<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR317163_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Trompetter, 30-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/067/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale Zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Langdurigheidstoeslag 2013, zoals vastgesteld op 25-10-2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND,</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 september
                        2013,</al><al/><al>raadsvoorstelnummer 2013/067/1;</al><al/><al>gezien het advies van de cliëntenraad WWB van 12 augustus 2013;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 3 december
                        2013;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 8 lid 1 van de Wet werk en bijstand
                        (WWB);</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot de uitvoering</al><al>van de WWB;</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>V</vet><vet>erordening
                                Langdurigheidstoeslag</vet><vet>2013</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                            Gemeentewet.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="63*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2. a.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>referteperiode:</al></entry><entry colname="col3"><al>36 maanden voorafgaand aan de peildatum;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>belanghebbende: </al></entry><entry colname="col3"><al>degene die een rechtstreeks en concreet belang heeft
                                                bij een besluit. Onder belanghebbende wordt mede
                                                verstaan het gezin en de ten laste komende kinderen
                                                van de alleenstaande ouder; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Roermond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al>het inkomen als bedoeld in artikel 31 en 32 van de
                                                WWB.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>peildatum:</al></entry><entry colname="col3"><al>de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                                aangevraagd, voor zover deze dag niet ligt vóór de
                                                dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld om
                                                langdurigheidstoeslag aan te vragen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>sociale minimum:</al></entry><entry colname="col3"><al>het inkomen ter hoogte van de op de gezinssituatie
                                                van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in
                                                artikel 20, 21, 23<sup/>en 24 van de WWB inclusief
                                                de van toepassing zijnde verhoging of verlaging
                                                zoals bedoeld in artikel 25 tot en met 29 van de
                                                WWB, inclusief vakantiegeldreservering.</al><al>In het geval van een 18-21 jarige wordt onder het
                                                sociale minimum verstaan de som van de algemene
                                                bijstand en de eventueel verstrekte bijzondere
                                                bijstand voor levensonderhoud.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Deze verordening wordt bij of krachtens het college van burgemeester en
                            wethouders uitgevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                                inkomensverbetering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de WWB gestelde voorwaarden
                                van het hebben van een langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                                inkomensverbetering is voldaan als gedurende de referteperiode het
                                inkomen van de aanvrager niet uitkomt boven 102 procent van het
                                sociale minimum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die gedurende de referteperiode en/of de peildatum
                                een opleiding volgt of volgde als bedoeld in de Wet tegemoetkoming
                                onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) of de Wet
                                studiefinanciering 2000 (WSF 2000).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 530,00,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 480,00 en </al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 370,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de leef- en woonsituatie op
                                de peildatum bepalend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13
                                lid 1 van de WWB komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die op dat moment op de
                                leef- en woonsituatie van toepassing is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                                ‘Verordening Langdurigheidstoeslag 2013’.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                                dag na bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking
                                                van de Verordening Langdurigheidstoeslag (november
                                                2012) van de gemeente Roermond, vastgesteld bij
                                                besluit van 25 oktober 2012, no. 2012/083/02 en
                                                werkt terug tot en met 1 juli 2013.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag 2013</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen langdurig, laag inkomen, zoals die in artikel 36 lid 1
                    WWB worden gebruikt.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als in de WWB. Ten
                    aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf staan is
                    een definitie gegeven in deze verordening.</al><tussenkop>Lid 2 onderdeel e: peildatum </tussenkop><al>De peildatum is de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd
                    (artikel 1 lid 2 onderdeel f van deze verordening). Het gaat om de datum waarop
                    een belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen
                    vermogen heeft zoals bedoeld in artikel 34 WWB en geen uitzicht op
                    inkomensverbetering heeft. Deze datum komt meestal overeen met de meldingsdatum.
                    De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een belanghebbende
                    zich heeft gemeld om langdurigheidstoeslag aan te vragen, tenzij sprake is van
                    bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44 lid 1 WWB en de
                    jurisprudentie rondom artikel 44 WWB.</al><tussenkop>Artikel 2 Uitvoering</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 3 Langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                    inkomensverbetering</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een
                    minimum inkomen zijn aangewezen, is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van 3 jaar aangehouden.
                    Dit sluit ook aan bij de door de wetgever impliciet gegeven termijn. De
                    minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van 23 naar 21 jaar.
                    Een belanghebbende is (normaal gesproken) vanaf zijn 18<sup>e</sup><sup/>jaar
                    een zelfstandig rechtssubject voor de WWB.</al><al>Het begrip ‘laag inkomen’ wordt ingevuld als: een inkomen dat niet hoger is dan
                    102% van de bijstandsnorm. Er is gekozen voor 102% in plaats voor 100% omdat
                    belanghebbenden, met een minimuminkomen dat door een andere
                    berekeningssystematiek en/of afrondingsverschillen netto iets hoger kan zijn dan
                    het sociale minimum, hierdoor ook in aanmerking komen voor de toeslag.</al><al>Er is bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe
                    kennen bij een</al><al>inkomen boven het sociale minimum. Van deze bevoegdheid wordt om 2 redenen geen
                    gebruik gemaakt: </al><al>Ten eerste omdat dit ongewenste armoedeval-effecten met zich meebrengt.
                    Weliswaar doen de armoedeval-effecten zich ook voor bij de grens van 100% van
                    het sociale minimum, maar zullen belanghebbenden die uitstromen doorgaans een
                    dermate hoger inkomen ontvangen, dat het verlies van de langdurigheidstoeslag
                    feitelijk minder wordt gevoeld.</al><al>Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een
                    inkomen</al><al>van bijvoorbeeld 110% van het sociale minimum niet te rijmen valt met de
                    wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van de pensioengerechtigde leeftijd
                    of ouder. Zij zijn immers uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag,
                    omdat hun inkomen al voldoende hoger zou zijn dan de bijstandsnorm voor
                    belanghebbenden tot de pensioengerechtigde leeftijd. Het verschil is echter maar
                    ongeveer 5 tot 9 % (afhankelijk van leefvorm). Het hanteren van een grens van
                    110% zou daarom maken dat de uitsluiting van personen van de pensioengerechtigde
                    leeftijd of ouder in dat geval strijdig is met het verbod op
                    leeftijdsdiscriminatie zoals dat is vastgelegd in artikel 26 van het
                    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).</al><al>Aan de voorwaarde ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’ wordt voldaan indien de
                    belanghebbende langer dan 36 maanden een inkomen tot en met het van toepassing
                    zijnde sociale minimum heeft gehad. Een uitzondering hierop zijn (ex)-scholieren
                    en (ex)-studenten. Zij hebben uitzicht op inkomensverbetering vanwege een goed
                    arbeidsperspectief. In het tweede lid is daarom geregeld dat diegenen die
                    gedurende de referteperiode een opleiding volgden als bedoeld in de Wtos, dan
                    wel een studie volgden als genoemd in de WSF 2000, niet voor de
                    langdurigheidstoeslag in aanmerking komen.</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van de partners is uitgesloten van het recht
                    op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De WWB
                    voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende echtgenoot,
                    terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in dergelijke
                    situaties ook niet opportuun is. </al><al>Indien een van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers
                    gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><tussenkop>Artikel 5 Onvoorziene gevallen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>