<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR316051_1</dcterms:identifier><dcterms:title>DAMOCLESBELEID 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2013-4481.html">Gemeenteblad, 2013, 4481</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Damoclesbeleid 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/Artikel13b">Opiumwet, art. 13b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13INT04099</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>DAMOCLESBELEID 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Burgemeester van Hellendoorn;</al><al>gelet op artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet en artikel 4:81 van de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al>in overeenstemming met de in het lokale driehoeksoverleg en het
                        districtelijk veiligheidsoverleg Twente overeengekomen afspraken ten aanzien
                        van drugshandel in woningen en lokalen en de daarbij behorende erven;</al><al>gelet op het sinds 22 april 1997 in de gemeente Hellendoorn gevoerde
                        coffeeshopbeleid waarbij wordt uitgegaan van de nullijn voor coffeeshops in
                        de gemeente Hellendoorn;</al><al>gelet op het besluit van 13 maart 2012 waarbij dit nulbeleid nogmaals is
                        bevestigd, conform het regionaal coffeeshopbeleid in Twente;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toepassen van artikel
                        13b, eerste lid van de Opiumwet, onder de naam:</al><al>DAMOCLESBELEID 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>definities</titel></kop><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>harddrugs: middelen vermeld op lijst I behorend bij de
                                    Opiumwet;</al></li><li nr="2."><al>softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes) zoals omschreven in
                                    lijst II behorend bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj,
                                    marihuana, weed, wiet of stuff;</al></li><li nr="3."><al>handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van
                                    harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn
                                    daarvan; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een
                                    mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij
                                    de aflevering van de drugs elders plaatsvindt;</al></li><li nr="4."><al>horecabedrijf: een openbare inrichting als bedoeld in artikel
                                    2:27, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening;</al></li><li nr="5."><al>horecavergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                                    Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="6."><al>lokaal: een pand al dan niet toegankelijk voor het publiek,
                                    zoals een winkel, café, loods of bedrijfsruimte. Onder lokaal
                                    wordt tevens verstaan het bij het lokaal behorende erf;</al></li><li nr="7."><al>woning: een pand dat in hoofdzaak dient tot bewoning dan wel
                                    dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop- als huurwoningen vallen
                                    onder deze definitie. Onder woning wordt tevens verstaan het bij
                                    een woning behorende erf;</al></li><li nr="8."><al>sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste
                                    lid van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Handel in drugs is een strafbaar feit op grond van de Opiumwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in een woning, een lokaal of een daarbij behorend erf handel
                                in drugs plaatsvindt, maakt de burgemeester gebruik van de
                                bevoegdheid genoemd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan, zal de woning/het
                                lokaal voor een ieder ontoegankelijk worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot de omschrijving handel in drugs, wordt
                                aansluiting gezocht bij het gestelde daartoe in de Aanwijzing
                                Opiumwet. Concreet betekent dit, dat er sprake is van een
                                overtreding in de zin van dit </al><al> beleid, bij een aangetroffen hoeveelheid zoals die in de
                                Aanwijzing</al><al> Opiumwet is vastgelegd. De Aanwijzing Opiumwet is als bijlage bij
                                dit beleid gevoegd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>WONINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reacties op drugshandel in woningen</titel></kop><al>De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op handel in drugs
                            in woningen:</al><lijst><li nr="1."><al>Handel in harddrugs:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt de
                                            woning gesloten voor een periode van 6 maanden;</al></li><li nr="b."><al>Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar
                                            na de eerste overtreding wordt de woning gesloten voor
                                            een periode van 12 maanden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Handel in softdrugs:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt
                                            volstaan met een schriftelijke waarschuwing aan de
                                            overtreder;</al></li><li nr="b."><al>Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar
                                            na de eerste overtreding wordt de woning gesloten voor
                                            een periode van 3 maanden;</al></li><li nr="c."><al>Bij een derde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar
                                            na de tweede overtreding wordt de woning gesloten voor
                                            een periode van 6 maanden;</al></li><li nr="d."><al>Bij een vierde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar
                                            na de derde overtreding wordt de woning gesloten voor
                                            een periode van 12 maanden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het hiervoor gestelde wordt een huurwoning niet
                                    eerder gesloten, dan nadat de verhuurder er op is gewezen, dat
                                    de huurovereenkomst civielrechtelijk kan worden ontbonden</al><al> en de verhuurder hieraan geen gevolg heeft gegeven. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>LOKALEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reacties op drugshandel in lokalen</titel></kop><al>De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op handel in drugs
                            in lokalen.</al><lijst><li nr="1."><al>Bij handel in harddrugs wordt het lokaal gesloten voor een
                                    periode van 12 maanden.</al></li><li nr="2."><al>Bij handel in softdrugs wordt het lokaal gesloten voor een
                                    periode van 4 weken.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het gestelde onder lid 2 wordt het lokaal
                                    langer gesloten indien de handel in softdrugs geschiedt in
                                    combinatie met een overtreding van een (of meer) van de
                                    AHOJG-criteria als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet. Indien
                                    bedoelde overtreding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>affichering voor softdrugs: sluiting van het lokaal voor
                                            een periode van 8 weken;</al></li><li nr="b."><al>overlast veroorzaken: sluiting van het lokaal voor een
                                            periode van 26 weken;</al></li><li nr="c."><al>verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van het
                                            lokaal voor een periode van 1 jaar;</al></li><li nr="d."><al>toegang tot het lokaal voor jeugdigen: sluiting van het
                                            lokaal voor een periode van 26 weken; </al></li><li nr="e."><al>verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie:
                                            sluiting van het lokaal voor een periode van 26
                                            weken;</al></li><li nr="f."><al>handelsvoorraad van meer dan 500 gram: sluiting van het
                                            lokaal voor een periode van 26 weken;</al></li><li nr="g."><al>handel tussen 00.00 en 12.00 uur: sluiting van het
                                            lokaal voor een periode van 8 weken. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding, waarvoor een
                                    sanctie als genoemd in de leden 1, 2 of 3 is opgelegd, in
                                    hetzelfde lokaal wederom een overtreding plaatsvindt, heeft dat
                                    tot gevolg dat de toepasselijke sluitingsperiode wordt
                                    verdubbeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afwijkingsbevoegdheid en hardheidsclausule</titel></kop><al>De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van het Damoclesbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Damoclesbeleid 2013”.</al><al/><al><vet>INWERKINGTREDING</vet></al><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van
                            bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>de burgemeester van Hellendoorn,</ondertekening><ondertekening>mevrouw A.H. Raven BA</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al/><tussenkop>Toelichting Damoclesbeleid</tussenkop><al/><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Op 1 november 2007 is het gewijzigde artikel 13b Opiumwet in werking getreden
                    waarbij de burgemeester bevoegd is bestuursrechtelijk op te treden indien in
                    woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende
                    erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of
                    verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het toepassingsbereik van dit artikel is
                    daarmee uitgebreid tot ook de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en
                    woningen (voorheen slechts op voor publiek toegankelijke lokalen). Ook kan
                    worden opgetreden tegen hennepkwekerijen.</al><al>Op welke wijze en wanneer de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid op
                    grond van artikel 13b Opiumwet zal inzetten, is vastgelegd in dit
                    Damoclesbeleid. </al><al>In het navolgende wordt artikelsgewijs een toelichting gegeven.</al><tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop><al>Bij de definities is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de wettekst van
                    artikel 13b Opiumwet.</al><tussenkop>Artikel 2 Algemeen</tussenkop><al>Bij de beoordeling of sprake is van een overtreding van de Opiumwet wordt
                    aansluiting gezocht bij hetgeen uit jurisprudentie blijkt en de gedoogcriteria
                    die in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie zijn vastgelegd. </al><al>In de Aanwijzing Opiumwet is opgenomen wat er bedoeld wordt met
                    handelshoeveelheid drugs (alles onder deze hoeveelheden wordt in principe
                    aangemerkt als zijnde een gebruikershoeveelheid). Onder handelsvoorraad wordt
                    het volgende verstaan:</al><al>• harddrugs: meer dan 0,5 gram. Hiierbij wordt het volgende onderscheid
                    gemaakt:</al><al> o 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine)</al><al> o 1 pil/ tablet (bijv. XTC)</al><al> o 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). </al><al>• softdrugs: meer dan 5 gram </al><al>• hennepplanten: meer dan 5 planten</al><tussenkop>Artikelen 3 en 4 Reacties op drugshandel in woningen respectievelijk
                    lokalen</tussenkop><tussenkop>Woningen:</tussenkop><al>Bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwet zal de burgemeester zijn
                    bevoegdheid om bestuursrechtelijk op te treden bij woningen inzetten, waarbij
                    onderscheid wordt gemaakt tussen harddrugs en softdrugs en eveneens tussen een
                    huur- en eigen woning:</al><lijst><li nr="-"><al>de burgemeester zal slechts tot sluiting van een huurwoning overgaan
                            nadat de verhuurder er op is gewezen dat de huurovereenkomst
                            civielrechtelijk kan worden ontbonden en de verhuurder hieraan geen
                            gevolg heeft gegeven. Dit geldt zowel bij geconstateerde harddrugshandel
                            als softdrugshandel in een woning. Bij geconstateerde softdrugshandel
                            zal daarnaast de overtreder bij een eerste overtreding eerst
                            schriftelijk worden gewaarschuwd;</al></li><li nr="-"><al>bij een eigen woning wordt bij een geconstateerde eerste overtreding van
                            harddrugshandel niet volstaan met een waarschuwing, maar zal tot
                            sluiting worden overgegaan. Bij geconstateerde softdrugshandel zal de
                            overtreder bij een eerste overtreding eerst schriftelijk worden
                            gewaarschuwd.</al></li></lijst><al>Indien een woning wordt gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet waarbij niet
                    alleen de overtreder de woning zal moeten verlaten, zal de gemeente voor de
                    niet-overtreders trachtente bemiddelen bij het vinden van vervangende
                    woonruimte. </al><tussenkop>Lokalen:</tussenkop><al>Wat betreft de bestuursrechtelijke aanpak in lokalen wordt onderscheid gemaakt
                    tussen de aanpak van gevallen waarin softdrugs dan wel harddrugs zijn betrokken.
                    Aan activiteiten die te maken hebben met harddrugs zijn maatschappelijk gezien
                    grotere volksgezondheidsrisico’s verbonden en deze kunnen een grotere negatieve
                    invloed hebben op het woon- en leefklimaat dan softdrugs. Bij overtredingen van
                    lijst I (harddrugs) worden langere sluitingstijden ook noodzakelijk geacht om
                    een einde aan de overtredingen te maken, dan wel herhalingen te voorkomen, omdat
                    de handel meestal plaatsvindt in een harder crimineler milieu. Een langere
                    sluitingstermijn is noodzakelijk om de situatie te normaliseren.</al><al>In artikel 4, derde lid wordt verwezen naar de AHOJG-gedoogcriteria voor
                    coffeeshops als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet. Indien een overtreding met
                    betrekking tot softdrugs in een lokaal tevens een overtreding betekent van de
                    genoemde gedoogcriteria voor een coffeeshop, dan zal de burgemeester hiertegen
                    optreden met een langere sluitingsperiode. De gedoogcriteria betreffen:</al><al>A: geen affichering</al><al>H: geen harddrugs (is al opgenomen in artikel 4 lid 1)</al><al>O: geen overlast</al><al>J: geen toegang en verkoop aan jeugdigen onder de 18 jaar</al><al>G: geen grote transacties (meer dan 5 gram)</al><al>Indien de overtreder een andere is dan de eigenaar/uitbater/exploitant/huurder
                    zal de burgemeester slechts overgaan tot sluiting van het lokaal nadat de
                    eigenaar/uitbater/exploitant/huurder er schriftelijk op is gewezen dat in zijn
                    of haar lokaal sprake is van overtreding van de Opiumwet. Bij een tweede
                    constatering van drugshandel zal de burgemeester tot sluiting van het lokaal
                    overgaan. </al><al>Indien de eigenaar/uitbater/exploitant/huurder zelf als overtreder kan worden
                    aangemerkt dan zal de burgemeester onmiddellijk tot sluiting overgaan.</al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 5, eerste lid van het Besluit eisen
                    zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999, leidt een sluiting van een
                    horecabedrijf voor een periode van tenminste een maand, tot intrekking van de
                    horecavergunning op grond van de Drank- en Horecawet. Leidinggevenden
                    (ondernemers, bedrijfsleiders, beheerders) van het betreffende horecabedrijf
                    zijn dan gedurende de eerstvolgende 5 jaar niet meer gerechtigd op te treden als
                    leidinggevende in een horecabedrijf. </al><tussenkop>Herstelsanctie: geen last onder dwangsom maar sluiting</tussenkop><al>Bij het toepassen van bestuursrechtelijke herstelsancties kan het bestuursorgaan
                    – in dit geval de burgemeester – kiezen tussen een last onder dwangsom of een
                    last onder bestuursdwang. Bij de keuze speelt de effectiviteit van de sanctie om
                    de overtreding zo snel mogelijk te beëindigen een rol. Bij het opleggen van een
                    dwangsom is er geen zekerheid dat de overtreder de overtreding op korte termijn
                    feitelijk beëindigt en is hier dus in principe geen geschikt middel. Om die
                    reden is gekozen voor een last onder bestuursdwang inhoudende het bevel van de
                    burgemeester tot tijdelijke sluiting van een inrichting als bedoeld in artikel
                    13b Opiumwet. Met deze maatregel wordt beoogd de “loop” naar de woning/het
                    lokaal of de daarbij behorende erven eruit te halen en de overtreding te
                    beëindigen, dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. </al><al>Op (de voorbereiding van) de last onder bestuursdwang zijn de bepalingen van de
                    Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al><tussenkop>Omvang van de bestuursdwang</tussenkop><al>De last onder bestuursdwang inhoudende de sluiting, wordt bekend gemaakt aan
                    diegene die bevoegd is de last uit te voeren. De last houdt in dat het pand
                    ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een
                    aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar moet worden aangebracht op het
                    betreffende pand. De last zal een concrete omschrijving inhouden van wat moet
                    worden gesloten en gesloten moet worden gehouden en in voorkomend geval een
                    nadere aanduiding van de betreffende ruimten dan wel de erven. Indien de
                    overtreder geen gevolg geeft aan de last, zal de burgemeester overgaan tot
                    feitelijke sluiting en zal de woning, het lokaal of gebouw ontoegankelijk worden
                    gemaakt. Ook de eigenaar kan gedurende de sluiting niet over zijn eigendom
                    beschikken ook al heeft de eigenaar zelf de overtreding van de Opiumwet niet
                    begaan. </al><al>De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hellendoorn 2009 bevat in artikel
                    2:41 een verbodstelsel met betrekking tot het betreden van gebouwen die zijn
                    gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester kan daarvan
                    ontheffing verlenen. </al><tussenkop>Begunstigingstermijn </tussenkop><al>In een last onder bestuursdwang moet krachtens jurisprudentie in de regel een
                    begunstigingstermijn worden opgenomen. Begunstiging houdt in dat de overtreder
                    de gelegenheid krijgt zelf aan het bevel te voldoen. Deze termijn moet zodanig
                    zijn dat in redelijkheid de overtreder de gelegenheid heeft gevolg te geven aan
                    het bevel. De begunstigingstermijn wordt gesteld op 2 dagen. Alleen in het
                    uitzonderlijke geval van onmiddellijk gevaar, zal gekozen worden voor toepassing
                    van spoedeisende bestuursdwang. In dat geval wordt tot onmiddellijke sluiting
                    overgegaan en wordt het bevel vervolgens schriftelijk bekend gemaakt aan de
                    overtreder (artikel 5:31 Awb).</al><tussenkop>Aanzegging tot kostenverhaal </tussenkop><al>De kosten van bestuursdwang worden op basis van het bepaalde in de Algemene wet
                    bestuursrecht op de overtreder(s) verhaald. De overtreder is in de regel de
                    eigenaar. Ingeval het een huurder betreft op basis van een met de eigenaar
                    gesloten huurovereenkomst, zal deze als overtreder worden aangemerkt, ook
                    wanneer sprake is van zgn. onderverhuur waarbij de feitelijke huurder tevens als
                    verhuurder van de onderhuurder optreedt. </al><tussenkop>Artikel 5 Afwijkingsbevoegdheid</tussenkop><al>De bevoegdheid van de burgemeester om bij geconstateerde drugshandel in woningen
                    en lokalen en/of op de daarbij behorende erven bestuursrechtelijk op te treden
                    betreft een discretionaire bevoegdheid. Op welke wijze en wanneer de
                    burgemeester zijn bevoegdheid zal inzetten is vastgelegd in dit Damoclesbeleid.
                    In beginsel sluit de zwaarte van de maatregel aan op de aard en de frequentie
                    van de overtreding, teneinde te bereiken dat de overtreding ongedaan wordt
                    gemaakt, dan wel herhaling wordt voorkomen. </al><al>Inherent aan deze bevoegdheid is de mogelijkheid om in een concreet geval te
                    kunnen afwijken van het vastgestelde beleid. Dat zal de burgemeester doen in het
                    geval van dermate bijzondere omstandigheden die vasthouden aan het beleid niet
                    rechtvaardigen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>