<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR317105_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Zaltbommel (Marktreglement)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-21782.html">Gemeenteblad 2015, Nr. 21782</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktreglement Zaltbommel 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR302962_1">Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Zaltbommel 2010</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Zaltbommel (Marktreglement)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Z a l t b o m m e l ;</al><al/><al>gelet op artikel 160, eerste lid, sub h, van de Gemeentewet, artikel 3 van
                        de Marktverordening Zaltbommel 2010 en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met
                        betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop </al><al>van de markt(en);</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>Vast te stellen de volgende: <vet>Nadere regels voor de warenmarkten in de
                            gemeente Zaltbommel (Marktreglement)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>De in artikel 1 van de Marktverordening Zaltbommel 2010 gegeven
                            begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige van toepassing op deze
                            nadere regels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inhoud vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres
                                        en de woonplaats van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste
                                        standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen
                                        daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de kraam of andere verkoopmiddel die de vergunninghouder bij
                                        het innemen van de standplaats mag gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen
                                        of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst
                                        vergunning is verleend en zijn volgnummer op de
                                        anciënniteitlijst;</al></li><li nr="f."><al>dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling
                                        en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon
                                        oplevert;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit
                                        betrekt;</al></li><li nr="h."><al>welke geluidsapparatuur op de standplaats is
                                        toegestaan;</al></li><li nr="i."><al>welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn
                                        toegestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inschrijving op de anciënniteitlijst</titel></kop><al>Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een
                            doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de
                            datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen.
                            Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de
                            vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inschrijving op de wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de
                                wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 6 van de
                                Marktverordening Zaltbommel 2010 gestelde vereisten, maar aan hem
                                geen vaste standplaats kan worden toegewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres
                                        en de woonplaats van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de
                                        branche waartoe hij behoort;</al></li><li nr="d."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil
                                        gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van
                                inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze
                                door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt
                                verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</titel></kop><al>De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1
                                    januari heeft verlengd;</al></li><li nr="b."><al>op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>bij overlijden van de ingeschrevene;</al></li><li nr="d."><al>wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste
                                    standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere
                                    omstandigheden niet aanvaardt;</al></li><li nr="e."><al>indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 Marktverordening
                                    Zaltbommel 2010 wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</titel></kop><al>Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer
                            aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens
                            toegewezen aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het
                                    college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van
                                    standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op
                                    de anciënniteitlijst;</al></li><li nr="b."><al>degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in
                                    volgorde van inschrijving op deze lijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overschrijving vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de
                                vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste
                                standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de
                                geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie
                                hij duurzaam samenwoonde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het
                                eerste lid, kan een kind of een medewerk(st)er van de
                                vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen
                                indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf
                                van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode
                                als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft
                                laten inschrijven op de wachtlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden
                                na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende
                                arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toewijzing dagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een
                                vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet
                                als vaste standplaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de
                                wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór
                                7.30 uur aanmelden bij de marktmeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toewijzing standwerkersplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van
                                loting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te
                                nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze
                                inschrijving niet definitief is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf
                                aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem
                                zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam
                                deelnemen aan de loting.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BEPALINGEN OVER HET GEBRUIK VAN DE STANDPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen
                                persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of
                                in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of
                                bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te
                                nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie
                                geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende
                                marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of
                                telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een
                                schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ontheffing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college
                                op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem
                                tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel
                                11.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning
                                verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met
                                name genoemde persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Legitimatie en identiteit vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen,
                                dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de
                                vergunninghouder is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar
                                zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen/parkeren
                                marktvoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan
                                twee uur voor aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt met
                                een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen
                                aan of af te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de
                                sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan
                                hiervan ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats op de dinsdagmarkt
                                niet uiterlijk om 8.00 uur en op de zaterdagmarkt niet uiterlijk om
                                9.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor
                                die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de
                                standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem
                                beschikbaar houdt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voertuig/aanhanger op marktterrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om gedurende de tijden dat de markt wordt gehouden
                                op het op het marktterrein een voertuig of aanhanger, niet zijnde
                                een verkoopmiddel, op het marktterrein aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor vergunninghouders die standplaats
                                innemen op:</al><lijst><li nr="a."><al>de <onderstreept>dinsdagmarkt</onderstreept> op de
                                        standplaatsen met de nummers 1 t/m 6, 25 en 26 zoals
                                        aangegeven op de bij het Besluit inrichting warenmarkten
                                        2014 aangewezen plaatsen; en</al></li><li nr="b."><al>de <onderstreept>zaterdagmarkt</onderstreept> op de
                                        standplaatsen met de nummers 1 t/m 6 zoals aangegeven op de
                                        bij het Besluit inrichting warenmarkten 2014 aangewezen
                                        plaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van
                                het bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>Het Marktreglement Zaltbommel 2011, vastgesteld in de vergadering van 5
                            april 2011, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Marktreglement Zaltbommel 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel </al><al>in de vergadering van 29 oktober 2013</al><al>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ZALTBOMMEL</al></slotformulering><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. L.H. Derksen</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.van den Bosch</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al>In verband met de behoefte aan duidelijker en eenvoudiger regels is er voor
                    gekozen om de modelmarktverordening 2003 af te slanken, in die zin dat de
                    kaderstellende bevoegdheden van de raad en de uitvoerende bevoegdheden van onder
                    andere het college uit elkaar zijn getrokken.</al><al>De raad geeft het college op grond van artikel 3 van de Marktverordening
                    Zaltbommel 2010 de bevoegdheid nadere regels te stellen. Met dit reglement wordt
                    hieraan invulling gegeven. Getracht wordt om hiermee een duidelijk handvat aan
                    te reiken voor de marktmeester. Het verdient aanbeveling om beleidsregels vast
                    te stellen ten aanzien van het toestaan van standwerkers, de wachtlijsten, het
                    toegestane verkoopmateriaal, de verzorging van de standplaats, het gebruik van
                    elektriciteit, etcetera.</al><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Aangezien het reglement feitelijk een uitwerking is van artikel 3 van de
                    Marktverordening Zaltbommel 2010, is het wenselijk de gehanteerde begrippen
                    hierbij aan te laten sluiten.</al><al>In de verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor
                            het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
                            beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld
                            aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is
                            toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="e."><al>standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich
                            heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting
                            probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;</al></li><li nr="f."><al>standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking
                            wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend
                            voor het innemen van een standplaats;</al></li><li nr="h."><al>wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;</al></li><li nr="i."><al>anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste
                            standplaats;</al></li><li nr="j."><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
                            college.</al></li></lijst><al>Onder c is het begrip vaste standplaats opgenomen. Door gebruik van het woord
                    ‘persoon’ in plaats van het begrip ‘ambtenaar’ bij de begripsomschrijving van
                    marktmeester onder j kan een niet-ambtenaar ook tot marktmeester worden
                    aangewezen. Bij aanwijzing (= mandaat) van een niet-ondergeschikte dient deze
                    (en zijn werkgever) in te stemmen met de mandaatverlening overeenkomstig artikel
                    10:4 van de Awb.</al><al/><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Bepalingen over vergunningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Inhoud vaste standplaatsvergunning</tussenkop><al>In dit artikel wordt weergegeven welke onderdelen een vaste
                    standplaatsvergunning ten minste weergeeft. Het van belang dat gemeenten met
                    betrekking tot de hier opgesomde punten zelf een duidelijk beleid ontwikkelen.
                    Het verdient aanbeveling dat gemeenten zich hierbij baseren op de Handreiking
                    veiligheid markten. Dit is een uitgave die tot stand is gekomen met behulp van
                    de HBD, CVAH en de VNG, en opgesteld door het onderzoeks- en adviesbureau SGBO
                    in 2008. De handreiking geeft richtlijnen voor maatregelen voor zowel gemeenten
                    als ondernemers.</al><al>Onder het eerste lid, onderdeel a, is expliciet opgenomen dat naam én voornamen
                    van de vergunninghouder in de vergunning worden opgenomen. Dit vergemakkelijkt
                    de identificatie van de vergunninghouder. Ook de eis van het tweede lid dient
                    dit laatste doel.</al><al>Onder een duidelijke omschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt bij
                    voorkeur gedacht aan een tekening of plattegrond waarop de afmetingen van de
                    standplaatsen en de nummering daarvan zijn aangegeven.</al><al>Ingevolge het vermelde onder c worden in de vergunning de verkoopmaterialen
                    (kramen, tafels, (verkoop)wagens en dergelijke) opgesomd die de vergunninghouder
                    bij het innemen van de standplaats mag gebruiken. In dit model is er voor
                    gekozen dit punt niet nader uit te werken. In dit kader wordt er nogmaals
                    opgewezen dat het aanbeveling verdient beleidsregels vast te stellen ten aanzien
                    van het toegestane materiaal, standaardmateriaal dan wel alternatieve
                    materialen. Zie ook de toelichting op artikel 2, eerste lid, onder c van de
                    modelmarktverordening 2008.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Inschrijving op de anciënniteitslijst</tussenkop><al>De gemeenten die nog geen anciënniteitslijst hebben, dienen bij introductie van
                    deze lijst een overgangsregeling te maken, om te voorkomen dat reeds gevestigde
                    vergunninghouders achter worden gesteld bij nieuwkomers. Voor alle duidelijkheid
                    zouden alle vergunninghouders schriftelijk kunnen worden bericht hoe ze zijn
                    ingeschreven op deze lijst. Immers, indien volgens het overgangsrecht bestaande
                    vergunningen van kracht blijven onder de nieuwe verordening, is uit deze
                    vergunningen niet de positie op de lijst af te lezen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Inschrijving op de wachtlijst</tussenkop><al>Voor het goed functioneren van de markt is een goede registratie van de
                    marktkooplieden noodzakelijk. De wachtlijst is bedoeld voor die personen die
                    graag een vaste standplaats op de markt willen verwerven, maar aan wie op het
                    moment dat zij de aanvraag doen geen standplaats kan worden toegewezen. In de
                    marktverordening is niet gekozen voor een zogenaamd meeloopsysteem. Dit systeem
                    heeft als nadeel dat een gegadigde zich iedere keer moet melden zonder dat hij
                    de zekerheid heeft, dat hij op de markt kan staan. Dit kan problemen opleveren
                    bij verse, bederfelijke waren.</al><al>Om rechtszekerheid aan de aanvrager te verschaffen, is het gewenst dat hij van
                    zijn inschrijving als gegadigde voor een vaste standplaats een schriftelijk
                    bewijs krijgt. Ingevolge het tweede lid dient de aanvrager op eigen initiatief
                    zijn inschrijving te verlengen. Het verzoek dient voor 1 januari van elk jaar te
                    zijn gedaan. Deze jaarlijkse verlenging is wenselijk om controle te houden op
                    het systeem en om de kooplieden gemotiveerd te houden. Om verlenging te
                    vergemakkelijken kan het college voorzien in een
                    standaard-verlengingsformulier.</al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>ABRS 15 oktober 1997, jbMarkten bladzijde 41, inzake bepalendheid datum
                            van inschrijving;</al></li><li nr="·"><al>ABRS 27 april 1992, AB (1992) 446, inzake verloting van vrijgekomen
                            standplaats bij gering verschil in data van inschrijving;</al></li><li nr="·"><al>ABRS 23 juli 2003, LJN: AI0277, inzake de wachtlijstregeling. De in de
                            marktverordening neergelegde wachtlijstregeling is gekoppeld aan de
                            persoonsgebonden vergunning. De standplaats dient door de
                            vergunninghouder persoonlijk te worden ingenomen.)</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</tussenkop><al>In dit artikel worden de dwingende redenen genoemd waarom een gegadigde voor een
                    vaste standplaats van de wachtlijst dient te worden gehaald. Het verdient
                    aanbeveling de invulling van bijzondere omstandigheden als genoemd onder d,
                    duidelijk te omschrijven teneinde onduidelijkheden omtrent de plaats op de
                    wachtlijst te voorkomen.</al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>ABRS 17 augustus 1995, GS (1996) 7037, 5 m.nt. C.P.J. Goorden, inzake
                            onbevoegde doorhaling van de wachtlijst;</al></li><li nr="·"><al>ABRS 26 juli 2006, LJN: AU5086. Inschrijving op de wachtlijst is komen
                            te vervallen.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 6 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</tussenkop><al>In dit artikel is de volgorde van toewijzing van vaste standplaatsen op de markt
                    geregeld. Aangezien niet alle standplaatsen dezelfde mogelijkheden bieden, is
                    het redelijk dat in eerste aanleg aan vergunninghouders van een vaste
                    standplaats de gelegenheid wordt geboden een naar hun oordeel betere standplaats
                    te verkrijgen. Na hen kunnen de ingeschrevenen op de wachtlijst in de
                    gelegenheid worden gesteld een keuze te doen uit de dan nog beschikbare
                    standplaatsen. De volgorde van inschrijving op de wachtlijst van deze personen
                    is hierbij bepalend, waarbij wordt uitgegaan van het moment van inschrijving van
                    het lopende jaar. Het is mogelijk te bepalen dat de toewijzing in de regel
                    eenmaal per jaar geschiedt.</al><al>Indien het college een branche-indeling heeft vastgesteld, zal hiermee bij de
                    toewijzing van vaste standplaatsen rekening dienen te worden gehouden.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Overschrijving vaste standplaatsvergunning</tussenkop><al>Komt een vergunninghouder te overlijden, wordt hij blijvend arbeidsongeschikt,
                    of is er sprake van bedrijfsbeeindiging, dan moet het op sociale overwegingen
                    gerechtvaardigd worden geacht, dat zijn vergunning voor een vaste standplaats op
                    de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in artikel
                    1:80a van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende persoon met wie
                    hij duurzaam samenwoonde kan worden overgeschreven. In het eerste lid is
                    vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde partners recht hebben
                    op de vaste standplaats van de vergunninghouder.</al><al>Een kind van de vergunninghouder dat voldoet aan de in het tweede lid gestelde
                    eisen heeft recht op een vaste standplaats op de markt. Bij de herziening van de
                    verordening en het opstellen van het reglement in 2008 is hier de mogelijkheid
                    aan toegevoegd, dat de vergunning ook op een medewerk(st)er kan worden
                    overgeschreven. Dit omdat het tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend is dat een
                    kind het bedrijf van zijn ouders voort wil zetten en het in de praktijk
                    wenselijk bleek dat deze mogelijkheid ook voor medewerkers werd geboden.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Toewijzing dagplaats</tussenkop><al>De in het eerste lid vereiste vergunning wordt veelal mondeling verleend, doch
                    het verdient aanbeveling de marktmeester in mandaat een (standaard voorbedrukte)
                    schriftelijke vergunning te laten afgeven waarop hij het nummer van de
                    standplaats invult. Uiteraard dient, indien voor de markt een branche-indeling
                    is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen van dagplaatsen rekening te worden
                    gehouden.</al><al>Het in het tweede lid vermelde uiterste tijdstip van melding bij de marktmeester
                    dient te worden gekoppeld aan het in artikel 14, derde lid, genoemde uiterste
                    tijdstip voor het innemen van een vaste standplaats.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Toewijzing standwerkersplaats</tussenkop><al>Wanneer standwerkersplaatsen worden toegewezen, is het gewenst dat dit zo
                    objectief mogelijk gebeurt om de bekende en de minder bekende standwerkers een
                    gelijke kans te geven. Daarom is in het eerste lid bepaald dat de toewijzing
                    geschiedt door loting. Het college dient van tevoren de manier van loting vast
                    te stellen. Het verdient daarbij aanbeveling hierbij voorrang te geven aan de
                    marktkooplieden van wie is gebleken dat zij in de uitoefening van de markthandel
                    uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden.</al><al>Gebleken is dat een sterke behoefte bestaat aan uniforme en duidelijke
                    richtlijnen voor de toewijzing van standwerkersplaatsen, zowel bij de
                    marktbeheerders als bij de marktgebruikers, in het bijzonder bij de standwerkers
                    zelf.</al><al>Deze groep kooplieden heeft een eigen wijze van werken. Bij de benadering van
                    het publiek treden zij geheel anders op dan de zogenaamde stille kramers. Zij
                    verhogen de levendigheid van de markt en maken deze daardoor aantrekkelijker
                    voor het publiek.</al><al>Teneinde verstarring tegen te gaan en om te voorkomen dat de standwerker, die
                    jaar in jaar uit dezelfde plaats bezet, langzamerhand een stille kramer zou
                    worden, wordt het in het algemeen ongewenst geacht aan deze categorie kooplieden
                    vaste standplaatsen toe te wijzen. Dit standpunt wordt door de officiële
                    landelijke organisatie van standwerkers (Stibesta) steeds met klem naar voren
                    gebracht. Vooral ook omdat het werkterrein van de standwerkers zich over het
                    gehele land uitstrekt, is het voorts gewenst, dat de regels voor de toewijzing
                    van de standplaatsen aan deze bijzondere categorie kooplieden op alle markten in
                    Nederland zo veel mogelijk gelijkluidend zijn.</al><al>Alhoewel in principe een scherpe scheiding tussen de voor de stille kramers en
                    de voor standwerkers bestemde standplaatsen dient te blijven bestaan, zal het in
                    sommige gevallen - in het belang van de markt dan wel uit
                    billijkheidsoverwegingen tegenover de betrokken kooplieden - niet van overwegend
                    bezwaar zijn, opengebleven standwerkersplaatsen aan stille kramers toe te
                    wijzen, met dien verstande, dat aan laatstbedoelde kooplieden wordt duidelijk
                    gemaakt, dat zij hieraan nimmer enig recht op de betreffende standplaats zullen
                    kunnen ontlenen. Tot toewijzing van dergelijke standplaatsen aan stille kramers
                    is alleen dan over te gaan, indien op de markt beslist geen voor deze categorie
                    kooplieden bestemde standplaatsen meer beschikbaar zijn.</al><al>Belangrijk is voorts de in het derde lid opgenomen mogelijkheid om als koppel of
                    duo een standwerkersplaats te kunnen betrekken. Uitdrukkelijk is hierbij echter
                    de voorwaarde gesteld dat een duo zich tevoren als zodanig bij de marktmeester
                    moet melden en dat een duo als één loting wordt aangemerkt.</al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><al>ARRS 26 juli 1991, JG 92.0124 m.nt. van L.J.J. Rogier, inzake sanctioneren van
                    een standwerker.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</tussenkop><al>In artikel 10 is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht is zelf
                    op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 6 van de
                    modelmarktverordening 2008 (individuele vergunning) is bepaald dat de
                    vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent dit dat de
                    standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de vergunninghouder kan
                    worden ingenomen.</al><al>De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid. De
                    artikelen 11 (‘bijzondere omstandigheden’) en 14 geven aan de vergunninghouder
                    de mogelijkheid om zaken te regelen, bijvoorbeeld om naar de veiling te
                    gaan.</al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Vz ARRvS, 2 juli 1993, JG 1994/206, inzake onderscheid natuurlijk
                            persoon/rechtspersoon;</al></li><li nr="·"><al>Rechtbank Almelo 18 augustus 1995, GS (1995) 7022,3 m.nt. van E.
                            Brederveld, inzake aanschrijving om standplaats persoonlijk in te
                            nemen.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 11 Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere
                    omstandigheden</tussenkop><al>In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat de
                    vergunninghouder zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn. Het is wel
                    noodzakelijk dat het college of de marktmeester van elke verhindering tot
                    marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld. Het college kan
                    bepalen dat kortstondige afwezigheid zonder mededeling of ontheffing is
                    toegestaan. Dit is van belang voor vergunninghouders, bijvoorbeeld voor
                    veilingbezoek, inkoop, bezoek aan vergaderingen en overige bedrijfs- en sociale
                    verplichtingen.</al><al>Onder bijzondere omstandigheden wordt tevens ziekte van de vergunninghouder
                    verstaan. Een verplichting van de vergunninghouder om een geneeskundige
                    verklaring te overleggen is niet meer in de marktverordening opgenomen, omdat de
                    KNMG-artsenfederatie (de beroeporganisatie voor artsen) haar leden ontraadt die
                    informatievoorziening over hun patiënten te verstrekken. De federatie hanteert
                    het standpunt dat van de behandelend arts, die een vertrouwensrelatie heeft met
                    zijn patiënt, niet verwacht mag worden dat deze een onbevooroordeeld advies
                    uitbrengt. Er bestaat geen wettelijke basis op grond waarvan het college de
                    vergunninghouder zou kunnen verplichten een geneeskundige keuring te ondergaan.
                    Het college kan de vergunninghouder wel aanbieden zich door bijvoorbeeld de
                    GG&amp;GD of Arbodienst te laten onderzoeken om zijn ziekte aan te tonen.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Ontheffing en vervanging</tussenkop><al>Onder bijzondere omstandigheden wordt tevens ziekte van de vergunninghouder
                    verstaan. (Zie ook de toelichting bij artikel 11)</al><al>Tweede lid: In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college
                    de vergunninghouder van een vaste standplaats toestaan zich op zijn standplaats
                    te laten vervangen. Een maximumtermijn van zes weken is voor vakantie
                    gebruikelijk.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Legitimatie en identiteit vergunninghouder</tussenkop><al>Eerste lid: In dit verband is artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat
                    beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van
                    een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                    identificatieplicht.</al><al>Tweede lid: Bij herhaling is gebleken dat de kopers op de markt er behoefte aan
                    hebben te weten bij wie zij hun inkopen hebben gedaan. In de praktijk wordt hier
                    echter weinig de hand aan gehouden. Het moet ook door iedere bonafide
                    marktkoopman of -koopvrouw van belang worden geacht. Het vormen van een vaste
                    klantenkring kan hierdoor tevens worden bevorderd. Vermelding van adres en
                    woonplaats wordt in verband met gevaar van inbraak bij de koopman, die tijdens
                    de markt immers van huis is, niet wenselijk geacht.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer
                    goederen</tussenkop><al>Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein tijdens
                    de markt vrij te maken van alle verkeer dient het college een verkeersbesluit te
                    nemen. Ten onrechte geparkeerde auto’s kunnen met toepassing van bestuursdwang,
                    op kosten van de eigenaars, van het marktterrein worden verwijderd nog vóór de
                    eigenlijke opbouw van de markt. Voorwaarde is wel dat de tijden waarop het
                    terrein beschikbaar moet zijn ten behoeve van de markt, duidelijk worden
                    medegedeeld. Het is van belang de in het eerste lid gegeven tijdspanne zo ruim
                    te nemen dat hieraan in de regel kan worden voldaan. Veelal worden de tijden
                    vastgesteld in overleg met de instanties die de belangen van de ambulante handel
                    behartigen.</al><al>Het tweede lid maakt duidelijk dat het in het algemeen, in het belang van de
                    orde op de markt, de vergunninghouder niet kan worden toegestaan de markt op
                    willekeurige, vóór de sluitingstijd gelegen, momenten te verlaten. Het college
                    dient invulling te geven aan de bijzondere omstandigheden die ontheffing
                    mogelijk maken.</al><al>Op grond van het derde lid is het mogelijk dat over een vaste standplaats
                    beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman, indien de
                    vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt. Daartoe is bepaald
                    dat de vaste standplaats vóór een bepaald uur ingenomen moet zijn.</al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><al>Kantongerecht Maastricht 1 november 1995, PG (1996) 4450, inzake
                    schadevergoeding in verband met zorgplicht gemeente met betrekking tot het
                    autovrij maken van het marktterrein.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Parkeren voertuigen/aanhanger</tussenkop><al>Voor de definitie van de begrippen voertuig en aanhanger is aansluiting gezocht
                    bij het bepaalde in artikel 1 van het RVV. </al><al>In het Besluit inrichting warenmarkten 2014 zijn de locaties aangegeven waar een
                    voertuig of aanhanger achter een verkoopmiddel (marktkraam, markavan,
                    verkoopwagen of enig ander verkoopmiddel) of grondplaats niet zijn toegestaan.
                    Het is onwenselijk dat vergunninghouders op deze plaatsen een voertuig of
                    aanhanger parkeren achter hun gedurende de tijd dat markt plaatsvindt. Het
                    verbod geldt uiteraard niet als het voertuig of de aanhanger als verkoopmiddel
                    dient en als zodanig op de vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                    vermeld is. </al><al>Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan een
                    vergunninghouder gehouden is om een voertuig of aanhanger achter diens
                    verkoopmiddel of grondplaats te parkeren op een plaats die op grond van het
                    Besluit inrichting warenmarkten 2014 verboden is. Met het verstrekken van een
                    ontheffing wordt zeer terughoudend omgegaan. In beginsel wordt alleen ontheffing
                    verleend ingeval de Warenwet voor de opslag van bederfelijke waar een koeling
                    voorschrijft en de opslag van waren niet op een andere wijze kan plaatsvinden
                    (koeling in de kraam of het verkoopmiddel). In het Besluit inrichting
                    warenmarkten 2014 is de betreffende locatie weergegeven.</al><al/><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Intrekken oude regeling</tussenkop><al>Indien er in het verleden reeds een marktreglement is opgesteld dient dit te
                    worden ingetrokken.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Citeertitel</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om het reglement te onderscheiden
                    van eventuele voorgaande reglementen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>