<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR317627_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota Welzijn Vitale Dorpen 2014-2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 9-1-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota Welzijn Vitale Dorpen 2014-2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-07-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nota Welzijn Vitale Dorpen 2014-2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De nota Welzijn komt tot stand in een tijd waarin ontwikkelingen zich in
                            het sociaal domein in hoog tempo voltrekken. De gemeente Utrechtse
                            Heuvelrug staat aan de vooravond van een stelselwijziging in het sociaal
                            domein. Verantwoordelijkheden op het gebied van de AWBZ, Jeugdzorg en
                            Participatie (werk) worden gedecentraliseerd naar gemeenten (de 3 D’s).
                            Per 2015 komen op dit terrein veel nieuwe taken naar de gemeente toe met
                            als opdracht ‘meer met minder’ middelen te doen. In onze gemeente worden
                            de ontwikkelingen in samenhang bezien en opgepakt. Om de noodzakelijke
                            verandering in het sociale domein te kunnen realiseren is een lange adem
                            nodig met intensieve voorbereiding van visie, beleid naar uitvoering. De
                            nota Welzijn maakt onderdeel uit van en houdt rekening met die
                            voorbereiding (zie ook hoofdstuk 2, uitgangspunten en doelen). </al><al>Op het terrein van welzijn gebeurt al veel in onze gemeente en dat is
                            terug te zien in de diverse visies en beleidsplannen die zijn
                            gepresenteerd. Relevant voor de nota Welzijn zijn: de Kanteling Wmo, het
                            Wmo beleidsplan, de Kracht van Welzijn en de visie Woonservicegebieden.
                            Tegelijkertijd is de beleidsperiode verstreken voor de nota’s gericht op
                            sport, volksgezondheid en mensen met een functiebeperking. In het licht
                            van de ontwikkelingen, vastgesteld en aflopend beleid is de nota Welzijn
                            opgesteld. </al><al>De veelheid aan visie en beleid heeft als risico dat het kan leiden tot
                            onoverzichtelijkheid. We realiseren ons dit en waken hiervoor. Met de
                            nota Welzijn is juist gestreefd naar samenhang en integraliteit. De
                            huidige nota’s sport, volksgezondheid en mensen met een functiebeperking
                            gaan op in een brede nota Welzijn.</al><al>Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het Wmo beleidsplan en de visie op
                            Welzijn en wordt voorgesorteerd op de veranderingen in het sociaal
                            domein. De nota Welzijn werkt deze visies nader uit, formuleert
                            uitgangspunten en beschrijft de manier waarop doelen kunnen worden
                            bereikt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat verstaan we onder Welzijn?</titel></kop><structuurtekst><al>Welzijn betekent dat een mens zich wel bevindt, zich prettig en gelukkig
                            voelt. Allerlei factoren zijn daarbij van invloed. Er is bediscussieerd
                            wat de grenzen zijn met betrekking tot de nota Welzijn. Het is immers
                            een thema dat dwars door alle beleidsterreinen heen een rol speelt.</al><al>Over het algemeen gaat het goed met het welzijn van de inwoners in de
                            Utrechtse Heuvelrug. Er is een bloeiend verenigingsleven en er wordt
                            veel aan sport gedaan. Het meedoen aan vrijwilligerswerk ligt op hoog
                            niveau. Met andere woorden, het voorzieningenniveau in de Utrechtse
                            Heuvelrug is aanzienlijk, ondanks de moeilijke keuzes die gemaakt zijn
                            door bezuinigingen. Er wordt door gemeente en samenleving gewerkt aan
                            vitale dorpen. Het voorzieningenniveau draagt hier aan bij. Op dit
                            moment blijkt dat men in het algemeen tevreden is over de leefbaarheid
                            van de dorpen. Er blijft aandacht voor betrokkenheid van inwoners bij
                            allerlei vraagstukken, want zij weten het meest over die leefbaarheid. </al><al>In deze nota ligt de nadruk op de sociaal maatschappelijke component van
                            welzijn. Dat ligt voor een belangrijk deel bij de belevingswereld van
                            inwoners en hun omgeving. De basis voor welzijn en een veerkrachtige
                            samenleving ligt in leefbare dorpen. We hebben al veel elementen die de
                            basis daarvoor vormen, zoals cultuurhuizen, zorginstellingen, (brede)
                            scholen, gezondheidscentra en centra voor jeugd en gezin. </al><al>Als we spreken over welzijnswerk, gaat het om het brede palet van
                            activiteiten, voorzieningen en functies die bijdragen aan het
                            welbevinden van onze inwoners. Onder maatschappelijke organisaties
                            verstaan we in deze visie alle partijen, die deze activiteiten,
                            voorzieningen en functies aanbieden op de gebieden van welzijn. Welzijn
                            heeft een sterke afhankelijkheid of relevantie met onderwerpen als
                            jeugd, sport, cultuur, zorg en onderwijs. Welzijn valt als deken over
                            het sociaal domein. </al><al><onderstreept>Welzijn en Wmo </onderstreept></al><al>Deze termen liggen in elkaars verlengde. In deze nota Welzijn ligt de
                            nadruk vooral op de onderste vier lagen van de piramide en op
                            collectieve voorzieningen, die dorpsgericht worden opgepakt. De Wmo
                            richt zich ook op de top van de piramide op de individuele
                            voorzieningen. Daarbij wordt zoveel mogelijk bekeken wat de inwoners
                            daarin zelf kunnen betekenen.</al><al>De nota Welzijn is een aanvulling op en uitwerking van de Wmo nota. In
                            alle gevallen komt de nadruk steeds meer te liggen op preventie, want
                            voorkomen is nog altijd beter dan genezen. In deze nota is integraal
                            gekeken naar het versterken van de inwoners en hun omgeving zodat zij
                            ‘lichamelijk en geestelijk vitaal zijn, een belangrijke voorwaarde voor
                            ieders welbevinden’</al><al>Er bestaan inhoudelijke verbindingen tussen welzijn en Wmo, wat in
                            diverse hoofdstukken tot uiting komt. Bijvoorbeeld op de terreinen van
                            vrijwilligers, bereikbaarheid van gemeentelijke diensten en psychisch
                            welbevinden gaan we hier op in.</al><al><onderstreept>Welzijn en werk/inkomen</onderstreept></al><al>Voor inwoners is inkomenszekerheid een belangrijke voorwaarde bij het
                            bevorderen van het welzijn. Het ontbreken van werk, inkomen en/of het
                            perspectief hierop veroorzaakt veel stress en zorgen. Het welbevinden
                            van mensen hangt voor een groot deel af van de financiële
                            uitgangspositie of perspectieven die zij voor zichzelf kunnen
                            organiseren. In het Wmo beleidsplan is stilgestaan bij het minimabeleid
                            en werk/inkomen. </al><al>We vinden het belangrijk dat er ook voor mensen die in een financieel
                            kwetsbare positie zitten er mogelijkheden zijn om deel te nemen. Dit
                            hebben we in de nota ‘Minimabeleid, springplank en vangnet’ vastgelegd.
                            We blijven stimuleren dat mensen met een laag inkomen en vooral kinderen
                            kunnen blijven meedoen. We kennen een ruimhartig minimabeleid met
                            regelingen als het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds. </al><al>Daar waar ontwikkelingen zijn en waar (beleids)voornemens relevant zijn
                            in relatie tot de nota Welzijn werken we de verbinding Welzijn –
                            werk/inkomen nader uit in de betreffende hoofdstukken. Bijvoorbeeld op
                            het terrein van vrijwilligerswerk en de mogelijkheden om mensen met een
                            uitkering naar regulier en/of betaald werk te begeleiden is dit
                            relevant.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat komt er op ons af</titel></kop><structuurtekst><al>1.Decentralisatie Jeugdzorg: De jeugdzorg gaat onder de
                            verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. </al><al>Het doel is ondersteuning en hulpverlening aan kinderen, jongeren en/of
                            hun opvoeders inhoudelijk anders, en dichter bij huis te organiseren. </al><al>De kern van de systeemverandering is de ondersteuning en zorg te
                            organiseren vanuit de vraag en problemen van jeugdigen en hun ouders in
                            hun dagelijkse leefomgeving. De gemeente wordt beleidsmatig en
                            financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van vrijwel alle
                            jeugdzorg. Er komt één financieringssysteem voor het huidige preventieve
                            jeugdbeleid, de huidige vrijwillige provinciale jeugdzorg, (de jeugd LVG
                            (licht verstandelijk gehandicapten), jeugd ggz (geestelijke
                            gezondheidszorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering). </al><al>Daarnaast is er binnen het onderwijs sprake van de invoering van het
                            Passend onderwijs. Het onderwijs krijgt een zorgplicht en is
                            verantwoordelijk voor het bieden van een passende onderwijsplek voor
                            leerlingen. De rol van gemeenten wijkt af van de andere 3 D’s. Hierbij
                            is het onderwijs primair verantwoordelijk en heeft niet de gemeente de
                            regie, maar deze ontwikkeling heeft veel raakvlak met de
                            decentralisaties. </al><al>2.Decentralisatie AWBZ/ Wmo: Gemeente wordt verantwoordelijk voor de
                            invulling van de extramurale begeleiding.</al><al>Het doel van de functie is bevordering, behoud of compensatie van
                            zelfredzaamheid, zodat opname in een instelling of verwaarlozing wordt
                            voorkomen. </al><al>Dit aanbod, dat zowel individueel als groepsgewijs wordt aangeboden, zal
                            worden geschrapt uit de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ).
                            Gemeenten moeten de extramurale begeleiding opnieuw gaan organiseren
                            vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Met de wet wordt
                            beoogd dat zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen
                            in plaats van in instellingen. Dit wordt ook wel het scheiden van wonen
                            en zorg genoemd, of extramuralisering. Er wordt gezocht naar maatwerk om
                            inwoners voldoende te compenseren ten behoeve van de
                            zelfredzaamheid.</al><al>3.Invoering Participatiewet </al><al>Het doel is het bevorderen van maximale arbeidsparticipatie bij
                            reguliere werkgevers.</al><al>De Participatiewet is gericht op de re-integratie van mensen die een
                            beroep doen op een uitkering. Het is een samenvoeging van onderdelen van
                            de WWB, Wajong en WSW. De Participatiewet gaat uit van mogelijkheden en
                            competenties van mensen en biedt werknemers en werkgevers ondersteuning
                            op maat. De regelingen worden zoveel mogelijk gelijk getrokken. De
                            overheveling van de budgetten gaat gepaard met aanzienlijke
                            bezuinigingen. De verwachting is dat een groot deel van de WSW plekken
                            zal verdwijnen, evenals de zorgtrajecten. Aparte voorzieningen worden
                            zoveel mogelijk afgebouwd en mensen moeten zoveel mogelijk aan de slag
                            bij gewone werkgevers.</al><al>4.Bezuinigingen</al><al>De demografische ontwikkelingen, de kredietcrisis, de veranderende
                            verhoudingen tussen burger en overheid maken dat gemeenten en haar
                            inwoners geconfronteerd worden met forse bezuinigingen. Dit geldt voor
                            alle terreinen in het sociaal domein. Er zijn minder middelen
                            beschikbaar terwijl er meer moet gebeuren. Deze last drukt op de
                            overheid en samenleving als geheel. </al><al>In de voorbije periode zijn diverse bezuinigingen op het terrein van
                            Welzijn doorgevoerd. We hebben gemerkt dat instellingen zich daarbij
                            zeer constructief en creatief hebben opgesteld. De keuzes die daarbij
                            gemaakt moeten worden zijn niet makkelijk en de instellingen verdienen
                            een compliment voor de wijze waarop ze hiermee omgaan. </al><al>Ondanks de bezuinigingen kent onze gemeente overigens een hoog
                            voorzieningenniveau, en hebben we veel in stand kunnen houden.</al><al>5.Wet Publieke Gezondheid</al><al>De Wet Publieke Gezondheid (WPG) verplicht gemeenten om vierjaarlijks
                            een nota gezondheidsbeleid op te stellen. In het verleden resulteerde
                            dit in afzonderlijke nota’s die raakvlakken met onder meer sport en
                            andere welzijnsthema’s hadden. Nu maakt het lokaal gezondheidsbeleid
                            onderdeel uit van de nieuwe welzijnsnota. Met andere woorden, de WPG is
                            geen nieuw kader, maar bevat wel nieuwe accenten waar we mee te maken
                            hebben. In de huidige nota is dit verwerkt en maken we integraal
                            verbinding met relevante thema’s. Daarmee wordt voldaan aan de
                            wettelijke verplichting. De Rijksnota ‘Gezondheid dichtbij’ uit 2011
                            geldt als uitgangspunt en we werken aan lokaal maatwerk. Speerpunten als
                            overgewicht, diabetes, depressie en middelengebruik komen ook in deze
                            nota in de verschillende hoofdstukken aan bod, verweven in de
                            verschillende doelstellingen. Gezondheidsbevordering kan immers bij
                            uitstek breed ter bevordering van het welzijn ingezet worden. Om die
                            reden is ook de nieuwe taak die gemeenten hebben toebedeeld gekregen, de
                            preventieve gezondheidszorg voor ouderen, geïntegreerd in de diverse
                            hoofdstukken en niet apart benoemd. De overige wettelijke verplichtingen
                            zijn opgenomen in de bijlage.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> Andere verhoudingen overheid – burger:
                            Participatiesamenleving</titel></kop><structuurtekst><al>Een van de verworvenheden in Nederland is de sociale verzorgingsstaat.
                            Allerlei structuren en voorzieningen zijn opgebouwd om zoveel mogelijk
                            gelijkheid in de samenleving vanuit de overheid te organiseren. Vanwege
                            de economische en financiële situatie, maar vooral vanwege minder
                            positieve effecten in de sociale verzorgingsstaat is een verschuiving
                            zichtbaar. Er is sprake van hoge kosten, veel bureaucratie,
                            regeldichtheid, ondoorzichtigheid en een verouderde gedachte dat de
                            samenleving maakbaar is. Steeds meer wordt gesproken over een ‘big
                            society’ in plaats van ‘big government’. Een nieuwe term die hieraan
                            gegeven wordt is ook wel ‘participatiesamenleving’. </al><al>In de kern komt het erop neer dat de rol tussen overheid en burger is
                            veranderd en verder zal veranderen. Er wordt meer een beroep gedaan op
                            de regie en verantwoordelijkheid van de burger en de overheid laat meer
                            los. Dit betekent niet dat de overheid in een keer alles loslaat, maar
                            een verandering is ingezet waarbij de overheid steeds een regierol heeft
                            en het mogelijk maakt dat organisaties anders gaan werken en meebewegen
                            met de ontwikkelingen en initiatieven die er lokaal zijn. </al><al>De rol van de overheid is stimuleren, faciliteren en verantwoordelijk
                            blijven voor een vangnet ten behoeve van mensen die niet zelfredzaam
                            zijn. De overheid meet en zorgt dat ze weet tot welke effecten dit leidt
                            en stuurt bij waar dat nodig is. </al><al>De rol van de inwoner is om zoveel mogelijk zelf te organiseren, met
                            hulp van de omgeving, om te kunnen participeren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Raadpleging</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de totstandkoming en uitwerking van deze nota hebben partijen in het
                            veld en inwoners van de gemeente Utrechtse Heuvelrug een belangrijke rol
                            gespeeld. </al><al>Daarin zijn de volgende stappen ondernomen:</al><lijst><li nr="-"><al>1<sup>e</sup> consultatie: We hebben een doelenboom voorbereid
                                    en zijn hierover met maatschappelijke organisaties in gesprek
                                    gegaan. In juli heeft dit gesprek plaatsgevonden met
                                    afgevaardigden van o.a. de welzijnsinstelling, de Jongerenraad,
                                    WMO-raad, Seniorenplatform, GGD Midden-Nederland en HSI
                                    (Heuvelrug Sport Initiatief). Het gesprek ging over de vragen:
                                    wat willen we bereiken (effectdoelen) en hoe gaan we dat doen
                                    (prestatiedoelen)? De deelnemers waren enthousiast over deze
                                    participatiemogelijkheid en de gekozen werkvormen.</al></li><li nr="-"><al>2<sup>e</sup> consultatie: Op 1 oktober is met
                                    belangenvertegenwoordigers, welzijnsinstellingen en adviesraden
                                    gesproken. Ook inwoners zijn voor deze bijeenkomst uitgenodigd,
                                    waar enkelen gebruik van hebben gemaakt. Aan de hand van de
                                    conceptnota werd gesproken over de zes thema’s uit de nota, met
                                    name over de vraag wat er (meer) gedaan moet worden om de
                                    beleidsdoelen te bereiken. In de bijlage vindt u een verslag van
                                    deze 2<sup>e</sup> consultatie.</al></li><li nr="-"><al>de uitkomsten van de consultaties zijn gewogen en naar vermogen
                                    verwerkt. U vindt dit terug in de tekst.</al></li></lijst><al>Ook hebben we ideeën en suggesties uit een bijeenkomst over de doelen
                            van het cultuurbeleid (op 2 juli 2013) en een bijeenkomst over de
                            vernieuwing van het sociale domein (op 24 september 2013), die waardevol
                            zijn voor de nota welzijn, verwerkt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Monitoren</titel></kop><structuurtekst><al>Effecten meten is in het sociale domein niet eenvoudig. Veel factoren en
                            variabelen zijn van invloed. De toerekenbaarheid aan activiteiten is
                            niet altijd te maken. In hoofdstuk 2 zijn effectdoelen benoemd. Deze
                            effectdoelen zijn niet smart geformuleerd. Om dit te kunnen doen, willen
                            wij begin 2014 een nulmeting uitvoeren. We weten dan de uitgangssituatie
                            en kunnen aan de hand daarvan een effectindicator formuleren per
                            effectdoel. Deze nulmeting koppelen wij aan de leefbaarheidsmonitor, die
                            in het eerste kwartaal van 2014 wordt uitgevoerd. Bij het uitzetten van
                            de monitor zullen we de vragen zodanig formuleren, dat het mogelijk is
                            hiermee smart geformuleerde effectdoelen voor de welzijnsnota op te
                            stellen. Vanuit de GGD Atlas hebben we voor de hoofdstukken lichamelijke
                            gezondheid en sportparticipatie wel effectindicatoren kunnen benoemen.
                            In de begroting 2015 nemen we de effectindicatoren op.</al><al>Per hoofdstuk nemen we prestatie indicatoren op die voor het monitoren
                            van belang zijn. Zodoende kunnen we meten of we op de goede weg zijn
                            en/of bijsturing nodig is. De startwaarden zijn nog niet altijd
                            onderzocht en/of bepaald. We zullen onderzoek doen om meer inzicht te
                            krijgen. In het uitvoeringsprogramma kunnen we verdere richtinggevende
                            waarden uitwerken, waarbij beschikbare middelen ook bepalend zijn. </al><al>Per hoofdstuk behandelen we welke bronnen, documenten, of
                            evaluatiecriteria er zijn die het proces volgen, en of bepaalde
                            doelen/effecten zijn behaald. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Leeswijzer</titel></kop><structuurtekst><al>In hoofdstuk 2 lichten we de positie van de nota Welzijn ten opzichte
                            van de Wmo en de transformatie van het sociale domein nader toe. Vanuit
                            de gemeenschappelijke uitgangspunten formuleren we de doelen en
                            doelgroepen van ons gemeentelijk welzijnsbeleid in een doelenboom. De
                            doelenboom is de basisstructuur voor de nota Welzijn. De verschillende
                            hoofdstukken geven antwoord op de vraag wat we gaan doen om de doelen te
                            bereiken. Ieder inhoudelijk hoofdstuk bestaat uit een korte inleiding en
                            gaat in op:</al><lijst><li nr="-"><al>Wat signaleren we (analyse o.b.v. onderzoek en/of
                                    consultatie)?</al></li><li nr="-"><al>Wat doen we al?</al></li><li nr="-"><al>Wat gaan we (meer) doen om onze effect-doelen te bereiken
                                    (HOE)?</al></li></lijst><al>Het afsluitende hoofdstuk vormt het financieel kader waarbinnen de nota
                            Welzijn wordt uitgevoerd. In dit inleidende hoofdstuk is eerder
                            opgemerkt dat bezuinigingen impact hebben op de financiële armslag van
                            de gemeente. Het financieel kader gaat uit van de huidige situatie en
                            spreekt een richting uit voor de beoogde verdeling van middelen om tot
                            uitvoering te komen van de nota Welzijn.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitgangspunten, doelen en doelgroepen</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn verschillende principes die ten grondslag liggen aan de
                            decentralisaties Jeugd, Wmo en participatie. Eén daarvan is dat er
                            sprake is van andere verhoudingen tussen overheid en burger. Het accent
                            van de rol die overheden spelen ligt steeds meer op ‘zorgen dat…’, in
                            plaats van ‘zorgen voor…’. De overheid is er om samen met haar inwoners
                            te zoeken naar oplossingen voor hun ondersteuningsvragen. Dat betekent
                            dat er maatwerk mogelijk wordt, waarbij inwoners meer zelf de regie
                            hebben op (toewerken naar) participatie. </al><al>Bij het vormgeven van deze rol in het kader van de drie decentralisaties
                            horen uitgangspunten. De uitgangspunten geven richting aan de weg
                            waarlangs gewerkt wordt. Dit bepaalt ook de context en perspectief
                            waarmee we naar welzijn kijken. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Welzijn, Wmo en de Transformatie van het sociale domein
                            (decentralisaties)</titel></kop><structuurtekst><al>Met de Wmo-visie en het Wmo-beleidsplan zijn rond Wmo keuzes gemaakt en
                            activiteiten benoemd. Voor welzijn doen we dat in deze nota. Parallel
                            aan het vormgeven van het (bestaande) Wmo- en welzijnsbeleid loopt het
                            programma om te komen tot de vernieuwing van het sociale domein (Wmo,
                            jeugd, onderwijs en werk en inkomen). </al><al>In dit proces worden beleidskeuzes gemaakt over de benodigde
                            vernieuwing/ transformatie van het sociale domein. En met het oog op hoe
                            wij het gehele sociale domein anders willen organiseren maken we keuzes
                            om de nieuwe taken goed te implementeren en daarbij meer te doen met
                            minder. Het bestaande Wmo- en welzijnsbeleid is daarvoor de
                            landingsbaan. Daarmee vormen het Wmo-beleidsplan en deze welzijnsnota de
                            basis voor de vernieuwingen in het domein.</al><al>De komende maanden worden alle beleidskeuzes gemaakt voor de sociaal
                            domein brede vernieuwingen. Begin 2014 volgt een sociaal domein brede
                            keuzenota waarin de keuzes rond vernieuwing van de toegang tot
                            ondersteuning, innovatie van het aanbod, inkoop/contractering en
                            verantwoording en monitoring worden opgenomen. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>Veel van de uitgangspunten van het sociaal domein zijn niet nieuw. Het
                            sluit aan bij uitgangspunten die ook terugkomen in de visie op Welzijn,
                            het Wmo beleidsplan en de visie op de Woonservicegebieden. De nota
                            Welzijn werkt deze visies nader uit in uitgangspunten en in de manier
                            waarop doelen worden bereikt.</al><al>De onderstaande uitgangspunten spelen een rol voor Welzijn en gelden ook
                            voor de decentralisaties in het sociaal domein. </al><al>1.Uitgaan van de mogelijkheden en eigen kracht van onze inwoners (en hun
                            omgeving)</al><al>In onze gemeente geven we hier betekenis aan door hier op allerlei
                            niveaus ruchtbaarheid aan te geven. In visie, beleid en uitvoering, door
                            de overheid en door uitvoeringsorganisaties. Dit betekent dat wij als
                            gemeente investeren in het samen met inwoners versterken van de
                            zelfredzaamheid. </al><al>Of het nu gaat over de weg naar werk, mobiliteit, maatschappelijke
                            ondersteuning, of vrije tijdsbeleving: in alle gevallen spreken we de
                            eigen kracht van de inwoners aan.</al><al>Er ontstaat meer ruimte voor verschillen, juist omdat ieder mens uniek
                            is. Een stelsel dat uitgaat van burgerkracht gaat dan ook uit van
                            verschillen tussen mensen. </al><al>2.De inwoner centraal (niet praten over, maar met de inwoner)</al><al>De complexiteit van het sociale leven vraagt om een beleidsoplossing die
                            uitgaat van de inwoner en zijn sociale omgeving. Een inwoner van de
                            Utrechtse Heuvelrug houdt zich niet aan beleidsmatige kokers, maar
                            vraagt om een integrale benadering. </al><al>Sommige situaties zijn divers en vragen om een oplossing op maat. Die
                            situatie wordt in beeld gebracht samen met de inwoner(s). Wanneer meer
                            een beroep op de eigen kracht wordt gedaan stelt de gemeente ook de
                            inwoner centraal. </al><al>Wanneer de vraag / situatie van inwoners centraal staat is
                            vraagverheldering essentieel. Met het Wmo beleidsplan ‘Kansen door
                            Kantelen’ is hier een start mee gemaakt. Er moet zoveel mogelijk sprake
                            zijn van maatwerk oplossingen en dit betekent dat deze zoveel mogelijk
                            in samenspraak met de inwoner worden ontwikkeld. </al><al>3.Eén gezin, één plan, één regisseur</al><al>Een reden voor de noodzaak tot vernieuwing van het sociale domein is dat
                            uit onderzoek en analyse is gebleken dat ondersteuning en zorg in
                            huishoudens versnipperd en bureaucratisch is georganiseerd. In de nieuwe
                            situatie is het uitgangspunt dat wanneer het nodig is, en mogelijk, het
                            principe één gezin, één plan, één hulpverlener en één budget wordt
                            toegepast.</al><al>4.Vroegtijdig, nabij en dichtbij </al><al>Bij de invoering van de decentralisaties wordt uitgegaan van het feit
                            dat gemeenten als eerste overheid, dicht bij de inwoner – ook als beste
                            de publieke dienstverlening kunnen laten aansluiten bij de lokale
                            leefwereld van de inwoner. </al><al>Met de visie op de woonservicegebieden is invulling gegeven aan dit
                            uitgangspunt. Door dichtbij en nabij inwoners te opereren op het terrein
                            van wonen, welzijn en zorg kunnen snelle verbindingen worden gelegd. In
                            onze gemeente gaan we uit van de gedachte dat voorkomen nog steeds beter
                            is dan genezen. Door inwoners proactief te benaderen in hun eigen
                            omgeving (ook wel outreachend werken genoemd), te investeren in
                            preventie en vroegtijdige signalering hopen we dit te kunnen bereiken.
                            Daarbij sluiten we aan bij de omgeving en leefroutes van de inwoners van
                            Utrechtse Heuvelrug. Zodoende kan eenvoudig en direct worden
                            gehandeld.</al><al>5.Wederkerigheid, inclusieve samenleving</al><al>Er is sprake van nieuwe verhoudingen tussen overheid en burger. De
                            gedachte ‘voor wat, hoort wat’ krijgt gestalte. Dit is mede ingegeven
                            door de druk die op de overheidsmiddelen (werk, zorg) staat en de
                            demografische (vergrijzing) en economische (bezuinigingen,
                            kredietcrisis) ontwikkelingen. </al><al>Ook in de Utrechtse Heuvelrug zal het begrip wederkerigheid meer of
                            ruimer worden gebruikt.</al><al>Wanneer een inwoner een beroep doet op de overheid, bijvoorbeeld in het
                            geval van een uitkering, voorziening of anderszins, dan wordt er ook een
                            beroep gedaan op het vermogen van de inwoner om te participeren. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doelen nota Welzijn</titel></kop><structuurtekst><al>Met de uitgangspunten werken we in deze nota Welzijn de doelen van
                            welzijn uit. De doelen van welzijn komen overeen met de doelen van de
                            Wmo. Het centrale doel is dat elke inwoner kan meedoen aan de
                            samenleving. Oftewel, het bevorderen van participatie. Dit hoofddoel is
                            uitgewerkt in onderstaande doelenboom, die tegelijk ook de structuur is
                            voor de nota Welzijn. De doelenboom geeft aan WAT we willen bereiken en
                            HOE we dat gaan doen. De HOE-vraag wordt in de afzonderlijke
                            hoofdstukken beantwoord en zijn in deze nota verder gedefinieerd om meer
                            grip, scherpte en een eenduidig beeld te krijgen. </al><al>WAT willen we bereiken: </al><lijst><li nr="·"><al>In 2017 zijn meer inwoners zelfredzaam</al></li><li nr="·"><al>In 2017 hebben meer inwoners een gezonde leefstijl</al></li><li nr="·"><al>In 2017 is de lokale, sociale structuur versterkt</al></li></lijst><al>Dit zijn nog abstracte effecten die we kort nader duiden om het
                            betekenis te geven:</al><al><onderstreept>Zelfredzaamheid</onderstreept></al><al>Zelfredzaamheid gaat over de mate waarin inwoners regie kunnen voeren
                            over zijn/haar eigen welzijn. Daarbij staat centraal de gedachte dat
                            inwoners zoveel mogelijk op eigen kracht moeten kunnen functioneren.
                            Onderstreept wordt dat zelfredzaamheid voor iedere situatie voor iedere
                            inwoner uniek is.</al><al><onderstreept>Een gezonde leefstijl</onderstreept></al><al>Een gezonde leefstijl draagt bij aan participatie. Een gezonde leefstijl
                            kan worden uitgelegd aan de hand van allerlei gezondheidsindicatoren.
                            Dat maakt deze doelstelling objectiveerbaar. De relatie tussen
                            activiteiten en de effecten op het gebied van leefstijl is moeilijk
                            aantoonbaar. Ook moet de invloed vanuit beleid worden
                            gerelativeerd.</al><al><onderstreept>Sociale samenhang, structuur</onderstreept></al><al>Met sociale samenhang wordt de verbondenheid en betrokkenheid van
                            inwoners onderling bedoeld. In dorpen en wijken bestaan formele en
                            informele structuren die het mogelijk maken dat mensen elkaar vinden als
                            daar behoefte aan is, dit wenselijk is, of zelfs noodzakelijk. </al><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we bereiken?
                                </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen (HOE)?</vet></al><al><onderstreept>Samenhang en integraliteit</onderstreept></al><al>De doelenboom is de structuur aan de hand waarvan hoofdstukken zijn
                            uitgewerkt. Het zijn niet op zichzelf staande hoofdstukken. Er is immers
                            raakvlak en overlap tussen wat beoogd wordt met de manier waarop doelen
                            worden bereikt. Daarom zijn ze in samenhang uitgewerkt. Bijvoorbeeld het
                            verhogen van sportparticipatie draagt bij aan het lichamelijk/psychisch
                            welbevinden. Dat moet voor iedereen toegankelijk zijn. Daarbij zijn we
                            ook afhankelijk van de vrijwillige inzet van onze inwoners. De
                            verbindingen hiertussen zijn benoemd waar mogelijk, maar niet
                            uitputtend. In de praktijk zal het op allerlei manieren samenkomen.
                            Integraliteit en samenhang vormen een basis voor de nota Welzijn. </al><al>Uiteindelijk moeten de prestaties (output) leiden tot het bereiken van
                            effecten (outcome) die worden beoogd (de WAT-vraag). In de afzonderlijke
                            hoofdstukken zijn prestatie-indicatoren beschreven. Alle
                            prestatie-doelen samen moeten voor de lange termijn leiden tot het
                            bereiken van de beoogde effecten. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doelgroepen</titel></kop><structuurtekst><al>De nota Welzijn is bedoeld voor alle inwoners van de Utrechtse
                            Heuvelrug. Het gaat uit van het principe dat iedereen mee moet kunnen
                            doen. Uiteraard zijn we ons bewust van het feit dat dit niet voor
                            iedereen vanzelfsprekend is. Er bestaat daarom aandacht voor die
                            inwoners die extra aandacht of steun nodig hebben om te kunnen
                            participeren. Er is niet gekozen om bepaalde groepen specifiek te
                            benoemen om te bevorderen dat het welzijnsbeleid in zijn totaliteit en
                            in samenhang wordt opgesteld. De vragen en wensen van specifieke
                            doelgroepen (bijvoorbeeld mensen met een functiebeperking) hebben wel
                            een plek gekregen in de nota in het hoofdstuk ‘bereikbaarheid
                            gemeentelijke diensten’. Toegankelijkheid en bereikbaarheid spelen
                            echter een rol bij alle beleidsterreinen en komen – waar relevant - ook
                            aan bod in de afzonderlijke hoofdstukken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verbinden en ontmoeten</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Met de gemeentelijke visie op welzijn spreken wij het zelf doen en samen
                            doen van inwoners meer aan. Een sterke lokale sociale structuur, waarin
                            maatschappelijke organisaties goed samenwerken, is van wezenlijk belang,
                            om te waarborgen dat iedereen in onze gemeente mee kan blijven doen.
                            Binnen die structuur is het belangrijk dat vragen van inwoners,
                            laagdrempelig en zichtbaar, verbonden worden met het aanbod van
                            vrijwilligers en van organisaties. Deze functie van verbinder wordt in
                            de Kracht van welzijn makelaar genoemd, maar die term gaat bij nader
                            inzien niet ver genoeg en geeft onvoldoende weer wat we beogen. De
                            verbinder makelt niet alleen tussen vraag en (bestaand) aanbod, maar
                            zoekt verder als er geen passende oplossing voorhanden is. Hij moet over
                            goede voelsprieten beschikken om verbinding mogelijk te maken. Daarnaast
                            kan verbinding ontstaan als er in het dorp of in de buurt gelegenheid is
                            tot ontmoeting, waarbij vraag en aanbod elkaar op een spontane wijze
                            vinden zonder dat tussenkomst van een professional per sé nodig is. Een
                            sociale infrastructuur moet ontmoeting mogelijk maken.</al><al>De vragen van inwoners kunnen op allerlei terreinen betrekking hebben:
                            wonen, zorg, en welzijn, maar ook gezondheid, sport en cultuur. De
                            functie van verbinder moet vorm krijgen binnen de woonservicegebieden en
                            draagt bij tot meer zelfredzaamheid van inwoners en aan een sterkere
                            lokale sociale structuur. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al>Binnen onze gemeente zien we dat de rol van verbinder op verschillende
                            manieren invulling krijgt. Naast de welzijnsinstelling die wij hebben
                            gevraagd om een laagdrempelige en zichtbare informatievoorziening
                            (inclusief gekanteld gesprek) in de woonservicegebieden te organiseren,
                            zien we in onze gemeente op dorpsniveau een aantal initiatieven opkomen
                            die op eigen wijze vorm geven aan de functie van verbinder. Zo is er het
                            initiatief van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg en
                            maatschappelijk opvang in Doorn die, in een flat van de
                            woningbouwvereniging, een ‘huiskamer’ heeft ingericht waar buurtbewoners
                            elkaar kunnen ontmoeten en ook elkaar kunnen helpen. Door de
                            ontwikkelingen van meer zelfredzaamheid, meer in eigen kring en meer in
                            eigen omgeving zoeken we aansluiting bij innovatieve initiatieven in het
                            dorp. De verbinder moet dan ook op de hoogte zijn van deze
                            dorpsnetwerken of dorpsinitiatieven.</al><al><cursief>Ontmoeting</cursief><cursief>op
                            dorpsniveau</cursief></al><al>In de participatieve avond over de nota Welzijn op 1 oktober 2013 komt
                            naar voren dat op dorpsniveau mensen eerder bereid zijn elkaar te
                            helpen. Zeker als er in de buurt gelegenheid is voor ontmoeting wordt
                            het vinden van een passende oplossing op een vraag van een buurtbewoner
                            makkelijker. Er is wel een verschil tussen oudere en jongere inwoners.
                            Oudere inwoners vinden het logisch om bij elkaar een oogje in het zeil
                            te houden. Jongere inwoners kennen dit soort afspraken vaak niet. Ook
                            zijn er inwoners die het lastig vinden om hulp te vragen aan de buren,
                            ook wel vraagverlegenheid genoemd. Door ontmoeting mogelijk te maken
                            tussen bijvoorbeeld oud en jong en ook ouderen onderling komen inwoners
                            op een informele manier met elkaar in contact en kan de vraag van deze
                            inwoners beter boven water komen en een passende oplossing gevonden
                            worden.</al><al><cursief>Combinatiefunctionarissen e</cursief><cursief>n
                                buurtsportcoaches als verbinder</cursief></al><al>Ook in andere sectoren is behoefte aan een verbinder. Onze gemeente kent
                            een rijk sportief en cultureel leven met heel veel initiatieven. Uit
                            gesprekken met inwoners en culturele instellingen blijkt echter dat er
                            nog teveel langs elkaar heen loopt, weten inwoners niet waar ze met hun
                            culturele vraag terecht kunnen en weten instellingen niet welke
                            culturele vragen er leven. Het is belangrijk dat ook op cultureel gebied
                            een koppeling plaatsvindt van vraag en aanbod. Evenals in de sport
                            kunnen combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches deze koppeling
                            mogelijk maken. Nog nadrukkelijker inzetten op sectoren die in staat
                            zijn om de maatschappij leefbaar te maken en te houden, en die vraag en
                            aanbod, maar ook doelgroep en vereniging, school en culturele instelling
                            of sportvereniging, en zorg en sport met elkaar in verbinding brengt.
                            Integrale samenwerking stimuleren via het ideale instrument,
                            gestimuleerd door het Rijk: de cultuurcoach en buurtsportcoach.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat doen we al?</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Pilot servicepunten</cursief></al><al>In het voorjaar van 2012 heeft de gemeente een beleidsopdracht 2013 voor
                            de welzijnsinstelling opgesteld, gericht op de makelaarsfunctie. Wij
                            vragen de welzijnsinstelling de makelaarsfunctie vorm te geven, door een
                            laagdrempelige en zichtbare informatievoorziening (inclusief gekanteld
                            gesprek) in de woonservicegebieden te organiseren: de servicepunten.
                            Daarnaast vragen we de instelling een laagdrempelige en zichtbare
                            makelaarsfunctie voor vraag en aanbod van vrijwilligers te realiseren
                            (zie verder hoofdstuk Activeren en ondersteunen van
                            vrijwilligerswerk).</al><al>Het afgelopen jaar hebben de welzijnsinstelling en de gemeente nauw
                            samengewerkt om de servicepunten verder vorm te geven. Resultaat van
                            deze intensieve samenwerking is de pilot servicepunten die per 1
                            september 2013 van start is gegaan. Doel is in elk woonservicegebied
                            voor inwoners een laagdrempelige, herkenbare toegang tot zorg en welzijn
                            vorm te geven. De consulenten van deze servicepunten voeren een
                            uitgebreid intakegesprek om het probleem en de achtergrond van de
                            inwoner helder in beeld te krijgen. Daarnaast treedt de consulent op als
                            intermediair tussen de inwoner met zorgvraag en het aanbod van
                            aanbieders van zorg en welzijn. De consulent voert dus de
                            procescoördinatie maar vervult als intermediair ook een makelaarsrol. De
                            pilotperiode eindigt medio 2014. </al><al><cursief>Sociale kaart</cursief></al><al>Om vraag en aanbod goed te verbinden is een complete sociale kaart per
                            dorp onontbeerlijk. We hebben daartoe een toegankelijke en
                            laagdrempelige sociale kaart ontwikkeld, die in het najaar van 2013
                            wordt opgeleverd. Het is mogelijk deze sociale kaart uit te breiden met
                            gegevens uit sectoren als cultuur en sport.</al><al><cursief>Buurtsportcoaches, cultuurcoaches en
                                combinatiefuncties</cursief></al><al>Afgelopen jaren is er een start gemaakt met de implementatie van
                            combinatiefuncties. Ingegeven door de Rijksregeling zijn in onze
                            gemeente waardevolle verbindingen gelegd tussen sport, onderwijs en
                            buitenschoolse opvang, maar ook tussen culturele instellingen en
                            onderwijs. Een regeling die als belangrijkste doelstelling het leggen
                            van verbindingen tussen de verschillende sectoren kende, en die in de
                            relatief korte tijd dat we er mee werken niet meer weg te denken is. Het
                            werk van de combinatiefunctionarissen heeft afgelopen beleidsperiode
                            verder bijgedragen aan de inbedding van sport en cultuur in het
                            onderwijs, en vraagt om een voortzetting en mogelijk zelfs verbreding
                            van de werkzaamheden. Integrale samenwerking, met combinatiefuncties als
                            spin in het web die in een individualiserende samenleving sociale
                            structuren dichter bij elkaar brengt, toegankelijker, zichtbaarder en
                            laagdrempeliger maakt, en tegelijkertijd culturele instellingen en
                            sportclubs versterkt. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 stimuleren we dat meer verbindingen worden gelegd tussen
                            inwoners met een vraag en inwoners/organisaties met een passend aanbod. </al><al>Daarvoor zetten we in op verbinders die per dorp in kaart hebben/brengen
                            welk (vrijwilligers)aanbod aanwezig is (inclusief dorpsnetwerken en
                            buurthulpprojecten), die dat aanbod stimuleren en ondersteunen en
                            (indien nodig) initiëren, en die samenwerking zoeken met andere partners
                            (organisaties, burgerinitiatieven of inwoners), zodat een goede match
                            met de diversiteit aan vragen van inwoners steeds mogelijk is. Een
                            website kan daarin ondersteunend zijn.</al><al>Uit de participatieve avond met organisaties, adviesraden en inwoners
                            over de nota welzijn (begin oktober 2013) is, naast het voortzetten van
                            de servicepunten, ontmoeting als belangrijk speerpunt genoemd. Om het
                            werk van de verbinders te ondersteunen is een sociale infrastructuur van
                            belang, die informele ontmoeting tussen inwoners in een dorp of buurt
                            mogelijk maakt en het vinden van de juiste koppeling tussen vraag en
                            aanbod vergemakkelijkt. In onze rol van faciliteerder, aanjager en
                            stimuleerder richten wij ons op het organiseren van deze sociale
                            infrastructuur en de verbinding, zodat maatschappelijke initiatieven een
                            goede basis hebben om te bloeien.</al><al><onderstreept>Servicepunten</onderstreept></al><al>We zetten de uitvoering van de pilot servicepunten voort en op basis van
                            de resultaten van deze pilot, die medio 2014 eindigt, werken we deze
                            functie verder uit. Deze servicepunten vervullen een belangrijke rol als
                            verbinder.</al><al><onderstreept>Sociale kaart </onderstreept></al><al>De komende beleidsperiode blijft aanvulling en actualisering van de
                            sociale kaart van belang. In de sociale kaart nemen we
                            burgerinitiatieven, buurthulpprojecten en andere maatschappelijke
                            initiatieven zoveel mogelijk ook op.</al><al><onderstreept>Verbindersw</onderstreept><onderstreept>ebsite</onderstreept></al><al>We onderzoeken in overleg met de betrokken partners de mogelijkheden van
                            een website die vraag en aanbod eenvoudig in beeld brengt. </al><al><onderstreept>Combinatiefuncties</onderstreept> We zetten komende
                            beleidsperiode in op de uitbreiding van het aantal
                            combinatiefunctionarissen in de sport en cultuur, om verbinden en
                            ontmoeten te stimuleren tussen verenigingen, instellingen, onderwijs en
                            zorg.</al><al><onderstreept>Sociale infrastructuur</onderstreept></al><al>Deze beleidsperiode maken we een inventarisatie van de bestaande
                            ontmoetingsplekken en daar waar deze ontbreekt werken we eraan om die
                            ontmoetingsplek te faciliteren en mogelijk te maken. We werken dit
                            verder uit in het uitvoeringsprogramma.</al><al><onderstreept>Tevredenheidsonderzoek</onderstreept></al><al>Gedurende deze beleidsperiode onderzoeken we onder de inwoners of zij
                            tevreden zijn over het aanbod of oplossing die zij voor hun vraag hebben
                            gekregen. Dit doen we in overleg met de betrokken instellingen.</al><al><vet>Prestatie-indicatoren:</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="9*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="9*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="9*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="9*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1 aantal servicepunten</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 percentage </cursief><cursief>geslaagde
                                                  </cursief><cursief>koppelingen vraag en
                                                  aanbod</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb </al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 actualisering/aanvulling sociale kaart
                                                  (doorlopend)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>x</al></entry><entry colname="col4"><al>x</al></entry><entry colname="col5"><al>x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 verbinderswebsite</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>5 aantal fte combinatiefunctionarissen
                                                  actief in cultuur</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>1 </al></entry><entry colname="col3"><al>2 </al></entry><entry colname="col4"><al>2 </al></entry><entry colname="col5"><al>2 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>6 aantal ontmoetingsplekken in de
                                                  dorpen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>7 percentage inwoners dat tevreden is over
                                                  koppeling vraag/aanbod</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Activeren en ondersteunen van vrijwilligerswerk</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Vrijwilligers zijn het cement voor de sociale samenhang in de
                            samenleving. Daarom heeft de gemeente de afgelopen jaren geïnvesteerd in
                            het vrijwilligerswerk (Kadernota vrijwilligerswerk 2009-2013).
                            Belangrijkste beleidsdoel is daarbij adequate ondersteuning te bieden
                            aan het vrijwilligerswerk. De welzijnsvisie van de gemeente (april
                            2012), die uitgaat van eigen kracht en zelfredzaamheid van haar
                            inwoners, maakt die investering in het vrijwilligerswerk alleen maar
                            belangrijker. Met de actuele ontwikkelingen rondom de transformatie van
                            het sociale domein zal de vraag naar vrijwilligers ook fors toenemen.
                            Bij de investering in vrijwilligerswerk leggen we het accent op het
                            activeren en ondersteunen van vrijwilligers, waarmee we gelijk een
                            dwarsverband leggen met het vorige hoofdstuk (Verbinding en ontmoeting).
                            Activering en ondersteuning van vrijwilligers draagt bij aan de
                            zelfredzaamheid van inwoners en aan het versterken van de lokale sociale
                            structuur en helpt om de verbinding te leggen tussen de vraag van
                            inwoners en een passende oplossing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al>Nederland telt zo’n 6 miljoen vrijwilligers die zich inzetten in de
                            sport-, cultuur-, zorg-, onderwijs- en welzijnssector. Uit een in april
                            2013 uitgebrachte uitgave ‘Geven in Nederland’ blijkt dat het aantal
                            vrijwilligers in Nederland in 2012 is afgenomen (van 41% in 2010 naar
                            38% in 2012). De hoeveelheid tijd die vrijwilligers aan
                            vrijwilligerswerk besteden is daarentegen toegenomen.<sup/></al><al>Onze gemeente steekt vergeleken met de landelijke cijfers in positieve
                            zin af, want 42% van onze inwoners is vrijwilliger. Vooral mensen van
                            middelbare leeftijd en ouderen tonen zich betrokken. Het percentage
                            jongeren is overigens een kwart, wat gezien het landelijk gemiddelde
                            hoog is.<sup/> Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de scholen
                            in onze gemeente voorlopers waren bij de invoering van de
                            maatschappelijke stage. </al><al>Deze positieve cijfers bieden goede mogelijkheden om invulling te geven
                            aan actieve bemiddeling van vrijwilligerswerk. Aan de andere kant neemt
                            met de actuele ontwikkelingen rondom de decentralisaties, de vraag naar
                            vrijwilligers fors toe. Dit vergroot de uitdaging om te voorzien in
                            voldoende aanbod van vrijwilligers, zodat de koppeling van vraag naar en
                            aanbod van vrijwilligers mogelijk wordt en blijft. </al><al>Tijdens de participatieve avond over het gemeentelijk cultuurbeleid
                            constateren we dat in die sector te veel werk neerkomt op te weinig
                            schouders. Er zijn weliswaar veel vrijwilligers actief in onze gemeente
                            en er is een sterk verenigingsleven, maar het zijn vaak dezelfde mensen
                            die het werk moeten doen. Er is behoefte aan meer vrijwilligers om de
                            culturele activiteiten te kunnen organiseren.</al><al>De belangenorganisatie voor mensen met een functiebeperking vraagt in
                            dit verband aandacht voor het onderscheid tussen enerzijds ouderen die
                            door hun leeftijd beperkingen ondervinden en anderzijds
                            gehandicapten/chronisch zieken. We moeten scherp zijn op de vraag en
                            ondersteuningsbehoefte van specifieke groepen. Duo-ondersteuning door
                            een combinatie van professional en vrijwilliger kan in bepaalde gevallen
                            wel een oplossing zijn.</al><al><cursief>Hedendaags v</cursief><cursief>rijwilligerswerk</cursief></al><al>Het vrijwilligerswerk in Nederland is de laatste jaren veranderd. Mensen
                            hebben minder vrije tijd en zij willen zich vaak niet meer binden voor
                            langere periode. In meerdere sectoren en geledingen van de maatschappij
                            is behoefte aan mensen die zich vrijwillig inzetten. Er is dus meer
                            keuze en potentiële vrijwilligers zijn sneller geneigd om te veranderen
                            van activiteit.</al><al>Tijdens een bijeenkomst over vernieuwing in het sociale domein (24
                            september 2013) voor inwoners en belangstellenden hebben diverse
                            organisaties vernieuwende concepten voor het sociale domein
                            gepresenteerd. In de enquête na afloop van de bijeenkomst kozen de
                            meeste deelnemers “Utrecht Cares” als het meest bij onze gemeente
                            passende concept. “Utrecht Cares” is een organisatie die mensen, die
                            willen ‘vrijwilligen’ of wat voor een ander willen doen in de gemeente
                            Utrecht, via een website de mogelijkheid biedt om zelf te zoeken naar
                            wat ze willen en kunnen doen. Het vrijwilligerswerk is flexibel gemaakt.
                            Dit concept blijkt succesvol, ook in andere steden.</al><al><cursief>Wederkerig </cursief></al><al>Voor werving van vrijwilligers kunnen wij bijstandsgerechtigden vragen
                            om naar vermogen een ‘tegenprestatie’ te leveren gedurende een korte
                            periode. Het project De Verleiding is een goed voorbeeld van hoe wij dat
                            willen bereiken. We willen “verleiden” door middel van een coach/
                            trajectbegeleider die aandacht heeft en neemt voor inwoners. Verleiden
                            houdt in enthousiasmeren. Wij zijn van mening dat iedereen doet wat
                            binnen zijn mogelijkheden ligt, als het gaat om “iets terug te doen”
                            voor de uitkering. Alleen zo komen we tot een “inclusieve samenleving”.
                            Verleiden en enthousiasmeren rijmt voor dit project niet met
                            “sanctioneren”. Meewerken aan de verkenning van mogelijkheden, op eigen
                            niveau, hoort er wel bij. Het Rijk komt mogelijk met een ander regime,
                            maar wij starten nu met een vriendelijke benadering. Wij verwachten dat
                            dit beter werkt. </al><al>Een mogelijk andere doelgroep zijn mensen met een WW-uitkering. In deze
                            economisch moeilijke tijd raken nogal wat mensen hun baan kwijt en veel
                            van hen willen wellicht, ter overbrugging naar een andere baan,
                            vrijwilligerswerk doen. Dit staat ook goed op het CV. </al><al>Dit principe van wederkerigheid komen we steeds meer tegen in het
                            vrijwilligerswerk. Het is geen eenrichtingsverkeer meer, maar een
                            kwestie van halen én brengen. Zo is er in Maarn-Maarsbergen het
                            initiatief van het gezondheidscentrum om een zorgcoöperatie op te
                            richten, waar men tegen een kleine vergoeding zorg kan krijgen en zich
                            tegelijkertijd verbindt om een aantal dagdelen per jaar
                            vrijwilligerswerk te doen.</al><al><cursief>Dorps</cursief><cursief>gericht</cursief></al><al>In het vorige hoofdstuk hebben we al gezien dat inwoners in hun eigen
                            dorp of buurt eerder bereid zijn om zich vrijwillig in te zetten voor
                            andere buurtbewoners. Een dorpsgerichte werving van actieve inwoners is
                            dan ook één van de aanbevelingen die uit de participatieve avond over de
                            nota welzijn (oktober 2013) duidelijk naar voren komt. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat doen we al?</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Beleidsopdracht </cursief><cursief>
                                welzijnsinstelling</cursief></al><al>De welzijnsinstelling was de afgelopen jaren een van de uitvoerders op
                            het gebied van vrijwilligerswerk. Sinds 2011 formuleerde de gemeente
                            door middel van (onder meer) een beleidsopdracht vrijwilligerswerk
                            jaarlijks de door de welzijnsinstelling te realiseren prestaties. Voor
                            het jaar 2013 heeft de gemeente deze beleidsopdracht samengevoegd met de
                            opdrachten voor ouderenwerk, mantelzorgondersteuning, en steunpunten
                            WZW, tot de nieuwe beleidsopdracht Makelaar voor zorg en welzijn. In de
                            beleidsopdracht 2014 zijn voor het vrijwilligerswerk drie prestaties
                            nader uitgewerkt: meer vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties
                            ontvangen ondersteuning, het ondersteunen van (digitale) initiatieven
                            van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties, en realisatie van
                            vrijwillige inzet van jongeren.</al><al><cursief>Waardering van vrijwilligers</cursief></al><al>De gemeente vindt het belangrijk om haar waardering te laten blijken
                            voor de inzet van alle vrijwilligers door jaarlijks een Vrijwilligersdag
                            te organiseren en de Vrijwilligersprijs uit te reiken. In de nieuwe Wmo
                            die 2015 in werking treedt wordt het waarderen van vrijwilligers
                            overigens een gemeentelijke taak. Verder heeft de gemeente voor alle
                            vrijwilligers in de gemeente een verzekering afgesloten, voor
                            vrijwilligerswerkzaamheden in georganiseerd verband. </al><al><cursief> Wervingsactie </cursief><cursief>oudere
                                </cursief><cursief>vrijwilligers</cursief></al><al>In samenwerking met het Oranje Fonds en de gemeente is de
                            welzijnsinstelling in september 2012 gestart met het project ‘Actief
                            ouder worden’ om het vrijwilligersklimaat in onze gemeente in kaart te
                            brengen en nieuwe vrijwilligers in de leeftijd van 55 tot 65 jaar te
                            werven. Er zijn 4.628 huishoudens aangeschreven en men kon meedoen door
                            het invullen van een enquête via de website of een persoonlijk
                            interview. In totaal zijn er 243 enquêtes ingevuld. Uiteindelijk heeft
                            dit geleid tot 37 direct geïnteresseerden en tot 15 geïnteresseerden die
                            op een later tijdstip (bijv. pensionering) geïnformeerd willen
                            worden.</al><al>De uitkomsten van de enquête geven een globaal beeld van het
                            vrijwilligersklimaat in onze gemeente en helpen om
                            vrijwilligersorganisaties en vrijwillige initiatieven beter te
                            ondersteunen, ook bij hun zoektocht naar vrijwilligers.</al><al><cursief>Maatschappelijke stages</cursief></al><al>In de nota Jeugd in tel constateerden we al dat jongeren die
                            maatschappelijke stages lopen de gelegenheid krijgen om ervaring op te
                            doen met vrijwilligerswerk op een manier die voor hen aantrekkelijk is.
                            Bovendien stimuleren en faciliteren deze maatschappelijke stages een
                            ondernemende en initiatiefrijke houding bij jongeren. Het Rijk heeft
                            aangekondigd de financiering van de maatschappelijke stages per
                            schooljaar 2015-2016 te zullen schrappen. Omdat wij het belang van
                            maatschappelijke stages onderschrijven zijn wij in overleg met betrokken
                            partijen op lokaal en regionaal niveau om een gezamenlijke oplossing te
                            vinden die deze stages voor de toekomst kan borgen. Het belang van de
                            maatschappelijke stages is in het participatieve traject van de nota
                            welzijn door organisaties en jongeren beaamd. Maatschappelijke stages
                            zijn nodig om jongeren te stimuleren vrijwilligerswerk te doen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 stimuleren we dat meer inwoners zich inzetten als
                            vrijwilliger. </al><al>We investeren de komende beleidsperiode in het ondersteunen van de
                            huidige vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties, én in actieve
                            werving van nieuwe (groepen) vrijwilligers. We onderzoeken of het
                            concept van “Utrecht Cares” ook in onze gemeente mogelijk is. In
                            navolging van de aanbevelingen uit de participatieve avond over de nota
                            welzijn kiezen we daarbij de insteek van dorpsgerichtheid en
                            wederkerigheid. Ook leggen we prioriteit bij het voortzetten van de
                            maatschappelijke stages, zodat jongeren kennismaken met en gestimuleerd
                            worden tot het doen van vrijwilligerswerk. Dat we blijvend waardering
                            zullen tonen voor de inzet van oude en nieuwe vrijwilligers staat buiten
                            kijf.</al><al><onderstreept>Ondersteuning van vrijwilligers en
                                vrijwilligersorganisaties (ook digitaal)</onderstreept></al><al>De welzijnsinstelling geeft uitvoering aan de beleidsopdracht om
                            vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties te activeren en te
                            ondersteunen. </al><al><onderstreept>Onderzoek </onderstreept><onderstreept>“Utrechtse
                                Heuvelrug Cares”</onderstreept></al><al>We onderzoeken of we het concept van “Utrecht Cares” ook in onze
                            gemeente kunnen toepassen.</al><al><onderstreept>Maatschappelijke stages</onderstreept></al><al>We overleggen met betrokken partners om de maatschappelijke stages ook
                            vanaf het schooljaar 2015-2016 voort te kunnen zetten, zodat jongeren op
                            een positieve manier kennis kunnen blijven maken met vrijwilligerswerk. </al><al><onderstreept>Actieve</onderstreept><onderstreept> werving onder nieuwe
                                </onderstreept><onderstreept>doelgroepen</onderstreept></al><al>We benaderen bijstandsgerechtigden en WW-uitkeringsgerechtigden om zich
                            zo mogelijk actief in te zetten als vrijwilliger. Een andere manier is
                            om bij alle huishoudens in een dorp of buurt een kaart in de bus te doen
                            waarop ze kunnen invullen welke ondersteuning ze nodig hebben én wat ze
                            te bieden hebben. Dit geeft inzicht in vraag en aanbod van
                            vrijwilligerswerk in het betreffende dorp en maakt actieve verbinding
                            daartussen mogelijk. In de praktijk blijkt het werven van vrijwilligers
                            op basis van de competenties die mensen hebben, beter te werken dan
                            vanuit de hulp die er nodig is. Ook moet men moet zich betrokken voelen
                            bij het vrijwilligerswerk. </al><al><vet>Prestatie-indicatoren:</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="9*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="9*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="9*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="9*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1 percentage geslaagde koppelingen vraag en
                                                  aanbod vrijwilligerswerk</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>80%</al></entry><entry colname="col3"><al>85%</al></entry><entry colname="col4"><al>90%</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 aantal vrijwilligersorganisaties die
                                                  ondersteund worden/zijn</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>150</al></entry><entry colname="col3"><al>150</al></entry><entry colname="col4"><al>150</al></entry><entry colname="col5"><al>150</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 onderzoek concept UH Cares</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4</cursief><cursief> aantal jongeren die
                                                  een maatschappelijke stage lopen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>350</al></entry><entry colname="col3"><al>350</al></entry><entry colname="col4"><al>350</al></entry><entry colname="col5"><al>350</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>5</cursief><cursief> aantal geworven
                                                  vrijwilligers uit</cursief><cursief> de groep
                                                  van</cursief><cursief>
                                                  bijstandsgerechtigden</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>6</cursief><cursief> aantal geworven
                                                  vrijwilligers uit </cursief><cursief>de groep van
                                                  </cursief><cursief>WW-gerechtigden</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>7</cursief><cursief> aantal dorpen/buurten
                                                  waar huishoudens zijn benaderd voor werving van
                                                  vrijwilligers</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bereikbaarheid algemene voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Vitale dorpen kunnen pas echt vitaal zijn als er ruimte is voor iedereen
                            om mee te kunnen doen. Vitaliteit betekent dat de samenleving in brede
                            zin in beweging is en dat er voor iedereen een plek is. Dat vraagt van
                            de samenleving als geheel om rekening te houden met elkaar en
                            voorzieningen voor iedereen toegankelijk te maken. </al><al>In deze nota wordt bereikbaarheid daarom breed opgevat. We bedoelen
                            zowel de digitale, als de fysieke bereikbaarheid en deze werken we beide
                            uit. Het gaat over weten welke weg leidt naar de juiste
                            informatie/dienst en de weg daar naartoe begaanbaar maken. Met algemene
                            voorzieningen gaat het over voorzieningen en diensten waar de gemeente
                            direct of indirect invloed op heeft.</al><al>De rol van de gemeente bevindt zich op het gebied van openbare ruimte en
                            ruimtelijke ordening, maar ook op het terrein van goede
                            informatievoorziening en waar nodig stimuleren van partijen
                            bereikbaarheid te bevorderen. </al><al>De betrokkenheid van doelgroepen bij beleid over welzijn, sociale zaken,
                            veiligheid bepaalt hoe toegankelijk onze gemeente voor iedereen is. In
                            2011 heeft de gemeente en het Platform voor mensen met een
                            functiebeperking (PMF) de intentie tot samenwerking uitgesproken in het
                            kader van de samenwerking rondom Agenda22 (inclusief beleid). Daarmee is
                            bevestigd dat we bij beleidsvorming en bij projecten die we uitvoeren
                            meewegen wat nodig is om te zorgen dat mensen met een functiebeperking
                            kunnen meedoen (= inclusief). De werkmethodiek die we hierop toepassen
                            heet Agenda 22 en is afgeleid van regels die de Verenigde Naties hebben
                            opgesteld.</al><al>De samenleving heeft hierin zelf ook een rol, door op de hoogte te zijn
                            van wat er speelt en een actieve bijdrage te leveren aan (de
                            totstandkoming van) plannen, onderzoek en/of projecten, die inwoners
                            aangaan. Daarnaast zijn er commerciële partijen die zelf bepalen in
                            welke mate zij bereikbaarheid mogelijk maken in onze dorpen. Kortom:
                            bereikbaarheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al>Bereikbaarheid voor iedereen betekent vooral oog hebben voor de
                            variëteit aan inwoners en daar rekening mee houden. Voor de meeste
                            inwoners kost het weinig moeite de weg te vinden. Speciale aandacht gaat
                            uit naar mensen met een functiebeperking. We signaleren dat het juist
                            voor de kwetsbare groepen moeilijk is om een actief aandeel te leveren
                            bij bijeenkomsten en gesprekken. De drempel is juist voor die mensen
                            relatief hoog.</al><al>In de gesprekken met (vertegenwoordigers van) de doelgroep wordt erkend
                            dat er verbetering is. Bij planvorming en/of projecten is sprake van
                            meer wederzijdse betrokkenheid. Het is en blijft wel van belang
                            specifieke groepen te blijven faciliteren en actief te zoeken en
                            betrekken. Niet iedereen is in staat aan te geven en te verwoorden welke
                            behoefte er is. Borging van inclusief beleid en de bijbehorende interne
                            en externe processen is voor hen belangrijk zodat er steeds gewerkt
                            wordt aan praktische oplossingen en maatregelen.</al><al>Dat er een slag is gemaakt is een goede ontwikkeling, maar daarmee zijn
                            we er nog niet. Bijvoorbeeld de ontoegankelijkheid van de bossen en
                            begraafplaatsen is voor verbetering vatbaar. Op dit moment zijn er
                            hekken geplaatst waardoor mensen met een functiebeperking geen toegang
                            hebben. Het is onrechtvaardig om mensen uit te sluiten. Het is dan ook
                            de inzet om bij de uitvoering van de nota deze situatie te
                            verbeteren.</al><al><cursief>Veranderingen in het sociaal domein</cursief></al><al>In de inleidende hoofdstukken wordt gesproken over de veranderingen in
                            het sociaal domein op het terrein van zorg, jeugd en werk
                            (decentralisaties sociaal domein). Termen die daarbij centraal staan
                            zijn zorg dichtbij leveren, vroegtijdige signalering van
                            vragen/problemen die spelen, zodat ondersteuning samen met
                            hulpbehoevende inwoners kan worden opgepakt. Er wordt steeds meer een
                            beroep gedaan op de inwoner zelf en de mate van zelfredzaamheid.</al><al>De ontwikkeling die hier ook onder valt is dat er meer sprake is van het
                            scheiden van wonen en zorg. Voor inwoners met een functiebeperking
                            proberen we samen met de inwoner te zoeken naar goede oplossingen om zo
                            lang mogelijk thuis te wonen. Dit heeft als gevolg dat de bereikbaarheid
                            van algemene voorzieningen niet alleen passief, maar vooral ook actief
                            bij de doelgroepen komt. Dat vraagt een outreachende aanpak waarbij
                            integraal een beeld wordt gekregen van wat inwoners nodig hebben om te
                            kunnen participeren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat doen we al?</titel></kop><structuurtekst><al>Elk dorp heeft een eigen, uniek karakter. Bij de bereikbaarheid van
                            algemene voorzieningen wordt zoveel mogelijk gezocht naar ‘logische en
                            natuurlijke’ aansluiting in de dorpen. Mede daarom is de ontwikkeling
                            van de Woonservicegebieden ingezet. Daarbij wordt gestreefd naar “vitale
                            dorpen” waar wonen, welzijn en zorg goed op elkaar afgestemd worden,
                            waardoor mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen”.</al><al><cursief>Bereiken en betrekken van inwoners</cursief></al><al>Voor de kwetsbare inwoners is het minder vanzelfsprekend de weg naar
                            algemene voorzieningen te vinden. Dat wordt bevestigd in de
                            participatieve projecten, de dorpsbijeenkomsten en de ontwikkeling van
                            de woonservicegebieden. De gemeente werkt zoveel mogelijk vraaggericht,
                            interactief en dichtbij (vanuit de dorpen). Het levert (praktische)
                            inzichten op die nodig zijn om te zorgen dat inwoners met een beperking
                            kunnen blijven participeren in de samenleving.</al><al><cursief>Fysieke bereikbaarheid </cursief></al><al>Bij de uitvoering van de nota ‘onbeperkt meedoen’ is een onderzoek
                            uitgevoerd naar de mate van fysieke bereikbaarheid, toegankelijkheid en
                            bruikbaarheid van openbare objecten. Het PMF heeft bij alle maatregelen
                            prioriteiten aangegeven die vervolgens zijn uitgevoerd door de gemeente.
                            Daarmee is een inhaalslag gemaakt ten aanzien van de bereikbaarheid. De
                            belangenvertegenwoordigers geven aan dat alertheid en aandacht voor
                            brede bereikbaarheid moet worden geborgd. Dit voorkomt dat over een
                            aantal jaren herhaling van een dergelijk onderzoek nodig is. </al><al>In de afgelopen periode is hier een start mee gemaakt. Bijvoorbeeld in
                            de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) is opgenomen dat vooraf
                            overleg dient plaats te vinden met het PMF bij projecten die betrekking
                            hebben op de openbare ruimten in (winkel)centra, rond maatschappelijke
                            voorzieningen, Abri’s en stationsgebieden. Het LIOR wordt jaarlijks
                            geactualiseerd. </al><al><cursief>Digitale bereikbaarheid</cursief></al><al>In 2012 is de nieuwe gemeentelijke website gelanceerd. Deze voldoet aan
                            de web richtlijnen. Dit betekent dat de informatievoorziening vanuit de
                            gemeentelijke website toegankelijk is voor mensen met een
                            functiebeperking: grote/kleine letters; hoog/laag contrast,
                            voorleesfunctie, gebruik van alt-teksten bij links en foto’s, goede
                            navigatie en opbouw. De ringleiding in het Cultuurhuis in Doorn
                            (raadszaal) zorgt ervoor dat mensen met een hoortoestel het geluid in de
                            raadszaal kunnen beluisteren zonder storend omgevingsgeluid. Deze is in
                            2012 goedgekeurd doorde Nederlandse Vereniging van Slechthorenden.
                            Over de mate waarin informatie beschikbaar is en gemeentelijke diensten
                            digitaal bereikbaar zijn, bestaat nog geen scherp beeld. </al><al><cursief>Agenda22 / </cursief><cursief>Inclusief beleid</cursief></al><al>Inclusief beleid staat niet op zichzelf. Het is verweven met veel
                            ontwikkelingen als werken, wonen, de Wmo, en publieksdienstverlening.
                            Wij omarmen hiermee inclusief beleid, omdat wij willen dat onze inwoners
                            met een functiebeperking net zoals de overige inwoners volwaardig kunnen
                            meedoen aan het dagelijks leven in onze gemeente. Dat houdt in dat wij
                            rekening willen houden met mensen met een functiebeperking in ons beleid
                            en in de ontwikkeling daarvan. Dit kunnen we bereiken door mensen met
                            een functiebeperking en deskundige instanties die hen vertegenwoordigen
                            al vroeg te betrekken bij ons beleid. Door te luisteren en in gesprek te
                            zijn, blijven we op de hoogte van de wensen en behoeften van deze
                            doelgroep en kunnen we beleid op tijd bijstellen. </al><al>Inclusief beleid maken, met als startpunt de wens van mensen met een
                            functiebeperking om zelf keuzes te maken en zelf verantwoordelijkheid te
                            nemen, dat is wat wij willen. Dat houdt ook in dat er mogelijkheden
                            moeten zijn om die verantwoordelijkheid ook waar te maken. Wij kunnen
                            die mogelijkheden bieden door onnodige drempels weg te halen.</al><al>Als gemeente werken we eraan om bij het vormgeven van gemeentelijk
                            beleid in alle fasen van de beleidscyclus rekening te houden met
                            verschillen tussen mensen met en zonder functiebeperking. Inclusief
                            beleid is de alomvattende term die gebruikt wordt om aan te duiden dat
                            beleid gericht moet zijn opdat iedereen kan meedoen. In 2012 heeft een
                            bijeenkomst plaatsgevonden om beleidsadviseurs bewust te maken van de
                            insluiting van mensen met een functiebeperking. Uit de gesprekken blijkt
                            dat bewustmaking helpt, maar het mag niet tijdelijk van aard zijn. Het
                            is een eerste stap. Het verder ontwikkelen van “inclusief beleid” in de
                            gemeentelijke werkprocessen wordt benoemd als vervolg. Daar zijn alle
                            inwoners bij gebaat. Over de mate van inclusief beleid in de gemeente
                            Utrechtse Heuvelrug is nog ruimte voor verbetering.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 zetten we in op de doorontwikkeling van inclusief beleid
                            zodat alle algemene voorzieningen (digitaal en fysiek) bereikbaar zijn
                            voor iedereen. </al><al>Daarvoor zetten we vooral in op de doorontwikkeling van inclusief
                            beleid. Dat is de rode draad. We leggen prioriteit bij het bereiken van
                            structurele bereikbaarheid. Dat is ook naar voren gebracht bij de
                            consultaties. Voor de gemeente geldt daarbij dat we alert zijn op
                            afstemming van beleid en uitvoering en dat we de juiste input vooraf
                            verzamelen. De gemeente staat bij het bereiken van deze doelstelling
                            echter niet alleen, het vraagt ook van de inwoners en het
                            maatschappelijk middenveld een proactieve houding. </al><al><onderstreept>Doorontwikkelen inclusief beleid</onderstreept></al><al>Inclusief beleid (de methode/richtlijnen liggen vast in Agenda 22) heeft
                            prioriteit. Inclusief beleid gaat over: niemand uitsluiten in de
                            samenleving en rekening houden met alle doelgroepen. De komende jaren
                            wordt gewerkt aan een duurzame gedragsverandering in de gemeentelijke
                            organisatie zodat vanzelfsprekend is dat iedereen mee moet kunnen doen.
                            Wat gaan we doen om dit te bereiken:</al><lijst><li nr="-"><al>onderzoek naar de mate waarin processen en effecten over
                                    inclusief beleid nu plaatsvinden en hoe dit kan worden
                                    verbeterd;</al></li><li nr="-"><al>vroegtijdig betrekken / consulteren van (kwetsbare) doelgroepen,
                                    zowel bij de digitale als de fysieke bereikbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>interne werkprocessen sluiten aan bij een manier van werken
                                    waarbij consultatie en rekening houden met specifieke
                                    doelgroepen centraal staat;</al></li><li nr="-"><al>een dorpsgerichte benadering waar ruimte is voor maatwerk in en
                                    rondom de dorpen (mobiliteit, bereikbaarheid, informatie)</al></li></lijst><al><onderstreept>Informatievoorziening en communicatie</onderstreept></al><al>Informatievoorziening en communicatie zijn geen doelen op zich. Wat we
                            willen bereiken met betere informatie en communicatie is dat
                            gemeentelijke diensten bereikbaar, laagdrempelig en toegankelijk zijn
                            voor iedereen. Wat gaan we doen om dit te bereiken:</al><lijst><li nr="-"><al>Een onderzoek onder specifieke doelgroepen (mensen met
                                    functiebeperking, ouderen, jongeren) waarbij we vragen of de
                                    communicatie over de diensten die worden aangeboden helder is.
                                    Deze actie is nadrukkelijk benoemd bij de consultatie en draagt
                                    bij aan de te bereiken doelen;</al></li><li nr="-"><al>Ontwikkelen van een sociale kaart, zodat mensen met een
                                    (hulp)vraag snel de weg weten te vinden (zie ook paragraaf
                                    3.3);</al></li><li nr="-"><al>Een of meerdere pilots waarbij het samenspel tussen inwoner en
                                    gemeente wordt benut met als doel de (digitale) bereikbaarheid
                                    samen met inwoners te vergroten. </al></li></lijst><al>In onderstaande tabel is te zien dat we nog onvoldoende zicht hebben op
                            de huidige stand van zaken. Met de voorgenomen acties maken we een start
                            om de benodigde informatie te krijgen.</al><al><vet>Prestatie-indicatoren:</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="9*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="9*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="9*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="9*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1
                                                  </cursief><cursief>a</cursief><cursief>antal
                                                  (beleids)plannen en projecten waar inclusief
                                                  beleid is toegepast</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb </al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 </cursief><cursief>percentage
                                                  inwoners dat tevreden is over
                                                  de</cursief><cursief> informatievoorziening van
                                                  </cursief><cursief>algemene
                                                  voorzieningen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 </cursief><cursief>percentage inwoners
                                                  dat
                                                  </cursief><cursief>t</cursief><cursief>evreden</cursief><cursief>
                                                  is over de </cursief><cursief>fysieke
                                                  bereikbaarheid </cursief><cursief>algemene
                                                  voorzieningen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Lichamelijke gezondheid</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De algemeen aanvaarde definitie van gezondheid van de
                            Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) luidt:</al><al><cursief>‘gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk,
                                geestelijk en maatschappelijke welzijn en niet slechts de
                                afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken’</cursief>.
                        </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Opvallend is de relatie tussen geestelijk, lichamelijk en sociaal
                            welzijn en de maatschappelijke betekenis die gezondheid daarmee heeft.
                            Gezondheid wordt behalve door biologische factoren bepaald door de
                            fysieke en sociale leefomgeving, de leefstijl of het gedrag van mensen
                            en de beschikbaarheid van gezondheidszorgvoorzieningen. In dit hoofdstuk
                            zullen wij nader ingaan op het bevorderen van lichamelijke gezondheid en
                            gezonde leefgewoonten.</titel></kop><structuurtekst><al> In eerste instantie zijn inwoners zelf verantwoordelijk voor hun
                            (lichamelijke) gezondheid en leefgewoonten; de gemeente heeft een
                            faciliterende en regisserende rol en heeft samen met de rijksoverheid de
                            taak de gezondheid van haar inwoners te bevorderen en te beschermen. De
                            meeste mensen vinden gezondheid het allerbelangrijkste in het leven. Een
                            goede gezondheid heeft invloed op het welbevinden van mensen, op het
                            persoonlijk en sociaal functioneren, de thuissituatie, het werk en
                            deelnemen aan de samenleving. Om die reden zet de gemeente Utrechtse
                            Heuvelrug zich volop in voor de gezondheid en het welzijn van inwoners.
                            Hierbij wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met landelijke en
                            maatschappelijke ontwikkelingen, maar creëert de Utrechtse Heuvelrug op
                            basis van lokale gezondheidscijfers haar eigen visie op het bevorderen
                            van lichamelijke gezondheid en gezonde leefgewoonten. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al>In de landelijke gezondheidsnota “Gezondheid Dichtbij” wordt
                            geconstateerd dat het goed gaat met de gezondheid in algemene zin, en
                            lokale cijfers onderschrijven die stelling. Toch blijven er diverse
                            aandachtsgebieden bestaan die aandacht vragen, en die over het algemeen
                            één ding gemeen hebben: het zijn allemaal leefstijlthema’s, die vooral
                            een verandering in gedrag vragen.</al><al>Het Rijk heeft vijf speerpunten geformuleerd om de volksgezondheid te
                            verbeteren: overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk
                            alcohol gebruik. Stuk voor stuk speerpunten die ook in onze gemeente
                            voor verbetering vatbaar zijn, wat aan de hand van cijfers zichtbaar
                            wordt gemaakt.</al><al><cursief>Overgewicht</cursief></al><al>Overgewicht is wereldwijd een explosief groeiend probleem, en de
                            gemeente wijkt daar niet in af. Bij liefst 16% van de 5- en 6-jarigen is
                            er sprake van (ernstig) overgewicht, terwijl dit bij de volwassenen op </al><al><vet>Percentage overgewicht Gemeente Utrechtse Heuvelrug,</vet><vet>
                                naar leeftijd,</vet><vet> 2012</vet></al><al>liefst 47% ligt, en senioren met 54% de absolute negatieve top vormen.
                            Naarmate de jongste jeugd ouder wordt groeit het probleem, en hoewel de
                            lokale cijfers niet afwijken van het regionale en landelijke beeld moge
                            duidelijk zijn dat overgewicht een nog immer groeiend probleem is, waar
                            sterk preventief interveniëren door de gemeente vanuit de regisserende
                            en faciliterende rol, gebruikmakend van lokale netwerken en kennis,
                            eerste lijnszorg, welzijnsorganisaties en sportverenigingen zeer gewenst
                            is. Het is een maatschappelijk breed probleem, wat ook om een
                            maatschappelijke brede oplossingsrichting vraagt.</al><al><cursief> Diabetes</cursief>In navolging van overgewicht,
                            groeit ook het aantal diabetici in onze gemeente. In 2012 kampte 4% van
                            de volwassenen in onze gemeente met diabetes, waar dit percentage
                            regionaal op 3% ligt. Bij de senioren liggen deze percentages met 11% in
                            de Utrechtse Heuvelrug en liefst 13% in de regio Midden Nederland
                            aanzienlijk hoger, met de kanttekening dat diabetes type 2 veelal
                            optreedt na het 40<sup>e</sup> levensjaar.</al><al><vet>Percentage </vet><vet>Diabetes, volwassenen en senioren,</vet><vet>
                                Gemeente Utrechtse Heuvelrug, 2012</vet></al><al><cursief> Roken</cursief>Roken is één van de belangrijkste
                            vermijdbare oorzaken van ziekte en vroegtijdige sterfte in Nederland.
                            Behalve dat roken schade toebrengt aan de eigen gezondheid brengen
                            rokers ook hun omgeving gezondheidsschade toe. In de gemeente wordt
                            relatief veel gerookt. 18% van de tweede en vierde klassers heeft wel
                            eens gerookt, terwijl in diezelfde leeftijdscategorie 1 op de 12
                            kinderen zelfs elke dag rookt. Ook het percentage vrouwen dat tijdens de
                            zwangerschap rookt ligt verontrustend hoog (9%), terwijl liefst 25% van
                            de volwassenen rookt.</al><al><vet>Percentage </vet><vet>rokers</vet><vet> Gem</vet><vet>eente
                                Utrechtse Heuvelrug</vet><vet>,</vet><vet> 2012</vet></al><al><cursief>Alcoholgebruik</cursief></al><al>Van de Nederlandse bevolking boven de 12 jaar geeft 80% in 2009 aan wel
                            eens alcohol te drinken. Op basis van verkoopcijfers van alcohol blijkt
                            dat in 2009 per persoon in de totale bevolking gemiddeld 73 liter bier,
                            22 liter wijn en vier liter gedistilleerd werd geconsumeerd. Hoewel de
                            cijfers in de Utrechtse Heuvelrug relatief gunstig afwijken, is
                            overmatig alcoholgebruik ook in onze gemeente een nadrukkelijk
                            aandachtsgebied. </al><al><vet>Percentage </vet><vet>alcoholgebruik</vet><vet> jeugd</vet><vet>
                                Gemeente Utrechtse Heuvelrug,</vet><vet> naar leeftijd,</vet><vet>
                                2012</vet></al><al><cursief>Algemene gezondheid</cursief></al><al>Hoewel sommige cijfers anders doen vermoeden, is niet alles kommer en
                            kwel. Zoals reeds eerder geconstateerd gaat het goed met gezondheid in
                            algemene zin, en wijken cijfers in onze gemeente bijvoorbeeld ook
                            positief af van de rest van de regio. Bij de senioren scoren inwoners
                            minder hoog als het om slecht ervaren gezondheid gaat en wijken de
                            cijfers op het gebied van de beweegnorm/fitnorm, overgewicht en ernstig
                            overgewicht bijvoorbeeld positief af van de rest van de regio en het
                            land. Onze jeugd scoort zorgelijk op het gebied van alcoholgebruik, maar
                            daarentegen weer beter dan elders in de provincie. </al><al>Het Rijk staat voor eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van
                            mensen. Dat geldt ook voor gezondheid. Dit betekent dat niet de overheid
                            maar de mensen zelf in eerste instantie aan zet zijn. Betrokkenheid van
                            het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, het onderwijs en
                            zorgverleners is belangrijk. Indien een bijdrage van de overheid
                            noodzakelijk is, zijn volgens de regering de gemeenten in veel gevallen
                            als eerste aan zet. </al><al>Al met al staat de gemeente Utrechtse Heuvelrug er op het gebied van
                            lichamelijke gezondheid en leefstijl niet slecht voor. Landelijke
                            gezondheidsproblematiek wordt ook lokaal gesignaleerd, maar wijkt in het
                            algemeen vaker positief dan negatief af. Toch is in lijn van het
                            landelijk beleid gericht lokaal interveniëren, vanuit de faciliterende
                            en regisserende rol, noodzakelijk. Invulling geven aan de
                            aandachtsgebieden, en dit zo lokaal mogelijk zien in te vullen: zorg en
                            preventie dichtbij in de buurt. </al><al>6.3Wat doen we al?</al><al>In de afgelopen jaren hebben we ingezet op secundaire Preventie
                            overgewicht bij kinderen van 0 tot 19 jaar met het Overbruggingsplan
                            Overgewicht. In het basistakenpakket van de Jeugdgezondheidszorg is dit
                            nu regulier in het werk opgenomen. Dit betekent dat bij overgewicht
                            kinderen gestimuleerd worden aan een dergelijk programma deel te
                            nemen.</al><al>Op middelbare scholen hebben deskundigheidstrainingen plaatsgevonden
                            voor docenten over het herkennen van eetstoornissen.</al><al>Verder is een alcoholmatigingsproject voor jongeren van start gegaan met
                            als doel een daling van het alcoholgebruik onder jongeren, het voorkomen
                            van schadelijk alcoholgebruik en het verminderen en voorkomen van
                            openbare orde problematiek en overlast. Dit project is nu opgenomen in
                            de jeugdnota 2013-2016. In onderlinge samenwerking met diverse partijen
                            wordt alcoholmatiging bij ouders en jongeren onder de aandacht gebracht
                            en wordt ingezet op regelgeving, voorlichting en handhaving.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 stimuleren we lichamelijke gezondheid en gezonde
                            leefgewoonten, zodat meer inwoners een goede gezondheid ervaren en een
                            gezonde leefstijl hanteren.</al><al>Daartoe investeren we komende beleidsperiode in interventies gericht op
                            het bevorderen van de leefstijl.</al><al><onderstreept>Leefstijlprojecten</onderstreept>In
                            samenwerking met lokale instellingen zullen wij inzetten op
                            leefstijlprojecten voor jeugd en ouderen. Door middel van een
                            preventieve aanpak, voornamelijk gericht op het terugdringen van
                            alcoholgebruik en overgewicht, beogen wij bij te dragen aan het
                            prestatiedoel en bovendien de stijgende zorgkosten in de toekomst te
                            verminderen. </al><al>De interventies gericht op alcoholmatiging zullen binnen het daartoe
                            reeds opgezette project plaatsvinden. Om overgewicht terug te dringen is
                            het zaak vol op het stimuleren van bewegen en gezonde voeding in te
                            zetten, gericht op alle doelgroepen. Bewezen interventies gericht op
                            leeftijd, bijvoorbeeld GALM voor ouderen en JOGG (Jongeren Op Gezond
                            Gewicht), Lekker Fit en/of Gezonde School voor jongeren, maar ook aanpak
                            op specifieke aandoeningen. </al><al>JOGG is een geïntegreerde en duurzame aanpak, gericht op gedrag en
                            omgeving, om een gezond gewicht bij jongeren te bevorderen. Dit gebeurt
                            door middel van acties voor gezond eten en acties die het voor kinderen
                            en jongeren aantrekkelijk maken om voldoende te bewegen. In andere
                            gemeenten (ook in de regio) zijn met dit project goede ervaringen
                            opgedaan.</al><al>Samen met lokale zorg- en beweegaanbieders en de GGD wordt in een
                            jaarlijks uitvoeringsprogramma invulling gegeven aan de diverse
                            leefstijlprojecten, afhankelijk van de beschikbare budgetten.</al><al><onderstreept>Lokale
                            netwerkvorming</onderstreept>Bovengenoemde
                            leefstijlprojecten brengen tevens lokale partijen dichter bij elkaar en
                            bevorderen samenwerking, en stimuleren tot een ketenaanpak. Benutten van
                            de al aanwezige expertise, bundelen van krachten, en zo lokaal mogelijk
                            bijdragen om vitale dorpen te stimuleren. Dichtbij huis, bij de
                            sportclub en op scholen. Lokaal signaleren, lokaal anticiperen.</al><al><vet>Wat willen we bereiken?</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="44*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="22*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Effect-indicatoren</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bron</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Referentie</vet><vet>-</vet><vet> of
                                                  </vet><vet>n</vet><vet>ulwaarde (2012)</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Streefwaarde 2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1 percentage 9-11 jarigen met
                                                  overgewicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 percentage 13-14 jarigen met
                                                  overgewicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 percentage 19-65 jarigen met
                                                  overgewicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>47</al></entry><entry colname="col4"><al>44</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 percentage 65+ met
                                                overgewicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>54</al></entry><entry colname="col4"><al>51</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>5 percentage overmatig alcoholgebruik 19-65
                                                  jarigen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>6 percentage overmatig alcoholgebruik
                                                  65+</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>7 percentage volwassenen met matig tot
                                                  slecht ervaren gezondheid</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>8 percentage senioren met matig tot slecht
                                                  ervaren gezondheid</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry><entry colname="col4"><al>29</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Prestatie-indicatoren:</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="53*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="10*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1 </cursief><cursief>Aantal
                                                  leefstijlprojecten gericht op
                                                  jeugd</cursief><cursief> (o.m.
                                                JOGG)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb </al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 Aantal leefstijlprojecten gericht op
                                                  ouderen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 Aantal interventies
                                                  alcoholmatiging</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 Aantal interventies gezond
                                                  gewicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Sportparticipatie</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De afgelopen jaren kenmerkte het sportbeleid van de gemeente Utrechtse
                            Heuvelrug zich door afzonderlijke notities en projectplannen, en een
                            nota die zich voornamelijk op harmoniseren en accommodatievraagstukken
                            richtte. Daarmee werd in nauwe samenwerking met Heuvelrug Sport
                            Initiatief (HSI) succesvol invulling gegeven aan de problematiek van dat
                            moment. De sport is toegankelijk gemaakt, de voorzieningen op orde
                            gebracht, en de kracht van verenigingen geoptimaliseerd. Komende
                            beleidsperiode kunnen wij daar de vruchten van plukken, en sport méér
                            dan voorheen als bindmiddel voor de samenleving inzetten.</al><al>Zo is er de afgelopen jaren gebruikgemaakt van de breedtesportimpuls en
                            zijn er diverse evenementen georganiseerd om de sportparticipatie van
                            bepaalde doelgroepen te verhogen. Door de ontwikkelingen in en rondom de
                            sport, en de centralere positie die sport steeds meer inneemt in de
                            hedendaagse maatschappij, kan sport bijvoorbeeld op het gebied van
                            gezondheidsbevordering een nadrukkelijkere rol invullen dan tot op heden
                            het geval is. Participeren om gezondheidswinst te behalen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al><cursief> Algemeen</cursief>Lokaal sport- en beweegbeleid
                            dient aan te sluiten bij actuele trends en ontwikkelingen, zowel op het
                            terrein van de sport zelf als ook op bijvoorbeeld demografisch,
                            sociaal-economisch en sociaal-maatschappelijk gebied. Een voorbeeld van
                            zo’n actuele trend is de toenemende problematiek rondom overgewicht. Een
                            trend waar ook de Utrechtse Heuvelrug mee te maken heeft.</al><al>Door de jaren heen is er vanuit het Rijk veel ingezet op sport.
                            Beleidsbrieven en nota’s stonden veelal in het teken van topsport,
                            waarna het verenigingsleven en de laatste jaren vooral sport in de buurt
                            centraal kwamen te staan. Ook in gezondheidsbeleid werd de kracht van
                            sport als middel steeds nadrukkelijker, en beweegcijfers, maar ook
                            cijfers op het gebied van overgewicht, diabetes en eenzaamheid
                            onderstrepen de mogelijkheden die sport als middel kan bieden. Sport als
                            bindmiddel in de samenleving: dáár liggen de kansen.</al><al><cursief> Beweegcijfers</cursief>De beweegcijfers in
                            onze gemeente wijken over het algemeen positief af van de rest van de
                            regio. Dat neemt niet weg dat 10% van de jeugd tussen 9 en 12 jaar niet
                            voldoet aan de landelijke beweegnorm, terwijl bij volwassenen en
                            senioren dit percentage met respectievelijk 34% en 25% aanzienlijk hoger
                            ligt. De cijfers onderschrijven het beeld: teneinde diverse
                            gezondheidsdoelstellingen te bewerkstelligen kan beweging, bijvoorbeeld
                            via sport, de remedie zijn, en op het gebied van bevorderen van beweging
                            valt nog voldoende winst te behalen.</al><al><vet>Percentage </vet><vet>inwoners </vet><vet>Gemeente Utrechtse
                                Heuvelrug</vet><vet>dat niet aan beweegnorm
                                voldoet</vet><vet>,</vet><vet> naar </vet></al><al><vet>leeftijdscategorie,</vet><vet> 2012</vet></al><al><cursief> Sportparticipatie</cursief>Net als bij de
                            beweegcijfers, scoren onze inwoners ook gunstig op het gebied van
                            sportparticipatie bij de jeugd. Bij de 9 tot 12 jarigen is liefst 85%
                            lid van een sportvereniging, en dat percentage is stabiel gebleven
                            terwijl in de rest van de regio het aantal afnam. Ook bij de 13 tot 17
                            jarigen wijkt onze gemeente positief af van de rest van de regio, en
                            zijn meer jongeren de afgelopen jaren lid geworden van een
                            sportvereniging. Lag dit percentage in 2008 nog op 75%, in 2010 was
                            liefst 79% lid van een vereniging. Daar staat dus automatisch tegenover
                            dat 1 op de 5 in die leeftijd géén lid is van een sportvereniging.</al><al><cursief>Aangepast sporten</cursief>Het is bekend dat mensen
                            met een functiebeperking in verhouding minder sporten en bewegen dan
                            mensen zonder functiebeperking. En dat is opvallend, aangezien voldoende
                            lichaamsbeweging tot gezondheidswinst kan leiden voor mensen met een
                            lichamelijke beperking of chronische aandoening. Voor met name
                            verstandelijk beperkten en mensen met een visuele of auditieve beperking
                            is sport ook een manier om te participeren in de maatschappij.</al><al>Uit onderzoek in 2012 bleek dat het huidige sportaanbod en de
                            sportbehoefte vanuit de doelgroep niet volledig op één lijn zitten. Er
                            is behoefte aan een laagdrempelig, betaalbaar en specifiek aanbod voor
                            aangepast sporten. Veel mensen vanuit de doelgroep vinden de drempel te
                            hoog om samen met valide personen te sporten. Dit komt doordat zij niet
                            altijd mee kunnen komen tijdens de beweeguren.</al><al><cursief>Sport in de buurt</cursief>Sport als bindmiddel in de
                            samenleving, dat is een doel op zich. Verbindingen leggen tussen sport
                            en sectoren als onderwijs en zorg, samenwerking tussen sport en
                            bedrijfsleven. Ontwikkelingen die al ingezet zijn door de implementatie
                            van combinatiefunctionarissen, en die door buurtsportcoaches verder
                            versterkt kunnen worden. Sport in de breedte verder ontwikkelen, met het
                            verenigingsleven als spil om samenwerking in te bedden. Om met de
                            woorden van het NOC*NSF af te sluiten: Sport inspireert, sport verbindt,
                            sport verandert de wereld. Met sport maken we de samenleving een beetje
                            beter.</al><al><cursief> Fairplay</cursief></al><al>Helaas signaleren we landelijk ook een toenemende trend op het gebied
                            van wangedrag en wanordelijkheden op en rondom de sportvelden.
                            Onacceptabel, en gezien de grote mate van betrokkenheid van sporters,
                            ouders, coaches en jeugdleiders een ontwikkeling die om brede aandacht
                            vraagt en in zekere zin ook een mentaliteitsverandering. In eerste
                            instantie een verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf, maar dat
                            sport in gedragsopvoeding kan bijdragen aan die mentaliteitsverandering,
                            in die zin dat sportiviteit belangrijker is dan winnen of verliezen
                            staat buiten kijf.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat doen we al?</titel></kop><structuurtekst><al>Afgelopen jaren is er sterk ingezet op het op orde brengen van de
                            sportfaciliteiten, en het harmoniseren van afspraken met verenigingen.
                            De sportnota “Sport in beeld” heeft hier nadrukkelijk invulling aan
                            gegeven, met alle positieve gevolgen van dien. De randvoorwaarden voor
                            een gunstig sport- en beweegklimaat zijn geschapen, hetgeen
                            sportbeoefening als middel toe te passen beter mogelijk maakt.</al><al>Daar is afgelopen jaren een voorzichtig begin aan gegeven door de inzet
                            van combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches. Verbindingen tussen
                            onderwijs en sport werden gelegd, en jeugd kwam op een laagdrempelige
                            manier in aanraking met andere sporten, met verenigingsleven en met
                            trainers met sportspecifieke kennis en vaardigheden. Waar in eerst
                            instantie werd ingezet op 7,2 FTE, daar is in 2012 de ambitie
                            uitgesproken om dit aantal op te voeren naar 10,0 FTE in 2016. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 stimuleren we een hogere sportparticipatie onder alle
                            doelgroepen, om gezondheidswinst, zelfredzaamheid en levenskwaliteit van
                            inwoners van de Utrechtse Heuvelrug te verhogen.</al><al><onderstreept>Inzet combinatiefuncties /
                                buurtsportcoaches</onderstreept>Essentieel is de
                            inzet van combinatiefuncties, en specifiek buurtsportcoaches.
                            Buurtsportcoaches zijn combinatiefunctionarissen met als specifieke
                            opdracht het organiseren van een sport- en beweegaanbod in de buurt en
                            het maken van een verbinding tussen sport- en beweegaanbieders en andere
                            sectoren zoals zorg, welzijn, jeugdzorg en kinderopvang en onderwijs. Er
                            is altijd sprake van een combinatie met sport en bewegen. Doel is om de
                            komende beleidsperiode het aantal combinatiefunctionarissen uit te
                            breiden naar 10,0 FTE , verspreid over de dorpen.</al><al><onderstreept>Sport voor alle
                            doelgroepen</onderstreept>Naast de inzet van
                            combinatiefuncties is de nadrukkelijke doelstelling om beweegprojecten
                            gericht op specifieke doelgroepen te ontwikkelen en/of in te zetten.
                            Daarbij kan gedacht worden aan de in hoofdstuk 6 al genoemde
                            beweegprojecten voor ouderen (GALM) en jongeren (JOGG), maar daarnaast
                            het aangepast sporten aanbod voor mensen met een functiebeperking en het
                            ontwikkelen van recreatief aanbod bij verenigingen naast het bestaande
                            competitieve aanbod . </al><al><onderstreept>Sport is leuk!</onderstreept></al><al>Naast alle interventies gericht op het stimuleren van bewegen en
                            gezondheidswinst is het tevens een doelstelling om vooral ook de andere
                            kant van sport te accentueren. Sport is leuk! Sport draagt bij aan
                            sociale cohesie, is een middel in de bestrijding van eenzaamheid en
                            vooral een leuke vrije tijd besteding. Schoolsportdagen, met
                            samenwerking tussen basisscholen en sportverenigingen, fairplay
                            projecten, en de recreatieve kant van sport zijn mogelijkheden die bij
                            kunnen dragen om die <cursief>leuke </cursief>kant te accentueren, en om
                            doelgroepen die nu nog niet of te weinig bewegen óók bij de sport te
                            betrekken, onder de vlag van een sportvereniging.</al><al><vet>Wat willen we bereiken?</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Effect-indicatoren</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bron</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Referentie- of nulwaarde (2012)</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Streefwaarde 2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1 percentage 9-12 jarigen dat voldoet aan
                                                  de beweegnorm </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>90</al></entry><entry colname="col4"><al>93</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 percentage 9-12 jarigen dat lid is van
                                                  een sportvereniging</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>85</al></entry><entry colname="col4"><al>88</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 percentage 19-65 jarigen dat voldoet aan
                                                  de beweegnorm </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>66</al></entry><entry colname="col4"><al>69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 percentage 65+ dat voldoet aan de
                                                  beweegnorm</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>72</al></entry><entry colname="col4"><al>75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>5 percentage 19-65 jarigen dat voldoet aan
                                                  de beweegnorm </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>66</al></entry><entry colname="col4"><al>69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>6 percentage 65+ dat voldoet aan de
                                                  beweegnorm</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>GGD Atlas</al></entry><entry colname="col3"><al>72</al></entry><entry colname="col4"><al>75</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Prestatie-indicatoren:</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="10*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="10*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="10*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1</cursief><cursief> aantal verenigingen
                                                  met combinatiefunctionarissen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>17</al></entry><entry colname="col5"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 aantal dorpen met
                                                GALM-aanbod</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 aantal beweegprojecten voor
                                                  jongeren</cursief><cursief> (o.m.
                                                JOGG)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 aantal verenigingen met aangepast sporten
                                                  aanbod</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>5 </cursief><cursief> aantal FTE
                                                  combinatiefunctionarissen actief in
                                                  sport</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>6,2</al></entry><entry colname="col3"><al>7,5</al></entry><entry colname="col4"><al>8,0</al></entry><entry colname="col5"><al>8,0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>6 aantal basisscholen met jaarlijkse
                                                  schoolsportdag</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>7 aantal fairplay projecten</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Psychisch welbevinden</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoofddoel </vet><vet>WAT willen we
                                bereiken? </vet><vet>Wat gaan we daarvoor doen
                                (HOE)?</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Een van de verantwoordelijkheden van gemeenten is de algemene gezondheid
                            van inwoners bevorderen. In hoofdstuk 5 bespraken we al de lichamelijke
                            gezondheid. In dit hoofdstuk gaan we in op mentale gezondheid. </al><al>Een groot deel van de ziektelast wordt veroorzaakt door psychische
                            aandoeningen. Het gaat om depressies maar ook om dementie,
                            angststoornissen, suïcide en verslavingsproblematiek. Depressies komen
                            relatief veel voor en beïnvloeden de mentale gezondheid negatief.
                            Depressie is een ziekte die niet altijd is te voorkomen, maar met
                            preventie is een deel van de depressie te voorkomen of te verzachten. De
                            ziektelast van een depressie is groot, ook daarom is preventie
                            belangrijk. Het is ook effectief: onderzoek laat zien dat gerichte
                            preventieve interventies het ontstaan van een depressie met 20 tot 30%
                            verminderen. </al><al>Juist in dergelijke preventieprogramma’s kunnen we als gemeente de
                            mentale gezondheid van onze inwoners bevorderen. Om dit op effectieve
                            wijze te doen, is samenwerking nodig tussen instellingen, gemeente en
                            inwoners. Partijen kunnen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en
                            deskundigheid aansluitend op elkaar activiteiten en zorg bieden. Op deze
                            wijze ontstaat een keten voor preventie van depressies.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat signaleren we?</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Depressie opnieuw speerpunt in landelijk beleid</cursief></al><al>De landelijke gezondheidsnota ‘Gezondheid dichtbij’ noemt als extra punt
                            van aandacht de geestelijke gezondheid. Het is van belang dat mensen met
                            psychische klachten vroeg gesignaleerd en preventief behandeld worden.
                            Dit voorkomt nieuwe gevallen van psychische problematiek en vermindert
                            het aantal mensen met chronische problematiek. De keten waarin deze
                            patiënten op dit moment worden behandeld zal daarom adequaat moeten
                            functioneren, zo dicht mogelijk bij huis. </al><al>Op het gebied van depressiepreventie, maar ook welzijn wordt, aldus de
                            landelijke nota, maar weinig samengewerkt tussen gemeenten en de
                            eerstelijnszorg. Het Partnership Depressie Preventie ontwikkelt hiervoor
                            instrumenten. </al><al>De 'Basis GGZ' is een stap op de weg naar een verdere transitie van zorg
                            vanuit de tweedelijns GGZ naar de eerste lijn en de gemeenten (met name
                            binnen het WMO-kader). Behalve patiënten met enkelvoudige psychische
                            problemen zal op termijn ook de zorg voor patiënten met chronische
                            psychische problemen in de eerste lijn gaan plaatsvinden.</al><al>Een belangrijke functie wordt die van de POH GGZ (Praktijkondersteuner
                            Huisartsenpraktijk voor GGZ), waarvoor vanaf 2013 een ruimere
                            financiering beschikbaar komt, en vanaf 2014 ook een ruimere
                            taakstelling. Het is aan de gemeente om preventieprogramma’s goed af te
                            stemmen met de eerste lijn.</al><al>Uit gezondheidsonderzoek uit 2012 onder volwassenen en senioren door GGD
                            MN blijkt dat de afgelopen vier jaar in de provincie Utrecht het risico
                            op angst en depressie is toegenomen. Bijna 40% van de volwassenen in
                            regio Midden-Nederland heeft een matig risico op angst en depressie,
                            terwijl het bij 6% van de volwassenen zelfs een hoog risico op angst en
                            depressie betreft. Angst en depressie komt daarmee in deze regio vaker
                            voor dan in de rest van Nederland. Deze signalen zijn ook van toepassing
                            op onze gemeente.</al><lijst><li nr="·"><al>Het aantal mensen met psychische problemen stijgt vooral onder
                                    jongvolwassenen (19-35 jarigen), lager opgeleiden en mensen met
                                    een laag inkomen. In de groep vrouwen van 19 tot 35 jaar geeft
                                    zelfs 8% aan ernstige psychische problemen te hebben. De
                                    psychische problemen van deze vrouwen staan niet op zichzelf.
                                    Zij geven aan daarnaast ook problemen te hebben met financiën,
                                    werk/baan en zelfontwikkeling en ontplooiing. </al></li><li nr="·"><al>Ruim de helft van de 75-plussers voelt zich eenzaam, in de regio
                                    Midden-Nederland vaker dan het landelijk gemiddelde. Oorzaken
                                    kunnen zijn het verlies van de partner of vrienden,
                                    verminderende mobiliteit en kleine sociale netwerken.</al></li><li nr="·"><al>Meer mensen in de rode cijfers: 8% van de volwassenen en 3% van
                                    de senioren in de regio geeft aan ernstige financiële problemen
                                    te hebben. Het percentage onder volwassenen is in de afgelopen
                                    vier jaar toegenomen, vooral bij jong volwassenen in de leeftijd
                                    van 19 tot 35 jaar, laagopgeleiden en allochtonen. Mensen met
                                    financiële problemen hebben vaker een chronische aandoening,
                                    meer psychische problemen en vaak slechte leefgewoonten. </al></li></lijst><al>Kinderen 0-4 jaar: Deze groep is kwetsbaar bij ingrijpende
                            gebeurtenissen als ziekte, en echtscheiding van ouders.</al><al>Jeugd 4-19: Hoewel psychosociale problematiek en alle zaken die daaraan
                            verwant zijn niet significant afwijken van het gemiddelde in de regio of
                            ten opzichte van de cijfers van 2008 is dit wel iets wat aandacht
                            vraagt. Bij jongeren is het risico op psychische problemen groter
                            naarmate zij een lager opleidingsniveau hebben. </al><al><vet>De gezondheid van Midden-Nederland [%], 2008</vet><vet>
                                en</vet><vet> 2012 - Gemeente Utrechtse Heuvelrug</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente Utrechtse Heuvelrug</al></entry><entry colname="col4"><al>GGD Midden-Nederland</al></entry><entry colname="col5"><al>Regio Zuid Oost</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Risico op angststoornis/depressie, 19-65
                                                jarigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>37</al></entry><entry colname="col4"><al>36</al></entry><entry colname="col5"><al>37</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>41</al></entry><entry colname="col4"><al>45</al></entry><entry colname="col5"><al>44</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Risico op angststoornis/depressie, 65+</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>38</al></entry><entry colname="col4"><al>38</al></entry><entry colname="col5"><al>38</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Eenzaamheid, 19-65 jarigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry><entry colname="col4"><al>35</al></entry><entry colname="col5"><al>35</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>37</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry><entry colname="col5"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Eenzaamheid, 65+</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>42</al></entry><entry colname="col4"><al>43</al></entry><entry colname="col5"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>47</al></entry><entry colname="col4"><al>47</al></entry><entry colname="col5"><al>47</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Psychosociale problemen, 5-6 jarigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>9</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Psychosociale problemen, 9-11 jarigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry><entry colname="col5"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Psychosociale problemen, 13-14 jarigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry><entry colname="col5"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry><entry colname="col4"><al>11</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Psychosociale problematiek, 13-17 jarigen (klas 2 en
                                                4)</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry><entry colname="col4"><al>13</al></entry><entry colname="col5"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry><entry colname="col5"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Pest zelf op school afgelopen 3 maanden, 13-17
                                                jarigen (klas 2 en 4)</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>27</al></entry><entry colname="col4"><al>28</al></entry><entry colname="col5"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry><entry colname="col4"><al>17</al></entry><entry colname="col5"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Gepest op school afgelopen 3 maanden, 13-17 jarigen
                                                (klas 2 en 4)</al></entry><entry colname="col2"><al>2008</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry><entry colname="col4"><al>17</al></entry><entry colname="col5"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>2012</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry><entry colname="col4"><al>14</al></entry><entry colname="col5"><al>15</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat doen we al?</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Bevorderen van psychische gezondheid door het creëren van een
                                    basisaanbod.</al><lijst><li nr="o"><al>Via het algemeen maatschappelijk werk bieden we
                                            laagdrempelige eerstelijns hulpverlening aan inwoners
                                            met psychosociale, relationele en materiële problemen,
                                            om de mogelijkheid te vergroten zelfstandig hun eigen
                                            leven te leiden en actief bij te dragen aan de
                                            leefomgeving.</al></li><li nr="o"><al>Er is een basisaanbod tot stand gekomen op het gebied
                                            van jeugd door de verdere ontwikkeling van het Centrum
                                            voor Jeugd en Gezin. </al></li><li nr="o"><al>We subsidiëren preventieprogramma’s op het gebied van
                                            psychosociale problematiek</al></li><li nr="o"><al>In het kader van de schuldhulpverlening zijn sinds vorig
                                            jaar de Schuldhulpmaatjes actief. Dit is een project van
                                            de gezamenlijke Kerken en wordt ook door de gemeente
                                            gesubsidieerd. Daarnaast subsidiëren wij Humanitas die
                                            op dit vlak actief is. </al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Kwetsbare personen en risicogroepen bereiken en begeleiden.</al><lijst><li nr="o"><al>In de afgelopen jaren is ingezet op het opzetten van een
                                            Ketenzorg Dementie. Resultaat hiervan is: twee
                                            ontmoetingscentra voor dementerenden en hun
                                            mantelzorgers, casemanagers actief bij de ondersteuning
                                            van dementeren, een expertteam en een organisatorische
                                            en juridische structuur van de Ketenzorg in opbouw. De
                                            Ketenzorg Dementie is nu verder geborgd in het
                                            Wmo-beleidsplan 2013-2016.</al></li><li nr="o"><al>Ook is ingezet op een herijking van het Meldpunt Zorg en
                                            Overlast van de GGD, een plek waar inwoners en
                                            organisaties mensen kunnen aanmelden over wie men zich
                                            zorgen maakt of die overlast veroorzaken. Het gaat om
                                            mensen die meervoudige, complexe problemen hebben op het
                                            gebied van gezondheid, wonen, geld en/of juridische
                                            kwesties. Resultaat: een samenwerkingsconvenant dat eind
                                            2013 voor 5 jaar afgesloten wordt. In die periode
                                            onderzoeken we wat door het lokale veld kan worden
                                            overgenomen en waar het Meldpunt aanvullend moet blijven
                                            werken. Dat is mede afhankelijk van de verschillende
                                            transities en politieke ontwikkelingen, die momenteel
                                            plaatsvinden. </al></li><li nr="o"><al>Op dit moment formuleren we beleid om huisvesting en
                                            zorg van kwetsbare inwoners met complexe problematiek te
                                            verbeteren.</al></li><li nr="o"><al>Outreachende hulpverlening bij huiselijk geweld is via
                                            de Keten van het Veiligheidshuis tot stand gekomen. Dit
                                            geldt voor alle leeftijden en zowel voor daders als
                                            slachtoffers.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Prestatiedoel</onderstreept></al><al>Vanaf 2014 zetten we in op preventieprogramma’s, zodat meer inwoners
                            zich psychisch welbevinden. </al><al>De komende beleidsperiode zetten we nog gerichter in op preventie van
                            psychosociale problemen. Door het versterken van de keten en de
                            verbinding met de eerste lijn te verstevigen, willen we signalen sneller
                            kunnen vertalen naar doelgerichte preventieprogramma’s. </al><al>We blijven inzetten op de bovengenoemde onderdelen:</al><lijst><li nr="·"><al>Bevorderen van psychische gezondheid door het creëren van een
                                    basisaanbod</al></li><li nr="·"><al>Kwetsbare personen en risicogroepen bereiken en begeleiden.</al></li></lijst><al>Voortbordurend daarop werken we toe naar een uitvoeringsprogramma zoals
                            het Trimbos-instituut adviseert. Dit bevat de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="-"><al>Maatregelen gericht op de omgeving;</al></li><li nr="-"><al>Voorlichting en bewustwording;</al></li><li nr="-"><al>Signalering en advies;</al></li><li nr="-"><al>Preventieve ondersteuning c.q. preventie-interventies.</al></li></lijst><al>Dit uitvoeringsprogramma gaan we in samenspraak met de GGD nader
                            concreet vormgeven. Hierin nemen we suggesties mee die in de
                            participatiebijeenkomsten en in de gesprekken met de huisartsen zijn
                            aangedragen. We maken, gezien de verschillende soorten problematiek, een
                            keuze op welke doelgroep we gaan inzetten.</al><al><vet>Prestatie-indicatoren</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="74*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>1
                                                  </cursief><cursief>l</cursief><cursief>aagdrempelige
                                                  eerstelijns hulpverlening</cursief><cursief> in de
                                                  dorpen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>2 aantal preventieprogramma’s psychosociale
                                                  problematiek</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>3 pilot huisvesting kwetsbare inwoners met
                                                  complexe problematiek</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>x</al></entry><entry colname="col3"><al>x</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>4 prestatie-afspraken met gesubsidieerde
                                                  organisaties over de meldcode huiselijk
                                                  geweld</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col3"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col4"><al>Nnb</al></entry><entry colname="col5"><al>Nnb</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financieel kader</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Integraal budget</titel></kop><structuurtekst><al>De nota welzijn is een brede nota waarin inhoudelijke verbindingen
                            gelegd worden tussen de beleidsterreinen volksgezondheid, sport en
                            bereikbaarheid en de functie van verbinder. Het integraal oppakken van
                            genoemde beleidsterreinen biedt nieuwe kansen en mogelijkheden.
                            Beleidsterrein overstijgende thema’s kunnen we effectiever oppakken. Dit
                            uitgangspunt moet ook een financiële vertaling krijgen en daarom stellen
                            we voor de budgetten die onder deze welzijnsnota vallen te bundelen,
                            zodat er een integraal budget ontstaat. </al><al>Een integraal budget biedt ons de mogelijkheid de beschikbare middelen
                            daar in te zetten waar de hoogste prioriteiten liggen. Nu het risico op
                            nieuwe bezuinigingen op de loer liggen en uitvoeringsbudgetten
                            verminderen, wordt het efficiënter inzetten van middelen juist
                            belangrijk. Indien de raad ermee instemt dat we deze beleidsperiode met
                            een integraal budget werken, zullen we aan de hand van een
                            uitvoeringsprogramma daaraan nadere uitwerking geven. In het
                            uitvoeringsprogramma zullen we de uitkomsten van de nieuwe
                            bezuinigingsronde, die gevolgen hebben voor de voor welzijn relevante
                            budgetten, verwerken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financieel overzicht </titel></kop><structuurtekst><al>Hieronder volgt een financieel overzicht van de bestaande middelen die
                            we momenteel voor welzijnsbeleid inzetten, uitgesplitst in de
                            activiteiten die we met de middelen financieren. We maken daarbij
                            onderscheid tussen budgetten die geoormerkt zijn op basis van wettelijke
                            verplichtingen of waartoe de gemeente zich deze beleidsperiode
                            anderszins heeft verplicht. </al><al>Voor 2014 zijn de subsidies grotendeels al verleend, dus daar is het
                            vrij inzetbaar budget beperkt. Vanaf 2015 zijn de meeste budgetten vrij
                            inzetbaar. Dit betekent uiteraard niet dat we alles loslaten wat we nu
                            doen, maar we willen er wel kritisch naar kijken en het budget daar
                            inzetten waar de prioriteit het hoogst ligt. Het spreekt voor zich dat,
                            wanneer verschuiving van middelen gevolgen heeft voor organisaties die
                            van de gemeente subsidie ontvangen, we voor die organisaties een
                            afbouwregeling treffen.</al><table><tgroup cols="10"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="9*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="8*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="9*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="10*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="8*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="8*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="8*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="8*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col10" namest="col1"><al><vet>Financieel overzicht budgetten nota Welzijn
                                                  2014-2017</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2014</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2014 vrij</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Bezuiniging 2014</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>2015</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>2015 vrij</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>2016</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>2016 vrij</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>2017</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>2017 vrij</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verbinden en ontmoeten</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 360.268</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 346</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>€ 360.614</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 360.614</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€ 360.614</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatie, advies, ondersteuning</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 146.324</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstverlening </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 53.326</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vorming en educatie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21.171</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mobiliteit: belbusproject</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 22.894</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheid</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.030</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>WZW-steunpunten</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 95.583</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sociale kaart</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8.500</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nationale Ouderendag</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 346</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ons Eetcafé</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.000</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Open eettafels</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8.000 </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijwilligerswerk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 87.800</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15.122</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>€ 102.922</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 87.670</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€ 87.670</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Advies en ondersteuning</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21.642</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ondersteuning maatschappelijke stages</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15.252</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 30.763</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Netwerkstructuren</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15.288</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deskundigheidbevordering</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.875</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mensen met functiebeperking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 12.000</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.226</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>€ 15.226</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 15.226</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€ 15.226</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PMF</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.000</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stichting Handy-Car(e)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.600</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hakuna Matata</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.500</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Paraplu</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.852</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lichamelijke gezondheid</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 567.709</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 31.194</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 565.324</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 33.579</al></entry><entry colname="col7"><al>€ 565.324</al></entry><entry colname="col8"><al>€ 33.579</al></entry><entry colname="col9"><al>€ 565.324</al></entry><entry colname="col10"><al>€ 33.579</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GGD Midden Nederland</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 235.592</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 235.592</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 235.592</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 235.592</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GGD MN Jeugdgezondheidszorg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 319.732</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 319.732</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 319.732</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 319.732</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>EHBO’s Maarn Maarsbergen, Amerongen, Leersum</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.385</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 593</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>€ 2.978</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 2.978</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€ 2.978</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Project Alcohol en jeugd</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kadernota gezondheid</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 30.601</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>€ 30.601</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 30.601</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€ 30.601</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sportparticipatie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 231.751</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 31.391</al></entry><entry colname="col7"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col8"><al>€ 31.391</al></entry><entry colname="col9"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col10"><al>€ 31.391</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subsidies sportverenigingen</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 31.391</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Combinatiefuncties Rijksbijdrage </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 200.360</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Combinatiefuncties Gemeentelijke bijdrage</al></entry><entry colname="col2"><al>0</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>0</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Psychisch welbevinden</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 526.086</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 486.714 </al></entry><entry colname="col6"><al>€ 39.372</al></entry><entry colname="col7"><al>€ 486.714</al></entry><entry colname="col8"><al>€ 39.372</al></entry><entry colname="col9"><al>€ 486.714</al></entry><entry colname="col10"><al>€ 39.372</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vitras CMD</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 450.273</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 450.273</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 450.273</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 450.273</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vitras CMD</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 7.215</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 7.215</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 7.215</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 7.215</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Slachtofferhulp</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 10.038</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 10.038</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 10.038</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 10.038</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechtswinkel</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.540</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tafeltje Dekje</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.850</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 3.850</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 3.850</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 3.850</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Z-O-U-T-e inval</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15.801</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stade/FIOM</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 9.528</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indigo</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 11.503</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meldpunt zorg en overlast</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 18.329</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.329</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>€ 18.329</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€ 18.329</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Toelichting:</al><lijst><li nr="-"><al>Onder het totaalbudget Verbinden en ontmoeten vallen middelen
                                    uit het ouderenbeleid (€ 243.185), nota ouderen (€ 13.346), wmo
                                    (€ 104.083).</al></li><li nr="-"><al>Onder het totaalbudget Psychisch welbevinden vallen middelen uit
                                    algemeen maatschappelijk werk (€ 463.710) en wmo (€ 62.376)</al></li><li nr="-"><al>Bij de uitsplitsing van de totaalbudgetten in subbudgetten zijn
                                    we uitgegaan van bedragen uit 2013. De totaalbudgetten per thema
                                    komen uit de begroting 2014. Hierdoor vertonen de totalen van de
                                    subbudgetten een klein verschil met de totaalbudgetten (per
                                    thema) uit de begroting 2014.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slot</titel></kop><structuurtekst><al>Onze opdracht was om een integraal kader voor het welzijnsbeleid op te
                            stellen voor de komende vier jaren, waarin het welzijn van onze inwoners
                            centraal staat en inhoudelijke verbindingen worden gelegd tussen de
                            beleidsterreinen volksgezondheid, sport, toegankelijkheid/bereikbaarheid
                            en de sociale makelaar. In deze nota ‘Vitale dorpen’ hebben we de
                            samenhang en integraliteit tussen genoemde beleidsterreinen aangegeven. </al><al>Dankzij de inbreng van betrokken organisaties en inwoners hebben we een
                            nota kunnen opstellen, die aansluit bij de behoefte en wensen vanuit de
                            praktijk. De reacties van een ieder in het participatieve traject zijn
                            waardevol geweest. Zowel in deze nota als in het uitvoeringsprogramma
                            dat hierop volgt, zullen reacties terug te vinden zijn.</al><al>Ook in deze welzijnsnota werken we met effect- en prestatie-indicatoren,
                            waarmee we meetbaar willen maken welke effecten we bereiken met ons
                            welzijnsbeleid.</al><al>Het integraal werken binnen deze welzijnsnota vindt zijn financiële
                            vertaling in een bundeling van beschikbare middelen tot een integraal
                            welzijnsbudget, dat we zo effectief en efficiënt mogelijk willen
                            inzetten. Dit alles met maar één doel: de dorpen binnen onze gemeente
                            leefbaar en vitaal te houden, zodat iedere inwoner via onderlinge
                            verbinding en ontmoeting kan meedoen aan de samenleving!</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Lijst van afkortingen</titel></kop><structuurtekst><al>AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</al><al>GALM Groninger Actief Leven Model</al><al>JOGG Jongeren op gezond gewicht</al><al>GGD MN Gemeentelijke gezondheidsdienst Midden Nederland</al><al>GGZ geestelijke gezondheidszorg</al><al>HSI Heuvelrug Sport Initiatief</al><al>LIOR Leidraad Inrichting Openbare Ruimte</al><al>LVG licht verstandelijk gehandicapten</al><al>NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie</al><al>PMF Platform voor mensen met een functiebeperking</al><al>POH GGZ Praktijkondersteuner Huisartsenpraktijk voor GGZ</al><al>Wajong Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</al><al>WCPV Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid </al><al>WHO World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie)</al><al>Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning</al><al>WPG Wet Publieke Gezondheid </al><al>WSW Wet sociale werkvoorziening</al><al>WW Werkloosheidswet</al><al>WWB Wet werk en bijstand</al><al>WZW Wonen, zorg en welzijn</al><al>Bijlagen</al><al>Bijlage 1: Wettelijke verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid</al><al>Aan gemeenten wordt sinds de herziening van de Wet Collectieve Preventie
                            Volksgezondheid (WCPV) in 1990 een centrale taak toegekend op het
                            terrein van de gezondheidszorg. Deze taken zijn met het inwerking treden
                            van de Wet publieke gezondheid (Wpg) in 2008 en de wijzigingen van deze
                            wet in 2011 verder uitgebreid. De Wpg vervangt de WCPV, de
                            infectieziektewet en de Quarantainewet. </al><al>De gemeenten zijn met name verantwoordelijk voor de uitvoering en het in
                            samenhang aanbieden van preventieve taken op dit terrein, juist omdat
                            gemeenten op lokaal niveau op verschillende fronten preventief kunnen
                            werken aan de gezondheid van burgers. Gemeenten dienen zorg te dragen
                            voor:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="•"><al>het verwerven van, op epidemiologische analyse
                                            gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de
                                            bevolking; </al></li><li nr="•"><al>het elke vier jaar opstellen van een nota gemeentelijke
                                            gezondheidsbeleid; </al></li><li nr="•"><al>het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke
                                            beslissingen; </al></li><li nr="•"><al>het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van
                                            preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor
                                            de gezondheidsbevordering; </al></li><li nr="•"><al>het bevorderen van medisch milieukundige zorg; </al></li><li nr="•"><al>het bevorderen van technische hygiënezorg; </al></li><li nr="•"><al>het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen; </al></li><li nr="•"><al>prenatale voorlichting aan aanstaande ouders; </al></li><li nr="•"><al>uitvoering van de jeugdgezondheidszorg; </al></li><li nr="•"><al>uitvoering van de ouderengezondheidszorg; </al></li><li nr="•"><al>uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding;
                                        </al></li><li nr="•"><al>het in stand houden van een gemeentelijke
                                            gezondheidsdienst.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Bijlage 2: Verslag participatieve avond conceptnota Welzijn, 1
                                    oktober 2013</al></li></lijst><al><onderstreept>Aanwezig</onderstreept>:
                                <onderstreept>I</onderstreept><onderstreept>nstellingen</onderstreept><onderstreept>:
                            </onderstreept>Yvonne Knegt (GGD MN), Peter Kranenburg (HSI), Wilma
                            Hielema (PMF), Arie van Leeuwen en Geertje van Lindenberg (Wmo-raad),
                            Tineke Eendebak en Sjaak Blenk (Welnuh), Janneke Nieuwenhuis (MEE),
                            Hanneke Toebes (Vitras CMD), Wim Eimers (Cultuurraad), Reinoud van
                            Eerden en Liselotte (JRUH). <onderstreept>Inwoners: </onderstreept>dhr
                            Zoethout en mevr Groot (inwoners Driebergen), mevr Van der Want
                            (inwoner). <onderstreept>Gemeenteraad: </onderstreept> mevr Van Wijnen
                            (CU), Gerry van der Hulst (GL PvdA), Jan Willem Eggink (D’66), Wim Hak
                            (D’66). <onderstreept>GUH:</onderstreept> Elisabeth van Oostrum, Dick
                            van Rijn, Beja Burema, Thekla den Boer, Frank Knoppers, Ben Schroevers,
                            Willem van den Hatert, Stevien Gardenier, Lotje de Jong (allen
                            GUH).</al><al>Na een welkomstwoord door wethouder Van Oostrum en een korte toelichting
                            op de totstandkoming van de conceptnota Welzijn zijn de deelnemers
                            opgesplitst in twee subgroepen, die elk zes thema’s bespraken. De
                            thema’s correspondeerden met de zes inhoudelijke hoofdstukken van de
                            conceptnota welzijn: 1. makelaarsfunctie, 2. vrijwilligerswerk, 3.
                            bereikbaarheid, 4. lichamelijke gezondheid, 5. sportparticipatie en 6.
                            psychisch welbevinden.</al><al>In de subgroepen werd per thema de vraag besproken Wat gaan we (meer)
                            doen om de welzijnsdoelen te bereiken? Aanvullende vraag aan de
                            subgroepen was twee of drie prioriteiten aan te geven binnen het thema.
                            Hieronder volgen per thema de belangrijkste opmerkingen.</al><al><onderstreept>Makelaarsfunctie</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>Er moet worden voortgeborduurd op de pilot servicepunten.</al></li><li nr="-"><al>De makelaarsfunctie moet niet beperkt blijven tot het koppelen
                                    van de vraag van een inwoner aan een bepaald aanbod, maar moet
                                    breder worden gezien. De makelaar moet ook oog hebben voor
                                    buurtnetwerken en burgerinitiatieven.</al></li><li nr="-"><al>De makelaar moet zoeken naar oplossingen, voelsprieten daarvoor
                                    hebben. De nadruk ligt op VERBINDEN en niet op makelen. We
                                    moeten niet alleen denken vanuit vraag en aanbod. Er is niet
                                    altijd een vraag en ook niet altijd een aanbod. </al></li><li nr="-"><al>Er moet buurtgericht gewerkt worden waarin personen aan elkaar
                                    gekoppeld worden. Mensen zijn eerder geneigd binnen de eigen
                                    buurt hulp te verlenen aan andere buurtbewoners.</al></li><li nr="-"><al>Preventie wordt in de nota welzijn gemist.</al></li><li nr="-"><al>In de culturele sector is de beursvloer een belangrijk
                                    instrument gebleken om vraag en aanbod van inwoners en van
                                    organisaties te koppelen.</al></li></lijst><al><onderstreept>Activeren en ondersteunen van
                                vrijwilligerswerk</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>Idee: per dorp een organisatie die matching coördineert van
                                    potentiële vrijwilligersvraag en potentiële vrijwilligersaanbod.
                                    Daarbij kunnen matchers vrijwilligers zijn.</al></li><li nr="-"><al>Voorbeeld: zorgcoöperatie in Maarn waar inwoners klein bedrag
                                    aan contributie voor hulp en zich verplicht om een aantal uren
                                    vrijwilligerswerk te leveren (halen en brengen). Dit soort
                                    initiatieven moeten gestimuleerd worden.</al></li><li nr="-"><al>De gemeente moet faciliteren en aanjagen. </al></li><li nr="-"><al>Maatschappelijke stages hebben prioriteit. Deze zijn nodig om
                                    jongeren te stimuleren vrijwilligerswerk te doen.
                                    Maatschappelijke stages moeten verplicht blijven. Als de
                                    jongeren eenmaal over de drempel heen zijn, vinden ze het leuk
                                    om te doen en blijven ze ook vaak na de stageperiode. </al></li><li nr="-"><al>Pool van vrijwilligers.</al></li><li nr="-"><al>Project in een vinexwijk in Houten waar alle huishoudens een
                                    kaart in de bus kregen waarop staat welke ondersteuning ze nodig
                                    hebben en wat ze te bieden hebben. Dit is een
                                    samenwerkingsproject van de welzijnsorganisatie en de
                                    vrijwilligersorganisatie.</al></li><li nr="-"><al>Buurtgericht inwoners benaderen via een brief of kaart.</al></li><li nr="-"><al>Actief burgerschap</al></li><li nr="-"><al>Voor werving van vrijwilligers moeten ook de sociale media
                                    worden gebruikt (linked in).</al></li><li nr="-"><al>Er moet meer sprake zijn van wederkerigheid, geen
                                    eenrichting-verkeer, vgl maatjesproject.</al></li><li nr="-"><al>Vanuit kwaliteit, niet vanuit hulp.</al></li><li nr="-"><al>Belangrijk is vrijwilligers te waarderen voor hun werk.</al></li></lijst><al><onderstreept>Bereikbaarheid gemeentelijke diensten</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>Bereikbaarheid gaat over toegankelijkheid en dat gaat ook over
                                    begrijpelijke taal voor iedereen. Is de gemeente altijd helder,
                                    of wordt er veel jargon gebruikt als het gaat over gemeentelijke
                                    informatie en diensten?</al></li><li nr="-"><al>Inclusief beleid (de methode/richtlijnen liggen vast in Agenda
                                    22) heeft prioriteit. Het gaat over niemand uitsluiten in de
                                    samenleving en rekening houden met alle doelgroepen. Het zou nog
                                    meer als randvoorwaarde moeten dienen zodat er sprake is van een
                                    duurzame gedragsverandering. Het moet vanzelfsprekend worden dat
                                    je met iedereen rekening houdt.</al></li><li nr="-"><al>Bekendheid van/ informatie over gemeentelijke diensten.
                                    Communiceren kan op allerlei wijzen. Gerichte benadering is
                                    nodig om verschillende doelgroepen (jong en oud) te bereiken.
                                    Ouderen hechten aan informatievoorziening op de klassieke manier
                                    (per post, gemeentepagina) en jongeren hebben behoefte aan bijv.
                                    Facebook.</al></li><li nr="-"><al>Communicatie werkt twee kanten op; van gemeente naar inwoner en
                                    omgekeerd. Bijvoorbeeld: </al><lijst><li nr="o"><al>Gemeente moet zorgen dat bij inwoners bekend is waar en
                                            waarover zij melding kunnen maken. </al></li><li nr="o"><al>Van inwoners mag ook proactieve houding verwacht worden
                                            dat meldingen worden gemaakt. </al></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Lichamelijke gezondheid</onderstreept></al><al>-Overgewicht: </al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief><cursief> -
                            </cursief>JOGG als blauwdruk; - Combinatiefuncties benutten
                            voor signaleren en inzet op preventieprogramma’s;</al><al>- Kinderen bereiken, op tijd aan
                            het sporten krijgen;</al><al>-Ook preventieve aandacht besteden aan volwassenen en senioren,
                            bijvoorbeeld met beweegprogramma’s;</al><al>Jonge kinderen: ouders bereiken en aanspreken op</al><al> verantwoordelijkheid</al><al>-Alcoholmatiging: </al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief> - Belang van aandacht voor
                            sportkantines;</al><al><cursief> -</cursief> Voorlichting op
                            basisscholen te jong?</al><al><cursief> -</cursief>Convenant
                            sport en alcohol;</al><al><cursief> -</cursief> Nieuwe APV met
                            nieuwe afspraken voor sport;</al><al><cursief> -</cursief> Gebruik maken van
                            bureau HALT;</al><al><cursief> -</cursief> Ouders aanspreken op
                            verantwoordelijkheid, ouders nadrukkelijk betrekken, voorbeeldgedrag </al><al> Ook aandacht voor 50+ en alcohol</al><al>Boek “onze kinderen en alchohol van Nico van der Lely op boekenlijst
                            middelbare school zetten of uitreiken op school</al><al>-Bewegen: </al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief>-
                            Beweegonderwijs: niet alle basisscholen voldoen aan urennorm;</al><al>- Meer aandacht voor recreatief
                            bewegen voor ouderen, naast competitief; </al><lijst><li nr="-"><al>Sportverenigingen nieuwe doelgroepen laten aanboren, bijv.
                                    moeders die overdag kunnen tennissen;</al></li><li nr="-"><al>Succesvolle interventie GALM voortzetten;</al></li><li nr="-"><al>Aandacht voor valpreventie en veiligheid, in breedste zin van
                                    het woord;</al></li><li nr="-"><al>Algemeen:</al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief>- Meer
                                    samenwerking tussen organisaties die al wat doen op één of meer
                                    van de beleidsterreinen, men bekend maken met elkaars aanbod,
                                    mogelijkheden en werkzaamheden.</al></li></lijst><al><onderstreept>Sportparticipatie</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>Jeugdsportpas:</al><al><cursief> Opmerkingen en suggesties:</cursief>- Waarom
                                    niet een sportpas voor iedereen?</al></li><li nr="-"><al>Jeugdsportfonds:</al><al><cursief> Opmerkingen en suggesties:</cursief>- Meer
                                    aandacht voor het aanbod;</al></li><li nr="-"><al>Aangepast sporten:</al><al><cursief> Opmerkingen en suggesties:</cursief>- weinig
                                    aanbod in de eigen gemeente, wel veel in de regio, maar dan
                                    vervoersprobleem;</al></li><li nr="-"><al>aangepast aanbod openstellen voor iedereen, voorbeeld:
                                    zitvolleybal;</al></li><li nr="-"><al>tennisbanen rolstoeltoegankelijk maken;</al></li><li nr="-"><al>meer G-teams.</al></li><li nr="-"><al>Combinatiefuncties:</al><al><cursief> Opmerkingen en suggesties:</cursief>- Zeer
                                    groot succes, maar de verenigingen hebben moeite om het
                                    financieel op te kunnen brengen;</al></li><li nr="-"><al>Algemeen:</al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief>- Aanbod
                                    van de verschillende organisaties en verenigingen bekend maken,
                                    met name waar het doelgroep als senioren en aangepast sporten
                                    betreft;</al></li><li nr="-"><al>Verbinding tussen verenigingsleven en eenzaamheidsbestrijding;
                                    recreatieprogramma’s bij verenigingen om ontmoeting te
                                    stimuleren;</al></li><li nr="-"><al>Minder belemmerende regels (bestemmingsplan) voor het
                                    multifunctioneel gebruik van de sportkantine;</al></li><li nr="-"><al>Evidence-based interventies inzetten.</al></li></lijst><al><onderstreept>Psychisch welbevinden</onderstreept></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Basisaanbod</al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>-Schuldhulpverlening goed op poten zetten: RSD heeft
                                                hoge drempel</al><al>-Budgethulp is laagdrempelig</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Depressiepreventie en vroegsignalering </al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>-Scholen aanspreken en nagaan of een pestprotocol
                                                wordt gebruikt</al><al>-Het Revius heeft afgelopen jaren ingezet op
                                                preventie en signaleren</al><al>-Sport als middel: bewegen voor mensen met depressie
                                                en voorkomen van eenzaamheid</al><al>-Schoolmaatschappelijk werk inzetten om tijdig op
                                                signalen te kunnen inspelen</al><al>-Ontmoetingsmogelijkheden voor mensen met Afasie
                                                ondersteunen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Contacten met eerste lijn verstevigen</al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>-Zijn huisartsen bekend met maatjesprojecten (MEE,
                                                Zonnebloem)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Algemeen</al><al><cursief>Opmerkingen en suggesties:</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>-Kloppen de cijfers over suïcide (ja)</al><al>-eenzaamheidscijfers nog toevoegen </al><al>-Voorkomen eenzaamheid: Creëer mogelijkheid inzet
                                                vrijwilligers bij informele zorg bijv. bij
                                                beweegprogramma’s voor ouderen </al><al>-Huiselijk geweld ouderen ook noemen in de nota</al><al>-Verbindingen leggen met andere onderdelen</al><al>-Kleinschalige woonvormen creëren</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>