<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR317244_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en Horecaverordening gemeente Korendijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Drank- en Horecaverordening gemeente Korendijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0002458">Drank- en Horecawet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/1409</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en Horecaverordening gemeente Korendijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><structuurtekst><al>*0010100120131409*</al><al>KNDK/2013/1409</al><al/><al><vet>Drank- en Horecaverordening </vet><vet>GEMEENTE
                            Korendijk</vet></al><al/><al><vet>Drank- en horecaverordening vastgesteld</vet></al><al>De burgemeester maakt bekend dat de gemeenteraad in zijn vergadering van
                            10 december 2013 de Drank- en horecaverordening gemeente Korendijk heeft
                            vastgesteld. De Drank- en horecaverordening stelt o.a. regels met
                            betrekking tot schenktijden en het verbod op het schenken van sterkte
                            drank in de paracommerciële horeca (kantines e.d.). </al><al>De verordening treedt in werking op 28 december a.s. (de dag na deze
                            publicatie). </al><al>De Drank- en horecaverordening gemeente Korendijk zijn opgenomen in het
                            Gemeenteblad nummer 24, heden uitgegeven. Het betreffende Gemeenteblad
                            ligt voor een ieder kosteloos ter inzage in het gemeentehuis, Voorstraat
                            31 te Piershil. Tegen betaling van de kosten is een afschrift van de
                            documenten verkrijgbaar. Ook zijn de documenten te raadplegen op onze
                            website: www.korendijk.nl.</al><al/><al><vet>Toezicht </vet><vet>Drank- en
                                ho</vet><vet>reca</vet><vet>wet</vet><vet> e.a.</vet></al><al>Gemeenten in de Hoeksche Waard zullen een gezamenlijke toezichthouder
                            aanstellen die de horeca gaat controleren. . Naar verwachting zal deze
                            toezichthouder in februari 2014 aangesteld kunnen worden. </al><al>Behalve controle op de Drank- en horecawet, zal de toezichthouder ook
                            toezicht uitoefenen op de Wet op de Kansspelen, de Algemeen Plaatselijke
                            Verordening en de Opiumwet. Gemeenten in de Hoeksche Waard hebben
                            uniforme beleidsregels vastgesteld om overtredingen van deze wetten
                            eenduidig en rechtszeker te kunnen handhaven. Een concreet stappenplan
                            in de vorm van een handhavingsmatrix vormt een belangrijk onderdeel van
                            deze beleidsregels. </al><al>Een afschrift van de handhavingsmatrix is tegen betaling van de kosten
                            verkrijgbaar. Ook zijn de documenten te raadplegen op onze website:
                            www.korendijk.nl. </al><al/><al><vet>Drank- en Horecaverordening </vet><vet>GEMEENTE
                            Korendijk</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een
                                        inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar
                                        sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                        bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor
                                        gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                                        wet;</al></li><li nr="d."><al>bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="-"><al>personen die dienst doen in de inrichting;</al></li><li nr="-"><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                                dringende redenen</al><al> noodzakelijk is;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige
                                begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder
                                verstaat.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.1</nr><titel>BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN HET HORECABEDRIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
                                    oefenen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor het uitoefenen van het
                                horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen
                                alleen worden gesteld in het kader van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="c."><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Prijsacties horeca vervallen</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.2</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE
                                RECHTSPERSONEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Het is verboden in inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen
                                alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende
                                schenktijden:</al><al><cursief>- </cursief><cursief>Maandag t/m
                                    </cursief><cursief>vrijdag</cursief><cursief>van
                                    </cursief><cursief>17.00 uur – 24.00 uur;</cursief></al><al><cursief>- </cursief><cursief>zaterdag en zondag</cursief><cursief>
                                    van </cursief><cursief>12:00 uur </cursief><cursief>– 24.00
                                    uur</cursief><cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                                    rechtspersonen</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om
                                    alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke
                                    aard te verstrekken, indien dit leidt tot oneerlijke
                                    mededinging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om
                                    alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op
                                    personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van
                                    de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn te verstrekken,
                                    indien dit leidt tot oneerlijke mededinging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder
                                    inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van
                                    bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht
                                    zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                    als bedoeld in het eerste lid en tweede lid van dit artikel,
                                    openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met
                                    bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of
                                    tijdschriften, internet of via social media kenbaar te
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde
                                    paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te
                                verstrekken in een inrichting van </al><al>een paracommerciële rechtspersoon die: </al><lijst><li nr="a."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een
                                        onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor
                                        het geven van onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                        uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer
                                        jeugdorganisaties of -instellingen dan wel bezocht pleegt te
                                        worden door jeugdige personen;</al></li><li nr="c."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                        uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer
                                        sportorganisatie of -instellingen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Prijsacties detailhandel vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschriften slijterijen</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf
                            voorschriften verbinden. </al><al>Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld in het kader van de
                            volgende belangen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="c."><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen
                                voor paracommerciële rechtspersonen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op
                                        grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de
                                        wet zijn gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van
                                        burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn
                                        verleend;</al></li><li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere
                                gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan
                                vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen,
                                blijven van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke
                                verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder
                                b., bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding
                                van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een ontheffing of vergunning is ingediend waarop nog
                                niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op bezwaarschriften wordt beslist met toepassing van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Drank- en
                                    Horecaverordening gemeente Korendijk”’.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Korendijk d.d. 10 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Bekendgemaakt op 27 december 2013 (gemeenterubriek, gemeenteblad nummer:
                        24)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>In werking getreden op 28 december 2013.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De toelichting op deze Drank- en Horecaverordening (hierna de verordening)
                    bestaat uit deel A en deel B. Deel A bevat een algemene toelichting op de
                    verordening. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Wijziging van de Drank- en Horecawet </al></li><li nr="2."><al>Toezicht op de Drank- en Horecawet </al></li><li nr="3."><al>Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening</al></li><li nr="4."><al>Totstandkoming van deze verordening</al></li></lijst><al>Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. </al><tussenkop>A Algemene toelichting</tussenkop><tussenkop>1. Wijziging van de Drank- en Horecawet </tussenkop><al>De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet
                    bestaat sinds 1964. Kern van de wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot
                    gezondheidsschade, overlast en ongevallen. Daarom is een gemeentelijke
                    vergunning vereist voor het verstrekken van alcoholhoudende drank (ter plaatse)
                    in de horeca en het verstrekken (elders dan ter plaatse) van sterke drank in
                    slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van zwak-alcoholhoudende drank is geen
                    vergunning vereist. </al><al>De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele
                    eisen: leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of ouder),
                    zedelijkheidseisen (geen antecenten) en eisen ten aanzien van kennis en inzicht
                    in verantwoord verstrekken (meestal Verklaring Sociale hygiëne). Ook de
                    inrichting zelf moet aan enkele basiseisen voldoen.</al><al>Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkomen, kent
                    de Drank- en Horecawet al van oudsher leeftijdsgrenzen. Aan jongeren onder de 16
                    jaar mag geen zwak-alcoholhoudende drank (gedistilleerd met minder dan 15%
                    alcohol, zoals wijn en bier) worden verstrekt. De leeftijdsgrens voor sterke
                    drank (gedistilleerd met 15% alcohol of meer) ligt op 18 jaar. Per 1 januari
                    2014 wordt de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik opgehoogd naar 18 jaar. Dit
                    geldt dan dus voor zowel zwak- als sterk alcohol. </al><al>Alle verstrekkers van alcohol (barkeepers, slijters, caissières en dergelijke)
                    dienen de leeftijd van jongeren vooraf vast te stellen. </al><tussenkop>Nieuwe bepalingen in 2013</tussenkop><al>Per 1 januari 2013 zijn enige wijzigingen in de Drank- en Horecawet in werking
                    getreden. </al><al>De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van vrijwel alle
                    bepalingen van de Drank- en Horecawet overgaat van de Nederlandse Voedsel- en
                    Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten het
                    toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen uitoefenen. De
                    burgemeester wordt voortaan bevoegd gezag. Hij wijst ook gemeentelijke
                    toezichthouders (DHw-BOA’s) aan. </al><al>De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te
                    geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder
                    jongeren tegen te gaan. De bestaande gemeentelijke bevoegdheid om
                    leeftijdsgrenzen voor de horeca vast te stellen wordt uitgebreid. Gemeenten
                    kunnen voortaan een minimum toelatingsleeftijd tot alle horecalokaliteiten en
                    terrassen vaststellen en deze koppelen aan tijdsruimten. Daarnaast krijgen
                    gemeenteraden de mogelijkheid extreme prijsacties in supermarkten en de horeca
                    in een verordening te verbieden. Gemeenteraden krijgen de plicht om uiterlijk 1
                    januari 2014 een verordening op te stellen waarin de alcoholverstrekking door
                    paracommerciële rechtspersonen wordt gereguleerd. </al><al>In de Drank- en Horecawet is opgenomen dat jongeren onder de 18 jaar strafbaar
                    zijn als ze alcohol aanwezig, of voor consumptie gereed hebben op voor het
                    publiek toegankelijke plaatsen. Deze landelijke strafbepaling heeft een
                    drieledig doel. Ten eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het
                    alcoholgebruik onder jongeren onder de 18 jaar wordt tegengegaan. Ten tweede is
                    het een ordemaatregel, waarmee overlastgevende drinkende jeugd op straat kan
                    worden aangepakt. Het verbod geldt niet voor het aanwezig hebben van
                    alcoholhoudende dranken in supermarkten, slijterijen en dergelijke. Daar is er
                    immers geen indirecte verstrekking en/of consumptie ter plaatse. Het geldt wel
                    voor het aanwezig hebben (of voor consumptie gereed hebben) van alcoholhoudende
                    drank in horeca-inrichtingen, inclusief de inrichtingen van paracommerciële
                    rechtspersonen.</al><al>Het verstrekken en verkopen van alcohol aan jongeren onder de 18 kan als gevolg
                    van de wijziging van de Drank- en Horecawet beter worden aangepakt. Supermarkten
                    en andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt worden op het
                    verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens kan het tijdelijk
                    worden verboden om alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester kan een
                    alcoholverkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen.</al><al>De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding van de
                    leeftijdsgrenzen worden geschorst. </al><al>De administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors
                    verminderd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de
                    burgemeester te melden en hoeft er in zo een geval ook geen nieuwe vergunning
                    meer te worden aangevraagd.</al><tussenkop>De Lex silencio positivo in de Drank- en Horecawet</tussenkop><al>In artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is bepaald dat de lex silencio
                    positivo van toepassing is op een aanvraag om een vergunning die onder de
                    Dienstenwet valt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. De Lex
                    silencio postivo is de regeling waarbij een vergunning automatisch verleend
                    wordt als de overheid niet tijdig over de aanvraag van een vergunning heeft
                    beslist. Hiermee wil het kabinet tijdige besluitvorming bij vergunningaanvragen
                    bevorderen.</al><al>In de gewijzigde Drank- en Horecatwet is in artikel 3, tweede lid, artikel 4,
                    zesde lid en artikel 35, vijfde lid bepaald dat de lex silencio positivo
                    (paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht) niet van toepassing is op
                    deze aanvragen. </al><al>Ten aanzien van de aanvragen als bedoeld in artikel 30 en artikel 30a, eerste en
                    tweede lid en van de Drank- en Horecawet is niet expliciet bepaald dat de lex
                    silencio positivo niet van toepassing is. De aanname is derhalve dat de lex
                    silencio van toepassing is op deze aanvragen. Dit betekent dus dat een aanvraag
                    binnen de wettelijk gestelde termijn afgewikkeld dient te worden. Indien dit
                    niet gebeurt is de vergunning / de ontheffing van rechtswege verleend.</al><tussenkop>2. Toezicht op de Drank- en Horecawet </tussenkop><al>Effectief toezicht heeft over het algemeen een sterk positief effect op de
                    naleving van regels. Dit is niet alleen zo bij snelheidsovertredingen, het
                    betalen van belasting en het dragen van autogordels, maar ook bij het naleven
                    van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop en andere bepalingen van de Drank-
                    en Horecawet. Bij een pilot in politiedistrict Rivierenland steeg de naleving
                    van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop na een jaar intensief decentraal
                    toezicht door twee speciaal daartoe aangestelde gemeentelijke toezichthouders
                    van 20% naar 80%.</al><al>Aangezien met de gewijzigde wet belangrijke bevoegdheden om alcoholverstrekking
                    te reguleren worden gedecentraliseerd naar gemeenten, is het logisch dat het
                    toezicht daarop ook bij gemeenten (in casu de burgemeesters) wordt gelegd.
                    Veelal is er immers een directe relatie met overlast en openbare orde, waarvoor
                    de burgemeester al verantwoordelijk is. Door de decentralisatie van het toezicht
                    worden gemeenten in staat gesteld om beter in te spelen op de lokale situatie.
                    Verder kunnen gemeenten de toezichtstaak efficiënter en effectiever uitvoeren,
                    waardoor de frequentie van het toezicht naar verwachting wordt verhoogd in
                    vergelijking met de frequentie van het huidige toezicht door de Nederlandse
                    Voedsel- en Warenautoriteit. Daarnaast komt het toezicht op de brandveiligheid,
                    omgevingsregelgeving, lokale verordeningen en de Drank- en Horecawet in één hand
                    te liggen, wat ook bijdraagt aan een efficiëntere handhaving. Tot slot kunnen de
                    gemeentelijke toezichtstaken een grote bijdrage leveren aan het opzetten van een
                    integraal lokaal of regionaal alcoholbeleid.</al><al>Effectief alcoholbeleid levert zowel gezondheidswinst als economische winst op.
                    Het kenmerkt zich door een samenhangend geheel van maatregelen en interventies
                    op het terrein van volksgezondheid en veiligheid. Een strategisch alcoholbeleid
                    is gebouwd op interventies die gedurende een langere tijd worden uitgevoerd.
                    Lokaal alcoholbeleid beoogt primair de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik
                    te voorkomen, die niet alleen de gezondheid van een individu betreffen maar ook
                    de veiligheid en de openbare orde binnen een gemeente. Het gaat bij
                    alcoholbeleid om een combinatie van veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen.
                    Daarom is een integrale benadering vanuit verschillende beleidsdisciplines
                    binnen de gemeente essentieel voor het voeren van effectief alcoholbeleid.
                    Veelbelovende alcoholprojecten in Nederland geven inmiddels invulling aan een
                    combinatie van beide beleidsterreinen. </al><tussenkop>3 Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening</tussenkop><al>Per 1 januari 2013 hebben gemeenteraden de bevoegdheid bij verordening het
                    volgende te reguleren:</al><lijst><li nr="1."><al>Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines
                            (artikel 4 DHW)</al><lijst><li nr="a."><al>Vaststellen van schenktijden, rekening houdend met de aard van
                                    de paracommerciële rechtspersoon.</al></li><li nr="b."><al>Verbod/beperken alcoholverstrekking privé-bijeenkomsten en
                                    bijeenkomsten derden, rekening houdend met de aard van de
                                    paracommerciële rechtspersoon.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De verstrekking van alcoholhoudende drank in horeca/slijterij (artikel
                            25a DHW)</al><lijst><li nr="a."><al>Verstrekkingsverbod of beperkingen aan verstrekking van
                                    alcoholhoudende drank (bijvoorbeeld alleen zwak-alcoholhoudende
                                    drank):</al><lijst><li nr="-"><al>voor alle horeca/slijterij of voor horeca/slijterij van
                                            bepaalde aard;</al></li><li nr="-"><al>in de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="-"><al>permanent of gedurende bepaalde tijdstippen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Voorschriften door de burgemeester aan vergunning
                                    horeca/slijterij.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester kan de vergunning horeca/slijterij beperken tot
                                    zwak-alcoholhoudende drank.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (maximaal 21 jaar)
                            (artikel 25b DHW):</al><lijst><li nr="a."><al>Voor alle horeca of horeca van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="c."><al>Permanent of gedurende bepaalde tijdstippen.</al></li><li nr="d."><al>Verplichte ID-check bij de toelatingscontrole.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan de
                            verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank in detailhandel zonder
                            vergunning, zoals supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etcetera
                            (artikel 25c DHW):</al><lijst><li nr="a."><al>In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in
                            de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d DHW)</al><lijst><li nr="a."><al>Eventueel beperkt tot acties van bepaalde aard.</al></li><li nr="b."><al>In de gehele gemeente of in een bepaald deel van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerst genoemde bevoegdheid (vaststellen van een verordening paracommercie) is
                    verplicht en moet door gemeenteraden zijn vastgesteld binnen één jaar nadat de
                    wet in werking is getreden, dus voor 1 januari 2014.</al><al>In deze verordening is een aantal uitgangspunten gehanteerd.</al><al>Zo is ervoor gekozen om <cursief>deel van de verordenende bevoegdheden die de
                        Drank- en Horecawet aan de gemeenteraad toebedeelt,</cursief> uit te werken.
                    Het is lokaal maatwerk of bepaalde mogelijkheden haalbaar of wenselijk zijn. Ook
                    gaat deze verordening ervan uit dat alleen een integrale lokale aanpak
                    uiteindelijke effectief zal zijn. Kern daarvan is dat het alcoholgebruik onder
                    jongeren zoveel mogelijk wordt voorkomen (zie ook paragraaf 3).</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van deze verordening is verder om de gemeenteraad
                    maximaal te ondersteunen met een <cursief>beleidsrijk model</cursief>, waar bij
                    elke beleidsoptie een <cursief>onderbouwde ‘basiskeuze’</cursief> is gemaakt.
                    Dat laat vanzelfsprekend onverlet dat de raad deze basiskeuze kan wijzigen als
                    daar lokale argumenten voor zijn.</al><al>Deze verordening is opgezet als een <cursief>aparte verordening</cursief>. De
                    bevoegdheden die gemeenten per verordening willen regelen, kunnen ook als aparte
                    afdeling in de APV opgenomen worden. Een klein voordeel daarvan is dat alle
                    bepalingen die de horeca betreffen (horeca-exploitatievergunning,
                    sluitingstijden en dergelijke) dan in één verordening staan. Een aparte
                    verordening ligt echter meer voor de hand omdat hier de Drank- en Horecawet de
                    grondslag vormt en niet de Gemeentewet. De bevoegdheden op basis van de Drank-
                    en Horecawet betreffen medebewindbepalingen, gericht op bescherming van de
                    volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het toezicht en het
                    sanctieregime is geregeld in de Drank- en Horecawet en daarmee anders dan andere
                    APV bepalingen.</al><al>Een vierde belangrijk uitgangspunt van dit model is een <cursief>indeling naar
                        domeinen</cursief> (horeca, slijterijen, paracommerciële rechtspersonen,
                    etcetera) en niet een indeling die de artikelen van de Drank- en Horecawet
                    volgt. Dit sluit beter aan bij de praktijk, waar zaken zich afspelen bij een
                    bepaalde verstrekker in een bepaalde setting. Zo staan alle bepalingen voor een
                    specifieke verstrekker bij elkaar.</al><al>Een laatste uitgangspunt is de <cursief>handhaafbaarheid</cursief>, vooral ten
                    aanzien van het verplichte onderdeel gericht op paracommerciële inrichtingen. Zo
                    is gekozen voor een insteek die uitgaat van één basisbeleid voor alle
                    paracommerciële inrichtingen, met een mogelijkheid daarop uitzonderingen te
                    maken.</al><tussenkop>4. Totstandkoming van deze verordening</tussenkop><al>Deze verordening is tot stand gekomen in samenwerking tussen de 17 gemeenten van
                    de regio Zuid-Holland-Zuid. Vertegenwoordigers van de sub-regio’s Alblasserwaard
                    en Vijfheerenlanden, Papendrecht / Alblasserdam en Sliedrecht (PAS), de Hoeksche
                    Waard en Dordrecht/Zwijndrecht/ Hendrik-Ido-Ambacht hebben in
                    (sub-)werkgroepverband deze verordening tot stand gebracht. </al><al>Hierbij is aansluiting gezocht bij het standaardmodel van de STAP. <vet>B
                        </vet><vet> Artikelsgewijze toelichting</vet></al><tussenkop>Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In artikel 1 van deze verordening is een aantal begripsbepalingen
                    opgenomen.</al><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze verordening op
                    eenvoudige wijze verwezen worden naar de Drank- en Horecawet.</al><al>Voorgesteld wordt ook een begripsbepaling voor ‘terras’ op te nemen. Uit de
                    omschrijving blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting waarin
                    het horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is in het
                    besloten deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een terras
                    in de open lucht moet zijn gelegen, daar er immers ook sprake kan zijn van een
                    terras in een overdekte winkelstraat. Een terras kan sta- of zitgelegenheid
                    bieden en het moet zijn toegestaan dat daar spijzen en dranken worden verstrekt
                    voor gebruik ter plaatse. </al><al>De hier gebruikte begripsbepaling sluit naadloos aan bij de andere
                    begripsbepalingen van de Drank- en Horecawet. </al><al>Een gemeente kan er evenwel voor kiezen een begripsomschrijving van terras te
                    nemen die aansluit bij de APV (terras: hetgeen de APV daaronder verstaat) of bij
                    de Drank- en Horecawetvergunning (terras: dat deel van de inrichting dat in de
                    Drank- en Horecawetvergunning aangeduid wordt als terras). Hoe dan ook dient het
                    begrip eensluidend te worden gedefinieerd in de verordening, vergunning en APV.
                    Dit is een maatwerkkeuze voor de afzonderlijke gemeenten.</al><al>De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en
                    Horecawet. Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende
                    vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor
                    de uitoefening van het slijtersbedrijf.</al><al>De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op eenieder die zich in een
                    inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend,
                    met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder)
                    en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en
                    portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de
                    inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier
                    bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of
                    toezichthouder die bezig is met wetshandhaving.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Voor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze verordening worden
                    gebruikt wordt verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de
                    Drank- en Horecawet. </al><al>De vigerende wettekst is te vinden op
                        <onderstreept>www.overheid.nl</onderstreept>.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 BEPALINGEN VOOR HORECABEDRIJVEN</tussenkop><tussenkop>§ 2.1 BEPALINGEN VOOR DE UITOEFENING VAN HET HORECABEDRIJF </tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te
                    oefenen</tussenkop><al>In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is
                    voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen.
                    Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt aan de
                    vergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="-"><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de
                            verstrekking van alcoholhoudende dranken).</al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een
                    verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te
                    stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning-
                    voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot
                    het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor
                    horecavergunningen en voor slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid
                    was voorheen opgenomen in artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat
                    toen aan het college van burgemeester en wethouders die bevoegdheid gegeven kon
                    worden.</al><al>In deze verordening wordt de burgemeester voor wat betreft de horecabedrijven
                    uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te
                    verbinden. Hij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot
                    zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad al in
                    artikel 7 categorieën inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen aanwijst
                    waar geen sterke drank mag worden verstrekt. Zoals hiervoor reeds vermeld
                    beperkt de gemeenteraad verder de bevoegdheid van de burgemeester door te
                    bepalen dat hij slechts voorschriften kan verbinden vanwege drie specifiek
                    genoemde redenen (bescherming volksgezondheid, openbare orde belang, naleving
                    leeftijdsbepalingen).</al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de
                    vergunning voor een horecabedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al><cursief>Een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen</cursief>. </al><al> Dit houdt in dat er naast alcoholhoudende dranken, voldoende betaalbare
                            niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris,
                            water, thee, koffie).</al></li><li nr="-"><al>In het belang van de openbare orde:</al><al><cursief>Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal
                                bezoekers</cursief>. </al><al> Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de
                            inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd.</al></li><li nr="-"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (controle leeftijdsgrenzen):</al><al><cursief>Verlangen dat polsbandjes-systemen worden
                            toegepast</cursief>.</al><al><cursief>Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal
                                portiers</cursief>.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Prijsacties horeca</tussenkop><al>Artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder a. van de Drank- en Horecawet biedt
                    gemeenteraden de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te
                    beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in
                    de week) waarop alcohol tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. In veel
                    gemeenten zijn er uitgaansgelegenheden waar happy hours worden georganiseerd. De
                    maatregel kan, zo bepaalt de Drank- en Horecawet, alleen betrekking hebben op
                    het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken
                    voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of
                    korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of
                    op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. </al><al>Met dit artikel kan de gemeenteraad bijvoorbeeld ook prijsacties als ‘2 drankjes
                    voor de prijs van 1’ verbieden. Ook kan men er bepaalde arrangementen mee
                    tegengaan, zoals één avond onbeperkt drinken voor € 15,00, althans als het
                    onbeperkt drinken gedurende één avond normaal gesproken voor meer dan € 25,00
                    wordt aangeboden en er in het kader van een actie tijdelijk een prijs van </al><al>€ 15,00 wordt gevraagd.</al><al>Het in artikel 3 van deze verordening opgenomen verbod heeft uitsluitend
                    betrekking op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus
                    niet voor goedkoop verstrekken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel
                    35-ontheffing tijdens bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (veelal
                    evenementen). Het gaat bij dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de
                    prijs die normaal in die horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd. Dat
                    is in de horeca na te gaan door de actieprijs te vergelijken met de prijs die
                    wordt vermeld op de (op grond van het Besluit prijsaanduiding producten)
                    verplichte prijslijst. </al><al>De Drank- en Horecawet staat toe dat de gemeenteraad het verbod op extreme
                    prijsacties <cursief>beperkt</cursief> tot prijsacties van een bepaalde aard.
                    Bijvoorbeeld alleen een verbod op ladies nights (artikel 25d, tweede lid, van de
                    Drank- en Horecawet). In deze verordening is niet voor deze mogelijkheid
                    gekozen.</al><al>Gemeenteraden kunnen deze bepaling alleen inzetten ter bescherming van de
                    volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Met de nieuwe verordenende bevoegdheid krijgen gemeenteraden voor het eerst de
                    mogelijkheid om invloed uit te oefenen op prijsacties in de horeca. Prijs en
                    betaalbaarheid zijn belangrijke factoren voor alcoholconsumptie (Meijer, e.a.,
                    2008). De conclusie uit verschillende onderzoeken naar het effect van prijs op
                    consumptie is helder: hoe lager de prijs hoe hoger de consumptie. Happy hours
                    zijn een bekend voorbeeld van een tijdelijke prijsverlaging van alcoholhoudende
                    drank. Tijdens happy hours wordt de consumptie van drank direct en actief
                    gestimuleerd. Uit veldonderzoek is gebleken dat prijsacties voorkomen in 26% van
                    de Nederlandse cafés (STAP, 2009). </al><al>Het grote voordeel van de inzet van dit artikel is dat gemeenten een effectieve
                    alcoholpreventie-maatregel in handen krijgen. De Wereldgezondheidsorganisatie
                    geeft al jaren aan dat het beïnvloeden van de prijs het meest effectief is in
                    het terugdringen van (schadelijk) alcoholgebruik. Consequentie van het toepassen
                    van dit artikel is dat het ook gehandhaafd dient te worden. De gemeente zal met
                    de toezichthouders / handhavers een werkwijze daarvoor moeten ontwikkelen. </al><tussenkop>§ 2.2 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE
                    RECHTSPERSONEN</tussenkop><al>Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde -
                    die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie
                    in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer:
                    sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen,
                    etcetera. Wanneer een stichting/vereniging ervoor kiest de exploitatie van de
                    kantine te verpachten of in een BV (of NV) onder te brengen is geen sprake van
                    het uitoefenen van het horecabedrijf door een paracommerciële rechtspersoon. </al><al>In deze paragraaf wordt uitvoering gegeven aan artikel 4 van de Drank- en
                    Horecawet waarin aan gemeenten wordt opgelegd in een verordening regels vast te
                    stellen voor paracommerciële rechtspersonen. De regels hebben als doel het
                    voorkomen van oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank. </al><al>De volgende onderwerpen moeten volgens de wet in elk geval geregeld worden:</al><lijst><li nr="-"><al>de schenktijden voor alcoholhoudende drank;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
                            persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten
                            gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten
                            van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst><al>Volgens de memorie van toelichting bij de wijziging van de Drank- en Horecawet
                    mogen de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de
                    paracommerciële rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat aan
                    studentenverenigingen andere regels kunnen worden opgelegd, dan aan
                    sportverenigingen of buurthuizen. Wel is uitdrukkelijk opgenomen dat het niet is
                    toegestaan onderscheid te maken tussen stichtingen en verenigingen uit Nederland
                    en die uit andere lidstaten, evenals rechtspersonen uit de Europese Economische
                    Ruimte<sup/>en Zwitserland. De regering verwacht dat de nieuwe wettelijke eis
                    dat elke gemeente een paracommerciële verordening moet vaststellen,</al><al>zal leiden tot een maatschappelijke discussie op gemeentelijk niveau. </al><al>De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld
                    sportverenigingen en overige paracommerciële rechtspersonen. De regering gaat er
                    vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie
                    van de verschillende paracommerciële rechtspersonen in acht neemt en geen
                    onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding
                    is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name
                    aan jongeren. </al><tussenkop>Artikel 4 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen </tussenkop><al>Artikel 4 is gebaseerd op artikel 4 (derde lid, aanhef en onder a.) van de
                    Drank- en Horecawet. Dit artikel behandelt de schenktijden voor paracommerciële
                    rechtspersonen . In deze verordening is onder andere ervoor gekozen om voor deze
                    rechtspersonen één schenktijd op te nemen. Een algemeen schenktijdenregime met
                    specifieke uitzonderingen daarop voor bepaalde paracommerciële rechtspersonen
                    (zie artikel 5) lijkt beter handhaafbaar dan een indeling met categorieën
                    waarbij elke categorie zijn eigen schenktijd heeft. De lijst van mogelijke
                    soorten paracommerciële rechtspersonen is schier oneindig en zal ook sterk
                    verschillen per gemeente of regio. Ook zijn er allerlei combinaties van
                    paracommerciële rechtspersonen denkbaar in bijvoorbeeld multifunctionele
                    accommodaties. </al><al>In artikel 4 wordt voorgesteld de schenktijden voor de inrichtingen van
                    paracommerciële rechtspersonen als volgt vast te stellen </al><tussenkop>- Maandag t/m vrijdag van 17.00 uur – 24.00 uur;</tussenkop><tussenkop>- zaterdag en zondag van 12:00 uur – 24.00 uur.</tussenkop><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>De gewijzigde Drank- en Horecawet legt gemeenteraden de plicht op om in een
                    verordening de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen te reguleren.
                    Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en
                    Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een
                    bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat
                    dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn. </al><al>Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële rechtspersonen kan
                    worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een
                        <onderstreept>nevenactiviteit</onderstreept> van de vereniging blijft naast
                    de primaire activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele,
                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Deze maatregel past
                    binnen het uitgangspunt van de wijziging van de Drank- en Horecawet om de
                    verantwoordelijkheid voor het lokale alcoholbeleid, en dus ook de schenktijden
                    van paracommerciële rechtspersonen, meer een zaak van de gemeenteraad te laten
                    worden dan tot op heden het geval was. Het waren tot nu toe in de praktijk toch
                    veelal de paracommerciële rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en
                    vastlegden in het bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een
                    enorm ruime schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële
                    horeca. </al><al>N.B. Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement
                    dient in elk geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de
                    voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het
                    bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het
                    reglement. </al><tussenkop>Artikel 5 Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                    rechtspersonen </tussenkop><al>Zoals reeds vermeld, staat de Drank- en Horecawet het gemeenteraden toe
                    onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Van deze
                    mogelijkheid zullen veel gemeenten gebruik willen maken. Artikel 5 van deze
                    verordening biedt de ruimte daartoe. In dat artikel kunnen gemeenteraden de
                    paracommerciële rechtspersonen benoemen waarvoor andere dan de standaard
                    schenktijden gelden. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Bij het benoemen van de paracommerciële rechtspersonen, waarvoor afwijkende
                    schenktijden gewenst zijn, zullen gemeenten primair kijken naar de aard van de
                    paracommerciële rechtspersoon en/of de doelgroep waar die rechtspersoon zich op
                    richt. Vanzelfsprekend zal ook rekening gehouden moeten worden met oneerlijke
                    concurrentie. Veelal zullen alleen paracommerciële rechtspersonen een ruimere
                    schenktijd gegund worden als zij in beheer zijn bij een rechtspersoon die
                    rustige activiteiten aanbiedt en/of zich specifiek richt op bijvoorbeeld een
                    oudere doelgroep, er geen of nauwelijks openbare orde problemen spelen en er
                    bovendien geen sprake is van concurrentie met reguliere commerciële
                    horecabedrijven. Als voorbeelden kunnen gelden: kantines van kerkgenootschappen
                    in kleinere woonkernen en die van rechtspersonen die zich richten op
                    sociaal-culturele activiteiten voor bejaarden. Vanzelfsprekend kan een gemeente
                    in artikel 5 ook krappere schenktijden opnemen voor paracommerciële
                    rechtspersonen met veel jonge bezoekers (bijvoorbeeld een speeltuinvereniging)
                    en/of een verleden met openbare orde problemen. </al><al>Het maken van een onderscheid tussen de verschillende soorten paracommerciële
                    rechtspersonen moet transparant en controleerbaar zijn. De indruk mag niet
                    gewekt worden dat er sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid. In alle
                    gevallen zullen de uitzonderingen daarom gemotiveerd moeten worden.</al><al>In artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet is opgenomen dat de
                    burgemeester een verzoek om ontheffing van o.a. de afwijkende schenktijden
                        <cursief>kan</cursief> honoreren voor maximaal 12 dagen bij bijzondere
                    gelegenheden van zeer tijdelijke aard. De ontheffing als bedoeld in artikel 4,
                    vierde lid, van de Drank- en Horecawet geeft ook de mogelijkheid om voor
                    maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, af te
                    wijken van de mededingsbepalingen inzake prive-bijeenkomsten en bijeenkomsten
                    derden (zie voor deze mededingsbepalingen artikel 6 van deze verordening).</al><tussenkop>Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</tussenkop><al>Artikel 6 gaat over bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten derden. </al><al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten, waarbij
                    meestal alcoholhoudende drank wordt verstrekt en genuttigd, die geen direct
                    verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële
                    instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea,
                    verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en
                    dergelijke. </al><al> Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct
                    verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van
                    de voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze
                    bepaling.</al><al>Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij
                    de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn kan worden
                    gedacht aan: activiteiten die niet verenigingsgebonden zijn. Dit doet zich voor
                    als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt
                    aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging
                    of niet-betrokkenen bij de stichting). Als daarbij alcohol wordt verstrekt kan
                    er oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca. Of dat het geval is
                    hangt sterk af van de plaatselijke situatie; als de lokale horeca daarvoor geen
                    passende faciliteiten te bieden heeft, zal er niet snel / geen sprake zijn van
                    oneerlijke mededinging en is er dus geen reden om beperkingen op te leggen. </al><al>In aanvulling op hetgeen hierboven is beschreven, is in het derde lid van dit
                    artikel bepaald dat het verboden is om de mogelijkheid tot het houden (waaronder
                    inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van
                    persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                    zijn, als bedoeld in het eerste lid van artikel 6, openlijk aan te prijzen of
                    onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in
                    kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken. De
                    opname van deze bepaling zorgt ervoor dat de verbodsbepalingen, zoals zijn
                    opgenomen in het eerste en tweede lid, worden versterkt. Met deze formulering
                    wordt het openlijk aanprijzen of onder aandacht brengen van de in het eerste en
                    het tweede opgenomen verboden, zonder dat sprake is van de daadwerkelijke
                    verstrekking van alcohol, verboden. </al><al>Zoals eerder vermeld is er alleen aanleiding om beperkingen op te leggen aan
                    deze soorten bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van
                    oneerlijke mededinging. Derhalve is gekozen voor de formulering in artikel 6 van
                    deze verordening.</al><al>Door deze formulering zijn alle bijeenkomsten die leiden tot oneerlijke
                    mededinging verboden. Wanneer er geen sprake is of kan zijn van oneerlijke
                    mededinging, is de bijeenkomst dus toegestaan. Dit komt er op neer dat
                    bruiloften, feesten en dergelijke bij sportverenigingen, dorpshuizen, musea en
                    dergelijke in beginsel zijn toegestaan wanneer er geen reguliere horeca in de
                    omgeving aanwezig is die een reëel alternatief biedt. </al><tussenkop>Artikel 7 Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde
                    paracommerciële rechtspersonen</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van
                    paracommerciële rechtspersonen. Het verbod om sterke drank te verstrekken geldt
                    voor de volgende categorieën inrichtingen van paracommerciële
                    rechtspersonen:</al><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel
                    uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; </al><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                    hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of –instellingen dan
                    wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; </al><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                    hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisatie of –instellingen. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Dit artikel verbiedt het verstrekken van sterke drank in inrichtingen van
                    bepaalde paracommerciële rechtspersonen. In deze verordening is daarvoor als
                    basisbepaling gekozen, omdat inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen
                    veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk
                    onderscheid te maken tussen paracommerciële rechtspersonen en commerciële
                    horeca, waaraan zwaardere eisen worden gesteld, die geen gebruik kunnen maken
                    van barvrijwilligers, geen subsidies ontvangen en geen fiscale voordelen
                    genieten. Deze bevoegdheid is gebaseerd op artikel 25a van de Drank- en
                    Horecawet. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL </tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Prijsacties detailhandel </tussenkop><al>In artikel 3 van deze verordening is een verbod opgenomen op bepaalde
                    prijsacties in de horeca, zoals happy hours. In artikel 8 van deze verordening
                    worden extreme prijsacties die van korte duur zijn in de detailhandel verboden.
                    Het gaat volgens de wet om prijsacties die één week of korter duren en een
                    prijskorting geven van meer dan 30% op de reguliere verkoopprijs in die winkel.
                    Ook vallen hieronder bepaalde koppelverkoopacties, zoals ‘Bij € 25,00
                    boodschappen krat X-bier voor maar € 6,95’, tenminste als er normaal gesproken
                    géén korting wordt gegeven op dergelijke kratten bier bij € 25,00 boodschappen
                    en een krat X-bier pleegt te worden verkocht voor minimaal € 9,95. </al><al>De grondslag voor deze bepaling is artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder b.,
                    van de Drank- en Horecawet. Net als bij het verbod op bepaalde prijsacties in de
                    horeca kunnen gemeenten een verbod op extreme prijsacties in de detailhandel
                    alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid en/of in het belang van
                    de openbare orde (en dus niet om bijvoorbeeld beginnende ondernemers te
                    ondersteunen. </al><al>Tot slot dient opgemerkt te worden dat dit artikel lastig is te handhaven. Wel
                    wordt voorgesteld om dit artikel op te nemen. Het artikel zal door de STAP
                    worden geëvalueerd. Mocht daaruit blijken dat het dusdanig lastig te handhaven
                    is, dan zal overwogen worden om het artikel uit deze Drank- en Horecaverordening
                    te halen. </al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>Er is veel onderzoek dat aantoont dat het verlagen van prijzen van
                    alcoholhoudende dranken (bijvoorbeeld door prijsacties) alcoholgebruik en
                    alcoholgerelateerde schade in de hand werkt (Babor 2010, RAND 2009, Meier 2008).
                    Een meerderheid van de jongeren geeft aan als gevolg van prijsacties meer te
                    gaan drinken (Universiteit Twente 2007). Doel van het artikel is de
                    volksgezondheid te beschermen en de openbare orde te bewaken. Het artikel is
                    gericht op een verbod van extreme prijsacties die leiden tot het ‘dumpen’ van
                    alcohol, bijvoorbeeld op piekmomenten (in examenfeesttijd en rond Oud en Nieuw)
                    en vaak onder de kostprijs. In de toelichting bij de wet wordt er van uitgegaan
                    dat van dumpen in de detailhandel sprake is bij kortingen van meer dan 30%.
                    Gemiddeld werd in 2008/2009 25% korting gegeven. Maar naar schatting is een
                    kwart van de prijsacties op bier hoger dan 30% van de normale verkoopprijs (STAP
                    2011). Deze worden met dit artikel verboden als ze een week of korter duren.
                    Langere acties leiden in mindere mate tot ‘piek gedrag’ en zijn economisch
                    waarschijnlijk ook niet altijd mogelijk, aangezien dan aanzienlijk verlies wordt
                    geleden op deze acties. Overigens vinden producenten en importeurs een maximale
                    korting van 50% verantwoord (STIVA Reclamecode voor alcoholhoudende dranken,
                    januari 2012).</al><al>Het is belangrijk om in het lokale beleid juist ook in de detailhandel aandacht
                    te besteden aan extreme prijsacties. Naar schatting 80% van alle in Nederland
                    geconsumeerde liters alcohol wordt verkocht via de detailhandel, waarvan 90% via
                    supermarkten. De prijs van alcohol is in de detailhandel ook (met afstand) het
                    laagst. Verder vindt ongeveer driekwart van de prijsacties op bier plaats in
                    supermarkten. En tot slot adverteren supermarkten vooral voor goedkoop bier
                    tijdens feestdagen en andere piekmomenten in het jaar, waarop mensen vaak al
                    geneigd zijn om meer te drinken (STAP 2011). Dit stimuleert overmatig
                    alcoholgebruik en ook nog op momenten dat dit mogelijk extra risico’s met zich
                    meebrengt voor de openbare orde en veiligheid. Een lokaal alcoholbeleid dat aan
                    bovenstaande voorbij gaat, spant in wezen het paard achter de wagen. </al><al>Bij de handhaving van een verbod op stuntprijzen in de detailhandel kan de
                    toezichthouder gebruik maken van diverse internetsites, zoals
                        <onderstreept>www.goedkoopbier.nl</onderstreept> en
                        <onderstreept>www.supermarktcheck.nl</onderstreept>, waarop alle
                    aanbiedingen van supermarkten met van/voor-prijzen te vinden zijn.</al><al>Afspraken over prijsacties kunnen ook via een convenant gemaakt worden, zoals nu
                    soms al gebeurt. Daarin is echter meestal geen publiekrechtelijk element
                    opgenomen. Hierdoor kan er sprake zijn van privaatrechtelijke prijsafspraken.
                    Dit is op grond van Europese regels over mededinging ongeoorloofd. Juist om die
                    reden wordt in artikel 25d, eerste lid, aanhef en onder b., van de wet de
                    bevoegdheid van de gemeente uitgebreid om dit in een verordening te regelen. </al><al>Lokale ondernemers die onderdeel uitmaken van een groter netwerk geven soms aan
                    dat door een gemeentelijk verbod op bepaalde prijsacties het voor hen onmogelijk
                    wordt om te communiceren over sommige landelijke aanbiedingen. De voor de hand
                    liggende oplossing daarvoor is dat (ook landelijk) de prijskortingen worden
                    teruggebracht tot 30% of minder van de reguliere prijs en korte acties gefocust
                    op piekmomenten worden vermeden. Daarmee wordt precies bereikt wat de wetgever
                    met de maatregel heeft beoogd.</al><tussenkop>Artikel 9 Voorschriften slijterijen</tussenkop><al>In artikel 9 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd wordt
                    bij het verlenen van vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf
                    voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bepaald wordt wel dat de
                    voorschriften die de burgemeester stelt in het kader van de volgende belangen
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ter bescherming van de volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="-"><al>ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de
                            verstrekking van alcoholhoudende dranken).</al></li></lijst><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>In de toelichting bij artikel 2 van deze verordening werd al aangegeven dat
                    artikel 25a van de Drank- en Horecawet gemeenteraden de mogelijkheid biedt bij
                    verordening te bepalen dat de burgemeester vooraf, dat wil zeggen bij de afgifte
                    van de vergunning, voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de
                    vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit
                    kan worden bepaald voor horeca-vergunningen en voor slijterij-vergunningen. In
                    artikel 9 van deze verordening wordt de burgemeester bevoegd voorschriften aan
                    slijterijvergunningen te verbinden. Hij krijgt niet de mogelijkheid de
                    slijterijvergunning te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Net als in
                    artikel 2, waarin een vergelijkbare bevoegdheid aan de burgemeester wordt
                    gegeven t.a.v. horecavergunningen, beperkt de raad deze mogelijkheid echter door
                    te bepalen dat e.e.a. alleen kan om drie specifiek genoemde redenen (bescherming
                    volksgezondheid, openbare orde belang, naleving leeftijdsbepalingen).</al><al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de
                    vergunning voor een slijtersbedrijf zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Ter bescherming van de volksgezondheid:</al><al><cursief> Eisen stellen ten aanzien van reclame buiten de
                                inrichting</cursief>. </al><al> Bijvoorbeeld het verbieden van losse reclameborden en andere staande
                            reclame-uitingen buiten de inrichting als die slijterij ligt binnen een
                            straal van 200 meter van een school met veel leerlingen onder de 18
                            jaar.</al></li><li nr="-"><al>In het belang van de openbare orde:</al><al><cursief>Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal
                                klanten.</cursief></al><al> Voor de veiligheid kan het aantal klanten dat tegelijkertijd in de
                            inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd.</al></li><li nr="-"><al>Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                            Horecawet:</al><al><cursief>Eisen dat er toegangscontrole is op bepaalde
                                tijdstippen.</cursief></al><al> Bijvoorbeeld zaterdag aan het einde van de middag moet bij de deur op
                            leeftijd worden gecontroleerd.</al><al><cursief>Eisen dat effectieve leeftijdscontrole wordt
                                toegepast.</cursief></al><al> Bijvoorbeeld verlangen dat controlesystemen worden ingezet die bewezen
                            vrijwel sluitend zijn, zoals het systeem met leeftijdscontrole op
                            afstand.</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Overgangsrecht</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>In het eerste lid van artikel 10 is opgenomen dat alle oude voorschriften en
                    beperkingen op grond van gemeentelijke verordeningen komen te vervallen op het
                    moment van inwerkingtreding van de nieuwe plaatselijke verordening rond de
                    paracommercie. Deze bepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met
                    het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en
                    Horecawet wijzigt. Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van
                    de plaatselijke verordening rond paracommercie de oude voorschriften en
                    beperkingen met betrekking tot oneerlijke mededinging komen te vervallen. Voor
                    paracommerciële rechtspersonen gelden nieuwe gemeentelijke bepalingen. Zonodig
                    zendt de burgemeester een paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde
                    vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en beperkingen. </al><tussenkop>Tweede en derde lid</tussenkop><al>In het tweede en derde lid is overgangsrecht opgenomen voor alle andere
                    verstrekkers. De kern is dat voorschriften en beperkingen die aan
                    horecabedrijven en slijterijen zijn gesteld op grond van oude gemeentelijke
                    Drank- en Horecaverordeningen van kracht blijven en dat alle ontheffingen op
                    grond van deze oude verordeningen één jaar na inwerkingtreding van de nieuwe
                    gemeentelijke verordening komen te vervallen. Vanzelfsprekend kan op verzoek van
                    betrokkene de ontheffing ook eerder komen te vervallen. </al><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>Aanvragen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog
                    niet zijn afgehandeld worden afgehandeld op basis van de nieuwe verordening. </al><tussenkop>Vijfde lid</tussenkop><al>Op bezwaarschriften wordt ook beslist met toepassing van de nieuwe
                    verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>