<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31722_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende zaakbelastingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CoevordenHuisAanHuis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-09-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegevoorstel 22-10-2009, nr. 669</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening "onroerende zaakbelastingen 2009".</al><al>De verordening bevat overgangsrecht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al> No. 2009/669</al>
          <al>De raad van de gemeente Coevorden;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2009, bijlagenr. 669;</al>
          <al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al>
          <al>	besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastin</vet>
            <vet>gen </vet>
          </al>
          <al>
            <vet>	2010.</vet>
          </al>
          <al>	(Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de 	gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een 		onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens 		eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: 		gebruikersbelasting;</al></li>
              <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van 		een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt 			recht, verder te noemen:</al><al>		eigenarenbelasting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is 		gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft 		gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting 		als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik 		aangemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking heeft 		gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is 			bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak  ter 		beschikking is gesteld.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens 	eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het 	kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op 	dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III 	van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond 	van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die 	onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende 	zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering 	onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 	bedoeld in artikel 1.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet 	van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf 	van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde 	bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering 	onroerende zaken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf 	buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de 	in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde 				cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de 			ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de 		kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als 				voedingsbodem te gebruiken;</al></li>
              <li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt 		van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a 		bedoelde grond;</al></li>
              <li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of 		voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van 				levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van 			zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de 		Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, 		derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering 		van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li>
              <li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, 			zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met 			volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het 		behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li>
              <li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en 		ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li>
              <li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door  			organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met 		uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en 		die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van 				publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van 			zodanige werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder 		dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die 		niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li>
              <li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de 			publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige 		onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van 			onderwijs;</al></li>
              <li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - 		niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van 		het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, 		zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, 		banken, abri's, hekken en palen;</al></li>
              <li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of 		waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt 		recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen 		als woning;</al></li>
              <li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van 		zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j. van het eerste lid bedoelde</al>
            <al>	onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van 	die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf 	voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van 	de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak 	dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.</al>
            <al>	Het percentage bedraagt voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,0995 %;</al></li>
              <li nr="b."><al>de eigenarenbelasting 0,1242 %.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing 	van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde 	verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt 	als één belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de 	aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de 	laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het 	aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één 	aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het 	bedrag daarvan meer is dan  € 100,00 doch minder dan € 2.500,-- en zolang de 	verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen 	worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke 	termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden 	in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien 	verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De 	eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de 	volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden betaald uiterlijk 	drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen 	niet kunnen worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de 	mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals 	genoemd in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden 	gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De verordening ‘onroerende-zaakbelastingen 2009’ van de gemeente Coevorden, 	vastgesteld bij besluit van 4 november 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in 	het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van 	toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de 	bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 	2010’.</al></li>
          </lijst>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 november 2009.</al>
          <al>De voorzitter,</al>
          <al>De griffier,</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>