dat deze uitsluitend
                    of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>die kan worden aangemerkt als dorps- of buurthuis gedurende de tijd dat deze
                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of
                    –instellingen.</al></li>
              </lijst>
              <al>2. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de
                veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in
                artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning
                beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte
                waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</label>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of
                feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna
                daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:37 Nachtregister</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</label>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de
                exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
                naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst
                en de dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek
                    toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                    bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij
                    geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te
                    exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder
                        b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al></li>
                    <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                        Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                        kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen,
                        of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de
                        kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                        de kansspelen te verrichten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                        leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                        ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                        speelgelegenheid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                        bestemmingsplan.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                        Wet;</al></li>
                    <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                        van de Wet;</al></li>
                    <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
                        van de Wet.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                    toegestaan.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                    een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                    behorend erf te betreden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                    niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                    behorend erf te betreden.</al></li>
                <li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het
                    lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:42 Plakken en kladden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak
                    dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een
                    openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
                    zichtbaar is:</al><al>a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                    plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                    aanbrengen;</al><lijst>
                    <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter,
                        cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt
                    krachtens wettelijk voorschrift.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="5."><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor bet aanbrengen van
                    handelsreclame.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen
                    en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                <li nr="7."><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                    opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te
                    geven.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                    kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te
                    hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                    gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                    verboden in artikel 2:42.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of
                    vermommingsmiddelen te vervoeren of bij zich te hebben of te dragen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben een
                    voorwerp dat er kennelijk toe is gerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                    vergemakkelijken.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de
                    bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig
                    de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                    openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                    het achterlaten van sporen, en/of herkenning bij het plegen van voornoemde
                    strafbare feiten te voorkomen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing als
                    redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de bedoelde voorwerpen niet bestemd
                    zijn voor de bedoelde handelingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                        monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                        hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en of daarvoor niet
                        bestemd straatmeubilair;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners
                        van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                        berokkent</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                    artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:47a Verplichte route</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het
                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                    flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                    hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van
                        de Drank- en Horecawet;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor
                        een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                        gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouw,
                    appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat
                    voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in
                    een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op
                te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te
                verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende
                ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen,
                telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                rijwielstallingen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen
                    of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een
                    gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat
                    gebouw of dat portiek; of</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zijn
                aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of
                de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst
                of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de
                bezoekers van het terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:53 Bespieden van personen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen
                    of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een
                    persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te
                    bespieden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch
                    instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te
                    bespieden.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:56 Alarminstallaties</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:57 Loslopende honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                    verblijven of te laten lopen:</al></li>
                <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                    kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
                    aangewezen plaats;</al></li>
                <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                    identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid
                    onder a, niet geldt.</al></li>
                <li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de
                    eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                    laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                    gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een algemeen aanlijngebod instellen ter
                    beperking of voorkoming van het gevaar van verspreiding van besmettelijke
                    ziekten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond
                    zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg binnen de bebouwde kom dat bestemd is of mede
                        bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></li>
                    <li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid,
                    onder a niet geldt.</al></li>
                <li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod
                    wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
                    de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li>
                <li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien de hond zich op een
                    weg binnen de bebouwde kom of een voor het publiek toegankelijke plaats bevindt,
                    een doelmatig opruimmiddel bij zich te dragen dat is bestemd voor het
                    verwijderen van uitwerpselen. De eigenaar of houder is verplicht dit
                    opruimmiddel op de eerste vordering te tonen aan de met het toezicht belaste
                    ambtenaar.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                    hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of
                    een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op
                    een openbare plaats of op het terrein van een ander.</al></li>
                <li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                    aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband,
                    van ten hoogste 1,50 meter.</al></li>
                <li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                    voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                        stoffen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht
                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte
                        binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe
                        delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het
                    bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een door
                    de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel
                    van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast
                    of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting
                    in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                    dieren:</al><al>a.aanwezig te hebben; </al><lijst>
                    <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in
                        het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li>
                    <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                        aangegeven; of</al></li>
                    <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een
                    plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een
                    of meer verboden bedoeld in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:61 Wilde dieren</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:62 Loslopend vee</label>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich
                bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door
                een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen
                getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:63 Duiven</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:64 Bijen</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:65 Bedelarij</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:66 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                    ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                    doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                    vermeldt hij onverwijld:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk
                        is - soort, merk en nummer van het goed;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht </label>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="2"><lijst>
                    <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:</al></li>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                        woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                        afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar
                        op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;</al></li>
                    <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn
                        naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring
                        te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</label>
              </kop>
              <al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder
                artikel 2:32).</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 13. Vuurwerk</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk
                waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen gebruiken op een door het
                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast
                    aangewezen plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen
                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li>
                <li nr="3."><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op
                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                    Wetboek van Strafrecht.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73a Carbid Schieten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of,
                        voor zover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de
                        Gemeentewet betreft, de burgemeester;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bus: een (originele)(melk) bus van staal/ijzer, container, opslagvat of
                        ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;</al></li>
                    <li nr="c."><al>carbid schieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van
                        acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                        water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Carbid schieten in de open lucht is verboden, tenzij wordt voldaan aan de
                    volgende voorwaarden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur. Daarbij wordt gebruik
                        gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij
                        geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid
                        schieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor
                        gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                        omgeving;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur buiten de bebouwde kom
                        waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met
                        een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas
                        afkomstig van een reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water of
                        gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen
                        worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid schieten verricht
                        weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of
                        hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de
                        intramurale zorg en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde
                        voorzieningen voor het houden van dieren en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 500 meter van een
                        vogelbeschermingsgebied;</al></li>
                    <li nr="3."><al>er wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting
                        waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen;</al><lijst>
                        <li nr="4."><al>het vrijschootsveld is minimaal 75 meter is en hierin geen verharde
                            openbare wegen of paden liggen;</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="5."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het
                        carbid schieten plaatsvindt, worden in totaal niet meer dan tien bussen
                        gebruikt dan wel worden gebruiksklaar aanwezig gehouden voor carbid
                        schieten;</al><lijst>
                        <li nr="6."><al>de (melk)bussen/containers/opslagvaten stevig zijn verankerd in de
                            bodem of in een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan worden
                            voorkomen;</al></li>
                        <li nr="7."><al>er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder niet onder
                            invloed van alcohol/drugs en onder toezicht van een of meerdere personen
                            van 18 jaar of ouder. Deze dienen de eigen veiligheid en die van het
                            publiek te waarborgen;</al></li>
                        <li nr="8."><al>Indien het carbid schieten plaatsvindt na zonsondergang, dient het
                            schietterrein goed te worden verlicht;</al></li>
                        <li nr="9."><al>Het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen dient zodanig te
                            zijn dat deze geen schade aan mens, dier of goed kunnen
                            veroorzaken.</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="10."><al>Het gebruik van busdeksels om carbid af te schieten is niet
                        toegestaan;</al></li>
                    <li nr="11."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                        overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente
                        aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is;</al></li>
                    <li nr="12."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het tweede
                        lid gestelde verbod;</al></li>
                    <li nr="13."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                        wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer
                        gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73b Het bij zich hebben van Carbid </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen dan
                    op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en
                    02.00 uur.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie
                    carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op
                    degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening
                    van beroep of bedrijf.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is voorts niet van toepassing op de houder van
                    een melding als bedoeld in het tweede lid, gedurende de tijd waarvoor de
                    ontheffing is verleend alsmede gedurende een uur daarvoor en een uur
                    daarna.</al></li>
                <li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                    wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                    stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 14. Drugsoverlast</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</label>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare
                plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en
                3 van de Opiumwet , of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</label>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te
                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in
                artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 5:34 van de Algemene
                plaatselijke verordening gemeente Olst-Wijhe groepsgewijs niet naleven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</label>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin
                gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te
                wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</label>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te
                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van
                het toezicht op een openbare plaats.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Begripsbepalingen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                    worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                    Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                    seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                    tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                    elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                    die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen
                    te worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                    rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                    exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                    bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke
                    leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                    escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                    van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li>
                <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze
                    verordening;</al></li>
                <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                    redenen noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of,
                voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:3 Nadere regels</label>
              </kop>
              <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid
                kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de
                bevoegdheden zoals bedoeld in dit hoofdstuk</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te
                    wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval
                    vermeld:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of
                        de voogdij;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                    beheerder niet:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                        psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het
                        Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in
                        Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en
                        Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                        rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                        Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                        onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro
                        of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens
                        overtreding van:</al></li>
                    <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet,
                        de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252,
                        250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                        453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
                        juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                        kansspelen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid
                        onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van
                        de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375
                        euro bedraagt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                        beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                        intrekking van deze vergunning.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant
                    of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste
                    een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning
                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                    hem terzake geen verwijt treft.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:6 Sluitingstijden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin
                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag
                    tussen 02:00 en 07:00 uur.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                    sluitingstijden vaststellen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden
                    gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid,
                    dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin
                    wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede
                    lid, of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                    bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                        geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                        gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht,
                    maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op
                    de voet van artikel 3:42, tweede lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder
                    dat de exploitant of beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b
                    in de seksinrichting aanwezig is.</al></li>
                <li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                    seksinrichting:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten
                        genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven
                        tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                        (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of
                        krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:9 Straatprostitutie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze,
                    passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te
                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door
                    politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                    richting te verwijderen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede
                    lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of
                    gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                    artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                    gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                    anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of
                    gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.</al></li>
                <li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in
                    verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:10 Sekswinkels</label>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
                exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop
                    goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                    afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt
                        dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                        openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang
                        van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                    aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen
                    tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste
                    lid, van de Grondwet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning
                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                    aanvraag ontvangen is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                    verdagen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde
                        eisen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
                        exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                        leefmilieuverordening; of</al><al>c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                        personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                        Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                        vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan,
                    onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4,
                    eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                    artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                        leefklimaat;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li>
                    <li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de
                    vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                    feitelijk heeft beëindigd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                    exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:15 Wijziging beheer</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf
                    feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk
                    kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het
                    bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende
                    vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde
                    in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                    toepassing.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden
                    uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een
                    aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag
                    is besloten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Overgangsbepaling</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;</al></li>
                    <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;</al></li>
                    <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                        beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al></li>
                    <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een
                        klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                    <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één
                        of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                    <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1
                        van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                        uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                    <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de
                        Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met
                        uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                    <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                    Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college
                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                    aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van
                    het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                    dagdelen.</al></li>
                <li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college
                    bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de kernen en/of
                    buurtschappen van de gemeente.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een
                    nieuw kalenderjaar bekend.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te
                    voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld
                    in het eerste lid aanwijzen.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                    voorkoming of beperking van geluidhinder.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per
                    kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17
                    , 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele
                    festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve
                    van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet
                    van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen
                    voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                    gesteld.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.</al></li>
                <li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en
                    naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
                    vermeld.</al></li>
                <li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op
                    verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die
                    redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                    voorkoming of beperking van geluidhinder.</al></li>
                <li nr="7."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte
                    van de inrichting en niet voor de buitenruimte.</al></li>
                <li nr="8."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten,
                    behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel
                    2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de
                    onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                        gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                        toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                        geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige
                        terreinen op de grens van het terrein;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het
                        woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                        verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                        bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>tabel e</al></li>
                  </lijst><table>
                    <tgroup cols="4">
                      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
                      <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/>
                      <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
                      <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/>
                      <tbody>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al/>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>
                              <vet>7.00-19.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>
                              <vet>19.00-23.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>
                              <vet>23.00-7.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>40 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>35 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>30 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>25 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>70 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>65 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>60 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>55 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                      </tbody>
                    </tgroup>
                  </table></li>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van 2 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen
                    door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in
                    een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                    geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                    wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                    toepassing.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele
                    festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van
                    het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te
                    hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                    Wet geluidhinder, de Zondagswet , de Wet openbare manifestaties, het
                    Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de
                    openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in
                    werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor
                    de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het
                    eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de
                    aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                    (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                    voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.</al></li>
                <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:</al></li>
                <li nr=""><al>het maximale geluidsniveau;</al><al>de situering van geluidsbronnen;</al><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren</label>
              </kop>
              <al> Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft
                voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</label>
              </kop>
              <al> Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met
                een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een
                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                    vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels
                    en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een
                    omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6A Mosquito</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts
                    voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel
                    groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang
                    van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te
                    brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.</al></li>
                <li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats
                    waar deze is aangebracht.</al></li>
                <li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast
                    redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li>
                <li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 3 maanden. De
                    burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 3 maanden
                    verlengen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:7 Straatvegen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de
                gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of
                enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                tijdsperiode.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin natuurlijke
                behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</label>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen
                zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel
                voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor
                anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><al>a.houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al><lijst>
                    <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                        uitlopen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van
                    verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige
                    beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</label>
              </kop>
              <al>1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te
                vellen of te doen vellen. </al>
              <al>2. Het verbod geldt niet voor:</al>
              <lijst>
                <li nr=""><al>a.wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden,
                    beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; </al></li>
                <li nr=""><al>b.vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>c.fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en
                    geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; </al></li>
                <li nr=""><al>d.kweekgoed; </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>e.houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; </al></li>
                <li nr=""><al>f.houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom,
                    tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere
                    oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer
                    dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>g.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                    krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het
                    bepaalde in artikel 4.3.6</al></li>
                <li nr=""><al>h.struiken;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>i. bomen binnen de bebouwde kom met een stamomtrek van minder dan 65
                    centimeter, gemeten op 1 meter hoogte, of een diameter van minder dan 20
                    centimeter, gemeten op 1 meter hoogte;</al></li>
                <li nr=""><al>j. (wintergroene) coniferen</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>k.berken en fijnsparren binnen de bebouwde kom.</al></li>
              </lijst>
              <al>3. De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li>
                <li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li>
              </lijst>
              <al>4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen
                voorschriften.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.11a</nr>
                <titel>Aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.11b</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12a</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <al>vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12b</nr>
                <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                  toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze
                  tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich
                  de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                  van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                  overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                  termijn. </al></li>
                <li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
                  worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
                  geslaagde beplanting moet worden vervangen. </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                  toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de
                  zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan
                  degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                  verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen
                  een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                  wordt weggenomen. </al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid
                  is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12c Schadevergoeding </label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte</label>
              </kop>
              <al>1.Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het
              college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
              iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
              aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: </al>
              <al>a.indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al>
              <al>b.de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; </al>
              <al>c.of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te
              behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. </al>
              <al>2.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel
              ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
              voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit
              verbod. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van
                  de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                  schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de
                  zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende
                  voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                      vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien
                      het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                      anderszins voor een commercieel doel; of</al></li>
                    <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                      ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                      afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale
                  Verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                  voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het
                  verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                  omgeving.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig
              waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste
              lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
              opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
              nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                  plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                  bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een
                  voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik
                  door de rechthebbende op een terrein.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste
                  lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in
                  het belang van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li>
                    <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het
                  college aangewezen plaatsen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen
                  genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>Hoofdstuk 5</nr>
            <titel>
              <vet>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</vet>
            </titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Afdeling 1. Parkeerexcessen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                  verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                  zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                  verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</label>
              </kop>
              <al>1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                  betaling.</al></li>
              </lijst>
              <al>2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                  totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                  gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                  persoon.</al></li>
              </lijst>
              <al>3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
              voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
              verboden: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te
                  parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                  deze voertuigen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
              </lijst>
              <al>4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren
                  met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
              verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
              achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud
                  en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te
                  parkeren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                  milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
                  verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></li>
                <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door
                  het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                  op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                  aanzien van de gemeente;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn
                  oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder
                  a, gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin
                  geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                  Provinciale landschapsverordening.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                  handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                  handelsreclame te maken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                  van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door
                  het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                  uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                  van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit
                  parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                  beschikbare parkeerruimte.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en
                  met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers,
                  kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer
                  dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing
                  verlenen.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van
                  meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij
                  een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                  daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                  wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                  het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                  plaatse noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van
                  gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te
                  laten staan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></li>
                <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
                  overheid; en</al></li>
                <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor
                  dit doel zijn bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de
              gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan
              de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
              daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Collecteren</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
                  geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
                  aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                  stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                  indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                  geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                  wordt.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Venten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:14 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
                  ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                  diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een
                  winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden
                  van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                  onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:15 Ventverbod</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                  veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 18:00 en
                  08:00 uur.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties wordt voorzien
                  door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met
                  gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                  als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en
                  geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                  artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li>
                    <li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede
                  lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Standplaatsen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op
                  een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                  afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                  een kraam, een wagen of een tafel.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste
                  lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of
                  te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                  geweigerd:</al></li>
                <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet
                  voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel
                  van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de
                  vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                  verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</label>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder
              vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties
                  waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer
                  rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, is niet van toepassing
                  op bouwwerken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Snuffelmarkten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:22 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het
                  publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen
                  worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                  h, van de Gemeentewet;</al></li>
                <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te
                  organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en
                  voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. </al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                  bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                  voorbereidingsbesluit.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 6. Openbaar water</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp,
                  niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te
                  brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of
                  plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar
                  water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering
                  vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een
                  permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan
                  uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.</al></li>
                <li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en
                  een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin geregelde
                  onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                  Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                  rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                  Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</label>
              </kop>
              <al>1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel
              een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
              gedeelten van openbaar water.</al>
              <al>2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats
              met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
              van openbaar water: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                  veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li>
                <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li>
              </lijst>
              <al>3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde
              onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de
              Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de
              Provinciale landschapsverordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde kan het
                  college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot
                  het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare
                  orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                  gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college
                  gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                  ligplaats op te volgen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin
                  geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                  beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de
                  Provinciale landschapsverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in
              strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de
                  toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                  beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                  gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in
                  beheer zijn.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                  Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                  rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het
              water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk
              gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                  ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
                  hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                  Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                  Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in
                  openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                  bevinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in
                  of aan een openbaar water, los te maken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:31A Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het
                  Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li>
                <li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e,
                  van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:32 Crossterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een
                  bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                  trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                  dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                  aanwezig te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                  aangewezen terreinen. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze
                  terreinen:</al></li>
                <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en
                  ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li>
                <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                  bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                  sportmotoren.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken,
                  plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
                  bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets , een fiets of een paard.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                  aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het
                  gebruik van deze terreinen:</al></li>
                <li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li>
                <li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li>
                <li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op motorvoertuigen,
                  bromfietsen, fietsers en paarden:</al></li>
                <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere
                  krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                  door bevoegde de minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li>
                <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de
                  terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift
                  moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn
                  binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d
                  bedoelde personen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:</al></li>
                <li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of
                  terreinen;</al></li>
                <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'
                  aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die
                  verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                  verbod.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                  in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of
                  te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het
                  verbod niet van toepassing op:</al></li>
                <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li>
                <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden
                  verbrand;</al></li>
                <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter
                  bescherming van de flora en fauna.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                  Provinciale milieuverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 9. Verstrooiing van as</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien
              van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of
              nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li>
                <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan
                  die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op
                  grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het
                  eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                  crematoriumterreinen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:37 Hinder of overlast</label>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt
              veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label> Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:1 Strafbepaling</label>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van
              artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
              van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:2 Toezichthouders</label>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
              zijn belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</label>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
              overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die
              strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
              leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning
              zonder toestemming van de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe, vastgesteld in de vergadering
                  van 21 november 2011 wordt ingetrokken.</al></li>
              <li nr="2."><al>De Drank- en Horecaverordening Olst-Wijhe 2002, vastgesteld in de
                  raadsvergadering van 10 december 2002 wordt ingetrokken. De Drank- en
                  Horecaverordening Olst-ijhe 2002, vastgesteld in de raadsvergadering van 10
                  december 2002 wordt ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</label>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die
              golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
              verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
              deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:6 Inwerkingtreding</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:7 Citeertitel</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
              Olst-Wijhe.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2013.</al></slotformulering></regeling-sluiting>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>HOOFDSTUK 1. algemene bepalingen </al>
        <al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al>
        <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al>
        <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen </al>
        <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:7 Termijnen </al>
        <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 1:9 Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing </al>
        <al>Artikel 1:10 Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing </al>
        <al>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE </al>
        <al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden </al>
        <al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden </al>
        <al>Afdeling 2. Betoging </al>
        <al>Artikel 2:2 Optochten </al>
        <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn </al>
        <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens </al>
        <al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken </al>
        <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen </al>
        <al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg </al>
        <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al>
        <al>Artikel 2:8 Dienstverlening </al>
        <al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al>
        <al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg </al>
        <al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg </al>
        <al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                  veranderen van een weg </al>
        <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg </al>
        <al>Afdeling 6. veiligheid op de weg </al>
        <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid </al>
        <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </al>
        <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al>
        <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al>
        <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al>
        <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn </al>
        <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al>
        <al>Afdeling 7. Evenementen </al>
        <al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:25 Evenement </al>
        <al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al>
        <al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen </al>
        <al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting </al>
        <al>Artikel 2:29 Sluitingstijd </al>
        <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al>
        <al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen </al>
        <al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen </al>
        <al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                Drank- en Horecawet </al>
        <al>Artikel 2:34a Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen </al>
        <al>Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven </al>
        <al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
              </al>
        <al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </al>
        <al>Artikel 2:37 Nachtregister </al>
        <al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </al>
        <al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </al>
        <al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al>
        <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al>
        <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al>
        <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al>
        <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al>
        <al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:47a Verplichte route </al>
        <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al>
        <al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen </al>
        <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                </al>
        <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
                </al>
        <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al>
        <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al>
        <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al>
        <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties </al>
        <al>Artikel 2:57 Loslopende honden </al>
        <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </al>
        <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al>
        <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al>
        <al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al>
        <al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al>
        <al>Artikel 2:63 Duiven </al>
        <al>Artikel 2:64 Bijen </al>
        <al>Artikel 2:65 Bedelarij </al>
        <al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </al>
        <al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al>
        <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                  Strafrecht </al>
        <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al>
        <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven </al>
        <al>Afdeling 13. Vuurwerk </al>
        <al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                  verkoopdagen </al>
        <al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                </al>
        <al>Artikel 2:73a Carbid Schieten </al>
        <al>Artikel 2:73b Het bij zich hebben van Carbid </al>
        <al>Afdeling 14. Drugsoverlast </al>
        <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al>
        <al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </al>
        <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al>
        <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. </al>
        <al>Afdeling 1. Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 3:3 Nadere regels </al>
        <al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
              </al>
        <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen </al>
        <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al>
        <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden </al>
        <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
                </al>
        <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
                </al>
        <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie </al>
        <al>Artikel 3:10 Sekswinkels </al>
        <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                  erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al>
        <al> Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al>
        <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden </al>
        <al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </al>
        <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie </al>
        <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer </al>
        <al>Afdeling 5. Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling </al>
        <al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                uiterlijk aanzien van de gemeente </al>
        <al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting </al>
        <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al>
        <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al>
        <al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht </al>
        <al>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren </al>
        <al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s </al>
        <al>Artikel 4:6A Mosquito </al>
        <al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al>
        <al>Artikel 4:7 Straatvegen </al>
        <al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al>
        <al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                  putten buiten gebouwen </al>
        <al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4.11a Aanvraag vergunning </al>
        <al>Artikel 4.11b Weigeringsgronden </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege </al>
        <al>Artikel 4.12a Bijzondere vergunningsvoorschriften </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4.12b Herplant-/instandhoudingsplicht </al>
        <al>Artikel 4.12c Schadevergoeding </al>
        <al>Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte </al>
        <al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al>
        <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al>
        <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen </al>
        <al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al>
        <al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame </al>
        <al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al>
        <al>Artikel Hoofdstuk 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
              </al>
        <al> Afdeling 1. Parkeerexcessen </al>
        <al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al>
        <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken </al>
        <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </al>
        <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al>
        <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al>
        <al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets </al>
        <al>Afdeling 2. Collecteren </al>
        <al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al>
        <al>Afdeling 3. Venten </al>
        <al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:15 Ventverbod </al>
        <al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al>
        <al>Afdeling 4. Standplaatsen </al>
        <al>Artikel 5:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al>
        <al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht </al>
        <al>Afdeling 5. Snuffelmarkten </al>
        <al>Artikel 5:22 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </al>
        <al>Afdeling 6. Openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al>
        <al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </al>
        <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </al>
        <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </al>
        <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </al>
        <al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
              </al>
        <al>Artikel 5:31A Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al>
        <al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al>
        <al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken </al>
        <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                anderszins vuur te stoken </al>
        <al>Afdeling 9. Verstrooiing van as </al>
        <al>Artikel 5:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen </al>
        <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast </al>
        <al> Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al>
        <al>Artikel 6:1 Strafbepaling </al>
        <al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al>
        <al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al>
        <al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening </al>
        <al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 6:6 Inwerkingtreding </al>
        <al>Artikel 6:7 Citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>