<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR316016_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-685.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenMaand%26spd%3d20140114%26epd%3d20140114%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dRidderkerk%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Elektronisch publicatieblad, 09-01-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR46668_1">Algemene Subsidieverordening Ridderkerk 2008</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2013-267</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Subsidieverordening onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk,</al>
          <al/>
          <al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 augustus
                        2013,</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4:23 van de Algemene wet
                        bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Ridderkerk
                        (2008);</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>SUBSIDIEVERORDENING ONROEREND CULTUREEL ERFGOED RIDDERKERK
                        2013</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>
                  <cursief>Beschermde gemeentelijke
                                        monumenten</cursief>
                  <cursief>:</cursief> onroerende
                                    goederen, objecten of terreinen, die vanwege hun bijzondere
                                    (cultuur)historische, architectonische, landschappelijke,
                                    volkskundige, wetenschappelijke en/of esthetische betekenis op
                                    grond van artikel 3 van de Monumentenverordening Ridderkerk 2013
                                    bij besluit van het college van burgemeester en wethouders zijn
                                    aangewezen als beschermd gemeentelijk monument;</al></li>
              <li nr="b."><al>
                  <cursief>gemeentelijke
                                        monumentenlijst</cursief>
                  <cursief>:</cursief> lijst als
                                    bedoeld in artikel 7 van de Monumentenverordening Ridderkerk
                                    2013;</al></li>
              <li nr="c."><al>
                  <cursief>rijksmonumenten</cursief>
                  <cursief>:</cursief>
                                    monumenten die zijn opgenomen in het monumentenregister zoals
                                    bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988;</al></li>
              <li nr="d."><al>
                  <cursief>eigenaar</cursief>
                  <cursief>:</cursief> een natuurlijke
                                    of rechtspersoon, die in de kadastrale registers als eigenaar,
                                    erfpachter of houder van het recht van opstal van een beschermd
                                    gemeentelijk monument staat ingeschreven;</al></li>
              <li nr="e."><al>
                  <cursief>Erfgoed</cursief>
                  <cursief>commissie</cursief>
                  <cursief>:</cursief>
                                    de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde
                                    commissie die tot taak heeft het college van burgemeester en
                                    wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de
                                    toepassing van de Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening
                                    Ridderkerk 2013 en (de uitvoering van) het beleid ten aanzien
                                    van het onroerende culturele erfgoed in ruime zin;</al></li>
              <li nr="f."><al>
                  <cursief>Het college</cursief>
                  <cursief>:</cursief> het college
                                    van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;</al></li>
              <li nr="g."><al>
                  <cursief>bouwhistorisch onderzoek</cursief>
                  <cursief>:</cursief>
                                    in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de
                                    bouwgeschiedenis en bouwhistorische waarden van een gemeentelijk
                                    monument, bedoeld als onderbouwing voor de aanwijzing van een
                                    object als beschermd gemeentelijk monument of als toetsingskader
                                    voor de werkzaamheden met het oog op de instandhouding van een
                                    gemeentelijk monument;</al></li>
              <li nr="h."><al>
                  <cursief>instandhoudingwerkzaamheden</cursief>
                  <cursief>:</cursief>
                                    restauratie- en/of onderhoudswerkzaamheden, die noodzakelijk
                                    zijn voor het herstel of de instandhouding van (de monumentale
                                    waarden van) een beschermd gemeentelijk monument;</al></li>
              <li nr="i."><al>
                  <cursief>subsidiabele kosten</cursief>
                  <cursief>:</cursief>
                                    kosten die noodzakelijk zijn voor het herstel en de
                                    instandhouding van de monumentale waarden van een beschermd
                                    gemeentelijk monument, zoals beschreven in de Leidraad
                                    subsidiabele kosten, welke als bijlage deel uitmaakt van deze
                                    verordening. Kosten die uitsluitend of overwegend worden gemaakt
                                    voor de verbetering van het wooncomfort vallen buiten deze
                                    regeling;</al></li>
              <li nr="j."><al>
                  <cursief>mailing</cursief>
                  <cursief>:</cursief> brief waarin de
                                    eigenaar wordt geïnformeerd over de mogelijkheid tot het
                                    indienen van een subsidieverzoek en de wijze waarop dat moet
                                    gebeuren.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toepassing Algemene subsidieverordening Ridderkerk</titel>
            </kop>
            <al>De Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 is van toepassing op het
                            verstrekken van subsidies in gevolge deze verordening, behalve voor
                            zover bij of krachtens deze verordening op enig punt van het gestelde
                            bij of krachtens de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 wordt
                            afgeweken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Reikwijdte verordening</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening is van toepassing op subsidieaanvragen voor
                            werkzaamheden aan beschermde gemeentelijke monumenten, die beogen de
                            monumentale waarden in stand te houden. Verder is deze verordening van
                            toepassing op activiteiten die bijdragen aan het creëren en verbreden
                            van draagvlak voor, het bevorderen van publieksparticipatie ten aanzien
                            van en het onderzoeken van het onroerende cultuurhistorische erfgoed in
                            de gemeente Ridderkerk.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al>De raad stelt voor ieder kalenderjaar een subsidieplafond als bedoeld in
                            artikel 3 lid 1 van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 vast
                            voor de in deze verordening beschreven subsidiemogelijkheden.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>SUBSIDIEVERDELING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bevoegdheid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college is - binnen het kader van het door de raad jaarlijks
                                vast te stellen subsidieplafond - bevoegd tot het verlenen,
                                vaststellen en uitbetalen van subsidies als bedoeld in deze
                                verordening;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd tot het intrekken of wijzigen van
                                subsidieverlening- of subsidievaststelling besluiten, en tot het
                                geheel of gedeeltelijk terugvorderen van reeds uitbetaalde
                                subsidiegelden; ten aanzien van deze bevoegdheden is afdeling 4.2.6
                                van de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Subsidieverdelingbesluit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan jaarlijks een subsidieverdelingbesluit nemen waarin
                                de door de eigenaren van de in de gemeente gelegen beschermde
                                gemeentelijke monumenten te ondernemen instandhoudingwerkzaamheden
                                worden aangegeven;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het verdelingsbesluit moet een globale raming inhouden van de kosten
                                voor de eigenaar van de voorgenomen instandhoudingwerkzaamheden of
                                een globale raming van de kosten van een project dat is gericht op
                                draagvlak, publieksparticipatie en onderzoek t.a.v. onroerend
                                cultuurhistorisch erfgoed, alsmede van de hoogte van het eventueel
                                te verlenen gemeentelijke subsidie;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het verdelingbesluit wordt opgesteld op basis van de ingediende
                                subsidieaanvragen, die voortvloeien uit een jaarlijks te houden
                                mailing naar de eigenaren van de in de gemeente gelegen beschermde
                                gemeentelijke monumenten, de subsidieaanvragen die gedurende het
                                jaar worden ingediend en de eventueel doorgeschoven
                                subsidieaanvragen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij het bepalen van de toekenning van subsidie voor de
                                instandhouding van gemeentelijke monumenten worden subsidies
                                toegekend in volgorde van urgentie van de instandhoudingbehoefte op
                                basis van het inspectierapport van de Monumentenwacht. Bij gelijke
                                urgentie bepaalt de volgorde van binnenkomst de volgorde van
                                toekenning. Overige subsidieaanvragen worden afgehandeld in volgorde
                                van binnenkomst;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college neemt het verdelingsbesluit, de Erfgoedcommissie gehoord
                                hebbende.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>PERCENTAGES EN MAXIMA SUBSIDIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Subsidietoekenning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan de eigenaar van een beschermd gemeentelijk monument kan een
                                subsidie in de kosten van instandhouding van monumentale waarden
                                worden verstrekt;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Subsidie kan ook worden verstrekt voor de abonnementskosten van de
                                Monumentenwacht Zuid-Holland en voor een bouwkundig
                                inspectierapport, volgens de methodiek van de Monumentenwacht
                                Zuid-Holland, alsook voor bouwhistorisch onderzoek als onderbouwing
                                en toetsingskader van voorgenomen wijzigingen en/of
                                instandhoudingwerkzaamheden;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het in lid 2 genoemde subsidie is van toepassing op beschermde
                                gemeentelijke monumenten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Beschermde gemeentelijke monumenten in eigendom van de gemeente,
                                andere overheden en semioverheidsinstellingen worden uitgesloten van
                                subsidiëring.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Aan private personen en rechtspersonen kan een subsidie worden
                                toegekend voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan
                                draagvlakverbreding, publieksparticipatie en kennis ten aanzien van
                                het onroerende cultuurhistorische erfgoed in de gemeente Ridderkerk.
                            </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Hoogte subsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De subsidie ten behoeve van de instandhouding van een beschermd
                                gemeentelijk monument bedraagt 50% van de door het college
                                vastgestelde subsidiabele kosten. De subsidiebedragen zijn per
                                onderscheiden categorieën als volgt gemaximeerd: I € 2.000,-; II €
                                1.500,-; III € 3.000,-; IV € 2.000,-; V € 5.000,-; VI €
                                7.000,-;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 bedraagt 100% voor
                                abonnement- en inspectiekosten en 50% voor bouwhistorisch
                                onderzoek;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de werkzaamheden, zoals bedoeld in lid één van dit artikel,
                                geheel in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd, wordt alleen subsidie
                                verleend in de materiaalkosten. De maximale subsidie per categorie
                                bedraagt 50% van de in lid één van dit artikel genoemde bedragen per
                                categorie;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De subsidie zoals bedoeld in artikel 7 lid 5 bedraagt 100% van de
                                projectkosten met een maximum van € 5.700,00.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in
                                aanmerking komende bijzondere gevallen kan de subsidie op een hoger
                                bedrag worden vastgesteld dan voortvloeit uit het eerste en vierde
                                lid van dit artikel;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De in het eerste en derde lid genoemde maximale bedragen kunnen
                                slechts eenmaal per vijf kalenderjaren per object worden verstrekt.
                                De in het tweede lid genoemde abonnementkosten kunnen jaarlijks
                                worden verstrekt. De in het tweede lid genoemde inspectiekosten van
                                rendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal in de vier
                                jaar en van onrendabele beschermde gemeentelijke monumenten één maal
                                in de twee jaar worden verstrekt. Het in het vierde lid genoemde
                                maximale bedrag kan jaarlijks worden aangevraagd;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Om voor de subsidie zoals bedoeld in het eerste en derde lid in
                                aanmerking te komen dienen de goedgekeurde subsidiabele kosten
                                minstens € 1.000,- of het totaal der materiaalkosten ten minste €
                                500,- te bedragen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>SUBSIDIEVERLENING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Subsidieaanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag om subsidie moet schriftelijk door de eigenaar bij
                                burgemeester en wethouders worden ingediend op een daartoe
                                beschikbaar te stellen formulier;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen instandhoudingwerkzaamheden
                                waarvoor wel of geen omgevingsvergunning verplicht is op basis van
                                de Monumentenverordening Ridderkerk 2013;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7 lid 1, waarvoor
                                geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd, moet tenminste
                                de volgende gegevens bevatten: a. een recent bouwkundig
                                inspectierapport, volgens de methodiek van de Monumentenwacht
                                Zuid-Holland, opgesteld door een, door burgemeester en wethouders
                                aanvaardbaar geachte, onafhankelijke deskundige of instantie; b. een
                                werkomschrijving; c. een offerte van het bedrijf dat of de bedrijven
                                die de instandhoudingwerkzaamheden zal/zullen uitvoeren of – in
                                geval van zelfwerkzaamheid – een begroting van de benodigde
                                materialen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, lid 1, waarvoor
                                een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd moet tenminste de
                                volgende gegevens bevatten: a. een recent bouwkundig
                                inspectierapport, volgens de methodiek van de Monumentenwacht
                                Zuid-Holland, opgesteld door een, door burgemeester en wethouders
                                aanvaardbaar geachte, onafhankelijke deskundige of instantie; b. een
                                werkomschrijving c.q. bestek; c. een begroting die is gespecificeerd
                                naar activiteit, uren en materialen; d. tekeningen van zowel de
                                bestaande als de nieuwe toestand; e. foto’s van de huidige toestand
                                en van de directe omgeving van het monument.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan, voor zover dit nodig is voor het beoordelen van de
                                subsidieaanvraag, bepalen dat naast de in het vierde lid genoemde
                                bescheiden nog andere stukken worden overlegd:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>een situatietekening (schaal 1:1000) gebaseerd op door of
                                        namens het college aangegeven kaartmateriaal, die inzicht
                                        geeft in de situering van het monument.</al></li>
                <li nr="-"><al>de plattegrond van iedere verdieping van het monument
                                        (schaal 1:100);</al></li>
                <li nr="-"><al>lengte- en dwarsdoorsneden (schaal 1:100);</al></li>
                <li nr="-"><al>alle gevelaanzichten (schaal 1:100);</al></li>
                <li nr="-"><al>relevante details die verband houden met het uiterlijk van
                                        het monument (schaal 1:10).</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Aanvullende gegevens</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien de aanvraag niet volledig is, of niet is voorzien van alle in
                                artikel 9 lid drie en vier genoemde bescheiden, dan wel wanneer de
                                aangeleverde gegevens onvoldoende duidelijk zijn om de aanvaag in
                                behandeling te kunnen nemen, doet het college daarvan binnen vier
                                weken na ontvangst schriftelijk mededeling aan de aanvrager;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn
                                zijn aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze
                                gegevens desgevraagd te verduidelijken. Indien de gevraagde gegevens
                                en/of duidelijkheid niet binnen deze termijn zijn verstrekt, wordt
                                de aanvraag niet in behandeling genomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Advies Erfgoedcommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Alvorens een beslissing te nemen op een subsidieaanvraag kan het
                                college advies inwinnen van de Erfgoedcommissie;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Erfgoedcommissie adviseert binnen vier weken na ontvangst van de
                                adviesaanvraag aan het college;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan de adviestermijn in bijzondere gevallen verlengen
                                met maximaal vier weken. Van deze beslissing wordt de aanvrager in
                                kennis gesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Beschikking en bevoorschotting subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college verleent de aanvrager van subsidie een voorschot van
                                100% van het subsidiebedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verlening van het voorschot vindt gelijktijdig plaats met de
                                beschikking tot subsidieverlening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college geeft deze beschikking binnen vier weken, nadat de
                                Erfgoedcommissie advies heeft uitgebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien voor enig jaar een subsidieverdelingbesluit is genomen, de
                                subsidieverlening daarin niet is opgenomen en het subsidieplafonds
                                is bereikt, wordt deze betrokken in het subsidieverdelingbesluit van
                                het daaropvolgende jaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien de vergunning, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder b
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingswet dan wel artikel 10
                                    van de Monumentenverordening Ridderkerk 2013, niet is
                                    verleend;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien met de werkzaamheden is begonnen, voordat de eigenaar van
                                    het college een beschikking tot subsidieverlening heeft
                                    ontvangen, dan wel bericht heeft gekregen welke kosten als
                                    subsidiabele kosten zijn aangemerkt;</al></li>
              <li nr="c."><al>als de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn
                                    gedekt;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien het beschermde gemeentelijke monument waarop de aanvraag
                                    betrekking heeft niet is verzekerd onder een zogenaamde
                                    uitgebreide opstalverzekering, gebaseerd op de (herbouw)waarde
                                    van het monument;</al></li>
              <li nr="e."><al>als dezelfde werkzaamheden binnen een periode van vijf jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend al
                                    voor subsidie in aanmerking zijn gekomen;</al></li>
              <li nr="f."><al>als door het verlenen van subsidie het in artikel 4 bedoelde
                                    subsidieplafond wordt overschreden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>VERPLICHTINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger is gehouden het college schriftelijk op de hoogte
                            te stellen van de navolgende feiten zodra deze zich voordoen:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend worden niet, niet
                                    geheel of niet tijdig verricht;</al></li>
              <li nr="-"><al>aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de
                                    subsidieverlening wordt niet, niet geheel of niet tijdig
                                    voldaan. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Kettingbeding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De in dit hoofdstuk opgenomen subsidieverplichtingen gelden zowel
                                voor de eigenaar aan wie de subsidie wordt verleend als voor iedere
                                opvolgende eigenaar van het beschermde gemeentelijke monument,
                                tenzij hierna in dit artikel anders is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij iedere overdracht of overgang van de eigendom, het recht van
                                erfpacht of opstal ten aanzien van een beschermd gemeentelijk
                                monument of deel daarvan, rust zowel op de vervreemdende als de
                                verkrijgende partij(en) de plicht om het college hiervan
                                schriftelijk in kennis te stellen, met dien verstande dat wanneer
                                een van de partijen aan deze verplichting heeft voldaan de andere
                                daarvan is ontheven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij elke overdracht van de eigendom, het recht van erfpacht of
                                opstal, is de overdragende partij gehouden van de wederpartij te
                                bedingen dat deze op zich neemt de verplichtingen jegens de
                                gemeente, zoals beschreven in dit hoofdstuk, met dien verstande dat
                                ingeval de overdracht plaatsvindt na de voltooiing van de
                                werkzaamheden, de oplegging van de verplichtingen zoals omschreven
                                in de artikelen 16 en 17, achterwege kan blijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De overdragende partij is verplicht om burgemeester en wethouders
                                tijdig in kennis te stellen van uur en plaats van overdracht, zodat
                                de gemeente bij de overdracht vertegenwoordigd kan zijn, teneinde
                                het ten haren behoeve gemaakte beding, als bedoeld in het vorige
                                lid, bij de akte te doen aanvaarden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Termijn aanvang en beëindiging werkzaamheden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De eigenaar is verplicht om zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk
                                binnen zes maanden na verlening van de subsidie, te beginnen met de
                                uitvoering van de werkzaamheden. Als niet aan deze verplichting
                                wordt voldaan, komt de subsidieverlening te vervallen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De eigenaar moet, met gebruikmaking van een daartoe door het college
                                beschikbaar gesteld formulier, twee weken voor aanvang van de
                                werkzaamheden hiervan melding maken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De werkzaamheden moeten uiterlijk binnen twaalf maanden na
                                verzending van het besluit tot subsidieverlening zijn voltooid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij onvoorziene omstandigheden, die buiten de directe invloedsfeer
                                van de aanvrager liggen, kan het college de in het eerste en tweede
                                lid genoemde termijnen op verzoek van de aanvrager schriftelijk
                                verlengen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Uitvoering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het werk moet worden uitgevoerd volgens de Uitvoeringsvoorschriften
                                die als bijlage bij deze verordening zijn gevoegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan van de eigenaar nadere rapportages verlangen over de
                                voortgang en uitvoering van de werkzaamheden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Toezicht</titel>
            </kop>
            <al>De eigenaar is verplicht om aan door het college aangewezen personen van
                            de gemeente toegang tot de werkplaats(en) en het werk te verlenen,
                            alsook inzage te geven in alle op het werk betrekking hebbende
                            stukken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Verzekering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De eigenaar is verplicht het beschermde gemeentelijke monument
                                verzekerd te houden onder een zogenaamde uitgebreide
                                opstalverzekering, zodanig dat de kosten van herstel of herbouw
                                steeds door de verzekering voldoende gedekt zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In geval van schade, ook wanneer daarvoor geen verzekeringsdekking
                                zou bestaan, is de eigenaar gehouden tot volledig herstel c.q.
                                herbouw van het beschermde gemeentelijke monument in de
                                oorspronkelijke staat.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Verbod</titel>
            </kop>
            <al>Het is de eigenaar verboden om zonder voorafgaande toestemming van het
                            college tijdens of na voltooiing van de werkzaamheden het beschermde
                            gemeentelijke monument af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht
                            te wijzigen, dan wel het te herstellen, te gebruiken of te laten
                            gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar
                            gebracht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Onderhoud</titel>
            </kop>
            <al>Na voltooiing van de werkzaamheden is de eigenaar verplicht het
                            beschermde gemeentelijke monument te onderhouden in de staat waarin het
                            door de werkzaamheden is gebracht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan uit overwegingen van redelijkheid en billijkheid van de
                            verplichtingen, zoals omschreven in dit hoofdstuk, gehele of
                            gedeeltelijke ontheffing verlenen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>SUBSIDIEVASTSTELLING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Gereedmelding en verantwoording</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Binnen dertien weken na het gereedkomen van de werkzaamheden dient
                                de aanvrager, met gebruikmaking van een daartoe door het college
                                beschikbaar gestelde formulier, een verklaring in dat de
                                werkzaamheden zijn afgerond.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op verzoek van het college toont de subsidieontvanger aan dat de
                                activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is
                                voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn
                                verbonden. Bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt
                                aangetoond.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De subsidie wordt vastgesteld zonder aanvraag daartoe binnen dertien
                                weken na ontvangst van de gereedmelding. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Als de activiteiten in strijd met het bepaalde in de
                                Monumentenverordening Ridderkerk 2013 of in afwijking van het
                                bepaalde in de subsidiebeschikking zijn uitgevoerd, kan het subsidie
                                lager dan de verlening worden vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De definitieve subsidie is in principe gelijk aan de verleende
                                subsidie, tenzij de werkelijke subsidiabele kosten hoger of lager
                                zijn dan aanvankelijk geraamd, dan wel er sprake is van meer- of
                                minderwerk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Ingeval er sprake is van meerwerk dient de aanvrager vóór aanvang
                                van de betreffende werkzaamheden, hiervoor goedkeuring te vragen aan
                                het college.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Terugvordering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Na de subsidievaststelling is de subsidieontvanger verplicht een
                                eventueel teveel ontvangen subsidievoorschot onverwijld terug te
                                betalen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten kan
                                het college de subsidieontvanger verplichten de met de
                                terugvordering verband houdende kosten te voldoen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>In bijzondere gevallen kan het college in het belang van de
                            instandhouding van een beschermd gemeentelijk monument afwijken van de
                            bepalingen van deze verordening. De Erfgoedcommissie adviseert over de
                            afwijking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die vóór de
                            inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Subsidieverordening
                            onroerend cultureel erfgoed Ridderkerk 2013’.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van</ondertekening>
        <ondertekening>23 september 2013</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>mr. J.G. van Straalen mw. A. Attema</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING OP DE SUBSIDIEVERORDENING ONROEREN CULTUREEL ERFGOED
                        RIDDERKERK 2013</titel>
        </kop>
        <tussenkop>A ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop>
        <tussenkop>1 Inleiding</tussenkop>
        <al/>
        <al>De gemeente wil eigenaren van gemeentelijke monumenten actiever
                    ondersteunen. Dit wordt gedaan door het beschikbaar stellen van subsidie voor de
                    instandhouding gemeentelijke monumenten. Gelet op de regelingen die voor
                    rijksmonumenten bestaan beperkt de subsidieregeling zich tot gemeentelijke
                    monumenten. Naast een subsidieregeling wordt voorgesteld eigenaren van
                    gemeentelijke monumenten actief te ondersteunen door (een lidmaatschap van) de
                    Monumentenwacht. Hiernaast voorziet de subsidieverordening in een tegemoetkoming
                    in de kosten voor bouwhistorisch onderzoek en in de mogelijkheid initiatieven te
                    ondersteunen die gericht zijn op het vergroten van het draagvlak en kennis op
                    het gebied van onroerend erfgoed.</al>
        <al/>
        <al>Het doel van de regeling is het ondersteunen van eigenaren bij het behoud van de
                    monumentale waarden van hun gemeentelijk monument en het vergroten van
                    belangstelling en kennis van cultuurhistorie in Ridderkerk. </al>
        <al/>
        <al>Om een regeling succesvol te laten zijn, is het van belang een balans te vinden
                    tussen de administratieve lasten voor eigenaar en gemeente en het feitelijke
                    bedrag dat ten goede komt aan de instandhouding van het monument. Dit alles
                    dient binnen de bandbreedte van het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde
                    budget plaats te vinden. </al>
        <al/>
        <al>Onderstaand worden de voorzieningen toegelicht en worden mogelijke keuzes en de
                    financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. </al>
        <tussenkop>2 Subsidieregeling gemeentelijke monumenten</tussenkop>
        <tussenkop>2.1 Monumenten die in aanmerking komen voor de regeling</tussenkop>
        <al/>
        <al>De gemeente Ridderkerk heeft 28 beschermde gemeentelijke monumenten. Vijf van
                    deze gemeentelijke monumenten zijn woningbouwcomplexen. Als de solitaire
                    gemeentelijke monumenten en de afzonderlijke complexenonderdelen behorende tot
                    een gemeentelijk monument worden opgeteld, komen we aan een aantal van 82
                    objecten. </al>
        <al/>
        <al>De financiële compensatie en faciliteiten worden alleen beschikbaar gesteld aan
                    particuliere eigenaren en rechtspersonen die beschermde gemeentelijke monumenten
                    in bezit hebben. Overheidsinstellingen en semioverheidsinstellingen komen niet
                    in aanmerking voor toekenning van een financiële tegemoetkoming. </al>
        <al/>
        <al>Twee solitaire objecten zijn in bezit van de gemeente Ridderkerk (te weten
                    Kerksingel 26, Lagendijk 50) en twee zijn in bezit van Waterschap Hollandse
                    Delta (de grenspaal aan de Ringdijk en Ringdijk 444). Een overzicht van de
                    beschermde gemeentelijke monumenten is opgenomen in bijlage I.</al>
        <al/>
        <al>Bij de huidige stand van zaken kunnen eigenaren van 78 beschermde gemeentelijke
                    monumenten aanspraak maken op de in te stellen regeling.</al>
        <tussenkop>2.2 Werkzaamheden die in aanmerkingen komen</tussenkop>
        <al/>
        <al>De subsidie betreft een tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om de
                    monumentale waarde van gebouwen in stand te houden. De tegemoetkoming geldt niet
                    voor onderhoudskosten aan de niet monumentale delen van de bebouwing.</al>
        <al/>
        <al>Hierbij wordt het begrip <cursief>instandhouding</cursief> gebruikt. Hieronder
                    valt het onderhoud en kleinschalige restauraties. De instandhouding is gericht
                    op het plegen van planmatig onderhoud en het doen van werkzaamheden die het
                    normale onderhoud te boven gaan met als doel de noodzaak van grootschalige
                    restauraties zo veel mogelijk te verminderen. Als eis geldt dat de werkzaamheden
                    sober en doelmatig uitgevoerd worden. </al>
        <al/>
        <al>Om te beoordelen of de werkzaamheden bijdragen aan de
                    instandhoudingsdoelstelling (en daarmee subsidiabel zijn) is de bijlage
                        <cursief>Leidraad vaststelling subsidiabele kosten</cursief> opgenomen.</al>
        <tussenkop>2.3 Hoogte van de tegemoetkoming in de kosten</tussenkop>
        <al/>
        <al>Voor de ondersteuning van eigenaren van gemeentelijke monumenten heeft de
                    gemeenteraad een budget van € 50.000 per jaar beschikbaar gesteld. De (maximale)
                    hoogte van de financiële tegemoetkoming is hierop gebaseerd.</al>
        <al/>
        <al>Maximaal worden 50% van de kosten vergoed. Voor de maximale hoogte van de
                    tegemoetkoming wordt, op basis van de WOZ-waarde, een onderscheid gemaakt in
                    monumenten met veel en monumenten met minder onderhoudskosten. Hierbij wordt
                    gewerkt met een aantal categorieën. Onderstaand is een schema opgenomen met de
                    maximale tegemoetkoming per monument voor de periode van vijf jaar. De bedragen
                    zijn en gebaseerd op het beschikbare budget van € 50.000,-. Dit betekent dat er
                    in principe voldoende budget beschikbaar is voor de onderstaande
                    subsidiebedragen. De mogelijkheid bestaat dat voor een specifiek jaar meer
                    aanvragen worden ingediend dan gehonoreerd kunnen worden.</al>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>WOZ-waarde</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Categorie</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Maximaal bedrag </vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>I</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>2.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>II</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>1.500</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>III</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>3.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>IV</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>2.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>600.000 – 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>V</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>5.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Boven 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>VI</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>7.000</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>2.4 Indieningsvereisten</tussenkop>
        <al/>
        <al>Om een regeling succesvol te laten zijn, is het van belang een balans te vinden
                    tussen de administratieve lasten voor eigenaar en gemeente en het feitelijke
                    bedrag dat ten goede komt aan de instandhouding van het monument. Het aanvragen
                    van een subsidie is hierom ook zo laagdrempelig mogelijk gehouden zodat dit voor
                    de eigenaar weinig extra werk oplevert.</al>
        <al/>
        <al>Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen vergunningvrije en
                    vergunningplichtige werkzaamheden.</al>
        <tussenkop>Gewoon onderhoud (vergunningvrij) en vergunningplichtige
                    ingrepen</tussenkop>
        <al/>
        <al>Vanaf 1 januari 2012 is het voor gewoon onderhoud aan rijksmonumenten niet meer
                    nodig een vergunning aan te vragen. Met de Ridderkerkse Monumentenverordening
                    2013 geldt dit ook voor gemeentelijke monumenten. Als voorwaarden gelden wel
                    dat:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>geen wijzigingen optreden in materiaalsoort, kleur, vormgeving,
                            detaillering en profilering, detaillering of materiaalgebruik;</al></li>
          <li nr="·"><al>er sprake is van een technische noodzaak voor het vervangen of
                            herstellen van materiaal op beperkte schaal.</al></li>
        </lijst>
        <al>Voor alle overige werkzaamheden – dus ook voor onderhoud met gevolgen voor de
                    monumentale waarde – blijft het aanvragen van een omgevingsvergunning
                    verplicht.</al>
        <al/>
        <al>Het vergunningvrij toestaan van het plegen van gewoon onderhoud is ook van
                    toepassing op gemeentelijke monumenten, de gemeentelijke monumentenverordening
                    2013 is hierop aangepast.</al>
        <tussenkop>Indieningsvereisten vergunningsvrije werkzaamheden</tussenkop>
        <al/>
        <al>Het vergunningsvrij maken van het gewone onderhoud betekent een verlichting van
                    de administratieve last voor de eigenaar. De indieningvereisten voor een
                    subsidieaanvraag is hierom ook zo laagdrempelig als mogelijk gehouden zodat dit
                    voor de eigenaar weinig extra werk oplevert. </al>
        <al/>
        <al>Om te kunnen nagaan of de subsidie wel wordt gebruikt voor de instandhouding van
                    het monument is het nodig dat enige informatie wordt gegeven waaruit blijkt dat
                    de werkzaamheden noodzakelijk zijn. Het betreft dan:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>een bouwkundig inspectierapport (volgens de systematiek van de
                            Monumentenwacht, zie ook hieronder);</al></li>
          <li nr="·"><al>een werkomschrijving</al></li>
          <li nr="·"><al>een offerte.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Als er sprake is van zelfwerkzaamheid van de eigenaar, wordt gevraagd naast de
                    meest recente rapportage van de Monumentenwacht, een omschrijving van de
                    werkzaamheden te overleggen en een begroting van de benodigde materialen.</al>
        <al/>
        <al>Voor het gewone onderhoud geldt dat alle werkzaamheden aan de monumentale
                    onderdelen van het pand subsidiabel zijn mits voldaan wordt aan de
                    uitvoeringsvoorschriften zoals opgenomen in de bijlage<cursief>
                        Uitvoeringsvoorschriften instandhoudingswerkzaamheden</cursief>.</al>
        <al/>
        <al>De indieningvereisten zij in artikel 9 opgenomen.</al>
        <tussenkop>Indieningsvereisten vergunningplichtige werkzaamheden</tussenkop>
        <al/>
        <al>Als een eigenaar werkzaamheden wil verrichten die het normale onderhoud te boven
                    gaan en waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is, kunnen zwaardere
                    indieningvereisten worden gesteld. In het kader van de vergunningverlening is de
                    eigenaar namelijk toch al gehouden door het aanleveren van werkbeschrijvingen,
                    tekeningen e.d. inzicht te geven in de gewenste ingrepen.</al>
        <al/>
        <al>In geval een omgevingsvergunning noodzakelijk is en de eigenaar tevens een
                    subsidie aanvraagt, dient door de gemeente te worden nagegaan welke kosten van
                    de werkzaamheden subsidiabel gesteld kunnen worden.</al>
        <al/>
        <al>Kosten die gemaakt worden om het pand te ‘verbeteren’ maar die niet gemaakt
                    hoeven te worden voor de instandhouding komen immers niet in aanmerking voor een
                    tegemoetkoming. De kosten voor een uitbouw, of voor de realisatie van een
                    dakkapel zijn hier voorbeelden van.</al>
        <al/>
        <al>Om duidelijk te maken welke kosten wel en niet subsidiabel zijn en welke
                    uitgangspunten voor de uitvoering hierbij gelden, zijn twee bijlagen opgenomen
                    bij de subsidieverordening:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>Leidraad vaststelling subsidiabele kosten;</al></li>
          <li nr="·"><al>Uitvoeringsvoorschriften voor instandhoudingswerkzaamheden.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>In de leidraad staat welke werkzaamheden in aanmerking komen voor de
                    tegemoetkoming en in welke mate bepaalde kosten, bijvoorbeeld loonkosten en
                    dergelijke, hieronder vallen.</al>
        <al/>
        <al>In de richtlijn is aangegeven op welke wijze de werkzaamheden moeten worden
                    uitgevoerd om in aanmerking te komen voor de subsidieregeling. De richtlijn is
                    niet alleen bedoeld voor de eigenaar, maar vooral ook voor de bedrijven die de
                    instandhoudingwerkzaamheden uitvoeren (architect, aannemer, onderaannemer
                    e.d.).</al>
        <al/>
        <al>Hierbij wordt opgemerkt dat de richtlijn niet bepalend is voor wat wel of niet
                    aan een pand gedaan mag worden. Dit wordt bepaald met de omgevingsvergunning. De
                    richtlijn geeft ‘alleen’ aan of de werkzaamheden in aanmerking komen voor de
                    tegemoetkoming in de kosten. </al>
        <al/>
        <al>Als indieningsvereiste geldt voor vergunningplichtige werkzaamheden dat een
                    inspectierapport (opgezet volgens de methodiek van de Monumentenwacht) nodig is
                    (zie ook hieronder). In een dergelijk rapport wordt aangegeven welke
                    werkzaamheden wanneer moeten worden uitgevoerd om het gemeentelijke monument in
                    goede conditie te brengen en/of te houden. Ook valt uit de rapporten af te
                    leiden of het onderhoud authentieke (onder)delen van het monument betreft.</al>
        <al/>
        <al>Als er sprake is van zelfwerkzaamheid van de eigenaar, wordt gevraagd naast de
                    meest recente rapportage van de Monumentenwacht, een omschrijving van de
                    werkzaamheden te overleggen en een begroting van de benodigde materialen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>3</vet>
          <vet> Monumentenwacht</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Om monumenteneigenaren te ondersteunen en het onderhoud te stimuleren wordt aan
                    eigenaren van gemeentelijke monumenten een abonnement op de Monumentenwacht
                    aangeboden. Door de Monumentenwacht zal periodiek een inspectie van de
                    onderhoudsstaat van het monument gemaakt worden. Om te weten of onderhoud aan de
                    monumentale delen van het monument echt nodig is zal een dergelijk rapport een
                    vereiste zijn bij de subsidieaanvraag. De Monumentenwacht kan eigenaren ook
                    verder ondersteunen bij het in stand houden van monumenten, bijvoorbeeld door
                    het opstellen van een onderhoudsplan. De kosten voor het lidmaatschap en de
                    periodieke inspecties van gemeentelijke monumenten worden uit de subsidiegelden
                    bekostigd. De inspectierapportages helpen eigenaren inzicht te verkrijgen in het
                    te plegen onderhoud en herstel en in de termijnen waarop onderhoud en herstel
                    dienen plaats te vinden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4</vet>
          <vet> Bouwhistorisch onderzoek</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Bouwhistorisch onderzoek wordt in de bijgevoegde Monumentenverordening genoemd
                    in artikel 1.h. Het is van belang bouwhistorisch onderzoek een rol te laten
                    spelen bij de vergunningverlening aangezien dit bijdraagt aan het inzicht in en
                    de kennis over de cultuurhistorische waarde van een onroerende zaak. Het
                    verkregen inzicht kan bijdragen aan een verantwoorde en gedegen omgang met het
                    gemeentelijke monument. Meer inzicht kan ook tot gevolg hebben dat de eigenaar –
                    indien nodig – gemotiveerd wordt zich in te spannen voor het behoud van het
                    object of onderdelen daarvan. </al>
        <al/>
        <al>Aangezien in de Monumentenverordening is bepaald dat het college een
                    bouwhistorisch onderzoek als voorwaarde kan vragen voor het verlenen van een
                    omgevingsvergunning, ligt het in de rede als overheid ook bij te dragen in de
                    financiering van dit onderzoek. De mogelijkheid om hiervoor financieel een
                    compensatie te ontvangen, bestaat alleen voor eigenaren van gemeentelijke
                    monumenten. </al>
        <tussenkop>
          <vet>5 Verdeling van het budget</vet>
        </tussenkop>
        <tussenkop>Subsidiëring instandhoudingkosten</tussenkop>
        <al/>
        <al>Bij de instandhoudingregeling voor rijksmonumenten zal in de toekomst de
                    herbouwwaarde van een object leidend zijn voor de hoogte van de financiële
                    tegemoetkoming door het rijk. Omdat dit een administratieve inspanning van de
                    eigenaar vraagt, wordt bij het onderstaande voorstel uitgegaan van de waarde die
                    de grondslag vormt voor de onroerende zaakbelasting. Daarnaast wordt er
                    onderscheid gemaakt tussen solitaire objecten en objecten die behoren tot een
                    complex.</al>
        <al/>
        <al>Zoals eerder vermeld, wordt voorgesteld alleen particuliere eigenaren en
                    rechtspersonen (stichtingen en verenigingen) in aanmerking te laten komen voor
                    subsidie. Hieronder treft u een overzicht aan van de beschermde gemeentelijke
                    monumenten die op basis van dit criterium in aanmerking komen voor subsidie. Als
                    alle eigenaren gebruik zouden maken van de regeling en één maal in de vijf jaar
                    het volledige bedrag zouden aanvragen, komen we tot de navolgende
                    totaalsom.</al>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="43*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>WOZ-waarde</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Categorie</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Aantal</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Budget</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Totaal</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>I</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>03 </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>6.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>II</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>58</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>1.500</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>87.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>III</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>06</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>3.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>18.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>IV</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>01</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>2.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>2.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>600.000 – 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>V</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>06</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>30.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Boven 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>VI</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>04</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>7.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>28.000</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Totalen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>78</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>171.000</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Het aantal monumenten dat in een specifieke categorie valt is een
                    indicatie.</tussenkop>
        <al/>
        <al>Aangezien er van uit mag worden gegaan dat eigenaren zelf bijdragen aan de
                    instandhouding van hun bezit wordt een deel van de instandhoudingkosten vergoed.
                    Uitgegaan wordt van een eigen bijdrage van 50%. Om dit te illustreren: als de
                    eigenaar van een beschermd gemeentelijk monument in categorie III over een
                    periode van vijf jaren € 7.000,- uitgeeft aan de instandhouding, is 50% hiervan
                    € 3.500,-. Er wordt € 3.000,- als subsidie beschikbaar gesteld aangezien dit het
                    maximaal uit te keren subsidiebedrag is.</al>
        <al/>
        <al>De genoemde bedragen gelden als de werkzaamheden door externe partijen worden
                    uitgevoerd. Als de werkzaamheden door de eigenaar zelf worden uitgevoerd, worden
                    alleen de materiaalkosten vergoed tot een maximum van 50% van de bovengenoemde
                    bedragen.</al>
        <al/>
        <al>Het totale beschikbare gemeentelijke budget over vijf jaar is € 250.000,-. Het
                    maximaal uit te keren totale subsidiebedrag blijft binnen dit budget. Echter,
                    wel kan er jaarlijks een overvraag ontstaan. Om dit te ondervangen is het zinvol
                    om aan het einde van een kalenderjaar een brief te versturen aan de eigenaren
                    met de vraag of zij het aankomende kalenderjaar aanspraak zouden willen maken op
                    de subsidieregeling en zo ja, voor welk (geschat) bedrag. Zo krijgt de gemeente
                    zicht op de vraag.</al>
        <al/>
        <al>Om de toewijzing te reguleren wordt de systematiek gehanteerd dat bij overvraag
                    de instandhoudingbehoefte (op basis van het inspectierapport van de
                    Monumentenwacht) leidend is bij de volgorde van toekenning en vervolgens de
                    volgorde van indiening. Is het subsidieplafond bereikt, dan worden de aanvragers
                    van een subsidie, die in dit kalenderjaar niet meer gehonoreerd kan worden,
                    daarvan op de hoogte gesteld. De aanvraag dient dan door te schuiven naar het
                    daarop volgende jaar.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Abonnement en inspecties
                        Monumentenwacht</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De tarieven voor een abonnement op de Monumentenwacht is € 25,- per object per
                    jaar. Als er sprake is van een complex, wordt dit als één abonnement gezien. Het
                    uurtarief voor de inspectie is voor gemeentelijke monumenten € 75,-. Daarnaast
                    worden € 35,- administratiekosten per inspectie in rekening gebracht. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen rendabele monumenten (woonhuizen, woonboerderijen en
                    horeca-instellingen) en onrendabele monumenten (de overige vaak meer omvangrijke
                    objecten als kerken). </al>
        <al>Voor de inspectie en het uitwerken van een inspectie in een rapport wordt een
                    gemiddelde prijs van € 425,- aangehouden (incl. administratiekosten). De
                    ervaring leert dat de frequentie van de inspectie van rendabele monumenten van
                    één maal in de vier jaar en die van de onrendabele monumenten van één maal in de
                    twee jaar verantwoord is.</al>
        <al>In geval er voor wordt gekozen dat de gemeente zowel het abonnement als de
                    inspectiekosten draagt, kan de afspraak worden gemaakt dat de inspectierapporten
                    zowel naar de eigenaar als naar de gemeente worden gezonden. De gemeente kan een
                    digitale versie ontvangen. De eigenaren en de gemeente hebben een goed beeld van
                    de benodigde onderhoudswerkzaamheden en deze werkzaamheden kunnen in de tijd
                    worden gepland. Als er voor wordt gekozen het abonnement geheel en de
                    inspectiekosten deels te vergoeden, ligt het verzenden van een afschrift van het
                    inspectierapport naar de gemeente minder in de rede. Ook zal de betaling van
                    deze dienst niet direct via de gemeente kunnen lopen, maar dienen eigenaren
                    hiervoor een subsidieverzoek in te dienen. </al>
        <al/>
        <al>Het abonnement en het toelaten van inspecties zijn niet verplicht. De gemeente
                    stelt het overleggen van een rapportage wel als voorwaarde voor het verlenen van
                    een subsidie.</al>
        <al/>
        <al>Ridderkerk heeft 78 beschermde gemeentelijke monumenten die in aanmerking komen
                    voor de diensten van de Monumentenwacht Zuid-Holland. 59 objecten zijn onderdeel
                    van vijf complexen. Hiervoor worden vijf maal abonnementskosten in rekening
                    gebracht.</al>
        <al/>
        <al>De precieze kosten voor het lidmaatschap en de inspecties zijn afhankelijk van
                    het aantal eigenaren dat deelneemt aan de regeling. Voor de begroting wordt
                    ervan uitgegaan alle eigenaren deelnemen. </al>
        <al>De jaarlast voor het abonnement en een inspectie een keer in de vier jaar
                    bedraagt dan gemiddeld (afgerond) € 8.900,-.per jaar.</al>
        <al/>
        <al>Opgebouwd uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>lidmaatschap voor 19 individuele monumenten en 5 complexen is € 600,-
                            (24 keer € 25,-)</al></li>
          <li nr="·"><al>inspectierapportages één maal in de vier jaar voor 78 monumenten €
                            8.287,50 </al></li>
        </lijst>
        <al>(78 maal € 425,- gedeeld door vier jaar).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Bouwhistorisch onderzoek</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Voor een bouwhistorisch onderzoek dient men rekening te houden met twee à vier
                    werkdagen voor het onderzoek en verwerken van de bevindingen van het onderzoek
                    in een rapportage. De omvang hangt vanzelfsprekend samen met de omvang en soort
                    van het object en is mede afhankelijk van de vraagstelling. Het uurtarief
                    varieert, maar gangbaar is ca. € 100,- per uur. Men dient derhalve rekening te
                    houden met een bedrag van tussen € 1.600,- à € 3.200,- per bouwhistorische
                    verkenning.</al>
        <al>Voor bouwhistorisch onderzoek geldt dat maximaal 50% vergoed wordt. De subsidie
                    is alleen beschikbaar indien de gemeente een bouwhistorisch onderzoek verbindt
                    aan het afgeven van een omgevingsvergunning. De vergoeding van de kosten heeft
                    alleen betrekking op beschermde gemeentelijke monumenten. </al>
        <al/>
        <al>Bij de navolgende berekening is er uitgegaan van één bouwhistorische verkenning
                    per jaar tegen een gemiddelde prijs van € 2.400 per onderzoek. Bij een
                    vergoeding van 50% van de kosten komt dit neer op een belasting van het
                    gemeentelijke budget van € 1.200,- per jaar. </al>
        <tussenkop>
          <vet>Doorrekening maximale verplichtingen</vet>
        </tussenkop>
        <al/>
        <al>aantal jaar bedrag per jaar</al>
        <al>Subsidiëring instandhoudingkosten 5 € 171.000 € 34.200,-</al>
        <al>Abonnement en inspectie MW ZH 1 € 8.900,-</al>
        <al>Bouwhistorische onderzoeken 1 €<onderstreept> 1.200,-</onderstreept></al>
        <al>Totaal € 44.300,-.</al>
        <tussenkop>Stimuleren van initiatieven die bijdragen aan het draagvlak van
                    cultuurhistorisch erfgoed</tussenkop>
        <al/>
        <al>Op basis van bovenstaande berekening blijft van het beschikbare jaarlijkse
                    budget van € 50.000,- een bedrag van € 5.700 beschikbaar voor het subsidiëren
                    van initiatieven die kunnen bijdragen aan het creëren en behouden van draagvlak
                    voor en onderzoek naar het cultuurhistorische erfgoed in de gemeente Ridderkerk.
                    De subsidie kan worden besteed aan initiatieven die hiertoe worden genomen door
                    maatschappelijke organisaties en burgers. Denk hierbij aan (tijdelijke)
                    tentoonstellingen, publicaties, publiekevenementen, Open Monumentendagen en
                    onderzoek die de kennis omtrent het cultuurhistorische erfgoed van de gemeente
                    Ridderkerk verdiept. Onderzoek naar de mogelijkheden voor herbestemming van
                    monumenten en beeldbepalende panden vallen hier ook onder. Voor zover dit
                    onderzoek betreft aan een pand dat niet op de monumentenlijst staat kan de
                    Erfgoedcommissie gevraagd worden of het pand voldoende cultuurhistorische waarde
                    heeft om voor de regeling in aanmerking te komen.</al>
        <tussenkop>B ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP VERORDENING</tussenkop>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop>
        <al>De belangrijkste begrippen uit de verordening zijn in dit artikel gedefinieerd.
                    Onder lid i wordt verwezen naar de <cursief>Leidraad vaststelling subsidiabele
                        kosten </cursief>voor het bepalen van de subsidiabele kosten. Deze bijlage
                    is opgenomen als bijlage bij de verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Toepassing Algemene subsidieverordening Ridderkerk</tussenkop>
        <al>Bepaald is in dit artikel dat de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008
                    van toepassing is tenzij er in deze verordening van afgeweken wordt.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Reikwijdte verordening</tussenkop>
        <al>Dit artikel geeft aan waar de verordening op van toepassing is. Het betreft de
                    werkzaamheden aan gemeentelijke monumenten waarmee de monumentale waarden in
                    stand worden gehouden Hieronder wordt ook bouwhistorische onderzoek begrepen.
                    Hiernaast is de verordening van toepassing op initiatieven en activiteiten die
                    tot doel hebben het draagvlak voor en kennis over onroerend cultuurhistorisch
                    erfgoed te vergroten.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Subsidieplafond</tussenkop>
        <al>De raad stelt voor ieder kalenderjaar een subsidieplafond als bedoeld in artikel
                    3 lid 1 van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 vast voor de in deze
                    verordening beschreven subsidiemogelijkheden.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEVERDELING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 5 Bevoegdheid</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt dat het college bevoegd is voor het verlenen, vaststellen en
                    uitbetalen van de subsidie binnen het door de gemeenteraad jaarlijks vast te
                    stellen subsidieplafond.</al>
        <al/>
        <al>Ook is het college bevoegd de subsidie in te trekken of te wijzigen en geheel of
                    gedeeltelijk terugvorderen van reeds uitbetaalde subsidiegelden. Hiervoor geldt
                    dat de afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. In
                    deze afdeling van de Algemene wet bestuursrecht staan regels met betrekking tot
                    het intrekken en wijzigen van subsidies.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Subsidieverdelingbesluit</tussenkop>
        <al>De gemeente informeert eigenaren van gemeentelijke monumenten over de
                    mogelijkheden voor het indienen van een subsidieverzoek. In deze mailing wordt
                    tevens aangegeven op welke manier dit verzoek moet worden ingediend. </al>
        <al/>
        <al>Op basis van de subsidieaanvragen die mede naar aanleiding van de mailing
                    binnenkomen, kan het college een subsidieverdelingsbesluit. Hierin is aangegeven
                    welke instandhoudingswerkzaamheden voor het komende jaar gedaan worden. Hierbij
                    is een globale raming opgenomen van de subsidie die aan de verschillende
                    eigenaren, naar verwachting, wordt uitgekeerd. Tevens worden de te verwachten
                    subsidiebedragen voor bouwhistorisch onderzoek en projecten op het gebied van
                    cultuurhistorie opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>De subsidie wordt aan monumenteneigenaren toegekend in volgorde van urgentie. De
                    mate van urgentie blijkt uit het inspectierapport dat bij de aanvraag wordt
                    overlegd. Bij gelijke urgentie is de volgorde van binnenkomst van de aanvraag
                    bepalend. Indien het budget ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren
                    worden aanvragen doorgeschoven naar het volgende jaar.</al>
        <al/>
        <al>Voor het verdelingsbesluit wordt genomen vraagt het college advies aan de
                    Erfgoedcommissie.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 3 PERCENTAGES EN MAXIMA SUBSIDIE</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 7 Subsidietoekenning</tussenkop>
        <al>In dit artikel is opgenomen welke subsidies er zijn en wie hier voor in
                    aanmerking kunnen komen. Het gaat om:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>instandhoudingssubsidie voor eigenaren van gemeentelijke monumenten;
                        </al></li>
          <li nr="·"><al>abonnementskosten en inspectiekosten voor eigenaren van gemeentelijke
                            monumenten;</al></li>
          <li nr="·"><al>tegemoetkoming in de kosten voor bouwhistorisch onderzoek voor eigenaren
                            van gemeentelijke monumenten;</al></li>
          <li nr="·"><al>subsidie voor projecten die bijdragen aan het draagvlak,
                            publieksparticipatie en kennis ten aanzien van cultuurhistorie in de
                            gemeente kan worden aangevraagd door particulieren en
                            rechtspersonen.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Artikel 8 Hoogte subsidie</tussenkop>
        <al>In dit artikel is de (maximale) hoogte van de subsidie geregeld. De maximale
                    subsidie is de helft van het bedrag dat ten goede komst aan de instandhouding
                    van het monument, de zogenaamde subsidiabele kosten. Hierbij geldt een ook een
                    maximum bedrag. Dit maximum is afhankelijk van de WOZ-waarde. Achtereenvolgens
                    gelden de volgende maximale bedragen:</al>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="36*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>WOZ-waarde</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Categorie</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Maximaal bedrag </vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>I</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 2.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tot 300.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>II</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 1.500,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Solitair</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>III</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 3.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>300.000 – 600.000 Complex</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>IV</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 2.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>600.000 – 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>V</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 5.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Boven 900.000</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>VI</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 7.000,-</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De bedragen gelden voor één maal in de vijf kalender jaren. Het college heeft de
                    mogelijkheid om in bijzondere gevallen een hoger bedrag vast te stellen. </al>
        <al/>
        <al>Het is mogelijk om meerdere keren per vijf jaar subsidie aan te vragen. Hierbij
                    geldt wel dat de subsidiabele kosten per aanvraag ten minste €1.000,- bedraagt.
                    Dit om onevenredige administratieve lasten voor de gemeente te voorkomen.</al>
        <al/>
        <al>Indien de werkzaamheden door de eigenaar zelf worden uitgevoerd geldt dat alleen
                    voor de materiaalkosten subsidie kan worden verkregen. De subsidie is dan
                    bovendien maximaal 50% van de in de bovenstaande tabel genoemde bedragen. De
                    minimale subsidiabele kosten bedragen in dit geval € 500,-.</al>
        <al/>
        <al>De kosten voor het abonnement- en de inspectiekosten worden voor 100% vergoed.
                    Hierbij geldt dat een inspectierapport maximaal één keer in de vier jaar vergoed
                    wordt. Dit geldt voor de rendabele monumenten. Rendabele monumenten zijn onder
                    andere woonhuizen en boerderijen. Onder niet rendabele monumenten worden onder
                    andere gebouwen met een religieuze en maatschappelijke functie gerekend. </al>
        <al/>
        <al>De vergoeding voor het bouwhistorische onderzoek bedraagt maximaal 50% van de
                    kosten. </al>
        <al/>
        <al>De subsidie voor projecten die draagvlak en/of kennis vergroten bedraagt 100%
                    van de projectkosten met een maximum van € 5.700,- Deze subsidie kan jaarlijks
                    worden aangevraagd. Het college heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen
                    een hoger bedrag vast te stellen. </al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVERLENING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 9 Subsidieaanvraag</tussenkop>
        <al>In dit artikel is geregeld aan welke eisen de subsidieaanvraag dient te voldoen.
                    Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen gewoon onderhoud waarvoor geen
                    omgevingsvergunning noodzakelijke is en werkzaamheden waarvoor wel een
                    omgevingsvergunning is vereist. De indieningvereisten voor het verkrijgen van
                    subsidie zijn hierop afgestemd.</al>
        <al/>
        <al>Bij regulier onderhoud (vergunningvrij) kan de eigenaar worden gevraagd naast
                    het meest recente inspectierapport, een omschrijving van de werkzaamheden te
                    overleggen, vergezeld van een offerte van het bedrijf dat de werkzaamheden gaat
                    uitvoeren. Op basis hiervan kan worden beoordeeld of de werkzaamheden gericht
                    zijn op sober en doelmatig onderhoud van het monument (de monumentale waarden)
                    en kan de subsidie worden beschikt. De door de gemeente vastgestelde
                    uitvoeringsvoorschriften zijn leidend voor de manier waarop de werkzaamheden
                    worden uitgevoerd, deze uitvoeringsvoorschriften zijn opgenomen als bijlage bij
                    de subsidieverordening. Als voor de werkzaamheden in de optiek van de gemeente
                    een omgevingsvergunning noodzakelijk is, wordt dit aan de eigenaar gemeld met
                    het verzoek een vergunningaanvraag in te dienen.</al>
        <al/>
        <al>Als een eigenaar werkzaamheden wil verrichten die het normale onderhoud te boven
                    gaan en waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is, kunnen zwaardere
                    indieningvereisten worden gesteld. In het kader van de vergunningverlening is de
                    eigenaar namelijk toch al gehouden door het aanleveren van werkbeschrijvingen,
                    tekeningen e.d. inzicht te geven in de gewenste ingrepen. Hiernaast dient ook
                    het meest recente inspectierapport te worden ingediend. </al>
        <al/>
        <al>Bij het aanvragen van subsidie voor projecten die de kennis en / of het
                    draagvlak voor cultuurhistorie vergroten dient in ieder geval een
                    projectomschrijving, begroting en planning te worden overlegd. </al>
        <tussenkop>Artikel 10 Aanvullende gegevens</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt wat er gebeurt wanneer de aanvraag onvolledig is.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Advies Erfgoedcommissie</tussenkop>
        <al>In dit artikel is opgenomen dat bij de beslissing op een subsidieaanvraag het
                    college advies kan inwinnen bij de Erfgoedcommissie. Dit betreft geen
                    verplichting voor het college.</al>
        <tussenkop>Artikel 12 Beschikking en bevoorschotting subsidieverlening</tussenkop>
        <al>Wanneer het college een beschikking heeft genomen tot het verlenen van subsidie
                    wordt het volledige bedrag als voorschot uitgekeerd.</al>
        <al/>
        <al>Aanvragen die niet gehonoreerd kunnen worden om dat er teveel subsidie is
                    aangevraagd voor een bepaald jaar worden doorgeschoven naar het volgende
                    jaar.</al>
        <tussenkop>Artikel 13 Weigeringsgronden</tussenkop>
        <al>In artikel 13 staan een aantal gevallen genoemd wanneer de subsidie in ieder
                    geval geweigerd wordt:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>indien voor de werkzaamheden een vergunning is en deze niet wordt
                            verleend;</al></li>
          <li nr="·"><al>indien met de werkzaamheden is begonnen, voordat de eigenaar van het
                            college een beschikking tot subsidieverlening heeft ontvangen, dan wel
                            bericht heeft gekregen welke kosten als subsidiabele kosten zijn
                            aangemerkt;</al></li>
          <li nr="·"><al>als de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn
                            gedekt;</al></li>
          <li nr="·"><al>indien het beschermde gemeentelijke monument waarop de aanvraag
                            betrekking heeft niet is verzekerd onder een zogenaamde uitgebreide
                            opstalverzekering, gebaseerd op de (herbouw)waarde van het
                            monument;</al></li>
          <li nr="·"><al>als dezelfde werkzaamheden binnen een periode van vijf jaar voorafgaand
                            aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend al voor subsidie in
                            aanmerking zijn gekomen;</al></li>
          <li nr="·"><al>als door het verlenen van subsidie jaarlijks door de gemeenteraad vast
                            te stellen subsidieplafond wordt overschreden.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 5 VERPLICHTINGEN</tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende verplichtingen die de
                    ontvanger van de subsidie heeft.</al>
        <tussenkop>Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt in welke gevallen de subsidieontvanger het college
                    schriftelijk op de hoogte te stellen na het verlenen van de subsidie.</al>
        <tussenkop>Artikel 15 Kettingbeding</tussenkop>
        <al>In dit artikel is geregeld op welke wijze de subsidieverplichtingen ook gelden
                    voor een opvolgende eigenaar van een gemeentelijk monument.</al>
        <tussenkop>Artikel 16 Termijn aanvang en beëindiging werkzaamheden</tussenkop>
        <al>Dit artikel bepaalt termijnen waarbinnen de werkzaamheden worden gestart en
                    afgerond. Tevens is aangegeven dat voor de start van de werkzaamheden de
                    gemeente hiervan op de hoogte wordt gesteld.</al>
        <tussenkop>Artikel 17 Uitvoering</tussenkop>
        <al>Om in aanmerking te komen voor subsidie moet gewerkt worden volgens de
                        <cursief>Uitvoeringsvoorschriften </cursief>die als bijlage bij de
                    verordening zijn opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat subsidiegelden worden
                    besteed aan werkzaamheden die de waarden van het monument aantasten.</al>
        <al>Tevens is in dit artikel opgenomen dat het college aan de eigenaar nadere
                    rapportages mag vragen over de voortgang en uitvoering van de
                    werkzaamheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 18 Toezicht</tussenkop>
        <al>Om te beoordelen of de subsidie voor de instandhouding van het monument wordt
                    gebruikt kan om toegang tot de werkplaats worden gevraagd en om inzage in de
                    stukken die betrekking hebben op de werkzaamheden. </al>
        <tussenkop>Artikel 19 Verzekering</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt geregeld dat een verzekering verplicht is voor het
                    monument.</al>
        <tussenkop>Artikel 20 Verbod</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt dat het verboden is om zonder voorafgaande toestemming van
                    het college tijdens of na voltooiing van de werkzaamheden het beschermde
                    gemeentelijke monument af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te
                    wijzigen, dan wel het te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                    wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Dit verbod geldt ook
                    op basis van de gemeentelijke monumentenverordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 21 Onderhoud</tussenkop>
        <al>Na voltooiing van de werkzaamheden is de eigenaar verplicht het beschermde
                    gemeentelijke monument te onderhouden in de staat waarin het door de
                    werkzaamheden is gebracht.</al>
        <tussenkop>Artikel 22 Ontheffing</tussenkop>
        <al>Het college kan als hier aanleiding voor bestaat ontheffing verlenen van de
                    verplichtingen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen.</al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 6 SUBSIDIEVASTSTELLING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 23 Gereedmelding en verantwoording</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt dat de aanvrager binnen 13 weken nadat de werkzaamheden zijn
                    afgerond het college hiervan op de hoogte stelt. Hiervoor wordt een formulier
                    beschikbaar gesteld.</al>
        <tussenkop>Artikel 24 Subsidievaststelling</tussenkop>
        <al>Met het beschikken van de subsidie (voorafgaand aan de werkzaamheden) wordt de
                    subsidie in principe ook vastgesteld. Wel dient de subsidieontvanger op verzoek
                    van de gemeente te kunnen aantonen dat de werkzaamheden waarvoor subsidie is
                    ontvangen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en dat aan de verplichtingen zoals
                    geformuleerd in de beschikking is voldaan. Na gereedkomen van het werk en een
                    melding hiervan door de subsidieontvanger wordt de subsidie definitief
                    vastgesteld. De definitieve subsidie is in principe gelijk aan de verleende
                    subsidie. Wanneer de werkzaamheden in strijd blijken met de subsidiebeschikking
                    of de monumentenverordening kan alsnog een lager bedrag worden vastgesteld.</al>
        <al/>
        <al>Ook kan het zijn dat de werkelijke subsidiabele kosten hoger of lager zijn dan
                    aanvankelijk waren geraamd, of dat er sprake is van meer- of minderwerk.</al>
        <al/>
        <al>Bij meerwerk dient de aanvrager vóór aanvang van deze werkzaamheden goedkeuring
                    te vragen aan het college. Ten minste indien aanvrager ook deze meerwerkkosten
                    in aanmerking wil laten komen voor subsidie.</al>
        <tussenkop>Artikel 25 Terugvordering</tussenkop>
        <al>Dit artikel regelt dat eventueel te veel ontvangen kosten terug gevorderd kunnen
                    worden. </al>
        <tussenkop>HOOFDSTUK 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 26 Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>Dit artikel bepaald dat het college in bijzonder gevallen mag afwijken van de
                    verordening wanneer dit in het belang is van de instandhouding van de
                    gemeentelijke monumenten. De Erfgoedcommissie adviseert over de afwijking.</al>
        <tussenkop>Artikelen 27, 28 en 29</tussenkop>
        <al>Deze artikelen spreken voor zich.</al>
        <tussenkop>SUBSIDIEVERORDENING ONROEREND CULTUREEL ERFGOED RIDDERKERK 2013 BIJLAGE
                    I</tussenkop>
        <tussenkop>Leidraad vaststelling subsidiabele kosten</tussenkop>
        <al/>
        <al>Deze leidraad dient als richtlijn voor de berekening en vaststelling van de
                    subsidiabele instandhoudingkosten en maakt onlosmakelijk deel uit van de
                    Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Ridderkerk 2013, </al>
        <al>zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk op 23 september
                    2013.</al>
        <al/>
        <al>Subsidiabele kosten</al>
        <tussenkop>A Ten aanzien van de directe kosten</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Aan de loonkosten wordt een maximum verbonden van € 37,50 per uur
                            (prijspeil 2012, exclusief algemene kosten, winst &amp; risico en BTW).
                            Werkzaamheden uitgevoerd in eigen beheer worden niet vergoed.</al></li>
          <li nr="2."><al>Materiaalkosten zijn subsidiabel voor zover zij conform gangbare
                            marktprijzen worden gedeclareerd. Indien hierover tussen de aanvrager en
                            burgemeester en wethouders verschil van mening bestaat, worden de
                            landelijk gehanteerde richtprijzen voor bouwmaterialen gehanteerd. </al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>B Ten aanzien van de indirecte kosten</tussenkop>
        <al>De indirecte kosten worden berekend over de subsidiabele
                    instandhoudingkosten:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>algemene bouwplaatskosten maximaal 8%;</al></li>
          <li nr="2."><al>algemene bedrijfskosten maximaal 5%;</al></li>
          <li nr="3."><al>winst maximaal 3%.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>C Ten aanzien van de BTW</tussenkop>
        <al>Alleen het niet terugvorderbare gedeelte van de BTW is subsidiabel tot de hoogte
                    van het wettelijk vastgestelde percentage, te berekenen over de subsidiabele
                    instandhoudingkosten.</al>
        <tussenkop>D Ten aanzien van de directiekosten</tussenkop>
        <al>Deze zijn te berekenen over de subsidiabele instandhoudingkosten, waarbij
                    onderstaande percentages als maxima gelden:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 45.500,- maximaal 15%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 91.000,- maximaal 14%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 136.500,- maximaal 13%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 182.000,- maximaal 12%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 227.000,- maximaal 11%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom van € 272.500,- maximaal 10,5%;</al></li>
          <li nr="-"><al>tot een bouwsom groter dan € 272.500,- maximaal 10%;</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Tot de bouwsom behoren zowel de subsidiabele als de niet-subsidiabele kosten. De
                    genoemde percentages hebben betrekking op de levering van een totaalpakket aan
                    diensten en werkzaamheden zoals omschreven in de DNR-2005 van de BNA
                    (standaardvoorwaarden, rechtsverhoudingen opdrachtgever – architect).</al>
        <tussenkop>E Ten aanzien van de onvoorziene kosten</tussenkop>
        <al> Deze zijn subsidiabel tot een bedrag van ten hoogste 5% van de directe
                    kosten.</al>
        <tussenkop>F Ten aanzien van de constructeurkosten</tussenkop>
        <al>Constructeur kosten zijn subsidiabel voor zover zij betrekking hebben op de
                    berekening van sterkte en stabiliteit van de constructie ten behoeve van het
                    oorspronkelijke gebruik. Constructeurkosten worden naar rato berekend over de
                    subsidiabele instandhoudingkosten. De RV0I-2001, de Regeling van de verhouding
                    tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau is hierop van
                    toepassing.</al>
        <tussenkop>G Ten aanzien van de CAR verzekering</tussenkop>
        <al>De kosten van een Casco All Risk verzekering zijn subsidiabel tot een maximum
                    van 0,4% van de subsidiabele instandhoudingkosten. </al>
        <tussenkop>Subsidiabele werkzaamheden</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Herstel van het casco, dat wil zeggen de hoofdstructuur van het monument
                            bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten de dak-,
                            kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren,
                            funderingen, kelder en gewelven.</al></li>
          <li nr="2."><al>Herstel van de afzonderlijke monumentale onderdelen (van in- en
                            exterieur, al dan niet in combinatie met herstel van het casco),
                            waaronder schouwen, vloeren, trappartijen, plafonds, schilderingen,
                            pleister- en schilderwerk, bijzonder behang, raam- en deurpartijen met
                            omlijsting en gevelonderdelen.</al></li>
          <li nr="3."><al>Reconstructie van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voor
                            zover deze verdwijning en wijziging afbreuk doen aan de monumentale
                            waarde van het object.</al></li>
          <li nr="4."><al>Herstel van specifieke technische installaties in monumenten van bedrijf
                            en techniek, bijvoorbeeld stoommachines, dieselmotoren, raamzagen en
                            persen.</al></li>
          <li nr="5."><al>Het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van zeer
                            waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarming of
                            luchtbevochtigingsinstallaties.</al></li>
          <li nr="6."><al>Buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het
                            betreft de buitenramen, -kozijnen en –deuren.</al></li>
          <li nr="7."><al>Herstel en vernieuwen van rieten daken (met deklatten en herstel van
                            sporen).</al></li>
          <li nr="8."><al>Herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten),
                            leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het
                            herstel van gedeelten van het dakbeschot en sporen.</al></li>
          <li nr="9."><al>Herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende
                            hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer
                            noodzakelijke goten, waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief
                            aansluitingen op rioleringen en open water.</al></li>
          <li nr="10."><al>Herstel van buitenkozijnen, -deuren, raampartijen, luiken en herstel of
                            terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling en lijstwerk.</al></li>
          <li nr="11."><al>Herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen.</al></li>
          <li nr="12."><al>Herstel van dak- en torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen
                            van torenluiken en het nemen van maatregelen tegen duivenoverlast.</al></li>
          <li nr="13."><al>Inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren
                            van gevels.</al></li>
          <li nr="14."><al>Op kleine schaal aanhelen, vervangen of inboeten van natuursteen,</al></li>
          <li nr="15."><al>Herstel, controle, vervangen en indien nodig aanbrengen van een nieuwe
                            bliksembeveiliging.</al></li>
          <li nr="16."><al>Behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding,
                            dan wel bestrijding van zwamaantasting of houtboorders.</al></li>
          <li nr="17."><al>Herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten,
                            schoren, muurplaten, balkkoppen en spantbenen).</al></li>
          <li nr="18."><al>Herstel van glas-in-lood, beglazing en aanbrengen van beschermende
                            beglazing of gaas voor gebrandschilderd of historisch waardevol
                            glas.</al></li>
          <li nr="19."><al>Herstel en vervanging van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid
                            of historische waarde.</al></li>
          <li nr="20."><al>Het plaatsen van achterzet beglazing in samenhang met herstel van
                            historisch waardevolle ramen.</al></li>
          <li nr="21."><al>Het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines.</al></li>
          <li nr="22."><al>Het aanbrengen van inspectievoorzieningen zoals dakluiken en
                            klimhaken.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Toelichting</al>
        <al>De subsidiabele kosten zijn kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de
                    subsidiabele werkzaamheden.</al>
        <al>De subsidiabele kosten bestaan veelal uit verschillende kostensoorten. Er worden
                    zeven kostensoorten subsidiabel gesteld (A t/m G). In de leidraad worden aan de
                    kostensoorten criteria, maxima, normbedragen en –percentages verbonden ten
                    behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten.</al>
        <tussenkop>A Directe kosten</tussenkop>
        <al>De directe kosten zijn de kosten van de te verwerken goedgekeurde materialen met
                    de daarbij behorende loonkosten. Onder de directe kosten worden ook die voor het
                    bouwen van steigers begrepen. </al>
        <al/>
        <al>1.Loonkosten</al>
        <al>De hoogte van de uurlonen loopt sterk uiteen als gevolg van de in te zetten
                    disciplines alsmede door het opvoeren van wisselende percentages voor
                    improductiviteit, algemene kosten, winst en risico. Derhalve is gekozen voor een
                    vast subsidiabel uurloon van maximaal € 37,50 (prijspeil 2012, exclusief
                    algemene kosten, winst &amp; risico en BTW) voor de meest van toepassing zijnde
                    disciplines, die bij restauratiewerkzaamheden worden ingezet, te weten:
                    metselaar, opperman, steigerbouwer, grondwerker, pannenlegger, leidekker,
                    sloper, timmerman, voeger, rietdekker, tegelzetter, stukadoor, loodgieter,
                    steenhouwer en schilder. </al>
        <al/>
        <al>2.Materiaalkosten</al>
        <al>Onder materiaalkosten worden tevens verstaan de materiaalkosten zoals de huur
                    van steigermateriaal of speciemolen.</al>
        <tussenkop>B. Indirecte kosten</tussenkop>
        <al>Omdat in principe slechts werkelijk gemaakte kosten subsidiabel zijn, dienen de
                    indirecte kosten te worden gespecificeerd. Dit is, gezien de aard en omvang van
                    deze kosten, vaak niet doenlijk. Derhalve is voor deze kostenposten gekozen voor
                    maximale vaste percentages.</al>
        <al/>
        <al>De indirecte kosten worden verdeeld in:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Algemene bouwplaatskosten Hieronder worden verstaan de kosten van de
                            hoofdaannemer, die niet direct aan een onderdeel zijn toe te wijzen en
                            die onder meer betrekking hebben op verzorgend, uitvoerend en
                            administratief personeel op het werk, tijdgebonden materieel, keten,
                            loodsen en dergelijke, bouwplaats en dergelijke, verbruikskosten,
                            bewaking, verletbestrijding, reken- en tekenwerk et cetera. </al></li>
          <li nr="2."><al>Algemene bedrijfskosten Hieronder worden verstaan de kosten die
                            samenhangen met de algemene leiding van het bedrijf en die van de
                            algemene en administratieve diensten.</al></li>
          <li nr="3."><al>Winst Hieronder wordt verstaan het bedrag dat voor de hoofdaannemer
                            overblijft nadat alle met het werk samenhangende kosten zijn betaald.
                        </al></li>
          <li nr="4."><al>Directiekosten Directiekosten zijn kosten verbonden aan het opstellen
                            van een restauratieplan, de begeleiding ervan tijdens de uitvoering et
                            cetera.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>C. BTW</tussenkop>
        <al> Deze paragraaf behoeft geen verdere toelichting.</al>
        <tussenkop>D. Directe kosten</tussenkop>
        <al>Deze paragraaf behoeft geen verdere toelichting.</al>
        <tussenkop>E. Onvoorziene kosten</tussenkop>
        <al>Deze post is bedoeld voor het bekostigen van uitgaven voor subsidiabele
                    werkzaamheden, die niet voorzien maar wel noodzakelijk zijn, en waarvan uitstel
                    vanuit een oogpunt van efficiency en bekostiging bovendien niet gewenst is.</al>
        <tussenkop>F. Constructeurkosten</tussenkop>
        <al>Constructeurkosten zijn bijvoorbeeld kosten van constructieberekeningen en
                    grondonderzoek. </al>
        <tussenkop>G. CAR verzekering </tussenkop>
        <al>De kosten van een Casco All Risk verzekering zijn alleen subsidiabel voor zover
                    zij betrekking hebben op subsidiabele werkzaamheden.</al>
        <tussenkop>SUBSIDIEVERORDENING ONROEREND CULTUREEL ERFGOED RIDDERKERK 2013 BIJLAGE
                    II</tussenkop>
        <tussenkop>Uitvoeringsvoorschriften voor instandhoudingswerkzaamheden aan
                    gemeentelijke monumenten</tussenkop>
        <al/>
        <al>Deze uitvoeringsvoorschriften voor de instandhoudingswerkzaamheden aan
                    gemeentelijke monumenten maakt onlosmakelijk deel uit van de Subsidieverordening
                    Cultuurhistorisch Erfgoed Ridderkerk 2013, </al>
        <al/>
        <al>zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk op 23 september 2013. </al>
        <tussenkop>0 Algemeen</tussenkop>
        <al>0.1 Alle te vervangen onderdelen of constructies dienen overeenkomstig de
                    bestaande, historisch juiste vormgeving en detaillering te worden
                    uitgevoerd.</al>
        <al>0.2 Alle te vervangen onderdelen of constructies dienen met behulp van
                    bestaande, historisch juiste materialen en technieken te worden uitgevoerd.</al>
        <al>0.3 Toe te voegen elementen ten behoeve van gerief- of functieverbetering dienen
                    op een zodanige wijze te worden ingepast dat dit geen consequenties heeft voor
                    de historische vormgeving of detaillering (bijvoorbeeld isolatie ten behoeve van
                    warmte en geluid, beschermende beglazing, ventilatie et cetera).</al>
        <al>0.4 Alle bij de voorbereiding, planvorming, uitvoering en controle van
                    instandhoudingwerkzaamheden betrokken partijen (eigenaar, architecten,
                    opzichters, aannemers, uitvoerders, onderaannemers, ambtenaren Toezicht en
                    Handhaving en anderen) dienen, voordat met de werkzaamheden een aanvang wordt
                    gemaakt, van deze uitvoeringsvoorschriften op de hoogte te worden gebracht. De
                    aanvrager dient dit desgewenst schriftelijk te kunnen aantonen.</al>
        <tussenkop>1 Metselwerk, voegwerk en pleisterwerk</tussenkop>
        <al>1.1 Gevelreiniging is in principe niet toegestaan. Onder gevelreiniging wordt
                    onder meer verstaan: stralen met grit, zand en water en het reinigen met behulp
                    van chemische middelen.</al>
        <al>1.2 Het hydrofoberen en impregneren van gevels is niet toegestaan.</al>
        <al>1.3 Het toepassen van steenverstevigers is niet toegestaan.</al>
        <al>1.4 Het inboeten van het metselwerk dient met bijpassende stenen te geschieden,
                    lettend op kleur, hardheid en afmeting. Inboetwerk dient in het bestaande
                    metselverband te worden uitgevoerd.</al>
        <al>1.5 Nieuw voegwerk dient qua samenstelling, eigenschappen, kleur en uitvoering
                    overeen te komen met het bestaande, historisch juiste voegwerk.</al>
        <al>1.5.1 Ter hoogte van het maaiveld dient het voegwerk tot ten minste 30 cm
                    beneden het maaiveld te worden nagezien, hersteld of vernieuwd.</al>
        <al>1.5.2 De voegen dienen in verband met een goede hechting van de voegspecie
                    zodanig te worden uitgehakt dat de voeg voldoende massa heeft. Als richtlijn kan
                    worden aangehouden een verhouding van voegdikte staat tot voegdiepte als één
                    staat tot twee.</al>
        <al>1.5.3 Het uithakken van voegen dient uitsluitend met de hand of, indien
                    pneumatisch, met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van de voegen is
                    in verband met mogelijke beschadiging van de steen slechts toegestaan met
                    gebruikmaking van een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van een
                    afzuiging.</al>
        <al>1.5.4 Bij uithakken van bestaand voegwerk mogen smalle stootvoegen niet worden
                    verbreed; het zogenaamd ophakken van stootvoegen is niet toegestaan.</al>
        <al>1.5.5 Een of meer monsters van het nieuwe voegwerk dienen voorafgaand aan het
                    volledig uithakken van de gevel(s) ter goedkeuring worden gemeld aan
                    burgemeester en wethouders.</al>
        <al>1.6 Nieuw pleisterwerk dient qua samenstelling, eigenschappen, kleur en
                    uitvoering overeen te komen met het bestaande, historisch juiste
                    pleisterwerk.</al>
        <al>1.6.1 Het pleisterwerk dient ter hoogte van het maaiveld tot ten minste 30 cm
                    beneden het maaiveld te worden nagezien, hersteld of vernieuwd.</al>
        <al>1.6.2 De samenstelling van het pleisterwerk dient aan de hardheid van de
                    onderliggende steen te zijn aangepast.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>2 </vet>
          <vet> Timmerwerk</vet>
        </al>
        <al>2.1 De te vervangen houten onderdelen dienen op historisch verantwoorde wijze te
                    worden uitgevoerd, waarbij de bestaande detaillering en vormgeving, indien
                    juist, als uitgangspunt dient.</al>
        <al>2.2 De te vervangen houten onderdelen moeten dezelfde zwaarte en profilering
                    krijgen als de bestaande. De vervangen houten onderdelen dienen ter controle te
                    worden bewaard tot de subsidie is vastgesteld.</al>
        <al>2.3 Het houtwerk dat in aanraking komt met metselwerk dient tweemaal in lijvige
                    menie of grondverf te worden gezet.</al>
        <al>2.4 De toe te passen houtsoorten dienen overeenkomstig het bestaande werk te
                    zijn.</al>
        <al>2.5 Toepassing van multiplex, kunststof, kunstof-verlijmde vezelplaten en
                    hiermee vergelijkbare plaatmaterialen ten behoeve van herstel van dakgoten,
                    windveren, dekplanken, gevel- en dakbeschietingen is niet toegestaan.</al>
        <al>2.6 Gaten in houten gootbodems ten behoeve van zinken of koperen gootbekleding
                    dienen 0,5 cm wijder dan de betreffende tapeinden te zijn.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>3 Schilderwerk</vet>
        </al>
        <al>3.1 Nieuw schilderwerk dient qua systeem, kleur en uitvoering overeen te komen
                    met het bestaande, historisch juiste schilderwerk.</al>
        <al>3.2 Het is niet toegestaan schilderwerk uit te voeren in de periode eind oktober
                    tot eind maart, dit in verband met de overwegend heersende klimatologische
                    omstandigheden. In deze periode mag het houtwerk wel in de grondverf worden
                    gezet.</al>
        <al>3.3 Het verwijderen van oude verflagen mag niet door middel van afbranden
                    geschieden (krachtens het Brandveiligheidbesluit bijzondere gebouwen). Het
                    verwijderen van oude verflagen door middel van hete lucht (föhnen) is wel
                    toegestaan.</al>
        <al>3.4 Het schilderen van pleisterwerk of natuursteen dient uitsluitend met een
                    glad opdrogende verf te geschieden. In verband met de waterhuishouding in de
                    constructie dient het verfsysteem aan het over te schilderen type pleisterwerk
                    of natuursteen te worden aangepast.</al>
        <al>3.5 Afkitten van naden en kieren in geveltimmerwerk: deze dienen opgevuld en
                    strak te worden afgewerkt met een 2-componenten vulmiddel. Naden tussen kozijnen
                    en metselwerk of tussen kozijnen en natuursteen mogen niet worden afgedicht met
                    behulp van PUR-schuim of kit.</al>
        <tussenkop>4 Zink-, koper- en loodwerk</tussenkop>
        <al>4.1 Het zinkwerk dient in de dikte 1,1 mm (STZ 16) te worden uitgevoerd. Het
                    zink in de bakgoten dient, indien nodig in verband met de lengte, van een broek-
                    of</al>
        <al>rekstuk te worden voorzien.</al>
        <al>4.1.1 Het zink in de kilgoten dient in meterstukken, aan de bovenzijde vernageld
                    en aan de zijkanten voorzien van een felsnaad te worden uitgevoerd.</al>
        <al>4.1.2 Nieuw zink mag niet aan oud zink worden gesoldeerd.</al>
        <al>4.1.3 De hemelwaterafvoeren in zink dienen in de dikte 0,8 mm (STZ 14), met
                    opgesoldeerde wrongen, opgehangen aan beugels en vrij van de muur te worden
                    uitgevoerd.</al>
        <al>4.2 Tapeinden van zinken, koperen en loden goten dienen 100 mm langer dan de
                    dikte van het totale houtpakket van de bakgoot ter plaatse te zijn.</al>
        <al>4.3 De hemelwaterafvoeren dienen in zink, koper of lood te worden uitgevoerd.
                    Waar nodig is de toepassing van gietijzeren of gietstalen ondereinden
                    toegestaan.</al>
        <al>4.4 Toepassing van PVC is niet toegestaan, met uitzondering van ondergrondse
                    aansluitingen op het riool.</al>
        <al>4.5 Sprongen of verzetten in hemelwaterafvoeren dienen door middel van
                    gesoldeerde valse verstekken te worden geformuleerd. Gebogen standaard
                    hulpstukken mogen niet worden toegepast.</al>
        <al>4.6 Koperen goten dienen volgens de methode beschreven in het infoblad Koperen
                    goten van de Monumentenwacht Zuid-Holland te worden uitgevoerd.</al>
        <al>4.7 Het loodwerk dient in minimaal 20 kg/m2, uitsluitend met koper vernageld te
                    worden uitgevoerd. Het gebruik van gegalvaniseerde nagels is niet
                    toegestaan.</al>
        <al>4.7.1 Het loodwerk dient ter plaatse van muuraansluitingen door middel van
                    loodproppen in voldoende diep uitgehakte voegen (drie cm diep) te worden
                    vastgezet en daarna te worden afgevoegd.</al>
        <al>4.7.2 Alle aansluitingen op schoorstenen e.d. dienen door middel van muurlood en
                    loketten te worden uitgevoerd in lood zwaar 20 kg/m2 (NHL 20) en met loodproppen
                    in voldoende diep uitgehakte voegen (drie cm) vastgezet en daarna te worden
                    afgevoegd.</al>
        <al>4.7.3 Het lood op hoekkepers en nokken dient in minimaal 25 kg/m2 (NHL 25), in
                    meterstukken gefelst en uitsluitend met koper vernageld te worden uitgevoerd.
                    Op</al>
        <al>iedere felsnaad dient een klang ter bevestiging te worden aangebracht. Ieder
                    stuk lood dient slechts in het midden te worden vernageld met koperen nagels.
                    Eventueel zichtbare koperen nagels dienen met trotseerloodjes te worden
                    afgedekt.</al>
        <al>4.8 Bevestiging van lood- en zinkbekleding dient zodanig te geschieden dat het
                    materiaal volledig vrij kan werken.</al>
        <tussenkop>5 Dakdekkerswerk</tussenkop>
        <al>5.1 DAKPANNEN</al>
        <al>5.1.1 Bij inboeten of (gedeeltelijk) vernieuwen van panbedekking moeten nieuw
                    aan te brengen pannen qua vorm, type en kleur overeenkomen met de
                    oorspronkelijke, historisch juiste pannen.</al>
        <al>5.1.2 Het dak dient met keramische dakpannen te worden gelegd. Betonpannen zijn
                    niet toegestaan. De toepassing van oud-Hollandse pannen dient in samenhang met
                    DRAKA ventifolie te geschieden. De folie dient bij dakdoorbrekingen en opgaand
                    muurwerk voldoende te worden opgezet. Bij voorkeur dienen oude (gebruikte)pannen
                    in plaats van nieuw gebakken pannen te worden toegepast.</al>
        <al>5.1.3 Alle aan te brengen keramische dakpannen dienen met de bij de pansoort
                    behorende hulpstukken te worden toegepast.</al>
        <al>5.1.3 De nok- en hoekkepervorsten dienen met behulp van een gewapende
                    kalkspecie</al>
        <al> te worden aangebracht. De mortel kan, indien nodig, iets worden
                    bijgekleurd.</al>
        <al>5.1.4 De eventueel toe te passen panhaken dienen in roestvast staal te zijn
                    uitgevoerd.</al>
        <al>5.2 LEIEN</al>
        <al>5.2.1 Bij inboeten en (gedeeltelijk) vernieuwen van leibedekking dienen de nieuw
                    aan te brengen leien qua vorm, afmeting, kleur en wijze van dekken overeen te
                    komen met de bestaande, historisch juiste leibedekking.</al>
        <al>5.2.2 De leien mogen uitsluitend met koper worden vernageld of met roestvrij
                    stalen leihaken (type 316) bevestigd.</al>
        <al>5.2.3 De levering van leien dient te geschieden onder overlegging van een bewijs
                    van herkomst en garantie voor kwaliteit en dikte, af te geven door de
                    groeve.</al>
        <al>5.2.4 De toe te passen leien moeten vrij zijn van breuk, insluitingen,
                    schadelijke verbindingen zoals kalk, ijzer, zwavel alsook van bitumineuze
                    verbindingen.</al>
        <al>5.2.5 De ladder- en klimhaken dienen in roestvast staal of zgn.
                    ‘monumentenbrons’ te zijn uitgevoerd.</al>
        <al>5.2.6 De ladder- en klimhaken mogen nooit alleen op het dakbeschot worden
                    bevestigd, maar steeds op de sporen van de dakconstructie of op een extra rib
                    tussen twee gordingen of met behulp van een hechthoutplaat van 18 mm, 30 x 30
                    cm, die aan de binnenzijde van het dakbeschot wordt aangebracht.</al>
        <al>5.2.7 Het verdient aanbeveling over de plaats en de wijze van bevestiging van
                    ladder- en</al>
        <al>klimhaken en eventueel toe te voegen klimluiken vooraf overleg te plegen met de
                    Monumentenwacht Zuid-Holland.</al>
        <al>5.3 RIET</al>
        <al>5.3.1 De werkzaamheden dienen conform de richtlijnen van de Rietdekkersfederatie
                    te worden uitgevoerd.</al>
        <al>5.3.2 Het rietdekkerswerk dient bij voorkeur met inlands riet te worden
                    uitgevoerd.</al>
        <al>5.3.3 Het rietwerk dient met een dun eenjarig riet met een frisgele kleur en een
                    sterke, harde dikwandige stengel, behoudens een zeer dunne spreilaag van dikker
                    en langer riet te worden uitgevoerd. De in de bossen aanwezige doelen dienen
                    zoveel mogelijk te worden verwijderd.</al>
        <al>5.3.4 Bij het dekken van het riet gebruik maken van spandraad nr. 6 in roestvast
                    staal of dubbel gegalvaniseerd. Binddraad nr. 18 in roestvast staal;
                    gegalvaniseerd draad hiervoor is niet toegestaan. Traditionele bindmethoden met
                    wilgentenen zijn eveneens toegestaan.</al>
        <al>5.3.5 Voor zover er herstelwerk aan de dakconstructie plaatsvindt, waar rondhout
                    zit of heeft gezeten, moet ook weer rondhout worden toegepast. Doorsneden in het
                    algemeen 100 mm, hart op hart 75 cm.</al>
        <al>5.3.6 Bij killen mogen geen zinken goten worden toegepast, het riet moet steeds
                    in de killen worden doorgedekt.</al>
        <al>5.3.7 Rietvorsten moeten in een met varkens- of paardenhaar gewapende kalkspecie
                    worden gelegd. De wijze van nokafwerking moet qua materiaal, vorm en kleur
                    overeenkomen met de oorspronkelijke, historisch juiste nokafwerking.</al>
        <tussenkop>6 Natuursteen</tussenkop>
        <al>6.1 Het toe te passen natuursteen dient op ambachtelijke wijze door middel van
                    hakken, frijnen en dergelijke te zijn verwerkt.</al>
        <al>6.2 De te vervangen natuurstenen onderdelen of constructies dienen
                    overeenkomstig de bestaande, historisch juiste detaillering te worden
                    uitgevoerd. Vervangen onderdelen dienen ter controle te worden bewaard tot de
                    subsidie is vastgesteld.</al>
        <al>6.3 Het reinigen van natuursteen is niet toegestaan.</al>
        <al>6.4 Het impregneren en toepassen van steenverstevigers te behoeve van gevels,
                    gevelelementen en ornamenten is niet toegestaan.</al>
        <tussenkop>7 Diversen</tussenkop>
        <al>7.1 Het glaswerk dient in enkel glas (in stopverf gezet), zonder gebruikmaking
                    van glaslatten, te worden uitgevoerd. Glaslatten mogen slechts worden toegepast
                    in situaties waar dit historisch juist is. Ten aanzien van de detaillering van
                    glaslatten wordt verwezen naar de voorschriften 2.1 en 2.2</al>
        <al>7.2 Bij onderhoud of herstel van smeedijzeren onderdelen zoals tuinhekken,
                    gevelankers en ander siersmeedwerk, dient al het ijzerwerk volledig van oude
                    verflagen en roest te worden ontdaan.</al>
        <al>7.3 Bij het demonteren van smeedijzeren tuinhekken moeten de hoofdstaanders in
                    de voetmuur blijven staan. Afslijpen en later weer aanlassen van deze
                    hoofdstaanders is niet toegestaan.</al>
        <al>7.4 Het hang- en sluitwerk van ramen, deuren en luiken dient zoveel mogelijk
                    overeenkomstig bestaande (oorspronkelijke) modellen te worden uitgevoerd.</al>
        <al>7.5 Bestrijding van houtaantasters dient met een middel op basis van
                    permethroïden en conform de norm NEN 3252 te worden uitgevoerd. Alvorens tot
                    bestrijding wordt overgegaan, moeten eerst de ruimten en de constructies goed
                    stofvrij worden gemaakt.</al>
        <al>7.5.1 Bij toepassing van injectoren ter bestrijding van houtaantasters moet
                    vooraf op het kapplan of op de spanttekeningen het aantal en de plaats van de
                    injectoren worden aangegeven. Dit kapplan of eventuele tekeningen dienen vooraf
                    ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders worden voorgelegd.</al>
        <al>7.5.2 Het uitvoerend bedrijf moet na uitvoering van de bestrijding een garantie
                    van ten minste vijf jaar afgegeven, dit in verband met de cyclustijd van de
                    larven.</al>
        <al>7.5.3 Van het uitvoerend bedrijf dient te worden verlangd dat deze bij de
                    toegang tot de behandelde ruimten of kappen een plaat bevestigt met daarop de
                    datum van de bespuiting, het toegepaste middel, de garantietermijn en de naam
                    van het bedrijf dat de bestrijding heeft uitgevoerd.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>