<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3181_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening peuterspeelzalen Wijk bij Duurstede 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening peuterspeelzalen Wijk bij Duurstede 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 20 van de Welzijnswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-02-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>peuterspeelzaal</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening peuterspeelzalen Wijk bij Duurstede 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al>d.d. 11 januari 2005 nr. 9;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 20 van de Welzijnswet
                        1994;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening; </al><al/><al><vet>“Verordening peuterspeelzalen Wijk bij Duurstede 2005”</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel> ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1</vet><vet> Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Het college:</al><al>Het college burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij
                        Duurstede.</al><al>Kindercentrum:</al><al>kinderopvang in een ruimtelijke voorziening buiten een gezinssituatie,
                        indien de opvang betrekking heeft op meer dan vier kinderen gelijktijdig,
                        afkomstig uit meerdere huishoudens.</al><al>Peuterspeelzaal:</al><al>een kindercentrum, voor kinderen vanaf twee jaar tot het moment waarop zij
                        basisonderwijs kunnen volgen, met een maximale verblijfsduur per kind van
                        3,5 uur per dag.</al><al>Groep:</al><al>een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen en een aantal
                        functionarissen en eventueel begeleiders.</al><al>Houder:</al><al>De natuurlijke of rechtspersoon die een kindercentrum in stand houdt.</al><al>Functionaris:</al><al>in een kindercentrum werkzame persoon die werkzaamheden verricht,</al><al>en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt;</al><al>in een kindercentrum werkzame persoon van minimaal 18 jaar oud die de
                        beroepsbegeleidende leerweg volgt, onder voorwaarden dat het kindercentrum
                        een erkend leerwerkbedrijf is, beschikt over een scholings- en
                        loopbaanbeleid en de betreffende persoon op een adequate manier
                        begeleidt.</al><al>Begeleider:</al><al>de in een kindercentrum werkzame persoon die, anders dan de functionaris, is
                        belast met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding
                        aan kinderen.</al><al>NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut vastgestelde
                        norm.</al><al>Vergunning:</al><al>de schriftelijke door burgemeester en wethouders af te geven verklaring dat
                        het de houder van een kindercentrum is toegestaan een kindercentrum open te
                        stellen en in stand te houden en dat deze voorziening voldoet aan de in deze
                        verordening opgenomen voorschriften.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet><vet> Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en
                        wethouders, een kindercentrum open te stellen of te houden.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet><vet> Aanvraagprocedure</vet></al><al>Een verzoek om een vergunning moet door de aanvrager schriftelijk worden
                        ingediend bij burgemeester en wethouders.</al><al>Van de kindercentra worden in ieder geval de volgende gegevens
                        opgevraagd:</al><al>openingstijden van de voorziening;</al><al>een op schaal (minimaal 1:100) vervaardigde tekening en omschrijving van de
                        ligging en indeling van het perceel, dan wel de perceelgedeelten, waarin de
                        peuterspeelzaal is, dan wel zal worden gerealiseerd; op de tekening moet
                        voor elke ruimte worden aangegeven waarvoor deze is bestemd;</al><al>het totaal aantal kinderen dat per dagdeel maximaal aanwezig kan zijn;</al><al>de leeftijden van de kinderen per groep;</al><al>het minimum aantal functionarissen dat per groep per dagdeel aanwezig zal
                        zijn, alsmede een afschrift van hun diploma's;</al><al>een afschrift van het rechtspositiereglement;</al><al>een afschrift van de aansprakelijkheids- en ongevallenpolis;</al><al>veiligheidsvoorzieningen;</al><al>sanitaire voorzieningen;</al><al>het aantal vierkante meters werk-/speeloppervlak per kind (buiten en
                        binnen);</al><al>indien de aanvrager een natuurlijk persoon is: een opgave van naam, adres,
                        geboortedatum, alsmede een verklaring omtrent het gedrag van de aanvrager
                        als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen
                        omtrent het gedrag, afgegeven ten hoogste een maand voor de dag waarop de
                        aanvraag is ingediend;</al><al>indien de aanvrager een rechtspersoon is, een opgave van namen en adressen
                        van bestuursleden, de statuten en een uittreksel van de Kamer van
                        Koophandel;</al><al>naam en adres van de contactpersoon.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen verlangen dat aanvullende gegevens worden
                        verstrekt.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen formulieren vaststellen voor het doen van
                        een aanvraag ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van
                        deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet><vet> Weigering en ontheffing</vet></al><al>Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning, indien niet wordt voldaan
                        aan de in of krachtens hoofdstuk 2 van deze verordening gestelde regels of
                        wanneer er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een aanvrager van een
                        vergunning in de toekomst niet aan de gestelde eisen kan of zal
                        voldoen.</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, onder door hen vast te stellen
                        voorschriften, van de in het eerste lid bedoelde algemene of nadere regels
                        ontheffing te verlenen.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Behandeling aanvragen</vet></al><al>Op het in behandeling nemen van aanvragen is afdeling 3.4 Algemene wet
                        bestuursrecht van toepassing.</al><al>Een ieder kan zijn zienswijze over de aanvraag naar voren brengen.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Termijnen</vet></al><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning of op een
                        verzoek tot ontheffing binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag of het
                        verzoek is ontvangen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing ten hoogste 8 weken
                        verdagen. Van een besluit tot verdaging wordt vóór de afloop van de in het
                        eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de
                        aanvrager.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Aanhouding</vet></al><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om vergunning
                        of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing hebben genomen
                        over de aanvraag voor een bouwvergunning overeenkomstig artikel 40, lid 1
                        van de Woningwet.</al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen Burgemeester en wethouders,
                        voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid langer duurt dan de in
                        artikel 6 gestelde termijnen, de beslissing op een aanvraag om vergunning of
                        een verzoek tot ontheffing zo spoedig mogelijk na afloop van de in artikel 6
                        bedoelde termijnen.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Duur van de vergunning of ontheffing</vet></al><al>De vergunning of ontheffing wordt verleend voor een periode van maximaal 5
                        jaar.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet><vet> Voorschriften en beperkingen</vet></al><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen
                        voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en
                        beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang in verband
                        waarmee de vergunning of ontheffing is verleend.</al><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is
                        verleend, is verplicht deze voorschriften en beperkingen na te komen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Verplichtingen van de houder</vet></al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.</al><al>De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te
                        verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting, verzorging
                        en begeleiding van de kinderen van belang worden geacht.</al><al>De houder is voorts verplicht om, indien de krachtens artikel 3, lid 2,
                        verstrekte gegevens wijziging hebben ondergaan, daarvan onmiddellijk
                        schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.</al><al>De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare plaats in
                        het kindercentrum op te hangen.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Intrekking of wijziging van vergunning of
                        ontheffing</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing intrekken of
                        wijzigen:</al><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt;</al><al>indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten,
                        opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden
                        aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het
                        belang ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                        verstrekt;</al><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                        beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al><al>indien binnen de termijn van een jaar geen gebruik wordt gemaakt van de
                        vergunning;</al><al>indien de houder dit verzoekt.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke
                        of blijvende sluiting van een kindercentrum gelasten, indien naar hun
                        oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze verordening voortvloeien
                        daartoe aanleiding geven.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>KWALITEITSREGELS</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 12</vet><vet> Nadere regels</vet></al><al>Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een deugdelijke
                        inrichting te hebben.</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen, waaraan
                        het kindercentrum, de houder en de in de voorziening werkzame
                        functionarissen en begeleiders moeten voldoen. Deze regels zijn opgenomen in
                        het besluit Nadere Regels Kindercentra en hebben betrekking op:</al><al>de begeleiding van en het toezicht op de kinderen;</al><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de voorziening voor
                        zover deze eisen noodzakelijk zijn voor het kindercentrum en hierin niet
                        wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet;</al><al>de aan de functionarissen en begeleiders te stellen gezondheidseisen;</al><al>de aanwezigheid van gegevens in het kindercentrum.</al><al/><al><vet>Artikel 13</vet><vet> Invloed van functionarissen en begeleiders op het
                            beleid van de houder</vet></al><al>De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen en
                        begeleiders</al><al>op het beleid van de houder is gewaarborgd.</al><al/><al><vet>Artikel 14</vet><vet> Informatie aan ouders/verzorgers</vet></al><al>De houder van een kindercentrum informeert de ouders/verzorgers voorafgaand
                        aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk over:</al><al>het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid.</al><al>de wijze waarop klachten worden behandeld;</al><al>de wijze waarop inspraak is geregeld;</al><al>de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt onderhouden.</al><al/><al><vet>Artikel 15</vet><vet> Aansprakelijkheids- en
                            ongevallenverzekering</vet></al><al>De houder van een kindercentrum moet ten behoeve van in het centrum
                        aanwezige functionarissen, begeleiders en kinderen een passende
                        aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering afsluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 16</vet><vet> Voorkoming verspreiding
                        infectieziekten</vet></al><al>Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse leiding is
                        belast, verboden:</al><al>enig persoon tot het kindercentrum, of tot enige daarmee in verbinding
                        staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer,
                        volgens de directeur van de GGD, het gevaar van overbrenging van een
                        infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding infectieziekten en
                        opsporing ziekteoorzaken, aanwezig is;</al><al>enig persoon tot het kindercentrum, of tot enige daarmee in verbinding
                        staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer hij
                        redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar van overbrenging van een
                        infectieziekte, zoals genoemd in de onder sub a vermelde wet, aanwezig
                        is.</al><al>Van het in het eerste lid onder sub a omschreven verbod is de houder
                        ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft
                        afgegeven dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is
                        uitgesloten.</al><al>De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de bepalingen
                        krachtens de in het eerste lid onder sub a genoemde wet.</al><al/><al><vet>Artikel 17</vet><vet> Groepsgrootte en aantallen
                        functionarissen</vet></al><al>De groepen kinderen bestaan uit ten hoogste 20 kinderen.</al><al>De groepen kinderen staan onder leiding van één functionaris en één
                        begeleider.</al><al/><al><vet>Artikel 18</vet><vet> Verblijfsruimte voor kindercentra</vet></al><al>Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind 3 m² netto</al><al>speel-/werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN 2580.</al><al>Er is een buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte
                        minimaal</al><al>4 m² per spelend kind bedraagt, bepaald overeenkomstig NEN 2580.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 19 Uitzonderingsbepalingen</vet></al><al>Deze verordening is niet van toepassing op:</al><al>voorzieningen waarin de peuterspeelzaal is geregeld bij of krachtens enig
                        ander wettelijk voorschrift dan deze verordening;</al><al>lokaliteiten waarin aan bezoekers van gebouwen of inrichtingen gelegenheid
                        wordt geboden kinderen voor de duur van het bezoek te doen verblijven.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Strafbepaling</vet></al><al>Overtreding van artikel 2 en 9 en van de kwaliteitsregels in Hoofdstuk 2
                        wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete
                        van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking
                        van de rechterlijke uitspraak.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Toezicht en opsporing</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn met het
                        toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde
                        voorschriften.</al><al>De opsporing van de in artikel 20 strafbaar gestelde voorschriften is, naast
                        de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                        opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders
                        met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, voor zover
                        het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al>De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te
                        betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de
                        bewoner.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Controle</vet></al><al>Burgemeester en wethouders controleren ten minste één maal per jaar de
                        houders op naleving van de verordening, voorschriften en beperking verbonden
                        aan vergunning en ontheffing.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Overgangsbepaling</vet></al><al>Een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dienen alle houders van
                        kindercentra te voldoen aan de in of krachtens deze verordening gestelde
                        eisen.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Inwerkingtreding</vet></al><al>De Verordening Peuterspeelzalen Wijk bij Duurstede 2005 treedt in werking op
                        10 februari 2005.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Peuterspeelzalen
                        Wijk bij Duurstede 2005.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 februari 2005.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>