<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR317370_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Schouwen-Duiveland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wereldregio, 3 januari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Schouwen-Duiveland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420&amp;artikel=102">Art. 102 van de Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003549&amp;artikel=100">Art. 100 van de Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399&amp;artikel=76m">Art. 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=5">Art. 5 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-12-31</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19-12-2013/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente
                    Schouwen-Duiveland 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al> De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van 19 november 2013;</al>
          <al>gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 100 van de
                        Wet op de expertisecentra en artikel 76m van de Wet op het voortgezet
                        onderwijs;</al>
          <al>gelet op artikel 5 van de Gemeentewet;</al>
          <al>gelet op de artikelen 4:4, 6:2, 6:12 en 6:20 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al>
          <al>gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen van de niet door de
                        gemeente in stand gehouden scholen in de gemeente; </al>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs gemeente
                        Schouwen-Duiveland 2013.</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li>
              <li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school,
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li>
              <li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="d."><al>- school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale
                                    school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                    op het primair onderwijs;</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school
                                            voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1
                                            van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;</al></li>
                  <li nr="-"><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 1, 2 en 5 van
                                            de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra of
                                    artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li>
              <li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening;</al></li>
              <li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging
                                    heeft ingediend;</al></li>
              <li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om vergoeding van een voorziening of om
                                    vergoeding van bouwvoorbereiding;</al></li>
              <li nr="k."><al>voorziening voor blijvend gebruik: voorziening in de huisvesting
                                    die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage
                                    II van deze verordening, 10 jaren of langer noodzakelijk
                                    is;</al></li>
              <li nr="l."><al>voorziening voor tijdelijk gebruik: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    van deze verordening, niet langer dan 10 jaren noodzakelijk
                                    is;</al></li>
              <li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    10 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening;</al></li>
              <li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in artikel
                                    95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op
                                    de expertisecentra, artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li>
              <li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden.</al></li>
              <li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 108 van de Wet op de
                                    expertisecentra, artikel 76u van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li>
              <li nr="s."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in artikel 110 , tweede lid
                                    van de Wet op het primair onderwijs<cursief>, </cursief>artikel
                                    108 , tweede lid van de Wet op de expertisecentra, artikel 76u ,
                                    tweede lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                    artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van
                                    de Wet op de expertisecentra, artikel 76u en artikel 225, vierde
                                    lid van de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
            </kop>
            <al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al>
            <al>a voorzieningen voor blijvend of tijdelijk gebruik:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al> nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                    rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel nieuwbouw
                                    ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw waarin een
                                    school is gehuisvest, al dan niet op dezelfde locatie;</al></li>
              <li nr="2."><al> uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                    gehuisvest;</al></li>
              <li nr="3."><al> gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw
                                    ten behoeve van de huisvesting van een school;</al></li>
              <li nr="4."><al> verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten behoeve
                                    van de huisvesting van een school;</al></li>
              <li nr="5."><al> terrein voor zover nodig voor de realisering van de hierboven
                                    genoemde voorzieningen (lid a, sub 1 t/m 4);</al></li>
              <li nr="6."><al> inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen
                                    voor zover deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks- of
                                    gemeentewege in aanmerking is gebracht;</al></li>
              <li nr="7."><al> inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder voor
                                    bekostiging van rijks of gemeentewege in aanmerking is
                                    gebracht;</al></li>
              <li nr="8."><al> medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat
                                    al bij een andere school in gebruik is en medegebruik van een
                                    gymnastiekruimte;</al></li>
            </lijst>
            <al>b aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer activiteiten zoals
                            onderscheiden in bijlage I, onderdeel 1.9 en 2.9;</al>
            <al>c onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs en een
                            school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaande uit een of meer
                            activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I, onderdeel 1.10 en 2.10; </al>
            <al>d herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een gebouw
                            veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten
                            gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade
                            onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of
                            wanprestatie;</al>
            <al>e herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                            onderwijsleerpakket en meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden; </al>
            <al>f huur van een sportterrein, dat niet eigendom is van een bevoegd gezag,
                            voor een school voor voortgezet onderwijs ten behoeve van het onderwijs
                            in lichamelijke oefening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a, sub 1
                            en 2 kan een aanvraag worden ingediend voor een bekostiging van de
                            bouwvoorbereiding. Hierop is het bepaalde in hoofdstuk 4 van
                            toepassing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij
                                toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in
                                artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de
                                bekostiging een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde
                                bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per
                                geval. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                inachtneming van het bepaalde in bijlage IV , deel A en zijn van
                                toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, lid a, sub
                                1, 2, 6, 7, 8 en lid f en artikel 3.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bekostiging op basis van feitelijke kosten is van toepassing op
                                de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, lid a, sub 3 t/m 5 en lid
                                b, c, d en e.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van de voorzieningen als bedoeld in artikel 2 onder c
                                worden de kosten van technische ondersteuning tot 1 januari 2014
                                aanvullend vergoed, waarbij wordt uitgegaan van de werkelijke kosten
                                van de technische ondersteuning tot een maximum van 5% van de kosten
                                van de voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5a</nr>
              <titel>Informatieverstrekking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen aan de
                                gegevensverstrekking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een door het
                                college vastgesteld formulier.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr/>
              <titel/>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.1</nr>
            <titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5b</nr>
              <titel>Overleg voorafgaand aan het indienen van een aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Een bevoegd gezag kan het college zes maanden vóór het indienen van een
                            huisvestingsaanvraag verzoeken om een vooroverleg. Het vooroverleg is
                            een overleg met het bevoegd gezag en de gemeente om vooraf de
                            haalbaarheid van een aanvraag te toetsen, de benodigde informatie voor
                            een complete aanvraag te bespreken en vervolgafspraken te maken. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5c</nr>
              <label>Artikel</label>
              <titel>Stroomschema reguliere aanvraagprocedure</titel>
            </kop>
            <al>Het indienen van een aanvraag gebeurt conform de voorwaarden als
                            opgenomen in deze verordening. Deze reguliere aanvraagprocedure is
                            inzichtelijk gemaakt in een helder en eenvoudig overzicht (stroomschema
                            en toelichting), als opgenomen in bijlage VI, waarin de belangrijke data
                            worden genoemd en wordt verwezen naar het artikel in de verordening waar
                            de bepaling is opgenomen. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.2</nr>
            <titel>Aanvragen programma</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma wordt,
                                met gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier, bij het college ingediend: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het
                                        betreffende programma, indien geen vooroverleg heeft
                                        plaatsgevonden als bedoeld in artikel 5b,</al></li>
                <li nr="b."><al>voor 1 juli van het jaar van vaststelling van het
                                        betreffende programma, indien het college een inhoudelijk
                                        oordeel heeft gegeven naar aanleiding van een ingediend
                                        vooroverleg als bedoeld in artikel 5b.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aanvragen ingediend na de datum als genoemd in het eerste lid, neemt
                                het college niet in behandeling. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                behandelen onvolledige aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                <li nr="b."><al> de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c."><al> de naam van de school en, voor zover van toepassing, het
                                        gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;</al></li>
                <li nr="d."><al> welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li>
                <li nr="e."><al> de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                        gewenste voorziening; </al></li>
                <li nr="f."><al> de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                        voorziening.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> De aanvraag gaat vergezeld van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in
                                        artikel 2, lid a, sub 6 t/m 8 en artikel 2, lid d, e en f;
                                    </al></li>
                <li nr="b."><al> de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening
                                        moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft
                                        als bedoeld in artikel 2, lid a, sub 1 t/m 4;</al></li>
                <li nr="c."><al> een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt
                                        indien het een voorziening betreft bestaande uit:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>(vervangende) nieuwbouw voor de gehele of
                                                gedeeltelijke vervanging van een gebouw;</al></li>
                    <li nr="2."><al>onderhoud aan een gebouw van een school voor
                                                basisonderwijs of van een school voor (voortgezet)
                                                speciaal onderwijs, of;</al></li>
                    <li nr="3."><al>herstel van een constructiefout.</al><al> Bij de rapportage wordt gebruik gemaakt van het
                                                door het college vastgestelde formulier “Bouwkundige
                                                opname”.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering van de
                                        voorziening, indien de aanvraag betrekking heeft op een
                                        voorziening als bedoeld in artikel 2, onder a, sub 3 t/m 5
                                        en onder b, c, d en e;</al></li>
                <li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en bouwbegroting,
                                        indien de aanvraag volgt op een toekenning van een
                                        vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld
                                        in artikel 27.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3a.</lidnr>
              <al>Het college stelt de aanvrager voor 15 juli schriftelijk op de
                                hoogte van het ontbreken van gegevens, als bedoeld in het eerste of
                                tweede lid indien het college een inhoudelijk oordeel heeft gegeven
                                naar aanleiding van een ingediend vooroverleg als bedoeld in artikel
                                5b. De aanvrager wordt tot 15 augustus in de gelegenheid gesteld de
                                ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de vereiste gegevens niet
                                voor 15 augustus zijn verstrekt, neemt het college de aanvraag niet
                                in behandeling;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3b.</lidnr>
              <al>In overige gevallen stelt het college de aanvrager voor 15 februari
                                schriftelijk op de hoogte van het ontbreken van gegevens, als
                                bedoeld in het eerste of tweede lid. De aanvrager wordt tot 15 maart
                                in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen.
                                Indien de vereiste gegevens niet voor 15 maart zijn verstrekt, neemt
                                het college de aanvraag niet in behandeling;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                betrekking heeft op een voorziening voor een school, waarvan de
                                beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het aantal
                                leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1
                                oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6 valt, dan
                                zendt de aanvrager het college onverwijld een afschrift van de
                                jaarlijkse opgave aan de minister van het aantal leerlingen dat op
                                de wettelijke teldatum staat ingeschreven op de betrokken school.
                                Indien het college het afschrift niet binnen een week na de
                                wettelijke teldatum heeft ontvangen, deelt het college dit
                                schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de
                                gelegenheid gesteld het afschrift binnen drie dagen na de datum van
                                ontvangst van de mededeling in te dienen bij het college. Indien het
                                afschrift niet binnen de termijn bedoeld in de vorige volzin is
                                verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Opgave ingediende aanvragen</titel>
            </kop>
            <al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van de
                            ingediende aanvragen en geeft daarbij aan welke aanvraag of aanvragen
                            niet in behandeling worden genomen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.3</nr>
            <titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en overzicht</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college of de aanvrager kan verzoeken de aanvraag nader toe te
                                lichten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college treedt in overleg met de aanvrager, indien de aanvraag
                                een voorziening betreft waarbij de bekostiging op basis van
                                feitelijke kosten is als bedoeld in artikel 2, lid a, sub 3 t/m 4 en
                                lid b, c, d en e en het college van oordeel is dat de door de
                                aanvrager overgelegde kostenbegroting dient te worden aangepast. Het
                                college geeft in het voorstel tot vaststelling van het bedrag, het
                                programma en het overzicht als bedoeld in paragraaf 2.4, aan wanneer
                                en waarom er in het overleg geen overeenstemming is bereikt over de
                                hoogte van het geraamde bedrag. Het college geeft in dit voorstel
                                tevens de hoogte van het geraamde bedrag aan, waarvan voor de
                                aangevraagde voorziening wordt uitgegaan bij de toepassing van het
                                gestelde in paragraaf 2.4.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Overleg programma en overzicht en advies Onderwijsraad</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden
                                de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld
                                hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar
                                voren te brengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 1
                                oktober. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee weken voor
                                de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis
                                gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen inhoud
                                van het voorstel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als
                                bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór 1 oktober hun zienswijze
                                schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de
                                deelnemers aan het overleg hiervan in kennis.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde
                                gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig
                                ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de
                                reactie van het college op deze zienswijzen. Het verslag wordt
                                toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een bevoegd gezag of het college dat advies wenst van de
                                Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de voorgenomen
                                inhoud van het programma, in relatie tot de vrijheid van richting en
                                de vrijheid van inrichting, maakt dit kenbaar tijdens het overleg
                                als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt aan de hand van een
                                schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover
                                het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens
                                het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid van
                                richting en de vrijheid van inrichting.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden tijdens het overleg
                                in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen over
                                een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Het schriftelijke
                                verzoek om advies en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen
                                maken deel uit van het verslag van het overleg als bedoeld in het
                                vierde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies bij
                                de Onderwijsraad. Daarbij zorgt het ervoor dat de Onderwijsraad alle
                                stukken ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek,
                                waaronder het schriftelijk verslag van het overleg.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen
                                van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een of meer
                                inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het
                                programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij
                                de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een
                                nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of
                                nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending van het
                                afschrift van het advies van de Onderwijsraad.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9.</lidnr>
              <al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee
                                weken plaats na toezending van het advies van de Onderwijsraad aan
                                de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt van dit overleg een
                                verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld in het vierde
                                lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.4</nr>
            <titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de vergoeding
                                van de aangevraagde voorzieningen. Dit bekostigingsplafond kan
                                worden gesplitst in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort of per
                                voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk 31
                                december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                valt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Inhoud programma</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                gemaakt, komen in aanmerking voor plaatsing op het programma voor
                                zover het college heeft vastgesteld dat geen van de in de Wet op het
                                primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het
                                voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing
                                zijn. Daarbij past het college de regels toe met betrekking
                                tot:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I ;</al></li>
                <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ;</al></li>
                <li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in
                                        bijlage III .Het college neemt, aan de hand van de
                                        urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                        voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of
                                        de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                                        toereikend zijn. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan het
                                college de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma af
                                te mogen wijken van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage
                                V.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen wordt,
                                voor zover van toepassing, door het college aangegeven:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het genormeerde bedrag voor de betreffende voorziening
                                        beschikbaar wordt gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                        voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin;</al></li>
                <li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                        buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Inhoud overzicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die niet in het
                                programma zijn opgenomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen voorzieningen
                                wordt aangegeven waarom deze niet in het programma zijn
                                opgenomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <label>Artikel</label>
              <titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt binnen
                                twee weken na de datum van vaststelling door toezending door het
                                college van de besluiten aan de aanvragers. Tegelijkertijd met de
                                bekendmaking doet het college schriftelijk mededeling over de
                                besluiten aan de overige bevoegde gezagsorganen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijk met de
                                bekendmaking ter inzage gelegd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.5</nr>
            <titel>Uitvoering programma</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt het
                                college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering van
                                de voorziening. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die
                                nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor
                                zover van toepassing, afspraken gemaakt over:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair
                                        onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs;</al></li>
                <li nr="b."><al> het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting
                                        door de aanvrager;</al></li>
                <li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                        inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; </al></li>
                <li nr="d."><al> de wijze waarop het college toepassing geeft aan de
                                        toetsing van het bouwplan en de begroting, alsmede aan de
                                        toetsing in verband met wettelijke voorschriften en nieuwe
                                        feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 16;</al></li>
                <li nr="e."><al> het tijdpad om de voorziening te realiseren inclusief het
                                        moment van oplevering en ingebruikname van de
                                        voorziening;</al></li>
                <li nr="f."><al> de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt met als
                                        uitgangspunt dat op opdrachten onder het Europese
                                        drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgesteld in het
                                        Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing zijn.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet
                                tot overeenstemming heeft geleid, legt het college schriftelijk vast
                                in een verslag, dat het binnen vier weken na afloop van het overleg
                                ter kennis van de aanvrager brengt. Indien de aanvrager schriftelijk
                                instemt met het verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet
                                schriftelijk heeft gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud
                                van het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                overeenstemming te zijn bereikt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde
                                lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat het
                                verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de aanvrager.
                                Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de uitvoering van de
                                voorziening geen aanvang zal nemen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                omstandigheden; overlegging offertes</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Nadat de overeenstemming is bereikt en voorafgaand aan het verlenen
                                van een bouwopdracht, dient de aanvrager de bouwplannen, de
                                desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip waarop
                                de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter instemming in bij het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het college
                                over de instemming met de bouwplannen, de desbetreffende begroting
                                en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt. Het college
                                kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn
                                verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is
                                besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de
                                bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door
                                de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college deelt de beslissing
                                over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip
                                waarop de bekostiging een aanvang neemt, binnen twee weken na de
                                datum van de beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Bij de beslissing als bedoeld in het vorige lid stelt het college
                                eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school
                                verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van
                                de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn
                                gewijzigd. Bij een naar oordeel van het college ingrijpende
                                wijziging van de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog
                                niet voor bekostiging in aanmerking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begroting,
                                de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde
                                voorschriften en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en
                                omstandigheden kunnen achterwege blijven, als dat naar het oordeel
                                van het college niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
                                programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan mededeling
                                aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in artikel 15.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een
                                voorziening als bedoeld in artikel 2, lid a, sub 3 t/m 5 en lid b,
                                c, d en e. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede
                                lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij
                                zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige
                                toepassing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als bedoeld
                                in artikel 2, lid a, sub 3 t/m 5 en lid b, c, d en e, heeft
                                ingestemd, moet de aanvrager aan het college overleggen de aan de
                                aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van de
                                voorziening. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van
                                de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld
                                voor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee
                                weken na de datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis
                                gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is de
                                offerte met de laagste prijsstelling bepalend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Aanvang bekostiging</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                            bekostiging een aanvang neemt, bepalen dat de beschikbaarstelling van de
                            gelden in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van de gelden
                            geschiedt dan telkens op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan
                            voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering
                            van de op het programma geplaatste voorziening. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien de
                                aanvrager niet vóór 1 oktober van het jaar volgend op de
                                vaststelling van het programma een bouwopdracht heeft verleend dan
                                wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst heeft gesloten en een
                                afschrift hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan het college
                                is gezonden. De bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de
                                aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal
                                werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd. De
                                overeenkomsten zijn onherroepelijk. Een huur- of
                                erfpachtovereenkomst vermeldt de datum van inwerkingtreding, alsmede
                                de duur van de overeenkomst. Een koopovereenkomst vermeldt de datum
                                van aankoop.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding
                                van de termijn als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door
                                bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                rekenen en de aanvrager voor 1 september een schriftelijk
                                gemotiveerd verzoek tot verlenging van de termijn als bedoeld in het
                                eerste lid, bij het college heeft ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Het college beslist voor 15 september op het verzoek tot verlenging
                                van de termijn. Indien het verzoek wordt ingewilligd, wordt in het
                                besluit aangegeven tot welke datum de termijn als bedoeld in het
                                eerste lid wordt verlengd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>AANVRAGEN MET SPOEDEISEND KARAKTER</titel>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.1</nr>
            <titel>Aanvraag</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Een aanvraag tot bekostiging van een voorziening in de huisvesting die
                            gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, kan
                            worden ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een
                            door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al>
            <al>De spoedprocedure kan mede aan de orde zijn, indien een voorziening
                            wordt aangevraagd, die:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>noodzakelijk is als gevolg van tussentijdse groei van het aantal
                                    leerlingen, die niet voorzienbaar was op grond van de
                                    beschikbare prognoses en waarvan de gevolgen geenszins voor
                                    bepaalde tijd binnen de bestaande huisvesting kunnen worden
                                    opgevangen; of</al></li>
              <li nr="-"><al>noodzakelijk is om een onevenredig grote gevolgschade aan gebouw
                                    of inventaris te voorkomen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Inhoud aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager de
                                volgende gegevens te verstrekken:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                        voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al></li>
                <li nr="b."><al> de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet kon
                                        worden aangevraagd in het kader van een nog vast te stellen
                                        programma;</al></li>
                <li nr="c."><al> een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in
                                        artikel 2, lid a, sub 6 t/m 8 en artikel 2, lid d, e en
                                        f;</al></li>
                <li nr="d."><al> een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering
                                        indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                        lid a, sub 3 t/m 5 en lid b, c, d en e.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien naar het oordeel van het college een of meer gegevens als
                                bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen twee weken na
                                datum van indiening van de aanvraag schriftelijk medegedeeld aan de
                                aanvrager. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld de
                                ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                mededeling in te dienen bij het college. Indien de aanvrager de
                                vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in de vorige volzin
                                bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het college de aanvraag
                                niet te behandelen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.2</nr>
            <titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Tijdstip beslissing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn verstrekt of
                                hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na de datum van de
                                beslissing wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld
                                door het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden gegeven,
                                stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij
                                een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan
                                worden gezien.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Inhoud beslissing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het college
                                heeft vastgesteld dat het treffen van de voorziening, gelet op de
                                voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen van de
                                in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet
                                op het voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van
                                toepassing is. Bij deze vaststelling past het college de regels toe
                                met betrekking tot:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li>
                <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li>
                <li nr="c."><al> de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                        bijlage III.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de gewenste
                                voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                omvatten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college vermeldt welk genormeerd bedrag voor de toegewezen
                                voorziening beschikbaar wordt gesteld, dan wel wat het geraamde
                                bedrag is indien het een voorziening betreft als bedoeld in in
                                artikel 2, lid a, sub 3 t/m 5 en lid b, c, d en e. Bij de
                                beschikking stelt het college vast voor welke datum een bouwopdracht
                                moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst
                                moet zijn gesloten, en voor welke datum een afschrift daarvan aan
                                het college moet zijn toegezonden. Binnen vier maanden na de datum
                                van de beschikking door het college moet een bouwopdracht zijn
                                verleend, dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst zijn
                                gesloten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Uitvoering beslissing</titel>
            </kop>
            <al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21, eerste lid,
                            waarbij een bekostiging is toegewezen, treedt het college zo spoedig
                            mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering.</al>
            <al>Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij overeenkomstig van
                            toepassing, met dien verstande dat in plaats van de termijn, genoemd in
                            artikel 16, tweede lid, eerste volzin, een termijn van drie weken geldt.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde tijdstippen
                                een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift daarvan is
                                gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op bekostiging. Ten
                                aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan wel een koop-, huur-
                                of erfpachtovereenkomst is het bepaalde in artikel 18, eerste lid
                                van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding
                                van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden, die
                                niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk
                                vier weken voor het verstrijken van deze datum een schriftelijk
                                gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging
                                van de termijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging op
                                totdat het college op het verzoek beslist. Indien het college het
                                verzoek inwilligt, noemt de raad een nieuwe datum waarop de
                                aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het college het verzoek
                                afwijst, geldt de datum van beslissing op het verzoek als
                                vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet voor de
                                oorspronkelijke vervaldatum kan vallen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BEKOSTIGING BOUWVOORBEREIDING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen voor
                                plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan voorafgaand een
                                aanvraag voor bekostiging van bouwvoorbereiding indienen bij het
                                college. Het betreft de voorbereiding voorafgaand aan het moment van
                                aanbesteding van die voorziening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2a.</lidnr>
              <al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan
                                het jaar waarin de bekostiging wordt gewenst indien een vooroverleg
                                heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 5b. Hierbij wordt
                                gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2b.</lidnr>
              <al>In overige gevallen wordt de aanvraag gedaan voor 1 februari van het
                                jaar voorafgaand aan het jaar waarin de bekostiging wordt gewenst.
                                Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                <li nr="b."><al> de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c."><al> de naam van de school ten behoeve waarvan de bekostiging
                                        wordt gewenst;</al></li>
                <li nr="d."><al> de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                        gewenste locatie van de voorziening;</al></li>
                <li nr="e."><al> het gewenste tijdstip van realisering van de
                                        voorziening;</al></li>
                <li nr="f."><al> een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten;</al></li>
                <li nr="g."><al> een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van de
                                        vervanging blijkt, indien het nieuwbouw betreft ter
                                        vervanging van een bestaand gebouw. Bij de rapportage wordt
                                        gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde
                                        formulier “Bouwkundige opname”; </al></li>
                <li nr="h."><al> een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
                                        indien de bekostiging van de bouwvoorbereiding is aangemerkt
                                        als een voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het derde
                                lid, deelt het college dit in geval van lid 2a voor 15 februari
                                schriftelijk mee aan de aanvrager en stelt hem in de gelegenheid om
                                voor 15 maart de gegevens aan te vullen en in geval van lid 2b voor
                                15 juli schriftelijk mee aan de aanvrager en stelt hem in de
                                gelegenheid om voor 15 augustus de gegevens aan te vullen. Indien de
                                vereiste gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn verstrekt,
                                neemt het college de aanvraag niet in behandeling.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of het
                                overleg over de begroting als bedoeld in het vorige artikel is het
                                bepaalde in artikel 9 van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg met
                                de aanvrager. Dit overleg vindt plaats tezamen met het overleg als
                                bedoeld in artikel 10, eerste lid. Artikel 10, tweede, derde en
                                vierde lid zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Beschikking op aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het college neemt voor 31 december van het jaar waarin de datum
                                genoemd in artikel 6 valt een beslissing op de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> er voldoende middelen voor de bekostiging van de
                                        bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li>
                <li nr="b."><al> de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                        vaststaat;</al></li>
                <li nr="c."><al> er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                        gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in aanmerking
                                        kan worden gebracht.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt de beschikking tot
                                welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het
                                bedrag kan in termijnen aan de aanvrager beschikbaar worden gesteld,
                                echter steeds op een zodanig tijdstip dat de aanvrager aan zijn
                                financiële verplichtingen jegens derden die hij heeft ingeschakeld
                                bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. De aanvrager en het college
                                maken afspraken over de daadwerkelijke beschikbaarstelling van het
                                bedrag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de plaatsing
                                van de voorziening op enig toekomstig programma. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
            </kop>
            <al>De aanspraak op bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien de
                            aanvrager niet voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar
                            waarin het besluit is genomen, daadwerkelijk is gestart met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie heeft
                            verstrekt aan het college waaruit dit blijkt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.1</nr>
            <titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een gebouw
                            of terrein, bestemd voor een school, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en
                                    B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld
                                    in artikel 6 of 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft
                                    ingediend;</al></li>
              <li nr="b."><al> het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere
                                    huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik in
                                    de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;</al></li>
              <li nr="c."><al> er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie
                                    en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die
                                    school of instelling gangbare berekeningswijze; </al></li>
              <li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;</al></li>
              <li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                    school.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>30</nr>
              <titel>Omschrijving leegstand</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij <cursief>een school voor basisonderwijs of (voortgezet)
                                            speciaal onderwijs:</cursief></al><al> indien uit de vergelijking van het aantal vierkante meters
                                        bruto-vloeroppervlakte (BVO) zoals berekend op basis van
                                        bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw in
                                        vierkante meters BVO zoals vastgesteld op basis van bijlage
                                        III, deel A. blijkt dat er ten minste een aantal vierkante
                                        meters BVO ter grootte van de in bijlage III, deel C
                                        genoemde drempelwaarde niet nodig is voor de daar gevestigde
                                        school of scholen; </al></li>
                <li nr="b."><al>bij <cursief>een school voor voortgezet
                                        onderwijs:</cursief></al><al>indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte
                                        zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de
                                        capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis van
                                        bijlage III, deel A blijkt dat er een overschot is aan
                                        vierkante meters BVO tenzij het bevoegd gezag op basis van
                                        het lesrooster of lesroosters voor het lopende of
                                        eerstkomende schooljaar aantoont dat er binnen het overschot
                                        aan vierkante meters BVO geen sprake is van onderbenutting
                                        van de onderwijsruimten. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een
                                        of meer scholen voor basisonderwijs of voor (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs, indien de som van het aantal klokuren
                                        gebruik dat door het college wordt vergoed minder is dan 40
                                        klokuren;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer het een gebouw betreft van een school voor
                                        voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van
                                        bijlage III, deel B blijkt dat benutting van het gebouw
                                        lager is dan 40 lesuren, tenzij het bevoegd gezag op basis
                                        van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of
                                        eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het geval
                                        is;</al></li>
                <li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door een
                                        of meer scholen voor basisonderwijs, voor (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som
                                        van de berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal
                                        klokuren lager dan 40 oplevert.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>31</nr>
              <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van het
                                onderwijs aan die school of scholen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan
                                die scholen reeds ter beschikking staande huisvestingscapaciteit.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                        gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
                                        tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van
                                        leegstand in een ander gebouw een betere oplossing
                                        biedt;</al></li>
                <li nr="b."><al> vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een
                                        school van dezelfde richting is gehuisvest en</al></li>
                <li nr="c."><al> vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                        dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten
                                        behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
                                gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in
                                het derde lid opgenomen volgorde afwijken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>32</nr>
              <titel>Overleg en mededeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering van
                                leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het college
                                daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand
                                gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
                                bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in
                                artikel 10.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld
                                in artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze
                                mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg
                                te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering in
                                het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert het
                                college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag
                                waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                huisvesting is bestemd. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet
                                het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd
                                gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden
                                afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen
                                bezwaar tegen de vordering te hebben.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in de tweede
                                en vierde lid, bevat in ieder geval:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                        waarvan wordt gevorderd;</al></li>
                <li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal <cursief>leerlingen</cursief>
                                        ten behoeve waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft
                                        het onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren
                                        dat gevorderd wordt;</al></li>
                <li nr="c."><al> een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                        betrekking heeft;</al></li>
                <li nr="d."><al> een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                        gevorderd wordt;</al></li>
                <li nr="e."><al> de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van
                                        het medegebruik.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>33</nr>
              <titel>Vergoeding</titel>
            </kop>
            <al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling overleg
                            een vergoeding voor het medegebruik vast. Als het overleg niet tot
                            overeenstemming leidt wordt deze vergoeding gebaseerd op het bedrag dat
                            voor elke groep bij meer dan zes groepen door het ministerie van OCW
                            beschikbaar wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van
                            eisen, zoals jaarlijks gepubliceerd door het ministerie van OCW. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.2</nr>
            <titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                            recreatieve doeleinden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>34</nr>
              <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan overgaan tot vordering indien: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                    gymnastiekruimte zoals bedoeld in artikel 30;</al></li>
              <li nr="b."><al>sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school
                                    voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het lesrooster van de
                                    school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                    gebruiken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>35</nr>
              <titel>Overleg en mededeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Alvorens over te gaan tot vordering voert het college overleg met
                                het bevoegd gezag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al></li>
                <li nr="b."><al> of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                        onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li>
                <li nr="c."><al> welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                        voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                        school hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li>
                <li nr="d."><al> wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag een
                                        redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li>
                <li nr="e."><al> de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een aanvang
                                        kan nemen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Binnen vier weken na afloop van het overleg, als bedoeld in het
                                eerste lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                vordering tot medegebruik aan het bevoegd gezag. Indien het overleg
                                heeft geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die
                                afspraken. Voor zover het overleg niet tot overeenstemming heeft
                                geleid, bevat de mededeling de beslissing van het college over deze
                                punten. Indien het bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen
                                bezwaar te hebben tegen de vordering, kan van de schriftelijke
                                mededeling als hier bedoeld worden afgezien.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.3</nr>
            <titel>Verhuur</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>36</nr>
              <titel>Toestemming college</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Voordat het bevoegd gezag een huurovereenkomst sluit, vraagt het
                                toestemming voor de verhuur aan het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat een
                                aanduiding van de huurder, en van de bestemming van de te verhuren
                                ruimte. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Het college verleent geen toestemming indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                        bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair onderwijs,
                                        Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet
                                        onderwijs;</al></li>
                <li nr="b."><al> de te verhuren ruimte onmiddellijk of binnen de huurtermijn
                                        voorzienbaar nodig is voor een school.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Nadat het bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer nodig heeft
                                voor de huisvesting van een school wordt het gebruik ervan zo
                                spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de
                                door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte
                                of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de
                                beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een
                                gezamenlijke akte.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het
                                eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                                behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht plaats vindt, een
                                staat van onderhoud opgemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college
                                na overleg met het bevoegd gezag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk
                                deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald
                                wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al> Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien
                                dit naar het oordeel van het college niet nodig is.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>GEBRUIK GYMNASTIEKRUIMTE VOOR BASISONDERWIJS EN (VOORTGEZET) SPECIAAL
                            ONDERWIJS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering gebruik</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
                                    voor 15 mei voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave
                                    van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                    onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                    volgende gegevens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
                                    als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
                                    dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
                                    in dit artikel van toepassing is.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 juli voorafgaande aan het
                                    daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een
                                    voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door
                                    scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
                                    van de op het grondgebied van de gemeente gelegen
                                    gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik
                                    afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                    gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit
                                    van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                    inroostering het volgende in acht:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                            gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                            wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                            voor die gymnastiekruimte;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
                                    gegevens:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd in een gymnastiekruimte;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                            tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                            plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                            gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                            gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                            aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                            bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                                            (voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging door de
                                            gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel
                                            klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van
                                            de school.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d
                            slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog
                            capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale
                            klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. </al>
            <lijst>
              <li nr="6."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee
                                    weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen
                                    voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De
                                    bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een
                                    overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee
                                    weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de
                                    vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de
                                    gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot
                                    inroostering.</al></li>
              <li nr="7."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stelt het college voor 1 juli volgend op de genoemde datum in
                                    het derde lid, de definitieve inroostering vast van het gebruik
                                    van de gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien het
                                    college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg als
                                    bedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte reacties, dan
                                    wordt dit gemotiveerd.</al></li>
              <li nr="8."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
                                    de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
                                    mededeling van het college over de inroostering in de
                                    beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                    staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze
                                    mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van
                                    artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin
                                    van artikel 32, vierde lid.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Indexering</titel>
            </kop>
            <al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de bekostiging van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen prijsindexen en systematiek van
                            prijsbijstelling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <label>Citeertitel; inwerkingtreding</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                huisvestingsvoorzieningen onderwijs gemeente Schouwen-Duiveland
                                2013.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking per 31 december 2013 (na
                                publicatie).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening
                                huisvestingsvoorzieningen onderwijs Schouwen-Duiveland zoals deze is
                                vastgesteld in de raadsvergadering van 29 april 2010.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van</ondertekening>
        <ondertekening>19 december 2013</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening/>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage I Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen
                    </titel>
        </kop>
        <al>Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de nadere
                    voorwaarden waaronder - behoudens de financiële toets - de voorziening voor
                    bekostiging in aanmerking komt. De criteria voor beoordeling van aangevraagde
                    voorzieningen vallen uiteen in twee delen: </al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>deel A: lesgebouwen (blz 19 t/m 31);</al></li>
          <li nr="·"><al>deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening (blz 32 t/m 40). </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>DEEL A Lesgebouwen </vet>
          <vet>1 School voor </vet>
          <vet>(speciaal)
                        </vet>
          <vet>basisonderwijs </vet>De voorzieningen genoemd onder 1.2,
                    1.3.1, 1.3.2 en 1.9c worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een
                    permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval,
                    zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college.
                        <onderstreept>1.1 Nieuwbouw</onderstreept>De
                    noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt;</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig
                            zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren deze <cursief>leerlingen
                            </cursief>kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen </cursief>aanwezig
                            zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze
                                <cursief>leerlingen</cursief> kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname als bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen
                            geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                            levensduurverlenging);</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig
                            zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren deze <cursief>leerlingen
                            </cursief>kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze <cursief>leerlingen</cursief>
                            kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te realiseren.
                        </al></li>
        </lijst>
        <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li>
          <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingsoperatie;</al></li>
          <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is.</al></li>
        </lijst>
        <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.
                        <onderstreept>1.3 Uitbreiding </onderstreept><cursief>1.3.1
                        Uitbreiding algemeen </cursief>De noodzaak voor uitbreiding blijkt
                    uit: </al>
        <al>a.het feit dat er ten minste zoveel te huisvesten leerlingen aanwezig zijn, dat
                    de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van bijlage III, deel B, de
                    capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met
                    tenminste de in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt, en</al>
        <al>b1.het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                    aantoont dat gedurende ten minste tien aaneengesloten jaren voor een voor
                    blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of </al>
        <al>b2.het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                    aantoont dat gedurende ten minste vier aaneengesloten jaren voor een voor
                    tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of </al>
        <al>b3.het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont,
                    dat er leerlingen aanwezig zijn die niet voor maximaal vier aaneengesloten jaren
                    binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest en </al>
        <al>c.het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken
                    gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000 meter
                    hemelsbreed een passende extra huisvesting voor de school te realiseren.</al>
        <tussenkop>1.3.2a Uitbreiding basisschool met een tweede speellokaal: artikel is
                    vervallen</tussenkop>
        <al>
          <onderstreept>1.3.2 Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs met een
                        speellokaal </onderstreept>De noodzaak voor uitbreiding met
                    een speellokaal blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat tot de school minimaal 12 kinderen jonger dan zes jaar
                            worden toegelaten;</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de vereisten
                            uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste tien jaren zal blijven
                            bestaan en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is, terwijl</al></li>
          <li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal of gymnastiekruimte binnen 300 meter
                            hemelsbreed niet mogelijk is en</al></li>
          <li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil
                            tussen de feitelijk aanwezige bruto-oppervlakte en de genormeerde
                            bruto-oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel
                            A, inpandig een speellokaal te maken.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
          <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in
                            aanmerking komt, terwijl</al></li>
          <li nr="b1."><al>de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste tien jaren deze <cursief>leerlingen
                            </cursief>kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze <cursief>leerlingen</cursief>
                            kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;</al></li>
          <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
          <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen
                    </onderstreept>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen
                    blijkt uit het feit dat: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten minste vier jaren is,
                            waarin beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van
                            meer dan 2000 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li>
          <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten van
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.6 Terrein </onderstreept>De noodzaak van
                    verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat
                    voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen
                    toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                    terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de
                    oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D. </al>
        <tussenkop>1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair blijkt
                    uit het feit dat er sprake is van toekenning van een voorziening in de
                    huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale
                    huisvestingscapaciteit van de school en voor zo’n uitbreiding voor 1 januari
                    2009 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al>
        <al>De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair van een
                    speellokaal blijkt uit het feit dat een school voor speciaal basisonderwijs
                    uitgebreid wordt met een speellokaal. </al>
        <tussenkop>1.8 Eerste inrichting meubilair: is vervallen (samengevoegd met
                    gewijzigde artikel 1.7). Als gevolg hiervan zijn de paragrafen hieronder
                    vernummerd. </tussenkop>
        <tussenkop>1.8 Medegebruik</tussenkop>
        <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste zoveel
                    leerlingen aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel A met tenminste de in bijlage III, deel C genoemde
                    drempelwaarde overschrijdt. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.9 Aanpassing </onderstreept>De voorziening
                    aanpassing bestaat uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het basisonderwijs, gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="b."><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten of om,
                            afgezien van een speellokaal, een gebouw van een speciale school voor
                            basisonderwijs geschikt te maken voor kinderen jonger dan zes jaar;</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>c. creëren speellokaal binnen het gebouw van een school voor speciaal
                    basisonderwijs; </tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="d."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                            regelgeving;</al></li>
          <li nr="e."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties; en</al></li>
          <li nr="f."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                            aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen;</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Ad a </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                    ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                    beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw
                    niet voldoet aan de huisvestingseisen voor een school voor basisonderwijs,
                    terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                    te verwezenlijken zijn. <vet>Ad b </vet>De noodzaak voor een
                    integratieverbouwing teneinde een schoolgebouw te kunnen afstoten blijkt uit het
                    feit dat door terugloop van het aantal <cursief>leerlingen </cursief>het gebruik
                    van een gebouw kan of moet worden beëindigd omdat binnen een of meer andere
                    gebouwen in gebruik bij de school voldoende ruimte aanwezig is, terwijl deze
                    niet zijn ingericht voor het onderwijs aan vier- en vijfjarigen of zes- tot
                    twaalfjarigen. De noodzaak voor een integratieverbouwing in een gebouw van een
                    speciale school voor basisonderwijs blijkt uit het feit dat 12 kinderen jonger
                    dan zes jaar worden toegelaten tot de school, terwijl het gebouw niet geschikt
                    is voor het onderwijs aan leerlingen jonger dan zes jaar. <vet>Ad c
                        </vet><cursief>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit
                        dat de speciale school voor basisonderwijs niet beschikt over een
                        speellokaal en er geen ruimte groter dan </cursief><cursief>56
                        m2</cursief><cursief> aanwezig is en er bovendien geen medegebruik van een
                        speellokaal van een school binnen </cursief><cursief>300
                        meter</cursief><cursief> mogelijk is. Daarnaast is de noodzaak afhankelijk
                        van het feit dat tot de school minimaal 12 kinderen jonger dan zes jaar
                        worden toegelaten. </cursief><cursief> Indien het inpandig creëren van een
                        speellokaal meer kost dan een uitbreiding, zulks ter beoordeling van het
                        college, op grond van bijlage IV, deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de
                        gevraagde voorziening is. </cursief><vet>Ad d </vet>De
                    noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van het gebouw
                    met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op korte termijn moet
                    worden opgeheven. <vet>Ad e </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt
                    uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte
                    conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk is. <vet>Ad f </vet>De
                    noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van een gehandicapte
                    leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de betreffende voorziening
                    noodzakelijk is. Voorzover het betreft het aanbrengen van een traplift, dient
                    het tevens niet mogelijk te zijn om zodanige organisatorische maatregelen te
                    treffen dat het volledige onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd,
                    respectievelijk kan worden gegeven. Bovenstaande aanpassingen kunnen
                    plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan
                    de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste tien jaren
                    voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen houden, kunnen worden
                    verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de
                    voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen
                    worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd als er geen andere,
                    goedkopere, voorziening mogelijk is. <onderstreept>1.10 Onderhoud
                    </onderstreept>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende
                    activiteiten:</al>
        <al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten </al>
        <al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging. </al>
        <al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders. </al>
        <al>Vervangen brandtrap. </al>
        <al>Vervangen erfscheiding. </al>
        <al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein. </al>
        <al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen buitenkozijnen en – deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale verwarming.</al>
        <al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten. </al>
        <al>Vervangen boeiboorden. </al>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat. </al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al> permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                            van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II,
                            het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en</al></li>
          <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                            prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw
                            nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en voor de aanwezige
                            leerlingengeen gebruik kan worden gemaakt van medegebruik
                            elders. </al></li>
        </lijst>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.
                        <onderstreept>1.1</onderstreept><onderstreept>1</onderstreept><onderstreept>
                        Herstel van constructiefouten </onderstreept>De noodzaak van
                    herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt
                    vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.
                        <onderstreept>1.1</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>
                        Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                        meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. <vet>2 School voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs </vet>De voorzieningen genoemd onder 2.2, 2.3.1 en 2.3.2
                    worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. De
                    voorziening genoemd onder 2.3.2 wordt niet noodzakelijk geacht voor
                    nevenvestigingen. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval,
                    zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college.
                        <onderstreept>2.1 Nieuwbouw </onderstreept>De noodzaak van
                    nieuwbouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor
                            het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig
                            zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren deze
                                <cursief>leerlingen</cursief> kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                            verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de verlenging
                            van de levensduur);</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen </cursief>aanwezig
                            zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren deze
                                <cursief>leerlingen</cursief> kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten <cursief>leerlingen </cursief>aanwezig
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze <cursief>leerlingen
                            </cursief>kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li>
          <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingsoperatie;</al></li>
          <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is.</al></li>
        </lijst>
        <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van sloopkosten plaats. </al>
        <al>
          <vet>2.3 Uitbreiding </vet>
          <onderstreept>2.3.1 Uitbreiding
                        algemeen</onderstreept>De noodzaak voor uitbreiding blijkt
                    uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat er ten minste zoveel te huisvesten leerlingen aanwezig
                            zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van bijlage III,
                            deel B, de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van
                            bijlage III, deel A, met tenminste de in bijlage III, deel C genoemde
                            drempelwaarde overschrijdt, en</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien aaneengesloten jaren voor een
                            voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kunnen worden
                            verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vier aaneengesloten jaren voor een
                            voor tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kunnen
                            worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag
                            aantoont, dat er leerlingen aanwezig zijn die niet voor maximaal vier
                            aaneengesloten jaren binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden
                            gehuisvest en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende extra huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.3.2 Uitbreiding met een speellokaal
                    </onderstreept>De noodzaak van uitbreiding met een speellokaal
                    blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat aan de school of afdeling kinderen jonger dan zes jaar
                            worden toegelaten;</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de vereisten
                            uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste tien jaren zal blijven
                            bestaan en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is, terwijl</al></li>
          <li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal, gymnastiekruimte of lokaal voor
                            motorische therapie binnen 300 meter hemelsbreed niet mogelijk is
                            en,</al></li>
          <li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil
                            tussen de feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto
                            oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A,
                            geheel of gedeeltelijk inpandig een speellokaal te maken.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor
                            het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
          <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in
                            aanmerking komt, terwijl</al></li>
          <li nr="b1."><al>de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste tien jaren deze <cursief>leerlingen</cursief>
                            kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>de te huisvesten <cursief>leerlingen</cursief> aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze <cursief>leerlingen
                            </cursief>kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;</al></li>
          <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
          <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen
                    </onderstreept>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen
                    blijkt uit het feit dat: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten minste vier jaren is,
                            waarin beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van
                            meer dan 2000 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li>
          <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten voor
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.6 Terrein</onderstreept>De
                    noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit
                    het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van
                    noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel
                    van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat
                    de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel
                    D. <onderstreept>2.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
                    </onderstreept>De noodzaak voor de eerste aanschaf van
                    onderwijsleerpakket en meubilair blijkt uit het feit dat er sprake is van
                    toekenning van een voorziening in de huisvesting en daarbij sprake is van
                    uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school en voor zo’n
                    uitbreiding voor 1 januari 2009 nog niet eerder bekostiging heeft
                    plaatsgevonden. De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                    meubilair van een speellokaal blijkt uit het feit dat de school uitgebreid wordt
                    met een speellokaal.</al>
        <al>
          <onderstreept>2.8 Medegebruik </onderstreept>De noodzaak van
                    medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste zoveel leerlingen aanwezig
                    zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van bijlage III, deel B,
                    de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A,
                    met tenminste de in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde
                    overschrijdt.</al>
        <al>
          <onderstreept>2.9 Aanpassing </onderstreept>De voorziening
                    aanpassing bestaat uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het (voortgezet) speciaal onderwijs gelet op de
                            eisen als gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="b."><al>verbouwing om een dislocatie te kunnen afstoten;</al></li>
          <li nr="c."><al>verbouwing van een dislocatie tot hoofdgebouw;</al></li>
          <li nr="d."><al>functieverandering van vaklokalen als gevolg van de keuze voor een ander
                            vak (alleen voortgezet speciaal onderwijs);</al></li>
          <li nr="e."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                            regelgeving;</al></li>
          <li nr="f."><al>vervangen van een oliegestookte verwarmingsinstallatie; en</al></li>
          <li nr="g."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                            aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Ad a </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                    ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                    beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch het gebouw
                    niet voldoet aan de huisvestingseisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs,
                    terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                    te verwezenlijken zijn. De noodzaak voor deze activiteit kan ook aanwezig zijn
                    indien een gebouw in gebruik wordt genomen door een andere onderwijssoort. De
                    voorzieningen die dan noodzakelijk zijn, zijn de specifieke voorzieningen voor
                    die onderwijssoort, die nog niet in het gebouw aanwezig zijn. <vet>Ad b
                    </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat het aantal
                    leerlingen zodanig terugloopt dat het gebruik van een gebouw moet worden
                    beëindigd omdat binnen het (hoofd)gebouw voldoende ruimte aanwezig is, terwijl
                    dit gebouw niet is ingericht voor het desbetreffende onderwijs. <vet>Ad c
                    </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit de aanwezigheid van meer
                    dan 60 leerlingen SO of meer dan 42 leerlingen VSO, terwijl volgens de prognose
                    als vereist volgens bijlage II deze leerlingen ten minste tien jaren aanwezig
                    zullen zijn en de dislocatie voor tien jaren of meer - gelet op de bouwkundige
                    staat - als hoofdgebouw kan dienen. <vet>Ad d </vet>De noodzaak voor deze
                    activiteit blijkt uit het feit dat de keuze voor een ander vak op het
                    schoolwerkplan door de onderwijsinspecteur is goedgekeurd. <vet>Ad e
                    </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                    van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op
                    korte termijn moet worden opgeheven. <vet>Ad f </vet>De noodzaak voor deze
                    activiteit blijkt uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie in
                    een zo slechte conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk is. <vet>Ad g
                    </vet>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van
                    een gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de betreffende
                    voorziening noodzakelijk is. Voor zover het betreft het aanbrengen van een
                    traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om zodanige organisatorische
                    maatregelen te treffen dat het volledige onderwijsproces op de begane grond kan
                    worden gevolgd, respectievelijk gegeven. </al>
        <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te
                    kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd
                    als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. <onderstreept>2.10
                        Onderhoud </onderstreept>De voorziening onderhoud bestaat uit
                    de volgende activiteiten:</al>
        <al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten </al>
        <al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging. </al>
        <al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders. </al>
        <al>Vervangen brandtrap. </al>
        <al>Vervangen erfscheiding. </al>
        <al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein. </al>
        <al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen buitenkozijnen en – deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale verwarming.</al>
        <al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten. </al>
        <al>Vervangen boeiboorden. </al>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat. </al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al> permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                            van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II,
                            het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en</al></li>
          <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                            prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw
                            nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en voor de aanwezige
                            leerlingengeen gebruik kan worden gemaakt van medegebruik
                            elders. </al></li>
        </lijst>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud. <onderstreept>2.11
                        Herstel van constructiefouten </onderstreept>De noodzaak van
                    herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt
                    vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout. </al>
        <al>
          <onderstreept>2.12 Vervanging of herstel van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. <vet>3 School voor voortgezet onderwijs
                    </vet>De voorzieningen genoemd onder 3.2 en 3.3 worden niet noodzakelijk
                    geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in bijzondere
                    omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en
                    ter beoordeling van het college. <onderstreept>3.1 Nieuwbouw
                    </onderstreept>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt;</al></li>
          <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose,
                            die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste tien jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose,
                            die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste vier jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit het feit dat: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de
                            bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, in
                            zo'n slechte/matige conditie zijn dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                            levensduurverlenging);</al></li>
          <li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een
                            voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan
                            de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste tien
                            jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
          <li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten
                            uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren dit aantal
                            leerlingen kan worden verwacht en</al></li>
          <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te realiseren.
                        </al></li>
        </lijst>
        <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li>
          <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingsoperatie;</al></li>
          <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is.</al></li>
        </lijst>
        <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw gesloopt wordt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.
                        <onderstreept>3.3 Uitbreiding </onderstreept>De noodzaak voor
                    uitbreiding blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat er meer te huisvesten leerlingen aanwezig zijn dan de met
                            tien procent verhoogde capaciteit van het gebouw of de gebouwen,
                            vastgesteld volgens de regels in bijlage III, deel A - voor de aanwezige
                            capaciteit en bijlage III, deel B - voor de ruimtebehoefte -, aangeeft
                            en de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                            dat gedurende ten minste tien jaren voor een voor blijvend gebruik
                            bestemde uitbreiding of gedurende ten minste vier jaren voor uitbreiding
                            met een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening deze aantallen
                            leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of a2. het feit dat het huidige gebouw
                            voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt, terwijl</al></li>
          <li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                            voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die
                            voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste tien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
        </lijst>
        <al>b2 de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor
                    een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de
                    vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze
                    groepen leerlingen kunnen worden verwacht en </al>
        <lijst>
          <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;</al></li>
          <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
          <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen
                    </onderstreept>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen
                    blijkt uit het feit dat: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting van ten minste vier jaren is, waarin
                            beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van meer dan
                            2000 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li>
          <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten voor
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.6 Terrein </onderstreept>De noodzaak van
                    verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat
                    voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen
                    toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                    terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de
                    oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.
                        <onderstreept>3.7 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair
                    </onderstreept>Aanspraak op eerste inrichting van leer- en
                    hulpmiddelen en meubilair bestaat wanneer er sprake is van toekenning van een
                    voorziening in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale
                    huisvestingscapaciteit van de school. Tevens bestaat aanspraak op een
                    tegemoetkoming in de eerste inrichting- en hulpmiddelen en meubilair indien door
                    middel van een inpandige aanpassing een andere ruimtesoort wordt gecreëerd. Bij
                    fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra inrichting leer- en
                    hulpmiddelen en meubilair, indien het aantal leerlingen na de fusie groter is
                    dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke aan de fusie deelnemende
                    scholen. </al>
        <al>
          <onderstreept>3.8 Medegebruik </onderstreept>De noodzaak van
                    medegebruik blijkt uit het feit dat de school een aantal leerlingen heeft
                    waarvoor binnen de bestaande huisvesting geen capaciteit is. De capaciteit wordt
                    bepaald op de wijze zoals beschreven is bij 3.3.a. <onderstreept>3.9 Herstel van
                        constructiefouten </onderstreept>De noodzaak van herstel van
                    constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld
                    dat het gaat om (herstel van) een constructiefout. </al>
        <al>
          <onderstreept>3.10 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, leer- en
                        hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. <vet>DEEL B Voorzieningen voor
                        lichamelijke oefening </vet><vet>1 School voor </vet><vet>(speciaal)
                        </vet><vet>basisonderwijs </vet><onderstreept>1.1 Nieuwbouw
                    </onderstreept>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levensduurverlenging) en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.3 Uitbreiding </onderstreept>De noodzaak van
                    uitbreiding van de oefenruimte blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte daardoor belemmerd
                            wordt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                            aanmerking brengt of</al></li>
          <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde
                            bij 1.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren het door het college
                            vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
          <li nr="d."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.5 Terrein </onderstreept>De noodzaak van
                    verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat
                    voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende
                    terrein aanwezig is. <onderstreept>1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket
                    </onderstreept>De noodzaak van eerste inrichting
                    onderwijsleerpakket blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting onderwijsleerpakket voor bewegingsonderwijs is
                            verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.7 Eerste inrichting meubilair </onderstreept>De
                    noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting meubilair voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                            voor de desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            (een deel van) het noodzakelijke meubilair is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.8 Medegebruik </onderstreept>De noodzaak van
                    medegebruik blijkt uit het feit dat het door het college vastgestelde aantal
                    klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de momenteel in gebruik
                    zijnde gymnastiekruimte(n) geen plaats is. <onderstreept>1.9 Aanpassing
                    </onderstreept>De aanpassingen bestaan uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de gymnastiekruimte
                            ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de
                            mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                            gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                            gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                            gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al></li>
          <li nr="5."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Ad 1 </vet>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee
                    wasgelegenheden zijn. <vet>Ad 2 </vet>De noodzaak blijkt uit het feit dat
                    er geen twee kleedruimten zijn. <vet>Ad 3 </vet>De noodzaak blijkt uit het
                    feit dat ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                    beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw
                    niet voldoet aan de inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor het
                    basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling
                    van het college, te verwezenlijken zijn. <vet>Ad 4 </vet>De noodzaak voor
                    deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van het gebouw met de geldende
                    wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn
                    moet worden opgeheven. <vet>Ad 5 </vet>De noodzaak voor deze activiteit
                    blijkt uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo
                    slechte conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk is. Bovenstaande
                    aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en indien de
                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende
                    ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen
                    houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd,
                    als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.10 Onderhoud </onderstreept>De voorziening
                    onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
        <al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten </al>
        <al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging. </al>
        <al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders. </al>
        <al>Vervangen brandtrap. </al>
        <al>Vervangen erfscheiding. </al>
        <al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein. </al>
        <al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen buitenkozijnen en – deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale verwarming.</al>
        <al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten. </al>
        <al>Vervangen boeiboorden. </al>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat. </al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al> permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                            van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II,
                            het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en</al></li>
          <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                            prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw
                            nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en voor de aanwezige
                            leerlingengeen gebruik kan worden gemaakt van medegebruik
                            elders. </al></li>
        </lijst>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.11 Herstel constructiefouten </onderstreept>De
                    noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. </al>
        <al>
          <vet>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </vet>
          <onderstreept>2.1
                        Nieuwbouw </onderstreept>De noodzaak van nieuwbouw blijkt
                    uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor
                            het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                            voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                            gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal
                            onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                            binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder d, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levensduurverlenging) en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                            voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                            gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal
                            onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                            binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.3 Uitbreiding </onderstreept>De noodzaak van
                    uitbreiding blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en daardoor het effectief gebruik van de gymnastiekruimte belemmerd
                            wordt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                            voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                            gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal
                            onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                            binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school of nevenvestiging voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
          <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde in
                            2.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                            voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                            gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                            hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal
                            onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                            binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                            en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren het door het college
                            vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
          <li nr="d."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.5 Terrein </onderstreept>De noodzaak van
                    verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat
                    voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende
                    terrein aanwezig is. <onderstreept>2.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket
                    </onderstreept>De noodzaak van eerste inrichting
                    onderwijsleerpakket blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste onderwijsleerpakket is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.7 Eerste inrichting meubilair </onderstreept>De
                    noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting meubilair is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                            voor de desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd
                            en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            het specifiek noodzakelijk meubilair is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.8 Medegebruik </onderstreept>De noodzaak van
                    medegebruik blijkt uit het feit dat het door het college getoetste aantal
                    klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de huidig in gebruik
                    zijnde gymnastiekruimte(s) geen ruimte is. <onderstreept>2.9 Aanpassing
                    </onderstreept>De aanpassingen bestaan uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de gymnastiekruimte
                            ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de
                            mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                            gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                            gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                            gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al></li>
          <li nr="5."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Ad 1 </vet>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee
                    wasgelegenheden zijn. <vet>Ad 2 </vet>De noodzaak blijkt uit het feit dat
                    er geen twee kleedruimten zijn. <vet>Ad 3 </vet>De noodzaak voor deze
                    activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het desbetreffende gebouw
                    op basis van de beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is,
                    doch het gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor
                    het (voortgezet) speciaal onderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten,
                    zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn. <vet>Ad 4
                    </vet>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                    van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat
                    dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven. <vet>Ad 5 </vet>De
                    noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert dat vervanging
                    noodzakelijk is. Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij
                    noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om
                    de school in stand te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de
                    betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van het
                    onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht,
                    wordt de aanpassing slechts goedgekeurd, als er geen andere, goedkopere,
                    voorziening mogelijk is. <onderstreept>2.10 Onderhoud
                    </onderstreept>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende
                    activiteiten:</al>
        <al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten </al>
        <al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging. </al>
        <al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders. </al>
        <al>Vervangen brandtrap. </al>
        <al>Vervangen erfscheiding. </al>
        <al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein. </al>
        <al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen buitenkozijnen en – deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al>
        <al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale verwarming.</al>
        <al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten. </al>
        <al>Vervangen boeiboorden. </al>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat. </al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al> permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                            van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II,
                            het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en</al></li>
          <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                            prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw
                            nog ten minste vier jaar voor de school nodig is en voor de aanwezige
                            leerlingengeen gebruik kan worden gemaakt van medegebruik
                            elders. </al></li>
        </lijst>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud. <onderstreept>2.11
                        Herstel constructiefouten </onderstreept>De noodzaak van het
                    herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt
                    vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout. </al>
        <al>
          <onderstreept>2.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. </al>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet>
          <onderstreept>3.1
                        Nieuwbouw </onderstreept>De noodzaak van nieuwbouw blijkt
                    uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.2 Vervangende bouw </onderstreept>De noodzaak van
                    vervangende bouw blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levensduurverlenging) en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.3 Uitbreiding </onderstreept>De noodzaak
                    van uitbreiding blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en daardoor het effectief gebruik van de gymnastiekruimte belemmerd
                            wordt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                    </onderstreept>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                            aanmerking brengt of</al></li>
          <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde
                            bij 3.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
          <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn en het feit dat de
                            kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.5 Terrein </onderstreept>De noodzaak van
                    verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat
                    voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende
                    terrein aanwezig is. <onderstreept>3.6 Eerste inrichting voor bewegingsonderwijs
                    </onderstreept>De noodzaak van eerste inrichting voor
                    bewegingsonderwijs blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
          <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende leerlingen nog niet eerder eerste
                            inrichting voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.7 Medegebruik </onderstreept>
          <cursief>3.7.1
                        Medegebruik gymnastiekruimte </cursief>De noodzaak van medegebruik
                    van een gymnastiekruimte blijkt uit het feit dat klokuren gymnastiek
                    noodzakelijk zijn waarvoor binnen de momenteel in gebruik zijnde
                    gymnastiekruimte(s) geen ruimte is. <cursief>3.7.2 Huur van een sportterrein
                    </cursief>De noodzaak van huur van een sportveld blijkt uit: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het feit dat het lesrooster buitensport vermeldt, terwijl het bevoegd
                            gezag niet beschikt over een eigen sportveld en</al></li>
          <li nr="b."><al>er geen mogelijkheden zijn tot gebruik van een sportveld van een ander
                            bevoegd gezag.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.8 Herstel constructiefouten </onderstreept>De
                    noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout. <onderstreept>3.9 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                    </onderstreept>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit
                    het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                    desbetreffende gebouw wordt gehinderd. </al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage II Criteria voor opstelling en toetsing van leerlingprognoses
                    </titel>
        </kop>
        <al>De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school als
                    bedoeld in artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid onder c, en
                    artikel 25, derde lid onder f, wordt gemaakt voor een periode van ten minste
                    tien jaren te starten met het gewenste jaar van bekostiging. In bijlage I is
                    voor de voorzieningen aanpassing en onderhoud aangegeven van welke
                    prognosetermijn moet worden uitgegaan. Leidraad hierbij is geweest dat voor
                    (meer) ingrijpende voorzieningen een lange termijnprognose vereist is, terwijl
                    voor voorzieningen met minder financieel gevolg die noodzakelijk zijn om het
                    gebouw te kunnen blijven gebruiken, volstaan kan worden met een
                    korte-termijnprognose. </al>
        <al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten leerlingen van de
                    school of nevenvestiging door in elk geval rekening te houden met: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden;</al></li>
          <li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen;</al></li>
          <li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een eventuele
                            uitbreiding van het voedingsgebied;</al></li>
          <li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de bevolking
                            als gevolg van migratie, sterfte en geboorte;</al></li>
          <li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de
                            woningvoorraad;</al></li>
          <li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de
                            school en</al></li>
          <li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li>
        </lijst>
        <al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud. </al>
        <al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor een periode
                    van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar voorafgaand aan de
                    indiening van de aanvraag. </al>
        <al>Het voedingsgebied van de school omvat het gebied waaruit het overgrote deel van
                    de leerlingen afkomstig is (of bij nieuwbouwwijken: zal zijn). Voor een
                    basisschool wordt bij de prognose in ieder geval een beschrijving geleverd van
                    het voedingsgebied op wijkniveau. Voor een speciale school voor basisonderwijs,
                    het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs kan, indien het
                    voedingsgebied zich over de gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een
                    opsomming van de gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend. Bij
                    aanlevering van een prognose dienen de relevante gegevens en berekeningen over
                    de analyse- en prognoseperiode op papier te zijn afgedrukt. Bij deze levering
                    worden in elk geval de gebruikte programmatuur en de aannames/assumpties met
                    betrekking tot het gestelde onder d tot en met g, waarop de prognose is
                    gebaseerd, aangegeven en onderbouwd. </al>
        <al>Het college is bevoegd onderscheiden naar onderwijssoort nadere regels te
                    stellen betreffende de criteria waaraan een prognose moet voldoen. Voorafgaand
                    aan de vaststelling door het college vormen de nadere regels onderwerp van
                    overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid als bedoeld in artikel 2, tweede
                    lid onder b van de Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente
                    Schouwen-Duiveland. </al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage III Criteria voor oppervlakte en indeling </titel>
        </kop>
        <al>De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier delen: </al>
        <al>deel A: de bepaling van de capaciteit (blz. 42 t/m 46); </al>
        <al>deel B: wijze van bepalen van de ruimtebehoefte (blz. 47 t/m 53); </al>
        <al>deel C: de bepaling van de omvang van de toekenning (blz. 54 t/m 60); </al>
        <al>deel D: minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen (blz. 61 en 62). </al>
        <al>
          <vet>DEEL A De bepaling van de capaciteit</vet>
          <vet>1 School voor basisonderwijs
                        en speciale school voor basisonderwijs</vet>De capaciteit van de
                    gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens onderstaande methodiek
                    vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de
                    school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek vastgestelde
                    capaciteit, indien de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden ingezet ten
                    behoeve van onderwijskundige, culturele, maatschappelijke (waaronder
                    kinderopvang) en recreatieve doeleinden. <onderstreept>1.1 Gebouwen van hoofd-
                        en nevenvestigingen (inclusief de T en B-dislocaties met een permanente of
                        tijdelijke bouwaard </onderstreept>De brutovloeroppervlakte
                    (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de bvo zoals bepaald aan de
                    hand van het gestelde in III-1, de 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs'.
                    Basisschool De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgelegd
                    in het bruto vloeroppervlak van het gebouw. De capaciteit van het gebouw met een
                    permanente bouwaard en de capaciteit van de tijdelijke bouwaard worden
                    afzonderlijk vastgesteld.</al>
        <al> Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen
                    en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd. </al>
        <al>Indien sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in het
                    oppervlak die sterk afwijkt van sinds 1 januari 1997 gerealiseerde
                    schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van
                    een fictief bruto vloeroppervlak als grondslag voor de capaciteitsbepaling.</al>
        <al> Speciale school voor basisonderwijs</al>
        <al>Voor een speciale school voor basisonderwijs geldt hetzelfde. Echter, een
                    eventueel aanwezig speellokaal wordt niet in de capaciteitsbepaling wordt
                    meegenomen. Indien een speellokaal aanwezig is èn de school voldoet aan de
                    voorwaarden zoals vermeld in bijlage I, deel A, paragraaf 1.3.2, wordt op het
                    bruto vloeroppervlak 90 m<sup>2</sup> in mindering gebracht.</al>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke
                        bouwaard </onderstreept>Voor het bepalen van de capaciteit
                    van dislocaties voor basisscholen geldt het gestelde onder 1.1. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties
                    </onderstreept>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te
                    kunnen bepalen van welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er
                    sprake is van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het
                    hoogste rangordenummer. Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een
                    hoofdgebouw (van een school, een hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of
                    meer dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de
                    rangorde zoals deze is vastgelegd in de gegevensadministratie van het ministerie
                    van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden
                    vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde
                    als volgt vastgesteld. Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte,
                    indeling en bouwkundige staat het meest geschikt is om als het enige gebouw voor
                    de school te dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw. Het hoofdgebouw
                    krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de dislocaties met
                    een permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit
                    en vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te beginnen met de
                    dislocatie met de grootste capaciteit. Bij een fusie van twee of meer scholen
                    wordt het gebouw van de overblijvende school het hoofdgebouw. Indien de overige
                    gebouwen van de bij de fusie betrokken scholen noodzakelijk zijn voor de
                    huisvesting van de gefuseerde scholen, gelet op de capaciteit van het
                    hoofdgebouw, dan krijgen zij als dislocatie een plaats in de rangorde zoals
                    hiervoor omschreven. De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het
                    vorenstaande tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het
                    college, het college anders beslist. <onderstreept>1.4 Terrein
                    </onderstreept>Onder terrein dient te worden verstaan het
                    kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met
                    toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                    kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen
                    niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, dan wordt het met
                    overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.
                        <onderstreept>1.5 Inventaris </onderstreept>Voor de
                    inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 2010 alle scholen voor
                    (speciaal) basisonderwijs in de gemeente zijn voorzien van voldoende
                    onderwijsleerpakket en meubilair. De bruto vloeroppervlakte van de school is de
                    basis voor de vaststelling van de omvang van de aanwezige inventaris.</al>
        <al>
          <onderstreept>1.6 Gymnastiekruimten </onderstreept>
          <cursief>1.6.1
                        Gymnastiekruimte </cursief>De capaciteit van een gymnastiekruimte
                    voor het basisonderwijs bedraagt 40 klokuren. <cursief>1.6.2 Terrein
                    </cursief>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij
                    het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten
                    gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt
                    geregistreerd. <cursief>1.6.3 Inventaris </cursief>De inventaris
                    aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn. </al>
        <al>
          <vet>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </vet>De capaciteit van
                    de gebouwen voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt volgens
                    onderstaande methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het
                    bevoegd gezag van de school besluiten tot vermindering van de met onderstaande
                    methodiek vastgestelde capaciteit, indien de hierdoor beschikbaar komende
                    ruimten worden ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele,
                    maatschappelijke (waaronder kinderopvang) of recreatieve doeleinden.
                        <onderstreept>2.1 Hoofdgebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard
                    </onderstreept>De bruto-vloeroppervlakte (verder aan te duiden
                    als BVO) van een gebouw is de BVO zoals bepaald aan de hand van het gestelde in
                    III-1, de 'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto-vloeroppervlakte van
                    de schoolgebouwen in het primair onderwijs'. De capaciteit van een gebouw voor
                    (voortgezet) speciaal onderwijs wordt vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte
                    van het gebouw. De capaciteit van het gebouw met een permanente bouwaard en de
                    capaciteit van de tijdelijke bouwaard worden afzonderlijk vastgesteld.</al>
        <al>Indien een speellokaal aanwezig is èn de school voldoet aan de voorwaarden zoals
                    vermeld in bijlage I, deel A, paragraaf 2.3.2 sub a. en sub b, wordt op de
                    bruto-vloeroppervlakte 90 m<sup>2</sup> in mindering gebracht.</al>
        <al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen
                    en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al>
        <al>Indien sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in het
                    oppervlak die sterk afwijkt van sinds 1 januari 1997 gerealiseerde
                    schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van
                    een fictief bruto/vloeroppervlakte als grondslag voor de
                    capaciteitsbepaling.</al>
        <al>
          <onderstreept>2.2 Dislocaties of nevenvestigingen, gebouwen met een
                        permanente of een tijdelijke bouwaard. </onderstreept>Voor
                    het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor scholen voor (voortgezet)
                    speciaal onderwijs geldt het gestelde onder
                        2.1.<onderstreept>2.3 Rangorde hoofdgebouwen
                        en dislocaties </onderstreept>De vaststelling van de rangorde
                    geschiedt om te kunnen bepalen van welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd
                    wordt als er sprake is van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het
                    gebouw met het hoogste rangordenummer. Indien een voorziening in de huisvesting
                    bestaat uit een hoofdgebouw en een of meerdere dislocaties, wordt de rangorde
                    tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in
                    de gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                    Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld, omdat nieuwe
                    gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt vastgesteld. Het
                    hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de
                    dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de
                    grootste capaciteit en vervolgens de dislocaties met een tijdelijk bouwaard te
                    beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit. Het hoofdgebouw is het
                    gebouw dat qua oppervlakte, indeling en bouwkundige staat, het meest geschikt is
                    om als het enige gebouw voor de school te dienen. Dit is in de regel het
                    grootste gebouw. De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het
                    vorenstaande tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het
                    college, het college anders beslist. <onderstreept>2.4 Terrein
                    </onderstreept>Onder terrein dient te worden verstaan het
                    kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met
                    toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                    kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen
                    niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, dan wordt het met
                    overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.
                        <onderstreept>2.5 Inventaris </onderstreept>Voor de
                    inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 2010 alle scholen voor
                    (voortgezet) speciaal onderwijs in de gemeente zijn voorzien van voldoende
                    onderwijsleerpakket en meubilair. De bruto-vloeroppervlakte van de school is de
                    basis voor de vaststelling van de omvang van de aanwezige inventaris.</al>
        <al>
          <onderstreept>2.</onderstreept>
          <onderstreept>6</onderstreept>
          <onderstreept>
                        Gymnastiekruimten</onderstreept>
          <cursief>2.</cursief>
          <cursief>6</cursief>
          <cursief>.1
                        Gymnastiekruimte </cursief>De capaciteit van een gymnastiekruimte
                    voor het (voortgezet) speciaal onderwijs bedraagt 40 klokuren.
                        <cursief>2.</cursief><cursief>6</cursief><cursief>.2 Terrein
                    </cursief>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij
                    het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten
                    gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt
                    geregistreerd. <cursief>2.</cursief><cursief>6</cursief><cursief>.3 Inventaris
                    </cursief>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht
                    voldoende te zijn.</al>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet>De capaciteit van de
                    gebouwen voor een school voor voortgezet onderwijs wordt vastgelegd in gegevens
                    over: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de bruto-vloeroppervlakte van gebouwen;</al></li>
          <li nr="-"><al>het aantal specifieke ruimten;</al></li>
          <li nr="-"><al>het aantal werkplaatsen;</al></li>
          <li nr="-"><al>het aantal gymnastieklokalen.</al></li>
        </lijst>
        <al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school besluiten
                    tot vermindering van de met onderstaande methodiek vastgestelde capaciteit,
                    indien de hierdoor beschikbaar komende ruimten worden ingezet ten behoeve van
                    culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. <onderstreept>3.1
                        Hoofdgebouwen, nevenvestigingen en dislocaties met een permanente of een
                        tijdelijke bouwaard </onderstreept>De bruto-vloeroppervlakte
                    (verder aan te duiden als BVO) van een gebouw is de BVO zoals bepaald aan de
                    hand van het gestelde in III-2 de 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    BVO van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs'. Naast de
                    bruto-vloeroppervlakte zal het gegeven 'aantal gymnastieklokalen' moeten worden
                    vastgelegd, evenals het gegeven 'aantal specifieke ruimten en werkplaatsen'
                    indien en voorzover deze noodzakelijk zijn in het kader van aanvragen
                    betreffende uitbreiding dan wel medegebruik. Bij het gegeven 'aantal specifieke
                    ruimten en werkplaatsen' moeten de ruimtesoorten worden onderscheiden zoals deze
                    binnen het ruimtebehoeftemodel zijn opgenomen. Indien een deel van een gebouw is
                    gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.
                        <onderstreept>3.2 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties
                    </onderstreept>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te
                    kunnen bepalen van welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er
                    sprake is van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het
                    hoogste rangordenummer. Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een
                    hoofdgebouw (of nevenvestiging) en een of meer dislocaties, wordt de rangorde
                    tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals vastgelegd in de
                    Basisregistratie Huisvesting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                    Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld, doordat
                    nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt
                    vastgesteld. Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering
                    plaats voor de dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen met de
                    dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens de dislocaties met een
                    tijdelijke bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit. De
                    vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het bovenstaande tenzij na
                    overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het college, het college
                    anders beslist. </al>
        <al>
          <onderstreept>3.3 Terrein </onderstreept>Onder terrein dient te
                    worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het
                    schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de
                    grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale
                    perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, dan wordt
                    het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.
                        <onderstreept>3.4 Inventaris </onderstreept>Voor de
                    inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 1997 alle instellingen voor
                    voortgezet onderwijs zijn voorzien van een inventaris. De bruto vloeroppervlakte
                    algemene ruimten en het aantal specifieke ruimten en werkplaatsen als zodanig
                    zijn de basis voor de vaststelling van de omvang van de aanwezige inventaris.
                        <onderstreept>3.5 Gymnastiekruimten
                        </onderstreept><cursief>3.5.1 Gymnastiekruimte
                    </cursief>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het voortgezet
                    onderwijs bedraagt 40 uur. <cursief>3.5.2 Terrein </cursief>De
                    terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts
                    de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op eigen
                    terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.
                        <cursief>3.5.3 Inventaris </cursief>De inventaris aanwezig op 1
                    januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn. </al>
        <tussenkop>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte </tussenkop>
        <al>
          <vet>1 School voor </vet>
          <vet>(speciaal) </vet>
          <vet>basisonderwijs
                        </vet>
          <onderstreept>1.1 Lesgebouwen
                    </onderstreept>Basisschool Voor een basisschool is het
                    aantal leerlingen en de gewichtensom bepalend voor de huisvestingsbehoefte. De
                    berekening voor de huisvestingsbehoefte wordt uitgevoerd voor elke school met
                    een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen
                    vestigingsnummer. Zo’n nevenvestiging wordt voor de ruimtebehoefteberekening
                    beschouwd als een afzonderlijke school.</al>
        <al>De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in
                    verband met de gewichtensom.</al>
        <al>De basisruimtebehoefte van een basisschool wordt berekend met de formule:</al>
        <al>B = 200 + 5,03 * L, waarbij</al>
        <al>B = basisruimtebehoefte in m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte, rekenkundig
                    afgerond op hele vierkante meters.</al>
        <al> , en</al>
        <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de
                    prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al>
        <al>De toeslag wordt berekend met de formule:</al>
        <al>T = 1,40 * G, waarbij</al>
        <al>T=toeslag in m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond op hele
                    vierkante meters en</al>
        <al>G=gecorrigeerde gewichtensom.</al>
        <al>De gecorrigeerde gewichtensom wordt als volgt bepaald:</al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= de optelling van alle
                            gewichten van alle ingeschreven leerlingen);</al></li>
          <li nr="§"><al>verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een bedrag ter grootte van
                            6,0 % van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom
                            niet kleiner dan 0 mag worden. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op
                            een geheel getal;</al></li>
          <li nr="§"><al>als de aldus verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 % van het
                            aantal ingeschreven leerlingen, wordt de gewichtensom vastgesteld op 80
                            % van het aantal ingeschreven leerlingen.</al></li>
        </lijst>
        <al>Speciale school voor basisonderwijs </al>
        <al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal leerlingen bepalend
                    voor de ruimtebehoefte. De berekening voor de huisvestingsbehoefte wordt
                    uitgevoerd voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke
                    nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Zo’n nevenvestiging wordt voor de
                    ruimtebehoefteberekening beschouwd als een afzonderlijke school.</al>
        <al>De ruimtebehoefte van een speciale school voor basisonderwijs wordt berekend met
                    de formule:</al>
        <al> R= 250+7,35*L, waarbij</al>
        <al>R= ruimtebehoefte in m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte,rekenkundig afgerond
                    op hele vierkante meters, en</al>
        <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de
                    prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al>
        <al>Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90
                    m<sup>2</sup> .</al>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Gymnastiekruimten
                        </onderstreept>
          <cursief>Basisschool </cursief>Voor
                    een basisschool is het aantal gymgroepen bepalend voor het aantal klokuren
                    gymnastiek. Het aantal gymgroepen is afhankelijk van het aantal
                    formatieplaatsen, zoals bepaald in de modelbeleidsregelvoor bekostiging
                    gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs . </al>
        <al>Per gymgroep 6-12-jarigen wordt uitgegaan van maximaal 1,5 klokuur
                    gymnastiek.</al>
        <al> Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie
                    voor een basisschool, wordt het aantal gymgroepen bepaald door het aantal
                    leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar waarop de prognose, als
                    bedoeld in bijlage II, betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven. </al>
        <al>
          <cursief>Speciale school voor basisonderwijs </cursief>Voor een
                    speciale school voor basisonderwijs is het aantal gymgroepen bepalend voor het
                    aantal klokuren gymnastiek. Per gymgroep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt
                    uitgegaan van maximaal 3,75 klokuur gymnastiek indien de school niet de
                    beschikking heeft over een speellokaal. Per gymgroep met leerlingen van 6 jaar
                    en ouder wordt uitgegaan van maximaal 2,25 klokuur gymnastiek. Het aantal
                    gymgroepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de 'N-factor'.
                    De 'N-factor' is bepalend voor de groepsgrootte. De N-factor voor een speciale
                    school voor basisonderwijs is 15. Het verkregen getal wordt alleen naar boven
                    afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval
                    wordt het getal naar beneden afgerond.</al>
        <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe gymaccommodatie
                    voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt het aantal gymgroepen
                    bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in bijlage II. </al>
        <al>
          <vet>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </vet>
          <onderstreept>2.1
                        Lesgebouwen </onderstreept>Voor een school voor speciaal
                    onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs is de onderwijssoort, de categorie
                    (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen
                    bepalend voor de huisvestingsbehoefte. </al>
        <al>De ruimtebehoefte van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt
                    berekend met de formule:</al>
        <al> R=V+f*L, waarbij</al>
        <al>R = ruimtebehoefte in m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond
                    op hele vierkante meters, en</al>
        <al>V = vaste voet in m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte. Voor hoofdvestigingen
                    voor alle onderwijssoorten 370 m<sup>2</sup> behalve voor VSO-ZMLK. Voor
                    VSO-ZMLK is de vaste voet 250 m<sup>2</sup> . Voor nevenvestigingen is de vaste
                    voet niet van toepassing, en</al>
        <al>f = factor (m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte per leerling) volgens
                    onderstaande tabel, en</al>
        <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de
                    prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al>
        <al>De tabel geeft een overzicht van f (m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte per
                    leerling), per onderwijssoort.</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="67*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderwijssoort</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>SO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>VSO</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>§Slechthorende kinderen (SH) </al>
                  <al>§Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens
                                        behoren tot dove of slechthorende kinderen (ES) </al>
                  <al>§Visueel gehandicapten (VISG) </al>
                  <al>§Langdurig zieke kinderen (LZ)</al>
                  <al>§Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)</al>
                  <al>§Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten
                                        (PI) </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>8,8</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12,2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>§Dove kinderen (DO) </al>
                  <al>§Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)</al>
                  <al>§Meervoudig gehandicapte kinderen (MG)*</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>13,8</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>15,5</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>§Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>8,8</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>9,2</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>* tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
                    de N-factor anders dan 7 is vastgesteld. Voor SO-MG met N = 2 geldt 56,75, voor
                    VSO-MG met N = 2 geldt 57,5, voor SO-MG met N = 3 geldt 56,75 en voor VSO-MG met
                    N = 3 geldt 57,5.</al>
        <al>Voor een school met zowel SO als VSO binnen een onderwijssoort, is de vaste voet
                    slechts eenmaal van toepassing.</al>
        <al>Voor een school met meer onderwijssoorten is voor elk van de schoolsoorten de
                    vaste voet van toepassing. </al>
        <al>De bepaling van de ruimtebehoefte van een SOVSO-school of een SO-school waaraan
                    een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt voor de verschillende
                    onderwijssoorten afzonderlijk plaats, waarna de afzonderlijk vastgestelde
                    ruimtebehoeften worden gesommeerd. </al>
        <al>Toekenning van een eventueel speellokaal geeft een additionele ruimtebehoefte
                    van 90 m<sup>2</sup> .</al>
        <al>
          <onderstreept>2.2
                    Gymnastiekruimten</onderstreept>Het aantal
                    gymgroepen is bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Het aantal
                    gymgroepen wordt bepaald op basis van de modelbeleidsregel voor bekostiging
                    gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs :</al>
        <al>Per gymgroep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt uitgegaan van maximaal 3,75
                    klokuur gymnastiek indien de school of nevenvestiging niet de beschikking heeft
                    over een speellokaal. Per gymgroep met leerlingen van 6 jaar en ouder wordt
                    uitgegaan van maximaal 2,25 klokuur gymnastiek . </al>
        <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie
                    wordt het aantal gymgroepen bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in
                    bijlage II. De bepaling van het aantal groepen van een SOVSO-school of een
                    SO-school waaraan een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt voor de
                    verschillende schooltypen afzonderlijk plaats. </al>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet>
          <onderstreept>3.1
                        Lesgebouwen </onderstreept>Voor een school voor voortgezet
                    onderwijs wordt met behulp van het Ruimtebehoeftemodel (RBM) de ruimtebehoefte
                    bepaald. Het totale ruimtebeslag van een instelling voor voortgezet onderwijs is
                    een optelling van twee componenten, te weten: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>een leerlinggebonden component;</al></li>
          <li nr="2."><al>een vaste voet.</al></li>
        </lijst>
        <al>ad 1 Een leerlinggebonden component Deze wordt bepaald door aan de hand van in
                    tabel 7.1.a Berekening van de leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet
                    onderwijs, opgenomen bruto-vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen
                    met het aantal leerlingen. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de
                    soort onderwijs, leerweg of sector die de leerling volgt. ad 2 Een vaste voet De
                    vaste voet wordt bepaald aan de hand van in tabel 7.1.b Berekening van de vaste
                    voet per instelling ten behoeve van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs,
                    opgenomen bruto- vloeroppervlakten per instelling of sector. De vaste voet is
                    afhankelijk van de aard van de vestiging en van het onderwijsaanbod binnen de
                    beroepsgerichte leerweg. Vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per
                    onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten en verhoging met de vaste
                    voet per instelling en, indien van toepassing, een vaste voet per sector geeft,
                    uitgedrukt in bruto vierkante meters, de totale ruimtebehoefte van de
                    instelling. Het RBM voorziet in een normering voor praktijkonderwijs. Het RBM
                    voorziet niet in een afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch
                    didactisch centrum (OPDC). Het OPDC levert diensten ter ondersteuning van
                    leerlingen op de scholen die het samenwerkingsverband zijn aangegaan. De
                    leerlingen die gebruikmaken van de diensten van het OPDC zijn derhalve in alle
                    gevallen ingeschreven bij reguliere scholen voor voortgezet onderwijs. Voor een
                    onderbouwing van de in tabel 7.1.a en 7.1.b opgenomen bruto-normoppervlakten
                    wordt verwezen naar de toelichting van deze bijlage. Indien noodzakelijk voor
                    het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze onderbouwing
                    de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs
                    worden bepaald. </al>
        <tussenkop>Tabel 7.1.a Berekening van de leerlingafhankelijke ruimtebehoefte
                    voortgezet onderwijs </tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderwijssoort</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Leerweg </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Ruimtetype </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>BVO/leerling</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2) </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>6,18</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw AVO/VWO</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,85</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw theoretische leerweg </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>TLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>6,41</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>7,07</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw techniek </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,98</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,47</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,69</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>8,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,44</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>12,72</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw economie </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,95</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>0,89</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,56</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2,25</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,85</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>3,06</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw zorg/welzijn </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,33</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2,10</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,71</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,22</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,85</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,53</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw landbouw </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,94</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>0,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,37</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2,34</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,03</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,69</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Praktijkonderwijs </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>4,41</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Specifiek </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>7,72</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Legenda TLW = theoretische leerweg LWOO= leerwegondersteunend onderwijs GLW =
                    gemengde leerweg BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-) </al>
        <tussenkop>Tabel 7.1.b Berekening van de vaste voet per instelling ten behoeve van
                    de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs </tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="63*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderwijssoort</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Ruimtetype</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Vaste voet</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Hoofdvestiging</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>980</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>550</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>0</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VMBO-techniek BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>299</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VMBO-economie BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>196</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VMBO-zorg/welzijn BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>168</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VMBO-landbouw BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Specifiek</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>117</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Praktijkonderwijs</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>306</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Legenda BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-) De vaste voet per
                    instelling is 980 m2 bruto-vloeroppervlakte (BVO) welke wordt toegekend aan de
                    hoofdvestiging van de instelling. Voor een nevenvestiging die op grond van een
                    ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in
                    verband met spreidingsnoodzaak, geldt een aanvullende vaste voet van 550 m2 BVO.
                    Indien van toepassing worden vaste voeten behorende bij die sectoren waar de
                    beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden toegekend op de vestiging waar de
                    beroepsgerichte leerweg(en) wordt aangeboden. Tevens geldt een vaste voet voor
                    die vestiging waar een afdeling voor praktijkonderwijs aanwezig is. </al>
        <al>
          <vet>3.2 Gymnastiekruimten </vet>De in onderstaande tabel 7.2 'Berekening
                    van de ruimtebehoefte gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs' vermelde
                    bruto vloeroppervlakten vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang van
                    de voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van gymnastiekonderwijs. </al>
        <tussenkop>Tabel 7.2 Berekening van de ruimtebehoefte gymnastiekaccommodatie
                    voortgezet onderwijs </tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="58*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderwijssoort</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Leerweg</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>BVO/leerling</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,66</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw AVO/VWO</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>0,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw theoretische leerweg </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>TLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,11</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,26</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw techniek</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,11</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>- </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,57</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw economie</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,11</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,57</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw zorg/welzijn</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,11</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,57</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Bovenbouw landbouw</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>GLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,11</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>BLW</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>LWOO</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,57</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Praktijkonderwijs</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1,99</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Legenda TLW = theoretische leerweg LWOO = leerwegondersteunend onderwijs GLW =
                    gemengde leerweg BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-) </al>
        <al>
          <vet>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning </vet> De
                    bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening is
                    noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de financiële
                    consequenties vast te stellen. <vet>1 School voor (speciaal) basisonderwijs
                        </vet><onderstreept>1.1 Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde
                        voorzieningen </onderstreept>De omvang van de goedgekeurde
                    voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening: </al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>nieuwbouw, dan wel</al></li>
          <li nr="§"><al>vervangende nieuwbouw</al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                    noodzakelijk is. Het bijbehorend aantal vierkante meter brutovloeroppervlak
                    wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen
                    van de ruimtebehoefte’.</al>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de hierboven genoemde
                    ruimtebehoefte gedurende tenminste tien jaar zal blijven bestaan. Er is sprake
                    van een voorziening voor tijdelijk gebruik als de hierboven ruimtebehoefte
                    tenminste vier jaar en korter dan tien jaar zal blijven bestaan. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening:</al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>uitbreiding, dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>ingebruikneming dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>medegebruik </al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de capaciteit, zoals
                    beschreven in deel A van deze bijlage en de ruimtebehoefte, zoals beschreven in
                    deel B van deze bijlage. </al>
        <al>Het verschil moet tenminste bedragen:</al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>55 m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte voor een voor blijvend gebruik
                            bestemde voorziening basisonderwijs;</al></li>
          <li nr="§"><al>40 m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte voor een voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening basisonderwijs;</al></li>
          <li nr="§"><al>50 m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte voor een voor blijvend gebruik
                            bestemde voorziening voor een school voor speciaal basisonderwijs.</al></li>
          <li nr="§"><al>40 m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte voor een voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening voor een school voor speciaal basisonderwijs;</al></li>
        </lijst>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als het hierboven
                    genoemde verschil gedurende tenminste tien jaar zal blijven bestaan. Er is
                    sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als het hierboven genoemde
                    verschil tenminste vier jaar en korter dan tien jaar zal blijven bestaan. </al>
        <al>Voor een school voor speciaal basisonderwijs bedraagt de bruto-vloeroppervlakte
                    van een speellokaal 90 m<sup>2</sup> bvo. </al>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                        bestemde voorzieningen </onderstreept>De omvang van de
                    goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt
                    bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                    realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten
                    aanzien van de terreinoppervlakte en het gestelde in bijlage III, deel D. </al>
        <al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf
                    van het onderwijsleerpakket, en meubilair wordt bepaald door de omvang in
                    m<sup>2</sup> bruto-vloeroppervlakte van de goedgekeurde voorziening
                    (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding.</al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening onderhoud wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. <onderstreept>1.3
                        Gymnastiekruimten </onderstreept>De omvang van de
                    goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door de
                    minimumnormen bij de realisering zoals aangegeven in onderdeel D van deze
                    bijlage. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria voor de
                    beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het onderdeel
                    uitbreiding (bijlage I). </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die
                    minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs,
                    dan wel voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan waarvoor de gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <tussenkop>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </tussenkop>
        <al>
          <onderstreept>2.1 Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                    </onderstreept>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of
                    tijdelijk gebruik bestemde voorziening: </al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>nieuwbouw, dan wel</al></li>
          <li nr="§"><al>vervangende nieuwbouw</al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                    noodzakelijk is. Het bijbehorend aantal vierkante meter brutovloeroppervlak
                    wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen
                    van de ruimtebehoefte’.</al>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de hierboven genoemde
                    ruimtebehoefte gedurende tenminste tien jaar zal blijven bestaan. Er is sprake
                    van een voorziening voor tijdelijk gebruik als de hierboven ruimtebehoefte
                    tenminste vier jaar en korter dan tien jaar zal blijven bestaan. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening: </al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>uitbreiding, dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>ingebruikneming dan wel </al></li>
          <li nr="§"><al>medegebruik </al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de capaciteit, zoals
                    beschreven in deel A van deze bijlage en de ruimtebehoefte, zoals beschreven in
                    deel B van deze bijlage. Het verschil moet tenminste 50 m<sup>2</sup>
                    bruto-vloeroppervlakte bedragen.</al>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als het hierboven
                    genoemde verschil gedurende tenminste tien jaar zal blijven bestaan. Er is
                    sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als het hierboven genoemde
                    verschil tenminste vier jaar en korter dan tien jaar zal blijven bestaan.</al>
        <al>Voor een school voor speciaal onderwijs bedraagt de omvang van een speellokaal
                    90 m<sup>2</sup> bvo.</al>
        <al>
          <onderstreept>2.2 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                        bestemde voorzieningen </onderstreept>De omvang van de
                    goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorziening, terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het
                    schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet
                    gestelde eisen zoals gesteld ten aanzien van de terreinoppervlakte en het
                    gestelde in bijlage III, deel D. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, eerste aanschaf van het
                    onderwijsleerpakket en meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van
                    het onderwijsleerpakket en meubilair, wordt bepaald door de omvang in
                    m<sup>2</sup> bruto- vloeroppervlakte van de goedgekeurde voorziening
                    (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding.</al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening aanpassing wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor
                    het onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, onderhoud wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening, herstel van constructiefouten en herstel van schade aan
                    het gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. <onderstreept>2.3
                        Gymnastiekruimten </onderstreept>De omvang van de
                    goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door de
                    minimumnormen bij realisering zoals aangegeven in onderdeel D van deze bijlage. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria voor de
                    beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het onderdeel
                    uitbreiding (bijlage I). </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die
                    minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs,
                    dan wel voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan voor wie de gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet>
          <onderstreept>3.1 Voor
                        blijvend gebruik bestemde voorzieningen </onderstreept>De
                    omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening nieuwbouw,
                    dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van het aantal
                    leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste tien jaar noodzakelijk is. De
                    hieruit voortkomende ruimtebehoefte wordt bepaald aan de hand van het
                    Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in de toelichting van deze bijlage. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw of
                    uitbreiding door middel van ingebruikneming wordt bepaald door het verschil
                    tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen, waarvoor
                    huisvesting ten minste tien jaar noodzakelijk is en de huisvesting die aanwezig
                    is. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste
                    tien jaar noodzakelijk is. De ruimtebehoefte wordt bepaald met het
                    Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van
                    bepalen van de ruimtebehoefte'. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte
                    behorende bij het aantal leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor
                    het indienen van de aanvraag en de met tien procent verhoogde capaciteit van de
                    beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het
                    overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                    gegeven in de vorm van in te roosteren lessen. <onderstreept>3.2 Voor tijdelijk
                        gebruik bestemde voorzieningen </onderstreept>De omvang van
                    de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening nieuwbouw, dan wel
                    vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door het aantal leerlingen waarvoor
                    huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar noodzakelijk is. De
                    ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals
                    beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte'. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal
                    leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar
                    noodzakelijk is en de met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare
                    huisvesting. Het verschil is minimaal 100 m2 bruto vloeroppervlakte. De
                    ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals
                    beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte'. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste
                    vier jaar en korter dan tien jaar noodzakelijk is en de met tien procent
                    verhoogde capaciteit van de beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt
                    bepaald met het Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze
                    bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte'. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte
                    behorende bij het aantal leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor
                    het indienen van de aanvraag en de met tien procent verhoogde capaciteit van de
                    beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het
                    overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                    gegeven in de vorm van in te roosteren lessen. </al>
        <al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de huisvesting
                    verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal leerlingen waarvoor
                    huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar noodzakelijk is en de
                    met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare huisvesting. De
                    ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals
                    beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte'. <onderstreept>3.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor
                        tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen </onderstreept>De
                    omvang van de voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal
                    noodzakelijk oppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van
                    de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van leer- en
                    hulpmiddelen en meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van leer-
                    en hulpmiddelen en meubilair, is gekoppeld aan de omvang van de toegekende
                    voorziening in de huisvesting. </al>
        <al>De omvang van de tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair als er sprake is van een inpandige aanpassing waarbij algemene of
                    specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke en/of werkplaatsruimte bedraagt
                    het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte
                    en de vergoeding voor eerste inrichting van de te creëren ruimte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. <onderstreept>3.4
                        Gymnastiekruimten </onderstreept>De omvang van de
                    goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand
                    van het ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in de toelichting bij deze
                    bijlage. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen,
                    waarvoor gymnastiekruimte langer dan tien jaar noodzakelijk is (te bepalen met
                    behulp van het ruimtebehoeftemodel) en de gymnastiekruimte die aanwezig is. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan waarvoor de gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voorziening medegebruik gymnastiekruimte wordt
                    uitgedrukt in lestijden. Het aantal lestijden gymnastiek wordt bepaald met
                    behulp van het lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 7.2 van
                    het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo gym)
                    : 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule
                    gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo gym) : 322. Hierop wordt het aantal
                    in eigen accommodatie te verzorgen lessen in mindering gebracht (zie Deel A,
                    paragraaf 3.5.1). </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voorziening huur sportterrein bedraagt ten hoogste
                    acht weken per kalenderjaar. Het aantal lestijden waarvoor vergoeding wordt
                    gegeven wordt bepaald aan de hand van het lesrooster met als maximum het met
                    toepassing van tabel 7.2 van het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal
                    leerlingen x 32 x m2 bvo gym) / 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt
                    een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo gym) / 322. </al>
        <tussenkop>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen 1 School
                    voor (speciaal) basisonderwijs </tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte:
                            3 m2/ll met een minimum van 300 m2 netto, vanaf 200 leerlingen kan
                            worden volstaan met 600 m2 netto;</al></li>
          <li nr="-"><al>minimumoppervlakte van een onderwijsruimte: 8 m2 netto;</al></li>
          <li nr="-"><al>voor het speciaal basisonderwijs geldt een minimum netto oppervlakte van
                            84m2 voor een speellokaal.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte:
                            3 m2/ll met een minimum van 300 m2 netto, vanaf 200 leerlingen kan
                            worden volstaan met 600 m2 netto;</al></li>
          <li nr="-"><al>een speellokaal heeft een minimum netto oppervlakte van 84 m2;</al></li>
          <li nr="-"><al>minimum oppervlakte van een onderwijsruimte: 8 m2 netto.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet> Minimum afmetingen,
                    uitgedrukt in netto m2: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>theorielokaal: </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>42 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>theorievaklokaal: </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>vaklokaal natuurkunde:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>vaklokaal biologie:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>vaklokaal scheikunde:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>60 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>vaklokaal handvaardigheid:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>60 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>vaklokaal overig:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>80 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>specifiek vaklokaal lassen: </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>specifiek vaklokaal meten: </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>50 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>werkplaats:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>115 m2 </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>restaurant:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>80 m2 </al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>4 Gymnastiekruimten </tussenkop>
        <al>De oefenruimte is minimaal 252 m2 netto. </al>
        <al>De hoogte van de oefenruimte is minimaal 5 m. </al>
        <al>Het gymnastiekgebouw bevat ten minste 2 kleedruimten met een
                    was-/douchegelegenheid. </al>
        <tussenkop>III-1 overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs' </tussenkop>
        <al>De vaststelling van de bruto-vloeroppervlakte van een schoolgebouw geschiedt
                    voor (speciaal) basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs volgens NEN
                    2580, met de volgende aantekeningen:</al>
        <lijst>
          <li nr="§"><al>de in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van
                            buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto-vloeroppervlakte
                            gerekend;</al></li>
          <li nr="§"><al>de oppervlakte van verbindende ruimten tussen in-of aanpandige
                            gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw;</al></li>
          <li nr="§"><al>bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in-of aanpandig gelegen
                            gymnastieklokalen wordt de bruto-vloeroppervlakte gerekend tot het hart
                            van de scheidingsconstructie.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>III-2 Overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs' </tussenkop>
        <al>Deze meetinstructie is bedoeld voor nieuwe (gedeelten van) gebouwen of voor
                    situaties waar gekozen wordt voor het niet overnemen van gegevens van het
                    ministerie van OCenW. De bruto-oppervlakte van een gebouw is de som van de
                    bruto-vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende 'beloopbare'
                    binnenruimten. De bruto-vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de
                    buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies, die de ruimten omhullen. </al>
        <al>Tot de bruto-oppervlakte behoort eveneens: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk
                            vloerniveau;</al></li>
          <li nr="-"><al>de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter
                            dan 0,5 m2.</al></li>
        </lijst>
        <al>Uitzonderingen: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen
                            omsloten ruimten worden niet tot de bruto-vloeroppervlakte gerekend,
                            ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft
                            luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande
                            verdiepingen, fietsenstallingen (al dan niet overdekt) en
                            dergelijke.</al></li>
          <li nr="-"><al>Open brand-of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij
                            de bepaling van de bruto-oppervlakte niet meegerekend.</al></li>
          <li nr="-"><al>Niet beloopbare kelders en/of zolders worden niet meegerekend.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr>IV</nr>
          <titel> Financiële normering </titel>
        </kop>
        <al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en
                    uitbreiding is tevens een vergoeding voor bouwvoorbereiding opgenomen. Deze
                    vergoeding omvat 8% (bij projecten tot een bruto-vloeroppervlakte van 2500 m2)
                    respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het aangegeven normbedrag. Bij de
                    uiteindelijke genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste
                    voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding wordt de toegekende
                    genormeerde vergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in mindering
                    gebracht. </al>
        <al>Alle in deze bijlage genoemde bedragen zijn incl. BTW.</al>
        <al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen voor het jaar 2010 zijn aangepast
                    conform de systematiek van prijsbijstelling en indexering die is opgenomen in
                    hoofdstuk 4, Indexering.</al>
        <al>
          <vet>1 School voor basisonderwijs </vet>In dit hoofdstuk zijn genormeerde
                    bedragen opgenomen voor: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 1.1);</al></li>
          <li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 1.2);</al></li>
          <li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.3);</al></li>
          <li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf
                            1.4);</al></li>
          <li nr="-"><al>aanpassing (paragraaf 1.5) en</al></li>
          <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 1.6).</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)
                    </onderstreept>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen
                    in een viertal kostencomponenten, te weten: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li>
          <li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li>
          <li nr="-"><al>toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw;</al></li>
          <li nr="-"><al>alleen voor speciale school voor basisonderwijs: toeslag voor een
                            speellokaal.</al></li>
        </lijst>
        <al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een
                    gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen
                    in de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard).
                        <cursief>Kosten voor terreinen </cursief>Er is geen genormeerd
                    bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het bouwrijpe
                    terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch
                    eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden
                    aangekocht, zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van het
                    programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen kan het,
                    ten behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke diensten,
                    wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de
                    bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente
                    gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de minimaal benodigde
                    oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar bijlage III, deel D. </al>
        <al>In geval van vervangende nieuwbouw (op dezelfde plaats als het oude gebouw)
                    behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor
                    terreinen. <cursief>Bouwkosten </cursief>De bouwkosten omvatten de
                    bouwkosten van het gebouw, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein.
                    De vergoeding bestaat uit een startbedrag, waarin inbegrepen een aantel
                    m<sup>2 </sup> en een bedrag per m<sup>2 </sup>voor de overige
                    m<sup>2</sup>.bvo. Met deze vergoedingsbedragen kan en moet de in bijlage III
                    aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd. De vergoeding voor een
                    basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="65*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 350
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 789.640,53</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Elke volgende m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.351,30</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="71*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo, waarin niet begrepen een eventueel
                                        speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.279.455,29</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Elke volgende m<sup>2 </sup> bvo, waarin niet begrepen een
                                        eventueel speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.414,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Toeslag voor een eventueel speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo) </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 121.397,26</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                        bouw op dezelfde plaats </cursief>Indien vervangende nieuwbouw
                    plaatsvindt op dezelfde plaats moet het desbetreffende terrein daarna worden
                    hersteld en dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke, vervangende
                    locatie. De genormeerde vergoeding voor deze kosten, zoals hieronder opgenomen,
                    is gebaseerd op een vast bedrag per m<sup>2 </sup> bvo, afhankelijk van het type
                    huisvesting dat gesloopt dient te worden. De vergoeding voor zowel een
                    basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis
                    van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="69*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Permanente bouw per m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 54,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tijdelijke bouw per m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 37,59</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <onderstreept>1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)
                    </onderstreept>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente
                    bouwaard tot 1035 m2 brutovloeroppervlakte is onderstaand de financiële
                    normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van
                    de financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf 1.1).
                        <cursief>Kosten voor terrein </cursief>Er is geen genormeerd
                    bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding van het terrein
                    noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde
                    systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1). <cursief>Bouwkosten
                    </cursief>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede
                    extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De vergoeding
                    bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m<sup>2 </sup>. Met deze
                    vergoedingsbedragen kan en moet de in bijlage III aangegeven
                    bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd. </al>
        <al> De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="73*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m<sup>2</sup><sup/>
                                        bvo of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 115.634,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag uitbreidingen 55-115 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 77.089,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.540,38</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="73*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m<sup>2</sup><sup/>
                                        bvo of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 118.914,88</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag uitbreidingen 50-105 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 79.276,59</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo, waarin
                                        niet begrepen een eventueel speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.571,08</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Toeslag voor een eventueel afzonderlijk speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo) in combinatie met uitbreiding van
                                        de school</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 138.634,40 </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Vergoeding voor een eventueel afzonderlijk speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding
                                        van de school</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 254.887,70</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                        bouw op dezelfde plaats</cursief>Hiervoor gelden dezelfde bedragen
                    als bij nieuwbouw (permanente bouwaard). <onderstreept>1.3 Tijdelijke
                        voorziening </onderstreept>De hierna genoemde bedragen zijn
                    afgestemd op de investeringslasten ten behoeve van voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds
                    nieuwbouw als hoofdlocatie of uitbreiding van een permanente locatie en
                    anderzijds uitbreiding van een bestaande tijdelijke voorziening.. Daarnaast
                    wordt ingegaan op realisering van een tijdelijke voorziening door middel van
                    huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten
                    wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in principe op het
                    aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan geldt voor
                    de beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij nieuwbouw
                    (paragraaf 1.1). <cursief>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                        hoofdlocatie </cursief>De vergoeding bestaat uit een startbedrag
                    en een bedrag per m<sup>2</sup>. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten,
                    de toeslag voor paalfundering, de toeslag voor herstel en inrichting van
                    terreinen alsmede eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. </al>
        <al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="72*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2</sup><sup/> bvo of
                                        groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 44.968,74</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 – 80 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 29.979,16</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.105,09</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen
                    </cursief>De vergoeding bestaat uit een startbedrag en een bedrag per
                    m<sup>2</sup>. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor
                    paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen .</al>
        <al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="71*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2</sup><sup/> bvo
                                        of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 25.277,29</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding 40 – 80 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 16.851,52</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.157,95</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen
                    </cursief>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw
                    ook worden gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een
                    noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op
                    basis van werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                    kosten) <onderstreept>1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
                        </onderstreept><cursief>Basisschool </cursief>Het
                    bedrag voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair tezamen bestaat
                    uit een basisbedrag en een bedrag per m<sup>2</sup>. De hierna opgenomen
                    bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal
                    m<sup>2</sup>.Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand
                    van het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met en zonder
                    uitbreiding.</al>
        <al> De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen (in euro): </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Basisbedrag </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 35.221,62</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het basisbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 123,21</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Speciale school voor basisonderwijs </cursief>De vergoeding
                    voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de
                    volgende bedragen in euro):. </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="69*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Basisbedrag</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 74.727,64</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het basisbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 127,47</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een
                    speellokaal van een school voor speciaal basisonderwijs bedraagt € 6.819,23.
                        <onderstreept>1.5 Aanpassing </onderstreept>Alle aanpassingen
                    worden vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis
                    van feitelijke kosten). <onderstreept>1.6 Gymnastiek
                        </onderstreept><onderstreept>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding
                    </onderstreept></al>
        <tussenkop>Nieuwbouw</tussenkop>
        <al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal voor zowel
                    een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs met een
                    bruto-vloeroppervlakte van 455 m2 bedraagt € 830.111,76 (op het schoolterrein)
                    respectievelijk € 846.901,26 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat
                    tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein.
                    De grondkosten zijn hierin niet begrepen. Indien paalfundering noodzakelijk is,
                    wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte. </al>
        <al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="60*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="40*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 16.696,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 23.017,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 32.326,90</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Uitbreiding </cursief>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte
                    wordt in eerste instantie aangesloten bij de vergoeding voor nieuwbouw van een
                    gymnastiekzaal met een bruto-vloeroppervlakte van 455 m2. Bij kleine
                    gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140 m2 of
                    minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m2.
                    Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de bedragen voor zowel een
                    basisschool als een speciale school voor basisonderwijs er als volgt uit: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="64*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="36*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 192.865,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 120 t/m 150 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 234.455,09</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk is,
                    wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte. De vergoeding
                    wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>112-120m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>121-150m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 7.474,86</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 9.346,61</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 12.946,88</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 16.179,43</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 21.166,73</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 26.458,41</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>OLP/meubilair </cursief>De vergoeding voor de eerste
                    inrichting met OLP/meubilair voor een gymnastiekzaal bedraagt voor zowel een
                    basisschool als een speciale school voor basisonderwijs € 47.186,03.</al>
        <al>
          <vet>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs </vet>In dit hoofdstuk
                    zijn genormeerde bedragen opgenomen voor: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 2.1);</al></li>
          <li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 2.2);</al></li>
          <li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 2.3);</al></li>
          <li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf 2.4)
                            en</al></li>
          <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 2.5).</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>2.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)
                    </onderstreept>De financiële normering valt uiteen in een vijftal
                    kostencomponenten, te weten: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li>
          <li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li>
          <li nr="-"><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal;</al></li>
          <li nr="-"><al>toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie;</al></li>
          <li nr="-"><al>toeslag voor het herstel van terreinen en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw.</al></li>
        </lijst>
        <al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een
                    gebouw ter vervanging van een ander gebouw en in het geval van nieuwbouw van een
                    nevenvestiging, gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering
                    voor uitbreiding (permanente bouwaard). <cursief>Kosten voor terreinen
                    </cursief>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen,
                    aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop)
                    stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een
                    terrein dient te worden aangekocht zullen de kosten zichtbaar moeten worden
                    gemaakt ten behoeve van het programma. Bij het beschikbaar stellen van
                    gemeentelijke terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen
                    de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de terreinen
                    zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt
                    aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van
                    terreinen. Voor de bepaling van de minimale omvang van het terrein wordt
                    verwezen naar bijlage III, deel D. In geval van vervangende nieuwbouw (op
                    dezelfde plaats als het oude gebouw) behoren de kosten voor het slopen van het
                    oude gebouw tot de kosten voor terreinen. <cursief>Bouwkosten
                    </cursief>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede
                    aanleg en inrichting van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een
                    startbedrag waarin inbegrepen een aantel m<sup>2 </sup> en een bedrag per
                    m<sup>2 </sup>voor de overige m<sup>2</sup> bvo. Met deze vergoedingsbedragen
                    kan en moet de in bijlage III aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden
                    gerealiseerd. </al>
        <al> De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen (in euro): </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 677
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo, waarin niet begrepen een eventueel
                                        speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.231.268,82</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Elke volgende m<sup>2 </sup> bvo, waarin niet begrepen een
                                        eventueel speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.406,60</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Toeslag voor een eventueel speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo)</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 121.397,26</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Toeslag voor liftinstallatie </cursief>Indien bij nieuwbouw
                    van een school een liftinstallatie wordt aangebracht geldt het volgende
                    vergoedingsbedrag: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Lift, incl. aanbrengen schacht</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 119.320,88</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende bouw op
                    dezelfde plaats Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt op dezelfde plaats moet
                    het desbetreffende terrein daarna worden hersteld en dienen de leerlingen te
                    verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie. De genormeerde vergoeding
                    voor deze kosten, zoals hieronder opgenomen, is gebaseerd op een vast bedrag per
                    m<sup>2 </sup> bvo, afhankelijk van het type huisvesting dat gesloopt dient te
                    worden. </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="76*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Permanente bouw per m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 62,83</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tijdelijke bouw per m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 31,43</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <onderstreept>2.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)
                    </onderstreept>Voor uitbreiding van de huisvesting in een
                    permanente bouwaard tot 1000 m2 bruto-vloeroppervlakte is onderstaand de
                    financiële normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden
                    uitgegaan van de financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard)
                    (paragraaf 2.1). Dit geldt ook voor de nieuwbouw van een nevenvestiging.
                        <cursief>Kosten voor terreinen </cursief>Er is geen genormeerd
                    bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding van het terrein
                    noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde
                    systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 2.1). <cursief>Bouwkosten
                    </cursief>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede
                    aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De vergoeding bestaat
                    uit een startbedrag, een bedrag per m<sup>2 </sup>.Met deze vergoedingsbedragen
                    kan en moet de in bijlage III aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden
                    gerealiseerd. </al>
        <al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen (in euro):</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m<sup>2</sup><sup/> bvo
                                        of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 107.701,61</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag uitbreidingen 50 – 96 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 71.801,07</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo, waarin
                                        niet begrepen een eventueel speellokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.574,19</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Toeslag voor een eventueel afzonderlijk speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo) in combinatie met uitbreiding van
                                        de school</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 121.397,26</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Vergoeding voor een eventueel afzonderlijk speellokaal (90
                                        m<sup>2</sup><sup/> bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding
                                        van de school</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 254.887,70</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Toeslag liftinstallatie </cursief>Indien bij uitbreiding van
                    het gebouw tevens een liftinstallatie wordt aangebracht kan aanspraak worden
                    gemaakt op de volgende vergoeding: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Lift, incl. aanbrengen schacht</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 143.421,52</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende bouw op
                    dezelfde plaats Voor deze toeslag gelden dezelfde voorwaarden en bedragen als
                    bij nieuwbouw (permanente bouwaard). <onderstreept>2.3 Tijdelijke voorziening
                    </onderstreept>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de
                    investeringslasten ten behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds nieuwbouw als
                    hoofdlocatie of uitbreiding van een permanente locatie en anderzijds uitbreiding
                    van een bestaande tijdelijke voorziening. Daarnaast wordt ingegaan op
                    realisering van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor
                    tijdelijke gebruik bestemde voorziening. Wat betreft grondkosten wordt ervan
                    uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in principe op het aanwezige terrein
                    kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan geldt voor de
                    beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij nieuwbouw (paragraaf
                    2.1). <cursief>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                        hoofdlocatie</cursief>De
                    vergoeding bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m<sup>2</sup>. In deze
                    bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor herstel en inrichting van
                    terreinen alsmede eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. </al>
        <al>De vergoeding voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt bepaald
                    op basis van de volgende bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="76*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2</sup><sup/> bvo of
                                        groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 47.132,03</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw 40 – 80 m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 31.849,93</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.082,74</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen
                    alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen kan een aparte toeslag
                    worden gegeven. Voor de bedragen wordt verwezen naar de toeslag bij nieuwbouw
                    (paragraaf 2.1). <cursief>Uitbreiding van bestaande tijdelijke
                        voorzieningen</cursief>De
                    vergoeding bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m<sup>2</sup>. In deze
                    bedragen zijn begrepen de bouwkosten en de toeslag voor herstel en inrichting
                    van terreinen </al>
        <al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen (in euro): </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="77*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2</sup><sup/> bvo
                                        of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 25.630,15</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding 40 – 80 m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 17.086,76</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.144,76</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen
                    alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen kan een aparte toeslag
                    worden gegeven. Voor de bedragen wordt verwezen naar de toeslag bij nieuwbouw
                    (paragraaf 2.1). <cursief>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde
                        gebouwen</cursief>Naast aankoop
                    kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd. In principe
                    zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur van een
                    bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van werkelijke
                    kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten) <onderstreept>2.4
                        Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
                    </onderstreept>Het bedrag voor eerste inrichting
                    onderwijsleerpakket en meubilair tezamen bestaat uit een basisbedrag en een
                    bedrag per m<sup>2</sup>. De hierna opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen
                    per school met een gegeven aantal m<sup>2</sup> Bij uitbreiding wordt het uit te
                    keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de investeringsbedragen
                    van de school met en zonder uitbreiding</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="49*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Basisbedrag</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Naast het basisbedrag voor elke m<sup>2 </sup> bvo</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-doven</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 125.908,93</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 219,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-sh</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 114.378,23</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 284,84</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-esm</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 106.580,93</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 141,63</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-visg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 151.259,56</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 270,33</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-lz</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 96.456,45</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 133,20</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-lg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 113.556,39</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 259,67</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-zmlk</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 94.958,34</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 112,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-zmok</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 92.688,47</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 129,90</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-pi</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 93.507,82</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 141,06</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO/VSO-mg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 114.975,89</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 115,22</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een
                    speellokaal bedraagt € 6.819,23 <onderstreept>2.5 Gymnastiek
                        </onderstreept><onderstreept>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding
                        </onderstreept><cursief>Nieuwbouw</cursief></al>
        <al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een
                    bruto-vloeroppervlakte van 455 m2 bedraagt € 830.111,76 (op het schoolterrein)
                    en € 846.901,26 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat tevens de
                    kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein. De
                    grondkosten zijn hierin niet begrepen. Voor LG-scholen en MG-scholen met een LG-
                    of MLK/ZMLK-component is er een toeslag van 50 m2 (grotere entree en kleed- en
                    doucheruimte). Met deze toeslag is een bedrag gemoeid van € 83.272,21. Indien
                    paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven. Indien extra ruimte
                    voor LG en MG-scholen van 50 m2 beschikbaar is gesteld, geldt een hogere toeslag
                    (tussen haakjes vermeld). De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 16.696,78</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>(€ 21.052,26)</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 23.017,38</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>(€ 29.155,73)</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 32.326,90</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>(€ 41.960,00)</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Uitbreiding </cursief>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte
                    wordt in eerste instantie aangesloten bij de vergoeding voor nieuwbouw van een
                    gymnastiekzaal met een bruto-vloeroppervlakte van 455 m2. Bij kleine
                    gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140 m2 of
                    minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m2.
                    Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de bedragen er als volgt uit: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="71*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 192.865,99</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 120 t/m 150 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 234.455,09</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk is,
                    wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte. De vergoeding
                    wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>112-120m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>121-150m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 7.474,86</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 9.346,61</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 12.946,88</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 16.179,43</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 21.166,73</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 26.458,41</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>OLP/meubilair </cursief>De vergoeding voor de eerste
                    inrichting met OLP/meubilair voor een gymnastiekzaal voor (voortgezet) speciaal
                    onderwijs ziet er als volgt uit: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="49*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Schoolsoort</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bedrag in euro</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-doven</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 37.628,01</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-sh/esm</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 37.407,27</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-visg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 45.287,13</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-lg/mg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 49.607,70</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-lz/pi</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 35.581,59</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-zmlk</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 35.581,59</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SO-zmok</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 35.508,37</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-doven</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 44.114,52</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-sh/esm</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 45.265,59</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-visg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 53.851,29</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-lg/mg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 55.246,25</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-lz/pi</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 43.477,06</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-zmlk</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 43.477,06</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>VSO-zmok</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 39.811,39</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-doven</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 45.683,93</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-sh/esm</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 49.972,40</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-visg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 55.883,70</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-lg/mg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 56.749,97</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-lz/pi</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 47.182,79</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-zmlk</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 47.182,79</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>SOVSO-zmok</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 39.251,79</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <vet>3 School voor voortgezet onderwijs </vet>De financiële normering voor
                    het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding (paragraaf 3.1);</al></li>
          <li nr="-"><al>tijdelijke voorzieningen (paragraaf 3.2);</al></li>
          <li nr="-"><al>eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair (paragraaf 3.3);
                            en</al></li>
          <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 3.4).</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <onderstreept>3.1 Nieuwbouw en uitbreiding </onderstreept>Er
                    bestaat geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. Bij
                    uitbreiding vindt veelal ook aanpassing van het bestaande gebouw plaats. De voor
                    de uitbreiding van het gebouw benodigde aanpassingen van het bestaande gebouw
                    worden toegekend op basis van feitelijke kosten, als bedoeld in artikel 4, derde
                    lid, laatste volzin.. </al>
        <al>De financiële normering voor nieuwbouw en uitbreiding valt uiteen in een tweetal
                    kostencomponenten: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>kosten van terreinen;</al></li>
          <li nr="-"><al>bouwkosten.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>Kosten van terreinen </cursief>Er is geen genormeerd bedrag
                    per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het terrein om niet
                    beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt
                    aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht zullen de
                    kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van het programma. Bij het
                    beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen kan het, ten behoeve van de
                    interne verrekening tussen de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de
                    kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten voor
                    het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van
                    waardevaststelling van terreinen. <cursief>Bouwkosten
                    </cursief>Bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief
                    fundering op staal, alsmede de aanleg en inrichting van het schoolterrein. In
                    het bedrag voor de vaste normkosten wordt een tweetal vergoedingen
                    onderscheiden, te weten een vergoeding voor de ruimte-afhankelijke kosten en een
                    vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten. De ruimte-afhankelijke kosten
                    bestaan uit bedragen per m2 bruto-vloeroppervlak voor de afzonderlijke
                    ruimtesoorten van een schoolgebouw. De indeling van deze bedragen geschiedt aan
                    de hand van de hoofdindeling van de ruimtelijke normering naar type ruimte zoals
                    opgenomen in Bijlage III, deel B. De sectie-afhankelijke kosten bestaan voor
                    projecten vanaf 460 m2 bruto-vloeroppervlak uit een vast bedrag per
                    huisvestingsvoorziening, alsmede een vast bedrag per sectie. Voor kleinere
                    projecten worden geen sectie-afhankelijke kosten per project toegekend. Deze
                    kosten zijn namelijk opgenomen in de bedragen voor de ruimte-afhankelijke kosten
                    per m2 bruto-vloeroppervlakte. De bedragen zijn opgenomen in de tabel op de
                    volgende bladzijde met vaste bedragen per m2 bruto-vloeroppervlakte en vaste
                    bedragen per voorziening. Voor de berekening van de vergoeding voor de
                    ruimte-afhankelijke kosten worden de benodigde aantallen m2 per type ruimte van
                    de goedgekeurde huisvestingsvoorziening, berekend op basis van Bijlage III, Deel
                    C, vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per ruimtesoort. Berekening van de
                    vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten geschiedt door optelling van de
                    algemene vaste voet en de vaste voet voor de algemene sectie of de
                    werkplaatssectie, dan wel beide, afhankelijk van de secties waaruit de op basis
                    van Bijlage III goedgekeurde huisvestingsvoorziening bestaat. De vergoeding voor
                    de ruimte-afhankelijke kosten en de vergoeding voor de sectie-afhankelijke
                    kosten vormen tezamen de totale vergoeding voor de vaste normkosten. </al>
        <al> Bedragen voor ruimte-afhankelijke kosten per bruto m2 (in euro) </al>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>&lt;460m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>460&lt;2500m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>&gt;=2500m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Algemene en specifieke ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>2.114,11</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1.254,66</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>1.224,60</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Werkplaatsen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>2.064,88</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1.670,32</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>1.670,32</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Werkplaatsen consumptief</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>2.507,39</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>2.112,84</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2.112,84</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Specifieke ruimte: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                            gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li>
          <li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                            etaleren.</al></li>
        </lijst>
        <al>Werkplaatsen: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                            elektrotechniek, installatietechniek, lasserij, metaal,
                            voertuigentechniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk;</al></li>
        </lijst>
        <al>De overige ruimte is algemene ruimte. Bedragen voor de sectie-afhankelijke
                    kosten per voorziening (in euro) </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>&lt; 460 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>&gt; 460 &lt; 2500 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>&gt;= 2500 m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Vaste voet algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>133.395,79</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>133.395,79</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Vaste voet algemene sectie</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>261.845,85</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>365.596,72</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Vaste voet werkplaatssectie</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>48.416,17</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>48.416,17</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Tot de werkplaatssectie behoren de volgende werkplaatsen: bouwtechniek,
                    machinale houtbewerking, consumptieve techniek, meten, elektrotechniek,
                    grafische techniek, installatietechniek, lasserij, mechanische techniek en
                    motorvoertuigentechniek. De specifieke en algemene ruimten behoren tot de
                    algemene sectie. De overige theorie-, theorievak- en (specifieke) vaklokalen en
                    tevens de directie- en nevenruimten behoren tot de categorie algemeen. </al>
        <tussenkop>Aanvullende normkosten</tussenkop>
        <al>Bij de onderbouwing van het bedrag voor de vaste normkosten is uitgegaan van een
                    standaardlocatie. Echter, als gevolg van plaatselijke omstandigheden kunnen
                    extra kosten optreden. Voor een beperkt aantal omstandigheden wordt een
                    aanvullend bedrag beschikbaar gesteld. Dit beperkt zich tot een tweetal
                    aspecten, te weten fundering en bemaling. In de hiervoor genoemde
                    vergoedingsbedragen is uitgegaan van fundering op staal. In veel gevallen zal
                    echter paalfundering noodzakelijk zijn. Het criterium voor toekenning van een
                    bedrag voor (paal)fundering is het op te stellen sonderingsrapport. De
                    vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte en de omvang van de bouw
                    in bruto-vloeroppervlakte (A). De vergoeding kan worden berekend aan de hand van
                    de volgende formules: Nieuwbouw en uitbreiding &lt; 1000 m2 </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="58*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1 tot 15 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 3.888,67</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 20,40</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15 tot 20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 4.139,98</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 34,51</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 20 meter of langer</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 4.622,15</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 61,76</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Uitbreiding &gt;= 1000 m2 </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="58*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1 tot 15 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 4.748,76</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 7,15</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15 tot 20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 6.193,99</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 18,55</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 20 meter of langer</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 9.406,08</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 37,49</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Om in aanmerking te komen voor een aanvullende bedrag voor bemaling is de
                    grondwaterstand maatgevend. Indien deze grondwaterstand minder dan 1 meter onder
                    het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een bedrag per m2
                    goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 13,25 per m2
                    terrein. </al>
        <al>
          <onderstreept>3.2 Tijdelijke voorziening </onderstreept>Het
                    vergoedingsbedrag voor een tijdelijke voorziening in het voortgezet onderwijs is
                    gebaseerd op een vergoedingsformule, afhankelijk van het type voorziening. </al>
        <al>De volgende typen van tijdelijke voorzieningen worden onderscheiden: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen;</al></li>
          <li nr="-"><al>huur van tijdelijke lokalen.</al></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>Nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen </cursief>Het bedrag
                    voor de huisvestingskosten van nieuwbouw en uitbreiding met tijdelijke lokalen
                    wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule: </al>
        <al> € 672,73* A + € 46.251,54 </al>
        <al>A = het toegekende aantal m2 bruto-vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting.
                    Voor de berekening van A wordt verwezen naar bijlage III, deel C. Alle directe
                    en indirecte kosten gemoeid met de realisatie van de voorziening moeten worden
                    bestreden uit het ter beschikking gestelde bedrag. Tot die kosten behoren onder
                    meer het aansluiten van de tijdelijke huisvestingsvoorziening op
                    nutsvoorzieningen, de leges en het geschikt maken van het terrein inclusief
                    fundering voor de te plaatsen tijdelijke huisvestingsvoorziening. <cursief>Huur
                        van tijdelijke lokalen </cursief>Naast aankoop kan een voor
                    tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd. In principe zijn er twee
                    typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw.
                    Beide soorten huur worden vergoed op basis van feitelijke kosten, als bedoeld in
                    artikel 4, derde lid, laatste volzin. <onderstreept>3.3 Eerste inrichting leer-
                        en hulpmiddelen en meubilair </onderstreept>De toekenning van
                    een vergoeding voor eerste inrichting met inventaris (leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair) is gekoppeld aan de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw (niet zijnde
                    vervangende nieuwbouw), uitbreiding en ingebruikneming (niet zijnde
                    ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de eerste
                    inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd. Indien bij
                    uitbreiding wordt verwezen naar medegebruik is toekenning van inventaris slechts
                    van toepassing indien inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte
                    ontbreekt dan wel niet geschikt is. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk
                    van het type ruimte dat wordt gerealiseerd. Door het verschil te bepalen tussen
                    de aanwezige bruto vloeroppervlakte per ruimtetype en het te realiseren bruto
                    vloeroppervlakte per ruimtetype wordt de hoogte van de vergoeding bepaald aan de
                    hand van de in onderstaande tabel genoemde bedragen. </al>
        <al> Normbedragen inventaris per ruimtetype (in euro) </al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="26*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Algemene ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>145,36</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Specifieke ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>(Uiterlijke) verzoring/mode en commmercie</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>339,72</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Handel/verkoop/administratie</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>207,82</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Praktijkonderwijs</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>279,03</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Werkplaatsen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Techniek algemeen</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>356,42</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Consumptief</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>690,22</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Grafische techniek</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1.319,59</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Landbouw</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>0,00</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al> Specifieke ruimte: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>(uiterlijke)verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                            gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li>
          <li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                            etaleren;</al></li>
          <li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken</al></li>
        </lijst>
        <al>Werkplaatsen: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                            elektrotechniek, installatietechniek, lasserij, metaal,
                            voertuigentechniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li>
          <li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk;</al></li>
          <li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken.</al></li>
        </lijst>
        <al>De overige ruimte is algemene ruimte. <onderstreept>3.4 Gymnastiek voortgezet
                        onderwijs </onderstreept><cursief>Bouwkosten
                        nieuwbouw/uitbreiding </cursief>De vergoeding van de bouwkosten
                    voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een bruto-vloeroppervlakte van 455 m2
                    bedraagt € 830.111,76 (op het schoolterrein) respectievelijk € 846.901,36 (op
                    afzonderlijk terrein). De vergoeding voor de bouwkosten van een gymnastiekzaal
                    omvat alle schaal- en ruimteafhankelijke kosten, alsmede kosten voor de
                    inrichting van het terrein. De kosten voor de aankoop van grond zijn hierin niet
                    begrepen. Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven
                    afhankelijk van de benodigde paallengte. De vergoeding wordt bepaald op basis
                    van de volgende bedragen: </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="65*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15 meter:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 16.696,78</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20 meter:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 23.017,38</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;=20 meter:</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 32.326,90</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <cursief>Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal </cursief>Naast
                    gymnastiek in een eigen ruimte van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in
                    een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik van een
                    gymnastiekaccommodatie van een andere school, de gemeente of een commerciële
                    exploitant. Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie is de school voor
                    voortgezet onderwijs de volgende vergoeding verschuldigd: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>Indien de gymnastiekruimte van een andere school voor voortgezet
                            onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele en het vaste deel van het
                            klokuurbedrag vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Voor de
                            hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                            deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</al><al> Indien de gymnastiekruimte van een school voor primair onderwijs wordt
                            gebruikt, wordt in ieder geval het variabele deel van het klokuurbedrag
                            vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Als de gebruiksduur van de
                            gymnastiekruimte vanwege het medegebruik door de VO-school boven de 26
                            klokuren uitkomt, dient de VO-school voor het aantal uren dat boven de
                            26 klokuren ligt ook het vaste deel van het klokuurbedrag te vergoeden.
                        </al></li>
          <li nr="b."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, is de
                            school voor voortgezet onderwijs de gemeente een bedrag aan
                            exploitatiekosten verschuldigd voor het aantal lesuren gebruik. Voor de
                            hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                            deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</al></li>
          <li nr="c."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt
                            gebruikt, betaalt de school voor voortgezet onderwijs de huurprijs
                            (stichtingskosten en materiële instandhouding). De gemeente betaalt aan
                            de school een stichtingskostenvergoeding als onderdeel van de huur. De
                            hoogte van deze stichtingskostenvergoeding bedraagt het verschil tussen
                            huurbedrag en het vaste en variabele deel van het klokuurbedrag voor het
                            aantal uren gebruik. Voor de hoogte van het klokuurbedrag wordt
                            aangesloten bij het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding in
                            het primair onderwijs.</al></li>
        </lijst>
        <al>Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder a, b en c wordt
                    het vaste bedrag, zoals genoemd in de beleidsregel voor bekostiging
                    gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                    onderwijsonderdeel 'Vergoeding per klokuur', gedeeld door 26.
                    Vermenigvuldiging van het op deze wijze verkregen bedrag met het aantal uren
                    resulteert in het totale vaste deel van de klokuurvergoeding dat een school voor
                    voortgezet onderwijs moet vergoeden. <cursief>Huur sportvelden
                    </cursief>Gedurende maximaal 8 weken per jaar kan een school aanspraak
                    maken op een vergoeding van de huur van een sportveld. De vergoeding voor deze
                    kosten bedraagt € 19,26 per klokuur. </al>
        <al>
          <cursief>Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen/meubilair
                    </cursief>In geval van nieuwbouw (als eerste voorziening), uitbreiding
                    en ingebruikneming (niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand
                    gebouw) waarbij de eerste inrichting nog niet eerder van overheidswege is
                    bekostigd, bestaat aanspraak op vergoeding voor eerste inrichting met leer- en
                    hulpmiddelen/meubilair. Bij de voorzieningen vervangende nieuwbouw en
                    medegebruik bestaat geen aanspraak op eerste inrichting met leer- en
                    hulpmiddelen/meubilair. De vergoeding, afhankelijk van het type toegekende
                    gymnastiekaccommodatie wordt bepaald op basis van de volgende bedragen (in
                    euro): </al>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Meubilair</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>L.h.m</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Totaal</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Eerste lokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>996,56</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>59.426,84</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>60.423,40</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tweede lokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>996,56</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>46.357,45</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>47.354,00</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Derde lokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>996,56</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>20.154,05</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>21.150,61</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Oefenplaats 1</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>13.124,31</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>13.124,31</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Oefenplaats 2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1.515,02</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>1.515,02</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <onderstreept>4 Indexering </onderstreept>De in deze bijlage
                    genoemde normbedragen zijn afgeleid van het prijspeil van 1 juli 1996. Jaarlijks
                    worden door het college de werkelijke prijsontwikkeling in het afgelopen jaar en
                    de verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het vaststellen van de hoogte van
                    de vergoeding in het jaar van uitvoering van het programma bekendgemaakt.
                        <onderstreept>Werkelijke prijsontwikkeling
                    </onderstreept>Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de
                    werkelijke prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen
                    dat elk jaar alle tabellen aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks na 1
                    juli het prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt. </al>
        <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als prijsbijstellingscijfer
                    aangehouden het verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Nieuwbouwwoningen;
                    outputindex 2000=100 (inclusief BTW)', gepubliceerd in de 'Maandstatistiek
                    bouwnijverheid' van het CBS over het tweede kwartaal van het lopende jaar en het
                    tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar. Voor de voorzieningen
                    onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de
                    klokuurvergoeding gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer aangehouden het
                    verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Consumentenindex van alle huishoudens’
                    (NR-reeks), gepubliceerd in de 'Maandstatistiek van de prijzen' van het CBS over
                    de maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan voorafgaande
                    jaar. Indien de CBS-ondexcijfers “Nieuwbouwwoningen; outputindex 2000 = 100”
                    over het tweede kwartaal van het lopend jaar niet (tijdig) beschikbaar zijn,
                    worden de CBS-cijfers over het eerste kwartaal van het lopende én het tweede
                    kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar gehanteerd.</al>
        <al>
          <onderstreept>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma
                    </onderstreept>Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van
                    het jaar waarin het programma wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een
                    inschatting te maken van het werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering
                    van het programma. Dit is noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding bij
                    vaststelling van het programma en het moment van vergoeding vast te stellen. </al>
        <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het
                    MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) 'bruto investeringen door bedrijven
                    in woningen', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september. Voor de
                    voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en
                    de klokuurvergoeding gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer
                    'prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie', zoals bekendgemaakt
                    op de derde dinsdag in september. </al>
        <tussenkop>5 Europese aanbesteding</tussenkop>
        <al>Voor de opdrachten die vallen onder de Europese aanbesteding geldt de richtlijn
                    van de Europese Unie (200418/EG) met daarin de volgende bedragen:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>193.000 euro excl. BTW voor leveringen en diensten;</al></li>
          <li nr="b."><al>4.845.000 euro excl. BTW voor werken. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr>V</nr>
          <titel>
            <vet> Criteria voor de urgentie van de aangevraagde
                        voorzieningen</vet>
          </titel>
        </kop>
        <al>
          <onderstreept>1 Volgorde van
                    hoofdprioriteiten</onderstreept>
        </al>
        <al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de
                    criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter
                    samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van
                    prioriteit. Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage
                            III op te heffen; </al></li>
          <li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven
                            i.c. onderhoud van gebouwen voor primair onderwijs; </al></li>
          <li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet
                            gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor zover deze geen
                            capaciteitsuitbreiding inhouden; </al></li>
          <li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige
                            inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te
                            passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs. </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <vet>Ad 1</vet> Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los
                    van andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik en
                    het inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief (voor zover van
                    toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste inrichting. Ook vergroting
                    van de capaciteit voor onderwijs in de lichamelijke oefening bijvoorbeeld door
                    nieuwbouw van een gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende
                    bouw en ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen
                    vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort aan
                    capaciteit op te heffen. <vet>Ad 2</vet> Vervangende bouw, ingebruikneming van
                    een gebouw ter vervanging van een ander gebouw inclusief de noodzakelijke
                    aanpassingen, onderhoud in het primair onderwijs, herstel van constructiefouten,
                    herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden en de aanpassing
                    'vervanging van een oliegestookte verwarmingsinstallatie' in het primair
                    onderwijs vormen de tweede hoofdprioriteit. <vet>Ad 3</vet> Aanpassingen van
                    gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering van het (deels) inpandig
                    creëren van lesruimten en vervanging van een oliegestookte verwarming vallen
                    onder hoofdprioriteit 3. <vet>Ad 4</vet> Invulling van hoofdprioriteit 4 zal
                    afhangen van de gevolgen van nieuwe onderwijskundige inzichten voor gebouwen.
                    Daarnaast vallen hieronder de activiteiten van aanpassingen van meer algemene
                    aard en herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden voor zover
                    dit niet spoedeisend is. </al>
        <al>
          <onderstreept>2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                        subprioriteiten</onderstreept>Vervolgens wordt
                    binnen elke hoofdprioriteit op basis van de subprioriteit de nadere volgorde
                    bepaald. Daarbij wordt voor enige hoofdprioriteiten, namelijk de
                    hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie
                    die een ruimte heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening
                    opnieuw toegepast. Onder lesruimten vallen: theorielokalen/leslokalen,
                    vaklokalen/speellokalen en gymnastiekruimten. Onder niet-lesruimten vallen:
                    kabinetten, personeelsruimten en overige nevenruimten binnen het gebouw. Onder
                    het begrip overige ruimte vallen: bergingen, fietsenstallingen en voorzieningen
                    aan het terrein. </al>
        <al>
          <cursief>2.1 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen om capaciteitstekorten als
                        bepaald op basis van bijlage III op te heffen' komt voor plaatsing op het
                        programma in aanmerking:</cursief>
        </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van
                            schoolgebouwen; </al></li>
          <li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van
                            schoolgebouwen en </al></li>
          <li nr="c."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten opheft. </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>2.2 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om een
                        adequaat onderhoudsniveau te handhaven' komt voor plaatsing op het programma
                        in aanmerking:</cursief>
        </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li>
          <li nr="b."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal waarbij
                            volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder
                            c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li>
          <li nr="c."><al>vervolgens die voorziening aan een
                            vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte waarbij volgens het bouwkundige
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua
                            kwaliteit wordt toegekend; </al></li>
          <li nr="d."><al>vervolgens die voorziening aan een niet-lesruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; </al></li>
          <li nr="e."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend. </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>2.3 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om te voldoen
                        aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen waaronder aanpassingen
                        voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding betreffen' komt voor plaatsing
                        op het programma in aanmerking:</cursief>
        </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de wet- en
                            regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals
                            bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; </al></li>
          <li nr="b."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal dat niet
                            voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie
                            volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is; </al></li>
          <li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan een vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte
                            dat niet voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                            conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c,
                            de minste is; </al></li>
          <li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan een niet-lesruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; en
                        </al></li>
          <li nr="e."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is. </al></li>
        </lijst>
        <al>
          <cursief>2.4 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen die wenselijk zijn als
                        gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige
                        aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het
                        onderwijs' komt voor plaatsing op het programma in
                    aanmerking:</cursief>
        </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                            vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast wordt waarbij het aantal
                            groepen leerlingen het hoogst is; </al></li>
          <li nr="b."><al>vervolgens de voorziening voor theorielokalen/leslokalen waarbij het
                            percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is; </al></li>
          <li nr="c."><al>vervolgens de voorziening voor vaklokalen/speellokalen/gymnastiekruimten
                            waarbij het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige
                            beleid geldt het hoogst is; </al></li>
          <li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan niet-lesruimte die als lesruimte in
                            gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen waarvoor nieuw
                            onderwijskundig beleid geldt het hoogst is; </al></li>
          <li nr="e."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                            omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is; en </al></li>
          <li nr="f."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer algemene
                            aard, waarbij de ouderdom van het niet-aangepaste gebouw het hoogst
                            is.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr>VI</nr>
          <titel>
            <vet>Stroomschema reguliere aanvraagprocedure voorziening in de
                            huisvesting</vet>
          </titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>Artikel: Actie: Door:</vet>
        </al>
        <al>
          <cursief>Aanvraagfase</cursief>
        </al>
        <al>6 zonder vooroverleg schoolbestuur</al>
        <al> indienen aanvraag </al>
        <al> vóór 1 februari</al>
        <al> of,</al>
        <al> met vooroverleg schoolbestuur</al>
        <al> indienen aanvraag</al>
        <al> vóór 1 juli</al>
        <al>7.3 beoordeling aanvraag gemeente</al>
        <al>7. op volledigheid </al>
        <al>7. zonder vooroverleg met vooroverleg</al>
        <al>7. onvolledig onvolledig</al>
        <al>7. voor 15-2 melden voor 15-7 melden gemeente</al>
        <al>7. aan aanvrager aan aanvrager </al>
        <al>7. verstrekken aanvullende verstrekken aanvullende schoolbestuur</al>
        <al>7. informatie voor 15-3 voor 15-8</al>
        <al>7. niet voor 15-3 binnen niet voor 15-8 binnen gemeente</al>
        <al>7. mededeling dat de mededeling dat de </al>
        <al>7. aanvraag niet in aanvraag niet in</al>
        <al>7. behandeling wordt behandeling wordt</al>
        <al>7. genomen genomen</al>
        <al>8 indien volledig: gemeente</al>
        <al> mededeling aan besturen welke aanvragen</al>
        <al> zijn ingediend en wel of niet in behandeling</al>
        <al> wordt genomen</al>
        <al>
          <vet>Artikel: Actie: Door:</vet>
        </al>
        <al>
          <cursief>Beoordelingsfase</cursief>
        </al>
        <al>7.2 bekostiging</al>
        <al>7. normbedrag offertebedrag gemeente</al>
        <al>9 voor 1-5 overleg over gemeente +</al>
        <al> begroting indien schoolbestuur aanpassing nodig is </al>
        <al>10 vaststellen investeringsbudget college van B&amp;W</al>
        <al> opstellen concept programma en</al>
        <al> overzicht</al>
        <al> overleg met besturen voor 1-10 gemeente +</al>
        <al> schoolbesturen</al>
        <al> advies overleg</al>
        <al> aanbieden aan college</al>
        <al>11 vaststellen uiterlijk 31-12 gemeenteraad</al>
        <al>14 binnen 2 weken besluit bekendmaken gemeente</al>
        <al>
          <vet>Artikel: Actie: Door:</vet>
        </al>
        <al>
          <cursief>Uitvoeringsfase</cursief>
        </al>
        <al>14 besluit college</al>
        <al>15 binnen 4 weken overleg over gemeente +</al>
        <al> de wijze van uitvoeren schoolbestuur</al>
        <al>16 normbedrag bouwplan offertes aanvang schoolbestuur</al>
        <al> (geen financiële ter goedkeuring (financiële bekostiging</al>
        <al> toetsing) naar gemeente toetsing)</al>
        <al> binnen 6 weken besluit college van B&amp;W</al>
        <al>18 verstrekken bouwopdracht schoolbestuur</al>
        <al> voor 15-10</al>
        <al>
          <cursief> Start
                        bekostiging</cursief>
          <cursief> gemeentebestuur
                    </cursief>
        </al>
        <al/>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr> Toelichting bij de aanvraagprocedure voorziening in de huisvesting</nr>
        </kop>
        <al>De reguliere aanvraagprocedure is in het stroomschema inzichtelijk gemaakt in
                    een helder en eenvoudig overzicht, waarin niet alleen de belangrijke data worden
                    genoemd, maar ook wordt verwezen naar het artikel in deze verordening waar de
                    bepaling is opgenomen. Dit overzicht is afgeleid van deze
                    huisvestingsverordening.</al>
        <al>Naast de aanvraagprocedure is het belangrijk om aan de voorkant van een
                    aanvraagprocedure te weten waarop men eventueel aanspraak kan maken. Dat is
                    geregeld in de bijlagen I t/m V van deze verordening en is hieronder op
                    hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt.</al>
        <al>A) De "hoe" vraag</al>
        <al> Hoe een aanvraag moet worden ingediend en de daarbij horende procedure is te
                    vinden in deze verordening.</al>
        <al>B) De "wat" vraag</al>
        <al> De voorzieningen die aangevraagd kunnen worden zijn te vinden in artikel 2 van
                    deze verordening. Daar staat (net als in de wet op het primair onderwijs) een
                    opsomming wat kan worden aangevraagd. Deze zijn </al>
        <al> vervolgens in bijlage I verder verduidelijkt. In deze bijlage zijn de criteria
                    uitgeschreven op grond waarvan </al>
        <al> de aanvraag wordt beoordeeld.</al>
        <al>C) De "hoeveel" vraag</al>
        <al> Op hoeveel m2 vloeroppervlak aanspraak gemaakt kan worden is in bijlage III
                    omschreven. Geregeld is:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de bepaling van de bestaande capaciteit</al></li>
          <li nr="-"><al>de wijze van de bepaling van de ruimtebehoefte</al></li>
          <li nr="-"><al>de bepaling van de omvang van de voorziening waarop aanspraak gemaakt
                            kan worden</al></li>
          <li nr="-"><al>minimumnormen bij de realisering van nieuwe voorzieningen</al></li>
        </lijst>
        <al>D) De "euro" vraag</al>
        <al> De volgende stap na het bepalen van de m2 is het bepalen van de daarbij horende
                    financiële middelen. </al>
        <al> Dat is geregeld in bijlage IV.</al>
        <al>E) De "belangrijkste" vraag</al>
        <al> In bijlage V zijn de criteria opgenomen waarmee de gemeente de urgentie van de
                    aangevraagde </al>
        <al> voorzieningen bepaald.</al>
        <al/>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>