<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR316847_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 20-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/57</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de 'Verordening Toeristenbelasting 2013’, vastgesteld op 11 december 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De 'Verordening Toeristenbelasting 2013’ vervalt met ingang van de datum van heffing van de Verordening Toeristenbelasting 2014, zijnde 1 januari 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>RAADSBESLUIT nr.: 2013-57</al><al/><al>De raad van de gemeente Blaricum,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 29 oktober 2013</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>de</al><al/><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING </al><al/><al>vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele
                            kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd
                            als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; mobiele
                            kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en
                            soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd
                            zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere
                            recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en
                            andere verblijven of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
                            kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn
                            als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in
                            bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan
                            wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of
                            terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een
                            jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente
                            in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens,
                            niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen
                            vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene
                            met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                            ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe
                            belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd
                            de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens
                            verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het
                            eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is
                            belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2
                            verblijf houdt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van verblijf door degene die:
                            als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of
                            verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden
                            verblijft; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid,
                            van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in
                            de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor
                            zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in
                            artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                            Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>Ten aanzien van het verblijf in mobiele en overige niet-mobiele
                            kampeeronderkomens wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Ten
                            aanzien van het verblijf in hotels, pensions wordt geheven op basis van
                            de vergoeding die ter zake van het verblijf met overnachtingen in
                            rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen. </al><al>Als vergoeding kan worden aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd
                            wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><al>1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
                            mobiele onderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in
                            hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een of meer leden van
                            eenzelfde huishouden gedurende de periode 1 april tot en met 30
                            september bepaald op: 2,6 mobiele onderkomens en stacaravans, op vaste
                            standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een
                            of meer leden van eenzelfde huishouden gedurende de periode 1 maart tot
                            en met 31 oktober bepaald op: 2,6 mobiele onderkomens en stacaravans, op
                            vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden
                            door een of meer leden van eenzelfde huishouden gedurende de periode 1
                            januari tot en met 31 december bepaald op: 2,4 mobiele onderkomens en
                            stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het
                            verblijf houden door een of meer leden van eenzelfde huishouden
                            gedurende de periode 1 april tot en met 1 juli bepaald op: 2,7 mobiele
                            onderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak
                            bestemd voor het verblijf houden door een of meer leden van eenzelfde
                            huishouden gedurende de periode 1 september tot en met 31 oktober
                            bepaald op: 2,4 Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde
                            personen is overnacht, wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                            kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
                            periode 1 april tot en met 30 september, bepaald op 40. ingeval verblijf
                            wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste
                            standplaatsen gedurende de periode 1 maart tot en met 31 oktober,
                            bepaald op 60. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                            kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
                            periode 1 januari tot en met 31 december, bepaald op 80. ingeval
                            verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op
                            vaste standplaatsen gedurende de periode 1 april tot en met 1 juli,
                            bepaald op 30. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                            kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de
                            periode 1 september tot en met 31 oktober, bepaald op 20. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van
                            heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien
                            blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende
                            aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt voor overnachten als bedoeld in artikel 5 onder a
                            per overnachting € 2,00; Het tarief bedraagt voor overnachtingen als
                            bedoeld in artikel 5 onder b 4%; Bij overnachten door groepen van meer
                            dan 10 personen vanuit het basis- of voortgezet onderwijs in het kader
                            van het les- of schoolprogramma worden de onder lid 1 en 2 genoemde
                            bedragen verlaagd met 50%. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingbedragen van minder dan € 15,00 worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de
                            in het eerste lid gestelde termijnen. 3. In afwijking van het bepaalde
                            in het eerste lid is een voorlopige aanslag invorderbaar in zoveel
                            gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het jaar overblijven, met dien
                            verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste
                            termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                            gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en
                            d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>De “Verordening Toeristenbelasting 2013” vastgesteld op 11 december 2012
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                            ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft
                            op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze
                            verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de
                            bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014. Deze
                            verordening kan worden aangehaald als “Verordening Toeristenbelasting
                            2014”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot, Mevr. J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening>secretaris voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>